zaterdag, augustus 11, 2012

Den Haag, Israels & Mesdag


Over de zomermanifestatie 'Isaac Israels' (1865-1934) in vijf Haagse Musea hadden we al iets gelezen, maar we wilden het uiteraard ook gaan zien. Een datum hadden we nog niet geprikt, maar de manifestatie liep nog tot bijna eind september, dus we hadden nog wel even de tijd. Evengoed hebben we toch afgelopen woensdag al ons rondje langs de deelnemende Haagse musea gedaan.

Het was erg rustig in de stad, we konden steeds praktisch voor de deur parkeren, vakantietijd natuurlijk. De eerste locatie die we we bezochten was 'Museum Panorama Mesdag' aan de Zeestraat, waar in het bijzonder een vrij groot aantal schilderijen van vrouwen te zien was. Prachtig al die jonge vrouwen van eind 19e, begin 20e eeuw. Spontaan en licht geschilderd heeft Isaac Israels de vrouwen van zijn tijd in beeld gebracht. Den Haag en Scheveningen was voor de in Amsterdam geboren kunstenaar een bron van inspiratie. Het bruisende theaterleven in Den Haag, flanerende dames op de mondaine boulevard in Scheveningen, maar ook het alledaagse straatbeeld in Den Haag met wandelende en winkelende mensen waren zijn onderwerpen.

We waren er toch, dus hebben we uiteraard ook 'Panorama Mesdag' weer eens bekeken. De lichtval door de enorme glazen koepel (die je overigens zelf niet kan zien) op het 14 meter hoge doek veranderd van minuut tot minuut. Van het doek, dat ook ongeveer 14 meter van je verwijderd is (de totale diameter van Panorama Mesdag is ca. 38 meter), is de boven- en onderkant niet te zien. De bovenkant valt weg achter de relatief lage overkapping van het platform waar we als bezoekers opstaan, en de onderkant verdwijnt achter een heuse berg duinzand.
Een magisch illusionaire beleving is het, een zinsbegoochelend panorama, het Scheveningen in 1881 vanaf het z.g. Seinpostduin 360º rond bekeken.
In ca. vier maanden geschilderd door Hendrik Willem Mesdag (1831-1915) geassisteerd door zijn vrouw Sientje Mesdag-van Houten (1834-1909), Théophile de Bock (1851-1904), George Hendrik Breitner (1857-1923) en Bernard Blommers (1845-1914).
Zeer waarschijnlijk door een andere lichtval, maar ik beleefde de 'Panorama Mesdag' deze keer anders en mooier dan de vorige keer.



De volgende locatie was het 'Louis Couperus Museum' aan de Javastraat. Een museum in huiskamerformaat. Behalve een stoel en diverse attributen en schrijfsels van de naamgever van dit museum, hingen er zowaar ook enkele werken van Isaac Israels. Mooi, zeker, toch stonden we geloof ik na een kwartier alweer buiten.

'Muzee Scheveningen' aan de Neptunusstraat was ons volgende adres. Ook hier weer een aantal werken van onze grote impressionist, met name schilderijen en aquarellen die het zich ontwikkelende badleven in het mondaine Scheveningen als onderwerp hadden.
Maar behalve Israels, hebben we daar ook een mooi overzicht gezien van de visserij en het dagelijks leven in vroegere tijden. Diverse schilderijen, waaronder enkele van Mesdag gaven hiervan een mooi beeld. Verder waren er een aantal stijlkamers ingericht, waarin we de verschillende standen van Scheveningse bevolkingsgroepen als vissers, middenstanders en welgestelde reders konden zien.
En dan was er ook nog een zaal over de geschiedenis van het bad- en strandleven in Scheveningen. Bijvoorbeeld een originele badkoets die vroeger met paarden de zee in werd getrokken, van waaruit de badgasten dan vervolgens te water gingen. Samen met rieten strandstoelen, waarin men uit de zon en uit de wind van een dagje strand genoot, een geschilderd panoramisch uitzicht op de kustlijn en een oude zeillogger, waande je je een eeuw terug in de tijd. Verder was er ook nog een z.g. Zeezaal, waar we het onderwaterleven in al z'n verscheidenheid aan levensvormen hebben bekeken.

Vervolgens was het 'Haags Historisch Museum' aan de Korte Vijverberg aan de beurt. Hier veel werken van Israels over het Haagse stadsleven in zowel het theater als op straat. Prachtig losjes geschilderd ook weer in zijn onmiskenbare stijl. Omdat we de overige exposities in dit museum nog niet zolang geleden al gezien hadden, waren we hier vrij snel klaar. Bovendien hadden we het sowieso een beetje gehad. De vijfde locatie t.w. het 'Haags Gemeentearchief' aan het Spui hielden we dan ook maar voor gezien!

Op Het Plein hebben we bij café Lafayette een tijdje op het terras gezeten. Met een drankje erbij gekeken naar alles wat voorbij trok, mensen in alle soorten en maten. Ongetwijfeld zal Isaac Israels dat hier in zijn tijd ook vaak gedaan hebben, kijken, kijken en nogeens kijken. Je raakt niet uitgekeken! Toch waren we tegen zevenen in restaurant 'Maison de la Fôret' aan de Bezuidenhoutseweg, waar we een tafeltje hadden besproken. Een 3 gangen menu à la carte voor twee, een surprise van onze zoon. Nou E bedankt, we hebben er een eindje voor moeten rijden, maar het was de moeite waard, uitstekend restaurant!


Voldaan maar lichtelijk afgedraaid strekten we rond halfelf 's avonds onze beentjes op de bank van E in Amsterdam, het was een mooi dagje! Maar we zijn maar niet te laat naar bed gegaan, want we hadden hier samen met onze vrienden H & M voor de andere dag een aardig fietstochtje gepland in het Vecht- en Plassengebied.

maandag, augustus 06, 2012

verjaardagsfuifje


Al sinds augustus MCMXXIII loopt ze mee op dit ondermaanse. Een heuglijk feit dat ze met haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen één keer per jaar viert (zie ook mijn stukjes party van 9-8-'07 en Mater, anno MCMXXII van 10-8-'09). Gisteren was het weer zover, maar voordat je kan gaan fuiven moet er altijd van alles geregeld worden, wie doet wat en hoe! De één haalt de boodschappen in huis, de andere maakt de slaatjes en weer een andere maakt de boel aan de kant, sjouwt met tafels en stoelen, zet de koffie en het gebak klaar en stelt bier en witte wijn koud. Pas dan kan het feest beginnen, laat ze maar komen!

Eén voor één druppelden ze binnen, de eersten die binnen kwamen was het feestvarken zelf en haar jongste dochter met schalen vol lekkere salades. Vervolgens ging het hard, rond vier uur was iedereen binnen. Een relatief klein clubje deze keer, met de jarige mee waren we met z'n één en twintigen. Dat is ook wel eens ruim het dubbele geweest, meer dan de helft is op vakantie of kon anderszins niet. Gelukkig konden we weer met z'n allen buiten zitten. Maar aan het eind van de middag moesten we toch naar binnen, een gigantische plensbui met hagel, donder en bliksem veranderde ons terras in no time in een zwembad. Het mocht de feestvreugde niet drukken, toen de bui over was, waren er al snel weer enkele enthousiastelingen die buiten al pootjebadend verder gingen.

Maar aan alles komt een eind, en zo ook aan dit partijtje. Toen de jarige grandmama eenmaal vertrokken was, ging het snel en droop de één na de andere af. Alleen een select stelletje doorzakkers bleef natuurlijk weer hangen, dat hou je altijd. En ze zorgden er en passant ook nog voor, dat naar mate de flessen leger raakten het alsmaar gezelliger werd en er ook nog werd gedanst. Het heeft nog tot dik in de kleine uurtjes geduurd voor ik de boel kon afsluiten en het licht uit kon doen!

zaterdag, augustus 04, 2012

er zijn grenzen


Gisteravond op TV een huiveringwekkende documentaire gezien over de Australische kayakker Andrew McAuley, die van Australië naar Nieuw-Zeeland wilde peddelen. Het bizarre was, dat het eigenlijk van meet af aan wel duidelijk was dat het dramatisch zou aflopen. De zuidelijke oceaan staat bekend om z'n woeste, hoge golven. Bijna nergens worden ze in hun vaart op het zuidelijk halfrond gestuit, ze rollen de hele wereld rond en kunnen zich zo tot ongekende hoogte en in kracht opbouwen. Toch had hij het na ruim 30 dagen peddelen op zee, waarbij hij met windkracht 10 en meer te maken heeft gehad, nog bijna gered. Ongelooflijk, 98% van de in mijn ogen suïcidale peddeltocht had hij erop zitten, en praktisch met de haven in zicht ging het alsnog fout!


