woensdag, september 26, 2007

Yogyakarta



Centraal op Java, het dichtstbevolkte eiland van de archipel (ca. 120 miljoen inwoners) en daarmee het politiek, economisch en cultureel centrum van Indonesië ligt de stad Yokyakarta, studentenstad en bakermat van de eeuwenoude Javaanse cultuur. Het zou voorlopig even onze laatste bestemming zijn van de reis in die contreien. De vlucht met een toestel van Garuda Indonesia van Lombok naar Yokyakarta verliep enigszins onrustig, luchtzakken met bijbehorend gestuiter en als toetje een vrij harde landing. Het zij zo, toen we eenmaal weer vaste grond onder de voeten hadden, was alles snel vergeten.

Ik vond Yogyakarta een prettige stad, ondanks de enigszins dorpse uitstraling die het had zodra je je iets buiten de grote verkeersaders begaf. We hebben in Yogyakarta het z.g. waterpaleis bezocht, onderdeel van het veel grotere Kraton, het sultanspaleis. Het ommuurde Kraton is eigenlijk een stad binnen de stad, de mensen die er wonen (ca. 30000) werken allemaal voor het paleis. Yogyakarta is ook een batik en zilverstad. Het schijnt dat de batikkunst zich nergens ter wereld hoger heeft ontwikkeld dan daar, en het is toonaangevend in de hedendaagse kunst uit Indonesië. En dan het Yogya Silver, ook zo bekend. Op ca. 5 km ten zuidoosten van Yogyakarta ligt Kota Gede, het zilverstadje bij uitstek, het barst er van de zilverwinkeltjes en ateliers, veelal familiebedrijfjes. Zowel op het gebied van de batikkunst als op de zilverkunst kijk je je ogen uit. Het is allemaal van een totaal andere orde dan je gewend bent. We konden het dan ook niet laten om van het één en ander wat te kopen.

Op ca. een uurtje rijden ten noordwesten van Yogyakarta ligt de Borobudur (gebouwd rond ca. 700 na Christus) de tempel waarop meer dan 500 boeddhabeelden staan, en bijna alle stenen zijn voorzien van indrukwekkende reliëfs. Het was een hele klim naar boven toe, je begint op het niveau dat de Wereld van Verlangen symboliseert om vervolgens verder te gaan via de Sfeer van Vorm naar het hoogste niveau de Sfeer van Vormloosheid, volgens Boeddha heb je dan ook de ultieme bevrijding bereikt.

Verder hebben we ook het Prambanan complex (gebouwd rond 850 na Christus) bezocht ca. 17 km ten oosten van Yogyakarta in de vlakte van Prambanan. Het is het grootste hindutempelcomplex in Indonesië. Van de oorspronkelijke 244 tempels zijn er tot op heden slechts 3 gerestaureerd, de overigen liggen grotendeels nog in puin. Het zijn tempels voor de hindoe drievoud t.w. Brahma, Shiva en Vishnu. Er zijn allerlei versieringen op de tempel aangebracht zoals beelden van menselijke en bovenmenselijke wezens, dieren, vogels, bladeren en fruit uit de verhalen van het Ramayana-epos dat is gebaseerd op de verhalen tussen het goede en het kwade uit het oude Hindu-epos.

Java, en dan in het bijzonder de omgeving van Yogyakarta is zeer rijk aan cultureel erfgoed, tempels, paleizen, musea en allerlei kunstvormen. We hebben daar veel gezien van alles, teveel om verder op te noemen. Het is een prachtig oord waar we eigenlijk veel tekort zijn geweest, maar wie weet! Hoog in de lucht opweg naar Singapore was de rokende Merapi het laatste wat we voorlopig van Java zagen.

maandag, september 24, 2007

Blocksyl



Eenmaal per jaar gaan de mannetjes C, J, A en ik een weekendje zeilen, maar bij weinig wind motorren we, want van drijven houden we niet. Zaterdagochtend, de Dekohaven in Lelystad, weinig of geen wind, en de berichten waren van dien aard dat dat voorlopig zo zou blijven ook. Dus namen we gelijk maar het besluit een rondje NW Overijssel te doen, een voor Swing en bemanning praktisch gegarandeerde motorroute. Vanuit Lelystad via Ketelmeer, Ramspol, Zwartemeer en Vollenhove naar Blokzijl, daar eten en overnachten. Dan de andere dag in Blokzijl door de sluis via het Vollenhovermeer, Giethoornsemeer, Beulakkerwijde en Zwartsluis terug naar het Ketelmeer en Lelystad. Een mooi rondje door een prachtig natuurgebied.

Blocksyl ofwel het huidige Blokzijl, is een stadje in de kop van Overijssel dat vroeger aan de Zuiderzee lag. Blokzijl dat in 1672 stadsrechten kreeg, heeft een rijk verleden. Er werd door het havenstadje veel handel gedreven met grote steden in het westen van Nederland. De bouwstijl van een aantal oude woningen rond de havenkom van Blokzijl doet je daaraan nog herinneren, het heeft veel weg van de stijl die je bijvoorbeeld ook langs de Amsterdamse grachten aantreft. Volgens mij zijn er niet veel plaatsen in Nederland die zo'n mooie besloten havenkom hebben als Blokzijl. Bij zware storm kan de kom ook nu nog volledig worden afgesloten, aan de zuidzijde middels zware houten deuren, en aan de noordzijde middels een sluis.

"Kaatje bij de Sluis" hebben we maar niet gedaan, maar bij café restaurant Van Ens aan de havenkom kun je voor minder geld ook lekker eten. Mevrouw Van Ens zwaait daar in de gedegen en traditionele keuken zelf nog de scepter. Na het eten hebben we het niet al te laat meer gemaakt, nog even hebben we in de kuip zitten ouwehoeren, maar de fut was er snel uit, ik geloof dat we rond half twaalf al op één oor lagen. De zondagochtend was prachtig, alles ademde rust en verstilling in de havenkom, een sfeer waar ik bijzonder van hou, althans in de meeste gevallen. Het heeft ook met de herfst te maken, die volgens mij al vroeg is ingetreden dit jaar, de bomen rond de havenkom hadden al heel veel blad verloren. Maar toen de mannetjes allemaal uit de veren waren, was het gedaan met de rust. We moesten weer verder, eerst nog even de sluis doen, en toen ging het rustig motorrend richting Giethoornsemeer en verder. Zoals reeds gezegd, een bijzonder mooie natuur. Zilverreigers, Nijlganzen, Kiekendieven noem maar op. Op een bepaald moment zagen we boven ons hoofd vier baltsende buizerds cirkelen, hoog boven elkaar vliegend lieten de vogels zich om de beurt als een steen in de richting van de onder hen vliegende vogel vallen. Het is allesbehalve als aanval bedoeld heb ik begrepen, maar het lijkt er veel op. Pas op het laatste moment remmen ze af en ontwijken ze elkaar nipt, een prachtig gezicht.

Eenmaal weer op het Ketelmeer was het zaak om de brug van vier uur te halen, anders kan je wachten tot half zeven, en daar hadden we geen zin in. Maar we hebben de brug gehaald, dus geen probleem. Op het IJsselmeer stond een lekker briesje uit zuid westelijke richting, goed voor toch nog een paar uurtjes zeilen dit weekend. Al laverend ging het richting Dekohaven waar we rond half zeven afmeerden. Nog een bordje macaroni en een drankje, en toen zat ook dit mannetjes(zeil)weekend er weer op, tijd om afscheid te nemen. Drie mannetjes werden door zus G opgehaald, en ik reed rond een uur of acht in mijn eigen auto naar huis.

vrijdag, september 21, 2007

absolute leeftijd



Onlangs is het lichaam van Harry Mulisch 80 jaar geworden. Mulisch kreeg door dit feit alle aandacht van de media die hij verdiende. Maar Mulisch is volgens zijn eigen zeggen niet ouder dan 17 jaar. Volgens Mulisch behoud de mens zijn leven lang één bepaalde leeftijd, volgens welke hij of zij zich naar geestesgesteldheid z'n leven lang blijft gedragen. Hij noemt dat de absolute leeftijd of ook wel de leeftijd van de ziel!

Het zet je wel aan het denken. Er zijn veel mensen die deze mening met Mulisch delen, waaronder de bekende journalist H.J.A. Hofland. Hofland zegt dat het ongeacht de toenemende levenservaring, de leeftijd is van waarneming en werklust. "Derjenige ist glûcklich der etwas vom Kinde gerettet hat", zei Goethe. Dat is de kern van de absolute leeftijd, volgens Hofland.

Iets wat mij altijd is bijgebleven, is de keer dat ik bij mijn oma van ruim 90 jaar aan bed stond, en ze tegen mij zei dat ze eigenlijk nog net zo dacht en voelde als toen ze 18 jaar was. Alleen dat lichaam he, dat wil niet meer, dat begint mij in de steek te laten.

Zelf ben ik door het opnieuw opgerakelde begrip van Mulisch, ineens ook aardig geïnteresseerd in mijn eigen absolute leeftijd. Het is een interessante bezigheid. Het verschaft je volgens mij enig inzicht in de diepere beweegredenen van je eigen doen en laten. Ik ben er trouwens voor mijzelf nog niet over uit, maar ik denk dat het wel ergens rond mijn 20e jaar zal liggen. Het is moeilijk te bepalen, het is aan hevige schommelingen onderhevig, hoe moet je dat eigenlijk doen. Welke criteria moet je handteren. Geestelijk benader ik de dingen in mijn belevingswereld volgens mij nog altijd als toen ik 20 was. Het maakt niet uit of ik nou iets aan het maken ben, of iets aan het bedenken. Mijn geest is dus in 45 jaar niet ouder geworden zou je kunnen zeggen. Maar toch denk ik ook dat de geest wel degelijk wordt beïnvloed door levenservaringen die je opdoet, en dat de geest daar gelijdelijk aan toch ouder door wordt. Bovendien zal net als met de schommelingen in mijn huidige persoonlijklijke belevingswereld, ook de absolute leeftijd wel aan schommelingen onderhevig blijven.

Het lijkt mij leuk om twee keer per jaar mijn verjaardag te vieren, één keer voor mijn lichamelijke leeftijd en één keer voor mijn geestelijke leeftijd. Want als er wat te vieren valt in dit leven ben ik nog net als toen ik 20 was graag van de partij!

Ik las ergens dat Harry Mulisch z'n hele leven nog nooit iets gedaan heeft waar hij geen zin in had. Dat is mooi, het zou best eens kunnen zijn dat dit één van de criteria is, waardoor een absolute leeftijd zich wat beter laat bepalen.

maandag, september 17, 2007

tinnen figuurtjes



Gistermiddag waren we in het nationaal tinnen figuren museum. Een uniek museumpje in Nederland dat sinds 1985 is gehuisvest in het voormalige stadhuis aan de Markt in Ommen.

In het museum zijn z.g. Hilpertfiguren te zien uit ca. 1750, series met apen, met winterpret en ruiters, Hilpert scheen één van de eerste commerciële tingieters te zijn van figuren. Het was allemaal eigenlijk voor kinderen bedoeld, die konden zo met de figuurtjes allerlei taferelen naspelen. Bijvoorbeeld oorlogstaferelen waren in die tijd aan de orde van de dag. Zo werden er aan het eind van de 19e eeuw in diverse tinnen figuren werkplaatsen vele tientallen miljoenen tinnen soldaatjes per jaar gemaakt. De mensen spraken daarom niet meer van tinnen figuren maar van tinnen soldaatjes!

