zaterdag, juli 28, 2007

Mariko Mori



Onlangs hebben we in het Groninger Museum de eerste grote museale tentoonstelling in Nederland van de Japanse kunstenares Mariko Mori (Tokio, 1967) gezien. Ik had nog nooit van haar gehoord, laat staan wat gezien, maar ze schijnt wel tot één van de belangrijkste jonge kunstenaars van deze tijd te behoren.

De tentoonstelling gaat over Mori's zoektocht naar kosmische ervaringen. Haar kunstwerken wijzen de bezoekers op onze verbondenheid met het heden, verleden en de toekomst. Haar oeuvre van de laatste tijd is een reflectie van de tijdgeest, welgemeend, maar niet zonder humor en zelfrelativering.

Haar oeuvre geeft context aan het hoogtepunt van de tentoonstelling in het Groninger Museum t.w. de door haar rond 2000 ontworpen interactieve installatie 'Wave Ufo' Een op de bovenverdieping van het museum opgesteld wonderlijk object, hybride, machine en sculptuur tegelijk. Het representeert een synthese tussen de verschillende manieren van reizen t.w. in de ruimte, in de geest en in de tijd.



Per kwartier kan je met drie bezoekers tegelijk naar binnen. Je hoofd wordt beplakt met electrodes die hersengolven opvangen en doorgeven aan een speciaal ontworpen computerprogramma. De 'Wave Ufo' onderscheid vier soorten hersengolven t.w. Alfa 8 tot 12 Hz (= trillingen per seconde), béta 12 tot 35 Hz, delta 0 tot 4 Hz en theta 4 tot 8 Hz, de hersengolven van de verschillende bewustzijnsniveaus (van baby tot volwassene) worden grafisch weergegeven in kleur t.w. blauw voor Alfa, rood voor Béta, gele lijn voor Delta en geel voor Theta.

Met z'n drieeen op de rug liggend, de hoofden naar elkaar toe zie je, terwijl allerlei electronische piepgeluiden de ruimte vullen, de verschillende hersenactiviteiten van je zelf en de andere twee personen in de ruimte op het koepelvormige plafond geprojecteerd, en zo onderdeel zijn van een visioenachtige computeranimatie.
Soms vallen de patronen van de verschillende hersenactiviteiten van de drie personen samen, symbolisch voor de mens als eenheid in het alsmaar in beweging zijnde universum.

De 'Wave Ufo' een interessante belevenis! Natuurlijk had ik ook wel het gevoel dat ik een beetje voor de gek werd gehouden, maar dat hoort erbij. Mariko Mori beziet haar eigen werk per slot van rekening ook niet zonder humor en zelfrelativering.

vrijdag, juli 27, 2007

zomervakantie 2007



Terug van een mooie vaartocht over meren, kanalen, riviertjes en wadden!

Lelystad-Lemmer; Lemmer-Eernewoude; Eernewoude-Dokkum; Dokkum-Lauwersoog; Lauwersoog-Groningen; Groningen-Delfzijl; Delfzijl-Borkum; Borkum-Groningen; Groningen-Dokkum; Dokkum-Leeuwarden; Leeuwarden-Makkum; Makkum- Hindeloopen; Hindeloopen-Lelystad.

Vier weken varen in Friesland en de kop van Groningen plus een uitstapje naar het eerste Duitse waddeneiland Borkum. Vrij veel gemotord op kanalen en de Dokkumer Ee en het Reitdiep. Het weer zat niet altijd mee, vaak stormachtig met veel regen en onweer. Ons oorspronkelijke plan om vanaf Borkum zeilend over zee van eiland naar eiland te hoppen tijdens de terugtocht, hebben we dan ook maar laten varen.

Maar ondanks de vaak narrige weergoden, hebben we in dit onverwacht mooie vaargebied volop genoten. De rust die we ervoeren in de grootse ruimte daar, overkoepeld door een zwerk waarin de meest bizarre en kleurrijke wolkenformaties voort jakkerden, is volgens mij uniek te noemen in dit mooie maar overvolle landje.

Verder hebben we veel gefietst en gewandeld, maar ook veel gelezen, musea bezocht en (te)vaak lekker gegeten en gedronken.

dinsdag, juni 26, 2007

maandag



We zijn al ongeveer een week bezig om goed van huis weg te komen, het wil maar niet echt lukken. We hebben wel samen met mijn zus al een paar prachtige vaardagen gehad op het IJsselmeer, maar daar is het tot op heden bij gebleven. Aanvankelijk zouden we met z'n tweeen na die paar dagen gelijk verder gaan richting noorden en wadden, maar we moesten zonodig tussendoor nog even thuis wat doen. En nu lijkt het erop dat we niet meer weg komen.

Zomervakantie 2007, een rommelige start tot nu toe, het weer wil niet echt meewerken. Ook gisteren, maandag 25 juni was het weer raak, fikse buien met behoorlijk veel neerslag, windstoten en onweer. Dan ga je gewoon niet weg met de zeilboot, dan blijf je lekker thuis. Het is natuurlijk wat anders als je al van huis weg bent, dan moet je met dit soort weersomstandigheden wel roeien met de riemen die je hebt, wat dan vaak nog best weer meevalt ook heeft de ervaring geleerd. Maar nogmaals, als je nog thuis bent werkt het anders. Bovendien waarom zouden we, we hebben de tijd aan ons zelf. Maar om dan maar gewoon weer aan het werk te gaan is natuurlijk ook niks, al speelden die gedachten wel door m'n hoofd. Ook passeerde de gedachte, om een last minutes reisje naar één of ander zonnig oord te organiseren de revue, maar ook daar zagen we maar van af. Maar ja, wat dan?

Het Omniversum in Den Haag bood uitkomst. We hebben daar "The Alps" gezien, een prachtige film over de beklimming van de Eiger die wordt beschouwd als de moeilijkst te beklimmen berg in Europa. Om drie uur s'middags lagen we daar als een gek met ons hoofd te draaien. In het Omniversum wordt praktisch de hele zaal omsloten door het filmdoek, je ligt bij wijze van spreken voortdurend met je hoofd op de knieen van je achterbuur. Het beeld is rondom, je bent voortdurend in beweging om alles maar te kunnen volgen, alsof je zelf een actief onderdeel bent van het tafreel.

De hoofdpersoon in de film, ene John Harlin bevrijd zich middels de beklimming van Eiger van de schaduw van zijn verleden. De berg was sinds 1966 in toenemende mate een nachtmerrie voor hem geworden. In dat jaar, toen hij negen was, stortte zijn vader door een gebroken touw langs de Eigerwand omlaag en kwam om het leven. Om zich te bevrijden van dit trauma moest hij 40 jaar later de Eiger zelf overwinnen. Dat lukt hem in tegenstelling tot z'n vader wel, het is voor hem een emotionele overwinning. Maar technisch gezien is de film ook een knap staaltje, de steile bergwand moest ook door het filmteam touwlengte voor touwlengte worden bedwongen.

Genietend van het uitzicht op de Noordzee en de zware buien daarboven, zaten we even later op het Scheveningse strand in paviljoen "Summertime" achter een heerlijke alcoholische versnapering. Vervolgens, na een ritje van een paar uur (file, file en nog eens file) waren we rond half acht in Amsterdam in cafe Blijburg op IJburg aan Zee aangeland. Een maffe van sloophout in elkaar getimmerde tijdelijke eet- en drinkgelegenheid op het strand van Haveneiland Oost. Een tent met een eigen biermerk die in korte tijd bij de Amsterdamse IJburgers en daarbuiten bijzonder populair is geworden. In het zanderige Blijburg is op muziekgebied altijd wel wat te doen, pop, jazz en soul alleen niet op maandagavond, maar het eten en het Blijburger biertje smaakte er niet minder om!

zaterdag, juni 23, 2007

collage



De stukjes die ik sinds enige tijd schrijf middels dit medium, illustreer ik ter verheldering doorgaans met een collage, welke digitaal is samengesteld uit negen verschillende van toepassing zijnde al of niet zelf gemaakte foto's, tekeningen en/of teksten. Tijdens het maken van de collage streef ik er dan naar, dat ik met de centrale afbeelding in de serie van negen, de essentie van het geschreven stukje het sterkst benader.

De collage is eigenlijk een kunstvorm die zeker al zo'n 100 jaar bestaat. Het woord collage komt uit het Frans, van het werkwoord coller, waar het plakken of kleven betekent. Technisch is het maken van een collage niet moeilijk, plakken hebben we allemaal op de kleuterschool geleerd, en in aanleg zit in iedereen wel een beetje creativiteit. Dus om je kijk op bepaalde gebeurtenissen of personen op deze manier te laten zien, heb je weinig meer nodig dan een vel papier, wat krantenknipsels en een tube lijm. Voor die en gene heb ik op deze manier in het verleden verscheidene collages gemaakt. Maar ik denk hierbij ook met plezier terug aan de ingelijste, en vast nog op zolder staande verschillende door familie en vrienden gemaakte collages, die we in het verleden zelf hebben gekregen toen we iets hadden te vieren.

In de kunst wordt Pablo Picasso min of meer als de uitvinder van de collagetechniek gezien. Begin 20e eeuw, tijdens zijn kubistische periode maakte hij veelvuldig gebruik van deze techniek, in genoemde stroming al snel gevolgt door kunstenaars als Juan Gris en Georges Braque. Maar ook in kunststromingen als het dadaïsme (Kurt Schwitters, Hannah Hoch, Raoul Hausmann) het surrealisme (Max Ernst) en de pop art (Richard Hamilton) werd de techniek toegepast.

We leven nu in het digitale tijdperk, het aan de collage ten grondslag liggende plak- en knipwerk, is met programma's als bijvoorbeeld Picasa2 gereduceerd tot een fluitje van een cent. Maar ik blijf het desalniettemin leuk werk vinden.

maandag, juni 18, 2007

spiegelkijken



Spiegelkijken is lang niet zo eenvoudig als dat je denkt, er zitten meer haken en ogen aan dan je kan vermoeden. Psychologen op de universiteit hebben zelfs een cursus spiegelkijken ontworpen voor mensen met een negatief lichaamsbeeld. Een fenomeen in de hedendaagse westerse samenleving waar nog al wat mensen aan schijnen te lijden, las ik.

Je kan de spiegel vanuit de wetenschap op diverse manieren bezien, niet alleen vanuit de psychologische hoek, maar ook vanuit de filosofische hoek of vanuit de hoek van de wis- en natuurkunde. En verder gaan er in alle toonaarden ook nog aardig wat liedjes en sprookjes over spiegels, spiegelbeelden en gebroken spiegels. Wie kent niet het sprookje van Sneeuwwitje en de toverspiegel 'Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste in het land' een verhaaltje over vermeende schoonheid, rijkdom en macht, waarbij Sneeuwwitje de machtige toverspiegel uiteindelijk een klein gebroken handspiegeltje voorhoud, en deze zijn eigen gebarsten, kapotte zelf ziet.

Kijk en luister ook eens naar de knotsgekke carnavalshit van ene Jeff Hoeyberghs uit Vlaanderen genaamd 'Spiegeltje, spiegeltje aan de wand' Jeff Hoeyberghs schijnt tevens bekendheid te genieten als plastisch chirurg en tv-dokter van De Wellnesskliniek op VTM.



Spiegel, wat laat je me zien vandaag? Laat je me vandaag met of zonder masker zien? Laat je me alleen de buiten kant zien? Of laat je me ook zien hoe ik me voel?

