woensdag, maart 07, 2007

Kerken



Aan de kerken en het geloofsbeleven uit mijn jeugdperiode tot aan mijn jonge volwassenheid moet ik zo af en toe nog wel eens denken, niet dat ik met de kerken of mijn opvoeding nog iets heb af te rekenen, want die tijd heb ik wel gehad en ligt reeds ver achter mij. Nee, maar soms komt het gewoon over je als je nu iets leest of ziet.
Met erg veel plezier denk ik er overigens niet of zelden aan terug, maar ik kan natuurlijk moeilijk ontkennen dat het vele bezoeken en aanhoren van religieuze wartaal in al die verschillende doorgaans nogal saaie godshuizen destijds, voor een substantieel deel van vormende invloed moet zijn geweest op mijn persoonlijkheidsontwikkeling, of ik het nou leuk vind of niet.
Maar ik kan mij niet herinneren dat ik het gedoe rond kerkgang en alles wat daar mee samenhangd ooit als een blije en positieve ervaring heb mogen beleven. Als kind niet en zeker als puber niet, ook al deed ik in die tijd vaak nog zo mijn best om het anders te zien. Kennelijk behoorde ik niet tot de selecte groep van zogenaamde uitverkorenen.
Nu, na zeker 36 jaar heidendom (om maar in het jargon te blijven) kan ik mijnsinziens mild gestemd en redelijk objectief terug blikken op mijn christelijke jeugdperiode.

Daarbij maak ik onderscheid tussen de periode dat ik als kind en puber nog bij mijn ouders thuis woonde, en de periode dat ik als jong volwassene het ouderlijk huis had verlaten. In het ouderlijk streven om van mij een soort gereformeerde piëtist te maken werd ik overal, vaak tegen wil en dank, mee naar toe gesleept of gestuurd. De gereformeerde basisschool, op zondag twee keer naar de kerk en na afloop de knapenvereniging, en later door de weeks ook nogeens de catechisatie en de jongelingenvereniging. En overal dankbetuigingen, gebeden en tekstbesprekingen, en maar psalmen en bijbelteksten uit je kop leren, om maar te zwijgen van de Heidelbergse catechismus, het christelijk maar bij uitstek gereformeerde leerstuk nota bene uit de tijd van de reformatie. Achteraf gezien één en al dogmatiek wat de klok sloeg!
De 2e fase uit mijn christelijke belevingswereld dateert uit de tijd dat ik als 19 jarige het ouderlijk huis had verlaten, en als een redelijk onzekere, maar toch zelfstandig jong volwassene de met de paplepel ingegoten traditie nog een tijdje in ere heb proberen te houden.

De 1e fase.

Wezep:
Vanaf midden jaren 40 tot eind jaren 50 van de vorige eeuw de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) onderhoudende art. 31. zichzelf toen noemende "de ware kerk" De kerkdiensten werden gehouden in een architectonisch gezien fraai kerkgebouwtje, gebouwd in 1940 aan de Zuiderzeestraatweg. De voorganger Ds. Goris was in zijn bewering van "de ware kerk" en "het ware geloof" zo stellig, dat het mijn ouders zelfs te gortig werd. Maar niet alleen mijn ouders, een groot deel van gereformeerd Wezep raakte de kluts kwijt, de strijd tussen voor- en tegenstanders van de stellingen van Ds. Goris werd tot op gereformeerde basisschool doorgevoerd. Een korte periode weken mijn ouders toen op zondagen per fiets uit naar de vrijgemaakte kerk in Hattem, maar dat hield niet lang stand. Besloten werd toen om maar over te stappen naar de Gereformeerde aanhangers van de synode van Assen uit 1926, we werden dus synodaal.

Vanaf dat moment, eind jaren 50 dus, liep ik op zondagen als puber met mijn ouders mee naar het verenigingsgebouw aan de Van Pallandtlaan in Wezep, alwaar de kerkdiensten werden gehouden. Ik kan mij de keer nog herinneren dat we tijdens één van de eerste wandelingen naar ons nieuwe godshuis op zondagochtend, een (ex)broeder tegenkwamen opweg naar zijn kerk (onze vorige dus) die mijn vader aansprak, en ijskoud beweerde dat hij de verkeerde kant op liep. De voorganger in onze nieuwe kerk was Ds. Post, een zachtaardige man die heel veel preekte over de liefde. Later werd overgestapt naar de "Kruiskerk" een nieuw kerkgebouw aan de Kerkweg, recht tegenover mijn ouderlijk huis. Ik was toen weliswaar de deur al uit, maar kwam in die periode op zondagen nog vaak bij mijn ouders thuis.

Wapenveld:
Vanaf midden jaren 40 tot midden jaren 50 kwam ik veel in Wapenveld bij mijn grootouders die Nederlands Hervormd waren, en uiteraard moest ik ook daar naar de kerk op zondag. Zodoende kwam ik daar regelmatig in de Hervormde Kerk terecht nabij de Manenbergerbrug aan de Kanaaldijk. Maar met name mijn vader maakte daar ook vaak weer uitstapjes naar zijn geliefde Gereformeerde Kerk, daar voelde hij zich kennelijk toch beter thuis. We gingen dan naar de vrijgemaakte kerk nabij de Flessenbergerbrug aan de Kanaaldijk, of naar de synodale kerk aan de Kwartelweg.

De 2e fase.

Nijkerk:
Vanaf 1963 tot 1967 ging ik regelmatig naar de "Vredeskerk" de Hervormde kerk in het v. Reenenpark, de kerk van mijn aanstaande schoonouders, ook goed al was ook hier weer veel discussie over de juiste geloofsrichting. Maar goed, mijn Gereformeerde genen kon ik natuurlijk niet verloochenen, dus ging ik al snel weer naar de "Kruiskerk" een gereformeerd kerkgebouw aan de Venestraat (in 1975 totaal afgebrand) in die kerk ben ik ook getrouwd waarbij Ds. Koppe de trouwdienst leidde, terwijl ik daar bij Ds. Koffeman zelfs nog belijdenis heb gedaan en door hem ons eerste kindje heb laten dopen. Weer een poosje later ging ik naar de "Goede Herderkerk" een nieuw gebouwde kerk aan de Stationsstraat en wat dichter bij de plek waar ik toen woonde. In deze tijd begon het in mijn gemoed m.b.t. kerk en christendom wel hevig te knagen. (Achteraf gezien kan ik nu wel zeggen, dat de vertwijfeling over van alles en nogwat al dateert uit de 1e fase, en deze al zeker vanaf mijn 16e jaar in toenemende mate aan mij knaagde) Door veel lezen en gesprekken met anders denkenden, was ik al een tijdje van mening, dat het christendom niet meer alleen van kerkelijk standpunt uit beoordeeld mocht worden. Een mooie seculiere gedachte vond ik, en heel verlichtend ook!

Putten:
Vanaf 1967 tot 1971 De Gereformeerde Kerk aan de Achterstraat, strijd, ook hier weer tussen aanhangers van Ds. Veenendaal en Ds. van Ginkel, een lichtelijk uit de hand gelopen meningsverschil over wel of niet moderniteiten in de zondagse erediensten geloof ik, waar je je al niet druk over kan maken. Nog meer geknaag, ik begon mij in toenemende mate niet meer thuis te voelen in de kerk, maar dat niet alleen, ook het christendom stond bij mij op de helling. Essentieel voor het geloof vond ik toen, is de bewustwording dat je leven een aparte en onvervangbare grootheid is, en dat het dan niet gaat om bepaalde facetten van het leven. Het is a.h.w. de kern die zin geeft aan je eigen levensverhaal. Een niet specifiek christelijke visie vond ik. Maar toch ook hier nog weer twee kinderen laten dopen, de eerste in 1968 door een zekere Ds. Plooy en de laatste in 1970 door Ds. Veenendaal. Maar toen vroeg ik mij wel heel erg af waar ik in godsnaam nog mee bezig was. Het was toen eigenlijk al voorbij, 27 jaar wereld van kerk en christendom op de Veluwe hadden bij mij niet de juiste snaar in beroering weten te brengen. Ik had mijzelf lang genoeg voor de gek gehouden, het was tijd om het anders te gaan doen. Een jaartje later heb ik mij ook laten uitschrijven, een daad waaraan ik tot op de dag van heden nog een goed gevoel aan heb overgehouden.

Er is overigens één kerkgebouw in mijn leven geweest waar ik wel met veel plezier in heb vertoefd, en dat nog zelfs 5 dagen per week ook. Dat was de "Elleboog Kerk" een oude, toen tot architectenbureau verbouwde Katholieke kerk aan de Langegracht in de Amersfoortse binnenstad. (Het huidige "Armando" museum) Daar heb ik in de jaren 60 begin jaren 70 met veel plezier gewerkt. Maar dat is natuurlijk een ander verhaal, dat had en heeft niets met de christelijke dogmatiek van doen.

zondag, maart 04, 2007

Vesuvius




De tentoonstelling "Herculaneum verwoest door de Vesuvius" in museum "Het Valkhof" te Nijmegen. Waarschijnlijk door de voorjaarsvakantie was het afgelopen woensdag ontzettend druk in het museum. Te druk vonden wij, reikhalzend liepen wij ons rondje door het museum, we waren er snel klaar mee, te snel natuurlijk. Maar ondanks deze omissie liep ik die dag nog wel een tijdje in gedachten over de kraterrand van de Vesuvius, een belevenis die we in 1989 werkelijk hebben ervaren.

April 1989, vanuit Rome met de intercity naar Napels, vervolgens nog een klein stukje in de boemel en toen waren we in Pompeii, ons einddoel. Op iets minder dan 10 km, tegen de strak blauwe lucht de Vesuvius, 1281 meter boven de zeespiegel, en om ons heen de ruïnes van het Pompeii uit 79 n. Chr. Gek gevoel, je loopt door een straat van zeker 2000 jaar oud, de uitgesleten karresporen zijn in de relatief zachte bestrating van vulkanisch gesteente nog goed zichtbaar. Je kijkt door een raam een huis binnen en ziet mensen liggen!

De uitbarsting van de Vesuvius bedekte Pompeii zo snel met as, dat veel mensen op hun vlucht of in hun slaap werden verrast. In de daarop volgende eeuwen werd de as hard en vergingen de lichamen, totdat alleen de menselijke vormen nog over waren op de plek waar ze waren gestorven. Door de vormen te vullen met gips werden zo de mensen uit het jaar 79 n. Chr. weer onthuld.

Het stratenpatroon en de fraaie gevels, de prachtige villa's en het mooie mozaïek op de vloeren, het amphitheater van 80 v. Chr. waar de mensen destijds bruut werden vermaakt, de openbare badruimten met hun slimme verwarmingssystemen en de openbare toiletten waar de mensen bij elkaar zaten te kletsen. Het is een heel bijzondere belevenis daar te lopen, en in de verte, in de vlakte van Campanië stil en onbewogen, staat de Vesuvius te heersen. Het sprak zeer tot de verbeelding allemaal.

Met een taxi zijn we voor 7000 lire naar de Vesuvius gereden. We werden ongeveer 300 meter onder de kraterrand afgezet, de rest moesten we lopen en klimmen. Het was de moeite meer dan waard. Je kijkt in de enorme krater, op veel plaatsen komt ook nu rook uit spleten en gaten, en je kijkt naar het landschap om je heen en je probeert je voor te stellen hoe het is gegaan. De hele top van de berg is geëxplodeerd, in één keer boem! De steden Pompeii en Stabiae, werden in de 1e fase van de eruptie volledig bedolven onder as en puimsteen, en de stad Herculaneum aan de voet van de berg werd in de 2e fase verwoest door de pyroclastische golf, de beruchte gloed hete vloed van modder en lava.
De vulkaan, een z.g. Stratovulkaan (een afwisseling van lagen as en lava die in de 2 stadia van een eruptie van dit type vulkaan worden gevormd) is nog steeds actief, de laatste heftige eruptie was in 1944. Ik las ook ergens dat vulkanologen een enorm lavameer hebben ontdekt onder de berg en omgeving, waarin de spanning geleidelijk aan oploopt. In de nabije toekomst is volgens de vulkanologen zeker weer een forse uitbarsting te verwachten.