Liefhebbers begonnen pas goed na de eerste wereldoorlog met het maken van figuren die veelal geschiedenis tot onderwerp hadden. Deze cultuurhistorische tinnen figuren werden ook veel mooier gemaakt dan de vroegere tinnen figuren. De commerciële tingieters moesten winst maken dus was tijd belangrijk, maar voor de liefhebber lag dat anders en was tijd totaal niet belangrijk. Met liefde en aandacht werden vele z.g. diorama's met cultuurhistorische taferelen gemaakt. In het museum in Ommen staan bijvoorbeeld allerlei prachtige diorama's opgesteld die scènes weergeven uit de oudheid van ene dr. W.G.L. Wieringa, een wiskunde leraar uit Haarlem. Een aantal van die diorama's heeft hij samen met zijn leerlingen gemaakt, om ze zo ook iets van geschiedenis en cultuur bij te brengen.

Het grootste diorama in het museum beslaat een oppervlak van 24 m2. Dit diorama met ca. 10.000 tinnen figuurtjes stelt "de Slag bij Waterloo 1815" voor en is een geschenk aan het museum van ene wijlen prof. dr. Diederich uit Berlijn. Waar die man nou in doorgeleerd had heb ik niet kunnen achterhalen, mogelijk was hij historicus, maar dat hij het museum een imposante verzameling tinfiguren heeft nagelaten is een feit. De strijd die destijds een definitief einde maakte aan de macht van Keizer Napoleon Bonaparte, is opgesteld tegen een fotowand die een gedeelte weergeeft van het schilderij van "de Slag bij Waterloo 1815" van Jan Willem Pieneman (1779-1853). Het in 1824 door Pieneman geschilderde werk in olieverf op doek, is het grootste schilderij (576 x 836 cm) dat in het Rijksmuseum hangt.

In de bovenste zaal van het museum, de z.g. carillonzaal, staat ook weer een mooi diorama van Wieringa opgesteld, voorstellende de complete stoet van de "Gouden Koets" Een indrukwekkende creatie die door een druk op een knop ook nog eens in beweging komt, de hele carrousel van Prinsjesdag trekt dan aan je voorbij, van Paleis Noordeinde tot aan de Ridderzaal.

vrijdag, september 14, 2007

Lombok



Ik hoorde net op de radio dat er op Sumatra in Indonesië al weer een aardbeving is geweest, de derde al deze week in dit gebied en evenzoveel tsunami waarschuwingen.
Indonesië behoord m.b.t. deze natuurverschijnselen tot één van de meest dynamische gebieden op aarde. Het is onderdeel van een groot aardbevingsgebied rond de Grote Oceaan de zogenoemde Ring van Vuur.

De Indonesische archipel, bestaande uit ca. 17000 eilanden waarvan ca. 5500 bewoond, strekt zich van west tot oost uit over een afstand van 5100 km, ofwel ruim een achtste deel van de omtrek van de aarde. In dit gebied drukken verschillende tektonische aardschollen tegen elkaar, waardoor er veel aardbevingen voorkomen en er veel vulkanische activiteit is. Er zijn in totaal meer dan 400 vulkanen in dit gebied waarvan er zo'n 129 actief zijn, de "Gunung Rinjani" een stratovulkaan op Lombok is er één van, de laatste uitbarsting was op 1 oktober 2004. De 3726 meter hoge vulkaan, één van de hoogste vulkanen in heel Indonesië, is op het 4725 km2 tellende eiland uiteraard een dominante verschijning, op een satellietfoto is dit ook goed te zien.

Vanaf zee was het ook goed te zien. De Lombok Strait, de zeestraat van ca. 50 km breed tussen Bali en Lombok zijn we met een snelle catamaran overgestoken. Een prachtige tocht met op een bepaald moment fraai uitzicht op het eiland Lombok en de vulkaan. Met het Yayakarta Hotel in Senggigi als basis hebben we een groot deel van het eiland verkend. Het hotel ligt vlak aan het strand, je stond bijwijze van spreken al praktisch op het strand als je je bed uitstapte. s'Morgens stond ik vrij vroeg op om naar de plaatselijke vissers te kijken in hun kleurrijke bootjes. Die mensen woonden zo te zien blijmoedig met hun vrouwen en kinderen in een armzalig krottenwijkje op het strand, vlak achter ons luxe hotel met zwembad e.d. Daar stond ik wel even bij stil, het voelt niet gemakkelijk. Maar goed, als je dan op het strand stond s'morgens rond een uur of zeven, zag je de vissers aankomen. De horizon was helemaal gevuld met kleurrijke zeiltjes. Eenmaal aangekomen bij het strand werden de bootjes door de achterblijvers, de vrouwen en de kinderen verder het strand opgetrokken en van hun lading vis ontdaan. Soms lag er niet meer vis onder in het bootje dan een paar pannetjes vol. Daar hadden ze dan de hele nacht voor op zee doorgebracht. Hoezo overbevissing? Dat doen de Japanners wel in die regio met hun gigantische netten en varende visfabrieken!

In het zuiden van Lombok hebben we Banymulek en Rambitan bezocht. Het zijn Sasak dorpen (Sasaks zijn de oorspronkelijke bewoners van Lombok) met hun typische huizen van riet. Er worden door de mensen daar veel potten gebakken en kleurige doeken geweven, waar ze zo te zien niet rijk van worden. Alles om je heen straalt een weldadige rust uit, om jaloers van te worden, en is heel schilderachtig in onze ogen, maar de armoe zie je er toch ook wel doorheen. Maar gezien de blijmoedgheid die de mensen daar uitstralen en waarmee ze je tegemoet treden, ben ik er overigens niet zo zeker van of die mening door de mensen daar wordt gedeeld.

Vanuit ons hotel zijn we over een fraaie kustweg naar de Gili-eilanden gereden. Drie kleine eilandjes ten noordwesten van Lombok t.w. Gili Air, Gili Memo en Gili Trawangan. Rond deze eilandjes liggen prachtige koraalriffen in glashelder water. Met een klein bootje zijn we naar Gili Air gevaren, waar we hebben gesnorkeld. Alsof je in een tropisch aquarium zwemt, prachtig. Toen ik tijdens het snorkelen op een bepaald moment het koraal en de vissen om mij heen in een peilloze azuur blauwe diepte zag verdwijnen, voelde ik me ineens zo vrij als een vogel hoog in de lucht. Ik dook ook naar beneden achter de vissen aan, maar met snorkelen moet je wel met je rietje boven water blijven anders verslik je je lelijk, dat was ik even vergeten. Maar ik heb desalniettemin geweldig genoten daar. Vanaf het eilandje Gili Air heb je trouwens ook weer mooi zicht op de "Gunung Rinjani", de vulkaan aan de overkant van het helderste stukje zeewater wat ik ooit gezien heb.

Lombok is hoofdzakelijk Moslim en in een aantal opzichten minder kleurrijk dan het Hindu-eiland Bali, maar ik heb er minstens zulke goeie herinneringen aan.

maandag, september 10, 2007

wind en golven



Er stond afgelopen zaterdag een lekker windje, 4 à 5 Bf uit WNW richting. Waar gaan we heen? Dat is altijd weer de eerste vraag die ik aan boord te horen krijg van de jongens. Waar wind en golven ons willen hebben zeg ik dan altijd, maar hebben jullie nog voorkeur voor een bepaalde bestemming. Verwarrend antwoord vinden de boys! Enerzijds zeg ik dat wind en golven richting en bestemming bepalen, anderszijds suggereer ik dat we dat zelf kunnen uitmaken. Wat is het nou?
Het kan natuurlijk allebei, het is maar wat je wil. Van vorige keren weet ik dat we met dit soort gezellige ouwehoer tochtjes het liefst op ons gemak zitten waarbij er onderweg lekker kan worden gegeten en gedronken, zeilen is eigenlijk maar bijzaak. De eerste optie geeft hiervoor de meeste garantie, laat wind en golven het werk dan maar doen.
Maar als we deze keer toch liever sportief willen zeilen dan moeten we voor optie twee kiezen, lekker laveren tegen wind en golven in, op één oor liggen en je schrap houden, water over je heen krijgen, koud, moe, stil en misschien zelfs wel een beetje misselijk worden. En bij dit alles ook nog eens niet, of met veel moeite, bij je oppeppende spiritualiën kunnen komen.

Zo als meestal werd er ook nu natuurlijk weer gekozen voor de eerste optie!

Eerst voeren we met een constante snelheid van ruim zes knopen bij halvewind over stuurboord richting Lemmer, maar nabij de Rotterdamsehoek ging het roer om, en ging het verder bij halvewind over bakboord richting Enkhuizen. Een bestemming die ons bij nader inzien voor de avond vast meer te bieden zou geven dan Lemmer, dachten we. Rond half zes lagen we in de Compagnieshaven tegen de kade afgemeerd. s'Avonds in restaurant "Die Drie Haringhe" gezellig zitten eten en drinken. Omstreeks half twaalf was het vuur er zo'n beetje uit, en kroop iedereen moe maar voldaan ter kooi. Als ik eenmaal lig slaap ik doorgaans vrij snel, maar nu was ik jammer genoeg toch net even te laat buiten westen. Ik lag amper horizontaal of het grote snurken diende zich aan, aanvankelijk nog even wat aarzelend hier en daar, maar in no time in decibellen aanzwellend tot een ware kakofonie. Volgende keer neem ik oordopjes mee. Maar gezien het commentaar wat ik te horen kreeg van de anderen tijdens het ontbijt de andere morgen, heb ik zelf toch kennelijk ook niet al te lang passief liggen luisteren naar de kakofonie.

Rond half elf zondagochtend vertrokken we richting Markermeer. Na de Krabbersgatsluis gingen de zeilen omhoog, en vrij snel daarna bruisten we met ruim zes knopen bij halve wind over bakboord richting Hoorn. In het Hoornsche Hop moesten de zeilen even heel strak worden aangetrokken, knijpend hoog aan de wind was Hoorn net te bezeilen. Na een uitsmijtertje aan boord te hebben genoten, hebben we even de beentjes gestrekt in de Hoornse binnenstad. Omstreeks drie uur zaten we weer op het water. De wind was iets afgezwakt op de Markermeer maar toch haalden we nog met gemak vijf knoopjes bij een voordewindse koers met uitgeboomde genua over bakboord. Op naar de Houtribsluis en de Dekohaven in Lelystad, onze thuishaven. Rond halfzeven lag de "Swing" op zijn vaste ligplaats afgemeerd. We konden terug zien op een fraai zeilweekend met een constante wind, weliswaar niet veel zon gezien maar gelukkig ook niet veel regen, en de sfeer was uitstekend.

dinsdag, september 04, 2007

ondertrouw



Wat kan er veel veranderen in een korte tijd, nog geen week geleden wisten we van niets en nu is er al ondergetrouwd en hebben we de tickets al op zak. Want we gaan er natuurlijk wel iets van maken met z'n allen. Het initiatief voor een gezamelijk reisje richting zuidelijk halfrond lag weliswaar niet bij mij, maar dat mag natuurlijk de pret niet drukken. We gaan er eens even flink tegen aan. Groots en meeslepend hoorde ik het afgelopen weekend zeggen, en zo is dat.

