vrijdag, november 20, 2009

Andalusië



Mei, de zaterdag voor Pinksteren stapten we rond het middaguur in het vliegtuig. De kortste vlucht van Schiphol naar Sevilla lijkt mij een rechte lijn. Maar wij gingen via een overstap in Zurich, we hadden de tijd en het was tot onze verrassing nog voordeliger ook. Zoals besproken stond op Sevilla Airport de Peugeot Cabrio 307 al voor ons klaar. Maar hoe het dak van de Cabrio open te krijgen was, kon mevrouw van Hertz die de auto afleverde ons niet vertellen. Nou ja, geen probleem, daar zouden we dan zelf wel achter komen.

En daar kwamen we inderdaad achter, alleen niet zonder slag of stoot. Om de werking van het één en ander even goed te kunnen bekijken, hadden we de auto even op een parkeerpleintje ergens in het centrum van Sevilla stilgezet. Maar hoe we ook keken, nergens was een knopje of schakelaar te vinden om het dak te openen. Dat nam niet weg dat ik op een gegeven moment dacht toch iets gevonden te hebben, maar dan moest de motor volgens mij wel eerst weer worden gestart. Een vreemde gedachtenkronkel achteraf, en vooral ook zo ontzettend stom. Maar goed, het zij zo, met de benen nog buiten boord werd de motor gestart die, zoals bleek, nog in de eerste versnelling stond. En omdat we ook nog op een helling stonden met de neus omlaag, nam de auto a.h.w. een sprong en reed ik, voor ik de auto met mijn buiten boord bungelende benen weer onder kontrole had, een prachtige gietijzeren omheining met Jugendstil kenmerken naar de ratsmode, na eerst ook nogeens over een hoog trottoir heen geknald te zijn met zo te horen forse bodemschade als gevolg.

Wat een entree! De parkeerwachter die verderop een beetje in het namiddagzonnetje zat te dutten, reageerde als door een wesp gestoken. Hevig sticulerend kwam hij op ons af en kregen we een niet mis te verstane tirade. Maar toen hij merkte dat het Spaans niet aan ons besteed was, noteerde hij ons nummer maar en trok hij zich weer terug op zijn stoeltje in de zon.
Daar stonden we dan met de gebakken peren. Bij Hertz op Sevilla Airport namen ze de telefoon niet meer op. Uiteindelijk kregen we iemand van dit bedrijf in Malaga aan de lijn. Nadat alle gegevens waren uitgewisseld werd ons een andere auto beloofd, maar die zou pas de andere dag, op 1e pinksterdag dus, rond het middaguur kunnen worden afgeleverd. Het was niet anders. Na de kapotte auto te hebben afgesloten en de groeten aan de parkeerwachter, hebben we ons met ons hele hebben en houwen per taxi naar hotel 'Amadeus' aan de Calle Farnesio laten vervoeren.
De andere dag rond het middaguur kwam dezelfde mevrouw van Hertz ons inderdaad een nieuwe auto brengen van hetzelfde type. Hoe het dak te openen was kon ze ons nog steeds niet vertellen. Maar we zouden volgens haar onderweg vast wel een keer een Peugeotgarage tegenkomen die ons op dat gebied wijzer kon maken.
Maar goed, we konden nu dan echt van start. De rondreis door Andalusie die we thuis hadden uitgestippeld was in grote lijnen als volgt: Sevilla-Cádiz-Ronda via Malaga naar Granada-Córdoba-Sevilla. Een trip van om en nabij 1000 km, waar we een weekje voor hadden uitgetrokken.

Sevilla - Cádiz, ca. 130 km.

Havensteden oefenen op mij altijd een grote aantrekkingskracht uit. Cádiz is een erg tot de verbeelding sprekende havenstad, die volgens de legende is gesticht door Hercules. In 1492 begon Columbus zo ongeveer van hieruit aan zijn ontdekkingstocht naar Amerika. Het centrum van de stad ligt op een schiereiland en wordt als zodanig praktisch volledig omgeven door het water van de Atlantische Oceaan. De stad schijnt 1100 jaar voor Christus al te zijn gesticht, en daarmee één van de oudste steden van Europa te zijn. We hebben daar door de oude binnenstad met z'n smalle steegjes en kleine pleintjes gedwaald en op terrasjes gezeten. We hebben de enorme Kathedraal van Cádiz bekeken, een barok en neoklassiek bolwerk. En vanuit ons hotel 'Parador Atlantico Cádiz' aan de Avenida Duque De Nájera hadden we vanaf het balkon een prachtig uitzicht over de oceaan.

Cádiz - Ronda, ca. 170 km.

Een prachtige autorit, en eindelijk met de kap omlaag! In het voorjaar is Andalusië wel op z'n mooist, alles ziet er fris uit en staat in bloei en de temperatuur is nog aangenaam. Door een zonnig en glooiend landschap met nauwelijks verkeer, reden we langs eindeloze olijfgaarden, door slaperige dorpjes en door een groot nationaal natuurreservaat nabij Ubrique. Geleidelijk aan kwamen we in het bergachtige gebied rondom het stadje Ronda. Het schilderachtige, verblindend witte stadje met z'n smalle klinkerstraatjes was door zijn spectaculaire ligging hoog op de rots één van de laatste Moorse bastions, die ten slotte in 1485 in handen van de christenen viel.

Er schoot ons een aardige anekdote uit het voorjaar van 1971 te binnen, toen we in Ronda aankwamen. Vanuit Torremolinos waren we met een gehuurde Fiat 500 naar het stadje gereden, met de twee oudste kinderen destijds 5 en bijna 3 jaar oud op de achterbank. Het steegje in Ronda waarop we reden, ging plotseling over in een vrij steile trap omlaag. Hadden we soms een bordje gemist? In een poging om in het smalle steegje te draaien, zakten we met een achterwiel over de bovenste trede van de trap. Daar zaten we, we konden geen kant meer uit. Door muisstil te blijven zitten, met de voet op de rem en een stevig aangetrokken handrem konden we voorkomen dat de auto verder achterwaarts de trap af zou zakken. Dat niet iedereen met siësta was in het slaperige stadje bleek al snel. Als uit de lucht gevallen stonden er ineens een paar uit de kluiten gewassen mannen om ons heen. Het kon haast niet anders zijn, of die gasten hadden vanachter de ogenschijnlijk gesloten luiken ons gestuntel een poosje aangezien. Ze tilden met gemak het autootje met inzittenden en al op, en zetten het in de goede stand terug op straat. Gracias, en met het schaamrood op de kaken reden we terug omhoog het smalle klinkersteegje uit. Maar deze keer geen polonaise. Na ons eerst te hebben geïnstalleerd in een aardig hotel in het centrum van de stad, zijn we te voet op verkenning uitgegaan. Het was een verademing om in en om dit eeuwenoude stadje te wandelen, en te genieten van de unieke en majestueuze omgeving! Maar natuurlijk ook van de gezellige terrasjes en het heerlijke eten in de zwoele avond.

Ronda via Malaga naar Granada, ca. 270 km.

Een lange maar prachtige tocht door een bergachtig landschap. Bij Malaga een klein stukje langs de kust van de 'Costa del Sol', maar daarna de bergen weer in richting Granada. In de verte de besneeuwde toppen van de 'Sierra Nevada'. In de buurt van Granada aangekomen besloten we nog naar 'Parador de Sierra Nevada' te rijden, een punt in het nationale natuurreservaat op ca. 3400 meter hoogte. Van de olijfgaarden en zonnebloemvelden zo de sneeuw in! Dat scheelde even een jas, maar toen we aan het eind van de dag in Granada centrum waren aangekomen, zaten we al lang weer in ons hempje en gingen we eerst maar weer op zoek naar een hotel. De andere dag bezochten we natuurlijk het eeuwenoude 'Alhambra'. Een gebouwencomplex met prachtige zalen, gangen, torens, koepels, patio's en tuinen, opgebouwd met eenvoudige materialen maar op zo'n sublieme wijze verwerkt, dat het zijn weerga niet kent. Ruimte, lichtval en waterpartijen karakteriseert dit stuk architectuur uit de tijd van de kaliefen in de 13e eeuw. Ze hebben er hun idee van het paradijs op aarde mee willen uitbeelden. Een stukje ten noorden van het 'Alhambra' hebben we ook nog een buitenverblijf van de oude Nasridenkoningen bezocht, het z.g. 'Generalife'. Ook hier weer prachtige patio's, tuinen en waterpartijen, we keken onze ogen uit.

Granada - Córdoba, ca. 235 km.

Wederom een mooie autorit door een natuur waar we zo langzamerhand aan gingen wennen. Glooiende velden werden afgewisseld door ruige hoogten. Maar geleidelijk werd het allemaal wat minder heftig in de hoogten, en verzeilden we in het dal van de Guadaquivir, de rivier waar de eeuwen oude stad Córdoba aan ligt. Córdoba heeft teveel bezienswaardigheden om hier allemaal te noemen, maar de bekendste die we daar hebben gezien wil ik natuurlijk wel even noemen, de 'Mezquita', de grote moskee van Córdoba. Vanaf 785 na Christus heeft deze moskee zich in een mengeling van stijlen ontwikkelt. Midden in een woud van meer dan 850 zuilen van graniet, jaspis en marmer die het dak dragen, hebben de christenen in de 16e eeuw brutaal een kathedraal gebouwd. Daarvoor moest een deel van de moskee worden gesloopt of zeg maar gerust worden verwoest. Een vreemde ervaring, de duizelingwekkende aanblik van al die zuilen, en dan ineens midden in dat woud een kathedraal!



Córdoba - Sevilla, ca. 165 km.

Het landschap van Córdoba naar Sevilla werd gedomineerd door eindeloze velden met zonnebloemen. Een prachtig gezicht als de zon erop scheen. Terug in Sevilla hebben we o.a. de kathedraal bekeken, een enom gotisch bouwwerk waarmee ze al in 1400 zijn begonnen met de bouw. Ook de Giralda, van oorsprong een minaret uit 1198 en later voorzien van christelijke symbolen. Het renaissanceklokkenhuis op de toren is van 1568, het past wonderlijk goed bij de Moorse onderkant. Het bezoek aan het museum der Schone Kunsten (Museo de Bellas Artes) was ook meer dan de moeite waard. En natuurlijk het terrein van de Expo '92 langs de Guadalquivir, dat ik nog goed kende van een eerder bezoek met het HL clubje. En verder hebben we in de stad natuurlijk ook weer van de terrasjes en de prachtige parken genoten.

Maar zoals dat gaat, ook aan dit mooie feest in Andalusië kwam een eind. Inpakken en wegwezen, bovendien moesten we de auto ook nog afleveren. Ineens moesten we ons nog min of meer haasten om op tijd op Sevilla Airport te zijn voor onze vlucht naar Amsterdam.

dinsdag, november 17, 2009

HL+diner



Het Herenleedclubje noemen we ons zelf, en dat al ruim 26 jaar! Sinds begin 1983 komen we gemiddeld 4 keer per jaar in Amsterdam een avond bij elkaar, om te praten over architectuur en het leven. De volgorde van beide onderwerpen is overigens geheel willekeurig, en soms hebben we het maar over één ding. In de beginperiode was cafe 'van Puffelen' aan de Prinsengracht favoriet voor het aperitief, maar dat is nu al weer jaren cafe 'Hegeraad', een intiem bruin cafeetje in de Jordaan op de hoek van de Noordermarkt en de Boomstraat. Al jaren zijn we met z'n vijven, maar ooit waren we met z'n zevenen. Eén van ons is een jaar of twaalf geleden plotseling op veel te jonge leeftijd overleden, en een ander is verhuist naar Maastricht.