Zijn doel was om als eerste mens per kayak de Tasmanzee over te steken. Maar ca. 30 km voor zijn einddoel werd alleen de omgeslagen kayak en enkele attributen van Andrew McAuley teruggevonden. Andrew McAuley zocht gevaar en avontuur en hield daarom van extreme sportprestaties. Door zijn vrouw maakte hij kennis met de Kayaksport, waarin hij vervolgens nieuwe uitdagingen zag. Hij wilde de eerste zijn die in een Kayak de oversteek van Australië naar Nieuw-Zeeland had gemaakt.

Op 11 Januari 2007 zei hij zijn vrouw, zijn jonge zoon en vele vrienden gedag en vertrok hij om ruim 1600 kilometer over de Tasmanzee te peddelen. Hij nam een videocamera mee om zijn tocht vast te leggen. Maar dertig dagen na zijn vertrek ontving de kustwacht van Nieuw-Zeeland een noodoproep van Andrew McAuley.
Na een slopende en uitputtende maand op zee kwam McAuley een dag voor aankomst in Nieuw-Zeeland om het leven. Ik zink, luiden zijn laatste woorden op ca. 30 km voor de kust van Nieuw Zeeland. Zijn lichaam is nooit gevonden. Alleen zijn kayak, camera en videotapes zijn teruggevonden, en vormden als zodanig de basis voor onderstaande fascinerende documentaire van bijna een uur. Andrew McAuley, een excentrieke sportfanaat.



Wat moet je hier verder nog van vinden. Waanzinnig natuurlijk, ik hou ook wel van een avontuurtje, een beetje adrenaline houdt je scherp. De vergelijking gaat enigszins mank, maar met een zeilbootje in de Duitse Bocht bij een dikke 8 Bft. NW is ook niet alles, maar er zijn grenzen.
Aan de andere kant, alleen door je grenzen te verleggen ontdek je wie je bent!

donderdag, augustus 02, 2012

langs het Nijkerkernauw


Het fietstochtje Nijkerk-Spakenburg over de dijk langs het Nijkerkernauw stelt qua afstand niet zoveel voor, hooguit 20 km v.v. Maar het zijn wel twintig onvergetelijk mooie kilometers, en helemaal met dat fraaie weer van gisteren. Enerzijds de Arkemheense polder, één van de oudste polders van Nederland, en anderzijds het randmeer van Zuidelijk Flevoland dat hier Nijkerkernauw heet. De grote verscheidenheid hier aan flora en fauna, doet je van begin tot eind beseffen dat je dwars door een prachtig natuurreservaat fietst. Een beetje jammer dat we daar niet bepaald alleen fietsten op dat iets te smalle fietspad. Maar dat hadden we natuurlijk ook kunnen verwachten in deze tijd.

De drukte was trouwens niets vergeleken bij wat we in Spakenburg meemaakten. Wisten wij veel, we vielen toevallig met onze neus in één van de z.g. Spakenburgerdagen, die dit jaar al voor de 42e keer op 4 woensdagen in de zomerperiode is georganiseerd. Op de Oude Haven, de Turfwal, Oude Schans, Spuistraat/plein en Kerkstraat konden we over de hoofden lopen. En dat viel met de fiets aan de hand niet echt mee. Wat een toestand, ook wel weer een beetje gezellig natuurlijk, één en al beweging en oponthoud. Een haven vol prachtige botters, en een eindeloos voort schuifelende mensenmassa, die zich al etende langs de vele kraampjes op straat bewoog. Wat een verschil met de weldadige rust die de eeuwenoude botterwerf van Nieuwboer uitstraalde aan de Oude Schans. We hadden het wel gezien hier, nog even een visje eten en dan gaan we weer verder. Nabij de in 1985 gebouwde beiaardtoren was zowaar een bankje vrij, even zitten, en genietend van ons visje daar, zong een viswijvenkoor zich op het Spuiplein de longen uit het lijf.

Nieuwsgierig geworden door de rokende schoorsteen van stoomgemaal 'Hertog Reijnout', hebben we op de terugweg dit in 1883 gebouwde, en nog volledig functionerende gemaal annex bezoekerscentrum 'Arkemheen' bezocht. Leuk, ze hielden een z.g. zomermaaldag voor het publiek à €. 3,50 p.p.



Het water in de Arkemheense polder wordt tegenwoordig door elektrisch aangedreven pompen op peil gehouden, maar bij calamiteiten wordt het door vele vrijwilligers onderhouden cultuurhistorische monument nog regelmatig ingezet. Boeiend, die oude technieken! Na nog een kopje koffie daar, zijn we aan de laatste kilometers begonnen. En een kwartiertje later hadden we de fietsen weer op de trekhaak zitten.

zondag, juli 29, 2012

druk op zee


De Noordzee is niet de wildernis die we er graag in zien. De Noordzee is een industrieterrein. Met deze kop opende Toine Heijmans j.l. vrijdag zijn column in de Volkskrant. Een raak en zeer herkenbaar stukje voor een ieder die wel eens op OP ZEE zoals hij zijn stukje noemd, gevaren heeft.

Zijn poëtische omschrijving van de golven en het vallen van de avond op zee is een feest der herkenning. Alles klopt en is oké, het belooft een mooie tocht te worden naar Helgoland, Cuxhaven, Great Yarmouth, Lerwick, Bergen of whatever. Je ligt lekker op koers, de zeilen staan er mooi bij, en af en toe dartelen enkele bruinvissen rond de boot. Geleidelijk aan zeil je de nacht in, vuurtorens gaan branden, de zon zakt in de zee en de maan komt even later groot en rood op. En in je kielzog wordt al dat moois nog eens geaccentueerd door zeevonk, een blauwgroene neonachtige gloed, die ons als een schaduw volgt. Wat een sfeer, we raken min of meer in trance.

Een heldere nacht, je raakt gewend aan het donker en ziet steeds meer lichtjes. Behalve een majestueuze sterrenhemel, zien we in de verte ook de lichtjes van de grote jongens, die met een vaart van 20 à 25 knopen over de 6 nm brede shipping lane denderen. Het is vrij druk zo te zien, toch zullen we er straks doorheen moeten. Een uur lang extra op je qui vive zijn voor schepen en ronddrijvende rotzooi tijdens de oversteek van één van de meerdere snelwegen die de Noordzee rijk is.


Stichting De Noordzee: Clean Shipping from Pixodus on Vimeo.

Maar we zien nog veel meer lichtjes op een gegeven moment, de lichtjes van een enorm windmolenpark, en weer een poosje later zien we in de verte de feestverlichting van een groot boorplatform. En wat is dat, ineens zitten we tussen enkele viskotters. Met hun onoverzichtelijke kerstboomachtige werkverlichting is het lastig inschatten hoe ze precies varen met hun sleepnetten. Ze komen soms recht op je af, zodat je als de bliksem je koers verlegd, maar dan blijken ook zij dat te doen, zodat je maar snel weer op je oude koers gaat zitten. Die jongens zijn gewoon aan het werk, ze varen alle kanten op. Wij moeten opletten, niet zij! En dat gold uiteraard ook voor de grote zeesleper met sleep waar we bij het krieken van de dag voor uit moesten wijken.

Er gelden regels op de Noordzee waar iedereen zich aan moet houden. Evengoed dreigen ontwikkelingen op diverse gebieden kennelijk uit de hand te lopen. In dat opzicht is de Noordzee wel degelijk een wildernis, iedereen doet maar wat. Windmolenparken, olie- en gasboringen, platformen, (shutle)tankers en andere koopvaardijschepen, kabelleggers, de in hoge mate geïndustrialiseerde visserij, dumpen van allerlei afval, baggeren en her en der verleggen van kustlijnen, toerisme, etc. etc. De Noordzee is een echte werkzee geworden, en verdere ontwikkelingen op alle gebieden gaan in rap tempo door! Al die activiteiten buitengaats moeten zo langzamerhand centraal worden gecoördineerd. Zonder een samenhangend internationaal plan wordt het buitengaats een groot rommeltje. Het is hoog tijd voor 'Ruimtelijke Ordening' op zee las ik eens!