Begin jaren 30 van de vorige eeuw was het de dichter Marsman die zich met deze kreet wilde verzetten tegen wanhoop en vergetelheid, hij had de grenzen van het vitalisme ontdekt en was teleurgesteld over zichzelf. Hartstochtelijk roept hij uit met overslaande stem "Groots en meeslepend wil ik leven! hoort ge dat, vader, moeder, wereld, knekelhuis!" Waarna hij zonder zich te beraden over de raad van de meer belegene in zijn tijd, met een nieuw aangemeten elan de wijde wereld in stapt. Maar al vrij snel valt hij weer terug in zijn oude doen, moedeloos, teleurgesteld en geslagen. Hoe kwam dat, wat had hij dan verwacht te beleven door zijn nieuw gekozen elan? Hoe zag hij trouwens zijn groots en meeslepend leven voorzich? Ik weet het niet, wel heb ik gelezen dat hij veel last had van de inertie en apathie van zijn tijdgenoten, dat dat in iedergeval een factor was die ongetwijfeld debet was aan zijn miserabele gemoedsstemming.

Wat is eigenlijk groots en meeslepend leven? Eerlijk gezegd weet ik dat niet altijd even goed, terwijl dat zo langzamerhand toch zou moeten. Ik ben wel zover dat ik weet dat het in alle gevallen met durf te maken heeft, durfen kiezen voor het realiseren van haalbare verlangens en niet alleen maar toekijken hoe het leven aan je voorbij trekt. Dat je je niets aan moet trekken van de inertie, of nog erger de apathie van je omgeving, maar ga er voor. Wees een ondernemer van je eigen leven, realistisch, humoristisch en relativerend maar nooit cynisch. Het gaat daarbij volgens mij ook vooral om de dingen van alledag, niet speciaal groot of klein, maar de gewone dingen. De bewustwording dat we die waardevol vinden en daar voor kiezen, dat lijkt mij belangrijk. Als dit je uitgangspunten kunnen zijn bij alles wat je doet, leef je volgens mij aardig groots en meeslepend!
In het kader van genoemde uitgangspunten zijn dan de niet alledaagse gebeurtenissen zo bezien accenten die een meerwaarde kunnen geven, het zout in de pap.

zondag, september 02, 2007

Harderbos



De eerste zaterdag in september is traditioneel familiefietsdag. Dan gaan we met z'n allen in het zadel. We beginnen de dag altijd met koffie en gebak en eindigen die met een goede maaltijd in een aardig restaurant. Daar tussen door fietsen we een stukje, we kletsen wat bij en we drinken onderweg af en toe iets lekkers op een terrasje. Dat is zo ongeveer het programma.

Gisteren hebben we gefietst in het Harderbos. Het Harderbos behoort tot één van de meest gevarieerde en volwassen natuurgebieden in Flevoland. Bos, moeras, grasland en plassen, alles is aanwezig. In 1968 aangelegd als een productiebos, populieren, populieren en nog eens populieren. Maar sinds 1997 is Natuurmonumenten bezig er een soort van oerbos van te maken. Door de vruchtbare kleigrond gaat dit in een wonderbaarlijk snel tempo. Er is nu na ca. 10 jaar al weinig meer over van het saaie productiebos. Sinds de tijd dat ze het dode hout laten liggen, wordt de flora en uiteraard de fauna er met het het seizoen gevarieerder en mooier.

Op een keer toen ik daar fietste werd ik verrast door 3 spelende jonge vosjes aan een bosrand, iets wat ik zelf tot dan toe in de vrije natuur zo nog niet eerder had gezien. Prachtig! Volgens het boekje schijnen er meer dan 60 verschillende zang- en roofvogelsoorten te broeden, waaronder ook de prachtige ijsvogel. Behalve de aanwezigheid van diverse zoogdieren als reeen, vossen, bunzings, hazen en noem maar op, grazen er ook Schotse hooglanders die daardoor zo ook een steentje bijdragen in de voortgaande ontwikkeling van het nieuwe oerbos.

Maar oerbos of niet, er lopen wel riante betonnen fietspaden doorheen. Toen we er ons rondje hadden gefietst, hadden we er ca. 20 km opzitten, eigenlijk tekort voor een stel doorgewinterde fietsers als wij zijn. Om toch maar aan onze tax te komen, hebben we er daarom nog maar een rondje polder-knardijk aan vastgeknoopt, waarna we ter voorbereiding op de maaltijd, allemaal met een gerust hart konden neerzijgen op een terrasje in de zon voor een goed glas.

donderdag, augustus 30, 2007

Bali



Mijn kapper is een tijdje geleden naar Bali geemigreerd. Hij had hier in de stad een mooie en goed lopende zaak en stond bekend als één van de betere kappers, wat je trouwens ook aan de prijs wel kon merken. Toch had hij het op een gegeven moment wel gezien met zijn zaakje, verkopen die handel en weg wezen was zijn devies. De midden veertig net gepasseerd maar toch wilde hij nu al stil gaan genieten van zijn winst op een mooi tropisch eiland.
Maar onlangs zat ik hier bij zijn opvolger onder het mes en hoorde ik, dat hij op Bali in Denpasar toch maar weer een kapperszaak is begonnen. We weten er natuurlijk het fijne niet van, maar kennelijk is zijn fortuintje toch iets te snel verdampt op dat mooie tropische eiland. Ja, ja, bij de kapper moet je zijn voor de laatste nieuwtjes, daar hoor je nog eens wat.

Er zijn natuurlijk ergere dingen denkbaar dan te moeten werken op exotisch Bali, maar ik ben daar, zoals wij destijds gedaan hebben, toch liever alleen op vakantie. Wat een bijzonder eiland!
Ik heb de dagen op Bali zo ongeveer ervaren als één groot feest. De feeststemming begon voor mij eigenlijk al een beetje in het vliegtuig van Garuda Indonesia tijdens de vlucht van Surabaya naar Bali. De internationale luchthaven van Bali "Ngurah Rai" (vernoemd naar een Balinees verzetstrijder die in 1946 in de strijd tegen de Nederlanders is gesneuveld) ligt vrij dicht achter de kustlijn, met als gevolg dat je behoorlijk laag komt aanvliegen over een prachtige azuurblauwe zee, echt heel mooi, je kijkt je ogen uit. De entree kon al niet meer stuk, en dan is er ook nog de zalige manier van leven van de mensen daar op dat eiland. Bali is Hindoeïstisch, en dat zie je overal op het eiland op elk moment van de dag. De mensen lopen in de mooiste gewaden rond en overal maak je processies, offerandes en eeuwenoude feesten mee in schitterende decors van prachtige stranden, zeetempels en actieve vulkanen.

Vanuit ons hotel in de buurt van Kuta hebben we per auto het eiland verkend. We zijn naar de Tanah Lot geweest, één van de belangrijkste zeetempels van Bali gebouwd op een rots voor de kust, en hebben daar op zee één van de mooiste zonsondergangen gezien. We hebben het Baturmeer gezien, een kratermeer van ongeveer 7,5 bij 2,5 km op ca. 1450 meter boven de zeespiegel nabij het dorp Penelokan in het noorden van Bali. Overal op het eiland zie je lieflijke bloemenoffertjes, midden op straat, op muren en voor deuren, het hoort bij de cultuur daar. Onderweg genoten we van de prachtige uitzichten over bossen, dorpen en rijstterrassen in het bergachtige landschap. We hebben gewandeld door de schilderachtigste dorpjes die je je kan voorstellen, en armoedig maar gastvrij als de mensen daar waren, werden we soms uitgenodigd om bij ze binnen te komen kijken. Ook hebben we op veel plekken genoten van allerlei verschillende balinese dansen onder begeleiding van meeslepende gamelanmuziek.

Maar we hebben natuurlijk ook wel gewoon aan het strand gezeten, gezwommen en lekker gegeten in leuke restaurantjes. Ook heb ik me in menig leuk boetiekje in Denpasar te krappe batikhemden laten aansmeren, en waardeloze horloges en andere prullaria van legers straatventers, die de godganse dag met die handel achter je broek aan liepen te leuren. Dat schijnt er allemaal bij te horen, daar is weinig aan te doen. De gemiddelde toerist gaat bij die gasten, zeker in het begin van het verblijf daar, voor de bijl. Maar het mocht voor ons de pret niet drukken, we hebben genoten van alles. Het was een prachtige tijd daar op dat eiland.

zondag, augustus 26, 2007

visserijdag



Gisteren, de laatste zaterdag van augustus, was het voor de 25e keer visserijdag in Harderwijk. Het is een jaarlijks terugkerend fenomeen, maar voor ons was het de eerste keer dat we het meemaakten, terwijl we toch al bijna 23 jaar in Harderwijk wonen. Om de één of andere reden vonden we het nu kennelijk tijd, om toch ook eens een keer te gaan kijken naar het visserijspektakel.

In en rond de oude vissershaven van Harderwijk vonden allemaal aan visserij gerelateerde aktiviteiten plaats. Op de kades werden diverse oude visserijambachten gepresenteerd, er werd zelfs een wedstrijd gehouden in het roken van paling en andere lekkere vissoorten. Een club scheepsmodelbouwers liet radiografisch bestuurde modellen rondvaren in een grote bak water, en geheel in stijl leverden shantykoren en dweilorkesten een musicale bijdrage ter verhoging van de feestelijke stemming rond het geheel.
En de haven, heel schilderachtig, lag bijna helemaal vol met klassieke houten vissersschepen uit de verschillende steden en dorpen die vroeger aan de Zuiderzee lagen. Stuk voor stuk met liefde en vakmanschap goed onderhouden zeilschepen van rond een eeuw oud. Afhankelijk van het vaargebied en wat ze moesten aan kunnen, had elke streek rond de Zuiderzee destijds zijn eigen scheepstype ontwikkeld. De meest bekende types werden botters, bonzen, bollen, blazers, pluten, tjotters, schokkers, tjalken en punters genoemd. Maar er voer ongetwijfeld door de tijd genomen ook nog wel het één en ander aan hiervan afgeleide types rond op de voormalige Zuiderzee.

Heerlijk in het zonnetje onder het genot van een drankje en een hapje, hebben we de stedenbotterrace vanaf de "Stad Harderwijk", onze plaatselijke rondvaartboot, op het Wolderwijd kunnen volgen. We hadden vanaf het achterdek, de plek waar we met een handje vol mensen zaten alsof we officieel genodigden waren, prachtig zicht op het zeilgebeuren. Er stond niet teveel wind, maar genoeg om alles goed in beweging te krijgen, er kon echt worden gezeild. Een prachtig gezicht al die bruine zeilen op het Wolderwijd. Rond half vier lagen we weer afgemeerd in de vissershaven en konden we terug zien op een zeer geslaagde middag.

maandag, augustus 20, 2007

ruïne



Gisteren de z.g. Beeckestijnroute gefietst, net iets meer dan 20 km dus erg moe zijn we er niet van geworden. De Beeckestijnroute, genoemd naar het gelijknamige landgoed in de route nabij Velsen-Zuid, loopt langs de rand van de Noord-Hollandse duinen vanaf Bloemendaal in noordelijke richting door een mooi en soms golvend landschap. De streek is getuige de aaneenschakeling van landgoederen en villadorpen varierend van 17e tot 19e eeuws overduidelijk al heel lang in trek. De soms moeilijk te vermijden aanleg van eigentijdse infrastructuur in het gebied, doet daar gelukkig nog weinig aan af. Het is en het blijft ook in onze tijd een prachtige omgeving.