Vijf mannetjes die regelmatig bij toerbeurten ook nog eens architectuurexcursies en pleziertochtjes voor zichzelf organiseren. Behalve enkele zeiltochtjes over de Noordzee, de Wadden en het IJsselmeer (zie o.a. Zeilherenleed van 1 mei 2006), hebben we ook steden als Istanbul (zie De Gouden Hoorn van 21 maart 2008), Praag, St. Petersburg, Lissabon, Antwerpen en Boedapest bezocht. En hebben we met de auto een aantal trektochten gedaan o.a. in Spanje van Sevilla naar Santiago de Compostela, en naar een aantal steden in het Ruhrgebied (zie Ruhrgebiet van 17 oktober 2006), en als voorlopig laatste trip een rondje visa versa Newcastle in Schotland via Edinburgh en Glasgow. (zie Schotland van 7 mei 2008) Voor de nabije toekomst speelt een excursie naar Hamburg en haar agglomeraat door onze hoofden. Op niet al te lange termijn zullen we bij leven en welzijn dan ook wel een keer die kant uitgaan.


Maar wat we tot voor kort in al die jaren nog nooit gedaan hadden, was de dames ook eens een keer uitnodigen voor bijvoorbeeld een etentje. Een Herenleed + zullen we maar zeggen. Afgelopen zaterdag hebben we daar in Weesp, thuis bij één van ons, verandering in aan gebracht. We hebben daar met z'n vijven een diner georganiseerd voor de dames, inclusief L de weduwe van onze overleden makker, en onszelf. Het was lekker allemaal en hardstikke gezellig! Daar was iedereen het over eens. Over 26 jaar zeker voor herhaling vatbaar zeiden we tegen elkaar. Alleen variëren de heren van het leed, maar ook hun dames dan in leeftijd van 89 tot 96 jaar!


Misschien moeten we iets dergelijks dan toch maar iets eerder organiseren.

zondag, november 08, 2009

'Myosotis'



Een intens droevige blik zag ik in d'r ogen, toen ze donderdagochtend j.l. met behulp van een begeleider, in een oude rolstoel 'Myosotis' kwam binnengerold. Ik zag haar denken dit is het dan! En toen ze mijn twee zussen en mij zag staan, kreeg ze het even helemaal te kwaad. Begrijpelijk, ze had in die rolstoel even daarvoor in de grote hal van ziekenhuis de 'Weezenlanden' ook nogeens veel te lang in haar eentje op haar vervoer naar Kampen zitten wachten. En dat was zo niet afgesproken! Toen voelde ze zich in de afhankelijke en labiele toestand waarin ze momenteel toch min of meer verkeerd, natuurlijk helemaal door jan en alleman verlaten.

Ja, ineens is het dan zover en kan m'n moeder zich zelf niet meer redden. Hopelijk is het maar voor even, maar dat zal de tijd moeten leren. Ze is de jongste niet meer, en de oude zal ze naar ieders verwachting niet meer worden. Als ze weer kan lopen zal dat zo goed als zeker met behulp van een rollator zijn. Maar dat zou natuurlijk al heel mooi zijn. Maar ja, ze wil zo graag onafhankelijk zijn, wie niet trouwens, dus het zal wel even wennen worden voor haar. Het is niet anders, en dat allemaal doordat er een weekje geleden iets met de bedrading in haar bovenkamer is gebeurd. De kwetsbare mens!

Twee weken geleden liepen we met de hele familie V nog in de Ardennen, en toerden we om de beurt met haar nog naar allerlei bezienswaardigheden in de mooie omgeving van Virton. En nu dit, het kan snel veranderen in een mensenleven. Nu zit ze voor een tijd(je) in verzorgingshuis 'Myosotis' in Kampen. 'Myosotis' is de Griekse naam voor "vergeet-me-nietje". Dat zal haar daar niet overkomen, dat weet ik wel zeker. Maar toch, zo'n naam voor een verzorgingshuis geeft wel te denken!

woensdag, november 04, 2009

Wenen



Zondagochtend even voor twaalf reden we Wenen binnen. Een kleine drie uur eerder waren we vanuit Salzburg vertrokken, toch een aardig gemiddelde voor de ruim 300 km. Ook hier weer niets vooraf besproken, maar thuis hadden we al wel hotel 'Mercure' in de binnenstad aan de Fleischmarkt uitgezocht. Ogen van voor en van achter, maar aan hotel 'Mercure' aan de Fleischmarkt zijn we kennelijk toch voorbij geschoten. Maar aan de andere kant van het Donaukanaal, in de Hollandstrasse net even buiten het centrum, vonden we een ander 'Mercure' hotel, er zijn er meerdere in Wenen, waar we terecht konden en waar het bovendien makkelijker parkeren was. Maar na twee nachten moesten we toch ook daar weer verkassen. De laatste twee nachten in Wenen zaten we in 'Urania' een gemoedelijk en schilderachtig hotel aan de Obere Weissgerberstrasse, dicht tegen het centrum aan.

Wenen verkennen per fiets vond ik vrij lastig, vooral in het begin. Met de kaart in de hand kris kras tussen de auto's door, en om de haverklap weer stilstaand om je te oriënteren. Bovendien ook nogeens veel éénrichting verkeer, dus of je houd je aan de regels en zoekt maar weer een andere straat terwijl je net door had waar je ongeveer zat, of je fietst tegen de verkeersstroom in wat ook weer spanningen oproept. Maar gelijdelijk aan kregen we natuurlijk toch wel een beetje door hoe de stad in elkaar stak en ging het allemaal wat makkelijker.

Was Salzburg al een explosie van barokke bouwwerken, Wenen was dat in het kwadraat! Maar gelukkig was er op het gebied van moderne architectuur ook wel het één en ander te zien.
Paleis 'Belvedere', Hofburg, de Spanische Hofreitschule, Schloss Schönbrunn, Stephansdom, Kapuzinerkirch en Kaisergruft, het Hundertwasserhaus en -museum, het Wiener Riesenrad in het Prater en nog veel meer, we hebben het allemaal gezien. Zoals gezegd, ook op het gebied van hedendaagse kunst en architectuur viel er genoeg te beleven. In Museum Moderner Kunst op het MuseumsQuartier hebben we o.a. een mooie tentoonstelling gezien van Maria Lassnig. Deze Oostenrijkse kunstenares, geboren in 1919 dus al 90 jaar, doet nog volop mee in de vaart der volkeren. 'Lichaamsbewustzijn' is haar centrale thema, haar abstract expressionistische schilderijen zijn een verkenning van het lichaam. Ze maakt ook prachtige videofilms zagen we in het museum, kijk bijvoorbeeld maar eens naar 'Kantate' op http://www.youtube.com/watch?v=4sDSZ9GwnCE waarin ze op een wel heel humoristische wijze haar eigen levensverhaal bezingt. Of kijk en luister eens naar onderstaand filmpje 'Das neunte Jahrzehnt' ofwel 'De negende decennium'.



Een bijzondere stad, we hadden er 4 dagen voor uitgetrokken en dat was voor mij althans voorlopig voldoende ook. Al op de derde dag begon ik me lichtelijk overvoerd en vermoeid te voelen. Even had ik genoeg barokgebouwen gezien, we komen hier nog wel een keer terug denk ik. Maar dan hou ik m'n portemonnee, al is tie nog zo dik als vanouds wel in m'n broekzak, en berg ik hem niet in een moment van onachtzaamheid op in het buitenste vakje van m'n rugzak, want dat is me daar natuurlijk wel heel slecht bekomen.

De terugtocht ging als een speer, 'k wist eigenlijk niet dat m'n auto zo hard kon. Maar in Würzburg hebben we desalniettemin toch maar een pitstop gemaakt voor de nacht. In het Central-Hotel aan de Koellikerstrasse konden we terecht voor ons bed, en daaraan vooraf in de Juliusspital-Weinstube voor een goede maaltijd. De afstand van Würzburg naar huis de andere dag, zo'n dikke 500 km, hebben we in ca. 3,5 uur gedaan, alles zat mee! Omdat te vieren hebben we op het zonnige terras van Brasserie Staverden, dus al dicht bij huis, ter afsluiting van onze trip nog een voortreffelijke uitsmijter gegeten.

dinsdag, november 03, 2009

Salzburg



Salzburg, het Oostenrijkse Rome wordt het wel genoemd las ik ergens. Al is het met ca. 150.000 inwoners wel even een stukje kleiner dan de Italiaanse metropool. Naar het voorbeeld van deze metropool hebben de vorsten die tevens aartsbisschop waren, in de 17e en 18e eeuw op een relatief klein gebiedje aan de rivier de Salzach, ingeklemd tussen de Mönchsberg en de Kapuzinerberg, een indrukwekkend ensemble van barokke kerken en paleizen gebouwd.

Toen we vanuit Virton, waar we 's morgens rond halfelf waren vertrokken, aankwamen in Salzburg stond de teller op 800 km. We hadden vooraf voor de overnachting niets geregeld, maar thuis hadden we wel een paar adressen van hotels genoteerd. En daar was hotel 'Mozart' aan de Franz-Josef-Strasse er één van. Ze konden ons zowaar voor de eerste nacht onderdak bieden, we waren dan ook snel geïnstalleerd. Lopend zijn we vervolgens op zoek gegaan naar een restaurant, want er moest natuurlijk nog wel even wat gegeten worden voor het slapen gaan. Gelukkig vonden we nog vrij snel een tafel voor twee op de late en drukke vrijdagavond in de 'Wasserfall', een restaurant aan de Linzergasse op ca. 10 minuten lopen van ons hotel.

Na een prima nachtrust en een stevig ontbijt te hebben genoten, zijn we gelijk maar verkast naar hotel 'Markus Sittikus' (genoemd naar de Aartsbisschop van Salzburg, 1574-1619) aan de gelijknamige straat een eindje verderop. Hadden we daar alvast geen omkijken meer naar die dag. Vervolgens zijn we de dag begonnen met een City Tour, met een busje kris kras door de stad en de nabije omgeving langs alle bezienswaardigheden. En dat zijn er nogal wat, eigenlijk teveel om op te noemen! Van locaties in de omgeving waar bijvoorbeeld de film 'The Sound of Music' is opgenomen zoals 'Villa Trapp' of Schloss Heilbrunn, een ander prachtig buitenverblijf met een in strak geometrische Franse stijl aangelegd park. En in het centrum, aan beide zijden van de Salzach een explosie aan barokke bouwwerken en pleinen. Ik noem er een paar Schloss Mirabel, Mozart-Wohnhaus en museum, Bastion Kapuzinerberg, de Dom, Residenzplatz, Salzburg Museum, Festspielhaus en ga zo maar door.

Na de City Tour hebben we onze fietsjes gepakt en hebben we een aantal bouwwerken van binnen en buiten wat uitgebreider bekeken. En de terrasjes in de stad zaten met het prachtige herfstweer bomvol, zeker toen wij er ook nog bij kwamen. In 'Schloss Mirabell' hebben we 's avonds een strijkconcert bijgewoond van het 'Corona Quartett' met Gabriele Hummel violine 1, Helma Kocher violine 2, Stefan David Hummel viola en Götz von der Bey violoncello met een stuk van Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) t.w. KV 156 het z.g. "Mailänder Streichquartett" en twee stukken van Joseph Haydn (1732-1809) t.w. Quartett in C-Dur, op. 33 nr. 3 het z.g. "Vogelquartett" en Quartett in G-Dur, op. 33 nr. 5.



