zondag, augustus 23, 2009

mannetjes 2009



Maandagochtend 17 augustus j.l. was het weer zover, tijd voor een paar heerlijke zeildagen met de mannetjes A, C, J en E ofwel ondergetekende. Het weer was goed en dat zou volgens de berichten de komende dagen zo blijven ook, sterker nog, het zou nog beter worden. Wel jammer dat de windverwachtingen iets minder positief waren, het zij zo, het 'IJzeren Zeil' is gewillig. Het stond er dus goed voor! Rond kwart over negen 's ochtends haalde ik, zoals besproken de mannetjes J en A in H'wijk van de trein. Het vierde en laatste bemanningslid C zou volgens afspraak onderweg in Roggebotsluis opstappen.

Aangekomen in Jachthaven de Knar werden we allereerst geconfronteerd met het zwaar ondergescheten dek van de Swing, kennelijk had een regiment eenden of meeuwen die nacht de Swing als hun favoriete gemak uitgekozen. Smerig, maar het was even niet anders, een paar putsen water en een bezem deden wonderen! En nadat we eerst ook nog water hadden getankt gingen iets over tienen de trossen dan toch los. Op de motor richting Elburg en verder. We speelden een beetje met de gedachten om tijdens deze driedaagse mannetjestrip Oudeschild op Texel aan te doen.

Toen we rond halftwaalf bij de Elburgerbrug arriveerden stonden de lichten dubbel rood, en lagen er al een paar jachten te wachten. Storing! Er werd aan gewerkt, ze deden hun best, maar hoelang het zou gaan duren konden ze niet zeggen. Het koste ons bijna 2,5 uur oponthoud! Een beetje ongeduldig geworden waar we toch zolang bleven, was mannetje C alvast maar onze kant opgekomen. Maar daar kon hij alleen maar vanaf de kant toekijken hoe we daar mooi lagen. Echter eenmaal door de brug was het leed snel geleden, in de haven van Elburg konden we hem eindelijk aan boord in onze armen sluiten, nu we waren compleet!

Roggebotsluis, de volgende hindernis op onze route werd drie kwartier later zonder slag of stoot genomen. Weer een stapje dichter bij het iets ruimere sop, wel jammer dat we door alle oponthoud de Ketelbrug niet meer voor vier uur zouden halen, en de volgende bediening was pas weer om halfzeven. Nu we toch tijd genoeg hadden, besloot ik gezien de te verwachten motoruren die we de komende dagen zouden gaan maken, in Schokkerhaven dan ook eerst maar te gaan tanken. Tot mijn schrik had ik inmiddels ook gemerkt dat er weinig koelwater uit de uitlaat kwam en de temperatuurmeter van de motor een veel hogere waarde aangaf dan normaal. Waarschijnlijk een kapotte impeller! Ik had gelukkig een reserve aan boord inclusief pakking, een al te groot probleem hoeft het dus niet te worden. Eenmaal afgemeerd in Schokkerhaven werden de passende steeksleutels dan ook voortvarend door de mannetje C en J ter hand genomen. Zwetend en zwoegend werd de impeller vervangen.
Starten maar weer, prima, maar nog geen koelwater! Vervelend wat nu, de havenmeester bracht redding en kwam met een monteur op de proppen. En na enig blaas en spoelwerk door de koelleidingen was het euvel toen snel verholpen!
Hoewel we de Ketelbrug allang niet meer konden halen, zijn we toch nog die richting opgevaren, hoefden we dat eind in iedergeval de andere morgen niet meer te doen. Toen we het anker in de oksel van het Ketelmeer aan bakboordzijde van de ophaalbrug lieten vallen, was het inmiddels al stikdonker geworden. Tijd voor nog een laatste opsteker en slaapies doen!

Ondanks dat de brug pas om halftien open zou gaan, waren we toch om hafzeven al uit de veren, wat ons trouwens wel een mooie zonsopgang opleverde. De bijboot opgepompt en hup de plomp in, buitenboordmotor geïnstalleerd en starten. Maar niet dus, wat is er toch aan de hand met deze trip? Eerst een ondergescheten dek, daarna een kapotte ophaalbrug, toen een oververhitte motor en nu doet het buitenboordmotorretje ook al niet! Murphy's Law?
Maar na enig speurwerk was ik er achter: water in de carburateur! Toen dit verholpen was, liep het zaakje gelukkig weer als een naaimachine. Ja en wat doe je dan, je vaart een rondje om de boot en even naar de dijk, en je maakt een paar foto's. Vervolgens knoop je de boel vast aan de spiegel en sleep je de rest van de trip een bijboot achter je mee. Klokslag halftien voeren we met de hele santenkraam door de Ketelbrug het IJsselmeer op en konden we zowaar het zeil hijsen. Maar niet voor lang, eerst moesten er in Urk weer wat boodschappen worden gedaan. Er was gisteren met die lange pechdag een beetje teveel voedsel en drank doorheen gejaagd. Maar toen we op de motor de haven van Urk invoeren, zag ik tot mijn schrik en grote ergernis dat deze weer oververhit raakte! Godzijdank was Peter C, onze monteur van de vorige dag, gelukkig bereid snel naar Urk te komen om de laatste restjes van de oude impeller uit het koelsysteem te verwijderen. Maar evengoed was het toch alweer ver na énen toen we weer uit Urk vertrokken. Op naar Medemblik, Texel zat er deze trip echt niet meer in!

Rond vijf uur lagen we afgemeerd in de Middenhaven in Medemblik, na onderweg nog wel eerst een aardig intermezzo te hebben gehad op het vogeleiland 'De Kreupel'.
Toen J en ik nog even een rondje met de bijboot wilden maken door de havens van Medemblik, kwamen we niet veel verder dan twintig meter vanaf onze ligplaats. Oorzaak, een gebroken drijfpennetje, en geen reserve! Ach ja, waarom ook wel? Met veel souplesse roeide J de bijboot vervolgens maar weer terug naar de Swing. Na wat aperitiefjes aan boord vooraf, hebben we op het terras van Costas, het Portugese restaurant aan de haven, de avond verder uitgezeten.



Voor de verandering verliep de tocht van Medemblik naar Kampen de andere dag geheel probleemloos, hoe was het toch mogelijk! En, dat was natuurlijk helemaal te gek, voor het grootste deel nog zeilend ook! In De Buitenhaven in Kampen ons einddoel, hebben we met z'n allen nog een heerlijke, door mannetje C klaar gemaakte pan nasi goreng soldaat gemaakt, maar toen zat het er op. Einde van een mannetjestrip die door allerlei perikelen wel een beetje anders verlopen was dan we vantevoren hadden bedacht. Maar de sfeer had er gelukkig allesbehalve onder geleden, ik heb er dan ook weer prima herinneringen aan overgehouden.

zaterdag, augustus 22, 2009

rondom Holysloot



Diverse dijkdoorbraken van vóór 1300 maakten van de vele veenriviertjes in het oude Waterland brede watergangen, Dieën genoemd. Een behoorlijk brede is de Holysloter Die nabij Holysloot. (Holysloot betekent zoiets als 'laaggelegen gebied aan een sloot' las ik, of letterlijk 'Holle IJ-sloot').
Voor we met onze fietsjes de Holysloter Die met een klein pontje waren overgestoken, hadden we in het verstilde Holysloot op het terras van 'Het Schoolhuis' eerst nog wel een kopje koffie gedronken. Een plekje waar het zicht op het wijdse landschap rondom ons, op de grens van ons terrasje prachtig werd gemarkeerd door een aantal fraai bloeiende Chinese Rozen (Hibiscus rozasinensis) van zeker twintig centimeter in doorsnee.

Vandaar fietsend naar het pontje, kwamen we langs een heel klein witgepleisterd, enigszins gotisch aandoend zaalkerkje, een plaatje om te zien, ik moest denken aan de kerstkaarten van vroeger. Het was twaalf uur toen we er voorbij fietsten, de wonderlijk zware klokslagen voor zo'n klein kerkje accentueerden voor mij als het ware de beleving van rust en verstilling op deze plek.
Voor twee euro werden we naar de overkant van de Holysloter Die gebracht. Al klunend vervolgden we met onze fietjes ons pad door de weilanden, langs sloten met allerlei prachtige bloemen richting Zuiderwoude en Uitdam. Over de Waterlandse Zeedijk zijn we vervolgens naar Marken gefietst voor een hapje en een drankje. Daar aangekomen ben ik nog even doorgefietst om vanaf het land een blik te werpen op 'Het Paard van Marken' (1839), dat ik immers vanaf het water gezien al zo goed ken. Het was prachtig allemaal, maar toch hadden we achteraf gezien wel een beetje spijt van onze keuze om naar het voormalige eiland te fietsen vanwege de enorme zondagse drukte daar.
Tijdens de terugtocht naar Holysloot moesten we tegen een forse tegenwind opboksen. Het was op de Waterlandse Zeedijk tot halverwege Durgerdam behoorlijk afzien. Maar eenmaal weer van de dijk af landinwaarts fietsend was het leed geleden, en vlogen we met ruime koers op onze vouwfietsjes in een kwartiertje naar Holysloot en 'Het Schoolhuis' waar we 's ochtends de auto hadden geparkeerd.

Het was een vrij winderig maar heerlijk fietsdagje door een groen, weids en waterrijk landschap met een uniek gevarieerde flora en fauna. Maar ook een landschap met prachtige vergezichten, oude boerderijen en schilderachtige dorpjes en stadjes met houten huizen en pittoreske kerkjes. En dat allemaal onder de rook van Amsterdam!
Moe maar voldaan reden we even later voor een kopje thee en een praatje naar E in de Terletstraat in A'dam-Z.O.

vrijdag, augustus 14, 2009

eenmaal, andermaal



Twee maal is scheepsrecht, andermaal stonden we voor de slagbomen maar deze keer vormden ze geen belemmering meer, we konden nu gewoon doorrijden. Onderweg naar de parkeerplaats aan je linkerhand voor de helft gemaaide brandnetelvelden, en ergens rechts in het veld een afgedankte MI-8 'Search And Rescue' helicopter van de Duitse luchtmacht. Er kan nu met kleine gezelschappen in worden vergaderd of in gegeten, gedronken en gelachen, las ik op een bordje. Evenlater aangekomen bij de parkeerplaats nabij Strandpaviljoen 'Brennels Buiten', werd ik heel even door een licht gevoel van teleurstelling overvallen, is dit het nou!?