Het Kasteel van Brederode, of zoals het nu wordt genoemd de Ruïne van Brederode gelegen in Sandpoort-Zuid, dateerd zelfs uit de tweede helft van de 13e eeuw uit ca. 1282. Volgens de beheerder die we spraken is het de oudste te bezichtigen ruïne van Nederland. Het kasteel heeft tot aan 1679 toebehoord aan de Heren van Brederode, afstammelingen van de Heren van Teylingen die verwant waren aan de Graven van Holland.

Het kasteel heeft een bijzonder roerig verleden gekend. Toen Wolfert, de laatste Brederode in 1679 kinderloos stierf verviel de ruïne (want veel meer was er toen al niet van over door alle plunderingen en brandstichtingen door de eeuwen heen) aan de Graven van Holland en weer later aan de staat der Nederlanden. In de 19e eeuw is de ruïne gerestaureerd.

En nu is er voor ons allen in een nog min of meer overkapt gedeelte van de ruïne een bescheiden tentoonstelling ingericht, over het verleden van generaties Heren van Brederode op deze plek en wat ze hebben betekend of hebben uitgespookt. Maar ook wordt er op deze plek nu voor het publiek soms toneel of muziek ten gehore gebracht.

donderdag, augustus 16, 2007

Bromo



Onlangs zag ik op TV een documentaire over de uitbarsting in 1997 van de Soufrière, een z.g. Stratovulkaan op Montserrat. De uitbarsting, die werd gevolgd door een pyroclastische stroom of gloedwolk dat eigen is aan dit type vulkanen, heeft destijds het leven gekost aan twintig mensen.

Waarschijnlijk door het onderwerp dwaalden mijn gedachten onder het kijken tien jaar terug. Naar die ochtend in 1997 toen ik samen met echtgenote, zus, zwager alsmede een behoorlijk aantal onbekende toeristen heb genoten van een prachtige zonsopkomst boven het Bromo kraterkomplex op het oostelijk deel van het Indonesische eiland Java.
Ook de Bromo is een z.g. Stratovulkaan die bij tijd en wijle op onvoorspelbare wijze van zich laat horen. In de zomer van 2004, dus vrij recent nog, barstte hij plotseling uit met als gevolg twee doden en een aantal gewonden onder de toeristen op de kraterrand.

Rond twaalf uur s'nachts waren we met z'n vieren per auto met chauffeur vertrokken uit het prachtige Novotel aan de Jl. Ngagel in Surabaya. Surabaya, de stad met in het wapen een haai (sura) en een krokodil (baya) strijdend om de macht. Ongeveer 90 km hadden we voor de boeg. Middernacht, maar het stikte van de mensen en vooral brommertjes om ons heen, er was haast geen doorkomen aan. Maar toen we eindelijk Surabaya en al die mensen met hun brommertjes achter ons hadden gelaten ging het wat vlotter. We reden door een zwoele bij tijd en wijle stikdonkere nacht, helemaal toen we eenmaal van de hoofdweg waren afgeweken. Soms zagen we ver voor ons het donker oplichten door een merkwaardig schijnsel dat we geen van allen goed konden thuisbrengen. Pas toen we het in de auto begonnen te ruiken, drong het tot ons door wat het was en realiseerden we ons dat die grillig dansende lichtslangen, enorme bosbranden waren op de flanken van de bergen voor ons. Een fascinerend schouwspel!

Tegen een uur of drie waren we in de buurt van Cemoro Lawang, een plaatsje aan de rand van de immense zandzee rond de vulkaan. De zandzee (8 bij 11 km) is eigenlijk de kraterbodem van een oude vulkaan, waarin later de drie jongere vulkanen zijn ontstaan, waar de Bromo er één van is. Het Bromo-Tenggermassief zoals het complex wordt genoemd, schijnt tot het meest spectaculaire vulkaanlandschap van Indonesie te behoren. Dat wil ik best geloven want persoonlijk kreeg ik daar even het gevoel of ik op de maan was terecht gekomen.
Na ter plaatse een jeep te hebben geregeld voor de tocht door de zandzee, vertrokken we rond vier uur richting Bromo. Tijdens de wel heel stoffige rit passeerden we veel mensen te voet en te paard die allemaal dezelfde richting uitgingen. En tot aan de voet van de Bromo stonden op de route door de zandzee, mannetjes met paarden die ze te huur aanboden aan afhakende wandelaars die zich in het zware terrein hadden vergist. Maar het laatste steile stuk door het zand en de lange betonnen trap die je naar de kraterrand voert, moesten we uiteraard allemaal te voet afleggen. Eenmaal op de kraterrand aangekomen was het vanwege de drukte en de opstijgende zwaveldampen nog lastig om een lekker plekje te vinden. Maar goed uiteindelijk was dat redelijk gelukt, en daar stonden we toen te kijken met z'n allen, op ruim 2300 meter boven de zeespiegel koukleumend te wachten op de zon. Vreemd eigenlijk, diep in mijn hart vond ik het ineens genant dat ik daar stond, ineens vond ik het eigenlijk maar niks meer. Ik schaamde me voor het feit dat ik zelf een deel was van de massale vertoning daar op die kraterrand.

Echter toen de bergkam in het oosten ineens een gouden kroon kreeg, en kort daarna de onaards aandoende omgeving in een wel heel bijzonder daglicht werd gezet, was mijn negatieve oprisping snel verdwenen. Als sneeuw voor de zon zal ik maar zeggen. Het was een magisch moment, ik had het niet graag willen missen, prachtig!

dinsdag, augustus 14, 2007

CoBrA



Menigeen beschouwd het in 1995 door architect Wim Quist (1930) ontworpen Cobra Museum in Amstelveen als één van de mooiste musea van Nederland. In museumland is Quist als architect dan ook niet bepaald een onbekende. Om maar iets te noemen, de uitbreiding van het Kroller-Muller Museum in Otterlo (1977) komt van zijn hand, en ook het in de tachtiger jaren ontworpen Museon in Den Haag en het Maritiem Museum in Rotterdam zijn creaties van hem. Enige naam op het gebied van museaal ontwerpwerk kan Quist dan ook niet worden ontzegd.

Architectonisch gezien is het Cobra Museum inderdaad een aardig gebouw, maar of het behoord tot één van de mooiste musea in Nederland weet ik (nog) niet. Daar moet ik nog eens over nadenken, want er staat op dit gebied nogal wat aan moois in dit kleine landje. Ik vind het voor nu ook niet relevant verder, mogelijk dat ik hier later nog eens een keer op terug kom.

Guillaume Cornelis van Beverloo, beter bekend als Corneille werd j.l. 3 juli 85 jaar. Omdat Corneille tot op de dag van heden algemeen als één van de meest sprankelende kunstenaars van de in 1948 opgerichte CoBrA beweging wordt gezien (en hij werkt volgens eigen zeggen nog steeds volgens het principe van deze beweging) wordt dit deze zomer in het Cobra Museum gevierd met een bijzondere tentoonstelling van zijn zeer uitgebreide oeuvre.

De doelstelling van de Cobra kunstenaars was om direct en spontaan te werken, zoals kinderen dat eigenlijk ook doen. Met veel fantasie en kleur werd er met van allerlei materialen op los geexperimenteerd. Niet alleen schilders sloten zich bij de Cobra beweging aan, ook fotografen, filmers, beeldhouwers en dichters voelden zich ertoe aangetrokken. Ondanks dat in 1951 de beweging alweer werd opgeheven, heeft het toch een doorbraak betekend voor de moderne kunst in Nederland. Na de 2e wereldoorlog verlangden de oprichters naar een maatschappij, waarin mensen gelijk waren en kunst voor iedereen zou zijn. Als symbool voor hun idealen kozen zij de cobraslang. De naam is bovendien afgeleid van de beginletters van de steden waar de kunstenaars woonden: Copenhagen, Brussel en Amsterdam.
De oorspronkelijke Cobra-leden waren: Asger Jorn uit Denemarken; Jan Cobbaert, Christian Dotremont, Joseph Noiret (en in 1949 Pierre Alechinsky) uit Belgie; Karel Appel, Eugene Brands, Corneille, Constant, Jan Nieuwenhuys en Theo Wolvecamp uit Nederland.

Het Cobra Museum heeft een prominente CoBrA collectie en stelt daaruit permanent kunstwerken tentoon. Er worden ook regelmatig werken van aanverwante bewegingen geexposeerd zoals Vrij Beelden (1946) en Creatie (1950-1955). Verder worden er veelvuldig tentoonstellingen georganiseerd van internationale avant-garde kunst.

Daarom had ik in het museum buiten Corneille om, eigenlijk ook meer werk verwacht van andere (CoBrA) kunstenaars, maar dat viel tegen. Op de verdieping hadden ze nogwel een thema-tentoonstelling ingericht over de wereld van de reclame 'De kunst van het verleiden' geheten, maar dat hadden we snel gezien.
Buiten 'The Fountain' een prachtig bronzen fonteinsculptuur van Karel Appel voor de entree buiten op het plein, was er binnen maar weinig plek ingeruimd voor deze en andere kunstenaars van de CoBrA beweging. Het grootste deel van de beschikbare ruimten in het museum werd ingenomen door het kleurrijke werk van Corneille, simpel, oprecht en ook wel mooi natuurlijk, maar allemaal zo overbekend. Van hem hebben we in de loop der jaren al zo ontzettend veel gezien, dat ik zelfs zijn nieuwste werk niet als een verrassing ervaar. Je komt z'n werk ook overal tegen, op pakpapier, op pennen, op serviesgoed, op lampekappen en op luciferdoosjes. We zijn van Corneille door de commercie overvoerd, dat zal ongetwijfeld één van de reden zijn dat ik het museumbezoek vanmorgen een beetje vond tegenvallen.

donderdag, augustus 09, 2007

party



Alles zat mee, mooi weer, mooi huis, fraaie tuin, ongedwongen sfeer en in alle hoeken lekkere hapjes en drankjes. Kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen, ik geloof dat ik buiten de jarige om vierendertig vrolijke gasten heb geteld, op die mooie zondagmiddag afgelopen weekend in Kampen. En als het geen vakantietijd zou zijn geweest, waren er zeker nog tien gasten meer komen opdraven. Want als je door grandmama in hoogst eigen persoon wordt uitgenodigd om samen met haar in de prachtige tuin van haar jongste dochter, haar vierentachtigste geboortedag te vieren dan kom je normaal gesproken gewoon. Dan zorg je dat je van de partij bent, of je daarvoor nou uit Groningen moet komen of uit Amsterdam. En zo was het, iedereen die kon was er! Ik hoop dan ook dat we dit soort bijeenkomsten samen met de jarige nog vaak mogen beleven.

Zelf lagen we een dag eerder al afgemeerd in de Buitenhaven, in de directe nabijheid van de Koggewerf en de oude binnenstad. Er was voor de verandering in deze zomer voor het weekend weer eens mooi weer voorspeld, voor ons een reden om zeilend naar de prachtige oude Hanzestad aan de benedenloop van de IJssel te komen.

En altijd weer, zeker als ik Kampen over het water nader, raak ik onder de indruk van Kampens unieke rivierfront. Volgens mij beslist één van de mooiste in ons waterrijke landje. Kampen, van oudsher een karakteristieke en dynamische handelsstad aan de rivier de IJssel, aan stromend water!
Op onze fietsjes hebben we voor de zoveelste keer de binnenstad in alle richtingen doorkruist. Het is en het blijft een prachtig stadje waarin veel te zien is. Monumentale architectuur uit de tijd dat de stad nog een Hanzestad van betekenis was, maar ook prachtige poorten, pleinen, voormalige stadsboerderijen, steegjes, parken en musea.