Met de mooie gedachte dat we die avond in een zaal hadden gezeten, waar de jonge Mozart met zijn kornuiten vroeger zelf ook had gemusiceerd, zochten we naar afloop moe maar voldaan ons hotel en bed op. Naar ons gevoel hadden we deze dag in de fraaie barokke en klassieke muziekstad Salzburg in stijl afgesloten.

maandag, november 02, 2009

Virton



We hadden geen hoog gespannen verwachtingen, want de recensies die we vantevoren op internet hadden gelezen over vakantiepark 'La Vallée de Rabais' logen er niet om. Een enkele recensie daar gelaten, waren ze voor het merendeel in alle opzichten ronduit negatief. Behalve een minnetje voor de algemene indruk, deugde er ook niets van de ligging, de services, de prijs/kwaliteit verhouding, de kindvriendelijkheid, de mogelijkheid tot diverse activiteiten, de onderkomens en de eetgelegenheden in de nabije omgeving!
Gezien de lage prijs die we voor de huisjes al in het vroege voorjaar hadden betaald, gingen we zelf door deze negatieve berichten natuurlijk ook behoorlijk twijfelen aan dit project, dat deze keer door mijn broer J was geregeld. Maar goed, het was niet anders, we zouden wel zien.

Nou we hebben het gezien, een prachtig en kindvriendelijk park ook al is het wat gedateerd! De huisjes waren voor de huidige begrippen wel aan de kleine kant, een zes persoons huisje is eigenlijk een vier persoons huisje. Maar dat was dan ook het enige minpuntje wat ik kon ontdekken. Verder was alles prima, keuken, verwarming, open haard, bedden, sanitaire voorzieningen en een aardig terras op de zonzijde. Al die negatieve recensies zijn volgens mij opgesteld door het verwende en over het paard getilde deel van onze natie. Mensen die voor een dubbeltje een plaats op de eerste rang willen opeisen.

We hebben er een prachtige week gehad met de hele familie. We hebben genoten van de cultuur in plaatsen als Virton, Arlon en Bouillon. Van de roofvogelshow in de kasteelruïne van Godfried van Bouillon, en van het kartingwedstrijdje in Bouillon van de kleinkinderen en onszelf. En van de prachtige natuur in de directe omgeving van het park, en de lange wandeling die we daar met de hele groep hebben gedaan. Van de verjaardag van onze dochter S, en van de gesprekken en de aperitiefjes die we in de namiddagen bij elkaar op het zonnige terras genoten, terwijl de kleine kinderen zich elders op het park vermaakten met een bal of iets anders. En van de lange avonden bij elkaar om de openhaard.
'La Vallée de Rabais' in Virton, een prima parkje!

dinsdag, oktober 13, 2009

Oldtimers



Kennelijk hebben ze één ding gemeen, de drie jongens die ik ken: Enwel de liefde voor Oldtimers! De ene heeft een Alfa Romeo GTV uit 1977, de andere een Lincoln Continental uit 1969 en de derde een Mercedes Benz SE500 uit 1981, met een vermogen als ik het goed heb van resp. 120, 365 en 250 pk.
Ik mag graag auto rijden 't liefst zover en lang mogelijk, natuurlijk wel zonder files. Maar veel verstand van auto's heb ik niet, dus aan Oldtimers zal ik zelf niet snel beginnen. Alhoewel, de door chip-tuning opgefokte Volvo V70 van mij is toch ook alweer ruim zes jaar oud. Maar goed, daarmee natuurlijk nog lang geen Oldtimer.

Bij een vriend van me is de Oldtimerhobby volgens mij al aardig uit de hand gelopen, al ontkent hij dat zelf in alle toonaarden. Maar als je hem in het weekend zoekt, kan je hem altijd al sleutelend en discussiërend met z'n hobbygenoten vinden in een hangar op oud Schiphol. Volgens zijn vrouw zou hij er het liefst nog slapen ook. Hij heeft daar een verzamelingetje Engelse Oldtimers staan, een Alvis Firefly uit 1933, een Alvis Speed 20 uit 1936, een Triumph TR4 uit 1963 en nog een Trimph waarvan me de typeaanduiding is ontschoten. En voor het dagelijkse gebruik in Amsterdam rijd hij doorgaans rond in een bejaarde Morris Minor.

Met die Alvis Firefly uit 1933, die hij zelf in Schotland op de kop heeft getikt en in twee jaar tijd volledig heeft gerestaureerd, zijn we een keer vanuit Amsterdam naar een feestje in Maastricht gereden. Een mooi en rustig ritje met onderweg veel bekijks. Halverwege moesten we wel een keer de radiator met water bijvullen, maar verder verliep de tocht perfect. Wel apart, in zo'n auto rondrijden die veel ouder is dan jezelf.


We zijn in Istanbul ook eens een keer met een oude taxi, een naar ons idee slecht onderhouden Desoto uit 1948 langs de Bosporus naar de Zwarte Zee gereden. Een gedenkwaardig tochtje, de man reed zenuwslopend hard door het drukke verkeer. En door het slechte wegdek en de gammele vering stuiterden we voortdurend met onze hoofden tegen het dak, terwijl je het toch geen lage wagen kon noemen. En bovendien keken we ook nogeens zo door de bodem op straat. Geradbraakt, maar blij dat we nog leefden kwamen we aan op de plaats van bestemming. Voor de terugtocht hebben we toen wel mooi een moderne taxi genomen.


Maar ja, hoe het straks allemaal moet met die oude auto's en motoren. Het nieuwe rijden komt eraan hoor ik steeds. Ook zal straks niet het hebben van een auto worden belast, maar de mate van gebruik ervan. Wat dat gaat betekenen voor de Oldtimers die nu helemaal geen belasting hoeven te betalen laat zich raden. We zullen zien.
Het is nu nog hybriden maar het wordt op termijn natuurlijk honderd procent elektra, waterstof of weet ik wat. Neem de Toyota Prius, die kan dan wel lekker schoon zijn in gebruik, maar ik vind hem verder niet om aan te zien. Wat een lelijk ding, daar moeten ze toch echt wat aan gaan doen, want het oog wil ook wat!

maandag, oktober 05, 2009

Museum 'De Pont'



Het middaguur was weliswaar gepasseerd, maar we liepen elkaar in 'De Pont' nog niet bepaald voor de voeten. Maar of dat in het in 1992 geopende museum met ca. 6000 m2 expositieruimte ooit het geval zal zijn lijkt mij sowieso de vraag. Het museum dat is genoemd naar de Tilburgse zakenman en jurist mr. Jan de Pont (1915-1987), is gevestigd in een deel van de voormalige wollenstoffenfabriek N.V. Thomas de Beer. In opdracht van de in 1988 opgerichte stichting De Pont, heeft het Amsterdamse architectenbureau Benthem Crouwel de voormalige wolspinnerij getransformeerd tot een ruim en licht museumcomplex. In het ontwerp zijn bestaande elementen als bijvoorbeeld de voormalige wolhokken heel slim geïntegreerd. Een interessante tegenhanger van de lichte en immens ruimtelijke expositieruimte elders onder de fraaie oude, maar transparante fabrieksoverkapping.

De tentoonstelling van Bill Viola (New York, 1951) één van de grondleggers van de videokunst, nam alle ruimten van de wolhokken in beslag. Over 'Descent into Limbo' één van de bijzonderste werken van Anish Kapoor en behorende tot de vaste collectie van 'De Pont', hadden ze gewoon een verhoogde vloer aangebracht die daar volgens een suppoost tot rond 10 januari a.s., het einde van Bill Viola's expositie 'Intimate Work' blijft zitten.
Onbegrijpelijk, als museum een zee van ruimte ter beschikking hebben, en dan doe je zoiets!

Een unieke museumruimte in alle opzichten. De immense ruimte en de verhoudingen daarvan, de perfecte lichtval en de rust. Zelden zo'n prachtige expositieruimte ervaren. Waarom dan toch dat geprak in die malle wolhokken, dat onnodige gewoeker met ruimte ten kostte van de kunst, dat toch het wezen is van dit museum. Bill Viola's belangrijke videoproject had volgens mij prominent in dit museum geëxposeerd kunnen worden, zonder een belangrijk werk als 'Descent into Limbo' voor het publiek aan het oog te onttrekken!

Ze zullen er een reden voor hebben gehad om het zo te doen. Het zal waarschijnlijk een beleidskwestie zijn, dat weten we natuurlijk niet. Maar hoe dan ook, voor mij blijft het onbegrijpelijk. Evengoed hebben we toch wel weer genoten van het bezoek aan museum 'De Pont' in Tilburg.

vrijdag, oktober 02, 2009

Anish Kapoor



'Shooting into the Corner' van de Britse sterbeeldhouwer Anish Kapoor (Bombay, 1954). Een werk van in een museum zelden gezien machtsvertoon. Kapoors nieuwere werk is immens en heeft pretparkkwaliteit, las ik vanmorgen in de Volkskrant. In de chique zalen van de Royal Academy in Londen, op loopafstand van Buckingham Palace, wordt in dezer dagen om de twintig minuten een kanon afgeschoten. Er komen geen metalen kogels uit, maar emmers rode was die met een snelheid van om en nabij de 80 km per uur tegen een muur aan worden geschoten. De smurrie zakt vervolgens langzaam op de vloer waar ze als een klonterig tapijt blijft liggen.



'Svayambh' een ander project van Kapoor uit 2007, is tot 11 december a.s. in hetzelfde museum te zien. Een groot blok van ongeveer 40 ton rode was en vaseline rijdt langzaam op rails door 5 zalen. Het blok is met opzet te groot gemaakt voor de deur- of poortopeningen, bij het passeren van deze openingen blijft er dus een hoop van de kleverige substantie achter. Het publiek staat stil te kijken naar een kunstwerk in wording, het komt langzaam voorbij glijden en wordt a.h.w. door het museum zelf in vorm geschraapt. Het publiek schijnt het als een ongekend hallucinerende beleving te ervaren.

In museum De Pont in Tilburg is ook werk van Kapoor te zien. Bijvoorbeeld 'Descent into Limbo', een intens zwarte cirkel midden op de vloer van één van de wolhokken. Je weet niet goed wat je ziet. Is het een plat vlak of is het een onpeilbare duistere diepte. Je benaderd het werk daardoor alleen al met enige schroom. Het is een donkere bolvormige holte onder de vloer, waarin je geen perspectief en ruimte kan waarnemen. Alleen een illusoire beeld van een platte zwarte cirkel rest. 'Descent into Limbo', een afdaling in het ongewisse!

Bij Anish Kapoor weet je soms niet goed wat je ziet. Grote en kleine spiegelende objecten, de grenzen tussen materies vervagen, is het werkelijkheid of illusie. 'To be or not to be', je moet intens kijken wil je het zien. De uitstulping of bolling op één van de witte wanden van 'De Pont' is ook zo iets. Subtiel, als je er recht voor staat zie je weinig, het ene wit verdwijnt in het andere wit. Maar bij een ander standpunt en lichtval worden de contouren verrassend prominent. Je blijft je alsmaar afvragen en verwonderen bij Kapoor.

dinsdag, september 29, 2009

weekend nr. 39/'09.