En dat gaat min of meer een keer gebeuren. Er zijn al enkele projecten opgestart om het gebruik van de zeeën in Europa te regelen. In het project CoExist maken een aantal Europese landen afspraken over o.a. de visserij en aquacultuur in de kustgebieden van Europa. (zie ook m'n stukjes Noordzee van 3-11-'08 en Klaverbank van 8-10-'11)

The Project
•Multidisciplinary project with thirteen partners from ten European countries, coordinated by the Norwegian Institute of Marine Research.
•Funded by the European Commission Seventh Framework Programme.
•Project duration: 36 months, started April 2010.

The challenge
Europe’s coastal zones are of great socio-economic value, they are however also under pressure to balance competing activities and face potential conflict for space allocation. Stakeholder groups are diverse and represent diverse sectors, particularly fisheries, aquaculture, tourism, wind farm operation, and nature conservation in marine protected areas. Above all this is the requirement to preserve a valuable natural resource and meet environmental protection rules and regulations. This is the challenge the COEXIST project fac


Goede voornemens lijkt mij, 'k ben erg benieuwd naar de ontwikkelingen. Als ze zich aan de planning houden, weten we als het goed is volgend jaar april meer. Ik vraag me trouwens af, hoe men kan voorkomen dat gemaakte afspraken niet na worden geleefd.

vrijdag, juli 27, 2012

Theaterspektakel


Woensdagavond samen met J, J, C en H naar 'HaRT' geweest in Almere, de recentste spektakelvoorstelling van het in 1990 opgerichte theatergezelschap VisàVis. Zoals gewoonlijk bij VisàVis, speelde de voorstelling zich weer af in de buitenlucht, op een locatie aan de Muiderzandweg naast Almere Strand.
Toen we een maand geleden de ticket's bestelden, wisten we uiteraard niet dat het weer zo mee zou werken, een uitgelezener zomeravond hadden we ons echt niet kunnen voorstellen, prachtig! Want ook al zit je daar op een overdekte tribune, je zou toch veel energie verliezen bij kou, wind en regen, die ongetwijfeld afbreuk zou doen aan de beleving van de voorstelling. Maar gelukkig niets van dat alles, integendeel, het was een sfeervolle avond in optima forma!

Het recycling thema van de voorstelling (waarover zo meer) beperkte zich niet alleen tot de vormgeving van het decor, maar ook in die van restaurant 'La Pou-Belle' (iets in de vuilnisbak gooien) van VisàVis. Ook daar is vormgegeven met diverse voorwerpen van de stort. En ondanks dat we lekker buiten aten, kwamen we door deze entourage toch al lekker in de sfeer van de voorstelling, die pas om halfnegen zou beginnen.

Waar ging HaRT eigenlijk over? Ik citeer een gedeelte uit het programmaboekje:
Het verhaal: GEVAARLIJKE LIEFDE OP EEN SCHEIDINGSSTATION. HaRT is een eigentijdse liefdesgeschiedenis in een bizarre omgeving. Je komt terecht achter de coulissen van een moderne milieuboulevard en ondergaat een visuele belevenis geheel in de stijl van VisàVis.
Op het scheidingsstation regeert beheerder Sam; hij maakt iedereen fijntjes duidelijk dat-als het om scheiden gaat-we allemaal volslagen sukkels zijn. En dat zullen we weten ook. Met een ondoorzichtig web van regels dwingt Sam de storters op e knieën om het afval nader te fileren (tot en met het touwtje en nietje van het theezakje) voor het zijn bestemming krijgt.
Totdat Sam, de meester in het scheiden, de goeroe van de tweede kans, wordt geconfronteerd met een menselijk stortprobleem. Zijn zoon Milo wordt verliefd op een meisje dat illegaal in Nederland verblijft. Een lastig pakket dat Milo zijn vader voor de voeten werpt. Er ontspint zich een strijd tussen vader en zoon vol heldenmoed en lafheid, liefde,venijn en fantasie. De comedy kantelt naar een thriller en vindt een hoogtepunt in het beste van een klassiek drama.
De romance in HaRT speelt zich af tegen een wereld van duurzaamheid en recycling. Is duurzaamheid de toekomst voor bodemloos geluk? Of is het slechts een alibi om meer te kunnen consumeren? Verlost van schuldgevoel dumpen we alles wat niet meer bevalt en zien we uit naar nieuwe hebbedingetjes.
De moderne mens wordt steeds beter in scheiden, niet alleen op materieel maar ook op immaterieel gebied. Het afval krijgt in HaRT een ongekend tweede leven, maar geldt dit ook voor het menselijk overschot en onze omgang met elkaar? ViséVis zoekt het voor u uit. En waar kan dat beter dan op een afvalscheidingsstation?




Nou ze hebben het uitgezocht, en bovenstaande samenvatting, een try-out filmpje van j.l. 21/5 dat ik van het internet heb geplukt, geeft een beetje een idee van hoe. Ik heb anderhalf uur lang op het puntje van de stoel (in dit geval bank) gezeten, wat een spanning. Dynamiek, ritme en balans tussen intieme en grootse momenten deden mijn aandacht geen moment verslappen. Opvallende contrasten, ontroerend ook hoe in een verstild moment een klein Balkankoortje begon te zingen!
Wat mij betreft hebben ze in de voorstelling goed laten zien, dat het laagje vernis van beschaving in onze samenleving erg dun is. De reusachtige berg afval die we met z'n allen produceren is tegelijkertijd big business. En daarin mag de menselijke aanwezigheid niet worden veronachtzaamd, vandaar ook dat de voorstelling HaRT heet.

Een pakkender voorstelling heb ik volgens mij de laatste jaren maar zelden gezien. Ernst en luim, momenten dat je niet bij kwam van de lach, werden in straf tempo gevolgd door momenten van medeleven en ontroering, een prachtige voorstelling. Dat er kennelijk meer zo over dachten, bewees het enthousiaste en langdurige applaus wel van de ruim 700 toeschouwers op een afgeladen tribune. Na afloop met z'n allen nog even een drankje genomen bij halve maan, kampvuur en een magnifiek, enigszins mysterieus verlicht plastiek dat was samengesteld uit groene en kleurloze petflessen.

donderdag, juli 26, 2012

Zeilen met de 'Poolster'


Onze jongste dochter aan de lijn, of we zin hadden in een dagje zeilen, altijd, dat hoeven ze geen twee keer te vragen. Het beloofde een mooie dag te worden, wel een beetje weinig wind, 3 Bft, maar uit een goeie hoek om van Urk, waar ze nu lagen, naar Hindeloopen te zeilen. En zo kwam het dat we afgelopen maandagochtend al vroeg met twee auto's op weg waren naar Hindeloopen, om daarna in één auto naar S en W in de haven van Urk te rijden.

Rond half tien waren we in Urk. Vanaf de parkeerplaats zagen we de 'Poolster' al aan de kade liggen tussen allemaal scherpe jachten en motorkruisers. De 'Poolster' (157 VB) is een Lemsteraak van 11,50 x 4,25 meter met een diepgang van 0,95 meter en ruim 15 ton aan waterverplaatsing. De goed onderhouden, in 1984 in Lemmer bij de gebroeders Hummel gebouwde Lemsteraak naar een ontwerp van A. de Boer, lag er als gewoonlijk weer bij om door een ringetje te halen. Na de welkomstceremonie en de koffie gingen de trossen los. We lagen aan lager wal, ook stond er 's ochtends iets meer wind dan ze hadden voorspeld, en lagen we bovendien aardig ingeklemd. De enige manier om je goed uit een dergelijke situatie te manoeuvreren is dan de voorspring, dat werkte uitstekend en zo konden de zeilen even later probleemloos omhoog.