Toen we het gezien hadden en terug klauterden naar de plek waar we waren afgezet door de taxi, stond de brave man daar nog keurig te wachten. We hadden toch zeker wel een uur of anderhalf rond de krater doorgebracht. Dat zijn nog eens services.
Rond twaalf uur 's avonds waren we weer in ons hotel in Rome, het was een lange maar zeer boeiende dag.

vrijdag, maart 02, 2007

Ovifat




Met de vroegere gespreksgroep, ofwel acht oude vrienden en kennissen uit de 70e jaren in Putten een lang weekend in "Villa du Bayehon", een mooi en groot huis in Ovifat. Vanaf vrijdagmiddag 23 februari j.l. stond het huis tot onzer beschikking, en wie zin en tijd had mocht zelfs blijven tot aan de andere week vrijdagochtend.
Dat is er niet helemaal van gekomen, in principe hadden we ons ook ingesteld op een lang weekend met z'n allen, maar we konden het nu natuurlijk wel lekker rustig aan doen. Toch moesten desalniettemin de eerste twee jammer genoeg aan het eind van de zondagmiddag weer vertrekken, maar die zaten dan ook in het onderwijs en moesten maandagochtend weer voor de klas staan. Maar de rest kon en is in de loop van de week geleidelijk aan vertrokken.

Vijfentwintig jaar geleden zaten we met z'n allen een weekend in "De Heerlijkheid" op Texel, toen nog met de kinderen erbij. Maar het was of de tijd heeft stilgestaan, zonder moeite pakten we de draad weer op in onze discussiedrang. Allemaal wat meer levenservaring opgedaan natuurlijk, maar in de kern toch redelijk dezelfde gebleven. Ik vond het een genoeglijk en sfeervol samenzijn, temeer dat het grote huis ook voldoende privacy te bieden had.

Het dorpje Ovifat ligt in de nabijheid van het hoogste gebied van België "De Hoge Venen" genaamd (694 meter) één van de meest merkwaardige gebieden van Europa. Het dorpje, gesitueerd in de denkbeeldige driehoek Eupen, Robertville, Malmedy, Eupen ligt zelf op ongeveer 615 meter boven de zeespiegel.
Ondanks de regen hebben we een aantal prachtige wandelingen gemaakt in de nabije omgeving. De klim- en klauterwandelingen rond Stavelot en Robertville waren mij wel bekend, maar de wandeling door "De Hoge Venen" was voor mij een geheel nieuwe ervaring. Met Baraque-Michel als vertrekpunt wandel je een prachtig en bijzonder gebied binnen "Fagne des deux series" genaamd. Je loopt veelal over een plankier door een open veen(moeras)landschap, een landschap dat grotendeels gevormd is onder invloed van de mens en in alle opzichten afwijkt van de rest van de Ardennen en de Eifel.
Tot in de middeleeuwen waren de Hoge Venen nog voor 90% bebost, maar door oude landbouw- en veeteeltpraktijken, zoals het weiden, het bestrijden van kreupelhout, het binnenhalen van hooi en de ontginning van turf, is uiteindelijk de open ruimte gevormd.

Zoals bekend kan je natuurlijk ook lekker eten in de Ardennen, trouwens waar niet? Wat dat betreft is, ondanks de volgens mij wat klein uitgevallen zeetong, restaurant "du Barrage" in Robertville een absolute aanrader. We hebben daar een avondje met z'n allen heerlijk zitten eten. Het was alles bij elkaar genomen een mooi weekend, en wat mij betreft voor herhaling vatbaar.

zondag, februari 18, 2007

Zuiderzeemuseum




Zaterdag 17 februari 2007 "De Dijk" in Zuiderzeemuseum Enkhuizen.
Een tentoonstelling over de Afsluitdijk die dit jaar 75 jaar bestaat. Het laatste gat werd op 28 mei 1932 even na één uur 's middags gedicht. Centraal staan de prachtige schilderijen en tekeningen die Johan Hendrik van Mastenbroek (1875-1945) destijds van de werken in uitvoering heeft gemaakt.

De werkzaamheden zijn op de tekeningen en schilderijen van Van Mastenbroek perfect weergegeven. De draaiende kranen, het nachtwerk met verlichting, het storten van de keileem, het banjeren van de arbeiders in de modder en het maken van zinkstukken, geen enkel detail verloor hij kennelijk uit het oog.
Ter completering van de tentoonstelling zijn er ook foto's van de werkzaamheden te zien, en hebben ze op de binnenplaats van het museum zelfs een echt werkterrein in een grote bak met water en zand gecrëeerd, dat een echte dijk in wording moet verbeelden. Het geheel geeft een boeiend sfeerbeeld van de strijd tegen het water, die uiteindelijk leidde tot een prestatie van formaat: de Afsluitdijk.

woensdag, februari 07, 2007

La Bohème




Maandagavond j.l. theater "Aan de Parade" in 's-Hertogenbosch, de opera "La Bohème" van Puccini uitgevoerd door de Poolse Staatsopera van Wroclaw. De aanvang was om acht uur, en als je wilde deelnemen aan de inleiding, moest je kwart over zeven al paraat staan. De route Harderwijk-'s-Hertogenbosch is tegen het einde van een normale werkdag natuurlijk bijzonder file gevoelig, dus zijn we maar een beetje op tijd van huis vertrokken. We kwamen inderdaad in de file terecht, maar ondanks dat stonden we rond half zes op de Parade, het plein aan de voet van de prachtige, maar vanwege restauratiewerkzaamheden volop in de steigers staande Sint-Janskathedraal. Ruimschoots op tijd, dus zaten we even later in cafe "Cinq" aan de Parade achter een glas wijn en een portie bitterballen. Vervolgens hebben we in eetcafé "De Dirigent" aan de Kerkstraat nog wat gegeten, en toen moesten we ons natuurlijk nog weer haasten om op tijd in het theater te zijn voor de z.g. inleiding.

Door de verhaal ontwikkeling en de meeslepende melodieën schijnt Puccini's romantische opera "La Bohème" één van de meest gespeelde ter wereld te zijn. Centraal in het verhaal staan vier kunstenaarsvrienden t.w. Rodolfo de dichter, Marcello de schilder, Colline de filosoof en Schaunard de musicus. Ze proberen rond het jaar 1850 in Parijs de eindjes aan elkaar te knopen. Op kerstavond improviseren ze een feestmaaltijd in de nogal koude kamer van Rodolfo, waarna ze besluiten het kerstfeest verder te gaan vieren in café Momus in Quartier Latin. Als de vrienden van Rodolfo alvast vertrokken zijn naar het café, en Rodolfo op het punt staat hen te volgen, staat plotseling zijn (zieke) buurvrouw Mimi voor de deur, ze wil graag een vuurtje omdat bij haar de kaars is uitgegaan. Er ontstaat natuurlijk al snel een prille liefde, en tezamen gaan ze dan naar café Momus om zich bij de vrienden te voegen. In het café worden ook andere vrienden en vriendinnen ontmoet, waaronder Musetta de vroegere vriendin van Marcello. Er zijn allerlei verwikkelingen binnen de vriendenclub, verwikkelingen die zich rond het thema liefde ook in deze tijd nog maar al te vaak voordoen zoals jaloezie en wanhoop. Het einde is natuurlijk ook dramatisch, want ondanks dat alle vrienden al hun bezittingen bij elkaar leggen om zo een dokter te kunnen laten komen, sterft de doodzieke Mimi in de armen van Rodolfo.

La Bohème is een opera waarin met enorm gevoel voor drama de liefde tussen twee mensen wordt bezongen, die elkaar vinden maar uiteindelijk ook weer verliezen. La Bohème is voor niet opera kenners een tamelijk gemakkelijk te volgen opera, die dicht tegen de hedendaagse musical stijl aan ligt.

Dat ik opera als de meest ultieme muziekvorm ervaar, kan ik ook na het zien en horen van deze opera niet zeggen. Opera's die ik eerder gezien heb in o.a. de Stopera schieten mij weer te binnen "La Traviata" van Verdi, "Don Giovanni" en "Cosi fan tutte" van Mozart maar ook "Carmen" van Bizet.
Steeds weer hetzelfde gevoel na afloop, ik beleef muziek en toneel liever separaat! De combinatie van de twee kunstvormen die opera heet, doet mij vaak te gekunsteld aan, het is een te krampachtig gebeuren allemaal.
Desalniettemin hebben we toch een mooie avond gehad, samen met Ad en Will hebben we na afloop in de stadsherberg 't Pumpke aan de Parade nog een lekker biertje gedronken.

dinsdag, februari 06, 2007

etentje



Zaterdagavond hebben we met een stel vrienden bij vrienden thuis in A'dam gegeten. Dat doen we al heel lang, iemand zei dat dit de 26e keer was. Aanvankelijk met z.n veertienen, maar na het overlijden van één van ons, zitten we er de laatste drie jaar met eentje minder aan tafel. Zo rond zeven uur worden we verwacht voor de borrel, en een uurtje of anderhalf later gaan we dan doorgaans voor de rest van de avond aan tafel. Vroeger werd er na het eten nog wel eens even gedanst door die of gene, maar om de één of andere reden komt het daar de laatste tijd niet meer zo van. We blijven nou liever een beetje zitten kletsen.

We vinden het allemaal geweldig wat H en M nu al zeker 26 jaar lang doen. Iedere keer weer spreken we onze bewondering hierover uit, dat ze het toch maar weer hebben gepresteerd om voor zo'n club smulpapen zo waanzinnig lekker te koken. En dan nota bene ook nog eens vier gangen. We ontmoeten elkaar in de loop van het jaar natuurlijk wel vaker, doorgaans in kleiner verband, en iedereen wil dan op zijn of haar manier nog wel eens wat terug doen heb ik begrepen. Maar zelf koken op een schaal zo als zij dat doen is van een heel bijzondere orde. Ik vind het heel uniek, wat zij doen is meer dan een beetje eten op tafel zetten. Ze hebben het koken en serveren in mijn ogen in vele opzichten tot een vorm van kunst verheven!

Het was weer een bijzonder genoeglijk avondje daar in Amsterdam.

natuurpark



Een wandeling door Natuurpark Lelystad op zaterdag 3 februari j.l. Het is het mooiste weer van de wereld, het voorjaar is begonnen voor mijn gevoel. Er is veel te zien in het park, behalve een prachtige natuur met veel waterpartijen en bosschages zijn er veel dieren, Herten, Przewalskipaarden, Wisenten, Otters enz. er broeden Ooievaars in het seisoen, maar ook verschillende roofvogels. De natuur krijgt hier volop de ruimte, en toch is er een uitgebreid wandelpadenstelsel. Het omheinde park is ca. 400 hectare groot, maar ook buiten de omheining sluit het voor een groot deel goed aan op een natuurlijke habitat.

Er is een bezoekerscentrum met een restaurant, een winkel en een filmzaal, en er zijn doorgaans diverse exposities te zien. Elders in het park staat een door mijn schoonzoon ontworpen gebouwtje "De Waterlely" genaamd. Het is een mooi transparant gebouw aan het water met een terras en een kapconstructie als een prachtige, flamboyante hoed die, zo lijkt het, met zwier is opgezet. Door dit element, de transparantie, de schaal en de materiaalkeuze is het gebouw in harmonie met de omgeving. Dat manifesteerd zich met name als enige afstand in acht wordt genomen, vanaf de overkant van het water gezien vormd het gebouw een evenwichtig, haast organisch geheel met het landschap. Het is een gebouw voor samenkomsten, er wordt getrouwd, vergaderd en gepreekt, maar er kan natuurlijk ook worden gefeest.

Behalve architectuur voorziet het park ook in andere vormen van beeldende kunst, bijvoorbeeld bomen waarvan de stammen als totumpalen zijn bewerkt, of waarop kleurrijke vogels van kunststof zijn bevestigd. De makers van dit fraais hebben dit project Stam + T genoemd, het is door verschillende bij de kunstenaarsvereniging Flevoland aangesloten kunstenaars uitgevoerd.

Het is een prachtig park waar we regelmatig komen en blijven komen.

zondag, januari 28, 2007

Sixties!




Sinds een jaartje zing en drum ik bij de "Krasse Knarren" een vorig jaar opgericht zangkoortje bij de Harderwijkse jachthaven. De snare-trom die ik dan gebruik, klinkt gauw te overheersend bij ons kleine groepje ongeoefende zangers. In soortgelijke Ierse zanggroepjes wordt voor de ritme sectie vaak een lijsttrommel de z.g. Bodhran (uitgesproken als bauwron) gebruikt, die kennelijk niet gauw overheersend is, want je kan hem ook met de hand bespelen. Maar in de meeste muziekwinkels hier tref je zo'n ding niet aan, sommigen hebben er zelfs nog nooit van gehoord. Via het Internet kwam ik er achter, dat in Rotterdam een slagwerkwinkeltje was met betaalbare Bodhran's in haar assortiment. We moeten dus naar Rotterdam!