Zaterdag 26 september t/m Zondag 27 september j.l. ofwel het 39e weekend, eigenlijk ons 1e herfstweekend dit jaar. Soms, of eigenlijk best wel vaak stellen we ons zelf de vraag, of we in het weekend nog wat gaan doen? Mogelijkheden te over, maar dat maakt het ook vaak lastig. Af en toe wil je, of doe je in die paar dagen ook weleens wat teveel. Voor de lol heb ik beide collage's die ik gemaakt heb van zaterdag en zondag eens over elkaar afgebeeld. Het resultaat staat haast symbolisch voor hoe we het weekend achteraf min of meer hebben ervaren. Het blijft leuk, maar alles loopt wel een beetje door elkaar. Bij tijd en wijle wat meer pas op de plaats zou ook zo gek niet zijn. Maar ja, aan de andere kant, rusten kan je t.z.t. nog heel lang!
Ach, aanstellerij, het is natuurlijk een absoluut 'non probleem' daarom genoeg geneuzeld!

Fietsen door de Mheenlanden en de Hierdense Poort! Hoelang het fraaie fietspad in het sompige landje tussen Harderwijk en Elburg er al ligt weet ik niet, maar vast nog niet zo lang want we kenden het geeneens. Het is een mooi betonnen fietspad, dwars door weilanden en bosschages, en langs rietkragen en beken. Nou ja beken? Ja, de Hierdense Beek misschien, maar aan de rest fiets je al snel ongemerkt voorbij als je niet uitkijkt. Het zijn beekjes van niks, de Killebeek, de Varelse Beek, de Bijsselsche Beek en ga zo maar door. Clusters van beken zijn het eigenlijk, maar voor de afvoer van het kwelwater van het Veluwemassief in dit gebied heel belangrijk las ik.

Aan de andere kant van de Zuiderzeestraatweg nabij Hulshorst, duik je weer een meer bossig gebied in. Thee of een glaasje wijn, hadden we bedacht bij het ons zo bekende Italiaanse restaurant 'La salute' aan de Oudeweg. Maar wat bleek, al sinds januari j.l. waren ze vertrokken, ze hadden de zaak verkocht. We moesten even wennen aan 'De Gulle Belg' die er nou zat, een heel ander concept, bovendien hadden ze de zaak helemaal opgeknapt en verbouwd. Een heel andere uitstraling dan het rommelige tentje waaraan we zo gewend waren. Maar goed, het wijntje smaakte er niet minder om. En toen we de kaart eenmaal gezien hadden, hebben we ons ook maar voorgenomen hier op termijn een keer te komen eten.
Een beetje slapjes in de beentjes, wat mij betreft mogelijk van het glaasje wijn, zijn we daarna via de Vuurkuilweg, Watervalweg, Molenweg, Duinweg, (Hoe komen ze toch aan al die namen in dit prachtig glooiende landschap?) Lage Enkweg, Grevenhofsweg, Kruisweg en plan 'Frankrijk', de meest oostelijk gelegen woonwijk van Harderwijk, naar huis gefietst.

Zondag naar museum Singer in Laren! Het pondje over de Eem bij Eemnes voer jammer genoeg niet op zondag. Dat had ik natuurlijk moeten weten in deze regio, dan toch maar via Eembrugge en de meer reguliere route. In Eemnes hebben we eerst De toren (1521) en de Nicolaaskerk eens goed van nabij bekeken. (Vanuit de verte kende ik dit bouwwerk wel, zie o.a. mijn stukje 'Eem of Hemus' van 20/9 j.l.) Alvorens verder het museum in te duiken voor de prachtige schilderijen van Anton Mauve (1838-1888), hebben we op het zonnige terras van Brasserie 'Stijl' eerst nog even geluncht. Nou ja even, die paar kroketten op een sneetje brood lieten wel een eeuwigheid op zich wachten. Het was gezellig, en de zon scheen, maar anders was ik vast en zeker opgestapt.
Behalve Anton Mauve was er in Singer uiteraard wel meer te zien. Bijvoorbeeld de tentoonstelling 'Couleur Locale', een kunstcollectie van de z.g. BEL-gemeenten. Blaricum, Eemnes en Laren hebben van oudsher een grote aantrekkingskracht gehad op diverse kunstenaars. Een deel van de relatief grote gemeentelijke collecties, die m.n. de geschiedenis van de rustieke dorpen in beeld bracht, hebben we daar kunnen bekijken. En verder hebben we ook nog een kleine wandeling gemaakt door het zonnige beeldentuintje van Singer Laren.

Op een gegeven moment werden we door dochter S gebeld. Ze wilden even langs komen, of dat uitkwam? Het meeste hadden we gezien toen, dus het kwam uit! En zo kwam het, dat we aan het eind van de middag uiteindelijk weer op ons eigen terrasje in H'wijk zaten te borrelen.

dinsdag, september 22, 2009

de Stormvloedramp



Harderwijk, maandag 21 september j.l. om 20.15 uur, zaal 1 in bioscoop Atlantic zat mutje vol. We zijn dus niet de enige die 'De Storm' willen zien van filmregisseur Ben Sombogaart. Of zou het komen door de actie van Albert Heijn dat de zaal zo vol zit, het tweede kaartje is immers gratis. Je weet het niet!

Ik had een heel andere film verwacht. Al sinds mijn tiende levensjaar draag ik als zovele leeftijdgenoten herinneringen met me mee van de stormvloedramp die ons land trof op 1 februari 1953. Met in totaal 1835 slachtoffers, de grootste ramp die ons land tot op heden na de oorlog heeft getroffen. Het beeld van mijn huilende moeder, toen het vreselijke nieuws in de loop van die zondag via de radio eindelijk ook tot op de noordwest veluwe was doorgesijpeld, staat me nog helder voor ogen. We zaten vanaf dat moment aan de radio gekluisterd. Maandag 2 februari kregen we vrij van school, met grote jute zakken moesten we langs de deuren om kleren te verzamelen voor de getroffenen in zuidwest Nederland waarvan er velen immers weinig of niets meer hadden. De reportages later die week in weekblad 'De Spiegel' met lugubere zwartwit foto's van het rampgebied waren huiveringwekkend. Bij mijn oma kreeg ik later die maand een door 'De Spiegel' uitgegeven fotoboek over de ramp te zien. Een boek dat ik in de maanden en jaren daarna zeker nog tientallen keren heb bekeken. De beelden zitten in mijn geheugen gegrift.



Ook diverse boeken, direct of indirect over de ramp, die ik later heb gelezen hebben bijgedragen aan mijn persoonlijke beeldvorming. Studieboeken van Weg- en Waterbouw, over de Deltawerken, over het Veerse Gat, de Grevelingen en het Haringvliet om er maar een paar te noemen uit de beginperiode. Maar ook boeken van schrijvers als Anton Koolhaas, Jan Terlouw en ga maar door, teveel om hier verder op te noemen.
Ik wil hier eigenlijk maar mee zeggen dat de stormvloedramp een gebeurtenis is geweest van formaat. Een gebeurtenis die een gigantische impact heeft gehad en nog heeft in de hoofden van hen die de ramp direct of indirect hebben meegemaakt, en die ruim 56 jaar na dato nog altijd gegrift staat in ons nationale geheugen!

Na de première in Vlissingen onlangs, zag ik op TV geëmotioneerde tot tranen toe bewogen Zeeuwen, mensen van de generatie die de ramp waarschijnlijk van nabij hebben meegemaakt. Nu ik de film zelf gezien heb, kan ik mij moeilijk voorstellen dat de film zelf de aanleiding was van de emoties, alhoewel er goed in werd geacteerd. Veel waarschijnlijker lijkt mij dat de film bij die mensen in alle hevigheid oude, mogelijk onverwerkte beelden en emoties naar de oppervlakte heeft gehaald. Is het dan een goede film? Misschien wel, ik weet het niet!

Wat ik wel weet is, dat ik zelf iets anders van de verfilming van zo iets groots als de stormvloedramp had verwacht. Veel meer dan alleen het verhaal van een jonge ongehuwde moeder (Sylvia Hoeks), een meisje eigenlijk nog, die haar baby in alle hektic is kwijt geraakt. Op hulp van de dorpsbewoners hoeft ze niet te rekenen, behalve dat deze de handen vol hebben aan zichzelf, wordt ze als ongehuwde moeder in de gereformeerde gemeenschap verguist, zelfs door haar eigen vader. De redding komt echter van boven, enwel per helikopter. Net als ze door de vloedstroom wordt meegesleurd en in de enorme leegte van het (water)landschap dreigt te verdrinken, wordt ze gezien door de twee bemanningsleden. Zonder zich te bedenken springt één van hen, een marinier (Barry Atsma) van misschien wel 10 meter hoogte dik in de kleren en zonder hulpmiddelen omlaag in die onmetelijk grote, verlaten en ijskoude watermassa. Hoe ze d'r uitgekomen zijn laat de film niet zien. Het moet toch haast onmogelijk geweest zijn om daar weg te komen, maar toch hebben ze het gered. Je ziet ze later nat en verkleumd bijkomen in één of andere ruimte. Maar dan begint het, onafgebroken gaat ze de hele film door op zoek naar haar baby. Een onmogelijke opgave, eindeloos wordt er gewaad en gezwommen door het ijskoude water. Aan het eind van de film zijn we 18 jaar verder, bij de opening van de Haringvlietdam in 1971. Samen met haar redder, haar huidige echtgenoot, behoren ze tot de genodigden. En wonder boven wonder ontmoet ze daar eindelijk haar verloren baby die nu 18 jaar oud is!

Zoals gezegd, ik vond dat er goed werd geacteerd, en ondanks dat sommige akties in de film mij als haast onmogelijk voorkwamen, vond ik het zeker geen slechte film. Maar nogmaals, ik had van de verfilming van zoiets groots en overweldigends als de stormvloedramp uit 1953 iets heel anders verwacht. Niet alleen een min of meer romantische verfilming van een dun verhaallijntje, van een moeder die haar kind is kwijt geraakt, en in haar redder haar nieuwe liefde ontdekte.
Natuurlijk kwamen er veel van deze schrijnende gevallen voor, heel veel mensen waren daar alleen komen te staan door het verlies van één of meerdere geliefden. Op de begraafplaats in Oude-Tonge op Goeree-Overflakkee, met 305 slachtoffers op 3088 inwoners destijds, het zwaarst getroffen dorp, staat een beeld van een moeder in de wind met een kind in haar armen. Misschien hebben de scenarioschrijvers van 'De Storm', Rik Launspach en Marjolein Beumer zich hierdoor wel laten inspireren, wie zal het zeggen.

zondag, september 20, 2009

Eem of Hemus



We wisten uiteraard dat we met onze mast niet verder konden komen dan het viaduct van de A1. De ophaalbrug in Eembrugge was dan ook het vantevoren geplande keerpunt in ons tweedaagse zeiltripje. Maar als het mogelijk was geweest om door te varen naar de omgeving van de Koppelpoort in Amersfoort, naar het beginpunt van de 18 km lange rivier, hadden we het beslist gedaan.
Het Valleikanaal en een aantal Veluwse beken komen daar zo'n beetje bijeen en vormen daar samen de Eem of Hemus, de oude Latijnse benaming voor de z.g. langste rivier van Nederland.
(Er zijn natuurlijk wel langere rivieren in ons lage landje, maar die hebben ofwel ook een stroomgebied dat buiten onze landsgrenzen ligt ofwel een monding in een andere rivier.)