Maar toen we eenmaal aan de wandel waren, was dit gevoel snel omgeslagen in enthousiasme! En niet alleen bij mij, maar ook bij J en onze kleinkinderen Roos en Daan. Moeilijk voor te stellen, dat dit hier een paar jaar geleden nog gewoon vlak boerenland was. Je wandelt nu langs water en bamboebossen, over zandduinen en langs allerlei prachtige (on)kruid- en brandnetelveldjes. Ergens staat een tipi of wigwam in het veld, en weer ergens anders een mongoolse ger. Er liggen bootjes in het water en er is een strandje. Maar wat mij het meest opviel is de enorme rijkdom aan vegetatie, insecten en vlinders. En dat nog maar na een paar jaar! 'k Ben heel benieuwd hoe dat over een jaar of tien zal zijn.

Nadat we in het Strandpaviljoen uitgebreid hadden geluncht, hebben we ook de kledingwinkel van Brennels nog bezocht. Prachtige kleding, voorlopig alleen nog casual touch voor vrouwen zoals ze dat hier noemen, gemaakt van brandnetelstof en biologisch katoen. Niet goedkoop trouwens, maar wel apart. En wat ook niet onbelangrijk is, vind ik de wetenschap dat je iets aan je lijf hebt hangen, dat niet ergens in één of ander derde wereldland door kinderhandjes is gemaakt.

Nieuwsgierig geworden naar de bedenker en oprichter van dit alles, heb ik in de winkel een autobiografie van Bob Crébas (1951) gekocht. Maar verder is de winkel aan mij niet erg besteed, de natuur op 'Brennels Buiten' boeit mij meer. Die zal daar naar mijn inschatting de komende jaren constant aan verandering onderhevig zijn. Een proces dat de moeite van het volgen waard is, ik zal hier zeker vaker komen!

donderdag, augustus 13, 2009

Grote- of St. Nicolaaskerk



Dinsdagmiddag rond een uur of twee stonden we tot onze verbazing voor de gesloten slagboom van 'Brennels Buiten' aan de Leemringweg, een plek in de Noordoostpolder ergens tussen Kraggenburg en Marknesse. Hoe kan dat nou, ik had het op internet nog zo goed uitgezocht, een bezoekje 'Brennels Buiten'. Toch niet dus, op maandag en dinsdag gesloten stond er met koeienletters op het hek. En bij nadere bestudering van de feiten, las ik dit ook op de uitdraai die ik thuis had gemaakt!
Op zo'n moment kan ik m'n eigen kop wel opvreten van frustratie en chagrijn. (Wat overigens een hele hap zou zijn, hebben goede vrienden me al eens laten weten.) Maar mijn geliefde wederhelft blijft dan rustig, het enige commentaar uit haar mond was, dat hebben we toch al eens vaker meegemaakt met jou! Op de één of andere manier wordt ik van zo'n opmerking ook weer niet bepaald rustiger.
Maar goed, we zijn hier nu eenmaal, wat nu? Weet je wat, we gaan een biertje drinken of wat dan ook op een terrasje in Blokzijl of Vollenhove, dat ligt hier niet ver uit de buurt!

Blokzijl kennen we vrij goed van onze boottochtjes in Noord-West Overijssel, maar museum 'Het Gildenhuys' aan de Kerkstraat hadden we nog nooit bezocht. We vielen met de neus in de boter, de historische film over Blokzijl was net begonnen, we konden zo aanschuiven bij de anderhalve man en een paardekop die er al zat. Na de film, die een kwartiertje duurde, werd ons tijdens een praatje met de museumbaas geadviseerd, eens een bezoekje te brengen aan galerie en beeldentuin 'Klein Afrika' in Marknesse.

Of het nou aan de motivatie lag of ergens anders aan is moeilijk te zeggen. Een feit is dat toen we 'Klein Afrika' niet zo snel konden vinden, we het maar voor gezien hielden. En voor we er erg in hadden waren we in Vollenhove aangeland. Na overigens in de polder wel eerst bij één van de vele boerderijwinkels die we onderweg zagen, wat fruit en aardappels te hebben gekocht.

Vollenhove dus! Terwijl we de auto parkeerden bij de Grote- of St. Nicolaaskerk, zagen we dat deze voor het publiek geopend was en dat het orgel op dit moment bespeeld werd door ene Korné Juffer. Wij naar binnen, daar hoeven we op zo'n moment nooit lang over na te denken. En ineens vertoefden we in de sacrale sfeer van een kerkgebouw uit het midden van de 15e eeuw.



De tonen van het prachtige orgel uit 1686, gemaakt door ene Apolonius Bosch uit Amsterdam, de eeuwen oude grafzerken onder je voeten, het majestueus hoge plafond, de eenvoudige glas-in-lood ramen en de prachtige kroonluchters. Het was allemaal van een eenvoud waar je stil van werd. Sobere vormgevingen en simpele structuren accentueerden hier de grootsheid van de ruimte.
Serene rust!

maandag, augustus 10, 2009

Mater, anno MCMXXIII



Kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen, op drie na waren ze allemaal gekomen, met aanhang en de jubilaris zelf meegeteld 44 in totaal. De jongste nog geen jaar, en de oudste net 86 jaar geworden. En dan liep Teun er als canis familiaris ook nog overal tussendoor te banjeren en te snaaien. Het was een gezellige drukte, desnoods had er nog wel meer bijgekund, maar ik was toch blij dat buurtbewoners geen gehoor hadden gegeven aan de vriendelijke uitnodiging van een paar ondernemende kleinkinderen of achterkleinkinderen, een naam hadden ze er niet bijgezet. Stiekem hadden de jonge grapjassen op de voordeur een feestelijke en kleurrijke uitnodiging gehangen voor 'Oma's dance party' en niet alleen daar, ook aan een bushokje, een lantaarnpaal en een brievenbus van TNT post bij ons om de hoek, hadden ze de uitnodiging gehangen ontdekte ik de andere dag!



Een halfuurtje voordat alle gasten kwamen opdagen, kwamen mijn moeder en mijn jongste zus tot onze verrassing binnenvallen met schalen vol allerlei lekkers, deels door de jarige zelf klaargemaakt. Jeetje, en wij hadden er al het één en ander staan, geen probleem, zet het er maar bij, het is feest vandaag! Tekort komen zullen we nu zeker niet doen. Even later melden zich de eerste feestgangers en tegen een uur of halfzes was iedereen wel binnen. Het KNMI had voor het hele land buien voorspeld, behalve onze regio kennelijk, want we hebben geen spat regen gehad. Gelukkig maar!
Zo'n feestje aan huis is toch altijd weer een heel gedoe, meubilair moet worden verplaatst en er moet drank en eten in huis worden gehaald. Het is een gesleep van jewelste met van alles en nog wat. Maar ik heb het er graag voor over gehad, en had het niet willen missen. Een genoeglijk feestje was het, en aan de sfeer te merken waren er meer die er zo over dachten. Zo tegen een uur of half twaalf, toen de 86 jarige grandmama zelf al weer een tijdje vertrokken was, gingen ook de laatste feestneuzen de deur uit.

zondag, augustus 09, 2009

Nuldernauw



Warm was het, erg warm en bovendien nog weinig of geen wind ook. We hadden logeetjes aan boord van de 'Swing' enwel de dames Jeanne, Kim en Roos. Het was 's avonds behoorlijk laat geworden, toch zaten ze rond acht uur 's morgens al in de kuip samen met ons te genieten van een ontbijtje in de stralende zon, die op dat uur nog wel te harden was. Maar toen we kort daarna vanuit jachthaven de Knar vertrokken waren en nog maar amper op het Wolderwijd zaten, stond het zweet alweer snel dik op ons voorhoofden. Op dringend verzoek van de dames, liet het voor anker gaan dan ook niet lang op zich wachten. En nog met de haven in zicht plonsde de één na de andere over boord!

En toen we weer ankerop gingen was het alweer bijna lunchtijd, van al dat zwemmen krijg je natuurlijk sowieso al snel weer trek. Na een nieuwsgierig rondje door de haven van Zeewolde ging het weer verder richting sluis bij Nijkerk. Maar even voorbij jachthaven Nulde was de temperatuur bij de meiden kennelijk zover opgelopen, dat ze ons vriendelijk doch dringend verzochten het anker weer uit te brengen. Mij kwam het ook goed uit, want ik had in de verte de rij wachtenden voor de sluis bij Nijkerk allang gezien. Ankeruit prima dus, en even later was het weer bommetje, bommetje en nog eens bommetje. Na de zwempartij hadden we helemaal geen zin meer om door de sluis te gaan, dus rechtsomkeerd en hup naar Nulde.



Jachthaven W.S.V. Nulde is bekend terrein voor ons, al is het ondertussen heel wat jaartjes geleden. Eindjaren zeventig, begin jaren tachtig was het onze thuishaven en lagen we hier met een Schakel en een Middellandse Zeejol. Onze kinderen leerden hier zeilen. En nu kwamen we binnenvaren met drie kleinkinderen, drie zeilertjes die al weer enige zeilervaring achter de rug hebben, en er zo te merken ook veel lol aan beleven. Nadat we ons in de havenkom op ons toegewezen plekje hadden geïnstalleerd, gingen de dames zich eerst eens uitgebreid douchen. Terug in de kajuit leefden ze zich met verf en kleurpotlood een poosje uit op papier. Kennelijk enigszins verhit door deze artistieke oprisping, sprongen ze tot m'n verbazing weer in de plomp voor de zoveelste zwemsessie die dag. Konden ze straks weer lekker onder de douche, joelden ze me lachend vanaf de waterlijn tegemoet. Maar voor het weer zover was, hebben we ons op het terras van het clubhuis eerst culinair laten verwennen met een toetje van ijs toe.

Na een ondanks de warmte, wonderbaarlijk goede nachtrust, zaten we de andere morgen al weer vroeg met z'n allen aan het ontbijt. Het beloofde weer een mooie en warme dag te worden, alleen wel een beetje jammer van de wind die maar niet wou komen. Nou ja, niets aan te doen, motorren is ook leuk. Inplaats van steeds voor anker te gaan zoals gisteren, wilden we er vandaag maar eens een eilandentochtje van maken hadden we bedacht. Eerst naar De Zegge en daarna De Biezen. De dames vonden het prima, als ze maar konden zwemmen. Ik vond het hardstikke leuk (de dames zouden vet leuk zeggen) dat Jeanne op enkele aanwijzingen na de 'Swing' geheel zelfstandig de haven van Nulde uitvoer!