In bovenstaand gedichtje wordt er uberhaupt van uit gegaan, dat je wat te zien krijgt in de spiegel. Vanuit de westerse filosofie benaderd is dat natuurlijk ook zo. Maar in de zenfilosofie denken ze daar anders over. Ik las een verhaal van ene Masao Abe, nestor van de Japanse Kyotoschool, die in dit verband de kloof tussen de westerse- en oosterse benadering probeert te overbruggen. Ik citeer een klein stukje uit zijn verhaal dat Spiegel heet:

Het zenboeddhisme is van oorsprong een afsplitsing van hindoeïsme. Gautama Boeddha, die in India leefde van 560 tot 480 voor Christus, heeft als eerste Sunyata, de verlichting bereikt. Hij heeft dat goddelijke moment gekend waarin je werkelijk begrijpt dat alles wat je van buiten krijgt aangereikt - dichotomieen, woorden, ideeen, gewoonten - niet meer zijn dan toevallige constructen van je verstand. Zodra je dat werkelijk begrijpt, kun je gewoon zijn, hier en nu. Er is geen eeuwige waarheid en er is geen eeuwig zelf. Er is niets!
Abe legt dit begrip uit aan de hand van een mythe: Yanadata was een jongeman die nogal graag in de spiegel keek. Hij was nogal tevreden met zichzelf. Op een ochtend stapt hij uit zijn bed en ziet zijn dierbare hoofd niet in zijn handspiegel. Hij raakt in paniek en begint koortsachtig zijn kamer te doorzoeken. "Waar is mijn hoofd? Waar is mijn hoofd?" Tot hij uiteindelijk zijn kop tegen de muur stoot en zich realiseert dat hij in de achterkant van de spiegel heeft gekeken. Hij had met zijn hoofd naar zijn hoofd gezocht, terwijl het gewoon op zijn nek zat. Moraal: Je kunt geen objectief beeld hebben van je zelf. Je kunt je zelf niet zien, je bent je zelf.'

woensdag, juni 13, 2007

Radio Kootwijk



De ca. 6 km van Kootwijk naar Radio Kootwijk is een beetje klimmen. Vals plat, je ziet het nauwelijks, maar je trap je een bult op die vouwfietsjes. Desalniettemin voelden we ons vanmorgen hardstikke goed daar in dat bos, en het was behoudens veel vogelgepiep nog heerlijk stil ook!

Radio Kootwijk, nog nooit was ik in de buurt van het hoofdgebouw geweest. Vanuit de auto wel vaak zien liggen in de verte maar daar bleef het bij, het was trouwens voor de gewone burger tot begin deze eeuw ook niet toegankelijk. Maar nadat satellieten de langegolfzender overbodig hadden gemaakt, is daar verandering in gekomen, al heeft het nog wel geruime tijd gefunctioneerd voor de verbindingen van Radio Scheveningen. Op 31 december 1998 was het definitief gebeurd met de zender, in de loop van 2000 werd alle apparatuur uit het gebouw verwijderd, en in december 2003 werden de opstallen inclusief de omliggende 400 ha natuur door KPN Telecom verkocht aan de Staat der Nederlanden.

Het zendgebouw 'de Kathedraal' in de volksmond, is gebouwd in 1920 naar een ontwerp van architect Julius Maria Luthmann (1890-1973), het ontwerp draagt de kenmerken van de Amsterdamse School, en is een sprekend voorbeeld van betonarchitectuur in art-deco stijl. Tijdens de ontwerpperiode had Luthmann als motief een Egyptische Sfinx voor ogen, en dat is met enige fantasie aan het eindresultaat wel af te lezen.
Ook grappig is het beeldhouwwerk boven de hoofdingang, symboliserend de radioverbinding tussen Nederland en Nederlands-Indië. Het is een sculptuur van Hendrik van den Eijnde (1869-1939) voorstellende twee vrouwenhoofden met de handen achter de oren, de één een Aziatisch type de ander een Europees, terwijl de omroeper met open mond tussen beide vrouwen in staat.

Er wordt nu gezocht naar een nieuwe bestemming voor het rijksmonument. Een bestemming die ook moet passen bij het omringende natuurgebied. Bestemmingen die de rust en de stilte van dit kwetsbare gebied verstoren, moeten natuurlijk worden geweerd. Verwacht wordt dat het een bestemming zal worden op het gebied van cultuur en/of natuurbeleving. Ik zag vanmorgen in de grote zaal van het zendgebouw al plannen hangen in deze richting van architectuurstudenten van de TU in Delft. Maar ze zijn er tot op heden nog niet over uit wat het moet worden allemaal. Ik ben benieuwd, we houden het in de gaten.

donderdag, juni 07, 2007

wandelen



Het eeuwen oude landschap nabij Driedorp en Slichtenhorst in de Gelderse Vallei, is in tegenstelling tot diverse andere landschappen in de regio, gelukkig niet door ruilverkavelingsactiviteiten aangetast. Verscholen in een bescheiden hoek achter Nijkerk, schijnen er nog niet veel mensen te zijn die dit landgoed, dat tot voor kort nog voor de publieke wandelaar gesloten was, hebben ontdekt. Maar nu het onlangs in de krant gestaan heeft onder het kopje fraaie landschapswandelingen zal dat vrees ik snel veranderen. Het één en ander heeft er uiteraard toe bijgedragen, dat het landgoed Slichtenhorst zich nu (nog) als een buitengewoon aangenaam en afwisselende wildernis manifesteert.

De prachtige wandeling van om en nabij 7 km die we vanmorgen bij mooi, maar iets te warm weer door dit gebied hebben gemaakt, ervoer ik toch ook wel weer als een déjà vu. Deze gemoedsstemming werd niet in de eerste plaats veroorzaakt omdat we hier in de buurt afgelopen dinsdagavond ook al een rondje hadden gewandeld. Nee, de herinnering ging terug tot 1965, de tijd dat we een paar jaar op de Deuverdenseweg 6, nabij de Donkeresteeg woonden. Een gebied op ongeveer 5 km oostelijk liggend van hier en, zeker in die tijd, vrijwel identiek.

Ook daar veel afwisseling, boerenhoeven, weiden, akkers, begroeide verhogingen en bosschages in een vrij moerassig landschap. Het vriendelijke watertje wat de Deuverdensebeek doorgaans was, zwol tijdens een regenperiode op tot een ongekend woest kolkende stroom. De Deuverdenseweg, een zandweg, veranderde dan door de forse overstromingen in drijfzand, waar je tot ongeveer aan je middel in kon blijven steken als je niet uitkeek. Na een dag regen leek gewoon thuiskomen van je werk over deze weg op een ware survivaltocht. Ik vond het prachtig, maar die mening werd niet door iedereen in dat huis gedeeld. Toen ons eerste kindje daar geboren was, en we er wel eens met de kinderwagen op uit wilden, voelde ik mij destijds in dit soort situaties toch ook wel enigszins van de buitenwereld afgesloten.

Terugkomend op de wildernis van Slichtenhorst. Een prachtig natuurgebied met een gevarieerde ruimtelijkheid en vegetatie, en veel wild springt er voor je voeten weg, reën, hazen en konijnen zagen we bij de vleet, en uiteraard zie en hoor je er natuurlijk allerlei soorten vogels. Ook is het er volgens mij voor Nederlandse begrippen voor bijzonder lange periodes echt stil. Verder zijn we daar bij beide wandelingen deze week geen mens tegen gekomen. We hebben ons voorgenomen hier vaker te gaan wandelen!

woensdag, mei 30, 2007

Ruhrgebiet II



De kortste route van Berlijn naar huis is Magdenburg, Hannover, Osnabruck, Hengelo enz. Maar even voorbij Hannover hebben we toch de afslag Dortmund maar genomen, om aan ons Berlijnse uitje nog een paar dagen Ruhrgebiet vast te knopen. Want ook in het land tussen Roer en Lippe in het Rijnland en Westfalen is bijzonder veel te zien en te beleven (Zie daarvoor ook mijn stukje 'Ruhrgebiet' van 17 october 2006).
Het is namelijk een gebied met iets wat je bijna nergens anders aantreft t.w. 'Cultuur in de industrieregio'. Mijnen en hoogovens als uniek decor voor rockopera's, disco's, opera's als Tristan en Isolde of het wereldmuziekfestival, maar ook en vooral kunst, architectuur en industriële vormgeving van alle tijden.
Ze hebben door het gebied zelfs een z.g. route 'Industriekultuur' uitgezet over een afstand van zo'n 400 km, die je met elke vorm van vervoer kan doen. Maar dat gaan we nu zeker niet doen, aan een klein stukje hebben we onze handen al vol, en een beetje verdieping geeft ook meer voldoening. In Essen weet ik een hotel waar we vast nog wel terecht kunnen voor één of twee nachtjes.

Zo omstreeks vier uur in de middag waren we op de plaats van bestemming aangekomen. Na een fietstocht over het voormalige mijnencomplex 'Zeche Zollverein' nabij Essen, waarmee ze tot 2010 nog bezig zijn het te transformeren tot 'Designstadt' waren we uitgedroogd. Maar het op het terrein aanwezige "Casino Zollverein" bood uitkomst, bier, wijn en lekkere hapjes genoeg, in het zonnetje op het terras van deze tent was het een poosje goed uit te houden. We hebben er gelijk maar een tafeltje voor de avond besproken.
Vervolgens zijn we eerst maar eens een hotel gaan zoeken. Hotel Jung in Essen bood inderdaad uitkomst, dus dat was gauw geregeld. Rond acht uur s'avonds waren we terug in "Casino Zollverein" en met lekker eten hebben we daar de rest van de avond in een uitstekend sfeertje doorgebracht.

Na een prima nachtrust en een heerlijk ontbijt zijn we s'morgens rond half tien via Dusseldorf richting Neuss gereden, naar landschappark "Insel Hombroich" een park waar natuur, kunst en architectuur samen op trekken en een gelijke waarde hebben in de filosofie van dit park.
Wandelend onder een stralend zonnetje hebben we het hele park doorkruist, af en toe even pas op de plaats makend op een bankje of in één van de kunstpaviljoentjes. Midden in het park hebben we in cafe Hombroich geluncht, grappig is dat het eten en drinken bij de entreeprijs is inbegrepen zodat het gratis lijkt, er staat van alles en nogwat aan lekkers klaar op lange tafels zodat je het zelf kan pakken. Met de auto zijn we vervolgens naar het nabij gelegen Raketenstation Hombroich gereden, waar moderne kunst te zien is in een prachtig museum dat is ontworpen door de Japanse architect Tadao Ando.

Toen we dat allemaal gezien hadden en daar ook nog een wandeling in de omgeving hadden gemaakt, zijn we richting Oberhausen gereden voor een bezoek aan de Gasometer van Man (1929). De voormalige gashouder van maar liefst 117,5 meter hoog die is verbouwd tot theater en expositieruimte. Een fraaie tentoonstelling van enorme kleurenfoto's van diverse plekken op aarde, genomen middels satellieten in de ruimte. Op een ontzettend groot scherm kon je ook via Google Earth je eigen plekken opzoeken en scherp vergroten. Vanaf het dak heb je een prachtig uitzicht over het Ruhrgebied, alleen jammer dat het nogal heiig was.