We hebben het kopen van de Bodhran gisteren in Rotterdam wel gecombineerd met een bezoek aan de tentoonstelling Sixties! in het Haagse gemeentemuseum.
Een tentoonstelling over hoofdzakelijk beeldende kunst van de jaren zestig uit de vorige eeuw. Als we aan de jaren zestig denken, dan zien we op zowel nationaal als internationaal niveau vaak alleen de politieke, economische en sociaal-culturele ontwikkelingen als dragers van de vernieuwing in die tijd. Hippies, de Provo beweging, rellen en de kraakbeweging, de Beatles en de seksuele revolutie. Maar ook in de wereld van de kunst heeft in die tijd een ware metamorfose plaats gevonden. De modernistische bewegingen uit het begin van de twintigste eeuw als o.a. het constructivisme, het dadaïsme en het kubisme ligt dan al weer een tijdje achter ons. En geholpen door de taboedoorbrekende barricade-sfeer krijgt een artistieke zoektocht in de Sixties zijn beslag. Begrippen als o.a. het Nieuwe Realisme en Minimal-Art worden uitgevonden. In de Sixties komt ook de fotografie, design, mode en de Polygoonjournaals met de bekende stem van Philip Bloemendal aan bod.

Er is veel te zien, het is een feest der herkenning. De jaren zestig worden gekenmerkt door een explosie van gebeurtenissen op elk gebied, en de eigen visuele herinneringen die we hebben uit de Sixties, maakt de betrokkenheid bij deze tentoonstelling extra groot.

Vijf uur, sluitingstijd, we zoeken de auto weer op en rijden naar Scheveningen. Na een wandeling over de boulevard, zitten we in de serre van het Kurhaus onder het genot van een borreltje een uurtje over zee uit te kijken. Eten doen we daarna in Sakura, een japans restaurant aan het Gevers Deynootplein, van zee uit gezien achter het Kurhaus. We krijgen een schortje voor, en met veel gevoel voor entertainment wordt vlak voor onze neus het eten van ons en onze tafelgenoten op een in de eettafel geïntegreerde hete plaat klaar gemaakt. Het is er gezellig druk en het eten smaakt voortreffelijk.

woensdag, januari 24, 2007

The Queen



Eindelijk lekker winterweer, eigenlijk moet ik werken, maar een frisse wandeling tussendoor moet kunnen. Dus liep ik gistermiddag rond drie uur met Joke lekker in het zonnetje te stappen. Het Harderbos in de polder nabij Harderwijk is prachtig, alhoewel het er nu, na die zware storm van vorige week donderdag, behoorlijk gehavend uitziet. Terug bij de auto besloten we er maar een avondje "uit" aan vast te knopen, een ad hoc besluit, komt vaker voor bij ons.
In de laatste Kunst-bijlage van de Volkskrant hadden we beiden goede dingen over de film "The Queen" gelezen, dus ons doel voor die avond stond vast. Onderweg naar Amsterdam vernamen we van het Tuschinski-theater dat de film al om half zeven zou draaien, van eten voor die tijd zou dus niets komen. Maar even later zaten we wel lekker te borrelen in de serre van "St. James Gate" een soort Ierse pub aan het Rembrandtplein.

"The Queen" speelt in de zomer van 1997, toen vlak nadat Tony Blair als premier van Groot-Brittannië was gekozen, prinses Diana bij een auto-ongeluk omkwam. Zij is in de film in archiefopnamen te zien, de overige personages worden gespeeld door acteurs die daarmee ieder voor de taak staan overbekende persoonlijkheden te vertolken en vorm te geven. Naast de koningin (Helen Mirren) en Blair (Michael Sheen) zijn er belangrijke rollen weggelegd voor prins Charles (Alex Jennings) de prins-gemaal Philip (James Cromwell) en Cherie, de vrouw van Blair (Helen McCroty)

Het contrast tussen de stijfheid van de oude adel en het populisme van een nieuw tijdperk is de rode draad in de film. De alom geliefde Diana was natuurlijk een exponent van een nieuw tijdperk. Terwijl de leden van de koninklijke familie zich verbazen over de emoties die de dood van Diana oproept, en zich niet realiseren dat een blijk van medeleven wordt verwacht, voelen Blair en zijn spindoctors de sfeer goed aan en weten als zodanig de koningin en de media op een passende manier te bespelen. Het is een mooie en ingetogen film, in het bijzonder door de acteerstijl van Helen Mirren als koningin.

Bijna tien jaar geleden alweer, ik weet nog precies waar ik was op die vroege zondagmorgen, toen ik om zeven uur op de radio over het dodelijk ongeluk hoorde. Mannetjes weekend, zeilen! We waren s'morgens om half zeven vertrokken uit de jachthaven van Vlieland, en voeren op de Waddenzee richting Harlingen. We hebben er toen even een uurtje bij stil gestaan, en dat was het, over tot de orde van de dag.
En als de week die er op volgde niet zo bol gestaan zou hebben van het nieuws over deze tragedie en de collectieve, haast surrealistisch te noemen rouwbetuigingen van het Britse volk, zou ik zeer waarschijnlijk niet meer geweten hebben waar ik destijds was.
Maar langzaam en zeker begon je in die week de emotie met het Britse volk te delen, waardoor het gek genoeg toch ook in mijn leven een ingrijpende en gedenkwaardige gebeurtenis is geworden.

Na afloop bij "La Traviata" een Italiaan in de Reguliersbreestraat nog een hapje gegeten en wat nagepraat over de film. Rond elf uur waren we weer thuis.

dinsdag, januari 16, 2007

Finland



TV op zondag 7 januari j.l. AVRO'S close-up over AKSELI GALLEN-KALLELA (1865-1931) Een expositie in het Groninger Museum. In een prachtig programma van een uur lang, wordt het leven van één van de grootste en beroemste Finse schilders van de negentiende eeuw belicht. Al kijkend gingen mijn gedachten terug naar een prachtige excursie in juni 1970, 10 dagen lang Finse architectuur, industriële vormgeving en vele andere vormen van kunst. Een onvergetelijke reis, het kwam me weer helder voor de geest, de plaatsen Helsinki, Turku, Tampere, Jyväskylä en Lahti met daar tussen al die prachtige meren en berkenbossen, die we vanaf een boot of laag vliegend vanuit de lucht beleefden bij het mooiste weer van de wereld. Wat een sfeer! Een goede reden om het afgelopen weekend een bezoek te brengen aan het Groninger Museum.

Alle belangrijke thema's uit het werk van Akseli Gallen-Kallela zijn in de tentoonstelling in het Groninger Museum opgenomen. Werk uit de periode van zijn opleiding in Helsinki en Parijs, Finse portretten en landschappen, symbolen en grafiek. Akseli Gallen-Kallela heeft met zijn schilderijen een belangrijke bijdrage geleverd aan het vormgeven van de Finse identiteit. Veel van zijn schilderijen zijn ook geïnspireerd op het Finse nationale epos de 'Kalevala' genaamd.

De Kalevala is een werk dat is samengesteld door de folkorist en arts Elias Lönnrot op basis van mondeling overgeleverde volkspoëzie. De eerste versie dateert uit 1835, de uiteindelijke uit 1849. Dank zij vertalingen in ruim 50 talen, is de Kalevala ook buiten Finland bekend geworden. Het doel van Lönnrot was aan te tonen dat uit de boezem van een kleine natie evengoed een oeroud, voorchristelijk epos kon voortkomen als de Odyssee en de Ilias van de oude Grieken of het Nibelungenlied van de Germanen. En als zodanig is het epos van groot belang geweest bij het vormen van de Finse nationale identiteit.
En het had natuurlijk ook veel invloed op tal van Finse kunstenaars. In de schilderkunst speelde Akseli Gallen-Kallela hierin dus een belangrijke rol, in de literatuur liet een dichter als Eino Leino zich stilistisch door het epos beïnvloeden, maar ook schrijvers buiten het Finse taalgebied zoals o.a. de Brit Tolkien lieten zich door het epos inspireren, en in de muziek was Jean Sibelius (1865-1957) hierin verreweg de invloedrijkste vertolker.

Tijdens eerder genoemde reis bezocht ik in Helsinki de in 1969 gebouwde Temppeliaukio-kerk, ook wel Rotskerk genoemd, ontworpen door de architecten Timo en Tuomo Suomalainen. De kerk is gebouwd door in een rotsheuvel met explosieven een gat te blazen, waarna de opening aan de bovenkant werd afgedekt met een koepel van glas en koper. De wanden van de kerk bestaan uit onafgewerkte rotsen. Vanwege een perfecte akoestiek worden er in de kerk ook veel concerten gegeven.
In deze ruimte heb ik de uitvoering van het symfonisch gedicht "Finlandia" (1900) van Sebelius bijgewoond, een patriottisch stuk, gericht tegen de intrekking van de Finse autonomie door Rusland. Ontroering, thuis heb ik de lp grijs gedraaid.



Finland, het land van de Kalevala, het is in alles, het is magie en verantwoordelijk voor de beelden die Finland tot op de dag van heden bij de bezoekers van het land oproept. Het trekt enorm, als ik wat meer tijd krijg, denk ik dat ik er maar eens een keer met mijn zeilbootje naar toe ga.

woensdag, januari 10, 2007

Prediker & Hooglied



Gisteravond, met Joke, Herma en Roel in theater Orpheus in Apeldoorn. Het duo Erik van Muiswinkel & Diederik van Vleuten met hun nieuwe programma Prediker & Hooglied. De oudtestamentische titel van het programma is volgens de heren louter om poëtische reden gekozen. Je kan en mag bij deze titel van alles bedenken, iedereen heeft zijn eigen interpretatie.

Hoe dan ook, ik heb me rot gelachen om die twee. Twee vrienden van middelbare leeftijd ontmoeten elkaar op een zonnige ochtend in een stadspark nabij een muziektent. De ene (Diederik) heeft nog op zijn leeftijd de zorg voor een baby van een paar maanden en loopt nog achter een kinderwagen, de andere (Erik) is dat stadium lang geleden reeds gepasseerd, en heeft een puberende zoon van 16 jaar. Alleen om deze feiten klagen beide heren al steen en been. Verder wordt er veel gediscuseerd over kleine en grote gebeurtenissen die de mensheid bezig houd.

De rode draad in het programma wordt gevormd door de uitnodiging voor een optreden in Australië voor een Nederlandse enclave aldaar. Er wordt ze gevraagd om in een optreden van een uur van alles over Nederland te vertellen, en er moet natuurlijk welom gelachen kunnen worden. Ze stellen zich zelf dan de vraag, of ze op de uitnodiging zullen ingaan, en zo ja, wat zou je dan in godsnaam aan al die knauwende Hollandse Australiërs willen laten zien of horen. Alvorens te beslissen spelen de heren van allerlei komische scènes en imitaties. Maar ook worden er op het scherp van de snede intelligente twistgesprekken gehouden en vlammende tirades tegen de tijdgeest.En er worden zo af en toe ook nog wat katten uitgedeeld aan collega's in het cabaretwereldje.

Bijzonder hilarisch vond ik Van Muiswinkel toen hij een spastische cabaretfan speelde, maar ook Van Vleutens parodie op een Hollandse Australiër met zijn knauwende accent vond ik prachtig.
Maar het is niet allemaal alleen maar lachen, want als Van Muiswinkel de moord op Theo van Gogh gedetailleerd navertelt, is het in de zaal muisstil, en je krijgt helemaal de koude rillingen als Van Vleuten zingt over Theo van Gogh, het blanke vel papier, waarop je kan schrijven wat je wilt.

Het gaat te ver om hier alle scenes te beschrijven, maar ik heb genoten van dit duo.
Aan het slot besluiten ze om maar niet naar Australië te gaan, ze hebben daar niets te zoeken. Het was een avondje cabaret zonder pauze, het begon om acht uur en om half tien was het afgelopen. Dat er geen pauze was vond ik wel prettig, maar dat het zo vroeg was afgelopen vond ik jammer. En aan de reacties te horen om mij heen, was ik niet de enige, het feest met die twee heren had wel iets langer mogen duren.

zaterdag, januari 06, 2007

Scheepvaartmuseum



Donderdag 4 januari j.l. zijn we in Amsterdam met Thijs en Mink naar het scheepvaartmuseum geweest, het voormalig 's Lands Zeemagazijn aan het Kattenburgerplein dat in 1656 is gebouwd.