Het zijn natuurlijk maar kleine eindjes, dus De Zegge hadden we al snel in beeld. Druk, druk, druk, een ligplaats bij het strandje konden we wel vergeten. Dan maar naar de achterkant van het eilandje, daar hadden ze een aanlegsteigertje wist ik. Omvarend liepen we nog vast ook, maar dat was gelukkig gauw verholpen, even fors in z'n achteruit en we dreven weer. Misschien moet ik maar eens een dieptemeter laten monteren die vooruit kan kijken. Aan het steigertje waren we voor even nog de enige, maar vijf minuten later waren alle plaatsen alweer bezet. Van de wandeling over het eiland waren de meiden snel terug, en even later hing de zwemtrap alweer omlaag. Op een gegeven moment lagen we allemaal in het water en was er niemand meer aan boord. Het was een schier eindeloze cyclus van bommetje, trapje op, bommetje, trapje op, bommetje, enz. er leek maar geen eind aan te komen, heerlijk!

Varend van De Zegge naar De Biezen lieten de meiden zich op de stootwillen achter de 'Swing' door het water slepen. Hilariteit, toch hielden ze dat niet echt lang vol, ook al voer ik zo langzaam als ik kon. Er gaat teveel energie zitten in het vasthouden van die gladde fenders. Ook op De Biezen was het weer een drukte van belang. We zijn er maar omheen gevaren, of gezeild moet ik zeggen, want er was ondertussen zowaar een briesje opgestoken. Op het Wolderwijd, met de thuishaven al in zicht, hebben we daarom toch nog maar een keer het anker laten zakken voor een zwemsessie van een uurtje. En rond halfvijf lagen we weer afgemeerd op ons plekje in jachthaven de Knar. Einde van een paar onvergetelijke dagen met een stel vet leuke meiden lekker dicht bij huis!

vrijdag, juli 31, 2009

Pracht & Praal


Hermitage Amsterdam

Vrijdag 19 juni j.l. is de Hermitage Amsterdam aan de Amstel, een dependance van het museum in Sint Petersburg officieel geopend met ballet en muziek op een platvorm in de Amstel. De Russische president Dmitri Medvedev en zijn vrouw Svetlana Medvedeva, koningin Beatrix, prins Willem-Alexander en prinses Máxima waren daarbij aanwezig.

Ons hadden ze verdorie niet uitgenodigd, ze wisten zeker dat we op vakantie waren. Geen probleem, we doen het wel op onze eigen manier, we hebben daarom het museum eergisteren maar met z'n tweetjes bezocht. Weliswaar waren we toen met velen, we hebben op de binnenplaats minstens een half uur in de rij gestaan voor we bij de kassa waren, maar het was de moeite waard! We waren daar medio januari j.l. net voor de finale verbouwing ook nog geweest (zie mijn stukje Schilderkunst van 18 januari 2009) maar niets was nog herkenbaar. Uiteraard mede door het feit dat nu in vergelijking met een half jaar geleden het hele gebouw, met een totaal interieur oppervlak van maar liefst 15.000 m2 als museum is ingericht. Het door Hans van Heeswijk Architecten ontworpen plan dat 40 miljoen euro heeft gekost, heeft het monumentale 17e eeuwse gebouw Amstelhof, dat tot 2007 dienst deed als verzorgingstehuis, een metamorfose laten ondergaan die er zijn mag!

Veel van de ruim 1800 objecten van de openingstentoonstelling in dit prachtige museum, die daar nog tot eind januari a.s. te zien zijn, had ik in 1997 al eens gezien in het moedermuseum in Sint Petersburg. Aardig tijdje geleden alweer, dat wel, maar het kwam mij toch weer heel bekend voor allemaal. Geen probleem, persoonlijk ging het mij nu in de eerste plaats niet om het getoonde maar meer om het gebouw, en wat ze daarvan hadden gemaakt. De onmiskenbaar prachtige expositie 'Aan het Russische Hof' waarin paleis en protocol in de 19e eeuw centraal staat, nam ik voor een keer dan ook maar op de koop toe.


Paleis op de Dam

Koninging Beatrix had het er in juni maar druk mee in Amsterdam, want behalve de opening van de Hermitage, is na een jarenlange renovatie ook het Paleis op de Dam door haar officieel voor het publiek heropend. Aangezien we toch in de buurt waren hebben we ook dit bescheiden optrekje maar vereerd met een bezoekje onzerzijds. Leuke verrassing was dat we onze oudste dochter C en haar minnaar J tegen het lijf liepen toen we de parkeergarage achter de Bijenkorf uitliepen. Of beter gezegd, ze reden ons daar met die grote Amerikaan bijna tegen het lijf! En wat een toeval, ook zij waren van plan het Paleis te vereren met een bezoekje. En zo kon het gebeuren, dat we op een gegeven moment ook hier weer in een lange rij voor de kassa stonden te wachten, maar nu wel met z'n viertjes.

Het in de 17e eeuw als stadhuis gebouwde paleis is een knus woonpaleisje geworden las ik ergens. Wat ze hier onder knus verstaan weet ik niet, in ieder geval iets anders dan ik, denk ik. Maar het zag er wel goed uit allemaal, behalve een tentoonstelling over de geschiedenis van het paleis, was er ook nog een presentatie over de recente verbouwing te zien. Verder zie je feitelijk maar een klein stukje van het paleis, het meeste, waarschijnlijk het knusse deel, blijft voor het publiek aan het oog onttrokken. Zelfs het beroemde balkon is taboe voor het publiek. Toen ik een suppoost vroeg of ik even op het balkon mocht staan, adviseerde hij mij om dan eerst een lid van de koninklijke familie aan de haak te slaan. Maar hij zei er gelijk bij dat hij me weinig kans gaf, zelfs al was de spoeling daar minder dun als dat ze nu is. Dat heeft hij denk ik wel goed ingeschat, die suppoost! Ad rem baasje, maar wel lachen met die gast.

Weer buiten in het zonnetje hebben we een terrasje opgezocht. En daar hebben we, alvorens onze wegen zich weer gingen scheiden, kijkend naar de mensen en de levende standbeelden op de Dam, eerst maar eens onze dorst gelest.

dinsdag, juli 28, 2009

Walvis voor de boeg



In het blad 'Zeilen' heb ik eens het bizarre verhaal gelezen van een zeiljachtje dat in een donkere nacht op een dode, in ontbinding verkerende walvis was gevaren. Halverwege de Golf van Biscaje hadden ze zich muurvast in het kolossale kadaver gevaren. In een kakofonie van borrelende en knallende ontbindingsgassen werd een groot deel van het voorschip door de gruwelijk stinkende blubbermassa volledig ingekapseld. De angst dat ze met het zinkende kadaver met jacht en al zouden worden meegesleurd naar de diepte, gaf de tweekoppige bemanning reuzenkrachten. Met de in volle kracht achteruitslaande motor bij, hebben ze zich in een ware titanenstrijd hakkend met bijl, messen en alles wat ze voor handen hadden, met de grootste moeite weten te bevrijden uit de lugubere omstrengeling.
Ja ja, dat zijn nog eens zeemansverhalen!

Als ik 's nachts met m'n zeiljachtje op zee zit, starend in de donkerte voor mij uit, vraag ik me soms ook wel eens af wat er zou gebeuren als ik bijvoorbeeld op een groot, net onder het oppervlak drijvend voorwerp zou varen. De kans dat ik op de zuidelijke Noordzee, waar ik het meest zeil, een walvis voor de boeg krijg is wel heel erg klein. Alhoewel de gewone vinvis ook daar zo af en toe, tot zelfs dicht onder de kust bij IJmuiden, wel is gesignaleerd. Ook fatale botsingen met in zee drijvende voorwerpen komen gelukkig maar heel sporadisch voor. Maar desondanks moet ik toch wel eens aan zeecontainers of boomstammen denken, die in een storm overboord geslagen zijn. Godzijdank ben ik in al die nachten varen op zee, behoorlijk bekwaam geworden in het onderdrukken of wegdrukken van dit soort overpeinzingen. Door het plezier wat ik aan het varen in de nacht beleef, verban ik dit soort getob met het grootste gemak naar de verste uithoeken van mijn brein!

Toch schoot het bovenstaande mij weer even te binnen, toen ik onlangs op de radio hoorde dat in Vancouver een groot cruiseschip was komen binnenvaren met een dode vinvis van 21 meter op de boeg. De 18 dekken tellende 'Sapphire Princess' van 290 meter lang, 37 meter breed en een tonnage van 116.000 GRT (Gros Register Tonnage) is uiteraard wel even wat anders dan een zeiljachtje van iets meer dan 10 meter en een gewicht van amper 6000 kg. Daar kan de gewone vinvis van 21 meter en een maximaal gewicht van 80.000 kg natuurlijk bij lange na niet tegen op. De bemanning had niets gemerkt van de botsing! Dat wil ik best geloven, een botsing met een grote golf bij ruim 40 km per uur zal heel wat meer impact hebben op een dergelijk groot schip. En dat zullen ze daar in het vaargebied tussen Alaska en Canada vaak genoeg meemaken.



Als het dier al niet dood was, zal de vinvis bij de botsing met de torpedovormige bulbboeg naar alle waarschijnlijkheid de rug gebroken hebben, en was het ook op slag dood.

maandag, juli 27, 2009

Maasvlakte 2



Nieuwsgierig geworden door een bericht over Maasvlakte 2 in de Volkskrant begin juli j.l. onder de kop 'Woorden in de branding', zijn we gisteren maar eens de kant van het Rotterdamse havengebied opgereden. Tien voornamelijk Rotterdamse dichters hebben ter promotie van de Maasvlakte 2 en het bijbehorende bezoekerscentrum FutureLand, een gedicht geschreven over het nieuw te winnen land, de branding, de zee en de wind.
Zittend op het terras van FutureLand, en uitkijkend over zee en het nieuwe land in wording, konden we gisteren de gedichten, door de dichters zelf voorgedragen, middels een z.g. poëziepaal (één voor elke dichter) via onze eigen gsm beluisteren. Daarmee bevond je je a.h.w. 'live' in het gedicht van de dichter van jou keuze. Het gedicht van Jules Deelder, dat ik daar heb beluistert en thuis nog eens heb kunnen nalezen ging als volgt:

MAASVLAKTE

Waar zee was
heerst land
Water verdronken
in zand

Langs uiterste rand
serene rust van
tankopslag

Door draden kracht
centrale knetterend
boomloze verte
in knalt

brandt Eeuwige Vlam
boven buitenaards
landschap

Van God verlaten
helicopter-
plat


Als je over de A15 en de N15 naar FutureLand rijd, passeer je op een gegeven moment een bilboard waarop de Weense kunstenaar Hans Schabus staat afgebeeld, zeilend in de 'Forlom', een klein houten eigenhandig gebouwd zeilbootje ter grote van een Piraatje. Hij zeild daar op een plek waar dit soort bootjes absoluut niet thuishoren, namelijk op de grens van de Yangtzehaven en de Europahaven en is op weg naar de toekomstige entrée van de nieuwe Maasvlakte.
In FutureLand las ik dat Schabus hiermee het enorme contrast tussen de menselijke maat en de kwetsbaarheid van de binnenzeilende, kleine houten 'Forlom' versus de schaal en technologie van de haven wil uitdrukken!