Met een bezoek aan het nieuwe binnenhavengebied van Duisburg en een voortreffelijke maaltijd op één van de prachtige terrassen langs het water, hebben we het actieve deel van de dag afgesloten. Aanvankelijk wilden we in Duisburg nog een hotel zoeken voor de nacht, maar dat plan hebben we bij nader inzien maar laten varen. Rond elf uur s'avonds waren we thuis in Harderwijk, en keken we terug op een voor herhaling vatbaar weekje Duitsland.

dinsdag, mei 29, 2007

Berlijn



Transparantie als teken van een nieuw begin in een gebouw dat slechts bij weinigen geliefd was! De grondgedachte achter het ontwerp van Sir Norman Foster in 1995, resulterend in o.a. de nieuwe glazen koepel op het Rijksdaggebouw.
Het oorspronkelijk door architect Paul Wallot ontworpen massieve en symmetrische neorenaissancepaleis, gebouwd tussen 1884 en 1894.

Eén van de weinigen die het gebouw wél waardeerden, was de amateurarchitect en liefhebber van klassieke bouwkunst Adolf Hitler. Toen zijn hofarchitect Albert Speer hem in 1937 voorstelde de uitgebrande Rijksdag (Marinus van der Lubbe 1933) af te breken, in het kader van de grootscheepse verbouwing van Berlijn tot Reichshauptstadt Germania, verwierp Hitler dit onmiddelijk. "Het gebouw beviel hem", schreef Speer later in zijn Erinnerungen. We kunnen het als leeszaal of verblijfsruimte voor de afgevaardigden gebruiken, zei Hitler. Provisorisch werd het één en ander opgeknapt aan het gebouw, maar aan het eind van de 2e wereldoorlog was er door beschietingen, bombardementen en plunderingen toch weinig anders over dan een ruïne van formaat. De wederopbouw werd pas in 1970 voltooid, waarbij de oorspronkelijke koepel was weggelaten.
Na de totstandkoming van de Duitse eenheid eind 1989, is in de begin jaren negentig besloten regering en parlement vanuit Bonn weer naar Berlijn te verplaatsen, en dat het Rijksdaggebouw na omvangrijke verbouwingen de toekomstige vergaderplaats van de Duitse Bondsdag zou zijn. En zo geschiedde, sinds 1999 fungeerd het Rijksdaggebouw weer als onderkomen van het Duitse parlement.

Ondanks de boeiende vaak spectaculaire ontwikkelingen in Berlijn op praktisch elk gebied, is Berlijn ook een stad vol met plekken en sporen van de geschiedenis uit de 20e eeuw. "De paradox van Berlijn is het verlangen te herinneren, gecombineerd met het verlangen te vergeten" aldus Renzo Piano, architect van het Daimler-Benz project, 1998. Een uitspraak die ik denk ik goed begrijp. Het verleden laat zich overigens niet wegmoffelen achter een mooie facade, er is niet aan te ontkomen. Het is een stad vol littekens, spoken van de nazi-tijd en het communisme huizen in gebouwen, ruïnes en monumenten.
Ook het spectaculaire in 2001 geopende Joodse Museum van de Amerikaanse architect Daniel Libeskind is een gebouw vol horror en tragiek, maar gelukkig ook vol schoonheid en hoop. Libeskind heeft geen dogmatisch gebouw willen maken, maar een levend museum. Niet enkel willen herinneren aan het verleden, maar ook het heden laten zien en de toekomst. Iedereen moet zijn eigen associaties kunnen beleven als hij of zij door de verschillende ruimten loopt.

En zo beleef je de metropool Berlijn, een dynamische plek vol verleden, heden en toekomst. Prachtige gebouwen en musea hebben we bekeken. We hebben veel rond gefietst, van Charlottenburg tot de Prenzlauer Berg en van Tiergarten tot Kreuzberg. Met een rondvaartboot hebben we drie uur gevaren over de Spree en het Landwehrkanal. Het bekende in 1936 geopende Olympiastadion, in 2004 laatselijk gerenoveerd t.g.v. het wereldkampioenschap voetbal in 2006, hebben we bezocht. Op ongeveer 207 meter boven maaiveld hebben we vanaf de Fernsehturm het stadslandschap goed kunnen bekijken. In de Philharmonie hebben we een prachtig concert bijgewoond van het Deutsches Symphonie Orchester Berlin en het Rundfunkchor Berlin onder leiding van de Japanse dirigent Yutaka Sado met stukken van John Adams, Wolfgang Amadeus Mozart en Leonard Bernstein. En last but not least, het in 2003 nieuw gebouwde hotel Ku'Damm 101 aan de Kurfurstendamm is ons, ondanks de wat minder centrale ligging, prima bevallen. Het is hét lifestyle hotel van Berlijn vinden ze van zich zelf, licht-design met gevoel voor minimalisme en ingericht met bijzondere materialen. Berlijn, een stad om vaker te bezoeken!

vrijdag, mei 18, 2007

Zeearend



Sinds begin april kijk ik bijna elke dag wel een paar keer op de website van Staatsbosbeheer naar 'Zeearend in beeld'. Zeearend (Haliaeetus albicilla) de grootste arend van Europa, een majestueuze roofvogel waarvan sinds vorig jaar voor het eerst, na zeer lange tijd als broedvogel afwezig te zijn geweest, één paartje succesvol in Nederland heeft gebroed. En zo ook dit jaar weer, Staatsbosbeheer heeft in het voor mensen ontoegankelijke deel van het natuurgebied Oostvaardersplassen, een webcam geplaatst in een boom naast het nest van het Zeearendenpaar. Middels een draadloze- en een ADSL verbinding gaan de beelden respectievelijk naar het kantoor van Staatsbosbeheer en de server van hun website. Zonnepanelen met een accu zorgen voor de benodigde energie.

Begin april zag je niet veel meer dan afwisselend het mannetje of vrouwtje broedend op het nest, maar sinds het jong half april uit zijn ei is gekropen, zijn beide ouders druk met het vangen, aandragen en voeren van prooi. De eerste paar weken was dat vooral vis, varierend van een voorntje van amper 15cm tot een snoek van zo'n 90cm, maar momenteel zijn het vooral watervogels als jonge grauwe ganzen, meerkoeten, wilde eenden, slobeenden en waterhoentjes die er aan moeten geloven.
Het jong groeit als kool en heeft steeds meer voedsel nodig, dat de hele dag doorlopend wordt aangevoerd. Acht tot tien keer per dag wordt het jong door één van de beide ouders gevoerd, het weegt naar schatting nu al ruim 2kg en is ongeveer 50cm lang.

Naar verwachting zal het jong begin juli uit vliegen, hij of zij is dan om en nabij 10 weken oud en zal dan zo'n 5kg wegen bij een lengte van ongeveer 80cm en een vleugelspanwijdte van ruim 200cm. Maar voor het zover is moeten beide ouders zich nog behoorlijk uitsloven, en zullen ze nog flinke aantallen prooidieren moeten verschalken. Je zal de komende tijd daarom de ouders steeds minder vaak op het nest aantreffen, waardoor de kans dat je er één ziet vliegen vanaf bijvoorbeeld het Praamwegviaduct nabij Lelystad of vanuit één van de observatiehutten natuurlijk groter wordt. Goed kijken, het kan niet missen, vroeg of laat zie je in het zwerk een 'vliegende deur'!

woensdag, mei 16, 2007

De Koekfabriek



De parel van de Zaan is gered, las ik vanmorgen in de Volkskrant. Ik zou vandaag redelijk in de buurt van deze z.g. parel komen, dus leek het mij wel een goed plan om samen met Joke maar eens te gaan kijken, of we het met deze stelling eens konden zijn.
Het betreft hier de Verkadefabriek aan de Zaan, ooit de levensader van het oudste industriegebied van Europa, een eretitel die de Zaanstreek dankt aan de 1100 industriële molens die er vanaf 1596 werden gebouwd, en die in latere eeuwen weer plaats maakten voor fabrieken en silo's.
Het oudste deel van de Verkadefabriek stamt uit 1886, en met vele andere industriële bouwwerken aan de Zaan vormde ze een buffer tussen het water en de stad.

Maar nu is er het z.g. Zaanoeverproject, waarvan de Verkadefabriek een onderdeel is.
De rivier wordt ontsloten, sommige oude bouwwerken worden gesloopt en vervangen door bijvoorbeeld appartementen, maar het merendeel van al die oude industriële bouwwerken wordt gerenoveerd en/of verbouwd en krijgt een publieke bestemming.

De koekfabriek van Verkade, waar ooit beschuit, koek en chocolade werden gemaakt, de parel aan de Zaan dus, is een prachtig voorbeeld van hergebruik. Ze huisvest nu al een restaurant met buitenterrassen, één aan de Zaanzijde en één op een binnenplein. Dit binnenplein wordt tevens het toekomstige centrum van nieuwe bedrijvigheid in de oude fabriek. Ook een sportschool is hier reeds gehuisvest, en spelletjesmaker Jumbo, die analoog aan hun logo volgens mij ook verantwoordelijk is voor het aardige en speelse beeld van de jonge olifant op de kade. Er komt een openbare bibliotheek en er komt ruimte voor winkels en publiek trekkende bedrijfjes. Verder zijn er ook nog bovenwoningen gepland in het complex.

Stukje bij beetje worden de Zaanoevers zo fraaier, ontsloten en toegankelijk gemaakt voor het publiek. Een mooi initiatief, en volgens mij ook de enige manier om met behoud van een groot deel van de karakteristieke oeverbebouwing, de buffer van historisch gegroeide industriële activiteiten tussen de stad en het water te slechten.

zaterdag, mei 12, 2007

Halleluja



Gospelmuziek, ofwel evangeliemuziek in het Nederlands, is voor ongelovigen als ik niet bepaald het meest favoriete muziekgenre. Toch heb ik gisteravond in het Cultureel Centrum Harderwijk een swingend concert bijgewoond van "Gospel Boulevard", een blackgospel koor dat onder leiding van een opdrachtgever van mij al op heel wat verschillende podia in en buiten Nederland te zien en te horen is geweest.

De oorsprong van de gospelmuziek ligt in de Amerika, om precies te zijn in de katoenvelden van de zuidelijke staten. Religieuze muziek beïnvloed door de swingende ritmiek van de zwarte slaven uit Afrika en het bevindelijke geloofsbeleven van de blanken aldaar. Een zeer geliefd thema dat vaak wordt bezongen in de gospel is het leven na de dood, dat vaak wordt aangeduid als het oversteken van de rivier de Jordaan. Een belangrijke vertolkster van de blackgospel was de Amerikaanse zangeres Mahalia Jackson (1911-1972) zij werd wel de koningin van de gospel genoemd.

Met verbazing zag en ervoer ik, dat de enorme hoeveelheid energie die door het koor en de begeleidende band werd gegenereerd in mum van tijd oversloeg op de mensen in de zaal. Collectief stond iedereen te swingen en te klappen als een oordeel. Ook de zintuigelijk minder bedeelde medemens kon en mocht natuurlijk niets missen van de blijde boodschap. Op een aanstekelijke manier werden zo te zien een aantal prelinguaal doven op de voorste rij, door twee aantrekkelijke meiden op het podium met gebarentaal op sleeptouw genomen, en zo ook meegesleurd in de collectieve opwinding.