In de periode 1972-1981 is het gebouw gerestaureerd en ingericht als het Nederlands Scheepvaartmuseum. Bij die restauratie ben ik ook nog een tijdje betrokken geweest. Ik werkte destijds bij het Amsterdamse architectenbureau dat de ontwerpen had gemaakt en de directie voerde tijdens de uitvoeringsfase.
Maandag 8 januari a.s. gaat het museum voor ca. 2,5 jaar dicht, en wordt het weer grondig verbouwd, gerenoveerd en aangepast aan de eisen des tijds. Het museum moet ook het toenemende aantal bezoekers per jaar beter kunnen verwerken, daartoe zal o.a. de grote open binnenplaats worden overkapt. Ik ben benieuwd wat het allemaal gaat worden.

Op 24 maart a.s. wordt de 400ste geboortedag herdacht van Michiel Adriaenszoon De Ruyter. We leven nu dus in het "De Ruyterjaar" en in verband hiermee zijn er het hele jaar door overal in het land festiviteiten op maritiem gebied. (p.s. Ik denk dat net als vorig jaar, toen we in het z.g. "Rembrandtjaar" leefden, ook dit jaar de commercie er wel weer zijn onvermijdelijke voordeel mee zal doen.)
Om te beginnen hebben ze nog net voor de langdurige sluiting van het scheepvaartmuseum, een uitgebreide tentoonstelling over deze maritieme vechtersbaas ingericht. En die hebben we gezien, middels een tour met koptelefoon op door diverse zalen kregen we tekst en uitleg. In het museum hangen de prachtigste schilderijen, zeegezichten met schepen voor anker, of met schepen in gevecht met elkaar. Ook zijn er veel scheepsmodellen te zien, nagebouwd op schaal.

Voor het museum ligt sinds 1991 een replica van het VOC schip "Amsterdam". De "Amsterdam" blijft tijdens de verbouwingswerkzaamheden wel toegankelijk voor het publiek, hij zal alleen wel worden versleept naar NEMO, een eindje verder op dus. Daar zal het schip vanaf 17 februari a.s. weer te bezichtigen zijn.
Maar deze keer hebben we de replica nog op de oude plek bezocht. De originele "Amsterdam" is in 1749 op de Engelse zuidkust gestrand, nadat in een vliegende storm op de Noordzee het roer was afgebroken. Als je nu op zo'n schip loopt, en je bekijkt in het achteronderschip de enorme roerconstructie, dan probeer je je voor de geest te halen hoe het geweest moet zijn, het spreekt wel tot de verbeelding. De jongens vonden het ook prachtig allemaal.

woensdag, januari 03, 2007

Kunst

Al sinds de jaren tachtig hangt bovenstaand schilderij bij ons aan de muur. Het hangt al een tijdje beneden in een werkkamer, en roept regelmatig tegenstrijdige reacties op bij die en gene. Het is een olieverf op linnen met een afmeting van 85 x 100cm getiteld "Üit een torenflat" en aan de achterzijde (in verso, zoals dat zo mooi heet) gesigneerd door de schilder A. Addicks (1933-1995) Het schilderij, dat in de beginjaren zeventig van de vorige eeuw is gemaakt, heeft mij tot op de dag van heden geboeid. Maar waarom eigenlijk? Mijn kinderen vinden het een alles behalve boeiend schilderij. Over kunst en de beoordeling van kunst in termen van mooi of lelijk, zijn de meningen natuurlijk altijd verdeeld. Het is subjectieviteit per definitie. Het is om die reden daarom een boeiende bezigheid om te proberen meer over het kunstwerk te weten te komen. Over de kunstenaar, het tijdperk, de bron van inspiratie, de stroming etc. De kunst van de 20e eeuw, wordt qua stroming zal ik maar zeggen, beheerst door vele '-ismen' zoals Impressionisme (Monet, Renoir, Gauguin, van Gogh, alhoewel de laatste ook als expressionist of voorloper daarvan wordt gezien) Expressionisme (Kandinsky) Kubisme (Picasso, Braque) Futurisme (Severini) Dadaïsme, Surrealisme, Abstract Materialisme (de Stijlgroep genoemd b.v. Mondriaan, Van der Leck) en dan ook nog de Nieuwe Zakelijkheid (Willink, Koch, Ket) Nou zijn dit allemaal grote namen, maar ze waren natuurlijk voor de minder bekende kunstenaars wel een voorbeeld. "Uit een torenflat" is een vriendelijk dorpje van bovenaf gezien. Het is geschilderd in sobere aardkleuren (aardkleuren worden veel gebruikt voor schilderijen die de natuur als onderwerp hebben) in een stijl die volgens mij een mengeling is van impressionisme en expressionisme. Abstract is het niet, al zal je dat in de eerste oogopslag ook kunnen zeggen, maar Abstract is niet anders dan rechte lijnen, rechthoeken en vierkanten, ontdaan van alle natuur en dat is dit zeker niet. Daarom als je beter kijkt zie je ook perspectief in het schilderij. Het is een lief tafereel, het is daarom een meer impressionistisch geschilderd doek dan expressionistisch. De straatjes met huisjes en boompjes, het pleintje en de smalle strook wolkenlucht bovenin het schilderij, prachtig! Veel ben ik van de Amsterdamse schilder nog niet te weten gekomen. Op internet heb ik nog wel een paar schilderijen van dezelfde schilder ontdekt, thematisch gebaseerd op dezelfde uitgangspunten, ze zijn getiteld "Achtertuintjes Oud-Witburg" en "Omgeving Nieuwkoop ii"

zaterdag, december 30, 2006

Narnia



Gisteren samen met onze kleinkinderen "Narnia de Musical" gezien in het Cultureel Centrum Harderwijk. Narnia de Musical, gebaseerd op de Leeuw, de Heks en de Kleerkast naar het beroemde boek van C.S. Lewis, werd gespeeld door het Nationaal Jeugd Musical Theater. Het NJMT is een ideële organisatie die zich richt op het ontwikkelen en produceren van musicals voor en door kinderen. Het is een kweekvijver voor jong theater- en musicaltalent in de leeftijd van 4 tot 18 jaar. Zang, dans, drama en tegelijk podiumervaring opdoen. Familievoorstellingen zijn in alle bekende theaters in het land wel te zien, of te zien geweest.

"Narnia de Musical" speelt zich tijdens de tweede wereldoorlog af in Engeland. Vanuit de grote stad gaan Peter, Susan, Edmund en Lucy logeren bij een oude professor in een groot huis op het platteland. Op een regenachtige dag ontdekt de kleine Lucy tijdens het verstoppertje spelen in een lege kamer een geheimzinnige kleerkast. Als ze zich in die kast wil verstoppen, loopt ze zomaar een andere wereld binnen, het land van Narnia. De witte heks heeft ervoor gezorgd dat het in Narnia altijd winter is. Met behulp van de leeuw Aslan proberen de kinderen daar iets aan te doen.

Een boeiend spel, de spanning zat er goed in, van jong tot oud, ademloos zaten we allemaal te kijken, de aandacht verslapte geen moment. En toen was het ineens pauze en kregen ze allemaal een drankje aangeboden en een reep Mars, behalve Thijs want die had honger en die wil hij altijd het liefst stillen met chips, geen probleem ook dat hadden ze in de aanbieding.
En na de pauze werd er naar de climax toegewerkt, na een vreselijke strijd werd de witte Heks uiteindelijk verslagen, en keerde de rust terug in Narnia, alles was weer goed.
Na afloop allemaal weer de auto in, even waren er strubbelingen om wie er nou in de kofferbak mocht zitten. Daar mag je natuurlijk helemaal niet zitten, en dat zal wel de reden zijn waarom deze plek even favoriet is in de volle auto. Gelukkig was het allemaal vrij snel geregeld, en was iedereen blij met z'n plekje. Na allemaal gegeten te hebben bij ons thuis, ging het hele spul weer naar hun eigen papa en mamma terug. Het was een mooi middagje zo, ik heb er wel van genoten.

zondag, december 24, 2006

Paleis Het Loo




Vanmorgen in de mist naar Apeldoorn gereden. Toen we door Uddel reden ging net de kerk uit. Het was één en al hoed wat we zagen, een voorproefje op wat we in Paleis Het Loo aan uniformen met bij passende hoofddeksels te zien zouden krijgen. Rond half twaalf waren we op de plaats van bestemming.
We kwamen in principe voor 2 voorstellingen t.w. LODEWIJK NAPOLEON en KERSTMIS OP PALEIS HET LOO maar er is in dat grote paleis natuurlijk ook nog wel meer te bezichtigen wat de moeite van een bezoek waard is, zoals b.v. het museum van de kanselarij der Nederlandse Orden in de rechter vleugel van het paleis.

LODEWIJK NAPOLEON.

Lodewijk Napoleon Bonaparte (1778-1846) werd in 1806 op last van zijn oudere broer, keizer Napoleon I, die een eind wilde maken aan de Bataafse Republiek, omdat hij een sterk gezag wenste in de strategisch gelegen Nederlanden, aangesteld als vorst van het Koninkrijk Holland. Nederland werd dus (nog) niet ingelijfd bij Frankrijk, maar door het aanstellen van zijn jongere broer als koning, zo was zijn idee, kon de keizer toch invloed uitoefenen op het reilen en zeilen der lage landen.
Lodewijk Napoleon Bonaparte was daarmee de eerste (opgedrongen)koning van Nederland en woonde als zodanig ook een poosje op Paleis Het Loo.
De tentoonstelling in de linkervleugel van het paleis laat veel zaken zien uit die tijd. Brieven in vitrines aan o.a. zijn broer keizer Napoleon I, aan de hoofden (landdrosten) van de tien departementen waarin hij Nederland had verdeeld, burgemeesters van de grote steden enz. En ook is kleding, meubilair en kunst uit zijn tijd te bezichtigen. Het één en ander geeft een aardig beeld van hoe hij hier zijn tijd heeft doorgebracht.

Lodewijk Napoleon Bonaparte was ook de vader (alhoewel dat vaak in twijfel wordt getrokken, omdat zijn echtgenote Hortense de Beauharnais hem niet trouw was, en bedroog met een andere) van de latere keizer der Fransen, Karel Lodewijk Napoleon III Bonaparte (1808-1873).


De opgedrongen eerste koning van Nederland verwierf een zekere populariteit bij de bevolking. Veel weerstand kreeg hij niet te verwerken, de eigen wetten en religie bleven gehandhaafd, evenals de vrijstelling van dienstplicht. Het viel dus wel mee met de Franse onderwerping.
Lodewijk Napoleon Bonaparte zette zich meer in voor de belangen van Nederland dan zijn oudere broer wenselijk achtte. Al in 1810 kwam dan ook door toedoen van zijn oudere broer een eind aan zijn koningschap der lage landen, en werd Nederland tot 1813 echt ingelijfd bij het Franse keizerrijk, wat heel wat meer gemor en verzet opleverde van de bevolking.
Maar op 30 november 1813 kwam met de landing op het Scheveningse strand van de uit Engeland komen overvarende Willem I, zoon van erfstadhouder Prins Willem V van het huis van Oranje Nassau ook aan deze periode weer een eind. Een handje vol Orangistische notabelen heeft nog even nagedacht hoe ze Willem I zouden betitelen, maar ze waren er vrij snel uit, koning moest het worden. De tweede koning van Nederland! Deze keer niet opgedrongen door een Franse keizer, maar door een handje vol Orangisten!

En daarmee was een definitief einde gekomen aan de voormalige Bataafse Republiek.
De Patriotten, die een meer democratisch regeringssysteem wilden (ze waren beïnvloed door de Amerikaanse Revolutie en de Franse ideeën van de Verlichting) en destijds de tweede belangrijke groepering was in Nederland, hebben geen enkele invloed op deze keuze kunnen uitoefenen.

KERSTMIS OP PALEIS HET LOO.