De ca. 27 nm tussen Urk en Hindeloopen kan ik wel dromen. Maar met een Lemsteraak had ik dat stuk nog niet eerder gevaren. De enige keer dat ik op een Lemsteraak heb gezeild, is een keer tijdens de bekende 24 uur's zeilrace met een aak die we met enkele vrienden in Workum hadden gehuurd. Maar de rakken die we toen allemaal hebben gezeild staan me niet meer zo voor de geest. Voordat alles er goed bij staat op een Lemsteraak is het een poosje hard werken. Dat hebben we echter mooi aan S en W overgelaten, wij speelden met plezier voor passagier! En daar hebben we met dat mooie weer zeer van genoten. Rond een uur of vier 'middags meerden we af naast een andere Lemsteraak in de Hylper Haven, het pittoreske havenkommetje van Hindeloopen. En ja, toen zat de vijf in het uur en werd het een tijdje nog gezelliger in de kuip dan het al was.
Na een wandeling door Hindeloopen, waarbij we uiteraard weer even stil gestaan hebben bij de feestelijk gekleurde torso's en beestenboel van Nancy in en om het sluishuis, zijn we rond acht uur op het hoge buitenterras van 'De Drie Harinkjes' neergestreken. En daar, met magnefiek uitzicht over het IJsselmeer, hebben we ons te goed gedaan aan mosselen à la Cataplana. Mosselen naar Portugees recept met stukjes chorizo, spareribs en weet ik allemaal niet wat nog meer. Gezellig en erg lekker, en ook nog eens porties waar een uit de kluiten gewassen bootwerker nog genoeg aan zou hebben!

Maar toen we in de heerlijke zwoele avond met z'n allen weer in de kuip zaten te ouwehoeren, werd ik een beetje door slaap overvallen, de copieuze maaltijd deed zijn werk. Evengoed was het toch nog bijna middernacht voor we onze kooi in het vooronder van de Poolster opzochten. Het einde van een magnifieke zeildag!
Na het ontbijt de andere morgen liepen S en W nog even gezellig met ons mee naar de auto. Grappenderwijs maakte S ons er op attent, dat we niet moesten vergeten Urk aan te doen, want daar hadden we toch nog een auto staan? Ja zeg, stel je voor, dat zou ook een mop zijn, toch lief van d'r!

De Lemsteraak.

De lemsteraak is een traditioneel Fries zeilschip. Het ontwerp komt uit Lemmer, ontwikkeld uit de Friese visaak (geschikt voor de Friese binnenwateren), op zicht is het duidelijk dat de ontwerpers bekend waren met de eeuwenoude boeier.
De eerste Lemsteraak is gebouwd in 1876 door Scheepswerf van De Boer uit Lemmer. Oorspronkelijk was de aak bedoeld als vissersschip op de Waddenzee en de Zuiderzee, met name het deel tussen Friesland en de kop van Noord-Holland. Er werd vooral mee op haring gevist, hoewel het eigenlijke vissen met haringvletten werd gedaan. De aak werd gebruikt voor transport en opslag van de vis, hierin was voorzien door een (overdekte) bun op het voordek, die tot 2,5 meter groot kon zijn.[1] Om zijn snelheid werd de aak ook gebruikt voor het vervoer van andere (levende) vis, mosselzaad naar Zeeland en mosselen van Zeeland naar België (tot aan Brussel)[3] Al snel kwam de gegoede burgerij er achter dat de lemsteraak prima geschikt was als plezierjacht. Scheepswerf van De Boer bouwde in 1907 het eerste jacht, de Johanna, die in redelijke originele staat als De Orion, nog rondvaart.[4] De bun verdween en daarvoor in de plaats kwam een achter de mast geplaatste kajuit, vaak met sier houtsnijwerk en glas-in-lood ramen. Als jacht werd de aak met drie betaalde krachten gevaren. In deze tijd kan, bij wedstrijden, de bemanning oplopen tot 10 man om snel te kunnen manoeuvreren en zeilen te wisselen.

De soepele ronde lijnen verraden de Friese achtergrond en associëren snel met de dito van de Fryske famkes. De kromme steven met de hoge kop geeft aan dat de aak het ruwe en snel stromende water van de Waddenzee en omgeving niet schuwde. De aak is ei-vormig rond gebouwd met de punt naar achteren. Het vlak is licht gebogen en het diepste punt vindt men, evenals de grootste breedte, ter hoogte van de mast. Vanaf begin 20ste eeuw werd de romp van de aken overnaads van ijzer/staal gebouwd, de eerste decennia nog geklonken, later vooral gelast. De ronde lijn zowel in de lengte- als de breedterichting zorgen niet alleen voor de goede vaareigenschappen maar zijn ook debet aan de hoge prijs. Het vraagt tijd, moeite en vakmanschap om een staalplaat twee krommingen te geven. Daarom is een lemsteraak aanzienlijk duurder dan bijvoorbeeld een schouw.

De mast had oorspronkelijk de zelfde lengte als het schip. Inmiddels zijn de aken overtuigd met een aanzienlijk hogere mast. Het roer is voorzien van een klik, op jachten vaak vervangen door een vergulde roerleeuw of een ander kunstig houtsnijwerk. Het schip is uitgerust met smalle lange zeezwaarden.
De lemsteraak is getuigd met een ruim grootzeil aan een gebogen gaffel met een losse broek dat wil zeggen, dat het onderlijk niet aan de giek is vastgemaakt. Als voorzeilen vaart men een tamelijk grote fok en kluiver en soms een halfwinder, in de wereld van rond- en platbodems jager of bezaan genoemd. Een bekende lemsteraak is de De Groene Draeck van Hare Majesteit.

vrijdag, juli 20, 2012

IJsbergen


Vanmorgen las ik in de krant dat de Petermann-gletsjer in Groenland opnieuw een stuk van zijn ijsmassa kwijt is. Een ijsschots, twee keer zo groot als Manhattan, dobbert nu rond nabij Groenland, aldus het Amerikaanse ruimtevaartbureau NASA.
Satellietbeelden tonen een duidelijke barst in de gletsjertong die rechtstreeks in de Labradorzee ofwel de noordelijke Atlantische Oceaan eindigt. Twee jaar geleden brak ook al een stuk van de Petermann-gletsjer af, toen nog twee keer zo groot als nu. De Petermann-gletsjer is één van de laatste grote gletsjers van Groenland en ligt zo'n 1.000 kilometer ten zuiden van de Noordpool op ongeveer 80º58'0" N en 61º26'0" W.


Greenpeace investigates Petermann glacier from Greenpeace on Vimeo.

De koude Labradorstroom staat er om bekend om ijsbergen zelfs tot aan de Bermuda op 32º20'0" N en 64º45'0" W en de Azoren op 38º30'0" N en 28º0'0" W te brengen, waar ze uiteraard een gevaar voor de scheepvaart vormen. Het bekendste voorbeeld is wel de ramp met de 'Titanic' in de nacht van 14 op 15 april 1912. (Het schip waarop zich de afscheidsmusical in m'n vorige stukje Dag basisschool! virtueel op afspeelde). De als praktisch onzinkbaar gebouwde oceaanreus van 269 meter lang, 28 meter breed en een diepgang van 10,5 meter, zonk op z'n eerste trip van Southampton naar New York binnen 3 uur naar de diepte, na een aanvaring met een ijsberg op ca. 41º43'35" N en 49º56'54" W. Daarbij werden vele van de 1522 omgekomen opvarenden meegesleurd naar de oceaanbodem, 3800 meter onder de waterspiegel.


Tegenwoordig hebben we geavanceerde electronica en satellieten zodat we de ijsbergen heel wat eerder in de peiling hebben dan vroeger. Maar ondanks dat, blijven het voor de scheepvaart linke obstakels. En al helemaal als er zulke enorme stukken van een gletscher afbreken, dat ze op 32º noorderbreedte (Bermuda) nog niet gesmolten zijn. Op die breedte verwacht je toch eigenlijk geen ijsberg meer!

woensdag, juli 18, 2012

Dag basisschool!