Samen met m'n zus J, die bij ons aan boord een paar dagen te gast zou zijn, waren we een dag eerder 's morgens rond halfelf uit Harderwijk vertrokken. Het KNMI had mooi weer voorspeld, rond de 20ºC, veel zon en niet teveel wind, hoogstens 3 à 4 Bf uit N tot NO richting. Op het Wolderwijd was de wind de enige factor die me persoonlijk een beetje tegenviel, hooguit 2 Bf en dan gaat het wel erg rustig. Maar goed, verder was alles perfect.
De kanariegele tweemaster van collega muzikant Jan W. die ik in de verte achter me had ontdekt, begon echter langzaam maar zeker in te lopen. Hij had zeker de bezaan, z'n geheime wapen in stelling gebracht. En zoals met mij vaak gebeurd in dergelijke situaties, kreeg ik ook deze keer weer de wedstrijdkriebels. Ik kende zijn boot een beetje, dit mocht niet gebeuren! Maar wat ik ook bijstelde aan m'n zeilen, de Swing ging er geen kwart knoop harder door lopen. Echter ter hoogte van Zeewolde verkoos Jan W. plotseling een andere koers, en verdween hij stuurboorduitgaand achter het eilandje 'De Zegge' uit 't zicht. Zo, van die kwelgeest waren we mooi verlost!

Toen in het Nuldernauw de wind even wat aantrok, begon de zestonner eindelijk lekker te lopen, maar het was jammergenoeg van korte duur. Eenmaal bij Nulde de hoek om, waren we ook zo bij de Nijkerkersluis en moesten de zeilen omlaag. Wachtend op groen licht met de wind op de kont, moesten we een vrachtvaarder voor laten gaan. Toen toch maar even aangelegd, bovendien zat de vijf al in het uur, tijd voor een wijntje en een toastje. En eenmaal door de sluis kwam daar nogeens een door Jo heerlijk klaargemaakte uitsmijter bovenop. De wind was inmiddels weer ingekakt tot 1,5 à 2 knopen. Alleen op het fokje zeilend, gleed aan bakboord stoomgemaal 'Hertog Reynout' langzaam voorbij. Het in 1883 gebouwde stoomgemaal in de Arkemheense Polder heeft er dik honderd jaar voor gezorgd dat de natte weidegronden daar voor mens en dier begaanbaar bleven. Het is gerestaureerd, en sinds 1985 staat het teboek als cultuurhistorisch monument.
Even verder nabij de Eemhof aan stuurboordzijde, meenden we tot onze schrik in het struikgewas plotseling enkele indianen te ontdekken, maar bij nader inzien bleken het toch gewone naaktrecreanten te zijn. Toen we de hoek nabij Spakenburg om waren, lag het Eemmeer voor ons. Eerst wilden we nog even doorvaren naar de 'Dode Hond', het eilandje vlak voor de Stichtse Brug in de A27, maar bij nader inzien zagen we daar maar vanaf. Het was halfvijf, tijd voor het aperitief en een plekje voor de nacht in Spakenburg.

Het plekje voor de nacht vonden we op de scheiding van de Oude en de Nieuwe haven. Een mooi punt met zicht op het leugenbankje en de oude Botters. Na een prachtige wandeling langs o.a. de museumhaven van Spakenburg met z'n scheepshelling, streken we voor de maaltijd neer in restaurant 'de Mandemaaker'. Het restaurant dat m'n zus al kende van een eerdere gelegenheid, had een sfeervolle ambiance. We lieten het ons in deze animerende omgeving dan ook goed smaken, ook al schoot ik tot mijn spijt tijdens het eten, discussiërend over van alles en nogwat, even een keer uit m'n slof. Terug op de 'Swing' heb ik buiten in de kuip nog een poosje van de sfeervolle avond genoten, en van de Botters die nog zo laat met gezelschappen kwamen binnenvaren, de meesten nog zonder boordlichten ook! Op een gegeven ogenblik werd het me toch te fris daar. Met een pikketanisje bij de hand hebben we binnen met z'n drieën nog even wat zitten kletsen, en hebben we ook nog even naar de Algemene Beschouwingen in de Tweede Kamer zitten kijken. Maar toen was de koek wel op, morgen weer een dag!

Het ontbijt smaakte ons weer voortreffelijk, kennelijk krijg je van slapen ook trek. En uitgerust met een stevig ondergrondje gingen rond kwart over negen de trossen dan toch maar weer los. Op naar de Eem en naar de door mij besproken reconstructie van de palendijk!
Het was een prachtige ochtend, een beetje heiig, een verstilde sfeer zoals je dat in deze tijd van het jaar kan hebben. En hoe kan het ook weer anders, weinig of geen wind! Varend tussen de tonnen die de Eemmonding markeren, zocht ik de reconstructie van de palendijk.
Ik was van mening dat die ook nabij de Eemmonding moest liggen, maar dat bleek een misvatting. Achteraf las ik dat de 75 meter lange reconstructie maar iets ten westen van Spakenburg ligt t.p.v. de oude Zuiderzeedijk.

De Eem en de monding van de Eem! Nooit was ik er nog geweest in al die jaren op het water. Wel bij het begin, 10 jaar lang heb ik in Amersfoort op een architektenbureau gewerkt dat was gevestigd in de Elleboogkerk aan de Lange Gracht, de eigenlijke plek waar de Eem begint. (De plek van het huidige Armando Museum, of beter gezegd het voormalige Armando Museum, want het kerkje is in oktober 2007 in vlammen op gegaan, zie ook mijn stukje Elleboogkerk van 23 oktober 2007)

Daar gaat de Lange Gracht via Grote Spui, Grote Koppel en Valleikanaal even ten noordwesten van het centrum over in de Eem.
Maar goed dit verder allemaal terzijde, nu voeren we zachtjes op het andere eind van de Eem, alleen op de fok stroomopwaarts richting Eembrugge. Meanderend door het unieke open slagenlandschap van de prachtige Eempolder, die voor het grootste deel vrij is van bebouwing. Een schaapskudde met een ingedutte herder op de wallekant, reigers, ganzen, zwanen, een buizerd (een ruigpootbuizerd volgens mijn zus) op de nok van een vervallen schuurtje en de stilte. En in de verte naar het westen toe, aan de overkant van het veenweidegebied, de fraaie ca. 50 meter hoge toren van de Nicolaaskerk (1351) in Eemnes. Eemnes viel destijds onder het Bisdom van Utrecht, de toren is daarom in 1521 naar voorbeeld van de Utrechtse DOM toren ge(her)bouwd.

Zoals reeds gezegd lag ons keerpunt voor deze tocht bij Eembrugge, op ongeveer de helft van de 18 km lange rivier. Stroomafwaarts moesten we ons bij Eemdijk even inhouden voor het kruisende veerpontje daar, maar verder verliep het tochtje over de Eem als op de heenweg.

Terug op het Eemmeer en de vaargeul richting Nijkerkersluis, hebben we een tijdje geprobeerd te zeilen, maar dat ging redelijk halfslachtig. Weinig wind, en om met onze aandewindse koers een beetje hoogte te houden in de geul, lieten we de motor er daarom nogal vaak aan te pas komen. Na de Nijkerkersluis, die deze keer heel wat vlotter genomen werd dan op de heenreis, hebben we dan ook alleen nog maar van het z.g. ijzeren zeil gebruik gemaakt. Na een kort intermezzo middels een rondje jachthaven Nulde waar onze zeilroots liggen, besloten we om op het terras van 'The Harbour' in Zeewolde een aperitief te nemen. Mijn zus stond erop om dat dan op haar kosten te doen, en dat was natuurlijk helemaal mooi. Maar voor het zover was liepen we eerst nog even stevig aan de grond. Stom, ik nam de afslag naar Zeewolde voor het eilandje 'De Zegge' veel te vroeg. Met een vooroverwaartse knik liep de 'Swing' a.h.w. met een zucht pontificaal vast in de blubber. Gelukkig waren we met vol gas achteruit snel weer los, kenneijk was het wel hele dunne blubber waarin we even vast zaten.

Het aperitief met bitterballen ging erin als koek! Lekker daar een poosje in het zonnetje gezeten, toch wel een aardig plekje daar aan het Raadhuisplein, al moet er naar mijn idee op en langs de kades wel meer differentiatie komen.
Langs de noordwestkant van 'De Zegge' voeren we even later het rustige Wolderwijd op, richting 'De Biezen', het andere eilandje in het Wolderwijd. Eén bezoeker lag er slechts voor ons in het omsloten baaitje van 'De Biezen', één en al rust, alleen vogels. Na samen nog een poosje van de langzaam achter de bomen verdwijnende zon te hebben genoten, trok mijn zus zich even een tijdje terug in de kombuis. Thuis had ze al het nodige voorbereidende werk gedaan, dus lang zou de maaltijd volgens haar niet opzich laten wachten, en dat klopte. Maar bovendien, de heerlijke geuren die ons in de kuip vooraf door het luik tegemoet kwamen, deden ons al genieten voor we een hap hadden geproefd. De combinatie van witlof, kip, kerriesaus en rijst was heerlijk. Het mooie was dat ze er zelf maar één bord van heeft genomen, zodoende konden wij er lekker twee nemen, nogmaals J, bedankt!

Tegen een uur of half negen gingen de trossen weer los. In een sfeervol avondrood werden de laatste mijltjes voor die dag afgelegd, en langzaam verdween het eilandje achter ons in de avond. Een halfuurtje later lagen we in jachthaven 'de Knar' op ons vaste plekje afgemeerd. Einde van een qua afstand klein tochtje waar we met z'n drieën desalniettemin wel twee dagen volop van hebben genoten!

zondag, september 13, 2009

De Efteling



Het pretpark 'De Efteling' in Kaatsheuvel dat sinds 31 mei 1952 bestaat, heeft gisteren de 100.000.000 bezoeker mogen verwelkomen hoorde ik op de radio. Gemiddeld hebben ze in de ruim 57 jaar van hun bestaan dan zo'n 1.754.386 bezoekers per jaar gehad. Aantallen waar wij met z'n veertienen met veel plezier een weekend lang in oktober 2003 een steentje aan hebben bijgedragen, bedacht ik gisteren. Daarvoor was ik er nog nooit geweest en wilde ik er eigenlijk ook nooit naar toe, wat mijn kinderen me wel eens kwalijk genomen hebben.

Het Efteling Hotel was jammergenoeg volgeboekt, maar we konden voor één nachtje nog prima terecht in Hotel Waalwijk op ca. 4 km van het pretpark. Dat was ook de plek waar we ons de eerste dag rond een uur of tien 's morgens verzamelden, acht z.g. volwassenen en zes kleinkinderen. Nadat we de koffie en limonade op hadden en iedereen z'n spullen naar z'n eigen kamer had gebracht ging de hele club goed gemutst richting pretpark.

Het is alles muziek wat je daar hoort. De ene drumband en fanfare na de andere kom je tegen op het park. En dan de attracties, je weet niet wat je het eerst of laatst gaat doen. Stoomcarrousel, Droomvlucht, Spookslot, Villa Volta, Doolhof, Python, Halve Maen, Waterorgel of Bobbaan. Het was allemaal even opwindend, je moest je beperken, en bovendien we hadden twee dagen?! Dacht ik aanvankelijk nog dat twee dagen veel te veel van het goede was, na een paar uurtjes was ik er al achter dat je dan nog niet alles gehad kon hebben.