De tentoonstelling "Driehonderd jaar kerst aan het hof" in het hoofdgebouw van paleis Het Loo, geeft een indruk hoe het kerstfeest werd gevierd bij de verschillende generaties van het huis van Oranje-Nassau. Overal feestelijk gedekte tafels en kerstbomen. Eigenlijk zoals in dit koninkrijk tijdens de kerstperiode bij de meeste mensen het huis wordt versiert. Het verschil zit in de hoeveelheid van alles. Werkkamers, eetkamers, rustkamers, studeerkamers, bibliotheken, balzalen, vestibules, het buiten gebeuren, en ga zo maar door. Je zet overal veel kaarsen neer, en in elke ruimte op z'n minst één kerstboom, je versiert de één nog mooier dan de andere, je hangt het huis vol groene en geurige takken, je dekt een tafeltje hier en daar en dat is het dan. Driehonderd jaar kerstfeest bij de verschillende generaties van Oranje-Nassau is vooral veel van hetzelfde!
Een tentoonstelling met één gedekte tafel en één kerstboom in het vertrek, waar je met de familie de meeste tijd tijdens de kerstdagen doorbrengt, zou voor mij net zo duidelijk zijn overgekomen! Nou ja één is in zo'n groot huis misschien wat aan de zuinige kant, dan wordt het wel erg dringen met al die bezoekers, het mogen er een paar meer zijn.

zaterdag, december 16, 2006

Amsterdams Havenkoor



Vrijdagmiddag 15 december j.l. werd "HAVENKOORTS" de nieuwste CD van het Amsterdams Havenkoor officieel uitgerijkt in werfmuseum 't Kromhout aan de Hoogte Kadijk in Amsterdam. Het is hun 2e CD en als oud lid van dit prachtige koor, was ik uitgenodigd om dit feestelijke gebeuren bij te wonen. Het werfmuseum in het Nautisch Kwartier is natuurlijk bij uitstek de lokatie voor een koor dat zo maritiem is georiënteerd. Drie eeuwen oud nederlandse zeemansliederen die vaak bij zwaar werk aan boord werden gezongen. Een belangrijk deel van het repertoire stamt uit de tijd van de VOC.

Er werd weer prachtig gezongen en de begeleiding was perfect, één van de drie accordeonnisten is Hans Zeilstra, een goede vriend van ons. Voor mij bekende liederen als o.a. "Lolo mi boto", "Mijn IJsselmeer" en "Kruyt en lood" maar ook werden er nieuwe, voor mij onbekende liederen gezongen. Ik kreeg vreselijk veel zin om me weer als actief lid aan te melden, maar heb me toch kunnen bedwingen. Ik ben er destijds tot mijn spijt mee gestopt, het lidmaatschap oefende een te grote druk uit op mijn besteedbare tijd. En dat zou nu zo weer gebeuren, want buiten de repetities om, wordt er door het koor ook veel opgetreden bij de vele festiviteiten die er jaarlijks in Amsterdam, maar ook elders in het land zijn. En ook wordt er b.v. regelmatig op cruisschepen in de haven voor japanse of amerikaanse toeristen opgetreden. Daarom hou ik het nu maar bij het aanschaffen van de nieuwe CD!

Nu zit ik bij jachthaven de Knar in Harderwijk op een soort chantykoor in wording. Het is van een geheel andere orde, maar toch ook wel weer leuk. Het clubje is nog klein, en het moet allemaal nog wat worden. Tot nu toe acht à tien mannetjes die hun stinkende best doen om er wat van te maken. We hebben ook al een naam verzonnen t.w. "Krasse Knarren" heel orgineel dus. Maar voorlopig kunnen ze ons nog beter een poosje "Krassende Knarren" blijven noemen.

Na de officiële uitreiking van de CD was er nog een borreltje en een hapje, en kon ik daar op het 't Kromhout nog even wat herinneringen ophalen met die en gene.
Tegen een uur of vier vonden we het mooi geweest, en hebben we de auto maar weer opgezocht. We hadden het plan opgevat om om vijf uur "FOREVER" te gaan zien in de Uitkijk aan de Prinsengracht. Vanaf het muziektheater, waar we de auto hebben gestald, zijn we vervolgens naar de Prinsengracht gewandeld.
"FOREVER" is een film van de in 1951 in Peru geboren filmmaakster Heddy Honigmann en die sinds 1978 in Nederland woont.
"FOREVER" speelt zich af op de bijzondere Parijse begraafplaats "Père-Lachaise". Het laat door de ogen van mensen van vlees en bloed, de mysterieuze schoonheid, de kalmte en de troostende werking zien, die van deze plek uitgaat. Vele mensen komen voor hun eigen doden: man, echtgenote, vader of zoon. Anderen laten briefjes achter voor hun geliefde kunstenaar of muzikant, krassen woorden op een steen of laten een bloem achter. Gaandeweg wordt zichtbaar en voelbaar hoe de begraafplaats niet alleen een laatste rustplaats is voor de doden, maar vooral een plek waar de levenden vrede en zelfs inspiratie kunnen vinden. Een prachtige film!

Na afloop lekker gegeten bij Pastini aan de Leidsegracht. Rond tien uur waren we thuis. Het was een mooie vrijdagmiddag en -avond.

woensdag, december 13, 2006

beeld en geluid



Het nieuwe gebouw van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, zondag 10 december j.l. in Hilversum. Voor meer inzicht en achtergrond informatie over het ontwerpproces gaan we eerst naar Museum Hilversum aan de Kerkbrink, waar werk van het ontwerpteam van dit bijzondere gebouw, dat onlangs door de koningin is geopend, te zien is. Het ontwerpteam bestond uit de Rotterdamse architecten Willem Jan Neutelings (1959) en Michiel Riedijk (1964) en veelzijdig beeldend kunstenaar Jaap Drupsteen (1942) uit Huizen. Vervolgens is het plan om naar het Mediapark te gaan.

MUSEUM HILVERSUM.

Museum Hilversum, aan de Kerkbrink in het centrum van Hilversum is gehuisvest in het voormalige raadhuis. In 2004 is naar een ontwerp van één van mijn werkgevers uit de jaren zeventig in Amsterdam, architect Hans Ruijssenaars een aanbouw gerealiseerd met drie verdiepingen welke met vaste en tijdelijke exposities zijn ingericht.
Momenteel kan je de tentoonstelling "OVER BEELD EN GELUID" bekijken. Deze tentoonstelling geeft een overzicht van het oeuvre van eerder genoemd ontwerpteam.

Van het Rotterdamse architectenteam staan diverse maquettes van gebouwen die door hun zijn gerealiseerd, en zo een afspiegeling vormen van hun visie op architectuur.

Van Jaap Drupsteen (ook nog bekend als de ontwerper van o.a. ons laatste tien gulden biljet) is voor het eerst recent werk op audiovisueel gebied te zien en te horen. Drupsteen, die zich ook audiovisueel componist noemt, geeft hier blijk van zijn zoektocht naar een optimale synthese tussen beeld en geluid.
Maar ook krijgen we hier middels beeld en tekst, inzicht hoe het proces van vormgeving, van de uit gekleurd reliëfglas bestaande gevel van het nieuwe gebouw op het Mediapark is verlopen.

MEDIAPARK.

En dan lopen we even later rond in het nieuwe spectaculaire gebouw voor Beeld en Geluid op het Mediapark. Het is een indrukwekkend bouwwerk, groot, ruimtelijk en kleurrijk, bovendien vind ik het ook nogeens een mooi bouwwerk.
Ik vond het hier vanaf het begin van de bouwperiode (mei 2004) al een indrukwekkend gebeuren. Voor mijn werk kom ik nog vrij regelmatig op het Mediapark, en als zodanig heb ik het bouwproces vanaf het begin redelijk kunnen volgen. Alleen van de bouwput werd ik destijds al stil, een betonnen bak van ca. 60 meter in het vierkant en 18 meter diep! De bak stond vol met water om zo tegengewicht te kunnen bieden tegen de opwaartse druk van het grondwater, terwijl ze de bodemplaat evengoed ook nog eens middels trekpalen aan de ondergrond hadden verankerd. Tijdens een bepaalde periode voeren ze tijdens de werkzaamheden met bootjes door de bak.

Maar nu is het gebouw klaar, en lopen Joke en ik binnen met een grote ring aan onze vinger, die we bij de entree hebben gekregen. We stappen in de wereld van Beeld en Geluid, en loggen ons in middels de ring, die we voor een scan moeten houden, we kiezen een virtueel begeleider, voeren onze naam en leeftijd in, en gaan aan de slag. Het resultaat krijgen via email thuis gestuurd, we zijn benieuwd.
Experience, een bijzonder actief gebeuren in het enorme archief van de audiovisuele media. Je kan bijvoorbeeld ook zelf voor of achter de camera diverse rollen spelen.
Nostalgische herinneringen worden opgehaald in diverse programma's. Er is ook een filmzaal, waarin je wordt meegenomen langs belangrijke momenten uit honderd jaar beeld en geluid in de film "Een eeuw Nederland"

Rond een uur of halfzes hebben we het een beetje gehad, we willen naar huis. Dwalen door ca. 3300 m2 experience gaat je niet in de koude kleren zitten. We komen een andere keer wel terug om de boel verder te bekijken, er is nog zo veel te zien.
Overigens lijkt het ons hier ook wel wat voor de kleinkinderen, dat gaan we vast een keer organiseren.

zaterdag, december 09, 2006

Vredenburg



Vrijdagavond 8 december j.l. met de Radio Kamer Filharmonie en het Groot Omroepvrouwenkoor onder leiding van dirigent Hartmut Haenchen in muziekcentrum Vredenburg in Utrecht. Samen met Joke, Ad en Will, uiteraard eerst even lekker gegeten in "Le Connaisseur" aan de Oudegracht, maar iets over achten zaten we in de grote zaal op onze stoeltjes te wachten op de dingen die gingen komen.

Door het vrouwenkoor werden de nrs. 1 t/m 5 van het stuk Hegyi Éjszakák (Bergnachten) van de Hongaarse componist Zoltán Kodály (1882-1967) ten gehore gebracht. Een groep van 5 tekstloze composities voor vrouwenkoor a cappella uit 1923.
Ik heb de dames van het koor geteld, het waren er 34 (Het totaal Groot Omroepkoor telt 74 vocalisten) Het was prachtig! Het is so wie so al moeilijk om als groot koor de noten zuiver en met gevoel te zingen. Ik heb het dan over het zingen van teksten, teksten waarvan je doorgaans de betekenis kent, en die als zodanig bekende en vertrouwde emoties oproepen bij een ieder, vrij universeel dus. Maar in dit stuk worden geen teksten gezongen, maar alleen noten. Wat moet je daarbij voelen, wat heeft Kodály met deze compositie willen zeggen? Er zit heel veel gevoel en dynamiek in, maar wat wordt er mee bedoeld? Kodály heeft zelf nooit een verklaring voor dit stuk gegeven. Wellicht ging hij er vanuit, dat de klanken aan zijn Hongaarse toehoorders bekend en herkenbaar zouden overkomen, omdat volgens zeggen dit stuk een weergave is van inspiraties die hij tijdens eenzame wandelingen in de bergen had opgedaan. Het is een heel bijzonder, mooi en ontroerend stuk, het is al in 1923 gecomponeerd, maar ik kan mij niet herinneren dat ik het ooit had gehoord.

Franz Schubert (1797-1828) Symfonie nr. 8 D759 in b "Onvoltooide" (1823) is weer van een andere orde. De lp heb ik zeker al 35 jaar in de kast staan, dus onbekend is dit stuk voor mij niet. De weemoed krijgt in dit stuk alle ruimte, het ontroert mij en het brengt me in een melancholieke stemming. Deze compositie van Schubert is honderd jaar ouder dan Bergnachten van Kodály, maar het is en blijft een ontzettend populair stuk muziek.

Johannes Brahms (1833-1897) Serenade nr. 2 op. 16 in A (1858-1859)Brahms leefde en componeerde in de tijd tussen beide voorgangers in. Brahms kon het moderne en het behoudende moeiteloos verenigen. Serenade is een betrekkelijk lichtvoetig werk, en het zit vol ritmische verrassingen. Het was het sluitstuk van de avond in Vredenburg, en het was prachtig. We gingen met een goed gevoel naar huis die avond.

donderdag, december 07, 2006

gemaal Parksluizen



Gistermorgen moest ik voor project RTV Rijnmond op de Schiehaven zijn in Rotterdam.
Niet ver daar vandaan ligt gemaal Parksluizen, en iedere keer als ik daar langs rij, gaan mijn gedachten naar het verleden, zo ongeveer 41 jaar terug.
Gemaal Parksluizen houd in mijn geheugen een apart plekje bezet. Het was voor mij het allereerste project, dat ik als jonge bouwkundige in 1964 bij mijn toenmalige werkgever t.w. architectenbureau van der Grinten en Heijdenrijk in Amersfoort geheel zelfstandig mocht uitwerken. Iets wat ik natuurlijk ook heel graag wilde.