Tijdens een werkbespreking vorige week elders in het vriendelijke stadje waar ik woon, ging m'n telefoon. Ik had dat ding natuurlijk op stil moeten zetten, maar dat was ik even vergeten, dus nam ik hem nou maar op ook. Daan aan de lijn, dag opa hoe gaat het ermee? Goed jongen, maar wat verschaft me de eer? Nou opa ik heb goed nieuws voor je! O ja!? Ja, je mag volgende week maandagavond samen met oma komen kijken naar Titanic & Loveboat, de afscheidsmusical van groep 8 waar ik een aardig rolletje in meespeel. Zo, wat leuk, nou ik zal het aan oma doorgeven, waarschijnlijk kunnen we wel. We bellen je nog wel, daag! Van zijn ouders hoorde ik later, dat hij zich gezien mijn reactie had afgevraagd, of opa het wel goed nieuws had gevonden. Dat kan ik me achteraf wel een beetje voorstellen!


Rond zeven uur zaten we j.l. maandagavond samen met S, W en R en vele andere ouders en familieleden te wachten in de stampvolle aula van 'De Krullevaar' op de dingen die gingen komen. De 26 leerlingen van groep 8 verkeerden volgens mij allemaal in een feestelijke en opgewonden stemming. Buiten bij de entree, waren we door de z.g. crew van de Titanic en enkele belangrijke gasten al welkom aan boord geheten, zodat ook wij al, nog voor het spel begonnen was in scheepse sferen verkeerden. Een sfeer die in de aula nog eens werd versterkt door het constante geluid van bruisend water langs een scheepsromp.

Om halfacht werden de coulissen aan de zaalkant geopend en stelden alle 26 spelers zich in hun rol aan ons voor. De kapitein, de 1e, 2e en 3e stuurman en de bootsman. Maar ook passagiers van allerlei pluimage, dames en heren, jong en oud, een slimme zakenman (Daan), een stel criminele gauwdieven, kortom het hele scala aan leven aan boord trok voorbij. Er werd gefeest en gedanst, en er waren uiteraard verwikkelingen op de Loveboat rond verliefdheden en een huwelijksaanzoek. Maar ook verwikkelingen rond het casino, van winst en verlies en van een gestolen dure halsketting. Maar het was boven alles een vrolijke boel daar op dat schip!

Maar met het onheilspellend krassende geluid van de aanvaring met een ijsberg, kwam er aan boord na een speelduur van ongeveer een uur, toch een einde aan de vrolijke boel. In eerste instantie vond ik dat nogal een contradictie, want we weten allemaal hoe het de echte Titanic op 15 april 1912 is vergaan na de aanvaring. Toen ik me het verhaal van de Titanic dan ook voor de geest haalde, realiseerde ik me dat volgens de overlevering het feesten aan boord na de aanvaring nog gewoon even is doorgegaan. Dus ja, waarom zou de musical van groep 8 dan niet met de aanvaring kunnen eindigen?

Het knappe is volgens de onderwijzeres(sen) dat de hele verhaallijn en rolverdeling door de leerlingen zelf is opgezet en uitgewerkt. Enkel hebben ze hier en daar wat bijgestuurd, de chemie in deze groep was volgens hun heel bijzonder. Ik geloof het zo, ik heb me met deze 26 enthousiastelingen geen moment verveeld. Na afloop zagen we nog een film van die gasten, waarin ze stuk voor stuk een woordje konden doen over hoe ze 'De Krullevaar' hebben ervaren en wat ze er van vonden. Allemaal hadden ze een positief verhaal over de school en de klas en vonden ze het erg jammer dat ze nu uit elkaar gingen. Tot slot kregen ze allemaal, met of zonder knuffel van de juf, nog een diploma uitgereikt van de schoolleiding. Een diploma basisschool! Ik wist niet dat dat ook al bestond, wij kregen vroeger gewoon het laatste rapport.
Tja, en toen was het afgelopen! Komend jaar al zullen ze snelle veranderingen meemaken tussen hun oortjes, dat heeft de ervaring wel geleerd. En geleidelijk aan zullen ze elkaar toch uit het oog verliezen. De één gaat hier naar toe, de ander daar, allemaal opweg naar, ja naar wat? We zullen zien, maar ik weet haast wel zeker dat ze goed terecht komen als ze hun aanstekelijke enthousiasme weten te bewaren. Ik wens Daan in iedergeval de komende tijd op scholengemeenschap Van der Capellen veel succes en enthousiasme toe met het tweetalig atheneum.

zondag, juli 15, 2012

nonchalant, of toch vrijdag de 13e?


In de stromende regen reden we vrijdagmiddag naar jachthaven Ketelmeer in Ketelhaven. We hadden eenmaal met N en J (zie ook m'n stukje 'A wedding day' van 26 mei 2008 over dit koppel maritieme liefhebbers) afgesproken om de gennaker, die ze van ons overgenomen hadden, een keer aan te slaan op hun nieuwe aankoop, maar het was natuurlijk wel een beetje gekkenwerk zo. Alhoewel, er stond niet teveel wind en bovendien hadden ze aan het eind van de middag beter weer beloofd. Goed, maar voorlopig leek het nog nergens op!

Maar zowaar, eenmaal op de 'Bon Vivant' was het droog, en piepte er af en toe zelfs een mager zonnetje door het wolkendek. De 'Bon Vivant', een Emka 36 zeiljacht, naar ik meen gebouwd in 1987 op de gelijknamige werf in Duitsland, lag in de haven aan het eind van de laatste steiger. Nadat we het schip eens goed bekeken hadden en wat waren geacclimatiseerd gingen we aan het werk. Het was droog en de zachte bries kwam uit de goede hoek, dus konden we naar ons idee de gennaker gerust even vliegend in de box aanslaan.

Luik in het voordek open, de zak met gennaker, ook wel asymmetrische spinnaker genoemd eronder geplaatst, val bevestigd aan tophoek en hijsen maar. Meter voor meter kwam het feestelijke lichtweerzeil uit het voorluik omhoog. Toen de tophoek op hoogte was werd de val door N vastgezet en knoopte ik de halstalie zodanig vast aan de boeg, dat de halshoek net boven de preekstoel uitkwam. En toen ik de inmiddels aan de schoothoek bevestigde lijschoot, die ik gewoon in m'n hand hield wat aanhaalde, kwam de fladderende gennaker in de zachte bries in z'n volle glorie te voorschijn. Prachtig, een kind kan de was doen N, en het zeil past prima op dit stoere schip!

Op dat moment gebeurde het! Doordat we de lijschoot (nog) niet door een leioog hadden gevoerd en gefixeerd, werd ik door de plotselinge, tamelijk forse windvlaag totaal uit m'n evenwicht gebracht. Met de grootst mogelijke moeite kon ik nog net voorkomen dat ik over de zeereling de plomp in kieperde. De door m'n hand slippende lijschoot veroorzaakte een hitte die weinig goeds voorspelde. Toen ik mezelf echter achter de zeereling weer enigszins onder controle had, probeerde ik weer met alle macht grip te krijgen op de lijschoot, door deze een lus om m'n hand te laten maken. Maar het resultaat van deze dwaze poging was, dat de lijschoot op een gegeven moment in een slag om m'n pink verwikkeld zat. En toen waren de rapen echt gaar! De enorme gennaker, in staat om een schip met een waterverplaatsing van rond 8 ton door het water te sleuren, zat nu lustig aan m'n pink te rukken, zonder dat ik tegenstand kon bieden. Nog één weer wat hardere windvlaag en dan ...?!
Een lichte paniek begon zich van mij meester te maken. Maar zie, net toen ik dacht en meende te voelen, daar gaat m'n pink, was daar de sterke arm van N die langs mij heen schoot. In no time was voor mij de spanning van de lijschoot weggenomen, en kon ik m'n hand met de pink er nog aan uit z'n benarde positie bevrijden. Een serie brandblaren en een gekneusde, enigszins dwars staande pink was het resultaat van een akkevietje dat zich amper binnen meer dan één minuut had afgespeeld. Een akkevietje dat heel wat vervelender had kunnen aflopen.

De windvlagen waren inmiddels weer verworden tot een constant briesje. En toen we de gennaker weer keurig hadden opgeborgen in z'n zak onder het voorluik, hebben we maar een drankje genomen op de goede afloop, al was het voor mij voorlopig nog wel even handenwrijvend afzien van de pijn. En toen hoorden we ook het verhaal van J en J die beneden hadden gezeten, door de onverwachte helling was er in de kajuit ook enige chaos ontstaan door o.a. omvallende nattigheden die net op tafel waren bijgeschonken!