Maasvlakte 2 is voorlopig nog niet klaar, volgens de planning zal het eerste bedrijf vanaf de ca. 2000 hectare grote vlakte in 2013 operatief kunnen zijn, en zal het pas in 2033 volledig in bedrijf kunnen zijn. In tussentijd kan en zal zich op het braak liggende nieuwe land nog een rijke flora ontwikkelen, maar die zal daar op termijn natuurlijk weer verloren gaan.
Wat niet verloren zal gaan is de wettelijk verplichte compensatie voor het verlies aan natuur en milieu door de aanleg van Maasvlakte 2. Dat gebeurt in zee en in de duinen. Ten zuiden van de Maasvlakte krijgen zeenatuur en vogels extra bescherming in een gebied dat ongeveer 25000 hectare groot is, en ten noorden van Hoek van Holland komt er een extra duingebied bij van ongeveer 35 hectare.

De contrasten in dit gebied zijn bizar merkten we al fietsend in dit gebied. Enkele nog braak liggende terreinen op de eerste Maasvlakte met de mooiste flora, tussen kilometers lange reeksen opslagtanks, containers, kranen, windmolens, industriële installaties en gebouwen. En dan ineens fiets je zomaar in het prachtige duingebied rond het Oostvoornse Meer, en is het industriële geweld rondom voor even aan het oog onttrokken.

woensdag, juli 22, 2009

DeWegKwijt



Onlangs gezien op journaal opgekalefaterde Karet- of Dikkopschildpad met 1¼ flipper!



Ze gingen het dier naar Zuid Portugal brengen om het daar weer in de warme oceaan uit te zetten. Ik heb geen verstand van schildpadden, en dat hoeft ook niet want die dieren hebben zelfs de dinosauriërs overleefd en redden zich zonder onze bemoeienis al meer dan 100 miljoen jaar op deze aardkloot! Dat is ruim 500 keer zo lang als de (moderne) mens, want die schijnt hier nog maar pas zo'n kleine 200.000 jaar mee te hobbelen. Dat die in deze relatief korte periode evengoed in staat gebleken is, hier het één en ander naar z'n hand te zetten en naar de ratsmode te helpen, staat buiten kijf. Daar zijn we zolangzamerhand wel achter gekomen. Daarom proberen we het nu, althans in dit deel van de wereld, zo af en toe maar eens wat beter te doen, en wat zorgvuldiger om te gaan met milieu en medebewoners op onze planeet.

Maar zonder cynisch te willen zijn, durf ik te betwijfelen of het terug zetten van een opgekalefaterde invalide schildpad in z'n natuurlijke habitat nou zo'n goede daad van dierenliefde is. Het komt mij voor dat we daarin de weg een beetje kwijt zijn, het beest is destijds niet voor niets afgedwaald lijkt mij zo. Als ik in m'n rubberbootje maar één goede peddel ter beschikking heb, moet ik deze om en om gebruiken om koers te kunnen houden. Dus bakboord-stuurboord enz. anders draai je alleen maar rondjes en kom je nooit op de plaats van bestemming aan, en al helemaal niet als de stroom ook nogeens vat op je krijgt!



Volgens mij was het beter geweest de Karet- of Dikkopschildpad na z'n gedeeltelijke renovatie maar in 'Burgers Zoo' te houden. Grote kans dat het dier nu, als het al niet snel te grazen wordt genomen door één van z'n natuurlijke vijanden, al rondjes draaiend de weg weer kwijt zal raken. En de schildpad dan vroeg of laat verzwakt en doodziek is overgeleverd aan de voor hem of haar te koude zeestromingen. Het zou dan ook zo maar weer kunnen gebeuren dat onze dobber voor de tweede keer met de sterke tijstroom mee het Nauw van Calais wordt ingesleurd!

donderdag, juli 16, 2009

Pin Mill



Een andere gedenkwaardige tocht met de 'Felis Onca IV' was het tripje naar River Orwell, begin juni 1992. Buiten mijn geliefde echtgenote en mijzelf om, bestond de bemanning uit dochter S, schoonzoon W, zoon E en (ex)schoondochter A. Een zes koppige bemanning op een zeiljachtje van 30 voet kan je voor zo'n vrij lange tocht bepaald niet onderbemand noemen, eerder het omgekeerde. Maar we hebben het vol gehouden. Dat moest ook wel want we zaten natuurlijk wel mooi in het schip met z'n allen!

Windkracht variërend van 1 tot 3 uit zuidoostelijke richting, matig tot slecht zicht en kans op onweer las ik in m'n oude logboek. Ideaal is het zelden of nooit is mijn ervaring. Tergend langzaam verdwenen de pieren van IJmuiden achter ons uit 't zicht, terwijl het zicht al zo matig was, kun je nagaan hoe hard we gingen! Het was eerder drijven te noemen wat we deden dan zeilen. Zo af en toe konden we het dan ook niet laten de motor maar eens een tijdje bij te zetten. En zo rommelden we de hele dag door, het ene moment alleen onder zeil, het andere moment de motor ermaar weerbij.

Tegen de avond hoorden we het in de verte donderen en zagen we het weerlichten. Ondanks dat het voor ons gevoel nog heel ver van ons verwijderd was, haalden we het grootzeil toch maar omlaag, en rolden we de fok een stukje in. Er stond trouwens nog steeds weinig wind, op onze voortgang had het dan ook niet of nauwelijks invloed. Alleen op de motor en nog een klein stukje voorzeil vervolgden we onze weg op een ondertussen aardedonker geworden Noordzee.
Inmiddels was het wel duidelijk dat de donderbui niet aan ons voorbij zou gaan. De ontladingen kwamen dichter bij, het begon te regenen en een paar flinke rukwinden waren de voorbode van wat op ons af kwam. En ineens was het zover en zaten we midden in de shit. Ook het kleine puntje voorzeil dat nog stond werd snel ingedraaid, maar zelfs alleen op romp en mast maakten we nog een respectabele slagzij. Voor zover we de ogen door de hevige regen en wind open konden houden, zagen we de zee fel oplichten door de vele blikseminslagen om ons heen, alsof het overdag was. De donderslagen waren boven het gebulder van de wind en het geraas van de regen nog oorverdovend. Wat een toestand!

Een polyester schip is geen 'Kooi van Faraday', het nut van een ankerketting of dikke koperdraad aan de verstaging of beter nog aan de mast, en dan overboord voor een eventuele ontlading betwijfel ik. Mogelijk dat het werkt bij een luttele 230 Volt, maar bij een blikseminslag kan de spanning wel 400.000 keer hoger zijn! Toch had ik op dat moment wel even spijt dat ik dat niet gedaan had. Zoiets van 'Baat het niet dan schaadt het niet'.

Op een gegeven werd het in de kuip zo gortig dat ik het werk maar even helemaal aan de stuurautomaat heb overgelaten, en ook maar bij de anderen in de kajuit ben gaan zitten. Bovendien wilde ik een beetje uit de buurt van de verstaging blijven. De automaat had het er maar moeilijk mee, gierend van bakboord naar stuurboord schoten we met de 'Felis Onca IV' als een dronkenman door het water.
Maar wonderlijk, zo snel als het gekomen was, zo snel was het weer over ook. Hooguit een uur heefd het hele feest geduurd. Opluchting alom, en buiten het monotone geronk van de motor een oorverdovende stilte ineens. De atmosfeer was helemaal opgeknapt, praktisch windstil en glashelder zicht, beter dan we de hele dag hadden gehad. In de verte zagen we de navigatieverlichting van enkele schepen in de shipping lane. Toch mooi dat we daar niet zaten toen we die donderbui over ons heen kregen!

Tegen het krieken van de dag, rond een uur of half zes, zaten we in de buurt van Inner Gabbard, nog ruim 20 mijl vanaf Felixstowe en Harwich. Goedemorgen, goed geslapen? De één na de andere slaapkop stak z'n hoofd door het luik om poolshoogte te nemen van omgeving en weer. Mooi weer, maar windstil! Er werd nog wat nagepraat over de bui van vannacht, er werd koffie gezet en er werden eitjes gebakken met spek. Rond een uur of half tien waren we bij Felixstowe, en voeren we met de stroom mee de River Orwell op richting Woolverstone Marina, waar we een uurtje later keurig lagen afgemeerd. We hadden ruim 123 mijl gevaren vanaf IJmuiden.

De omgeving van Woolverstone en Pin Mill is fantastisch. Vooral de wandeling vanaf Woolverstone Marina naar de 16e eeuwse pub 'Butt and Oyster' aan de Orwell in Pin Mill was prachtig. Je waande je in een ander tijdperk, de wandeling voerde ons door een eeuwenoud, volgens mij tot op de dag van heden praktisch onaangetast landschap. Het ene moment liep je langs de oever van de Orwell met prachtige uitzichten over deze getijderivier, het andere moment liep je over glooiende akkers en beboste landerijen met majestueuze eikenbomen van honderden jaren oud. Eenmaal in Pin Mill aangekomen, vielen ons de oude scheepswrakken op die daar lagen. Sleepboten, Thames Barges, Pieremegoggels of weet ik veel wat voor types het allemaal waren, lagen er kris kras door elkaar, en sommigen werden zelfs nog bewoond ook. Prachtig allemaal, en het ultieme rustmoment beleefden we daarna in 'Butt and Oyster', achter een heerlijk glas bier dromerig uitkijkend over de River Orwell.