Maar ik heb het wel geweten, ik voelde mij soms een drenkeling kan ik me herinneren, ze hadden me in het diepe gegooid.
Het was een mooie kans om te laten zien wat ik kon, maar het ging mij bepaald niet gemakkelijk af. Het is allemaal goed gekomen, maar de uitwerking heeft mij destijds als jonge hond zo ongeveer bloed zweet en tranen gekost. Misschien iets te overdreven gezegd, maar toch!
Van de maquette die ik toen heb gemaakt, heb ik de foto's nog steeds in mijn bezit. Normaliter doe je zoiets primair voor een opdrachtgever, maar in dit geval werkte het voor mij ook heel verhelderend.

Er zijn daarna natuurlijk nog vele andere projecten geweest, die ook niet altijd gemakkelijk waren, maar door ervaring en gewenning ga je daar wel anders mee om.

Gemaal Parksluizen is een uit gewapend beton opgetrokken bouwwerk. De vertikale en horizontale bekistingsdelen geven het beton zijn profilering en bepalen het gevel aanzien. Het gebouw heeft een slakkenhuisachtig pomphuis met een daaraan gekoppeld
rechthoekig woongedeelte, alhoewel ik me afvraag of dat nu ook nog als zodanig in gebruik is, het komt mij voor dat het nu meer als kantoorruimte is ingericht.
In het pomphuis is onlangs een nieuwe volledig geautomatiseerde elektrische pomp geplaatst met een capaciteit van ca. 20m3/s en nog een dieselpomp voor nood. Aanvankelijk stond er alleen een dieselpomp met een capaciteit van ca. 10m3/s.

Het gemaal, onder beheer van het Hoogheemraadschap van Delfland, is een onmisbare schakel in het beheersbaar houden van de waterhuishouding in het achtergelegen Delfland, één van de laagst gelegen gebieden, zoniet het laagst gelegen gebied van Nederland.

maandag, december 04, 2006

Sinterklaas




Rond vijf uur zondagmiddag zaten we allemaal te wachten op de zak van Sinterklaas.
Na enig overleg kwam Joke er uiteindelijk mee de kamer binnen, en kon het grabbelen beginnen.
In naam van Sinterklaas proberen we bij het uitdelen van de pakjes, de regie een beetje in handen te houden, maar dat valt niet mee.
De gedichtjes die Joke en ik s'morgens nog met behulp van de gedichten generator van het internet in elkaar hadden geflanst, moesten worden voorgelezen, maar het ene kind leest nou eenmaal sneller dan het andere, dus een paar types werden al snel ongeduldig en begonnen, terwijl wij allemaal aandachtig zaten te luisteren, zelf alvast maar in de zak te graaien.
Op een gegeven ogenblik zag ik twee kinderen tegelijk met het hoofd al helemaal onder in de zak zitten rommelen.
En nog even later werd de hele zak door een andere slimmerik op de vloer leeg gekieperd, en werden de pakjes keurig op naam geselecteerd en in stapeltjes naast elkaar op de grond gelegd.
Wel zo efficiënt zullen ze wel gedacht hebben, zijn we sneller klaar. We hebben het maar zo gelaten.
Het was een gezellig feestje met al die kleine graaiers, we hebben weer eens lekker gelachen met z'n allen. Waar die Sinterklaas al niet allemaal goed voor is.

zondag, november 19, 2006

Orpheus



Apeldoorn, zondagochtend half twaalf in schouwburg "Orpheus" met Joke, Herma en Roel. Het Gelders Orkest onder leiding van de Japanse dirigent Ken-ichiro Kobayashi met voor de pauze, pianoconcert nr. 1 in C, opus 15 van Ludwig van Beethoven met de 78 jarige van oorsprong Russische Bella Davidovich als soliste achter de piano, en na de pauze Symphonie fantastique, opus 14 van Hector Berlioz.
Het was een grandioos concert, zowel voor als na de pauze. Bij mij blijft dit nog wel een poosje hangen. Het virtuose pianospel van een 78 jarige! Hoe zo met pensioen? En dan de spetterende dynamiek in het voor mij minder bekende stuk van Berlioz, die was weer van een heel andere orde. Het orkest was bij dit stuk volgens mij in volledige bezetting komen opdraven, met behalve de gebruikelijke violen, cello's, bassen en contrabassen ook alle soorten van blaasinstrumenten, harpen en een slagwerksessie waar je so wie so al stil van werd, pauken, bekkens, triangels, trommels en zelfs een klokkenspel. Het was in één woord prachtig!

De Apeldoornse schouwburg is in de zestiger jaren door de architecten Bijvoet en Holt ontworpen. In maart 1965 werd de schouwburg onder de naam "Orpheus" geopend. (De naam Orpheus is afkomstig uit de griekse mythologie, hij was een zanger die zo mooi kon zingen, dat iedereen in vervoering raakte.) Er was van meet af aan kritiek op de akoestiek van de grote zaal, het Gelders Orkest wilde er zelfs een tijd lang niet meer spelen, maar na diverse aanpassingen kwam ook aan die periode een eind, al bleef het een beetje aanmodderen met het gebouw.

Maar dat is nu allemaal verleden tijd. Begin jaren 2000 kreeg architect Herman Hertzberger opdracht om een ontwerp te maken voor diverse eigentijdse aanpassingen en een forse uitbreiding van het schouwburgcomplex met o.a. een nieuwe concertzaal.
De nieuwe concertzaal is sinds eind 2004 in gebruik, het is een prachtige zaal. De zaalakoestiek is voortreffelijk, dit mede door toedoen van het wereldbekende New Yorkse adviesbureau op dit gebied ARTEC Consultants. Alles werd uit de kast gehaald om deze keer akoestische problemen te voorkomen. En dat is gelukt, de zaalakoestiek is bovendien zo universeel dat deze geschikt is voor zowel klassieke concerten als musicals, balletten, opera's en cabaret.

Nogmaals, het was een prachtig concert vanmorgen in een prachtige ambiance, ik was er een poosje stil van!
Ergens in de volgende maand gaan we hier weer naar toe, maar dan naar cabaret, ook daar kan ik me nu al weer op verheugen.

maandag, november 06, 2006

Stadshart Almere



Woensdag 1 november j.l. een dagje Almere met Henk R, Jan Z. en Theo M. We zijn m.n. geïnteresseerd in de dynamische ontwikkeling van het Stadshart van Almere. Maar we houden het uiteraard wel gezellig, daarom beginnen we bij Theo thuis in Almere-Haven alvast met koffie en gebak.
Rond 11.00 uur hebben we de auto in één van de parkeergarage's staan, en gaan we de rest van de dag hoofdzakelijk te voet verder. We beginnen met het bestuderen van de maquette van het Stadshart in het informatiecentrum aan de Blekerstraat. Vervolgens bekijken en bediscusseren we in een rustig tempo de projecten 1:1. Veel van wat we op de maquette gezien hebben is al klaar, maar minstens nog zoveel projecten zijn nog in aanbouw, en dat zal nog wel een tijdje zo blijven ook.
Er is veel te zien, te veel om in dit bestek allemaal te beschrijven. Maar toch wil ik er hier een aantal noemen t.w.

Het appartementengebouw "Silverline" van Claus en Kaan architecten uit Almere;
"CASA CASLa" het Architectuurcentrum van architect La Noir et Courrian uit Bordeaux;
De voet- en fietsbrug "Olstgracht" van architect René van Zuuk uit Almere;
Casino/Bowlinggebouw "DooWorld" van architect William Alsop uit Londen;
Het appartementengebouw "The Wave" van architect René van Zuuk uit Almere;
Het malle en leegstaande houten hotel (een tot nu toe redelijk mislukt project) van architect William Alsop uit Londen, en van dezelfde architect "Muziekzaal Muzing"
Het prachtige aan het Weerwater gelegen transparante theater en kunstencentrum "De Kunstlinie" van architect Kazuyo Seijma (SANAA) uit Japan.

Nogmaals, het is maar een greep uit de projecten die we van buiten en deels ook van binnen hebben bekeken. Natuurlijk is niet alles wat is gerealiseerd of wat nog moet komen even fraai, maar dat maakt het geheel gek genoeg juist mooi en spannend. Het is een uitermate boeiend proces wat hier gaande is, een explosie van architectuur waarbij de neergekomen stukken als een amorf geheel samen het Stadshart van Almere vormen en blijven vormen.

De stedebouwkundige en ruimtelijke vormgeving van het stadshart is vrij uniek. (Masterplan Rem Koolhaas) Het bestaat in grote lijnen uit 3 van elkaar gescheiden lagen t.w. van beneden naar boven gezien a) verkeer en parkeren; b) winkelen en werken en c) wonen en recreëren.
De lagen zijn onderling met trappen en liften verbonden, en gecompleteerd middels grote vide's en doorzichten, waardoor je de éénheid van het geheel niet uit het oog verliest.
Boven V&D genieten we van een heerlijke lunch met een lekker glaasje wijn, alleen jammer dat het voor het dakterras net een beetje te fris was. Want je waant je daar boven met een beetje fantasie, in het golvend heuvellandschap en al dat gras min of meer in de Ardennen.

We bezoeken ook het al wat oudere museum "De Paviljoens" aan de Odeonstraat, maar daar waren ze net bezig een nieuwe tentoonstelling in te richten. Dus daar moeten we, nu het nog kan, maar gauw eens een keer terugkomen. Er gaan geruchten dat museum De Paviljoens door bezuiniging op termijn zal worden opgeheven.
Vervolgens hebben we in de nabije omgeving van Almere ook nog een stukje landschaps kunst bekeken van de in Berlijn wonende poolse architect Daniel Libeskind (o.a. ook bekend van architectuurprijsvraag Ground Zero in New York) t.w. Polderland Garden of Love and Fire (1992-1997)
En toen vonden we het zo langzamerhand welletjes, dus op naar de kroeg, borreltijd!

In een prima kroeg in Almere-Haven lieten we ons dan ook goed bedienen. We kregen er allemaal een rooie kop van, de hele dag buiten sjouwen in weer en wind eiste zijn tol. Na de borrel zijn we rustig naar restaurant Krab aan de Haven gewandeld. Dat is, aldus de eigenaar, hét visrestaurant van Almere. De zeetong was inderdaad heerlijk!
Bij Theo thuis nog even een afzakkertje genomen, en toen zat het mooie dagje Almere erop. Rond halftwaalf was ik weer thuis in Harderwijk.

dinsdag, oktober 17, 2006

Ruhrgebiet



Excursie Heerenleed 2006. Het Ruhrgebied, vrijdag 13/10 t/m zondag 15/10, vijf mannetjes met een gemeenschappelijke interesse voor architectuur en industriële vormgeving. Na eerst nog een kopje koffie bij Victor te hebben genuttigd, vertrokken we vrijdagochtend rond 10.00 uur uit Hilversum richting Duisburg.

Het weer zat mee en er waren geen files, dus wandelden we een kleine twee uur later rond in het binnenhavengebied van Duisburg, een gebied ontwikkeld en nog steeds in ontwikkeling naar een masterplan van Norman Foster. Het is een oud havengebied ingericht voor nieuwe bestemmingen op zowel cultureel gebied als wonen. Een gebied waaraan o.a. architecten als Schlaich & Partner (voetgangersbrug) ZVI Hecker (Joods gemeentecentrum) en Herzog & de Meuron (Museum Kuppersmuhle) een steentje aan hebben bijgedragen.

In Oberhausen hebben we vervolgens een bezoek gebracht aan de Gasometer van Man (1929) een voormalige gashouder met een hoogte van maar liefst 117,5 meter en een middellijn van 67,6 meter. Sinds de jaren 90 is de voormalige gashouder in gebruik als theater en expositieruimte. Het plafond op ca. 100 meter hoogte lijkt op een sterrenhemel bij heldere nacht. Het lichtplan is ontworpen door de Berlijnse kunstenares Christina Kubisch, bekend door haar pionierswerk in elektronische licht- en geluidsprojecten. De combinatie van licht en geluid in de enorme ruimte doet je in een andere wereld wanen.
Middels een grote glazen lift in de ruimte kun je verder ook nog naar platforms op het dak voor een fenomenaal uitzicht op de omgeving.

En dan Essen, na eerst te hebben ingecheckt in Hotel Jung, zijn we vervolgens naar het gigantische al in de 19e eeuw opgerichte mijnencomplex Zeche Zollverein gereden.
De voormalige kolenmijn welke in Bauhausstijl is gebouwd, gold indertijd als één van de mooiste en modernste mijnen.
Momenteel vinden er op het terrein op m.n. cultureel gebied allerlei aktiviteiten plaats, het is een boeiend en dynamisch gebied.
In 1986 is de Zeche Zollverein tot monument verklaard en in 2001 door UNESCO op de werelderfgoedlijst geplaatst. Sinds die tijd is het terrein in ontwikkeling naar een masterplan van Rem Koolhaas (OMA)
Er is zo veel te doen en te bezichtigen op het terrein, dat het teveel is om op te noemen. Ik ga beslist nog eens een keer terug. Voor het vertrek naar ons hotel, hebben we in het op het terrein gelegen Casino Zollverein deze eerste excursiedag met een heerlijke maaltijd passend afgesloten.