Ik voelde mij als een kat in een vreemd pakhuis, we (Joke was erbij) zijn met de pauze maar naar huis gegaan.

woensdag, mei 09, 2007

illustraties



Van links naar rechts, van boven naar beneden:

1) Sigmund, een strip van Peter de Wit. Koninginnedag in Amsterdam, iedereen verkoopt z'n waar op het trottoir, ook een patiënt van Sigmund. 2) Op de camping met o.a. Deirdre, een strip van Gummbah (Gertjan van Leeuwen 1967). De boer, een voyeur, probeert zich een houding te geven met die malle nudisten op z'n weilandje. 3) Shunga betekent letterlijk 'lenteplaatjes' een eeuwenoude kunstvorm uit Japan die uitsluitend de verbeelding van de geslachtsdaad tot onderwerp had. Deze pornografische kunstvorm is niet ordinair maar biedt erotiek, esthetiek en humor. 4) Raampartij van gebrandschilderd glas in lood, afbeeldend de verering van St.Catharina. 5) Een afbeelding uit 'De Zaak' een tijdschrift voor ondernemers. IK ben belangrijk, alles draait om mij. 6) Echtscheiding. 7) Sesamstraatbewoner Bert (Bert en Ernie, een creatie van Jim Henson VS uit 1969) 8) Gorilla (de Volkskrant) De 'Europese Unie' unie betekent eenheid, maar daar is nog lang geen sprake van. Wie trekt er het hardst aan de touwtjes. 9) Wie heeft er een creatief idee over wat we met ons afval aanmoeten.

Het geschreven woord is één ding, maar met een illustratie val je gelijk met de deur in huis. Een illustratie schept sfeer, en vertelt vaak meer dan in woorden is te vatten. De moeilijkste materie of boodschap wordt met behulp van een goede illustratie voor de meeste mensen snel helder en begrijpbaar.
Illustreren is communiseren, en dat is al heel lang zo, de prehistorische rotsschilderingen in de grotten van Lascaux in Frankrijk van ca. 15000 jaar voor Christus zijn daarvan een goed bewijs.

We leven nu in het digitale tijdperk, illustraties in welke vorm dan ook zijn niet meer weg te denken. Alles is beeld geworden, de kurk waar de economie op drijft. Kijk om je heen in stad of dorp, in het verkeer, in de reclame of waar dan ook, elk item of boodschap is op de één of andere manier gevisualiseerd met behulp van één van de vele technieken die ons ter beschikking staan. Het eerste aap-noot-mies leesplankje uit 1910, uitgegeven door J.B. Wolters uit Groningen, zijn we inmiddels wel ontstegen.
Ik las ergens dat David Morice, een engelse poëziedocent eind jaren zeventig zelfs op het idee is gekomen, om bekende regels uit de engelse dichtkunst in cartoons te verwerken en ze zo aan zijn studenten voor te schotelen.

Visualiseren is ook iets wat we eigenlijk voortdurend allemaal doen. Probeer je maar eens te herinneren hoe een bepaald vertrek er uitziet in een gebouw wat je uit het verleden kent, bijvoorbeeld je ouderlijk huis. En welke beelden vormen zich in je geest als je bijvoorbeeld een roman leest?
Visualiseren is de techniek die je in staat stelt om met behulp van je verbeelding datgene tot stand te brengen dat je wilt leven!

Daarin staat ons niets in de weg, zelfsniet de overvloed aan beelden om ons heen.
Gelukkig maar!

dinsdag, mei 01, 2007

Paleis Soestdijk



Mooi weer om te wandelen de laatste tijd. Zo ook donderdag 26 april j.l. in de tuin van paleis Soestdijk. Mooi tuintje trouwens!
Alweer ruim twee jaar geleden, om precies te zijn op 1 december 2004 is de laatste paleisbewoner overleden in het UMC te Utrecht, 93 jaar oud. Nog even heeft Prins Bernard in zijn vertrouwde paleis, waar hij behoudens een onderbreking tijdens de oorlog vanaf 1937 had gewoond, opgebaard gelegen. Maar uiteindelijk is ook hij bijgezet in de Nieuwe Kerk in Delft, en sindsdien staat het paleis leeg.

En nu lopen Joke en ik hier samen met mijn moeder, de meest ultieme oranjegezinde van de familie, parmantig rond te stappen. Gek gevoel! Toen ik langs de rododendrons liep moest ik denken aan de act van Wim Sonneveld en zijn opperstalmeester, ik heb wel even gekeken of er niet nog een spoor van oude krentemikken viel te bekennen. Ook nu is het weer bijna Koninginnedag en ik moet denken aan al die defilé's die hier in het verleden op 30 april, voor het oog van de hele koninklijke familie op bordes of stoep, zijn langs getrokken, totaal 32 keer! Voor het eerst op 30 april 1949 en de 32e en laatste keer in 1980, een maand na de verjaardag van Koningin Juliana en haar troonafstand. Er namen toen meer oranjegezinden deel aan het defilé dan ooit tevoren, en als altijd kwamen ze ook nu weer van heinde en verre met vlaggen, wimpels, cadeau's, muziek en het nodige kunst en vliegwerk in het vaandel.
Dat ikzelf een oranjegezinde ben kan ik niet direct zeggen, maar aan de andere kant zitten ze me ook niet in de weg. Bovendien een eigen koningshuis in dit kleine kikkerlandje in die grote boze wereld van anno 2007 is toch ook wel weer heel bijzonder. Van huis uit heb ik in de jaren vijftig en zestig het defiléspektakel redelijk vaak op tv voorbij zien trekken. Een zekere opwinding maakte zich dan soms van mij meester, waarschijnlijk mede veroorzaakt door het feestgebeuren in je directe omgeving die dag.

Het midden- en oudstedeel van het huidige paleis is als jachtslot door prins Willem III (de latere koning van Engeland) gebouwd omstreeks 1674. Na de Franse revolutie werd het paleis aanvankelijk min of meer als hotel gebruikt, en weer later zelfs als paardenstalling. In 1806 besloot koning Lodewijk Napoleon er te gaan wonen, hij liet het als een fraai buitenverblijf inrichten, waarmee hij het paleis waarschijnlijk van de ondergang redde. Weer later liet prins Willem Frederik George Lodewijk, de latere koning Willem II het paleis verbouwen en uitbreiden tot ongeveer de huidige afmetingen. En zo gaat het in de tijd nog een poosje door met de diverse bewoners en gebruikers, van koning Willem III, koningin Emma en dochter Wilhelmina naar koningin Juliana. Drie van de vier Oranjeprinsessen zijn op Soestdijk geboren, prinses Margriet is in oorlogstijd in Ottawa, Canada geboren.

Paleis Soestdijk en het park er omheen zijn nu open gesteld voor het grote publiek, de mythe is daarmee verdwenen op deze plek, het voelt een beetje vreemd omdat het zolang anders is geweest. Sinds Beatrix koningin is zijn de rollen omgedraaid en komt de de hele koninklijke familie, en dat zijn er momenteel nog al wat, het volk op 30 april per bus opzoeken, gisteren was dat in Woudrichem en Den Bosch.
We hebben er met ons allen natuurlijk wel een mooi wandelpark bij gekregen. Het is nog even afwachten wat ze uiteindelijk met het paleis gaan doen dat staatseigendom is. Allerlei ideeën gaan over tafel, hotel, bejaardenhuis, museum noem maar op, ze zijn er nog niet over uit. Voorlopig is het paleis voor bezichtiging de eerste drie jaar opengesteld voor het publiek, al gaat dat dan wel op afspraak.

woensdag, april 25, 2007

ratatouille



Een concert bijwonen, een museumbezoek en een wandeling door een oude binnenstad. Zie hier de ingrediënten voor een recept van een ratjetoe aan kunstzinnige en culturele ervaringen, te beleven binnen één etmaal.

Maandagavond theater "Orpheus" in Apeldoorn. Schubert, voor de pauze symfonie in b kl. 'Unvollendete' genaamd, na de pauze symfonie in c gr. 'Große' genaamd. Prachtige muziek, aan de 'Große' heb ik bijzonder mooie herinneringen uit de tijd dat ik eens een paar weken in het ziekenhuis heb gelegen. December 1969, aan bed gekluisterd lag ik met mijn koptelefoon op dagelijks naar het klassieke muziekprogramma van het ziekenhuis te luisteren. En elke dag zat steevast de 'Große' van Schubert in het programma, ik was 26 jaar toen, maar ik heb het stuk toen goed leren kennen en waarderen, het werd steeds mooier. In de situatie waarin ik toen verkeerde, had het stuk op mij de uitwerking van een zalige drug. Je was een poosje totaal weg van de misére van het ziekenhuis en alles wat daarmee te maken had. Het is lang geleden, al bijna 38 jaar, maar iedere keer als ik deze symfonie hoor komt het gevoel van toen terug, een gevoel van evenwicht en vrede met alles en jezelf.

Zo ook deze keer weer, samen met Joke en mijn zus heb ik intens genoten van de muziek. Het Symfonieorkest van het conservatorium van Amsterdam bestaat uit allemaal jonge mensen, onder leiding van de oude rot in het vak Frans Bruggen (wat zag die man er overigens oud en breekbaar uit) werd het ontroerend mooi gebracht.

Dinsdagochtend, samen met Joke naar Enschede, voor een project had ik een bespreking in Enschede die niet al te lang zou duren. Dus we hadden bedacht om na die tijd het Rijksmuseum Twenthe maar eens met een bezoek te vereren. Behalve de 20 ste-eeuwse schilderkunst uit eigen collectie, waaronder een boeiend schilderij van Rob Scholte uit 1991 (de kunstschilder die in 1994 in A'dam bij een bomaanslag in zijn auto beide benen verloor), is er dit jaar een tentoonstelling over kunst uit de 18e eeuw. Prominente kunstenaars uit die tijd zijn o.a. Barbiers, Hendriks, van Os, van Strij, Troost, van Troostwijk, Verkolje en de Wit. De tentoonstelling is ingedeeld in de thema's 'Gallery der Konstenaaren', 'Eigen huis en tuin', 'Normen en waarden', 'Stad en land', 'Burgers en buitenlui' en 'Kunstkamers'.
Er worden vragen opgeroepen in de trend van: Laat een zelfportret wel de waarheid zien? Wat doet de kunstenaar om de illusie van ruimte en vorm te creëren? Welke invloed had de maatschappij op de kunst en hoe zag een 'museum' er 250 jaar geleden uit? Doel van dit alles is om je bewust te maken hoe je eigenlijk net als een kunstenaar een eigen sfeer kan scheppen in een ruimte.

Er is verder een uitgebreide tentoonstelling van werk van Peter Struycken te zien, en van de in Nederland woonachtige Zwitserse kunstenaar Curdin Tones. Erg boeiend allemaal!

Op de terugweg een bezoek gebracht aan de gastvrije hanzestad Deventer. Geïnspireerd door mijn eigen stukje over het Dolhuys (zie gek) heb ik in de Nieuwstraat de locatie van de vroegere banketbakkerij van mijn oom gevonden, waar ik in de begin jaren vijftig wel eens logeerde. De winkel bestaat nog, en ook de schuin tegenover de winkel liggende psychiatrische inrichting van destijds. Na een wandeling door de prachtige oude binnenstad, raakten we in de Grote of Lebuïnuskerk verzeild. De bouwgeschiedenis van deze kerk is nota bene al in het jaar 1027 begonnen! Opkomst, bloei en glorie van de eerste stad van het gewest Overijssel zijn onmiskenbaar terug te vinden in dit prachtige bouwwerk nabij de IJsseloever. In de loop der eeuwen is de kerk ook een onuitputtelijke bron van inspiratie voor kunstenaars geweest.

Op het terras van "De Dikke van Dale" hebben we onder het genot van een heerlijk drankje een poosje in de zon gezeten. Aan het eind van de middag zijn we over de IJsseldijk via Olst, Wijhe en Zwolle terug gereden naar Harderwijk.

zondag, april 22, 2007

reûnie




Zaterdagmiddag de 5e familiereûnie in 't Hoge te Nunspeet.