Daags daarna begonnen we aan het eind van de middag aan de terugtocht naar IJmuiden. En wéér was het bijzonder heiig op zee en praktisch windstil. Dus werd de motor maar weer bijgezet! Tijdens het invallen van de nacht bemerkten we dat het zo mistig was geworden, dat we ons eigen toplicht niet meer konden zien. En dat in een vrij druk vaargebied, geef me dan maar liever een donderbui! We zagen dus echt helemaal niets om ons heen, en radar hadden we toen jammergenoeg ook nog niet aan boord. We konden alleen maar hopen dat die grote jongens ons reflectorbliepje op hun schermen zouden zien. Voor ons bleef er niets anders over dan de motor zo zacht mogelijk te zetten, en onze oren goed te luister leggen op de geluiden om ons heen! Bij tijd en wijle hoorden we dan weer aan stuurboord en dan weer aan bakboord een schip voorbij varen, maar zien deden we ze niet. Een zenuwslopende ervaring! Wind stil en dikke mist, de hele nacht en ook de andere morgen.
Toen we de grote NHR-N boei midden op de Noordzee dankzij ons oude en vertrouwde AP navigatortje gevonden hadden, zijn we daar even rond blijven hangen om ons te beraden. We moesten even wat moed verzamelen om aan de oversteek van de drukke zes mijl brede shipping lane te beginnen. Maar na een kwartiertje tobben hebben we de knoop maar doorgehakt, wat zou je ook anders moeten? Twee man voorop het schip om te luisteren, en de motor op z'n zachts. Tegenstrijdig eigenlijk, want je wilt de oversteek van de shipping lane zo snel mogelijk achter de rug hebben. Gelukkig is het allemaal prima verlopen.

Tegen het einde van de morgen trok de mist eindelijk op, en een poosje later stond er zowaar een vrij constante bries van ruim 3 Bft uit het zuidoosten. De laatste 40 mijl naar IJmuiden hebben we dan ook aan de wind zeilend in een stralend zonnetje overbrugd. En rond zeven uur 's avonds voeren we de pieren van IJmuiden binnen, we waren weer thuis!

maandag, juli 13, 2009

Great Yarmouth



Met onze vorige zeilboot de 'Felis Onca IV', een Jaguar 30, 1n 1979 op een werf in Oss gebouwd naar een ontwerp van Frank Butler, hebben we in de jaren negentig heel wat aardige en enerverende zeiltochtjes gemaakt. Bladerend in een oud logboek kwam ik bijvoorbeeld een zeiltochtje tegen naar Great Yarmouth in het voorjaar van 1994. Een tochtje vice versa vanaf IJmuiden, de vier koppige bemanning bestond uit dochter C, (ex)schoonzoon B, zoon E en ondergetekende.

De wind, kracht 3 à 4, kwam 's morgens bij vertrek uit IJmuiden uit de zuidwesthoek, en dat is natuurlijk niet verkeerd als je je roer op ongeveer 270º kan vastzetten. Maar later op de dag liet de wind het afweten, aanvankelijk nog een poosje variabel maar daarna niets meer. Een tijdje hebben we dat over ons laten komen, even lekker dobberen midden op zee. Maar ja, wil je nog ergens aankomen binnen afzienbare tijd, dan zal er toch enige voortgang moeten worden geboekt. Noodgedwongen hebben we bij het invallen van de nacht het onvolprezen ijzeren zeil dan ook maar bijgezet.

Maar weinig bezigheden ervaar ik intenser dan een nacht op zee. Niet dat het altijd even leuk is, in het pikke donker met kou, regen en veel wind verzeild raken in een druk scheepvaartgebied bijvoorbeeld. Dan wil ik me in stilte nog wel eens afvragen wat ik daar in godsnaam te zoeken heb, er zijn grenzen. Aan de andere kant waren ook dat toch weer ervaringen die ik absoluut niet had willen missen!
Maar deze keer viel er niets te tobben, integendeel een heerlijke rust daalde over ons neer, en geleidelijk aan werd het stiller in de kuip. Zwijgzaam, in gedachten verzonken zaten we te turen naar de langzaam in het donker verdwijnende horizon, en genoten we van het alsmaar prominenter aanwezige zwerk. Een majestueuze sterrenhemel zoals je dat op de wal zelden of nooit ziet! Er werd nog maar eens een kopje koffie gezet, en kanaal 16 gaf af en toe een teken van leven elders. Welterusten C en B, slaap lekker, E en ik namen de eerste wacht voor onze rekening. De verlichting in de kajuit ging uit, onze ogen moeten aan het donker wennen. Alleen het zachte groen en rood van led en apparatuur lichte nog op, en om het uur zette één van ons de positie in de kaart. We maakten elkaar attent op de navigatieverlichting van schepen in de verte die we af en toe zagen, en zochten uit of en waar we elkaar zouden kruizen, ofdat we mogelijk niet op ramkoers lagen met elkaar.

Evengoed zaten we op een gegeven moment toch vrij dicht in de buurt van een aantal min of meer lukraak varende vissersschepen. Door de vaak felle werkverlichting op sommige schepen lijken het wel varende kerstbomen, en dan is het lastig om te zien welke koers ze hebben voorliggen. Het ene moment denk je dat ze van je af gaan, het andere moment lijk je te worden overvaren. Het is echt uitkijken geblazen met die gasten!
Langzaam verbleekten de sterren aan het firmament en werd het in het oosten lichter aan de horizon, fascinerend. En ineens was het moment daar, de zon, een nieuwe dag was aangebroken! Een prachtig stralend roodkoperen segment kwam boven de horizon uitpiepen. En altijd weer sta ik er van te kijken hoe snel de rest dan komt, in no time hing de hele koperen bol vrij boven de horizon. Prachtig, een mooi moment voor de aflossing van de wacht en een paar uurtjes slaap!

Rond een uur of zeven 's morgens kregen we de eerste boeien van de zandbanken voor het kustgebied van Lowestoft en Great Yarmouth in zicht. Na S Corton, een belboei op stuurboord t.p.v. de invaart van het Holm Channel, een geul tussen de banken door, ging het snel. Kort daarna zagen we in de verte de ingang van River Yare, het vaarwater dat ons min of meer naar het centrum van Great Yarmouth zou voeren, al liggen. En een kleine twee uur later, bijna een etmaal na ons vertrek uit IJmuiden, lagen we met lange lijnen afgemeerd aan de hoge kademuur in een door het afgaand tij hevig stromende rivier. Tijd voor iets stevigs!
Het wapen van Great Yarmouth 'Rex et nostra jura' ofwel 'De koning en onze rechten' Een vissersplaats van oudsher, we hebben er gewandeld, heerlijk gegeten en een terrasje gepikt die dag. De andere dag hebben we een auto gehuurd en zijn we naar Ipswich gereden en naar Pin Mill, waar we aan de River Orwell een poosje hebben genoten van de sfeer in the good old pub 'The Butt and Oyster'. Wat is Engeland bij tijd en wijle toch een heerlijk land!

De terugtocht naar IJmuiden daags daarna verliep ongeveer als de heenweg. Aardig is nog wel te vermelden dat we op een zeker moment, de Engelse kust was net achter de horizon verdwenen, een tijdje feestelijk werden begeleid door een school dolfijnen. Als afscheidsgroet sprongen ze voor ons af en toe met z´n tweeën synchroon het water uit!

maandag, juli 06, 2009

Langs het Gein



Wonen aan de rand van Amsterdam Zuidoost heeft z'n voordelen. Met de metro zit je vanaf station Reigersbos met ruim een kwartier in het centrum van de stad, terwijl het maar een paar minuten fietsen is, en je bevind je al in het prachtige landschap van Amstelland of de Gein-en Gaasperpolder!

Het Gein, is een oorspronkelijk veenriviertje dat al in de prehistorie is ontstaan en ruim 12 km lang is. Het meandert van Driemond, als aftakking van de Gaasp, door het weidelandschap naar Abcoude, en voegt zich daar in het riviertje de Angstel. Het Gein maakt onderdeel uit van de boezem van Amstelland en is voor de waterafvoer van belang. Landschappelijk en natuur- en cultuurhistorisch gezien is het gebied om en nabij het riviertje van bijzondere waarde.

We begonnen en eindigden ons fietstochtje langs het Gein in Abcoude. Eerst over de zuidelijke dijk naar Driemond, en daarna over de noordelijke dijk weer terug naar Abcoude. Langs de smalle en kleinschalige polderdijken aan de ene kant rietkragen, plompen, waterlelies en veel watervogels zoals futen, meerkoeten, zwanen en eenden. En aan de andere kant kromgegroeide knotwilgen, oude boerderijen en buitenhuizen met namen als Geinvreugd, Gein en Stein, Vredelust, Landvermaak en ga zo maar door. Prachtig allemaal, als je hier niet af en toe de in de verte als een gletsjer het weidelandschap inschuivende bebouwing van Amsterdam Zuidoost zou zien, zou je je zomaar een eeuw terug in de tijd kunnen wanen.

Op internet las ik dat de dijken langs het Gein moeten worden opgehoogd. Ik hou m'n hart vast als ik zo iets lees, hoe gaan ze dat aanpakken? Ja, heel zorgvuldig las ik! Maar het schilderachtige gebiedje is van zo'n unieke kleinschaligheid, dat elke ingreep daar er volgens mij al één teveel is. Maar ja, aan de andere kant snap ik ook wel dat de overheid de veiligheid voor mens en dier in dit gebied moet kunnen blijven waarborgen.

Maar Nescio schreef destijds al in één van zijn natuurdagboeken over mensen die plannen hadden dit gebied op wat voor manier dan ook te verstoren:
"God zal ze eeuwig gloeiend nakend in de hel sansodemirakelen."
Dus dames en heren plannenmakers van het Hoogheemraadschap of wat dan ook, wees maar heel voorzichtig en behoedzaam met het Gein!

zaterdag, juli 04, 2009

Kampen



We lagen amper vijf minuten te wachten voor de Ketelbrug, toen we het verkeer op de A6 al tot stilstand zagen komen. Absurd eigenlijk, de geopende brug die een economisch gezien belangrijke verkeersstroom tot stilstand dwingt, omdat een stel recreanten in een zeilbootje daar puur voor de lol doorheen wil. Maar goed het zij zo, we waren er mooi mee geholpen, dan hadden ze die brug destijds maar hoger moeten maken!

Op het Ketelmeer zaten we weer eens even te twijfelen over onze bestemming die dag. Gaan we in één ruk door naar huis, zullen we toch nog een nachtje in Elburg blijven, of gaan we nog een keer de IJssel op en sluiten we deze zeiltrip af met een bezoekje aan Kampen? We kozen voor het laatste!

Via het Kattengat voeren we de IJssel op, en moesten we even verderop onder de brug in de N50 door. Ze gaven een doorvaarthoogte van 16 meter aan, met onze 15,75 meter hebben we bij een vlakke waterspiegel dan een marge van 25 cm en kunnen we er dus onder door. Desalniettemin sta ik vlak voor de brug aangekomen, altijd weer met gekrulde tenen in m'n schoenen. Heb ik wel goed gekeken, en zo ja, de cijfers zullen toch wel betrouwbaar zijn? Want met zo'n geringe marge, lijkt het vanuit de kuip gezien alsof je er met het topje van de mast volop tegenaan gaat knallen. Maar uiteraard liep het ook deze keer weer goed af.