Zo werden we weer eens even fijn met de neus op de feiten gedrukt. Grote voorzeilen als gennakers, spinnakers, bolle jannen, halfwinders enz. voegen in het bijzonder een aangename en dynamische dimensie toe aan het zeilen. Vrijdag de 13e zegt me niks, daar doe ik niet aan, maar stommiteiten kennelijk wel. Want nonchalant omgaan met grote voorzeilen wordt doorgaans hard afgestraft, zelfs al lig je nog in de box!

donderdag, juli 12, 2012

Mosselparty


Het was afgelopen maandagavond druk en gezellig op het feestje in en om restaurant 'Hardersluis'. Op de mosselparty ter ere van de opening van het vernieuwde restaurant en het mosselseizoen, waren meer dan 300 mensen afgekomen. En het hadden er volgens de organisatie ruim 450 kunnen zijn, als ze door ruimtegebrek geen nee hadden hoeven verkopen. Goed, maar wij waren in iedergeval binnen voor de muzikale omlijsting van de avond. Ja, ja, 'Hodgepodge', de Irish ballads en folk songband uit Harderwijk, goed voor al uw partijtjes!

Onder grote belangstelling arriveerden de Zeeuwse mosselen voor in de avond in een jutezak per botter in de Harderhaven. En daar, nog op de kade, werden ze met kennis van zaken door topkok Roy gekeurd en goedbevonden. Kakelvers, of zeg je dat niet van een mossel? Applaus natuurlijk! Het feest was begonnen, in grote getale werden even later de dampende schalen met mosselen aangevoerd.

Al musicerend konden we vanaf het podium alles goed bekijken. We wachten wel tot de rij te overzien is dachten we, maar er kwam maar geen eind aan. En het rook allemaal zo lekker, we konden nauwelijks nog wachten. Goed, nog één nummertje dan, maar dan gaan we. Mosselen, mosselen en nog eens mosselen, met of zonder frietjes en op vele manieren klaargemaakt, heerlijk, en toen op een gegeven moment ook nog een lekkere oester voorbij kwam, was het feestmaal compleet.

Voor de rest van de avond lekker gespeeld, al was dat naar ons gevoel wel het meest voor onszelf. We konden ons niet of nauwelijks voorstellen, dat er in het kakofonische geroezemoes nog iemand naar muziek luisterde. Behang waren we, muzikaal behang! Maar toen we echter wat later in de avond vragen kregen om verzoeknummers, bleek dat er wel degelijk naar onze muziek geluisterd werd, en dat was mooi!

maandag, juli 09, 2012

De Hemelpoort


De dichter, bloemlezer, polemist, essayist, romanschrijver, kritisch waarnemer, recensent, toneelschrijver, maar bovenal mens Gerrit Komrij is niet meer! 68 jaar is hij maar geworden, terwijl deze venijnige maar ook zachtmoedige man, vilein én vriendelijk met een scherpe geest nog lang niet klaar was, las ik gisteren in een krant.
In dezelfde krant stond een rijtje quotes van hem, ik noem er enkele:

Alles wat met architecten in aanraking komt, wordt lelijk.

Waar vormgevers zijn geweest, groeit geen gras meer.

Uit een treurige reet komt geen vrolijke scheet.

Je hoeft eigenlijk alleen naar zo'n kabinet te kijken om zeker te weten dat we van de apen afstammen.

Visie: de meeste parlementariërs denken dat het een automerk is.


Vanuit mijn vakgebied gezien vind ik de eerste twee quotes uiteraard wat minder, een beetje te cynisch, maar om de laatste drie kan ik wel lachen!

Waar ik me ook vaak rot om gelachen heb, is de herhaling gistermorgen van de 'De Hemelpoort' een intervieuw door Jeroen Pauw (BNN) met Gerrit Komrij gistermorgen op TV. Kijk en luister zelf maar eens.

Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.

We zullen hem missen, maar hij leeft natuurlijk wel voort in zijn boeken en poëzie!

zaterdag, juli 07, 2012

Leven III


In m'n stukjes 'Leven' en Leven II van resp. 25 januari 2010 en 14 december 2011 heb ik het o.m. over het deeltjeslab CERN in Genève en het Higgs-boson of Goddeeltje. Woensdag 4 juli j.l. hebben de fysici in Genève de resultaten van massa's metingen bekend gemaakt. Ondanks het feit dat de wetenschappers achter de schermen nog hevige discussies voeren over de stelligheid van de ontdekking. Een discussie waarvan de strekking in onderstaande cartoon van Jos Collignon in de Volkskrant van vandaag creatief en m.i. correct is verbeeld. Maar goed, de officieel naar buiten gebrachte conclusie is dus:
Het bestaan van het Higgsdeeltje is aangetoond!


Peter Higgs (83) die in 1964 het bestaan van het deeltje voorspelde, zei niet verwacht te hebben de vondst zelf nog ooit mee te zullen maken. Wel dus, ik las dat hij volgens de legendarische Britse wetenschapper Stephen Hawking hiervoor de Nobelprijs zou moeten krijgen. Stephen Hawking zelf schijnt trouwens 100 dollar verloren te hebben in een weddenschap uit 2008 over Higgsdeeltjes met zijn Amerikaanse collega Gordon Kane. Hawking was van mening dat het CERN geen Higgsdeeltje zou vinden.

Hoe dan ook, menig fysicus schijnt nog behoorlijk huiverig te zijn om het nieuw gevonden deeltje daadwerkelijk Higgsdeeltje te noemen. We wachten maar weer af, er valt rond het gevonden deeltje sowieso nog een hoop te ontdekken!

Bovenste cartoon stond afgelopen donderdag op de voorpagina van de Volkskrant. Het is het resultaat van een door het CERN uitgeschreven prijsvraag, om op een voor ieder begrijpelijk wijze te laten zien, dat het Higgsdeeltje er voor zorgt dat materie massa krijgt.
We moeten volgens de tekenaar de materie voorstellen als een persoon die door een zaal loopt waar fysici een feestje vieren. Afhankelijk van de persoon - hier Albert Einstein - klampen meer mensen (Higgsdeeltjes) hem aan, waardoor hij traag wordt en dus zwaar lijkt. Een onbekend persoon is een lichtgewicht, hij of zij loopt bijna ongehinderd door dezelfde mensenmassa.

Volgens fysici wijst de vondst van het Higgsdeeltje op het bestaan van een veld in het universum dat andere deeltjes in hun beweging hindert, net zoals de borrelende fysici de al dan niet beroemde passanten.

vrijdag, juli 06, 2012

Kustgebieden


Dag 1, via Breda en Antwerpen naar Gent.

Thuis reeds een kamer voor 2 nachten besproken in het Campanile Hotel in Gent. Van hotel naar de historische binnenstad met de oude haven en de Gras- en Korenlei was ongeveer 10 minuten fietsen. Het was eind van de middag, de vijf zat in het uur, dus al vrij snel na aankomst in Gent zaten we op een gezellig terrasje van een verkwikkende versnapering te genieten. Een schilderachtige omgeving daar aan de Leie, prachtige gevels uit verschillende tijden, van de 13e tot het begin van de 20e eeuw. Maar daar hebben we o.a. een dag voor uitgetrokken, dus die gaan we morgen eens allemaal goed bekijken. En met een etentje in één van de vele restaurant's aan de Graslei, en een fietstochtje door het centrum terug naar het hotel, was het voor vandaag mooi geweest.


Dag 2, Fietsen, varen en wandelen door het oude Gent.