Ik ben eigenlijk niet zo'n liefhebber van dit soort bijeenkomsten. Al die vage ontmoetingen met die oude ooms, tantes, neven en nichten die je in geen jaren gezien of gesproken hebt. Dat is niet voor niks denk ik dan, kennelijk is er wederzijds nog weinig interesse in elkaar. Waarom dan wel een reunie? Wat is daar de zin van, wat heb je elkaar nog te vertellen, behalve wat oude koeien uit de sloot te halen. Je doet wat spelletjes met elkaar en je eet en drinkt wat, en dat is het dan toch?

Drie keer heb ik de boot afgehouden, maar de laatste keer zo'n 3 jaar geleden heb ik me toch laten overhalen om een keer van de partij te zijn. Wonderlijk genoeg is mij dat toen helemaal niet slecht bevallen. Leuke locatie, lekker weer en gezellige mensen.

Reden voor mij om afgelopen zaterdag voor de 2e keer van de partij te zijn. Er werd zo hier en daar inderdaad wel eens een oude koe uit de sloot gehaald, maar daar deed ik zelf lustig aan mee, dat was dus allesbehalve een probleem. Zinloze ontmoetingen zijn toch leuker dan ik dacht. Wat is zinloos trouwens? Er is bij nader inzien niets tegen zomaar wat gezelligheid, hoe oubollig dat ook mag klinken. En de confrontatie met mensen die deel uit maken van mijn roots zal ik maar zeggen, vond ik toch ook weer verrassend.

Mijn gevoel over de familiereunie blijft enigszins ambivalent, daar kan ik denk ik niet veel aan doen. Desalniettemin weet ik nu al dat ik er bij leven en welzijn ook een volgende keer bij zal zijn.

donderdag, april 19, 2007

gek



Donderdagmiddag, nationaal museum van de psychiatrie "Het Dolhuys" in Haarlem.

Als kind logeerde ik wel eens bij een oom die banketbakker was in Deventer. In de buurt van zijn bakkerij en de winkel stond het St. Elisabeths-Gasthuis, het gekkenhuis volgens mijn oom. Geboeid door dit gegeven, probeerde ik altijd als ik er logeerde een glimp van een gek op te vangen achter één van de getraliede vensters. Soms zag je wat bewegen, maar of dat nou een gek was? Hoe zag een gek er eigenlijk uit? Mijn neefje en ik kwamen er maar niet achter, dus doken we na verloop van tijd de bakkerij maar in om ons daar stiekem een poosje volledig te wijden aan het slagroom likken.

Als 19 jarige, veel later dus, heb ik een tijdje als vrijwilliger tijdens de weekenden in een psychiatrische inrichting gewerkt. Toen heb ik de gekken wel goed kunnen bekijken. Ik kwam er toen achter dat het eigenlijk gewone mensen waren, mensen als ikzelf, en dat ze ook gek waren op snoepen en slagroom likken.

In "Het Dolhuys" kom je op een interactieve manier te weten, hoe Nederland door de eeuwen heen met 'waanzin' is omgegaan. Met een stethoscoop kan je bijvoorbeeld luisteren naar verhalen van psychiaters, patiënten en verplegers. Maar ook worden actuele maatschappelijke kwesties belicht vanuit de psychiatrie.
"Het Dolhuys" is i.p.v. een dingenmuseum eigenlijk een mensenmuseum. Je ontmoet daar gewone mensen en hun verhalen. Het zijn confronterende en aangrijpende verhalen, maar ook geestig en relativerend. Alle thema's zijn vanuit een persoonlijk perspectief uitgewerkt, vanuit dollen, gekken of cliënten zoals ze tegenwoordig worden genoemd.

In "Het Dolhuys" kan je zelfs de weg kwijtraken, je dwaald dan maar wat rond, maar ook dat hoord bij de ontdekkingstocht door de wereld van de waanzin. De primaire opzet van dit alles is, dat "Het Dolhuys" tracht een zinvolle bijdrage te leveren aan de maatschappelijke integratie van psychiatrische patiënten.

vrijdag, april 13, 2007

Youp



Donderdagochtend, eerst voor m'n werk naar Schiedam en daarna naar IJmuiden. Lang zou het niet duren, dus gingen we met z'n tweeën om er daarna een aardig dagje van te maken. Rond één uur zaten we dan ook in IJmuiden op het strand, heerlijk in het zonnetje te lunchen op het terras van paviljoen "Noordzee"
In de verte voer een zeiljacht van tussen de pieren in zuidelijke richting de zee op, vanaf een afstand lijkt dat heel langzaam te gaan, maar uit ervaring weet ik dat ze dat met deze wind op het zeiljacht niet zo ervaren. Ruime wind kracht 3, bij vlagen hooguit 4 schat ik in, ze zullen zich daar ongetwijfeld wel heel senang bij voelen. Ik werd ter plekke eigenlijk stinkend jaloers op die gasten daar in dat bootje. Maar goed alles kent zijn tijd, bovendien zaten wij toch ook lekker in het zonnetje, dus niets te klagen.
Gezien de verdere plannen voor die dag ('s avonds naar Youp in Zwolle, een verrassing van Simone en Wilco) zagen we na de lunch maar af van de aanvankelijk geplande strand- en duinwandeling, en hebben we snel de auto maar weer opgezocht om nog voor de file uit op tijd weer in Harderwijk te zijn.

Voorstelling de "Schreeuwstorm" van Youp van 't Hek in het vorig jaar geopende nieuwe theater van Odeon "De Spiegel" aan het Spinhuisplein in Zwolle. De zaal was totaal uitverkocht, zo'n duizend man/vrouw schat ik in, allemaal voor Youp. Prima sfeer ook! Je kan alles van Youp als cabaretier zeggen, maar niet dat het geen groot ambachtsman is in zijn vakgebied. En ook in de "Schreeuwstorm" bewijst hij dat maar weer eens. Je moet natuurlijk wel van zijn humor houden, maar dat zijn er gezien de volle zalen in het land vele.
Alhoewel in de voorstelling een beetje van de hak op de tak springend, bestaat "Schreeuwstorm" m.i. eigenlijk uit een paar verhaallijntjes enwel de thema's dood, dromen en zelfspot. Youp komt op met een huifkarretje dat hij het toneel optrekt, heel romantisch. Hij is alles in één, directeur, clown en alle dieren, en hij trekt de kar al zo,n dertig jaar. Dan zegt hij dat we ons allemaal zo langzamerhand te pletter cabaretten. Zelfs de dood en het hele circus daarom heen is cabaret geworden. En met allerlei verhaaltjes over dit item houd hij ons nog een tijdje bezig.
En dan de dromen, die als ze eenmaal uitgekomen zijn, altijd een beetje tegen vallen. Het verhaal over Toon Hermans vroeger in Carré, dat wilde hij ook, maar toen hij daar eenmaal stond was het snel gewoon. Ook een oude klasgenoot die hij tegen het lijf liep, komt regelmatig opdraven, om zo zijn afkeer van de wansmaak van de welgestelden te illustreren. Uiteraard komt zijn geliefde stokpaardje over de suffe en uitgebluste leeftijdgenoten weer om de hoek kijken.
Over zelfspot, hij is de nationale nar, de bekende nederlander die ze overal voor op willen laten draven, en die ook zonodig nog een eigen glossy tijdschrift uit moet geven.

De licht romantische boodschap die ik zie in zijn voorstelling is, dat we altijd bij de kern moeten blijven van ons bestaan, en onze dromen moeten blijven koesteren. Verder moeten we ook nog wakker blijven en ons zelf niet voorbij hollen.

Aan het eind van de show heeft hij de zaal nog tuk ook met een heel verrassende en bijzondere afsluiting.

maandag, april 09, 2007

Schiedam



Schiedam is een stad waar ik tot voor kort maar nauwelijks kwam. We hadden met ons bootje wel eens een nachtje in de Spuihaven aan de Nieuwe Maas gelegen, maar dat was het dan ook. Echter door een opdracht in Schiedam, raak ik de laatste tijd nog wel eens in het oude stadscentrum verzeild, een mooie gelegenheid dus voor een nadere kennismaking.

Schiedam, onder de rook van Rotterdam, schijnt de grootste historische binnenstad van het Rijnmondgebied te zijn. Wat mij het eerste opviel waren de karakteristieke, opvallend hoge windmolens in de stad, er staan er nu nog vijf maar er schijnen er in het verleden twintig te hebben gestaan. Deze z.g. brandersmolens werden ingezet om graan te malen voor de bloeiende jeneverindustrie, destijds voor Schiedam economisch gezien de kurk waar het op dreef.
Aan de Lange Haven hebben we het Jenevermuseum bezocht. We kregen daar een goed beeld van hoe de nationale neut gemaakt werd. De arbeid en kennis die van de (graan)korrel tot borrel leid. Van de glasblazers, koperslagers, kuipers en zakkendragers die allemaal hun steentje bijdroegen in het productieproces. Schiedam is dankzij haar jenever wereldwijd een begrip geworden.

Het Stedelijk Museum aan de Hoogstraat is gevestigd in het Sint Jacobs Gasthuis, één van de mooiste rijksmonumenten van de stad. Verdeeld over twaalf zalen presenteert het museum Nederlandse beeldende kunst vanaf 1945 er is o.a. een omvangrijke CoBrA-collectie te zien. Momenteel is er een tentoonstelling van schilder, dichter en fotograaf Lucebert (Lubertus Jacobus Swaanswijk 1924-1994) te zien. Veel van zijn werk wat we hier te zien kregen, hadden we een paar jaar geleden in De Zonnehof in Amersfoort ook gezien, maar het blijft boeien, je ontdekt steeds meer in zijn werk.

Er was ook een tentoonstelling "Droomoord" geheten, een visionaire tentoonstelling over de maatschappij-in-het-klein. Het bestaat uit werk van Pavel Bráila (1971) die de buitenwereld intrekt als documentairemaker, maar fragmenten uit de realiteit in zijn films zo weet te intensiveren dat ze een verhevigde zeggingskracht krijgen: die van een metafoor.
De kunstenaars Quirine Racké (1965) & Helena Muskens (1963) onderzoeken met hun video-installaties, films en performances de aard van gesloten, soms utopische gemeenschappen. Te zien is Celebration (2005) dat gaat over de gelijknamige gemeenschap in Florida, bedacht en gebouwd door het in tekenfilms, feel-good movies en pretparken gespecialiseerde bedrijf van Walt Disney.
Beeldhouwer en tentenbouwer Dré Wapenaar (1961) werkt op het kruispunt van architectuur, design en kunst. Een regisseur van ontmoetingen, zijn tenten zijn sociale sculpturen. Ze kunnen werkelijk worden gebruikt, wat ook gebeurt op pleinen campings en in parken.

De tentoonstelling CoBrA, Cool & Contemporary geeft Nederlandse kunst vanaf 1945 uit eigen collectie te zien. Behalve werk van de bekende Cobra kunstenaars als o.a. Appel, is er ook veel werk van minder bekende kunstenaars (althans voor mij) te zien. Ik noem een paar namen Karin Arink (1967) Albert Verkade (1945) Koen Vermeule (1965) Marian Breedveld (1959) en Erik van Lieshout (1968)

Toen we het gezien hadden allemaal, hebben we nog een tijdje in het zonnetje gezeten op het terras van restaurant 't Stadhuys aan de Grote Markt.

maandag, april 02, 2007

voorjaar



Voorjaar in de tuin, en dat is te merken. Het bruist van het leven, alles is in beweging, het vliegt, piept, ritselt, fladdert en kwaakt. Twee lijsterparen zijn druk aan het nestelen in de heg en hele families mussen doen hetzelfde onder de dakpannen, en elders in de buurt nestelt vast een vlaamse gaaienpaartje. Ondertussen lopen de katten van diverse buren kwijlend rond te loeren naar al dat lekkers, jammer genoeg zie ik ze ook nog wel eens wat vangen. Ook valt me ineens het (te)grote aantal jonge visjes op in de vijver, tijd voor het uitzetten van een zonnebaars denk ik. Prachtig wat er in ons bescheiden biotoopje allemaal te beleven valt, teveel om op te noemen eigenlijk. De grootste aandachttrekkers op dit moment zijn wat mij betreft, de parende bruine kikkers in de vijver, het nestelende kauwenpaartje op zolder en het houtduivenstelletje in de grote conifeer.