Af en toe puften we ergens op een bankje even uit met een drankje en een hapje. Even mensen kijken, ook leuk. Dan zag je mensen hetzelfde doen, maar je zag ook de hele meute van joelende kinderen, sjokkende vaders en moeders, oma's en opa's voorbij trekken, op naar de volgende attractie. Dan hoorde en zag je ze een eindje verderop van pure opwinding de longen uit het lijf gillen in de Python, de Halve Maen of de Bobbaan.

Rond een uur vijf dropen we af richting hotel, waar iedereen zich moe maar vrolijk gestemd van alle belevenissen, eerst eens even lekker ging opfrissen, alvorens aan het aperitief en het diner te verschijnen. Ik herinner me verder dat na het eten de kleinkinderen naar bed gebracht werden, maar dat we het vrij snel daarna allemaal voor gezien hielden die dag. Zo'n beetje rond halfelf lag volgens mij de hele zaak plat. Na een verkwikkende nachtrust en een stevig ontbijt de andere morgen, was het verder een herhaling van zetten. Rond een uur of halfelf liepen we ons weer de benen uit het lijf in het Sprookjespark van Anton Pieck en vele andere attracties op de Efteling. En weer waren er de vele muzikanten, de leukste groep muzikanten vonden we, was 'De Enige Echte Efteling Fanfare' met o.a. de voor ons toen nog onbekende Arijan van Bavel, die we later op tv zo menigmaal hebben zien optreden als Adje in de programma's van Paul de Leeuw.



Tegen het eind van de middag hadden we het wel zo'n beetje gehad op de Efteling. Richting huis maar weer, maar voordat we uit elkaar gingen hebben we nog wel eerst met z'n allen ergens lekker gegeten. Dat hebben we in Zaltbommel gedaan, in grand cafe restaurant 'De Verdraagzaamheid' aan de Waalkade. Heerlijk allemaal, het was een mooi maar toch ook behoorlijk vermoeiend weekend.

zondag, september 06, 2009

"Tour de Brabant"



Het was weer zover, de eerste zaterdag in september. Al sinds de jaren tachtig wordt er dan ergens in het land met, zoniet de hele, danwel bijna de hele familie v.D. een rondje gefietst van om en nabij de 40 km. Het organiseren van zo'n fietstochtje doen we om de beurt. Dit jaar hadden Ewout en Wiets uit Eindhoven een tochtje ten noord-oosten van de lichtstad uitgezet, door hun zelf heel treffend de "Tour de Brabant" genoemd.

Zo rond halftwaalf verscheen de één na de andere pedaalridder op het terras van het 't Boshuys aan de Sonseweg in Best, de afgesproken startplaats. De meesten hadden er al een aardig tochtje opzitten, met auto of trein weliswaar maar toch. Na het landelijk overbekende begroetingsritueel van kusje hier en kusje daar, moest er daarom wel eerst koffie worden gedronken. En voor een aantal notoire lekkerbekken onder ons was dat natuurlijk niet genoeg, appelgebak moest er komen! Maar op een gegeven ogenblik was iedereen dan toch zover dat we konden vertrekken.

In grote lijnen gezien, ging de "Tour de Brabant" vanaf onze startplaats richting Son en Breugel, Lieshout, Gerwen, Nuenen, Nederwetten en via Son terug naar onze startplaats. Onze eerste pitstop was Nuenen, op het terras van restaurant 'Comigo' recht tegenover het standbeeld van Vincent van Gogh, die daar een paar jaar heeft gewoond, hebben we met z'n allen een poosje zitten bijtanken. Verkwikt en verzadigd bestegen we daarna weer het stalen ros, om er vijf minuten later bij graanmolen "De Roosdonck" in Nuenen met dezelfde gang weer vanaf te komen. We mochten de molen van binnen en van buiten bekijken, het was open dag. De molen, die zelfs voorkomt op een paar prenten van Vincent van Gogh, is gebouwd in 1884 en gerestaureerd in 1972 en 1984. Het is een windkorenmolen, een z.g. bovenkruier.



Toen we al het moois daar wel zo'n beetje hadden gezien, ging de hele club even later weer vrolijk keuvelend op de pedalen. Op naar de volgende pitstop in Son. Relax en ontspannen peddelde het hele peloton achter de boomlange leider en kopman aan door het prachtige Brabantse coulissenlandschap pur sang! Soms moesten we even een klein stukje langs een wat drukkere weg fietsen, maar meestal ging het over landelijke boerenweggetjes, dat overigens vaak ook goed te ruiken was.

In Son hebben we nog even op het zonnige terras van cafe restaurant 'de Zwaan' van ons aperitief kunnen genieten, maar al vrij snel werd het toch te kil en zijn we maar naar binnen gegaan. Daar zaten we even later met z'n allen aan een lange tafel die ze daar voor ons hadden gereserveerd. Het eten was voortreffelijk, de sfeer was goed en we kregen natuurlijk ook weer een toespraakje en het bekende fietsvaantje van Ad, onze padre familias. Het was deze keer een oranjekleurig vaantje, een kleur die we nog niet in onze verzameling hadden. Voor Thijs en Mink, de jongste deelnemers van resp. 11 en 7 jaar oud, was het de eerste, apetrots waren ze op hun vaantje! De laatste 3 km naar onze startplaats en de auto's hebben we na het eten nog net voor het donker kunnen afleggen.

De "Tour de Brabant" zat erop, jammer maar het was niet anders. Het was weer prachtig allemaal, Ewout en Wiets bedankt!

vrijdag, september 04, 2009

irritaties



Maandagochtend, ik kan niet in de mailbox, ik heb geen internet! Wel werd ik op het scherm gefeliciteerd voor de aankoop van een Speed Touch 780 modem, maar dat stond er bij mijn weten al een paar jaartjes. Laat ik de pc nog maar eens een opnieuw opstarten, misschien helpt dat het zaakje opgang te brengen, niet dus. De DSL is niet, of niet correct aangesloten las ik op het scherm. Hoe kan dat nou, gisteravond deed alles het nog perfect, wat is er vannacht gebeurd? Bij mijn weten hadden we geen onweer gehad vannacht, want dat zou een mogelijke verklaring voor de storing kunnen zijn.

Laat ik de spanning maar eens even een paar minuten van het modem halen, wie weet is dat het. Ook niet, zou het dan misschien de splitter kunnen zijn? Laat ik die er ook maar eens even tussen uit halen, en de lijn direct op het modem aansluiten. Maar ook dat leverde niets op. Wat is er nog meer? De centrale natuurlijk, de quattrovox in de meterkast, dat zal het zijn, laat ik ook daar de stekker maar eens eventjes uittrekken. Helaas, ook dat bood geen soelaas.

Dan toch m'n provider maar bellen! Een beetje geïrriteerd was ik natuurlijk al geworden door het gesodemieter op de maandagochtend, maar de echte irritaties moesten nog komen. En ze kwamen snel! Na eerst zeker tien keer het bekende even geduld a.u.b. al onze medewerkers zijn nog in gesprek te hebben moeten aanhoren, kon ik mijn verhaal doen. Voor zover zij het konden bekijken was er niets mis met de aansluiting, alles klopte, of ik de spanning er al eens vanaf had gehad? Ja hoor! Dan denk ik dat we niets voor u kunnen doen! Belt u de KPN maar, want daar ligt zeer waarschijnlijk het probleem.

Het storingsnummer van de KPN geeft keuzemenu op keuzemenu op keuzemenu! Denk je eindelijk de goede keuze te hebben gedaan, krijg je ook daar weer minutenlang te horen, even geduld a.u.b. al onze medewerkers zijn nog in gesprek. Heb je eindelijk iemand aan de lijn, blijk je toch nog de verkeerde keuze te hebben gedaan, welwillend als ze zijn, werd ik doorverbonden. Er volgde desalniettemin wederom een hele rits keuzemenu's, maar uiteindelijk stond iemand mij te woord. Van alles werd er weer uit de kast gehaald, dit moest ik doen en zus moest ik eens proberen, maar allemaal zonder resultaat. Op mijn verzoek met spoed een monteur langs te sturen, kreeg ik te horen dat dat op z'n vroegst overmorgen kon. Of dat echt niet eerder kon? Nee, het is niet anders, wat een bedrijf!

Woensdag rond het middaguur, de monteur had het snel gezien. Ik had een analoog modem, en dat werkt niet op een isdn aansluiting, ik moest natuurlijk een isdn modem hebben! Wat is dat nou weer voor een onzin, het heeft al jaren zo gewerkt! Toch was het zo, een nummerwijziging van een dikke maand geleden was de oorzaak, en de KPN had het nieuwe modem er toen al tussen moeten zetten. Excuus! Hoe het dan toch een hele maand goed heeft kunnen draaien is me dan een raadsel. Maar goed, het nieuwe modem was snel aangesloten, maar internet hadden we nog steeds niet! De monteur kon daar verder ook niets meer aan doen, hij gaf me een hand en weg was 't ie. Haast, ik moest m'n provider maar weer eens bellen. In eerste instantie zei iemand me daar dat er nu een verkeerd modem was geplaatst, en dat ik weer bij de KPN moest zijn. Toen was bij mij de maat wel vol, van kastje naar de muur sturen noemen ze zo iets. Na veel heen en weer gesteggel kreeg ik uiteindelijk dan toch een vent aan de lijn die iets meer verstand van zaken had. Het bleek simpelweg een kwestie te zijn van de juiste code in m'n nieuwe modem invoeren, en hup we waren uit de brand. We konden weer mail ontvangen en versturen!

Vanmorgen las ik in de krant, dat schrijven gelukkig maakt. Of dat ook opgaat voor het schrijven van dit soort tobberig proza vind ik op z'n minst discutabel, maar een beetje opluchten deed het me wel!

zondag, augustus 30, 2009

Laarzenpad



Aan de overkant van het Wolderwijd, op een steenworp afstand van Harderwijk ligt al sinds 1973 een prachtig natuurgebiedje. Harderbroek! Aanvankelijk 187 hectare groot, maar door het uitkopen van een boer langs de Ganzenweg in 2005, uitgebreid tot een totaal van ongeveer 272 hectare.

Een lange wandeling was het niet, maar wel een mooie. Vanaf de parkeerplaats aan de Ganzenweg tot aan de uitkijkheuvel in het natuurgebied, was het over het in 2005 aangelegde Laarzenpad ca. 3 km heen en terug, lazen we op het bordje. Wij hebben er denk ik ca. 4 km van gemaakt door ook nog een stukje van het pad af te wijken.

We wandelden door een in alle opzichten rijk gevarieerd gebied. Door rietvlaktes, langs struikgewassen met veel bramen, door een oerbos in wording met een verdwaalde appelboom, langs plassen en over drassige grasvelden. En natuurlijk een ontzettende verscheidenheid aan fauna. Vooral vogels, niet dat we ze allemaal zagen, maar we hoorden ze des te beter. En op een grasveldje nabij de rietkraag zag ik honderden boerenzwaluwen zitten of laag over de grond scheren. Eind augustus, die maken zich natuurlijk al weer op voor de trek naar warmere oorden ergens in Afrika!