Een half uurtje later lagen we weer afgemeerd in de ons zo bekende Buitenhaven naast de Koggewerf, en konden de fietsjes weer van boord. Veel van wat de oude Hanzestad te bieden heeft hebben we al eens gezien, maar in het Ikonenmuseum waren we nog nooit geweest. Het is daar in het centrum van de stad gevestigd in een voormalig middeleeuws klooster. Ze hebben er een gigantische verzameling houten en bronzen ikonen en kruizen hangen uit de 15e tot de 19e eeuw. De grootste verzameling daar komt uit Rusland, maar er hangen ook ikonen uit Griekenland, Bulgarije, Roemenië en Ethiopië.

Een bijzonder museum is het, en volgens de medewerkers daar uniek in Nederland. Eén van de opmerkelijkste ikonen vond ik, was de ikoon met een afbeelding van Nikolaas, patroonheilige van de stad Kampen, en redder van schepelingen!

Met 'Kampen' het zevende verhaal over ons genoeglijke zeiltripje dat met 'Hindeloopen' begon, sluit ik deze serie af. Van hieruit gaan we echt naar huis!

vrijdag, juli 03, 2009

Urk



Steeds dichter kwam het einde van de zeilvakantie nabij. Maar we wilden er eigenlijk niet aan, de tocht naar onze thuishaven schoven we dan ook steeds weer een dagje op. Zelfs een zondagse aankomst in Urk hadden we er voor over. Niet dat daar iets mis mee is, maar juist op zondag zijn er natuurlijk wel spannender plekken te bedenken dan Urk. Maar goed, die rust daar heeft ook weer voordelen, een mooi plekje aan de Havendam dicht bij de kom, waar we op zondag niet voor hoefden te betalen! Ook niet op maandagmorgen toen ik de havenmeester daar over belde. Wel consequent natuurlijk.

Een wandeling langs de vuurtoren en het monument is altijd vaste prik als we in Urk zijn. Het was helder weer, dus we hadden een prachtig uitzicht over het IJsselmeer en over de dijk van de Noordoostpolder met al die windmolens erop. Het was zo helder, dat we in de verte voorbij het Vrouwezand zelfs het Roode Klif bij Stavoren zagen liggen, en natuurlijk ook het Mirnser Klif en het Mirdumer Klif zagen we op Gaasterland duidelijk liggen.
's Avonds werden we door S en W, die vanaf de 'Poolster' uit Lemmer even langs kwamen met de kinderen, in restaurant 'De Kaap' getrakteerd op een lekker visje.
Dat kan dan weer wel op het zondagse Urk, het is daar zo gek nog niet!

donderdag, juli 02, 2009

Enkhuizen



Het is maar een fluteindje zeilen vanaf Medemblik, bij vuurtoren De Ven het hoekje om en je bent er praktisch. Maar aan Enkhuizen wilden we toch niet voorbij gaan deze keer. We vonden een mooi ligplaatsje aan de kop van de Buitenhaven, recht tegenover het 'Snouck van Loosenpark'. Dit park met vijftig arbeidershuisjes en een opzichterswoninkje dateert uit 1897, en was destijds één van de eerste sociale woningbouwprojecten in ons land. Een prachtige woonomgeving, praktisch in het centrum van de stad en toch volop in het groen, en dan ook nogeens een haven voor je neus, ik zou er denk ik best willen wonen!

Enkhuizen, de stad van het Zuiderzeemuseum, de Drommedaris, de Oude Haven, het Spuihuisje met daarin het huidige Flessenscheepjesmuseum, het Waaggebouw en natuurlijk de Zuider- of St. Pancraskerk met de bekende 75 meter hoge toren en het carillon. Vanaf het IJsselmeer altijd het eerste wat je van Enkhuizen ziet en soms hoort. Het is allemaal zo bekend als de broekzak zo langzamerhand, maar het is en blijft een prima plek om te komen.

's Avonds zijn we naar het 1e Zomeravondconcert geweest in de Zuiderkerk. Sietze de Vries op orgel en Alice Gort-Switynk met blokfluiten. Een combinatie die ik mij in die immense ruimte met dat grote kerkorgel niet goed kon voorstellen, maar dat viel me achteraf alleszins mee. Alleen bij een paar stukken die solo op het orgel werden gebracht bespeelde de Vries het grote en volumineuze kerkorgel. Maar voor de stukken die in samenspel werden gebracht werd een orgel van bescheidener afmetingen ingezet, zoals je op het filmfragment wel kan zien en horen. (De fotochip was jammer genoeg ineens vol, anders hadden we vast iets meer opgenomen) Er werden diverse stukken gebracht van Wolfgang Amadeus Mozart, Giovanni Battista Fontana, Johann Sebastian Bach, Georg Friedrich Händel, Georg Philipp Telemann en Jacob van Eyck.



Het was een bijzonder concert in een bijzonder kerkgebouw met plafondbeschilderingen die daar al in de 15e eeuw zijn aangebracht.

Medemblik



Na vertrek uit Oudeschild nog een klein stukje Texelstroom opstomen, en dan even voorbij de Bollen bakboord uit het Malzwin op. Met de stroom mee zit je dan voor je er erg in hebt zo in het Visjagersgaatje. En dan is het nog maar even, en moet je alweer aan het werk met de zeilen, fenders en landvasten. Eerst komt de brug in de Afsluitdijk, en als je daar eindelijk door bent direct daarop de Stevinsluis. Bij elkaar altijd wel een oponthoud van minimaal een uur. En dan ben je jammergenoeg van zout en stromingen af, en ligt het IJsselmeer weer voor je. We waren een beetje te lui om voor het laatste stukje naar Medemblik het grootzeil nog weer bij te zetten, dus hebben we dat maar alleen op de fok gedaan. In Medemblik vonden we een prima ligplaatsje aan de wal in het verbindingsstukje daar tussen de Oosterhaven en de Pekelharinghaven, direct naast Kasteel Radboud.

In het voormalige stoomgemaal 'Vier Noorder Koggen' in Medemblik is het 'Nederlands Stoommachine Museum' gevestigd. Behalve de originele stoommachine die nog in het gemaal staat, hebben ze daar ook een behoorlijk aantal andere stoommachines met toebehoren in en om het gebouw opgesteld. Allemaal krachtbronnen uit een nostalgisch verleden! En een aantal van die machines doet het ook nog, ze worden door een paar bejaarde stoomfanaten goed onderhouden en op gezette tijden onder stoom gebracht en gedemonstreerd. Jammer genoeg niet toen wij er waren, maar we vonden ons bezoek desalniettemin meer dan de moeite waard!



En dan die twee torens die je altijd vanaf het IJsselmeer ziet. Die ene, de scheve toren van de 'Bonifaciuskerk', een laatgotische hallenkerk met drie beuken, hebben we deze keer maar eens van nabij bekeken. De toren schijnt er al sinds 1450 te staan, maar de kerk is ongeveer een eeuw jonger omdat de oorspronkelijke kerk in 1517 bij een overval door Grote Pier in de hens gestoken is. Heel bijzonder vond ik de gebrandschilderde ramen in de kerk, prachtig!
Ook was er in één van de zijbeuken een bescheiden expositie van aardige schilderijen van een kunstenaar uit de streek, waarvan de naam me is ontschoten. Ze moeten daar, om het hoofd boven water te kunnen houden de kerk of in iedergeval een deel daarvan, vaker verhuren voor exposities e.d. vertelde een medewerkster ons.

Medemblik heeft zo ontdekten we, behalve havens, uitzicht op het IJsselmeer en een typisch gemeentehuis ook nog een mooi park, fraai gelegen tussen het oude centrum en een wat nieuwere woonwijk ten zuiden daarvan. Maar Medemblik is en blijft natuurlijk bij jong en oud vooral een nationaal en internationaal bekend zeiloord!

dinsdag, juni 30, 2009

Texel



Oudeschild op Texel was onze volgende bestemming. Vanuit Vlieland gezien doet zich dan de vraag voor hoe we dat dan gaan aanpakken, buitenom over zee of binnendoor over de wadden. De keuze viel deze keer op binnendoor, dus over het wad! Bij vertrek moesten we in de Vliesloot eerst nog een stukje tegen de stroom op boksen, maar toen we eenmaal in de Vliestroom zaten en het verderop gelegen Inschot, zat het weer dik mee. Maar in het Inschot, een klein stukje voorbij het daar aan bakboord al diverse decennia gelegen gasproductieplatform 'Zuidwal', moesten we weer stuurboord uit het Scheurrak op. Het eerste stukje van het Scheurrak is tot even voorbij de Paardenhoek vrij ondiep, voor de zekerheid hielden we ons daarom ook deze keer maar weer aan het midden van de geul. Voorbij dit punt in het Scheurrak is er weer ruimte genoeg, maar daar begon de tijstroom zich langzaam maar zeker weer tegen ons te keren. Ondertussen werden we nieuwsgierig door een paar zeehonden, die even naast de geul net met hun kop boven water uitstaken begluurt. In de laatste mijlen van deze tocht op de Texelstroom was de vaart er wel zo'n beetje uit. Maar relax, we hadden zeeën van tijd, het weer was prachtig en voor ons in de verte lag Oudeschild al te lonken!

Al sinds begin jaren zestig komen we jaarlijks vrij regelmatig op de waddeneilanden. Interessant en het blijft boeien, keer op keer. En een leuke bijkomstigheid is dat het daar voor ons zo langzamerhand ook een beetje thuiskomen is geworden. De haven van Oudeschild bijvoorbeeld ken ik dan ook als m'n broekzak. Ik vaar bij wijze van spreken met m'n ogen dicht naar binnen, alhoewel ik dat bij nader inzien nou ook weer niet zou durven, maar toch dat gevoel!

Het eerste wat we tegenwoordig meestal doen als we liggen afgemeerd, is ons laten informeren of er hier en daar op Texel nog wat te doen is. En zo kwamen we voor een zomeravondconcert weer in het sfeervolle Zeemanskerkje in Oudeschild terecht met dat prachtige VOC schip dat daar aan het plafond hangt. Toevallig trad daar evenals een jaar geleden (zie mijn stukje van 30 juni 2008 'Intermezzo in Oudeschild') weer het in 2004 opgerichte 'Hobbema Trio' op, bestaande uit Jeanny Beerkens - cello, Carmen Keijser - piano en Jussi Paananen - viool. Deze keer met stukken van resp. J. Haydn, F. Mendelssohn en P. Tschaikowsky.
Het was weer een prachtige uitvoering in het bomvolle kerkje.