Bij museum "De Koggewerf" ligt in de Oude Buitenhaven een prachtige twintig meter lange replica van een koggeschip uit ongeveer 1336, dat in 1983 in de Flevopolder bij Nijkerk is opgegraven. Voor de bouw van de replica, die ruim drieeneenhalf jaar heeft geduurd, heeft het Kampense scheepsbouwbedrijf Sars zoveel mogelijk oorspronkelijke materialen en technieken toegepast.
De Kogge is een redelijk zeewaardig en stoer middeleeuws vrachtschip van overwegend massief eikenhout. Het was daarmee dan ook het belangrijkste transportmiddel van de Hanze-economie. Er werd voornamelijk mee naar de Oostzeelanden gevaren, Ommelandvaarders heetten de schippers, maar ook waagden ze zich wel aan reizen naar Frankrijk, Portugal en zelfs landen rond de Middellandse Zee.

Maar behalve het Koggeschip valt er op het gebied van musealiteiten in Kampen nog wel wat meer te zien. Deze keer zijn we daar weliswaar niet aan toegekomen, maar ze hebben er bijvoorbeeld ook een Joods Historisch museum, een Ikonenmuseum, een Tabaksmuseum en natuurlijk een Stedelijk museum waar ze je naast het tonen van wisselende kunstprojecten, ook veel over de Kamper historie laten zien. Er valt dus in dat stadje aan de IJssel wel het één en ander te zien en te beleven, teveel eigenlijk om er in dit korte bestek verder op door te gaan.

Wel wil ik hier nog even kwijt dat we ons samen met mijn zus, als voorschot op de feestdag zal ik maar zeggen, zaterdagavond op het terras van Grand Café "De Majesteit" een eetcafé aan de Plantage, een paar uurtjes prima hebben weten te vermaken.

Kampen, A Way of Live!

maandag, juli 30, 2007

Borkum



Met de stroom mee, we waren rond HW uit Delfzijl vertrokken, hebben we over de ca. 22 mijl naar Borkum ongeveer 3 uur gedaan. Aanvankelijk viel het wel mee met de wind, maar eenmaal voorbij hoek Eemshaven werd het anders, W/NW 6 Bf met af en toe uitschieters tot 7 Bf! Hoog aan de wind, in steile golven (wind tegen stroom) naderden we Fischerbalje, de afslag aan stuurboord langs de Leitdamm naar de twee jachthavens op Borkum. Even nog kregen we bij de afslag te maken met een behoorlijk dwarsverzet en forse kruiszeeen, maar eenmaal achter de Leitdamm was het leed snel geleden. Even later lagen we afgemeerd en lekker te borrelen in 'Port Henry' de eerste jachthaven aan bakboord.

Borkum, een voormalig kuuroord, is het eerste Duitse waddeneiland ten oosten van Rottumeroog en heeft een oppervlak van ca. 31 km2 en ca. 5500 inwoners. (Ter vergelijking: Schiermonnikoog heeft een oppervlak van ca. 41 km2 en ca. 950 inwoners.) Praktisch alle inwoners van Borkum wonen in het stadje Borkum, een ouderwets aandoende badplaats met een klassieke boulevard en nog rieten zitkorven op het strand. Het stadje ligt op ca. 7 km vanaf de (veer)haven, en is behalve per fiets of bus ook met een grappig treintje de z.g. Borkumer Kleinbahn te bereiken. Verder is het grootste gedeelte van Borkum beschermd natuurgebied, duinen, weilanden, kwelders en wad, plus een grote verscheidenheid aan flora en fauna bepalen het beeld.

Dankzij een toch nog aardig uitgebreid netwerk van fietspaden, hebben we in een paar dagen zo ongeveer alle hoeken van het eiland wel gezien. Het is een aardig eilandje, we zullen Borkum niet snel vergeten. De slogan "Willst Du Borkum nicht vergessen gehe in den Yachthafen essen" die ze in het jachthavenrestaurant hanteren, draagt daar zeker een steentje aan bij. Een uitstekend restaurant!

zaterdag, juli 28, 2007

Mariko Mori



Onlangs hebben we in het Groninger Museum de eerste grote museale tentoonstelling in Nederland van de Japanse kunstenares Mariko Mori (Tokio, 1967) gezien. Ik had nog nooit van haar gehoord, laat staan wat gezien, maar ze schijnt wel tot één van de belangrijkste jonge kunstenaars van deze tijd te behoren.

De tentoonstelling gaat over Mori's zoektocht naar kosmische ervaringen. Haar kunstwerken wijzen de bezoekers op onze verbondenheid met het heden, verleden en de toekomst. Haar oeuvre van de laatste tijd is een reflectie van de tijdgeest, welgemeend, maar niet zonder humor en zelfrelativering.

Haar oeuvre geeft context aan het hoogtepunt van de tentoonstelling in het Groninger Museum t.w. de door haar rond 2000 ontworpen interactieve installatie 'Wave Ufo' Een op de bovenverdieping van het museum opgesteld wonderlijk object, hybride, machine en sculptuur tegelijk. Het representeert een synthese tussen de verschillende manieren van reizen t.w. in de ruimte, in de geest en in de tijd.



Per kwartier kan je met drie bezoekers tegelijk naar binnen. Je hoofd wordt beplakt met electrodes die hersengolven opvangen en doorgeven aan een speciaal ontworpen computerprogramma. De 'Wave Ufo' onderscheid vier soorten hersengolven t.w. Alfa 8 tot 12 Hz (= trillingen per seconde), béta 12 tot 35 Hz, delta 0 tot 4 Hz en theta 4 tot 8 Hz, de hersengolven van de verschillende bewustzijnsniveaus (van baby tot volwassene) worden grafisch weergegeven in kleur t.w. blauw voor Alfa, rood voor Béta, gele lijn voor Delta en geel voor Theta.

Met z'n drieeen op de rug liggend, de hoofden naar elkaar toe zie je, terwijl allerlei electronische piepgeluiden de ruimte vullen, de verschillende hersenactiviteiten van je zelf en de andere twee personen in de ruimte op het koepelvormige plafond geprojecteerd, en zo onderdeel zijn van een visioenachtige computeranimatie.
Soms vallen de patronen van de verschillende hersenactiviteiten van de drie personen samen, symbolisch voor de mens als eenheid in het alsmaar in beweging zijnde universum.

De 'Wave Ufo' een interessante belevenis! Natuurlijk had ik ook wel het gevoel dat ik een beetje voor de gek werd gehouden, maar dat hoort erbij. Mariko Mori beziet haar eigen werk per slot van rekening ook niet zonder humor en zelfrelativering.

vrijdag, juli 27, 2007

zomervakantie 2007



Terug van een mooie vaartocht over meren, kanalen, riviertjes en wadden!

Lelystad-Lemmer; Lemmer-Eernewoude; Eernewoude-Dokkum; Dokkum-Lauwersoog; Lauwersoog-Groningen; Groningen-Delfzijl; Delfzijl-Borkum; Borkum-Groningen; Groningen-Dokkum; Dokkum-Leeuwarden; Leeuwarden-Makkum; Makkum- Hindeloopen; Hindeloopen-Lelystad.

Vier weken varen in Friesland en de kop van Groningen plus een uitstapje naar het eerste Duitse waddeneiland Borkum. Vrij veel gemotord op kanalen en de Dokkumer Ee en het Reitdiep. Het weer zat niet altijd mee, vaak stormachtig met veel regen en onweer. Ons oorspronkelijke plan om vanaf Borkum zeilend over zee van eiland naar eiland te hoppen tijdens de terugtocht, hebben we dan ook maar laten varen.

Maar ondanks de vaak narrige weergoden, hebben we in dit onverwacht mooie vaargebied volop genoten. De rust die we ervoeren in de grootse ruimte daar, overkoepeld door een zwerk waarin de meest bizarre en kleurrijke wolkenformaties voort jakkerden, is volgens mij uniek te noemen in dit mooie maar overvolle landje.

Verder hebben we veel gefietst en gewandeld, maar ook veel gelezen, musea bezocht en (te)vaak lekker gegeten en gedronken.

dinsdag, juni 26, 2007

maandag



We zijn al ongeveer een week bezig om goed van huis weg te komen, het wil maar niet echt lukken. We hebben wel samen met mijn zus al een paar prachtige vaardagen gehad op het IJsselmeer, maar daar is het tot op heden bij gebleven. Aanvankelijk zouden we met z'n tweeen na die paar dagen gelijk verder gaan richting noorden en wadden, maar we moesten zonodig tussendoor nog even thuis wat doen. En nu lijkt het erop dat we niet meer weg komen.

Zomervakantie 2007, een rommelige start tot nu toe, het weer wil niet echt meewerken. Ook gisteren, maandag 25 juni was het weer raak, fikse buien met behoorlijk veel neerslag, windstoten en onweer. Dan ga je gewoon niet weg met de zeilboot, dan blijf je lekker thuis. Het is natuurlijk wat anders als je al van huis weg bent, dan moet je met dit soort weersomstandigheden wel roeien met de riemen die je hebt, wat dan vaak nog best weer meevalt ook heeft de ervaring geleerd. Maar nogmaals, als je nog thuis bent werkt het anders. Bovendien waarom zouden we, we hebben de tijd aan ons zelf. Maar om dan maar gewoon weer aan het werk te gaan is natuurlijk ook niks, al speelden die gedachten wel door m'n hoofd. Ook passeerde de gedachte, om een last minutes reisje naar één of ander zonnig oord te organiseren de revue, maar ook daar zagen we maar van af. Maar ja, wat dan?

Het Omniversum in Den Haag bood uitkomst. We hebben daar "The Alps" gezien, een prachtige film over de beklimming van de Eiger die wordt beschouwd als de moeilijkst te beklimmen berg in Europa. Om drie uur s'middags lagen we daar als een gek met ons hoofd te draaien. In het Omniversum wordt praktisch de hele zaal omsloten door het filmdoek, je ligt bij wijze van spreken voortdurend met je hoofd op de knieen van je achterbuur. Het beeld is rondom, je bent voortdurend in beweging om alles maar te kunnen volgen, alsof je zelf een actief onderdeel bent van het tafreel.

De hoofdpersoon in de film, ene John Harlin bevrijd zich middels de beklimming van Eiger van de schaduw van zijn verleden. De berg was sinds 1966 in toenemende mate een nachtmerrie voor hem geworden. In dat jaar, toen hij negen was, stortte zijn vader door een gebroken touw langs de Eigerwand omlaag en kwam om het leven. Om zich te bevrijden van dit trauma moest hij 40 jaar later de Eiger zelf overwinnen. Dat lukt hem in tegenstelling tot z'n vader wel, het is voor hem een emotionele overwinning. Maar technisch gezien is de film ook een knap staaltje, de steile bergwand moest ook door het filmteam touwlengte voor touwlengte worden bedwongen.