Een mooi gebiedje, en zo dicht bij huis ook nog. Jaren geleden had ik een klein stukje van het gebied vlakbij de Knardijk een keer op de schaats verkend, verder was ik daar nooit gekomen. Maar ik heb me nu voorgenomen het gebied vanaf heden in elk seizoen wel een keer te bezoeken!

zondag, augustus 23, 2009

mannetjes 2009



Maandagochtend 17 augustus j.l. was het weer zover, tijd voor een paar heerlijke zeildagen met de mannetjes A, C, J en E ofwel ondergetekende. Het weer was goed en dat zou volgens de berichten de komende dagen zo blijven ook, sterker nog, het zou nog beter worden. Wel jammer dat de windverwachtingen iets minder positief waren, het zij zo, het 'IJzeren Zeil' is gewillig. Het stond er dus goed voor! Rond kwart over negen 's ochtends haalde ik, zoals besproken de mannetjes J en A in H'wijk van de trein. Het vierde en laatste bemanningslid C zou volgens afspraak onderweg in Roggebotsluis opstappen.

Aangekomen in Jachthaven de Knar werden we allereerst geconfronteerd met het zwaar ondergescheten dek van de Swing, kennelijk had een regiment eenden of meeuwen die nacht de Swing als hun favoriete gemak uitgekozen. Smerig, maar het was even niet anders, een paar putsen water en een bezem deden wonderen! En nadat we eerst ook nog water hadden getankt gingen iets over tienen de trossen dan toch los. Op de motor richting Elburg en verder. We speelden een beetje met de gedachten om tijdens deze driedaagse mannetjestrip Oudeschild op Texel aan te doen.

Toen we rond halftwaalf bij de Elburgerbrug arriveerden stonden de lichten dubbel rood, en lagen er al een paar jachten te wachten. Storing! Er werd aan gewerkt, ze deden hun best, maar hoelang het zou gaan duren konden ze niet zeggen. Het koste ons bijna 2,5 uur oponthoud! Een beetje ongeduldig geworden waar we toch zolang bleven, was mannetje C alvast maar onze kant opgekomen. Maar daar kon hij alleen maar vanaf de kant toekijken hoe we daar mooi lagen. Echter eenmaal door de brug was het leed snel geleden, in de haven van Elburg konden we hem eindelijk aan boord in onze armen sluiten, nu we waren compleet!

Roggebotsluis, de volgende hindernis op onze route werd drie kwartier later zonder slag of stoot genomen. Weer een stapje dichter bij het iets ruimere sop, wel jammer dat we door alle oponthoud de Ketelbrug niet meer voor vier uur zouden halen, en de volgende bediening was pas weer om halfzeven. Nu we toch tijd genoeg hadden, besloot ik gezien de te verwachten motoruren die we de komende dagen zouden gaan maken, in Schokkerhaven dan ook eerst maar te gaan tanken. Tot mijn schrik had ik inmiddels ook gemerkt dat er weinig koelwater uit de uitlaat kwam en de temperatuurmeter van de motor een veel hogere waarde aangaf dan normaal. Waarschijnlijk een kapotte impeller! Ik had gelukkig een reserve aan boord inclusief pakking, een al te groot probleem hoeft het dus niet te worden. Eenmaal afgemeerd in Schokkerhaven werden de passende steeksleutels dan ook voortvarend door de mannetje C en J ter hand genomen. Zwetend en zwoegend werd de impeller vervangen.
Starten maar weer, prima, maar nog geen koelwater! Vervelend wat nu, de havenmeester bracht redding en kwam met een monteur op de proppen. En na enig blaas en spoelwerk door de koelleidingen was het euvel toen snel verholpen!
Hoewel we de Ketelbrug allang niet meer konden halen, zijn we toch nog die richting opgevaren, hoefden we dat eind in iedergeval de andere morgen niet meer te doen. Toen we het anker in de oksel van het Ketelmeer aan bakboordzijde van de ophaalbrug lieten vallen, was het inmiddels al stikdonker geworden. Tijd voor nog een laatste opsteker en slaapies doen!

Ondanks dat de brug pas om halftien open zou gaan, waren we toch om hafzeven al uit de veren, wat ons trouwens wel een mooie zonsopgang opleverde. De bijboot opgepompt en hup de plomp in, buitenboordmotor geïnstalleerd en starten. Maar niet dus, wat is er toch aan de hand met deze trip? Eerst een ondergescheten dek, daarna een kapotte ophaalbrug, toen een oververhitte motor en nu doet het buitenboordmotorretje ook al niet! Murphy's Law?
Maar na enig speurwerk was ik er achter: water in de carburateur! Toen dit verholpen was, liep het zaakje gelukkig weer als een naaimachine. Ja en wat doe je dan, je vaart een rondje om de boot en even naar de dijk, en je maakt een paar foto's. Vervolgens knoop je de boel vast aan de spiegel en sleep je de rest van de trip een bijboot achter je mee. Klokslag halftien voeren we met de hele santenkraam door de Ketelbrug het IJsselmeer op en konden we zowaar het zeil hijsen. Maar niet voor lang, eerst moesten er in Urk weer wat boodschappen worden gedaan. Er was gisteren met die lange pechdag een beetje teveel voedsel en drank doorheen gejaagd. Maar toen we op de motor de haven van Urk invoeren, zag ik tot mijn schrik en grote ergernis dat deze weer oververhit raakte! Godzijdank was Peter C, onze monteur van de vorige dag, gelukkig bereid snel naar Urk te komen om de laatste restjes van de oude impeller uit het koelsysteem te verwijderen. Maar evengoed was het toch alweer ver na énen toen we weer uit Urk vertrokken. Op naar Medemblik, Texel zat er deze trip echt niet meer in!

Rond vijf uur lagen we afgemeerd in de Middenhaven in Medemblik, na onderweg nog wel eerst een aardig intermezzo te hebben gehad op het vogeleiland 'De Kreupel'.
Toen J en ik nog even een rondje met de bijboot wilden maken door de havens van Medemblik, kwamen we niet veel verder dan twintig meter vanaf onze ligplaats. Oorzaak, een gebroken drijfpennetje, en geen reserve! Ach ja, waarom ook wel? Met veel souplesse roeide J de bijboot vervolgens maar weer terug naar de Swing. Na wat aperitiefjes aan boord vooraf, hebben we op het terras van Costas, het Portugese restaurant aan de haven, de avond verder uitgezeten.



Voor de verandering verliep de tocht van Medemblik naar Kampen de andere dag geheel probleemloos, hoe was het toch mogelijk! En, dat was natuurlijk helemaal te gek, voor het grootste deel nog zeilend ook! In De Buitenhaven in Kampen ons einddoel, hebben we met z'n allen nog een heerlijke, door mannetje C klaar gemaakte pan nasi goreng soldaat gemaakt, maar toen zat het er op. Einde van een mannetjestrip die door allerlei perikelen wel een beetje anders verlopen was dan we vantevoren hadden bedacht. Maar de sfeer had er gelukkig allesbehalve onder geleden, ik heb er dan ook weer prima herinneringen aan overgehouden.

zaterdag, augustus 22, 2009

rondom Holysloot



Diverse dijkdoorbraken van vóór 1300 maakten van de vele veenriviertjes in het oude Waterland brede watergangen, Dieën genoemd. Een behoorlijk brede is de Holysloter Die nabij Holysloot. (Holysloot betekent zoiets als 'laaggelegen gebied aan een sloot' las ik, of letterlijk 'Holle IJ-sloot').
Voor we met onze fietsjes de Holysloter Die met een klein pontje waren overgestoken, hadden we in het verstilde Holysloot op het terras van 'Het Schoolhuis' eerst nog wel een kopje koffie gedronken. Een plekje waar het zicht op het wijdse landschap rondom ons, op de grens van ons terrasje prachtig werd gemarkeerd door een aantal fraai bloeiende Chinese Rozen (Hibiscus rozasinensis) van zeker twintig centimeter in doorsnee.

Vandaar fietsend naar het pontje, kwamen we langs een heel klein witgepleisterd, enigszins gotisch aandoend zaalkerkje, een plaatje om te zien, ik moest denken aan de kerstkaarten van vroeger. Het was twaalf uur toen we er voorbij fietsten, de wonderlijk zware klokslagen voor zo'n klein kerkje accentueerden voor mij als het ware de beleving van rust en verstilling op deze plek.
Voor twee euro werden we naar de overkant van de Holysloter Die gebracht. Al klunend vervolgden we met onze fietjes ons pad door de weilanden, langs sloten met allerlei prachtige bloemen richting Zuiderwoude en Uitdam. Over de Waterlandse Zeedijk zijn we vervolgens naar Marken gefietst voor een hapje en een drankje. Daar aangekomen ben ik nog even doorgefietst om vanaf het land een blik te werpen op 'Het Paard van Marken' (1839), dat ik immers vanaf het water gezien al zo goed ken. Het was prachtig allemaal, maar toch hadden we achteraf gezien wel een beetje spijt van onze keuze om naar het voormalige eiland te fietsen vanwege de enorme zondagse drukte daar.
Tijdens de terugtocht naar Holysloot moesten we tegen een forse tegenwind opboksen. Het was op de Waterlandse Zeedijk tot halverwege Durgerdam behoorlijk afzien. Maar eenmaal weer van de dijk af landinwaarts fietsend was het leed geleden, en vlogen we met ruime koers op onze vouwfietsjes in een kwartiertje naar Holysloot en 'Het Schoolhuis' waar we 's ochtends de auto hadden geparkeerd.

Het was een vrij winderig maar heerlijk fietsdagje door een groen, weids en waterrijk landschap met een uniek gevarieerde flora en fauna. Maar ook een landschap met prachtige vergezichten, oude boerderijen en schilderachtige dorpjes en stadjes met houten huizen en pittoreske kerkjes. En dat allemaal onder de rook van Amsterdam!
Moe maar voldaan reden we even later voor een kopje thee en een praatje naar E in de Terletstraat in A'dam-Z.O.

vrijdag, augustus 14, 2009

eenmaal, andermaal



Twee maal is scheepsrecht, andermaal stonden we voor de slagbomen maar deze keer vormden ze geen belemmering meer, we konden nu gewoon doorrijden. Onderweg naar de parkeerplaats aan je linkerhand voor de helft gemaaide brandnetelvelden, en ergens rechts in het veld een afgedankte MI-8 'Search And Rescue' helicopter van de Duitse luchtmacht. Er kan nu met kleine gezelschappen in worden vergaderd of in gegeten, gedronken en gelachen, las ik op een bordje. Evenlater aangekomen bij de parkeerplaats nabij Strandpaviljoen 'Brennels Buiten', werd ik heel even door een licht gevoel van teleurstelling overvallen, is dit het nou!?

Maar toen we eenmaal aan de wandel waren, was dit gevoel snel omgeslagen in enthousiasme! En niet alleen bij mij, maar ook bij J en onze kleinkinderen Roos en Daan. Moeilijk voor te stellen, dat dit hier een paar jaar geleden nog gewoon vlak boerenland was. Je wandelt nu langs water en bamboebossen, over zandduinen en langs allerlei prachtige (on)kruid- en brandnetelveldjes. Ergens staat een tipi of wigwam in het veld, en weer ergens anders een mongoolse ger. Er liggen bootjes in het water en er is een strandje. Maar wat mij het meest opviel is de enorme rijkdom aan vegetatie, insecten en vlinders. En dat nog maar na een paar jaar! 'k Ben heel benieuwd hoe dat over een jaar of tien zal zijn.