De tweede dag beginnen we waar we de eerste dag geëindigd waren t.w. Zeche Zollverein. Voordat we het Design museum gaan bezoeken, maken we eerst nog een fikse wandeling over het terrein, m.n. de wandeling langs de z.g. Kokerei vinden we indrukwekkend. Om 11.00 uur kunnen we terecht in het Design museum van Norman Foster. De expositie van moderne industriële vormgeving en kunst in het oude, hier en daar aangepaste voormalige ketelhuis, is een belevenis apart, een bijzonder spanningsveld tussen de oude en de nieuwe wereld.
Na dit alles gezien te hebben rijden we naar Neuss, naar Insel Hombroich, een landschappark waarin natuur, kunst en architectuur samen op trekken, ze hebben een gelijke waarde in de filosofie van Insel Hombroich. Er is veel beeldende kunst te zien, en er staan diverse paviljoens van architect Erwin Heerich vol archeologische voorwerpen en moderne kunst. We lunchen midden in het park in Café Hombroich, waarna we naar het nabij gelegen Raketenstation (oude Navo-raketbasis) rijden, dat sinds midden jaren negentig ook bij het landschappark behoord. We bezoeken daar het museum voor o.a. moderne westerse kunst, een mooi gebouw ontworpen door de japanse architect Tadao Ando.
Vervolgens rijden we naar Keulen waar we ons inchecken in Hotel Amsterdam aan de Ursulastrasse. Daarna wandelen we naar Brauerei Paeffgen, een zeer druk en bekend eetcafe in Keulen. Ik eet daar zeer duits n.l. een grote gekookte varkenspoot met een pot bier, best wel lekker maar ik kreeg het niet allemaal op. We wandelen daarna nog wat rond en nemen nog een biertje. En dan is het weer bedtijd voor de heren.

Zondag de derde dag, voordat we uit ons hotel vertrekken genieten we uiteraard eerst nog van een goed ontbijt. Na bezichtiging van diverse projecten in de stad van o.a. de architecten OMA, Gaterman & Schossig, Oswald Matthias Ungers en Renzo Piano, vertrekken we richting Dusseldorf.
We wilden lunchen in de 234 meter hoge Rheinturm, maar toen we eenmaal boven waren leek ons dat bij nader inzien toch geen goed idee, duur en geen goede sfeer, dus zijn we, eenmaal weer beneden, maar naar een eettent op het schiereiland in de Mediahaven gewandeld. Ook hier is op het gebied van moderne architectuur het één en ander te zien. Architecten als o.a. Steven Holl, Frank O. Gehry, David Chipperfield, William Alsdorp, Ingenhoven, Overdieck & Partner hebben hier aardig hun best gedaan. Na nog een kort bezoek aan het Neanderthal museum in Mettmann (Gunter Zamp Kelp, Julius Krauss 1997) rijden we weer huiswaarts. In Hilversum eten we nog een gezamenlijke maaltijd in Boeddha, een prima oosters restaurant, en dan is het echt afgelopen en nemen we afscheid van elkaar. Rond half elf zit ik thuis in H'wijk nog even na te genieten van een mooi, inspirerend, maar ook vermoeiend lang weekend in het Ruhrgebiet.

woensdag, oktober 04, 2006

de afsluiter



Afgelopen weekend zijn we met z'n vieren t.w. Hans, Jan, Jos en ik naar Hindeloopen gezeild. De zaterdag was nog haast zomers te noemen, lekker temperatuurtje en tot aan Stavoren een prima zeilwindje, daarna kakte het in en moest voor het laatste eindje de motor worden bijgezet.

In de Hylperhaven van Hindeloopen was het gezellig en vol, toch kregen we van havenmeester Hoekstra nog een ligplaats aangewezen, enwel aan stuurboordzijde direct na de ingang van de havenkom en als laatste aan de steiger.
Een mooi plekje, je kan alles en iedereen zien in- en uitvaren, van zowel de Marina als de Hylperhaven. Hans vroeg zich nog even af, of we daar wel veilig lagen, volgens hem lagen we een beetje in de vaarweg. Maar ik heb hem geloof ik in dit opzicht wel gerust kunnen stellen.

Er was van alles te doen in de haven. Demonstraties van de KNRM met oude en eigentijdse reddingsvaartuigen, op de kade traden diverse havenkoren op, en buiten de haven hadden ze ook nog eens zeilwedstrijden georganiseerd. Al borrelend en smikkelend zaten we in de kuip van dit alles te genieten.

Aan het begin van de avond hebben we ons in cafe De Brabander een tijdje bezig gehouden met het biljart. Geen van allen waren we hierin erg succesvol, maar leuk was het wel. Uiteindelijk moesten we het allemaal afleggen tegen Jos, hij was onbetwist de beste. En toen was het half acht, en moesten we nog een hapje eten.
Alles vol natuurlijk, we hadden niets besproken. Maar na een poosje wachten en nog eens een wandeling door Hindeloopen, konden we dan toch nog aanschuiven in de Hinde, waar we ons de rest van de avond in een prima sfeer hebben bezig gehouden, met al het lekkers wat we kregen voorgeschoteld.

Zondag diende de herfst zich aan, het weer was totaal omgeslagen. Er stond een stevige wind uit de richting waar wij naar toe moesten, en het was bewolkt. Persoonlijk vind ik ook dit z'n bekoring hebben, maar de meningen hierover zijn doorgaans verdeeld. Rond half elf voeren we de haven uit, onder gereefd zeil bij een aandewindse koers ging het eerst richting overkant. Aan de overkant in de buurt van Oude Zeug zijn we pas overstag gegaan. Op het andere oor ging het vervolgens richting Urk en uiteraard Lelystad. Onderweg trok de wind in buien aan tot ca. 6 Bf, waardoor Jos het in de steile golfslag deze keer tegen ons moest afleggen.

Maar eenmaal in de haven was het leed geleden. De paëlla die ik had klaargemaakt ging er in als koek. Alleen de kip die er in zat werd door Hans niet zo geapprecieerd, dus kregen we om de beurt een stukje kip van hem. En na nog een toetje en een laatste glas wijn te hebben genuttigd zat het weekend erop. Maar voor mij zat niet alleen het weekend erop, maar ook het vaarseizoen voor dit jaar, veel te vroeg natuurlijk, maar het is niet anders. Dinsdag 24 oktober a.s. gaat de Swing na 2 jaar in het water te hebben gelegen, voor 4 max. 5 maanden op het droge. In de paar weken die voor mij nog resten in oktober, heb ik allemaal andere verplichtingen, dus van varen zal het niet meer komen. Daarom kunnen we het afgelopen weekend met recht als de afsluiter betitelen. Triest, maar nogmaals het is niet anders, bovendien is de Swing aan een grondige uitwendige opknapbeurt toe.

dinsdag, september 26, 2006

vloeistofdia's



Onlangs zag ik op zolder m'n oude, met verf en andere rotzooi besmeurde diaprojector liggen, en ineens was ik even terug in de tijd.

Feesten, eind jaren zestig, begin jaren zeventig. We organiseerden ze in ons huis vrij regelmatig, ook als er eigenlijk niets te vieren viel bouwden we soms feestjes. Met de uitgebreide vrienden en kennissen kring die we toendertijd hadden, was het altijd volle bak op zo'n avond, en bovendien waren er doorgaans ook een behoorlijk aantal familieleden van de partij.

In de voorbereiding op zo'n feestje, hing ik dan vaak een groot wit laken met de onderkant op ongeveer ooghoogte vlak aan de muur, of soms voor de speciale effecten ook wel in een hoek. Op één van de hoogste treden van de grote open ronde trap in het huis, op een afstand van 6 à 7 meter vanaf het laken werd vervolgens de diaprojector opgesteld. Op een trede boven de projector werden daarna alle benodigde ingrediënten klaar gezet, zoals losse diaglaasjes, flesjes ecoline, oostindische inkt, velpon, afwasmiddel, olie en niet te vergeten de met ether gevulde injectiespuit.
Het voorraad flesje ether zette ik altijd zorgvuldig buiten beeld van iedereen. Verder werden wierookstokjes klaar gezet door het hele huis, en zocht ik alvast de muziek bij elkaar.

Zo rond 10 uur s'avonds, laat komen was erg in, kwamen de eerste gasten binnen druppelen, in een huis wat dan al bol stond van lichteffecten en wierookgeurtjes. Het had in combinatie met de muziek die ik had opgezet, bij de meeste gasten gelijk al een hallucinerend effect, en dat terwijl er nog niemand had gerookt of gedronken! Maar daar werd meestal gauw wat aan gedaan, zodat de gewenste stemming er doorgaans snel inzat.

Vloeistofdia's, ik vond het destijds een fascinerende bezigheid. Het ging als volgt: Je nam twee schone blanke diaglaasjes, op één van de glaasjes bracht je ecoline, olie, afwasmiddel of een combinatie daarvan aan. Vervolgens spoot je met de injectiespuit wat ether op de aangebrachte vloeistof(fen), waarna bliksemsnel het tweede glaasje op het geheel werd gedrukt. Daarna werd de hele handel snel voor de hete lamp in de diaprojector geschoven. De door de hitte uitzettende en vervliegende ether in de aangebrachte vloeistof(fen), gaf de meest kleurige en bijzondere objecten te zien op het doek, die soms met een beetje fantasie meebewogen op de cadans van de muziek.

De bewegende beelden en de muziek van de Rolling Stones, de Doors, de Who of de Beatles in combinatie met het gebruik van de nodige spiritualiën en/of stuff, zorgde later op de avond doorgaans voor een overweldigende sfeer, waarbij veel en intens werd gedanst. Maar vroeg of laat kwam het moment, dat ik ook één of meerdere feestgangers op de trap aantrof achter de projector, en net als ik natuurlijk niet altijd meer al te helder, maar ze wilden ook wel eens wat proberen met die dia's. Dan was het voor mij uitkijken geblazen, want dat er achteraf gezien nog nooit brand is uitgebroken is een godswonder. Ether is een uiterst brandbaar goedje, maar desalniettemin werden de vloeistofdia's met een sigaret of een ander brandend attribuut in het aangeschoten hoofd geproduceerd! Om brokken te voorkomen, zette ik daarom na een paar probeersels van die gasten de projector maar snel buiten beeld.
Het feestje had z'n vorm toch allang gevonden, bovendien de muziek stampte wel door, en er bleef altijd wel een groepje die-hards dansen, drinken, roken, ouwehoeren en doorzakken tot in de vroege ochtenduurtjes.

dinsdag, september 12, 2006

New York



Gisteren 11 september was het 5 jaar geleden dat er vliegtuigen in de 2 torens van het World Trade Center vlogen. Het feit werd wereldwijd herdacht, alle gebeurtenissen van die dag kwamen weer even scherp op het netvlies. Het moment van toen ik het op de radio hoorde staat me nog glashelder voor de geest. Ik had een paar weken daarvoor een mooie opdracht gekregen voor een groot studioproject in Lelystad, en had me juist voorgenomen eens flink met het ontwerp aan de gang te gaan. Maar van werken is het die dag niet meer gekomen, het grootste gedeelte van de dag heb ik samen met Joke en Christa voor de tv doorgebracht.
De instorttende torens bezorgden me een onbeschrijfelijk gevoel, een gevoel van apathie maar ook van woede, wie en wat zit hier achter, wie doet zo iets.

Toen wij in het vroege voorjaar van 1992 Christa en Brend opzochten in Amerika, woonden ze in Stratford, een klein plaatsje in New Jersey en in de buurt van Medford, een vliegveldje op ca. 150 km van New York. Christa liep voor haar opleiding stage bij een bedrijf in Philadelphia, en Brend vloog voor zijn opleiding rond in de regio New Jersey en omstreken.
Op een mooie namiddag hebben we een vliegtuigje gehuurd, een Piper Warrior II van Northeast Aviation, om met z,n viertjes van Medford naar New York te vliegen. Brend aan de stuurknuppel, ik er naast en Christa en Joke op de achterbank. Eenmaal in de lucht werd na een grote bocht te hebben genomen, koers gezet richting New York. Een mooi landschap met een prachtig meanderende Delaware River gleed vredig onder ons door.
Onderweg, ergens in de buurt van Trenton, op een stille landingsstrip moesten we een min of meer noodgedwongen tussenlanding maken. De deur aan mijn kant sloot niet goed af waardoor het tochtte en floot als een gek in de cockpit. De deur moest daarom even flink hard dicht getrokken worden, en zoiets doe je natuurlijk niet in de lucht.