Genietend van het uitzicht op de Noordzee en de zware buien daarboven, zaten we even later op het Scheveningse strand in paviljoen "Summertime" achter een heerlijke alcoholische versnapering. Vervolgens, na een ritje van een paar uur (file, file en nog eens file) waren we rond half acht in Amsterdam in cafe Blijburg op IJburg aan Zee aangeland. Een maffe van sloophout in elkaar getimmerde tijdelijke eet- en drinkgelegenheid op het strand van Haveneiland Oost. Een tent met een eigen biermerk die in korte tijd bij de Amsterdamse IJburgers en daarbuiten bijzonder populair is geworden. In het zanderige Blijburg is op muziekgebied altijd wel wat te doen, pop, jazz en soul alleen niet op maandagavond, maar het eten en het Blijburger biertje smaakte er niet minder om!

zaterdag, juni 23, 2007

collage



De stukjes die ik sinds enige tijd schrijf middels dit medium, illustreer ik ter verheldering doorgaans met een collage, welke digitaal is samengesteld uit negen verschillende van toepassing zijnde al of niet zelf gemaakte foto's, tekeningen en/of teksten. Tijdens het maken van de collage streef ik er dan naar, dat ik met de centrale afbeelding in de serie van negen, de essentie van het geschreven stukje het sterkst benader.

De collage is eigenlijk een kunstvorm die zeker al zo'n 100 jaar bestaat. Het woord collage komt uit het Frans, van het werkwoord coller, waar het plakken of kleven betekent. Technisch is het maken van een collage niet moeilijk, plakken hebben we allemaal op de kleuterschool geleerd, en in aanleg zit in iedereen wel een beetje creativiteit. Dus om je kijk op bepaalde gebeurtenissen of personen op deze manier te laten zien, heb je weinig meer nodig dan een vel papier, wat krantenknipsels en een tube lijm. Voor die en gene heb ik op deze manier in het verleden verscheidene collages gemaakt. Maar ik denk hierbij ook met plezier terug aan de ingelijste, en vast nog op zolder staande verschillende door familie en vrienden gemaakte collages, die we in het verleden zelf hebben gekregen toen we iets hadden te vieren.

In de kunst wordt Pablo Picasso min of meer als de uitvinder van de collagetechniek gezien. Begin 20e eeuw, tijdens zijn kubistische periode maakte hij veelvuldig gebruik van deze techniek, in genoemde stroming al snel gevolgt door kunstenaars als Juan Gris en Georges Braque. Maar ook in kunststromingen als het dadaïsme (Kurt Schwitters, Hannah Hoch, Raoul Hausmann) het surrealisme (Max Ernst) en de pop art (Richard Hamilton) werd de techniek toegepast.

We leven nu in het digitale tijdperk, het aan de collage ten grondslag liggende plak- en knipwerk, is met programma's als bijvoorbeeld Picasa2 gereduceerd tot een fluitje van een cent. Maar ik blijf het desalniettemin leuk werk vinden.

maandag, juni 18, 2007

spiegelkijken



Spiegelkijken is lang niet zo eenvoudig als dat je denkt, er zitten meer haken en ogen aan dan je kan vermoeden. Psychologen op de universiteit hebben zelfs een cursus spiegelkijken ontworpen voor mensen met een negatief lichaamsbeeld. Een fenomeen in de hedendaagse westerse samenleving waar nog al wat mensen aan schijnen te lijden, las ik.

Je kan de spiegel vanuit de wetenschap op diverse manieren bezien, niet alleen vanuit de psychologische hoek, maar ook vanuit de filosofische hoek of vanuit de hoek van de wis- en natuurkunde. En verder gaan er in alle toonaarden ook nog aardig wat liedjes en sprookjes over spiegels, spiegelbeelden en gebroken spiegels. Wie kent niet het sprookje van Sneeuwwitje en de toverspiegel 'Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste in het land' een verhaaltje over vermeende schoonheid, rijkdom en macht, waarbij Sneeuwwitje de machtige toverspiegel uiteindelijk een klein gebroken handspiegeltje voorhoud, en deze zijn eigen gebarsten, kapotte zelf ziet.

Kijk en luister ook eens naar de knotsgekke carnavalshit van ene Jeff Hoeyberghs uit Vlaanderen genaamd 'Spiegeltje, spiegeltje aan de wand' Jeff Hoeyberghs schijnt tevens bekendheid te genieten als plastisch chirurg en tv-dokter van De Wellnesskliniek op VTM.



Spiegel, wat laat je me zien vandaag? Laat je me vandaag met of zonder masker zien? Laat je me alleen de buiten kant zien? Of laat je me ook zien hoe ik me voel?

In bovenstaand gedichtje wordt er uberhaupt van uit gegaan, dat je wat te zien krijgt in de spiegel. Vanuit de westerse filosofie benaderd is dat natuurlijk ook zo. Maar in de zenfilosofie denken ze daar anders over. Ik las een verhaal van ene Masao Abe, nestor van de Japanse Kyotoschool, die in dit verband de kloof tussen de westerse- en oosterse benadering probeert te overbruggen. Ik citeer een klein stukje uit zijn verhaal dat Spiegel heet:

Het zenboeddhisme is van oorsprong een afsplitsing van hindoeïsme. Gautama Boeddha, die in India leefde van 560 tot 480 voor Christus, heeft als eerste Sunyata, de verlichting bereikt. Hij heeft dat goddelijke moment gekend waarin je werkelijk begrijpt dat alles wat je van buiten krijgt aangereikt - dichotomieen, woorden, ideeen, gewoonten - niet meer zijn dan toevallige constructen van je verstand. Zodra je dat werkelijk begrijpt, kun je gewoon zijn, hier en nu. Er is geen eeuwige waarheid en er is geen eeuwig zelf. Er is niets!
Abe legt dit begrip uit aan de hand van een mythe: Yanadata was een jongeman die nogal graag in de spiegel keek. Hij was nogal tevreden met zichzelf. Op een ochtend stapt hij uit zijn bed en ziet zijn dierbare hoofd niet in zijn handspiegel. Hij raakt in paniek en begint koortsachtig zijn kamer te doorzoeken. "Waar is mijn hoofd? Waar is mijn hoofd?" Tot hij uiteindelijk zijn kop tegen de muur stoot en zich realiseert dat hij in de achterkant van de spiegel heeft gekeken. Hij had met zijn hoofd naar zijn hoofd gezocht, terwijl het gewoon op zijn nek zat. Moraal: Je kunt geen objectief beeld hebben van je zelf. Je kunt je zelf niet zien, je bent je zelf.'

woensdag, juni 13, 2007

Radio Kootwijk



De ca. 6 km van Kootwijk naar Radio Kootwijk is een beetje klimmen. Vals plat, je ziet het nauwelijks, maar je trap je een bult op die vouwfietsjes. Desalniettemin voelden we ons vanmorgen hardstikke goed daar in dat bos, en het was behoudens veel vogelgepiep nog heerlijk stil ook!

Radio Kootwijk, nog nooit was ik in de buurt van het hoofdgebouw geweest. Vanuit de auto wel vaak zien liggen in de verte maar daar bleef het bij, het was trouwens voor de gewone burger tot begin deze eeuw ook niet toegankelijk. Maar nadat satellieten de langegolfzender overbodig hadden gemaakt, is daar verandering in gekomen, al heeft het nog wel geruime tijd gefunctioneerd voor de verbindingen van Radio Scheveningen. Op 31 december 1998 was het definitief gebeurd met de zender, in de loop van 2000 werd alle apparatuur uit het gebouw verwijderd, en in december 2003 werden de opstallen inclusief de omliggende 400 ha natuur door KPN Telecom verkocht aan de Staat der Nederlanden.

Het zendgebouw 'de Kathedraal' in de volksmond, is gebouwd in 1920 naar een ontwerp van architect Julius Maria Luthmann (1890-1973), het ontwerp draagt de kenmerken van de Amsterdamse School, en is een sprekend voorbeeld van betonarchitectuur in art-deco stijl. Tijdens de ontwerpperiode had Luthmann als motief een Egyptische Sfinx voor ogen, en dat is met enige fantasie aan het eindresultaat wel af te lezen.
Ook grappig is het beeldhouwwerk boven de hoofdingang, symboliserend de radioverbinding tussen Nederland en Nederlands-Indië. Het is een sculptuur van Hendrik van den Eijnde (1869-1939) voorstellende twee vrouwenhoofden met de handen achter de oren, de één een Aziatisch type de ander een Europees, terwijl de omroeper met open mond tussen beide vrouwen in staat.

Er wordt nu gezocht naar een nieuwe bestemming voor het rijksmonument. Een bestemming die ook moet passen bij het omringende natuurgebied. Bestemmingen die de rust en de stilte van dit kwetsbare gebied verstoren, moeten natuurlijk worden geweerd. Verwacht wordt dat het een bestemming zal worden op het gebied van cultuur en/of natuurbeleving. Ik zag vanmorgen in de grote zaal van het zendgebouw al plannen hangen in deze richting van architectuurstudenten van de TU in Delft. Maar ze zijn er tot op heden nog niet over uit wat het moet worden allemaal. Ik ben benieuwd, we houden het in de gaten.

donderdag, juni 07, 2007

wandelen



Het eeuwen oude landschap nabij Driedorp en Slichtenhorst in de Gelderse Vallei, is in tegenstelling tot diverse andere landschappen in de regio, gelukkig niet door ruilverkavelingsactiviteiten aangetast. Verscholen in een bescheiden hoek achter Nijkerk, schijnen er nog niet veel mensen te zijn die dit landgoed, dat tot voor kort nog voor de publieke wandelaar gesloten was, hebben ontdekt. Maar nu het onlangs in de krant gestaan heeft onder het kopje fraaie landschapswandelingen zal dat vrees ik snel veranderen. Het één en ander heeft er uiteraard toe bijgedragen, dat het landgoed Slichtenhorst zich nu (nog) als een buitengewoon aangenaam en afwisselende wildernis manifesteert.

De prachtige wandeling van om en nabij 7 km die we vanmorgen bij mooi, maar iets te warm weer door dit gebied hebben gemaakt, ervoer ik toch ook wel weer als een déjà vu. Deze gemoedsstemming werd niet in de eerste plaats veroorzaakt omdat we hier in de buurt afgelopen dinsdagavond ook al een rondje hadden gewandeld. Nee, de herinnering ging terug tot 1965, de tijd dat we een paar jaar op de Deuverdenseweg 6, nabij de Donkeresteeg woonden. Een gebied op ongeveer 5 km oostelijk liggend van hier en, zeker in die tijd, vrijwel identiek.

Ook daar veel afwisseling, boerenhoeven, weiden, akkers, begroeide verhogingen en bosschages in een vrij moerassig landschap. Het vriendelijke watertje wat de Deuverdensebeek doorgaans was, zwol tijdens een regenperiode op tot een ongekend woest kolkende stroom. De Deuverdenseweg, een zandweg, veranderde dan door de forse overstromingen in drijfzand, waar je tot ongeveer aan je middel in kon blijven steken als je niet uitkeek. Na een dag regen leek gewoon thuiskomen van je werk over deze weg op een ware survivaltocht. Ik vond het prachtig, maar die mening werd niet door iedereen in dat huis gedeeld. Toen ons eerste kindje daar geboren was, en we er wel eens met de kinderwagen op uit wilden, voelde ik mij destijds in dit soort situaties toch ook wel enigszins van de buitenwereld afgesloten.