De bruine kikkers (Rana temporaria)

De bruine kikkers in de vijver houden zich al ongeveer een week lang bezig met de voortplanting. Het is een ware sexorgie! Ik raakte al snel de tel kwijt, toen ik probeerde een idee te krijgen hoeveel kikkers hierwel niet aan mee doen. Ik geloof niet dat ik overdrijf, als ik een schatting doe van om en nabij de honderd. Door de mannetjes stevig omklemd, glibberen de vrouwtjes als slechte schaatsers door de enorme hoeveelheid geleiachtige eiklompen die al reeds zijn afgezet. Bij tijd en wijle is het een gekwaak als een oordeel. Gezien de ervaring in andere jaren met onze vijver, schat ik in dat ze zo nog een halve week bezig blijven, en dan is het over. Na ongeveer 1 à 2 weken komen de eitjes uit, en dan breken er gouden tijden aan voor de goud- en zilverwindes in de vijver. Dan is het prijshappen! Volgens mij groeit er hooguit 10% van alle eitjes uit tot een volwassen kikker.

Het kauwenpaartje (Corvus monedula)

Vaak hoorde ik de afgelopen weken een mysterieus getik in huis. Ik kon het niet thuisbrengen, tot ik op een zeker moment buiten het kauwenpaartje op het eind van de dakgoot zag zitten. Ze hadden in de hoek onder de pannen een gat in het dakbeschot ontdekt, waardoor ze een nest hebben kunnen maken op zolder. Het één en ander ging soms gepaard met veel gerommel en getik met de snavel op goot en zoldervloer. Ik laat het nest mooi zitten, ondanks de enorme rotzooi. Van alles slepen ze de zolder op, takken, papier, plastic, spijkers en nog veel meer. Maar ik vind het zulke leuke brutale vogels, dat ik het niet over mijn hart kan verkrijgen om het nest nu al weg te halen, dat doe ik na het broedzeisoen wel. Ik ben benieuwd hoeveel jonge kauwtjes er straks op zolder zullen rondhuppelen of op de dakgoot zullen zitten. Als jongen heb ik vroeger best vaak een tamme kauw gehad, een kwestie van tijdig uit het nest halen en goed voeren, maar dat gaat nu niet meer gebeuren.

Het houtduivenstel (Columba palumbus)

Boven in de grote conifeer nestelen ze, de vrij rumoerige manier van doen blijft niet onopgemerkt, de hele wereld weet zo'n beetje dat ze daar zitten. De houtduif vind ik vergeleken met het kauwtje een nogal domme en naïeve vogel, irritant gewoon. Dat stomme gefladder in die boom, zo laat je je vijanden toch wel al te duidelijk weten waar ze je kunnen vinden en pakken. Als je die kop ook ziet, die vind ik in verhouding tot de rest van de vogel veel te klein, zouden daar nog wel hersens in kunnen zitten? Maar ik zie het vast fout, want in mijn omgeving zie ik toch heel wat soortgenoten van het nestelende paar rondvliegen. Kennelijk weten ze zich goed te handhaven en zich danig te weren tegen opportunistische buurtbewoners als kauwen en vlaamse gaaien, en vooral tegen het eksterpaar in een boom verderop. En dat is maar goed ook, ze horen er natuurlijk ook bij.

maandag, maart 26, 2007

Avondmuziek



Via een bezoek zaterdagmiddag aan het Joods Historisch Museum in Amsterdam, naar een z.g. Avondmuziekuitvoering van het Sint-Maartenprojectkoor en het jongenskoor Rivierenland/Rijnmond, met medewerking van RBO Sinfonia en het hoofdorgel, 's avonds in de prachtige 15e eeuwse Sint-Maartenskerk in Zaltbommel.

Het gebouw, hoek Daniel Meyerplein/Nieuwe Amstelstraat, waarin het Joods Historisch Museum is gevestigd bestaat in feite uit een samenvoeging van 4 voormalige synagogen t.w. De Grote Synagoge (1671) de Obbene Sjoel (1685) de Dritt Sjoel (1700) en de Nieuwe Synagoge (1752). Een vaste tentoonstelling over Religie en Geschiedenis van de joden in Nederland vanaf 1600 tot heden, geeft een goed beeld van de joodse samenleving hier. Er is een Kindermuseum in het gebouw gehuisvest, waarin de bezoekers o.a. kunnen ervaren wat belangrijk is in de joodse traditie. Er is een Prentenkabinet en er zijn diverse wisseltentoonstellingen. Momenteel o.a. fotowerk van Robert Capa (1913-1954) en Eva Besnyö (1910-2003) twee grote fotografische vernieuwers in de 20e eeuw en beiden van Hongaars-joodse afkomst.

Robert Capa was de grondlegger van de moderne fotojournalistiek. Beelden vastgelegd tijdens gevechtsacties aan de frontlinies van de brandhaarden in de wereld van de 20e eeuw. Fascinerende foto's van o.a. de Spaanse Burgeroorlog en de 2e Wereldoorlog. Maar ook had hij als geen ander oog voor de verwoestende invloed van oorlog op het leven van de gewone burgers, hij zag zijn fotografie vooral als wapen tegen onrecht en onderdrukking. In 1954 is hij op nauwelijks 41 jarige leeftijd tijdens zijn werk door een landmijn om het leven gekomen in Thai-Binh (Indochina)

Eva Besnyö (1910-2003) is vanwege de opkomst van de Nazi's in Duitsland in 1932 in Nederland komen wonen, waar ze tot haar dood toe is gebleven. Ze stierf op 93-jarige leeftijd in het Rosa Spier Huis in Laren.
Eva Besnyö was één van de grootste fotograven van Nederland. Ze heeft veel betekent in de portretfotografie, maar ook architectuur had haar belangstelling. Vrouwenportretten uit de jaren dertig, foto's van de wederopbouw van Nederland en een reeks portretten uit de jaren veertig en vijftig van bekende kunstenaars, schrijvers en acteurs.

Toen we het allemaal gezien hadden, zijn we in de auto gestapt en naar Zaltbommel gereden. Op naar de Avondmuziek! Een uurtje later zaten we onder het genot van een borreltje en een bitterballetje in cafe "De Verdraagzaamheid" aan de Waalkade, naar het scheepvaartverkeer op de Waal en naar de prachtige brug te staren. Ondertussen staat het 4 meter hoge beeld van een jongen in zwembroek (kunstenaar Marcel Smink) in de uiterwaarden ijzerenheinig de maximale hoogte van het water aan te geven, voordat de Bommelaren natte voeten krijgen. In het 't Stadshuis, een brasserie aan de Waterstraat, zijn we vervolgens nog een tijdje verder gegaan met het versterken van de inwendige mens.

Rond kwart voor acht zaten we dan eindelijk op onze bankjes in de prachtige, maar nogal kille Sint-Maartenskerk met een dikke jas aan te wachten op de dingen die gingen komen. Vanwaar ik zat had ik een mooi zicht op het monumentale orgel. De geschiedenis van dit orgel is een verhaal apart, te lang voor dit bestek. Het is een Wolfferts-Heyneman orgel (de namen van de twee orgelbouwers die er in de 18e eeuw aan hebben gewerkt) en één van de belangrijkste orgels in Nederland uit de tijd van J.S. Bach.

Om acht uur zette het koor in met "Nun bitten wir den Heilige Geist" een lied van M. Praetorius (1610) Vervolgens zette het koperkwartet in met een stuk van M.v. Hessen uit 1612. Volgens mij hadden de blazers van het koorbegeleidingsorkest RBO Sinfonia ook een beetje last van de kou, want het klonk af en toe een beetje dunnig. In ieder geval gingen ze toen ze uitgeblazen waren met het stuk, snel naar een verwarmde ruimte elders in de kerk, om het koper voor het volgende stuk weer enigszins op temperatuur te krijgen.
Het in oktober 2006 opgerichte jongenskoor Rivierenland/Rijnmond zong daarna "O breath of God" en "The Lord's my Shepperd" beide van M. Archer (1952). Ze deden het goed vond ik in die koude kerk, waarop ze duidelijk niet waren gekleed.

En toen kregen we het grote orgel te horen, wat een prachtige tonen in die kolossale ruimte, bijzonder indrukwekkend! Organist Arno van Wijk speelde stukken van J. Pachelbel (1653-17060 en van D. Buxtehude (1637-1707) Er werd nog veel gezongen door het koor die avond. De avond werd afgesloten met het "O Jesu Christ, meins Lebens Licht" BWV 118 van J.S. Bach.

Het was een mooie avond daar in Zaltbommel, maar ik was tijdens de rit in de auto terug naar huis, toch ook wel weer heel blij met de keuze van Ruud Hermans prachtige country-pop op Radio2, een wel heel ander genre Avondmuziek.

zondag, maart 18, 2007

Frau Bach



In Harderwijk is op het Klooster in kunstcentrum "Catharinakapel" vaak wat te doen. Afgelopen zaterdagavond hebben we daar de muziektheatervoorstelling "Frau Bach" bijgewoond.
Een voorstelling over Johann Sebastian Bach gezien door de ogen van diens vrouw, gespeeld door de actrice Yvonne van den Hurk. Ze schetst in het stuk de lotgevallen van de weduwe van Bach en haar dochter Regina, gespeeld door de mezzosopraan Inge Schneider, terwijl violiste Esther Apituley delen uit Bachs cellosuites en vioolsonates speelt.
Het gezin is straatarm achtergelaten door de componist. Door de partituren en diverse snuisterijen van de componist te verkopen, scharrelen ze een inkomentje bij elkaar. Dat doen ze met humor en daadkracht, en zo verheffen ze zich min of meer boven het grauwe bestaan dat door het krijgen van aalmoezen wordt gekleurd en beheerst.

De muziek speelt een grote rol in de voorstelling, maar ondanks dat vullen muziek en tekst elkaar mooi aan. Knap van Yvonne van den Hurk vond ik ook de soepele rolwisselingen, het ene moment is zij Frau Bach en vertelt ze intiem hoe ze als Anna Magdalena met haar man en het gezin aan tafel zitten, het andere moment beziet ze het reilen en zeilen in het leven van de componist samen met het publiek vanaf een afstand, meer objectief.

Het was een bijzondere avond. Het gaf mij een verrassend andere kijk op het leven van Bach (1685-1750) de componist van het machtige oratorium "De Matthäus Passion" om maar iets te noemen. Tot op de dag van heden wordt hij nog algemeen gezien als één van de grootste en invloedrijkste componisten uit de geschiedenis van de klassieke muziek, een genie. Behalve opera omvat het oeuvre van Bach vrijwel alle stijlen en vormen die in zijn tijd gangbaar waren.

zaterdag, maart 17, 2007

Wadden



Nog een paar weekjes en dan ligt de "Swing" weer in z'n element. Ik droom al een tijdje van verre exotische bestemmingen, maar de wadden zijn ook goed. Of eigenlijk moet ik zeggen, die zijn altijd goed! Alleen in het hoog seizoen is het zo langzamerhand veel te druk aan het worden op het wad. De jachthavens van Texel, Vlieland en Terschelling liggen dan mudje vol met scherpe jachten, zo vol dat er niets meer bij kan. Heb je een hele dag gezeild en dan wordt je terug gestuurd, dat is natuurlijk niet leuk meer. Ankeren of droogvallen is dan een optie, maar ook dat is aan regels gebonden.