Verder zijn we op Texel, na zo hier en daar de nodige fietskilometers te hebben afgelegd, ook nog op consult geweest bij de nieuwe huisartsenpraktijk aan de Pontweg in Den Burg. En voorts hebben we deze keer te voet de kern van het dorpje Oosterend eens een keer goed bekeken.

zondag, juni 28, 2009

Vlieland



In de sluis bij Kornwerderzand werd al omgeroepen dat in de haven van Terschelling geen plaats meer was, helemaal vol vanwege het 'Oerol' festival. Ondanks dat we 's morgens in Hindeloopen al besloten hadden om naar Vlieland te gaan, lagen we op dat moment net weer even te twijfelen over onze eindbestemming die dag. Met die grote drukte in de haven van Terschelling tijdens het 'Oerol' festival, hadden we in het verleden weliswaar de nodige rotervaringen opgedaan, maar aan de andere kant bleef het 'Oerol' festival natuurlijk wel een beetje aan ons trekken. Uiteraard stond nu wel vast dat we ons vandaag moesten houden aan ons eerder genomen besluit die ochtend: Vlieland!

Windstil, dus op de motor over de Boontjes richting Harlingen, vervolgens met een dikke stroom mee het Hanerak op richting Vlieland. Onder het Griend, halverwege de Blauwe Slenk voeren we een zeiljacht achterop met motorpech dat ons om hulp vroeg. Fungerend als sleepboot gingen we even later weer vrolijk verder richting Vlieland. Ons sleepje met vier jonge mannen wilde eigenlijk naar Terschelling, maar ze moesten zich natuurlijk neerleggen bij onze bestemming. En dat deden ze graag, als ze maar ergens aankwamen. Met een vaart van om en nabij de 8 knopen over de grond doken we door het Pannengat de Vliestroom op. Maar ten noorden van de Richel aangekomen begon de snelheid langzaam maar zeker terug te lopen, en eenmaal in de Vliesloot richting jachthaven Vlieland was het helemaal gebeurt. Opboksend tegen de sterke stroom liep de snelheid af en toe terug tot minder dan 1,5 knoop over de grond, maar we zijn er gekomen. Voor de haveningang waar een sterke dwarsstroom loopt, werden we gelukkig opgewacht door een havenpilot die ons sleepje bij het binnenlopen van achteren in bedwang hield. En eenmaal binnen in de havenkom nam hij de sleep helemaal van ons over, en konden wij gaan afmeren.

Vreemd, het lijkt wel als we van of naar Vlieland varen er vaak iets gebeurd dat achteraf langer in mijn herinnering blijft hangen dan normaal. De keer dat we met ons vorige schip een stevige aanvaring hadden met een klipper voor de havenmond van Harlingen, en we met een door landvasten verstevigde achterstag verder moesten. Of die zondagochtend vroeg toen we tijdens ons vertrek uit Vlieland op de radio hoorden dat prinses Diana die nacht in Parijs was verongelukt. Of die keer toen we na een lange zeildag op de Noordzee net in de Vliesloot, wanneer je aan het werk moet met de zeilen, een verschrikkelijke donderbui met hagel en windstoten over ons heen kregen. Om maar te zwijgen over die keer toen we van Noorwegen kwamen, en na een vermoeiende stormnacht in de Duitse Bocht nog een hele tijd op zee moesten blijven, omdat we het lef niet hadden om het zeegat tussen Vlieland en Terschelling 's morgens vroeg aan te lopen. Bergen van wild schuimende golven grijnsden ons kwaadaardig vanaf de Gronden van Stortemelk tegemoet. En nu weer dit sleepje het halve wad over, waar het trouwens niet bij bleef. Want toen we de andere dag 's avonds in het nieuwe havenrestaurant zaten te eten, zagen we zo een geparkeerde Susuki Jeep over de kade de plomp in glijden. Consternatie alom ineens!
De auto van één van de medewerkers van de KNRM stond enigszins op een helling, maar kennelijk niet op de handrem. De brandweer met duikers en een kraanwagen moest er aan te pas komen om het vehikel weer boven water te krijgen. Je maakt nogeens wat mee in zo'n haventje!

Maar Vlieland is en blijft natuurlijk een prachtig eiland waar we heel graag komen. We hebben daar weer heerlijk gefietst en gewandeld. En weer genoten van de rust en de ruimte, van de vogels en de prachtige vegetatie in de duinen. De bijzonder gave Ruitjesbovist met een diameter van minstens 13 cm die we daar ontdekten, was een plaatje om te zien!

vrijdag, juni 26, 2009

Hindeloopen



Zomer 1983, mijn eerste kennismaking met maritiem Hindeloopen. Met z'n viertjes in een polyester Schakel (met buiskapje) zeilend door Noord-West Overijssel, Friesland en nota bene het IJsselmeer! De kinderen E en S, toen nog resp. 14 en 12 jaar oud, sliepen 's nachts onder het dekzeil in de Schakel, en wij in een klein tentje op de wal.
Vanaf Workum voeren we over 'It Soal' met ons kleine bootje een windstil en vrijwel rimpeloos IJsselmeer op. Ons doel was Hindeloopen, in de nabije verte aan bakboord zagen we het pittoreske scheve torentje al staan. En niet lang daarna hadden we ons dan ook in de jachthaven van Hindeloopen geïnstalleerd. De Schakel afgemeerd in een box en ons tentje op het grasveldje op het havenhoofd recht tegenover het havenkantoor.

De andere dag was het alles behalve windstil, te zwaar weer voor ons bootje, en al helemaal voor op het IJsselmeer. Rommelend voor ons tentje en ons bootje die ochtend kwam een oude man op ons af lopen, een Duitser, die ons uitnodigde voor een drankje op zijn jacht. Hij had ons gedoe vanaf z'n jacht een tijdje gadegeslagen en vond het geweldig wat wij deden, nog echte zeilsport zoals hij dat vroeger zelf ook had bedreven. Maar misschien had hij het toch ook een beetje te doen met ons in dat hondenweer. De man zat in z'n eentje op een tweemaster van ruim 15 meter, we keken onze ogen uit. Maar op een gegeven moment kwam de aap uit de mouw, en nodigde hij ons uit om met hem een eindje te gaan zeilen. Hij wilde nog zo graag, maar in z'n eentje kreeg hij het niet voor elkaar met dat grote jacht, hij had bemanning nodig! Ineens kreeg ik een beetje medelijden met die eenzame man op dat grote jacht. Desalniettemin hebben we hem vriendelijk voor de eer bedankt, we hadden nog andere plannen voor die dag.

Dit verhaal is al zesentwintig jaar geleden, maar als ik Hindeloopen binnenloop schiet het mij vaak wel weer even te binnen. We hebben sindsdien vele malen in de jachthaven van Hindeloopen gelegen. Met diverse jachten, comfortabeler dan toen, dus nooit meer met een Schakel en een tentje, maar toch ook nog nooit met een jacht van ruim 15 meter zoals die Duitser toen had. Maar dat hoeft ook niet, dat wil ik zelfs ook niet! De krappe 11 meter van de 'Swing' is meer dan genoeg, en om bemanning hoef ik eigenlijk nooit verlegen te zitten. Want zolang ik maar gezond blijf, met vooral bruikbare ledematen, kan ik daarop naar ik hoop nog een lange tijd heel comfortabel soleren.

Tegenwoordig liggen we altijd wel een aantal dagen in de "Hylper Haven" als we in Hindeloopen zijn, en zo ook deze keer weer, met de fietsjes op het voordek. Het is de gemeentelijke havenkom recht tegenover het sluisje en het hemelsblauwe huisje met glijbaan van de reddingsmaatschappij KNRM. Het is er veel gezelliger liggen dan in die grote nabij gelegen jachthaven daar. En met Onno H. de markante en sympathieke havenmeester en sluiswachter daar kan ik het goed vinden. De aardappelsalade die we daar wel eens maken naar een recept van zijn hand smaakt ons telkens weer verrukkelijk!

zondag, mei 31, 2009

de Aare



Onlangs trok ik één van m'n eerste excursiefotoboeken uit de kast. Viel er een door mijzelf geschreven ansichtkaart uit Bern op de grond. Vanzelfsprekend gingen mijn gedachten bij het lezen tweeënveertig jaar terug in de tijd, naar die architectuurexcursie in Zwitserland, juli 1967. We hebben daar in vijf dagen veel, destijds internationaal bekende en minder bekende architectuurprojecten bekeken en bestudeerd in Basel, Bern, Zurich en St. Gallen. Een boeiende maar enerverende excursie!

Maar buiten de architectuur om deden we uiteraard in die vijf dagen ook nog wel eens wat anders. Zwemmen bijvoorbeeld, met name de zwempartij in de rivier de Aare komt me na al die jaren weer helder voor de geest. Toen ik samen met een paar collega's tegen de avond, na een drukke en slopend warme excursiedag in Bern, de stad in liep om wat te eten en te drinken, zagen we vanaf een brug over de Aare ineens zwemmers stroomafwaarts door het water schieten. Na dat jaloersmakende tafereel met onze zweterige lichamen een tijdje te hebben aangezien, konden we de verleiding niet langer weerstaan. Met gezwinde spoed zijn we teruggelopen naar ons hotel, dat nog vrij dicht in de buurt lag (Hotel National, Hirschengraben 24) om onze zwembroeken te halen.



De ultieme zwembeleving was het! Op een bepaalde plek sprongen we in het heldere maar behoorlijk frisse water, en in no time zat je vervolgens midden in de rivier en had de stroom je te pakken. Met af en toe een corrigerend slagje zwom je als een dolfijn een kilometertje stroomafwaarts richting een klein steigertje aan bakboord, vlak voor een aantal stroomversnellingen en een watervalletje even verderop aan stuurboord. Een spannend en fascinerend spelletje dat we daar zeker een keer of vier hebben herhaald. Water in, op tijd corrigeren zodat je niet voorbij het steigertje schoot, water uit, eindje stroomopwaarts lopen en het water maar weerin. En in een mum van tijd was je dan weer terug bij het steigertje, waar je je dan met enig geploeter weer uit het water hees.

Die prachtige zomeravond daar in Bern, eind juli 1967 blijkt in mijn geheugen te zijn gegrift!

vrijdag, mei 29, 2009

Pinksteren



Vanmorgen zag ik vanuit onze tuin de kinderen op de Vrijeschool tegenover ons het feest van de fiere Pinksterblom vieren. Allemaal in het wit gestoken zongen en dansten ze met veel plezier om een meiboom met zwierige veelkleurige linten en slingers, die ze op het speelplein hadden opgesteld. De tekst van wat ze zongen kon ik niet echt goed verstaan, maar ik meende de wijs van 'Hier is onze fiere Pinksterblom' te horen.