Terugkomend op de wildernis van Slichtenhorst. Een prachtig natuurgebied met een gevarieerde ruimtelijkheid en vegetatie, en veel wild springt er voor je voeten weg, reën, hazen en konijnen zagen we bij de vleet, en uiteraard zie en hoor je er natuurlijk allerlei soorten vogels. Ook is het er volgens mij voor Nederlandse begrippen voor bijzonder lange periodes echt stil. Verder zijn we daar bij beide wandelingen deze week geen mens tegen gekomen. We hebben ons voorgenomen hier vaker te gaan wandelen!

woensdag, mei 30, 2007

Ruhrgebiet II



De kortste route van Berlijn naar huis is Magdenburg, Hannover, Osnabruck, Hengelo enz. Maar even voorbij Hannover hebben we toch de afslag Dortmund maar genomen, om aan ons Berlijnse uitje nog een paar dagen Ruhrgebiet vast te knopen. Want ook in het land tussen Roer en Lippe in het Rijnland en Westfalen is bijzonder veel te zien en te beleven (Zie daarvoor ook mijn stukje 'Ruhrgebiet' van 17 october 2006).
Het is namelijk een gebied met iets wat je bijna nergens anders aantreft t.w. 'Cultuur in de industrieregio'. Mijnen en hoogovens als uniek decor voor rockopera's, disco's, opera's als Tristan en Isolde of het wereldmuziekfestival, maar ook en vooral kunst, architectuur en industriële vormgeving van alle tijden.
Ze hebben door het gebied zelfs een z.g. route 'Industriekultuur' uitgezet over een afstand van zo'n 400 km, die je met elke vorm van vervoer kan doen. Maar dat gaan we nu zeker niet doen, aan een klein stukje hebben we onze handen al vol, en een beetje verdieping geeft ook meer voldoening. In Essen weet ik een hotel waar we vast nog wel terecht kunnen voor één of twee nachtjes.

Zo omstreeks vier uur in de middag waren we op de plaats van bestemming aangekomen. Na een fietstocht over het voormalige mijnencomplex 'Zeche Zollverein' nabij Essen, waarmee ze tot 2010 nog bezig zijn het te transformeren tot 'Designstadt' waren we uitgedroogd. Maar het op het terrein aanwezige "Casino Zollverein" bood uitkomst, bier, wijn en lekkere hapjes genoeg, in het zonnetje op het terras van deze tent was het een poosje goed uit te houden. We hebben er gelijk maar een tafeltje voor de avond besproken.
Vervolgens zijn we eerst maar eens een hotel gaan zoeken. Hotel Jung in Essen bood inderdaad uitkomst, dus dat was gauw geregeld. Rond acht uur s'avonds waren we terug in "Casino Zollverein" en met lekker eten hebben we daar de rest van de avond in een uitstekend sfeertje doorgebracht.

Na een prima nachtrust en een heerlijk ontbijt zijn we s'morgens rond half tien via Dusseldorf richting Neuss gereden, naar landschappark "Insel Hombroich" een park waar natuur, kunst en architectuur samen op trekken en een gelijke waarde hebben in de filosofie van dit park.
Wandelend onder een stralend zonnetje hebben we het hele park doorkruist, af en toe even pas op de plaats makend op een bankje of in één van de kunstpaviljoentjes. Midden in het park hebben we in cafe Hombroich geluncht, grappig is dat het eten en drinken bij de entreeprijs is inbegrepen zodat het gratis lijkt, er staat van alles en nogwat aan lekkers klaar op lange tafels zodat je het zelf kan pakken. Met de auto zijn we vervolgens naar het nabij gelegen Raketenstation Hombroich gereden, waar moderne kunst te zien is in een prachtig museum dat is ontworpen door de Japanse architect Tadao Ando.

Toen we dat allemaal gezien hadden en daar ook nog een wandeling in de omgeving hadden gemaakt, zijn we richting Oberhausen gereden voor een bezoek aan de Gasometer van Man (1929). De voormalige gashouder van maar liefst 117,5 meter hoog die is verbouwd tot theater en expositieruimte. Een fraaie tentoonstelling van enorme kleurenfoto's van diverse plekken op aarde, genomen middels satellieten in de ruimte. Op een ontzettend groot scherm kon je ook via Google Earth je eigen plekken opzoeken en scherp vergroten. Vanaf het dak heb je een prachtig uitzicht over het Ruhrgebied, alleen jammer dat het nogal heiig was.

Met een bezoek aan het nieuwe binnenhavengebied van Duisburg en een voortreffelijke maaltijd op één van de prachtige terrassen langs het water, hebben we het actieve deel van de dag afgesloten. Aanvankelijk wilden we in Duisburg nog een hotel zoeken voor de nacht, maar dat plan hebben we bij nader inzien maar laten varen. Rond elf uur s'avonds waren we thuis in Harderwijk, en keken we terug op een voor herhaling vatbaar weekje Duitsland.

dinsdag, mei 29, 2007

Berlijn



Transparantie als teken van een nieuw begin in een gebouw dat slechts bij weinigen geliefd was! De grondgedachte achter het ontwerp van Sir Norman Foster in 1995, resulterend in o.a. de nieuwe glazen koepel op het Rijksdaggebouw.
Het oorspronkelijk door architect Paul Wallot ontworpen massieve en symmetrische neorenaissancepaleis, gebouwd tussen 1884 en 1894.

Eén van de weinigen die het gebouw wél waardeerden, was de amateurarchitect en liefhebber van klassieke bouwkunst Adolf Hitler. Toen zijn hofarchitect Albert Speer hem in 1937 voorstelde de uitgebrande Rijksdag (Marinus van der Lubbe 1933) af te breken, in het kader van de grootscheepse verbouwing van Berlijn tot Reichshauptstadt Germania, verwierp Hitler dit onmiddelijk. "Het gebouw beviel hem", schreef Speer later in zijn Erinnerungen. We kunnen het als leeszaal of verblijfsruimte voor de afgevaardigden gebruiken, zei Hitler. Provisorisch werd het één en ander opgeknapt aan het gebouw, maar aan het eind van de 2e wereldoorlog was er door beschietingen, bombardementen en plunderingen toch weinig anders over dan een ruïne van formaat. De wederopbouw werd pas in 1970 voltooid, waarbij de oorspronkelijke koepel was weggelaten.
Na de totstandkoming van de Duitse eenheid eind 1989, is in de begin jaren negentig besloten regering en parlement vanuit Bonn weer naar Berlijn te verplaatsen, en dat het Rijksdaggebouw na omvangrijke verbouwingen de toekomstige vergaderplaats van de Duitse Bondsdag zou zijn. En zo geschiedde, sinds 1999 fungeerd het Rijksdaggebouw weer als onderkomen van het Duitse parlement.

Ondanks de boeiende vaak spectaculaire ontwikkelingen in Berlijn op praktisch elk gebied, is Berlijn ook een stad vol met plekken en sporen van de geschiedenis uit de 20e eeuw. "De paradox van Berlijn is het verlangen te herinneren, gecombineerd met het verlangen te vergeten" aldus Renzo Piano, architect van het Daimler-Benz project, 1998. Een uitspraak die ik denk ik goed begrijp. Het verleden laat zich overigens niet wegmoffelen achter een mooie facade, er is niet aan te ontkomen. Het is een stad vol littekens, spoken van de nazi-tijd en het communisme huizen in gebouwen, ruïnes en monumenten.
Ook het spectaculaire in 2001 geopende Joodse Museum van de Amerikaanse architect Daniel Libeskind is een gebouw vol horror en tragiek, maar gelukkig ook vol schoonheid en hoop. Libeskind heeft geen dogmatisch gebouw willen maken, maar een levend museum. Niet enkel willen herinneren aan het verleden, maar ook het heden laten zien en de toekomst. Iedereen moet zijn eigen associaties kunnen beleven als hij of zij door de verschillende ruimten loopt.

En zo beleef je de metropool Berlijn, een dynamische plek vol verleden, heden en toekomst. Prachtige gebouwen en musea hebben we bekeken. We hebben veel rond gefietst, van Charlottenburg tot de Prenzlauer Berg en van Tiergarten tot Kreuzberg. Met een rondvaartboot hebben we drie uur gevaren over de Spree en het Landwehrkanal. Het bekende in 1936 geopende Olympiastadion, in 2004 laatselijk gerenoveerd t.g.v. het wereldkampioenschap voetbal in 2006, hebben we bezocht. Op ongeveer 207 meter boven maaiveld hebben we vanaf de Fernsehturm het stadslandschap goed kunnen bekijken. In de Philharmonie hebben we een prachtig concert bijgewoond van het Deutsches Symphonie Orchester Berlin en het Rundfunkchor Berlin onder leiding van de Japanse dirigent Yutaka Sado met stukken van John Adams, Wolfgang Amadeus Mozart en Leonard Bernstein. En last but not least, het in 2003 nieuw gebouwde hotel Ku'Damm 101 aan de Kurfurstendamm is ons, ondanks de wat minder centrale ligging, prima bevallen. Het is hét lifestyle hotel van Berlijn vinden ze van zich zelf, licht-design met gevoel voor minimalisme en ingericht met bijzondere materialen. Berlijn, een stad om vaker te bezoeken!

vrijdag, mei 18, 2007

Zeearend



Sinds begin april kijk ik bijna elke dag wel een paar keer op de website van Staatsbosbeheer naar 'Zeearend in beeld'. Zeearend (Haliaeetus albicilla) de grootste arend van Europa, een majestueuze roofvogel waarvan sinds vorig jaar voor het eerst, na zeer lange tijd als broedvogel afwezig te zijn geweest, één paartje succesvol in Nederland heeft gebroed. En zo ook dit jaar weer, Staatsbosbeheer heeft in het voor mensen ontoegankelijke deel van het natuurgebied Oostvaardersplassen, een webcam geplaatst in een boom naast het nest van het Zeearendenpaar. Middels een draadloze- en een ADSL verbinding gaan de beelden respectievelijk naar het kantoor van Staatsbosbeheer en de server van hun website. Zonnepanelen met een accu zorgen voor de benodigde energie.

Begin april zag je niet veel meer dan afwisselend het mannetje of vrouwtje broedend op het nest, maar sinds het jong half april uit zijn ei is gekropen, zijn beide ouders druk met het vangen, aandragen en voeren van prooi. De eerste paar weken was dat vooral vis, varierend van een voorntje van amper 15cm tot een snoek van zo'n 90cm, maar momenteel zijn het vooral watervogels als jonge grauwe ganzen, meerkoeten, wilde eenden, slobeenden en waterhoentjes die er aan moeten geloven.
Het jong groeit als kool en heeft steeds meer voedsel nodig, dat de hele dag doorlopend wordt aangevoerd. Acht tot tien keer per dag wordt het jong door één van de beide ouders gevoerd, het weegt naar schatting nu al ruim 2kg en is ongeveer 50cm lang.

Naar verwachting zal het jong begin juli uit vliegen, hij of zij is dan om en nabij 10 weken oud en zal dan zo'n 5kg wegen bij een lengte van ongeveer 80cm en een vleugelspanwijdte van ruim 200cm. Maar voor het zover is moeten beide ouders zich nog behoorlijk uitsloven, en zullen ze nog flinke aantallen prooidieren moeten verschalken. Je zal de komende tijd daarom de ouders steeds minder vaak op het nest aantreffen, waardoor de kans dat je er één ziet vliegen vanaf bijvoorbeeld het Praamwegviaduct nabij Lelystad of vanuit één van de observatiehutten natuurlijk groter wordt. Goed kijken, het kan niet missen, vroeg of laat zie je in het zwerk een 'vliegende deur'!

woensdag, mei 16, 2007

De Koekfabriek



De parel van de Zaan is gered, las ik vanmorgen in de Volkskrant. Ik zou vandaag redelijk in de buurt van deze z.g. parel komen, dus leek het mij wel een goed plan om samen met Joke maar eens te gaan kijken, of we het met deze stelling eens konden zijn.
Het betreft hier de Verkadefabriek aan de Zaan, ooit de levensader van het oudste industriegebied van Europa, een eretitel die de Zaanstreek dankt aan de 1100 industriële molens die er vanaf 1596 werden gebouwd, en die in latere eeuwen weer plaats maakten voor fabrieken en silo's.
Het oudste deel van de Verkadefabriek stamt uit 1886, en met vele andere industriële bouwwerken aan de Zaan vormde ze een buffer tussen het water en de stad.