Nadat we in het Strandpaviljoen uitgebreid hadden geluncht, hebben we ook de kledingwinkel van Brennels nog bezocht. Prachtige kleding, voorlopig alleen nog casual touch voor vrouwen zoals ze dat hier noemen, gemaakt van brandnetelstof en biologisch katoen. Niet goedkoop trouwens, maar wel apart. En wat ook niet onbelangrijk is, vind ik de wetenschap dat je iets aan je lijf hebt hangen, dat niet ergens in één of ander derde wereldland door kinderhandjes is gemaakt.

Nieuwsgierig geworden naar de bedenker en oprichter van dit alles, heb ik in de winkel een autobiografie van Bob Crébas (1951) gekocht. Maar verder is de winkel aan mij niet erg besteed, de natuur op 'Brennels Buiten' boeit mij meer. Die zal daar naar mijn inschatting de komende jaren constant aan verandering onderhevig zijn. Een proces dat de moeite van het volgen waard is, ik zal hier zeker vaker komen!

donderdag, augustus 13, 2009

Grote- of St. Nicolaaskerk



Dinsdagmiddag rond een uur of twee stonden we tot onze verbazing voor de gesloten slagboom van 'Brennels Buiten' aan de Leemringweg, een plek in de Noordoostpolder ergens tussen Kraggenburg en Marknesse. Hoe kan dat nou, ik had het op internet nog zo goed uitgezocht, een bezoekje 'Brennels Buiten'. Toch niet dus, op maandag en dinsdag gesloten stond er met koeienletters op het hek. En bij nadere bestudering van de feiten, las ik dit ook op de uitdraai die ik thuis had gemaakt!
Op zo'n moment kan ik m'n eigen kop wel opvreten van frustratie en chagrijn. (Wat overigens een hele hap zou zijn, hebben goede vrienden me al eens laten weten.) Maar mijn geliefde wederhelft blijft dan rustig, het enige commentaar uit haar mond was, dat hebben we toch al eens vaker meegemaakt met jou! Op de één of andere manier wordt ik van zo'n opmerking ook weer niet bepaald rustiger.
Maar goed, we zijn hier nu eenmaal, wat nu? Weet je wat, we gaan een biertje drinken of wat dan ook op een terrasje in Blokzijl of Vollenhove, dat ligt hier niet ver uit de buurt!

Blokzijl kennen we vrij goed van onze boottochtjes in Noord-West Overijssel, maar museum 'Het Gildenhuys' aan de Kerkstraat hadden we nog nooit bezocht. We vielen met de neus in de boter, de historische film over Blokzijl was net begonnen, we konden zo aanschuiven bij de anderhalve man en een paardekop die er al zat. Na de film, die een kwartiertje duurde, werd ons tijdens een praatje met de museumbaas geadviseerd, eens een bezoekje te brengen aan galerie en beeldentuin 'Klein Afrika' in Marknesse.

Of het nou aan de motivatie lag of ergens anders aan is moeilijk te zeggen. Een feit is dat toen we 'Klein Afrika' niet zo snel konden vinden, we het maar voor gezien hielden. En voor we er erg in hadden waren we in Vollenhove aangeland. Na overigens in de polder wel eerst bij één van de vele boerderijwinkels die we onderweg zagen, wat fruit en aardappels te hebben gekocht.

Vollenhove dus! Terwijl we de auto parkeerden bij de Grote- of St. Nicolaaskerk, zagen we dat deze voor het publiek geopend was en dat het orgel op dit moment bespeeld werd door ene Korné Juffer. Wij naar binnen, daar hoeven we op zo'n moment nooit lang over na te denken. En ineens vertoefden we in de sacrale sfeer van een kerkgebouw uit het midden van de 15e eeuw.



De tonen van het prachtige orgel uit 1686, gemaakt door ene Apolonius Bosch uit Amsterdam, de eeuwen oude grafzerken onder je voeten, het majestueus hoge plafond, de eenvoudige glas-in-lood ramen en de prachtige kroonluchters. Het was allemaal van een eenvoud waar je stil van werd. Sobere vormgevingen en simpele structuren accentueerden hier de grootsheid van de ruimte.
Serene rust!

maandag, augustus 10, 2009

Mater, anno MCMXXIII



Kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen, op drie na waren ze allemaal gekomen, met aanhang en de jubilaris zelf meegeteld 44 in totaal. De jongste nog geen jaar, en de oudste net 86 jaar geworden. En dan liep Teun er als canis familiaris ook nog overal tussendoor te banjeren en te snaaien. Het was een gezellige drukte, desnoods had er nog wel meer bijgekund, maar ik was toch blij dat buurtbewoners geen gehoor hadden gegeven aan de vriendelijke uitnodiging van een paar ondernemende kleinkinderen of achterkleinkinderen, een naam hadden ze er niet bijgezet. Stiekem hadden de jonge grapjassen op de voordeur een feestelijke en kleurrijke uitnodiging gehangen voor 'Oma's dance party' en niet alleen daar, ook aan een bushokje, een lantaarnpaal en een brievenbus van TNT post bij ons om de hoek, hadden ze de uitnodiging gehangen ontdekte ik de andere dag!



Een halfuurtje voordat alle gasten kwamen opdagen, kwamen mijn moeder en mijn jongste zus tot onze verrassing binnenvallen met schalen vol allerlei lekkers, deels door de jarige zelf klaargemaakt. Jeetje, en wij hadden er al het één en ander staan, geen probleem, zet het er maar bij, het is feest vandaag! Tekort komen zullen we nu zeker niet doen. Even later melden zich de eerste feestgangers en tegen een uur of halfzes was iedereen wel binnen. Het KNMI had voor het hele land buien voorspeld, behalve onze regio kennelijk, want we hebben geen spat regen gehad. Gelukkig maar!
Zo'n feestje aan huis is toch altijd weer een heel gedoe, meubilair moet worden verplaatst en er moet drank en eten in huis worden gehaald. Het is een gesleep van jewelste met van alles en nog wat. Maar ik heb het er graag voor over gehad, en had het niet willen missen. Een genoeglijk feestje was het, en aan de sfeer te merken waren er meer die er zo over dachten. Zo tegen een uur of half twaalf, toen de 86 jarige grandmama zelf al weer een tijdje vertrokken was, gingen ook de laatste feestneuzen de deur uit.

zondag, augustus 09, 2009

Nuldernauw



Warm was het, erg warm en bovendien nog weinig of geen wind ook. We hadden logeetjes aan boord van de 'Swing' enwel de dames Jeanne, Kim en Roos. Het was 's avonds behoorlijk laat geworden, toch zaten ze rond acht uur 's morgens al in de kuip samen met ons te genieten van een ontbijtje in de stralende zon, die op dat uur nog wel te harden was. Maar toen we kort daarna vanuit jachthaven de Knar vertrokken waren en nog maar amper op het Wolderwijd zaten, stond het zweet alweer snel dik op ons voorhoofden. Op dringend verzoek van de dames, liet het voor anker gaan dan ook niet lang op zich wachten. En nog met de haven in zicht plonsde de één na de andere over boord!

En toen we weer ankerop gingen was het alweer bijna lunchtijd, van al dat zwemmen krijg je natuurlijk sowieso al snel weer trek. Na een nieuwsgierig rondje door de haven van Zeewolde ging het weer verder richting sluis bij Nijkerk. Maar even voorbij jachthaven Nulde was de temperatuur bij de meiden kennelijk zover opgelopen, dat ze ons vriendelijk doch dringend verzochten het anker weer uit te brengen. Mij kwam het ook goed uit, want ik had in de verte de rij wachtenden voor de sluis bij Nijkerk allang gezien. Ankeruit prima dus, en even later was het weer bommetje, bommetje en nog eens bommetje. Na de zwempartij hadden we helemaal geen zin meer om door de sluis te gaan, dus rechtsomkeerd en hup naar Nulde.



Jachthaven W.S.V. Nulde is bekend terrein voor ons, al is het ondertussen heel wat jaartjes geleden. Eindjaren zeventig, begin jaren tachtig was het onze thuishaven en lagen we hier met een Schakel en een Middellandse Zeejol. Onze kinderen leerden hier zeilen. En nu kwamen we binnenvaren met drie kleinkinderen, drie zeilertjes die al weer enige zeilervaring achter de rug hebben, en er zo te merken ook veel lol aan beleven. Nadat we ons in de havenkom op ons toegewezen plekje hadden geïnstalleerd, gingen de dames zich eerst eens uitgebreid douchen. Terug in de kajuit leefden ze zich met verf en kleurpotlood een poosje uit op papier. Kennelijk enigszins verhit door deze artistieke oprisping, sprongen ze tot m'n verbazing weer in de plomp voor de zoveelste zwemsessie die dag. Konden ze straks weer lekker onder de douche, joelden ze me lachend vanaf de waterlijn tegemoet. Maar voor het weer zover was, hebben we ons op het terras van het clubhuis eerst culinair laten verwennen met een toetje van ijs toe.

Na een ondanks de warmte, wonderbaarlijk goede nachtrust, zaten we de andere morgen al weer vroeg met z'n allen aan het ontbijt. Het beloofde weer een mooie en warme dag te worden, alleen wel een beetje jammer van de wind die maar niet wou komen. Nou ja, niets aan te doen, motorren is ook leuk. Inplaats van steeds voor anker te gaan zoals gisteren, wilden we er vandaag maar eens een eilandentochtje van maken hadden we bedacht. Eerst naar De Zegge en daarna De Biezen. De dames vonden het prima, als ze maar konden zwemmen. Ik vond het hardstikke leuk (de dames zouden vet leuk zeggen) dat Jeanne op enkele aanwijzingen na de 'Swing' geheel zelfstandig de haven van Nulde uitvoer!

Het zijn natuurlijk maar kleine eindjes, dus De Zegge hadden we al snel in beeld. Druk, druk, druk, een ligplaats bij het strandje konden we wel vergeten. Dan maar naar de achterkant van het eilandje, daar hadden ze een aanlegsteigertje wist ik. Omvarend liepen we nog vast ook, maar dat was gelukkig gauw verholpen, even fors in z'n achteruit en we dreven weer. Misschien moet ik maar eens een dieptemeter laten monteren die vooruit kan kijken. Aan het steigertje waren we voor even nog de enige, maar vijf minuten later waren alle plaatsen alweer bezet. Van de wandeling over het eiland waren de meiden snel terug, en even later hing de zwemtrap alweer omlaag. Op een gegeven moment lagen we allemaal in het water en was er niemand meer aan boord. Het was een schier eindeloze cyclus van bommetje, trapje op, bommetje, trapje op, bommetje, enz. er leek maar geen eind aan te komen, heerlijk!

Varend van De Zegge naar De Biezen lieten de meiden zich op de stootwillen achter de 'Swing' door het water slepen. Hilariteit, toch hielden ze dat niet echt lang vol, ook al voer ik zo langzaam als ik kon. Er gaat teveel energie zitten in het vasthouden van die gladde fenders. Ook op De Biezen was het weer een drukte van belang. We zijn er maar omheen gevaren, of gezeild moet ik zeggen, want er was ondertussen zowaar een briesje opgestoken. Op het Wolderwijd, met de thuishaven al in zicht, hebben we daarom toch nog maar een keer het anker laten zakken voor een zwemsessie van een uurtje. En rond halfvijf lagen we weer afgemeerd op ons plekje in jachthaven de Knar. Einde van een paar onvergetelijke dagen met een stel vet leuke meiden lekker dicht bij huis!