Het dilemma waar ik mij soms ook mee bezig houd, is het feit dat ik aan de ene kant al bijna sinds de oprichting in het najaar van 1965 lid ben van de waddenvereniging, en aan de andere kant een fervent watersporter ben en als zodanig mijn steentje bijdraag aan vervuiling en verstoring van het waddenmilieu. De waddenvereniging is een club die zich in principe verzet tegen elke vorm van aktiviteit op het wad die het milieu kan schaden. Dus eigenlijk geen economische en/of recreatieve aktiviteiten op het wad, in welke vorm dan ook.
Maar ja, ook de mens is een factor die in de natuur niet is weg te denken. Die hoord er natuurlijk net zo goed bij, dus is zo'n uitgesproken (gedateerd)standpunt niet haalbaar en niet wenselijk. Een verbod om je op het wad te begeven kan en mag ook niet de bedoeling zijn.
Maar economie en natuurbescherming botsen nou eenmaal nog wel eens met elkaar. Dus moet er samen gezocht worden naar compromissen, zodoende zijn alle belangengroepen eens om de tafel gaan zitten, om tot goede afspraken te komen. En dat is al aardig gelukt. Er is een soort gedragsregeling voor wadliefhebbers ontwikkeld, uiteraard t.a.v. de natuur in het algemeen, maar in het bijzonder t.a.v. de omgang met de zo kenmerkende fauna op het wad. Wat je lief hebt, daar ga je vanzelf voorzichtig mee om. Juist wanneer je je vrij voelt. De unieke wildernis die Wad heet stelt eisen aan de kennis en kunde van ons allemaal. Er wordt vertrouwd op eigen inzicht. Een Erecode dus, deze wordt onderschreven door o.a.

Vereniging Wadvaarders; Vereniging voor Beroepschartervaart (BBZ); Vereniging Bruine Zeilvaart Harlingen (VBZH); Noord Nederlandse Watersport Bond (NNWB); Koninklijk Nederlands Watersport Verbond (KNWV); Algemene Nederlandse Wielrijders Bond (ANWB); HISWA; Waddenvereniging; Stichting Wadloopcentrum Pieterburen; Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij directie Noord; Overlegorgaan Waddeneilanden (OOW); Vereniging van Waddenzeegemeenten (VvW); en Stuurgroep Waddenprovincies.

Dat is nog al wat dus, een ieder van ons wordt dan ook geacht zich aan de Erecode te houden. Doe je dat niet, dan loop je de kans een proces verbaal aan je broek te krijgen. De Erecode valt dus binnen een wettelijk kader. Het is niet anders, maar we moeten met z'n allen wat voor een goed milieu over hebben in dit overbevolkte landje.

Ik verheug me alweer op een aantal waddentochtjes binnenkort, maar liever niet in het hoogseizoen.

woensdag, maart 14, 2007

A Delicate Balance



Het met talloze prijzen bekroonde in 1962 geschreven relatiedrama, Who's afraid of Virginia Woolf? door de Amerikaanse (toneel)schrijver Edward Albee, is tot het wereldrepertoire gaan behoren. En dat ondanks zijn moeizame verhouding met de kunstwereld. In het stuk wordt met name de zinloosheid van het menselijk bestaan en het clichématige van de communicatie aan de kaak gesteld.
Gisteravond hebben we in Amsterdam van dezelfde schrijver in de grote zaal van theater Bellevue "Wankel Evenwicht" gezien, de nederlandse vertolking van "A Delicate Balance" uit 1966. Omdat het stuk dezelfde ingrediënten in zich heeft als Who's afraid of Virginia Woolf? (twee echtparen bij elkaar over de vloer) dringt een vergelijking zich natuurlijk wel op. Het stuk wordt opgevoerd door theatergroep Carver in samenwerking met Onafhankelijk Toneel.

Het speelt zich af in een weekend in een huis van een wat ouder echtpaar uit een redelijk welvarend milieu, wier huwelijk is verworden tot een vorm van status quo. Ze worstelen nog altijd met het verlies van hun zoontje, lang geleden. Claire, een alcoholistische inwonende zuster van de vrouw, die het tot haar ongenoegen ook nog eens goed kan vinden met haar echtgenoot, voorziet tot vervelens toe alle handelingen in het huis van bijtende, maar soms ook humoristische commentaren. Verder komt Julia, de 36-jarige dochter van het echtpaar ineens weer thuis een kamer opeisen, na het zoveelste debacle in haar eigen huwelijk. En dan verschijnt tot overmaat van ramp ook nog eens een bevriend echtpaar, die het thuis met z'n tweeën vanwege een onverklaarbare en overweldigende angst niet meer kunnen uithouden. Ze vinden het heel vanzelfsprekend dat ze daarom bij hun allerbeste vrienden kunnen intrekken. Het geeft nogal wat spanning allemaal, die gebeurtenissen. De delicate balans van ieders leven daar in dat huis wordt aan het wankelen gebracht. Er moet een nieuw evenwicht worden gevonden, want alle relaties staan onder permanente hoogspanning.

Ik vond het stuk in het begin boeiend en interessant, maar gaandeweg de speeltijd kreeg ik moeite met het één en ander. De opeenstapeling van zwaarmoedig stemmende gebeurtenissen was te gortig. De humor ontbrak eigenlijk! Regisseuse Mirjam Koen heeft volgens mij en anderen absoluut te weinig lichtheid in het stuk weten te brengen. Bij al het getob moet je, om de problemen goed te kunnen duiden en aan te kunnen pakken, ook eens met een grap of een lichtpuntje komen aanzetten. Die zijn natuurlijk altijd te vinden al zijn de problemen nog zo groot, en je lost ze daarmee sneller op. Maar hier waren ze nauwelijks te bekennen, behalve dan af en toe een raar dansje of een gevatte kwinkslag van de in dit opzicht uitblinkende notoir alcoholische Claire. Het duurde 2 uur, maar door het ontbreken van de hiervoor geschetste dynamiek in het stuk, was dat voor mijn gevoel minimaal een half uur te lang. De vaart en de verwachting die het stuk aanvankelijk in zich had en opriep, was voormij redelijk kort na de helft van de speeltijd verdwenen, het stuk kon mij op een bepaald moment echt niet meer boeien. Ik was blij dat het afgelopen was, en dat kwam niet alleen door de kennelijk haperende air conditioning in de zaal, die mij langzaam maar zeker in een stadium van apegapen deed belanden. Na afloop hadden we zo'n dorst dat we alvorens na huis te rijden, eerst nog even een pilsje hebben genomen in cafe "De Smoeshaan"

Toch was het alles bij elkaar genomen een leuk avondje uit. In "Casa Peru" een Peruaans restaurant aan de Leidsegracht hebben we eenvoudig maar heel lekker gegeten, en een kopje koffie in het sfeervolle "Cafe Americain" aan de Leidsekade maakt het natuurlijk wel af. Toen we voorbij de entree van de Stadsschouwburg liepen, moesten we ons praktisch een weg banen door schrijvers in smoking opweg naar het Boekenbal, de opening van de 72e Boekenweek. Het thema dit jaar is "Lof der Zotheid" Het bal werd geopend door Kees van Kooten met een betoog over humor in de literatuur.
Dat is ook toevallig!

woensdag, maart 07, 2007

Kerken



Aan de kerken en het geloofsbeleven uit mijn jeugdperiode tot aan mijn jonge volwassenheid moet ik zo af en toe nog wel eens denken, niet dat ik met de kerken of mijn opvoeding nog iets heb af te rekenen, want die tijd heb ik wel gehad en ligt reeds ver achter mij. Nee, maar soms komt het gewoon over je als je nu iets leest of ziet.
Met erg veel plezier denk ik er overigens niet of zelden aan terug, maar ik kan natuurlijk moeilijk ontkennen dat het vele bezoeken en aanhoren van religieuze wartaal in al die verschillende doorgaans nogal saaie godshuizen destijds, voor een substantieel deel van vormende invloed moet zijn geweest op mijn persoonlijkheidsontwikkeling, of ik het nou leuk vind of niet.
Maar ik kan mij niet herinneren dat ik het gedoe rond kerkgang en alles wat daar mee samenhangd ooit als een blije en positieve ervaring heb mogen beleven. Als kind niet en zeker als puber niet, ook al deed ik in die tijd vaak nog zo mijn best om het anders te zien. Kennelijk behoorde ik niet tot de selecte groep van zogenaamde uitverkorenen.
Nu, na zeker 36 jaar heidendom (om maar in het jargon te blijven) kan ik mijnsinziens mild gestemd en redelijk objectief terug blikken op mijn christelijke jeugdperiode.

Daarbij maak ik onderscheid tussen de periode dat ik als kind en puber nog bij mijn ouders thuis woonde, en de periode dat ik als jong volwassene het ouderlijk huis had verlaten. In het ouderlijk streven om van mij een soort gereformeerde piëtist te maken werd ik overal, vaak tegen wil en dank, mee naar toe gesleept of gestuurd. De gereformeerde basisschool, op zondag twee keer naar de kerk en na afloop de knapenvereniging, en later door de weeks ook nogeens de catechisatie en de jongelingenvereniging. En overal dankbetuigingen, gebeden en tekstbesprekingen, en maar psalmen en bijbelteksten uit je kop leren, om maar te zwijgen van de Heidelbergse catechismus, het christelijk maar bij uitstek gereformeerde leerstuk nota bene uit de tijd van de reformatie. Achteraf gezien één en al dogmatiek wat de klok sloeg!
De 2e fase uit mijn christelijke belevingswereld dateert uit de tijd dat ik als 19 jarige het ouderlijk huis had verlaten, en als een redelijk onzekere, maar toch zelfstandig jong volwassene de met de paplepel ingegoten traditie nog een tijdje in ere heb proberen te houden.

De 1e fase.

Wezep:
Vanaf midden jaren 40 tot eind jaren 50 van de vorige eeuw de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) onderhoudende art. 31. zichzelf toen noemende "de ware kerk" De kerkdiensten werden gehouden in een architectonisch gezien fraai kerkgebouwtje, gebouwd in 1940 aan de Zuiderzeestraatweg. De voorganger Ds. Goris was in zijn bewering van "de ware kerk" en "het ware geloof" zo stellig, dat het mijn ouders zelfs te gortig werd. Maar niet alleen mijn ouders, een groot deel van gereformeerd Wezep raakte de kluts kwijt, de strijd tussen voor- en tegenstanders van de stellingen van Ds. Goris werd tot op gereformeerde basisschool doorgevoerd. Een korte periode weken mijn ouders toen op zondagen per fiets uit naar de vrijgemaakte kerk in Hattem, maar dat hield niet lang stand. Besloten werd toen om maar over te stappen naar de Gereformeerde aanhangers van de synode van Assen uit 1926, we werden dus synodaal.

Vanaf dat moment, eind jaren 50 dus, liep ik op zondagen als puber met mijn ouders mee naar het verenigingsgebouw aan de Van Pallandtlaan in Wezep, alwaar de kerkdiensten werden gehouden. Ik kan mij de keer nog herinneren dat we tijdens één van de eerste wandelingen naar ons nieuwe godshuis op zondagochtend, een (ex)broeder tegenkwamen opweg naar zijn kerk (onze vorige dus) die mijn vader aansprak, en ijskoud beweerde dat hij de verkeerde kant op liep. De voorganger in onze nieuwe kerk was Ds. Post, een zachtaardige man die heel veel preekte over de liefde. Later werd overgestapt naar de "Kruiskerk" een nieuw kerkgebouw aan de Kerkweg, recht tegenover mijn ouderlijk huis. Ik was toen weliswaar de deur al uit, maar kwam in die periode op zondagen nog vaak bij mijn ouders thuis.