Rond halftien zaten we weer in het zadel, na uiteraard in het hotel eerst goed te hebben ontbeten. Deze keer bereikten we het oude centrum nabij de Graslei via een fietstochtje door het Citadelpark en langs De Bijloke en de Leie. Van een vaartochtje met gids over de Leie van ongeveer drie kwartier, kregen we een prachtig beeld van het oude centrum en het havengebied. Fraaie gevels en verrassende doorkijkjes allemaal. Om er maar een paar te noemen, het beroemde gildehuis van de Onvrije Schippers en het zicht op de drie torens van Gent. De beklimming vervolgens van de vele trappen in en om kasteel 'Het Gravenstein' leverde de nodige hijgpartijen op, maar met een prachtig uitzicht over de stad als beloning was het zeker de moeite waard. Trouwens evenals de bezichtiging van het wapen- en gerechtsmuseum in het kasteel.
De verkoelende rondgang daarna door de enorme Sint-Baafskathedraal met z'n prachtige gebrandschilderde raampartijen en het schilderij 'De aanbidding van het Lam Gods' van Hubert en Jan van Eyck bracht onze temperatuur weer op aanvaardbare proporties.
Na vervolgens het Museum voor Schone Kunsten en het Klein Begijnhof nog met een bezoek te hebben vereerd, zijn we terug gefietst naar ons hotel, alwaar we op onze kamer een fles wijn soldaat hebben gemaakt en in het hotelrestaurant de inwendige mens verder hebben versterkt. Einde dag 2.



Dag 3, via Oostende, Calais, Abbeville en Le Havre naar Honfleur.

Een mooie tocht bij prachtig weer. In Calais een poosje op een bankje zitten kijken naar de overkant, naar de 'white cliffs of Dover'. Glashelder, alsof het amper een halfuurtje zwemmen was, maar toch is het een slordige 30 km. We zagen diverse vrachtschepen varen in de verte, maar ook een zeiljacht. Met weemoed ging ik even terug in de tijd, en moest ik denken aan de ettelijke keren dat we daar hebben gezeild met de jachtjes die we hebben gehad, de Aurora, de Felis Onca IV en de Swing. Het zij zo, gauw verder maar weer!
In het Campanile Hotel in Honfleur hadden ze ons al een dag eerder verwacht! Stom, we hadden een verkeerde datum besproken, nu moesten we twee nachten betalen terwijl we er maar één bleven, ze waren onverbiddelijk.
Gauw vergeten maar weer! Lekker bergafwaarts fietsend hebben we ons vervolgens naar het schilderachtige, maar o zo toeristische haventje van Honfleur begeven. Het was een bijzonder gezellige boel daar, veel terrasjes en de wijn en het eten was prima. De fietstocht terug naar het hotel ging uiteraard bergopwaarts, en dat was even hard werken, maar we sliepen vervolgens des te beter. Einde dag 3.



Dag 4, via Arromanches-les-Bains, St. Lô, Avranches naar St. Malo.

We vervolgen onze trip voor een groot deel via kustwegen. Eerst naar Cabourg, dan boven Caen langs naar Courseulles sur Mer en Arromanches-les-Bains, dat tot op de dag van heden zijn inkomsten middels toerisme voor het merendeel te danken heeft aan de geallieerde invasie van 6 juni 1944. Een museumpje en restanten van de destijds aangelegde kunstmatige haven in de vorm van diverse scheef gezakte betonnen elementen in zee zijn nog zichtbaar. Verderop boven in de duinen achter Ohama Beach bij Colleville-sur-Mer, ligt de 'Normandy American Cemetery and Memorial' de Amerikaanse militaire begraafplaats waar 9386 soldaten zijn begraven. De aanblik van evenzoveel in het gelid geplaatste witte kruizen op de ruim 35000 m2 grote begraafplaats is overweldigend en dwingt tot een haast devoot stilzwijgen en respect.
Via St. Lô reden we naar Avranches, waarna we tot aan St. Malo weer zoveel mogelijk de kustroute namen. In het overwegend vlakke landschap zagen we rechts in de verte op een gegeven moment Le Mont St. Michel liggen, een rotseiland in zee waar we in het verleden al eens geweest waren.
In St. Malo vonden we onderdak in 'Ker Annick' een leuk hotelletje aan de rue Alponse Thébault, op ongeveer 5 minuten fietsen van het oude ommuurde centrum Intra-Muros. Daar hebben we in Le Corps De Garde, een eettentje op de muur aan de Montée Notre Dame met uitzicht op zee lekker gegeten. Vervolgens hebben we voordat we ons hotel weer opzochten, nog een poosje rond gefietst in het historische centrum, maar toen hadden we het ook voor deze dag wel weer gezien. Einde dag 4.



Dag 5, via St. Brieuc, Palmpol en o.a. Ploumana'h en Trébeurden naar Roscoff.

De prachtige kustroute is zeker niet de snelste route, en door de vele pitstops die we maken, duurt het allemaal nog langer voordat we op de plaats van bestemming zijn, maar we genieten volop van het landschap, de zee en de mooie vergezichten. We hebben vakantie dus zeeën van tijd!
In Roscoff vonden we aan het eind van de middag een leuke kamer met uitzicht op zee en de haven in hotel 'Bellevue' aan de Rue Jeanne d'Arc. De meeste jachten in de grote haven lagen afgemeerd aan moorings (ankerboeien), waarvan vele op dat moment op het droge lagen. En enkele flinke vistrawlers lagen met de kiel op de grond scheef tegen de kademuur van de pier aangezakt. Het getijdeverschil in de haven kan daar oplopen tot ruim 6 meter.
Ik had me een beetje verheugd op de Bretonse mosselen die werden aangeprezen. Maar die vielen in restaurant 'La Moussaillonne' aan de Rue Amiral Reveillere zwaar tegen. Van de doorgaans veel te kleine mosselen waren er veel ook nog niet open te krijgen. Eigenlijk had ik ze niet moeten accepteren, ik had daar beter net als J een lasagne kunnen nemen. Goed, andere keer beter!
Na nog een wandeling over de pier, hebben we daarna met een glas wijn vanuit onze hotelkamer nog lang naar de zee, de bootjes en de prachtige zonsondergang zitten kijken. Einde dag 5.


Dag 6, via o.a. Ménéham, Portsall, Porspoder en Le Conquet naar Plougonvelin.

Wederom een prachtige kustroute waar we alle tijd voor nemen. Uiteraard zijn er wel verschillen en is het ene stuk mooier dan het andere. Maar omdat allemaal te beschrijven wordt me teveel. Toch wil ik wel een paar uitschieters noemen t.w. de kustwegen en uitzichten bij L'Aber-Wrac'h, nabij Portsall (waar eind jaren zeventig de super olietanker 'Amoco Cadiz' op de rotsen liep), bij Lampaul-Plouarzel en nabij Le Conquet. Je raakt er niet uitgekeken, het blijft maar boeien.
Tegen 4 uur 's middags waren we in Plougonvelin, waar we aan de rue des Sternes een huisje hadden gehuurd voor één week. De eigenaar was reeds aanwezig dus konden we de boel al snel gaan inrichten, na uiteraard eerst alle formaliteiten al koeterwalend te hebben afgewikkeld. We waren alleen met de vogels, verder was het doodstil. Maar boven vanuit ons slaapkamerraam zagen we de zee liggen. Ook hier weer vele bootjes aan moorings afgemeerd, en af en toe in de verte op de Goulet de Brest een zeiljacht of vrachtschip zeewaarts of richting Brest varen. En met een wijntje op het terras, werden we het met elkaar eens dat het ook voor deze dag weer mooi geweest was. Einde dag 6.


Dag 7 t/m 12, vanuit ons huisje diverse trips in de nabije en wat verdere omgeving.

Pointe de St-Mathieu, Brest, Brest en nogmaals Brest, Crozon, Morgat, Roscanvel, Camaret-sur-Mer en nog vele andere plaatsen en gehuchten die we hebben bezocht of op z'n minst zijn doorgereden.

Pointe de St-Mathieu:
Behalve om zijn ligging is deze plek bekend om de ruïnes van de abdijkerk en zijn vuurtoren, waarvan de lichtstraal een bereik heeft van 55 à 60 km. En verder hebben ze er een gedenkzuil opgericht voor de Franse zeelieden die in de 1e wereldoorlog zijn omgekomen.


Brest:
In het Océanopolis, het Cultuurcentrum voor wetenschap, techniek en de zee hebben we een aantal uren onze ogen uitgekeken. Ze laten daar een natuurlijke en wetenschappelijke aanpak van de waterwereld zien via spectaculaire aquariums die de verschillende oceanen (polair, tropisch en gematigd) weergeven.
We hebben daar volgens mij ongeveer alle fauna en flora uit de wereldzeeën gezien!