Hier is onze fiere Pinksterblom
en ik wou hem zo graag eens wezen!
Met haar groene kransen op het hoofd
en met haar klinkende bellen.
Recht is recht, en krom is krom,
belief je wat te geven voor de fiere Pinksterblom?
Want de fiere Pinksterblom moet voortgaan.


Het feest rond de meiboom of ook wel Pinksterboom genoemd, is al eeuwen oud. De boom als middelpunt van de wereld, een as met zijn wortels in de onderwereld en zijn kroon tot in de hemel, opgesierd met slingers van papier. In de folklore werd met veel ceremonie en plezier tijdens Pinksteren een ongehuwd meisje tot Pinksterblom gekozen. Pinksteren werd dan ook het feest van de liefde genoemd!
Een vrolijk gebeuren waar de christenen weer eens een eigen draai aan hebben weten te geven. Vele oude z.g. heidense gebruiken zijn door hen effectief omzeep geholpen, niets was immers heilig voor hun behalve hun eigen God, de God van de christenen. Maar het Pinksterfeest, ofwel het feest van de liefde is in tegenstelling tot allerlei andere heidense feesten toch ook voor de christenen blijven bestaan. De uitstorting van de Heilige Geest is voor hen namelijk een daad van liefde door en van hun God geworden. Zo'n liefdevolle God hebben ze volgens mij dan ook wel hard nodig, die christenen!

Want gisteren hebben we in het Groninger Museum de tentoonstelling CUBA! gezien, kunst en geschiedenis van 1868 tot heden. Er hing daar ook een schilderij uit 1930 van ene Augusto García Menocal uit Havana. Een realistisch geschilderde voorstelling van een Indiaanse heiden vastgebonden op de brandstapel. Daar om heen een aantal Spaanse monniken of priesters en conquistadores, en op de achtergrond de ongerepte jungle van Cuba. Vlak voordat de fik erin zou gaan, vroegen de geestelijken de arme Indiaan of hij zich nog wilde bekeren, want dan kwam hij tenminste nog in de hemel. Ja, ja, zo zijn ze dan zo af en toe ook wel weer, die christenen! De Indiaan, Hatuey geheten, (want het is een historische gebeurtenis uit 1512) vroeg vervolgens of zij en de blanke soldaten daar dan ook naar toe zouden gaan. Toen hij daarop een bevestigend antwoordt kreeg van de geestelijken, antwoordde de Indiaan 'O, als jullie er ook zijn, dan wil ik niet naar de hemel gaan' Klasse, dat was nogeens een kerel, hij werd dan ook beschouwd als de eerste vrijheidsheld van Cuba. Uiteraard was er in het museum nog veel meer over Cuba te zien, veel foto's vooral maar ook schilderijen, postes en van allerlei gebruiksvoorwerpen, het gaf een boeiend en interessant totaalbeeld van de geschiedenis en de ontwikkelingen daar.



Verder hebben we in het Groninger Museum ook nog prachtig gemanipuleerde onderwater foto's van Daniëlle Kwaaitaal (Bussum, 1964) gezien van het vrouwelijk lichaam 'Whispering Waters' genaamd. En ook hebben we daar de expositie 'Het absolute, het heldere' gezien, een tentoonstelling van constructivistische schilderijen van Wobbe Alkema (1900-1984). Het was alles bij elkaar genomen wel weer een aardig dagje gisteren.

zaterdag, mei 23, 2009

Fotomuseum



Het al reeds in 2002 geopende Fotomuseum Den Haag aan de Stadhouderslaan, is een onderdeel van het Gemeentemuseum daar dat er pal naast staat. Het Gemeentemuseum Den Haag bezoeken we regelmatig kan ik wel zeggen, maar in het Fotomuseum waren we tot voor kort nog nooit verder gekomen dan het restaurant daar.

'Fabulous Fictions' laat zien dat in deze fotografie niets is wat het lijkt, lazen we toen we daar ook j.l. dinsdag zaten te lunchen. Een tentoonstelling van de Italiaanse fotograaf Paolo Ventura (Milaan 1968) en zijn Nederlandse collega Jasper de Beijer (Amsterdam 1973).
Het was geënsceneerde fotografie wat we zagen, beide fotografen hebben hun camera's niet op de gebruikelijke wijze gebruikt door de wereld om hen heen te laten zien zoals die was, maar meer om hun eigen verhalen te vertellen. Met zelf gemaakte decors en rekwisieten, die op zich al bijna kunstwerken waren, hadden ze hun eigen universum gecreëerd. De verzonnen werelden hadden ze vervolgens vanuit verschillende hoeken gefotografeerd. Bij de foto's van Ventura kon je nog zeggen dat het bij de eerste aanblik leek alsof ze deel uitmaakten van één of andere natuurlijke scène, maar keek je wat beter dan zag je merkwaardige details die eigenlijk niet konden. En bij de creaties van De Beijer wist je helemaal niet meer wat je zag. Was het een prent, een installatie of een andere wereld misschien?

Technisch knap allemaal, maar totaal emotieloos! En dat moet kunst voor mij niet zijn. Kunst is emotie, het moet je kunnen ontroeren, een snaar moet worden geraakt. Uiteraard een subjectieve kijk! Bovendien kan het natuurlijk ook nog zo zijn, dat je dit soort dingen heel anders moet zien, dat je het niet als kunst moet beoordelen, maar dat betwijfel ik. Hoe dan ook, we hadden het in iedergeval allemaal vrij snel gezien.

Om een beetje bij te komen van deze poespas, hebben we daarna in het iets verderop gelegen Omniversum lekker onderuit gezakt de prachtige film 'Deep Sea' bekeken.

donderdag, mei 21, 2009

Hattem



'De IJssel in beeld' zo worden de diverse tentoonstellingen en evenementen in de Hanzesteden aan de IJssel dit jaar genoemd. Meanderend door het prachtige landschap legt de rivier vanaf Arnhem, via Doesburg, Dieren, Brummen, Zutphen, Deventer, Olst, Wijhe, Windesheim, Hattem, Zwolle, Wilsum en Kampen naar het IJsselmeer een slordige 125 km af.
Op zoek naar de momenteel dichtsbijzijnde tentoonstelling kwamen we zondag in Hattem terecht. Ons doel was het Voerman Museum, naar 'De Levendige IJssel', een expositie waarin hedendaagse kunstenaars hun kijk geven op de rivier. Maar ik had thuis niet goed naar de openingstijden gekeken, het museum is op zondagen alleen in juli en augustus geopend. Jammer, dan gelijk maar door naar Kasteel de 'Dikke Tinne' want ook dat hadden we op de nominatie staan.

Kasteel de 'Dikke Tinne' was ooit het kleinste kasteel van Nederland. Het bestaat niet meer, alleen restaurant 't Spookhuys', een gebouw dat destijds deel uit maakte van de voorburcht bestaat nog, en verder hebben ze de contouren van wat ooit was in het plaveisel van het Tinneplein en de Koestraat zichtbaar gemaakt. En dan houden ze hier ook nog graag de herinnering hoog met het zo genaamde 'Dikke Tinnen Festival'. Eén keer per jaar herleven in Hattem dan drie dagen lang de Middeleeuwen met muziek, dans, theater en oude ambachten.

Onze wandeling vanaf de Grote Gracht, de fraaie Verkentoren en de kikkerbeeldjes in de gracht, die een heus kikkerorkest inclusief dirigent voorstellen, liep via het Daendelspoortje, Korte Kerkstraat en Kerkplein naar de Markt. Na een drankje aldaar in 'De Zwarte Truffel' rommelden we via de Koestraat, Tinneplein en Adelaarshoek weer terug naar de Grote Gracht waar we de auto hadden staan. Het was een korte maar bijzonder sfeervolle wandeling, die ons volgens mij door één van de mooiste gedeelten van het pittoreske binnenstadje van Hattem heeft gevoerd. Het stomme debacle met het Voerman Museum waren we dan ook even helemaal vergeten, maar daar komen we op korte termijn hier graag een keer voor terug.

maandag, mei 18, 2009

Husbands & Wives



"Liefde is het antwoord, maar terwijl je daarop wacht, stelt de lust je een aantal heel lastige vragen" aldus Woody Allen. Gisteravond in de Catharinakapel de toneelversie van 'Husbands and Wives gezien' naar de gelijknamige film uit 1992 van Woody Allen. 'Husbands and Wives' dat werd gebracht door Theaterwerkplaats Harderwijk is drama, komedie en satire. Het is een aaneenschakeling van voorspelbare scènes uit een huwelijk. Wat je ziet is het gestuntel tussen mannen en vrouwen in een langdurige relatie. Wat je ook doet, lief en zorgzaam zijn voor elkaar, naar een goed restaurant en lekker eten of weet ik wat niet allemaal nog meer, het doet er niet toe. Intieme relaties, een wankel evenwicht, problematiek in het kwadraat eigenlijk!

Veertigers en vijftigers in de midlifecrises. Jong willen blijven is het ideaal, terwijl gelijkertijd het besef van de eindigheid van het bestaan z'n entree doet. Terwijl je toch altijd zo rationeel kon denken is verwarring nu troef. Je krijgt het even niet meer op een rijtje allemaal, het draait uit op allerlei geëxperimenteer in de relatie, op psychiaterbezoek en op scheidingen!

Het verhaal gaat in wezen over een stel overspannen intellectuelen die feitelijk hun midlifecrisis verwarren met hun crisis in hun seksleven. Ze verkeren in de illusie dat de problemen alleen bij hun partners liggen, en zoeken daarom de oplossingen in ongecompliceerde relaties met anderen. Met een mooie rondborstige aerobicslerares of met een veel te jonge maar uitdagende studente.
De ene relatie wordt na de nodige experimenten weer min of meer gelijmd, de andere groeit alleen maar verder uit elkaar. Simon, de hoogleraar in het stuk, denkt in een monoloog aan het eind hardop dat het huwelijk alleen stand houdt, door meer politiek en minder romantiek in de relatie.

De perfecte huwelijksrelatie bestaat niet! Maar als de partners in een relatie zich wat minder neurotisch en narcistisch zouden opstellen, kwamen we een aardig eind in de goede richting, was de boodschap.
Daar zit wel wat in denk ik, maar aan de andere kant, al zit je in een relatie, je moet het uiteindelijk toch ook met jezelf zien te rooien. Het is en blijft een getob allemaal, en veel wijzer ben ik van al het gemekker niet geworden, maar die illusie had ik overigens ook niet! 'Husbands & Wives' het was af en toe wel lachen, maar ik was op een gegeven moment toch ook wel blij dat ik weer buiten stond!