Na een klein uurtje vliegen doemde New York aan de horizon op. Vanuit het zuidoosten vliegend over de prachtige Verrazano Narrows Bridge en de Hudson River naderden we Manhattan. De ondergaande zon zette de glazen gevels van de gebouwen op Manhattan in een gouden gloed. Vliegend langs de Twin Towers van het WTC, zagen we de schaduw van ons eigen vliegtuigje ergens halverwege de hoogte in de enorme gevels weerspiegeld. Prachtig!
Even verder, met een grote boog over de Hudson River vliegend, begonnen we aan onze terugtocht naar Medford. Gevangen in de laatste zonnestralen van de dag, gleed het Vrijheidsbeeld op Liberty Island aan rechterzijde onder ons door. Even verderop werd de avondsfeer luister bijgezet door steeds meer lichtjes, die onder ons verschenen in het donker wordende landschap.

Een klein weekje later hebben Christa, Joke en ik de de tocht naar New York, nu vanuit Stratford per auto herhaald. Vanuit ons Hotel Days Inn in New York City 440 West 57th street was alles in Manhattan in principe op loopafstand, maar de metro is er natuurlijk niet voor niets en wel zo gemakkelijk.
Toen ik boven op één van Twin Towers stond, zag ik een klein 4 persoons vliegtuigje over de Hudson River onder ons langs vliegen. Een klein weekje eerder vlogen wij daar ook zo, alleen wij vlogen in de prachtige sfeer van de ondergaande zon, nu was het midden op de dag, toch weer anders.
Natuurlijk hebben we ook op het Empire State Building gestaan, en op nog veel meer plekken in New York die er toe doen. Om er maar een paar te noemen, Museum of Modern Art, Carnegie Hall, Wall Street, Central Park, Guggenheim Museum, al stonden we bij de laatste jammer genoeg wel voor een gesloten deur vanwege verbouwingswerkzaamheden.
New York heb ik ervaren als een verfrissende stad met een overweldigende dynamiek. Een vitaliteit die overslaat en in je gaat zitten, je voelt je jonger en senang! Klinkt een beetje euforisch misschien, maar het was ook een déjà vu, van meer grote steden die ik heb bezocht ken ik dat gevoel. Ook in Amsterdam, een stad die ik zo langzamerhand goed heb leren kennen, ervaar ik deze gevoelens nog regelmatig. Een merkwaardig maar prachtig fenomeen eigenlijk, plekken die je helemaal niet kent of in ieder geval niet goed kent, dat die je toch zo'n goed gevoel kunnen geven.

Op de tv hoorde ik van Twan Huys dat New York, 5 jaar na de aanslag waarbij ongeveer 3000 mensen een plotselinge en bizarre dood vonden door de instorttende Twin Towers, er ondanks het nog steeds aanwezige litteken Ground Zero weer aardig bovenop is. Alles bruist weer van levenslust en toekomstverwachting. Ik geloof hem op z'n woord!

maandag, september 04, 2006

Wapenveld



Wapenveld, vanuit Wezep gezien het dorp aan de andere kant van de Filipsberg, was voor mij vanaf de tijd dat ik me als kind iets kan herinneren, zeg maar zo net na de oorlog, tot aan het begin van m'n pubertijd rond 1956 de tweede woonplaats. Ik was er vaak en graag, en heb er fijne herinneringen aan. Het was altijd gezellig met die jonge broers en zussen van mijn moeder in dat grote huis aan de Klapperdijk. Mijn jongste tante was net 8 jaar ouder dan ik, met haar ging ik als klein jongetje vaak dennenappels zoeken in het bos, die namen we dan in een grote jute zak mee naar huis. Daar werd dan s'ochtends het fornuis mee aangemaakt. In het schemerige bos vond ik het spannend maar ook wel griezelig, en mijn tante vond het ook griezelig. Achteraf denk ik dat ze vooral bang werd van haar eigen enge fantasie verhalen die ze daar in dat bos als 13 of 14 jarig meisje aan mij vertelde.

Ook hadden ze daar kippen, varkens, koeien en een paard in ouderwetse, maar zoals we dat nu noemen diervriendelijke stallen, vaak hielp ik mee om ze te voederen of te verzorgen, en eieren uit het hok te halen voor het ontbijt.
Als vijf of zesjarig jongetje kan ik mij van één keer herinneren dat oma een keer kwaad op me was, en daar was ik behoorlijk van onder de indruk, want ze was anders altijd zo lief. Ik had tijdens het eieren halen een zwaluwnest in het kippenhok vrij grondig beschadigd uit pure nieuwsgierigheid. Zelf had ze me een paar dagen eerder op het nest gewezen, en mij van alles en nog wat over de zwaluwen verteld.
Er stond ook een echte hooiberg op het erf waar ik vaak met vriendjes uit de buurt in klom. Water dronken we uit de pomp die buiten op de stoep stond.
Met paard en wagen bracht mijn opa dagelijks zijn waar naar de klanten in het dorp, hij was melkboer. Soms mocht ik mee met hem, samen op de bok.
Ik kan me daar op de bok zo vlak achter het paard, min of meer zittend tussen de levensmiddelen als melk, kaas en boter nog goed herinneren hoe fascinerend ik het vond, dat het paard vlak voor m'n neus z'n staart optilde en zijn enorme behoefte op straat deponeerde, wat een belevenis!
Een normaal straatgebeuren in die tijd, maar kom daar nu met de dictatuur van de huidige regelgeving, warenwet en maximale houdbaarheidsdatum maar eens mee.

Een paar jaar later, toen m'n opa een beroerte had gehad en min of meer invalide aan de stoel gekluistert was, nam m'n oom die net terug was uit Indonesië de zaak over. Het paard werd verkocht en vervangen door een eigentijdse Bedford bestelwagen. En zo vaak als ik wilde mocht ik met hem meerijden naar de melkfabriek in Heerde of naar de klanten om te helpen. Onderweg vertelde mijn oom dan vaak boeiende verhalen over Indonesië, hij had daar ruim 3 jaar als militair gezeten.

En dan was er het water. Oma en opa woonden vlak bij de Manenbergerbrug over het Apeldoorns Kanaal. Er voeren in die tijd nog schepen door. Als ik dan het getoeter van een schip hoorde rende ik naar de brug, en was ik er soms nog sneller dan de brugwachter die er vlak naast woonde. Op mijn fietsje volgde ik soms de schepen naar de Flessenbergerbrug of andersom naar de Kloosterbrug of zelfs tot aan de sluis bij Hattem, waar de schippers soms een praatje met je maakten.
In de Evergunne, een destijds glasheldere beek die uitkwam in de Zwartekolk heb ik leren zwemmen. Ook ging ik samen met de buurjongetjes van oma en opa vaak vissen in de Zwartekolk, of bij het gemaal in de Wetering een eindje verderop. Soms vingen we wat, maar vaker niets, terwijl we de vissen toch gewoon zagen zwemmen.

Op het schoolplein tegenover het huis van m'n opa en oma deden we vaak wedstrijden op de step. Later fietste ik ook vaak naar m'n tantes, eentje woonde in een boerderij op de Wolbert, de andere woonde in een houten huisje in de buurt van het Kloosterbos. Het was een mooie tijd.
Toen mijn opa stierf in 1956, maakte ik mijn eerste begrafenis in mijn leven mee. Een hele stoet mensen lopend vanaf de Klapperdijk tot aan de begraafplaats, achter de lijkwagen aan die werd getrokken door 2 paarden onder een zwart gewaad en met zwarte pluimen en oogkleppen op. Voor een jongen van nog net 12 jaar een indrukwekkend maar naargeestig gebeuren.

Zo ongeveer vanaf die tijd begon ik Wapenveld geleidelijk aan anders te beleven. Op oma en één oom na was inmiddels ook iedereen uit het oude huis vertrokken, en vond ik het er minder gezellig. Geleidelijk aan kwam ik minder vaak in Wapenveld. Ik kreeg het natuurlijk ook drukker, de lagere schooltijd zat erop en ik begon meer en meer een eigen leven te ontwikkelen, en met vrienden op te trekken in Wezep.
Toen ik een jaar of zestien, zeventien was had ik een hardloop periode. Ik liep toen regelmatig in één ruk van Wezep door het bos over de Filipsberg naar Wapenveld. Dronk bij oma een heerlijk glas karnemelk met suiker, maakte even een praatje en holde vervolgens weer terug. Van een sportcarrière op dat gebied is het overigens nooit gekomen.

In 1963 toen ik Joke leerde kennen, zijn we een keer op een zondag naar Wapenveld gefietst, naar oma die toen nog in het oude huis aan de Klapperdijk woonde. Ze viel met haar neus in de boter, om de één of andere reden waren de meeste ooms en tantes waar ik haar wel over verteld had toevallig aanwezig. Ik ervoer zowaar weer iets van de oude sfeer in dat huis.

Dit waren enkele fragmenten van herinneringen uit mijn jeugd in Wapenveld. Hiertoe geïnspireerd door een onlangs gehouden familiereûnie van moederszijde .

vrijdag, september 01, 2006

Julianatoren




Gisteren kwam ik net na het middaguur thuis van een werkbespreking in Hilversum. Onderweg naar huis had ik in mijn hoofd de planning voor de rest van de dag gemaakt, eerst dit dan dat, en dan loopt het wel weer zo'n beetje tegen zessen, en is het weer mooi geweest.
Maar het liep, zoals vaak de laatste tijd weer eens totaal anders. Bij de voordeur kwam ik Mink al tegen, of ik ook zin had om mee naar de Indianatoren te gaan. Hij bedoelde de Julianatoren in Apeldoorn, Thijs en Evert jr. waren al onderweg op de fiets, Joke en Mink stonden op het punt hen in de auto te volgen.
Mijn eerste reactie was natuurlijk negatief, ik ga niet mee, ik heb hier absoluut geen zin in. Houd het dan nooit eens op, hoe lang duren die schoolvakanties eigenlijk nog? Ik wil zo langzamerhand wel eens weer lekker en ongestoord aan het werk!
Maar naast Mink met z'n grote ogen oefende ook Joke enige druk op mij uit, zij het wel zeer subtiel. Ze zei namelijk niets, maar ze keek mij wel aan alsof ze wilde zeggen, doe het maar, ik begrijp je wel maar ze zijn er nu nog, en volgende week zijn de schoolvakanties echt overal afgelopen en kan je er weer in alle rust tegenaan.

Om een lang verhaal kort te maken, een uurtje later liep ik rond op het pretpark in Apeldoorn. Met totaal verkeerde kleren aan voor die gelegenheid, want ik had me niet omgekleed. Wat een joligheid!
Het begon gelijk goed, vrij snel na de entree kan je een z.g. Dino toer maken. En voordat we er erg in hadden, zaten Thijs en Mink al in zo'n autootje die dan over een rail door het prehistorische landschap rijd, met dino's en neanderthalers met knotsen en speren. Nou wij er dus ook maar achter aan, drie volwassen mensen in zo'n klein karretje gepropt, Joke en ik voorin en Evert jr. achterin, allemaal met opgetrokken knietjes, Thijs en Mink waren inmiddels in het karretje voorons al in geen velden of wegen meer te zien. Die kwamen ons onderweg op het cirquit tegemoet rijden in hun karretje. Dat was lachen natuurlijk, een hilarisch gebeuren.

Het Reuzenrad was ook leuk, mooi uitzicht als je boven in zit. De grote schommel of de Super Achtbaan ook zoiets, je moet het een keer gedaan hebben. Het was voor mij een vreemde middag zo ineens, wel leuk maar toch liep ik rond met een dubbelgevoel. Toen ik daarover klaagde, kreeg ik als antwoordt dat ik een beetje flexibel moet zijn. En dat is natuurlijk zo!
Uiteraard hebben we ook weer enkele versnaperingen genuttigd op het park, daar kom je met kinderen toch moeilijk onderuit, alhoewel we er zelf natuurlijk ook wel wat van kunnen. Rond half vijf vonden we het welletjes, Evert jr. stapte weer op de fiets om weer 35 km weg te peddelen, en Thijs ging deze keer met ons mee in de auto, de fiets achterin.
Om mijn gemoedsrust enigszins te sussen, heb ik s'avonds toch nog maar wat werk verricht.