Maar nu is er het z.g. Zaanoeverproject, waarvan de Verkadefabriek een onderdeel is.
De rivier wordt ontsloten, sommige oude bouwwerken worden gesloopt en vervangen door bijvoorbeeld appartementen, maar het merendeel van al die oude industriële bouwwerken wordt gerenoveerd en/of verbouwd en krijgt een publieke bestemming.

De koekfabriek van Verkade, waar ooit beschuit, koek en chocolade werden gemaakt, de parel aan de Zaan dus, is een prachtig voorbeeld van hergebruik. Ze huisvest nu al een restaurant met buitenterrassen, één aan de Zaanzijde en één op een binnenplein. Dit binnenplein wordt tevens het toekomstige centrum van nieuwe bedrijvigheid in de oude fabriek. Ook een sportschool is hier reeds gehuisvest, en spelletjesmaker Jumbo, die analoog aan hun logo volgens mij ook verantwoordelijk is voor het aardige en speelse beeld van de jonge olifant op de kade. Er komt een openbare bibliotheek en er komt ruimte voor winkels en publiek trekkende bedrijfjes. Verder zijn er ook nog bovenwoningen gepland in het complex.

Stukje bij beetje worden de Zaanoevers zo fraaier, ontsloten en toegankelijk gemaakt voor het publiek. Een mooi initiatief, en volgens mij ook de enige manier om met behoud van een groot deel van de karakteristieke oeverbebouwing, de buffer van historisch gegroeide industriële activiteiten tussen de stad en het water te slechten.

zaterdag, mei 12, 2007

Halleluja



Gospelmuziek, ofwel evangeliemuziek in het Nederlands, is voor ongelovigen als ik niet bepaald het meest favoriete muziekgenre. Toch heb ik gisteravond in het Cultureel Centrum Harderwijk een swingend concert bijgewoond van "Gospel Boulevard", een blackgospel koor dat onder leiding van een opdrachtgever van mij al op heel wat verschillende podia in en buiten Nederland te zien en te horen is geweest.

De oorsprong van de gospelmuziek ligt in de Amerika, om precies te zijn in de katoenvelden van de zuidelijke staten. Religieuze muziek beïnvloed door de swingende ritmiek van de zwarte slaven uit Afrika en het bevindelijke geloofsbeleven van de blanken aldaar. Een zeer geliefd thema dat vaak wordt bezongen in de gospel is het leven na de dood, dat vaak wordt aangeduid als het oversteken van de rivier de Jordaan. Een belangrijke vertolkster van de blackgospel was de Amerikaanse zangeres Mahalia Jackson (1911-1972) zij werd wel de koningin van de gospel genoemd.

Met verbazing zag en ervoer ik, dat de enorme hoeveelheid energie die door het koor en de begeleidende band werd gegenereerd in mum van tijd oversloeg op de mensen in de zaal. Collectief stond iedereen te swingen en te klappen als een oordeel. Ook de zintuigelijk minder bedeelde medemens kon en mocht natuurlijk niets missen van de blijde boodschap. Op een aanstekelijke manier werden zo te zien een aantal prelinguaal doven op de voorste rij, door twee aantrekkelijke meiden op het podium met gebarentaal op sleeptouw genomen, en zo ook meegesleurd in de collectieve opwinding.

Ik voelde mij als een kat in een vreemd pakhuis, we (Joke was erbij) zijn met de pauze maar naar huis gegaan.

woensdag, mei 09, 2007

illustraties



Van links naar rechts, van boven naar beneden:

1) Sigmund, een strip van Peter de Wit. Koninginnedag in Amsterdam, iedereen verkoopt z'n waar op het trottoir, ook een patiënt van Sigmund. 2) Op de camping met o.a. Deirdre, een strip van Gummbah (Gertjan van Leeuwen 1967). De boer, een voyeur, probeert zich een houding te geven met die malle nudisten op z'n weilandje. 3) Shunga betekent letterlijk 'lenteplaatjes' een eeuwenoude kunstvorm uit Japan die uitsluitend de verbeelding van de geslachtsdaad tot onderwerp had. Deze pornografische kunstvorm is niet ordinair maar biedt erotiek, esthetiek en humor. 4) Raampartij van gebrandschilderd glas in lood, afbeeldend de verering van St.Catharina. 5) Een afbeelding uit 'De Zaak' een tijdschrift voor ondernemers. IK ben belangrijk, alles draait om mij. 6) Echtscheiding. 7) Sesamstraatbewoner Bert (Bert en Ernie, een creatie van Jim Henson VS uit 1969) 8) Gorilla (de Volkskrant) De 'Europese Unie' unie betekent eenheid, maar daar is nog lang geen sprake van. Wie trekt er het hardst aan de touwtjes. 9) Wie heeft er een creatief idee over wat we met ons afval aanmoeten.

Het geschreven woord is één ding, maar met een illustratie val je gelijk met de deur in huis. Een illustratie schept sfeer, en vertelt vaak meer dan in woorden is te vatten. De moeilijkste materie of boodschap wordt met behulp van een goede illustratie voor de meeste mensen snel helder en begrijpbaar.
Illustreren is communiseren, en dat is al heel lang zo, de prehistorische rotsschilderingen in de grotten van Lascaux in Frankrijk van ca. 15000 jaar voor Christus zijn daarvan een goed bewijs.

We leven nu in het digitale tijdperk, illustraties in welke vorm dan ook zijn niet meer weg te denken. Alles is beeld geworden, de kurk waar de economie op drijft. Kijk om je heen in stad of dorp, in het verkeer, in de reclame of waar dan ook, elk item of boodschap is op de één of andere manier gevisualiseerd met behulp van één van de vele technieken die ons ter beschikking staan. Het eerste aap-noot-mies leesplankje uit 1910, uitgegeven door J.B. Wolters uit Groningen, zijn we inmiddels wel ontstegen.
Ik las ergens dat David Morice, een engelse poëziedocent eind jaren zeventig zelfs op het idee is gekomen, om bekende regels uit de engelse dichtkunst in cartoons te verwerken en ze zo aan zijn studenten voor te schotelen.

Visualiseren is ook iets wat we eigenlijk voortdurend allemaal doen. Probeer je maar eens te herinneren hoe een bepaald vertrek er uitziet in een gebouw wat je uit het verleden kent, bijvoorbeeld je ouderlijk huis. En welke beelden vormen zich in je geest als je bijvoorbeeld een roman leest?
Visualiseren is de techniek die je in staat stelt om met behulp van je verbeelding datgene tot stand te brengen dat je wilt leven!

Daarin staat ons niets in de weg, zelfsniet de overvloed aan beelden om ons heen.
Gelukkig maar!

dinsdag, mei 01, 2007

Paleis Soestdijk



Mooi weer om te wandelen de laatste tijd. Zo ook donderdag 26 april j.l. in de tuin van paleis Soestdijk. Mooi tuintje trouwens!
Alweer ruim twee jaar geleden, om precies te zijn op 1 december 2004 is de laatste paleisbewoner overleden in het UMC te Utrecht, 93 jaar oud. Nog even heeft Prins Bernard in zijn vertrouwde paleis, waar hij behoudens een onderbreking tijdens de oorlog vanaf 1937 had gewoond, opgebaard gelegen. Maar uiteindelijk is ook hij bijgezet in de Nieuwe Kerk in Delft, en sindsdien staat het paleis leeg.

En nu lopen Joke en ik hier samen met mijn moeder, de meest ultieme oranjegezinde van de familie, parmantig rond te stappen. Gek gevoel! Toen ik langs de rododendrons liep moest ik denken aan de act van Wim Sonneveld en zijn opperstalmeester, ik heb wel even gekeken of er niet nog een spoor van oude krentemikken viel te bekennen. Ook nu is het weer bijna Koninginnedag en ik moet denken aan al die defilé's die hier in het verleden op 30 april, voor het oog van de hele koninklijke familie op bordes of stoep, zijn langs getrokken, totaal 32 keer! Voor het eerst op 30 april 1949 en de 32e en laatste keer in 1980, een maand na de verjaardag van Koningin Juliana en haar troonafstand. Er namen toen meer oranjegezinden deel aan het defilé dan ooit tevoren, en als altijd kwamen ze ook nu weer van heinde en verre met vlaggen, wimpels, cadeau's, muziek en het nodige kunst en vliegwerk in het vaandel.
Dat ikzelf een oranjegezinde ben kan ik niet direct zeggen, maar aan de andere kant zitten ze me ook niet in de weg. Bovendien een eigen koningshuis in dit kleine kikkerlandje in die grote boze wereld van anno 2007 is toch ook wel weer heel bijzonder. Van huis uit heb ik in de jaren vijftig en zestig het defiléspektakel redelijk vaak op tv voorbij zien trekken. Een zekere opwinding maakte zich dan soms van mij meester, waarschijnlijk mede veroorzaakt door het feestgebeuren in je directe omgeving die dag.

Het midden- en oudstedeel van het huidige paleis is als jachtslot door prins Willem III (de latere koning van Engeland) gebouwd omstreeks 1674. Na de Franse revolutie werd het paleis aanvankelijk min of meer als hotel gebruikt, en weer later zelfs als paardenstalling. In 1806 besloot koning Lodewijk Napoleon er te gaan wonen, hij liet het als een fraai buitenverblijf inrichten, waarmee hij het paleis waarschijnlijk van de ondergang redde. Weer later liet prins Willem Frederik George Lodewijk, de latere koning Willem II het paleis verbouwen en uitbreiden tot ongeveer de huidige afmetingen. En zo gaat het in de tijd nog een poosje door met de diverse bewoners en gebruikers, van koning Willem III, koningin Emma en dochter Wilhelmina naar koningin Juliana. Drie van de vier Oranjeprinsessen zijn op Soestdijk geboren, prinses Margriet is in oorlogstijd in Ottawa, Canada geboren.

Paleis Soestdijk en het park er omheen zijn nu open gesteld voor het grote publiek, de mythe is daarmee verdwenen op deze plek, het voelt een beetje vreemd omdat het zolang anders is geweest. Sinds Beatrix koningin is zijn de rollen omgedraaid en komt de de hele koninklijke familie, en dat zijn er momenteel nog al wat, het volk op 30 april per bus opzoeken, gisteren was dat in Woudrichem en Den Bosch.
We hebben er met ons allen natuurlijk wel een mooi wandelpark bij gekregen. Het is nog even afwachten wat ze uiteindelijk met het paleis gaan doen dat staatseigendom is. Allerlei ideeën gaan over tafel, hotel, bejaardenhuis, museum noem maar op, ze zijn er nog niet over uit. Voorlopig is het paleis voor bezichtiging de eerste drie jaar opengesteld voor het publiek, al gaat dat dan wel op afspraak.