Wapenveld:
Vanaf midden jaren 40 tot midden jaren 50 kwam ik veel in Wapenveld bij mijn grootouders die Nederlands Hervormd waren, en uiteraard moest ik ook daar naar de kerk op zondag. Zodoende kwam ik daar regelmatig in de Hervormde Kerk terecht nabij de Manenbergerbrug aan de Kanaaldijk. Maar met name mijn vader maakte daar ook vaak weer uitstapjes naar zijn geliefde Gereformeerde Kerk, daar voelde hij zich kennelijk toch beter thuis. We gingen dan naar de vrijgemaakte kerk nabij de Flessenbergerbrug aan de Kanaaldijk, of naar de synodale kerk aan de Kwartelweg.

De 2e fase.

Nijkerk:
Vanaf 1963 tot 1967 ging ik regelmatig naar de "Vredeskerk" de Hervormde kerk in het v. Reenenpark, de kerk van mijn aanstaande schoonouders, ook goed al was ook hier weer veel discussie over de juiste geloofsrichting. Maar goed, mijn Gereformeerde genen kon ik natuurlijk niet verloochenen, dus ging ik al snel weer naar de "Kruiskerk" een gereformeerd kerkgebouw aan de Venestraat (in 1975 totaal afgebrand) in die kerk ben ik ook getrouwd waarbij Ds. Koppe de trouwdienst leidde, terwijl ik daar bij Ds. Koffeman zelfs nog belijdenis heb gedaan en door hem ons eerste kindje heb laten dopen. Weer een poosje later ging ik naar de "Goede Herderkerk" een nieuw gebouwde kerk aan de Stationsstraat en wat dichter bij de plek waar ik toen woonde. In deze tijd begon het in mijn gemoed m.b.t. kerk en christendom wel hevig te knagen. (Achteraf gezien kan ik nu wel zeggen, dat de vertwijfeling over van alles en nogwat al dateert uit de 1e fase, en deze al zeker vanaf mijn 16e jaar in toenemende mate aan mij knaagde) Door veel lezen en gesprekken met anders denkenden, was ik al een tijdje van mening, dat het christendom niet meer alleen van kerkelijk standpunt uit beoordeeld mocht worden. Een mooie seculiere gedachte vond ik, en heel verlichtend ook!

Putten:
Vanaf 1967 tot 1971 De Gereformeerde Kerk aan de Achterstraat, strijd, ook hier weer tussen aanhangers van Ds. Veenendaal en Ds. van Ginkel, een lichtelijk uit de hand gelopen meningsverschil over wel of niet moderniteiten in de zondagse erediensten geloof ik, waar je je al niet druk over kan maken. Nog meer geknaag, ik begon mij in toenemende mate niet meer thuis te voelen in de kerk, maar dat niet alleen, ook het christendom stond bij mij op de helling. Essentieel voor het geloof vond ik toen, is de bewustwording dat je leven een aparte en onvervangbare grootheid is, en dat het dan niet gaat om bepaalde facetten van het leven. Het is a.h.w. de kern die zin geeft aan je eigen levensverhaal. Een niet specifiek christelijke visie vond ik. Maar toch ook hier nog weer twee kinderen laten dopen, de eerste in 1968 door een zekere Ds. Plooy en de laatste in 1970 door Ds. Veenendaal. Maar toen vroeg ik mij wel heel erg af waar ik in godsnaam nog mee bezig was. Het was toen eigenlijk al voorbij, 27 jaar wereld van kerk en christendom op de Veluwe hadden bij mij niet de juiste snaar in beroering weten te brengen. Ik had mijzelf lang genoeg voor de gek gehouden, het was tijd om het anders te gaan doen. Een jaartje later heb ik mij ook laten uitschrijven, een daad waaraan ik tot op de dag van heden nog een goed gevoel aan heb overgehouden.

Er is overigens één kerkgebouw in mijn leven geweest waar ik wel met veel plezier in heb vertoefd, en dat nog zelfs 5 dagen per week ook. Dat was de "Elleboog Kerk" een oude, toen tot architectenbureau verbouwde Katholieke kerk aan de Langegracht in de Amersfoortse binnenstad. (Het huidige "Armando" museum) Daar heb ik in de jaren 60 begin jaren 70 met veel plezier gewerkt. Maar dat is natuurlijk een ander verhaal, dat had en heeft niets met de christelijke dogmatiek van doen.

zondag, maart 04, 2007

Vesuvius




De tentoonstelling "Herculaneum verwoest door de Vesuvius" in museum "Het Valkhof" te Nijmegen. Waarschijnlijk door de voorjaarsvakantie was het afgelopen woensdag ontzettend druk in het museum. Te druk vonden wij, reikhalzend liepen wij ons rondje door het museum, we waren er snel klaar mee, te snel natuurlijk. Maar ondanks deze omissie liep ik die dag nog wel een tijdje in gedachten over de kraterrand van de Vesuvius, een belevenis die we in 1989 werkelijk hebben ervaren.

April 1989, vanuit Rome met de intercity naar Napels, vervolgens nog een klein stukje in de boemel en toen waren we in Pompeii, ons einddoel. Op iets minder dan 10 km, tegen de strak blauwe lucht de Vesuvius, 1281 meter boven de zeespiegel, en om ons heen de ruïnes van het Pompeii uit 79 n. Chr. Gek gevoel, je loopt door een straat van zeker 2000 jaar oud, de uitgesleten karresporen zijn in de relatief zachte bestrating van vulkanisch gesteente nog goed zichtbaar. Je kijkt door een raam een huis binnen en ziet mensen liggen!

De uitbarsting van de Vesuvius bedekte Pompeii zo snel met as, dat veel mensen op hun vlucht of in hun slaap werden verrast. In de daarop volgende eeuwen werd de as hard en vergingen de lichamen, totdat alleen de menselijke vormen nog over waren op de plek waar ze waren gestorven. Door de vormen te vullen met gips werden zo de mensen uit het jaar 79 n. Chr. weer onthuld.

Het stratenpatroon en de fraaie gevels, de prachtige villa's en het mooie mozaïek op de vloeren, het amphitheater van 80 v. Chr. waar de mensen destijds bruut werden vermaakt, de openbare badruimten met hun slimme verwarmingssystemen en de openbare toiletten waar de mensen bij elkaar zaten te kletsen. Het is een heel bijzondere belevenis daar te lopen, en in de verte, in de vlakte van Campanië stil en onbewogen, staat de Vesuvius te heersen. Het sprak zeer tot de verbeelding allemaal.

Met een taxi zijn we voor 7000 lire naar de Vesuvius gereden. We werden ongeveer 300 meter onder de kraterrand afgezet, de rest moesten we lopen en klimmen. Het was de moeite meer dan waard. Je kijkt in de enorme krater, op veel plaatsen komt ook nu rook uit spleten en gaten, en je kijkt naar het landschap om je heen en je probeert je voor te stellen hoe het is gegaan. De hele top van de berg is geëxplodeerd, in één keer boem! De steden Pompeii en Stabiae, werden in de 1e fase van de eruptie volledig bedolven onder as en puimsteen, en de stad Herculaneum aan de voet van de berg werd in de 2e fase verwoest door de pyroclastische golf, de beruchte gloed hete vloed van modder en lava.
De vulkaan, een z.g. Stratovulkaan (een afwisseling van lagen as en lava die in de 2 stadia van een eruptie van dit type vulkaan worden gevormd) is nog steeds actief, de laatste heftige eruptie was in 1944. Ik las ook ergens dat vulkanologen een enorm lavameer hebben ontdekt onder de berg en omgeving, waarin de spanning geleidelijk aan oploopt. In de nabije toekomst is volgens de vulkanologen zeker weer een forse uitbarsting te verwachten.

Toen we het gezien hadden en terug klauterden naar de plek waar we waren afgezet door de taxi, stond de brave man daar nog keurig te wachten. We hadden toch zeker wel een uur of anderhalf rond de krater doorgebracht. Dat zijn nog eens services.
Rond twaalf uur 's avonds waren we weer in ons hotel in Rome, het was een lange maar zeer boeiende dag.

vrijdag, maart 02, 2007

Ovifat




Met de vroegere gespreksgroep, ofwel acht oude vrienden en kennissen uit de 70e jaren in Putten een lang weekend in "Villa du Bayehon", een mooi en groot huis in Ovifat. Vanaf vrijdagmiddag 23 februari j.l. stond het huis tot onzer beschikking, en wie zin en tijd had mocht zelfs blijven tot aan de andere week vrijdagochtend.
Dat is er niet helemaal van gekomen, in principe hadden we ons ook ingesteld op een lang weekend met z'n allen, maar we konden het nu natuurlijk wel lekker rustig aan doen. Toch moesten desalniettemin de eerste twee jammer genoeg aan het eind van de zondagmiddag weer vertrekken, maar die zaten dan ook in het onderwijs en moesten maandagochtend weer voor de klas staan. Maar de rest kon en is in de loop van de week geleidelijk aan vertrokken.

Vijfentwintig jaar geleden zaten we met z'n allen een weekend in "De Heerlijkheid" op Texel, toen nog met de kinderen erbij. Maar het was of de tijd heeft stilgestaan, zonder moeite pakten we de draad weer op in onze discussiedrang. Allemaal wat meer levenservaring opgedaan natuurlijk, maar in de kern toch redelijk dezelfde gebleven. Ik vond het een genoeglijk en sfeervol samenzijn, temeer dat het grote huis ook voldoende privacy te bieden had.

Het dorpje Ovifat ligt in de nabijheid van het hoogste gebied van België "De Hoge Venen" genaamd (694 meter) één van de meest merkwaardige gebieden van Europa. Het dorpje, gesitueerd in de denkbeeldige driehoek Eupen, Robertville, Malmedy, Eupen ligt zelf op ongeveer 615 meter boven de zeespiegel.
Ondanks de regen hebben we een aantal prachtige wandelingen gemaakt in de nabije omgeving. De klim- en klauterwandelingen rond Stavelot en Robertville waren mij wel bekend, maar de wandeling door "De Hoge Venen" was voor mij een geheel nieuwe ervaring. Met Baraque-Michel als vertrekpunt wandel je een prachtig en bijzonder gebied binnen "Fagne des deux series" genaamd. Je loopt veelal over een plankier door een open veen(moeras)landschap, een landschap dat grotendeels gevormd is onder invloed van de mens en in alle opzichten afwijkt van de rest van de Ardennen en de Eifel.
Tot in de middeleeuwen waren de Hoge Venen nog voor 90% bebost, maar door oude landbouw- en veeteeltpraktijken, zoals het weiden, het bestrijden van kreupelhout, het binnenhalen van hooi en de ontginning van turf, is uiteindelijk de open ruimte gevormd.

Zoals bekend kan je natuurlijk ook lekker eten in de Ardennen, trouwens waar niet? Wat dat betreft is, ondanks de volgens mij wat klein uitgevallen zeetong, restaurant "du Barrage" in Robertville een absolute aanrader. We hebben daar een avondje met z'n allen heerlijk zitten eten. Het was alles bij elkaar genomen een mooi weekend, en wat mij betreft voor herhaling vatbaar.