Brest:
Hadden we rond het middaguur met enige moeite eindelijk onze auto geparkeerd, was het museum gesloten! Dat was balen, pas over ca. 2 uur zou het Musée des Beaux-Arts zijn deuren weer openen. Dan maar een wandeling in de botanische tuin aldaar, de z.g. Conservatoire botanique national et Jardin du Stang Alar. Met de wandeling door een gedeelte van dit prachtige park zijn we uren zoet geweest. Van een bezoek aan het museum is het daarna niet meer gekomen.


Brest:
Op weer een andere dag zijn we naar het Marine museum geweest, het Musée de la Marine zoals ze dat hier noemen. Alle pracht en praal van de 18de-eeuwse zeilschepen hebben we daar gezien, modellen, navigatie-instrumenten, beelden en schilderijen. Maar ook moderner materiaal als o.a. een duikboot in pocketformaat uit de 2e wereldoorlog.


Crozon, Morgat, Roscanvel en Camaret-sur-Mer:
Hemelsbreed was het maar een stukje van Plougonvelin naar Crozon en omstreken, maar over de weg via Brest en Le Faou was het een veelvoud daarvan. Je moet namelijk wel helemaal om de zeearm (o.a. Goulet de Brest, Rade de Brest en Anse de Poulmic) heen rijden om op het bewuste schiereiland te komen. Geen probleem, het was de moeite weer meer dan waard, vooral het gebied nabij Roscanvel en Camaret-sur-Mer is een plaatje. Prachtige rotskusten en dito vergezichten!


Behalve genoemde uitstapjes hebben we natuurlijk ook nog wel wat anders gedaan. We hebben gefietst in de nabije omgeving van Plougonvelin, we hebben daar op terrasjes gezeten en we hebben met enige regelmaat Intermarche, de plaatselijke supermarkt bezocht. Verder hebben we in het adembenemend stille huisje (geen muziek, radio en tv) ook nog een paar boeken gelezen. Einde dag 7 t/m 12.

Dag 13, via Brest, St. Brieuc, Bayeux naar Luc sur Mer.

Eenmaal door Brest ging het snel. De kilometers vlogen om over de N12, we waren in no time in St. Brieuc. Onderweg wel een keer een flits gezien, wat dat te betekenen heeft zal ik de komende tijd wel een keer merken. Over de N176 ging het na St. Brieuc verder richting Avranches, waar we de A84 namen tot aan een afslag even voor Caen, richting Bayeux en de kust. We vonden uiteindelijk een kamer met uitzicht op zee in hotel restaurant 'Le Beau Rivage' in Luc sur Mer. Na de maaltijd in het restaurant hebben we nog een aardige wandeling gemaakt over de boulevard en de pier aldaar. En op onze kamer hebben we vervolgens nog een tijdje kunnen genieten van een werkelijk fantastische zonsondergang. Einde dag 13.


Dag 14, via Caen, Le Havre, Fecamp, Dieppe, Abbeville en Calais naar Knokke-Heist.

Eerst Caen ronden, vervolgens over de A13 en de A29 langs Le Havre via een prachtige brug over de Seinemonding richting Fecamp aan de kust. Verder over de D925 via Dieppe naar Abbeville, waar we de A16 oppikken naar Calais en richting België. De bedoeling was een onderkomen voor de nacht te vinden in Oostende, maar dat viel door de grote drukte daar vies tegen. Dan Blankeberge maar proberen, ook niet, Zeebrugge dan, uiteindelijk vonden we een prachtige kamer in hotel St. Yves in Knokke-Heist, wederom met uitzicht op zee. Aan het Heldenplein in de serre van restaurant 'le Héros' hebben we ons vervolgens een tijdje prima weten te vermaken met geitenkaas en heerlijke tongetjes.
Op de onze kamer voetballen zitten kijken, Italië-Spanje de finale van het EK. Zelden een club tijdens een finale zo zien verliezen als Italië. Leuk natuurlijk voor de Spanjaarden, die konden wel een opkikkerdje gebruiken.
En ook hier hebben we op onze kamer weer kunnen genieten van een prachtige zonsondergang op zee! Einde dag 14.


Dag 15, via natuurpark Zwin, Westerscheldetunnel, Veerre, Schelde Dam en R'dam naar huis.

's Morgens naar de (jacht)haven van Zeebrugge gefietst en daar een poosje zitten kijken. Daarna wilden we in natuurpark het Zwin gaan fietsen, maar dat was bij nader inzien niet zo'n goed idee, het Zwin is eigenlijk toch meer een wandelgebied. Rijden dan maar, naar Veere daar hebben we nog altijd goede herinneringen aan, lunchen aan het Veerse Meer. Via de Westerscheldetunnel was het vanuit Zeeuws-Vlaanderen een peuleschil, en zo zaten we dan ook mooi rond het middaguur in het zonnetje aan het Veerse Meer te lunchen. Aan de haven bij Jachtclub Veere hebben we daarna nog een biertje gedronken, en toen was het weer tijd om verder tegaan. Via de Schelde Dam naar Rotterdam, Utrecht, Amersfoort en verder. Rond halfzes 's middags waren we thuis en konden we de auto gaan uitladen! Einde van dag 15, en van een boeiende 15 daagse trip door de dynamische kustgebieden van Bretagne, Normandië, Vlaanderen en Zeeland.

zondag, juni 17, 2012

vrijetijdsperikelen


Met ons zeiljachtje lag het vele jaren achtereen voor de hand wat we in vakantietijd gingen doen, maar nu we die niet meer hebben moeten we dat opnieuw ontdekken. Een luxeprobleem waar we nog aardig wat moeite mee hebben. Twijfelachtigheden troef, we weten gewoon niet wat we willen. Komt de één met een plan, dan veegt de ander het om allerlei reden van tafel, en andersom even dito. Zucht, had ik m'n bootje nog maar!
Diverse plannen zijn de laatste tijd de revue gepasseerd, om er maar een aantal te noemen, met eigen auto naar Londen en omgeving, een trektocht met een camper door Schotland, Ierland of Bretagne of lekker fietsen van hotelletje naar hotelletje in eigen land. Lastig allemaal, maar toch nog min of meer tot beider verrassing hebben we onlangs de knoop ineens doorgehakt met bestemming Bretagne.

Een trektocht met eigen auto en fiets, met het historische vissersstadje Le Conquet op het uiterste puntje van Finistère in Bretagne als eindbestemming. De trip naar Le Conquet, waar we een huisje hebben gehuurd, willen we in etappes uitvoeren via hotelovernachtingen, sightseeing en museumbezoekjes in o.a. Gent, Honfleur, Saint-Malo. De terugweg doen we op dezelfde wijze met uiteraard andere, nog nader te bepalen pitstops.

Eerst naar Gent met z'n historische binnenstad en vele bezienswaardigheden, en daarna naar de prachtige havenstadjes Honfleur en Saint-Malo. Maar ook het tot bezinning stemmende Omaha Beach Memorial ligt op ons pad, en zullen we zeker aandoen.
Verder zie ik me al slenteren langs de haventjes en de visafslagen met heerlijke zeevruchten en weet ik allemaal niet wat. En wat te denken van een zeiltochtje daar naar één van de eilandjes voor de kust, of een fietstocht over de route touristique, ofwel de prachtige kustweg langs de oceaan.
Maar het naar alle tevredenheid stemmen van het één en ander, zal uiteraard voor een belangrijk deel door het weer worden bepaald. Daarom nemen we sowieso ook een aantal boeken mee.

dinsdag, juni 12, 2012

roadmovie



Gisteravond in JT Amersfoort (Grand Théâtre) Jackie gezien, de Nederlandse roadmovie die j.l. 7 mei in het DeLaMar theater in Amsterdam haar première beleefde. De hoofdrollen in de 90 minuten durende film van regisseur Antoinette Beumer werden gespeeld door Carice van Houten als Sofie, Jelka van Houten als Daan en Oscar winnares Holly Hunter als Jackie.
De spil van het verhaal is Jackie, een oude hippie die in de jaren zeventig draagmoeder is geweest voor een Amsterdams homokoppel. Hun dochters, de tweeling Sofie en Daan, krijgen 33 jaar later totaal onverwacht een telefoontje vanuit de VS met het nieuws dat hun ’baarmoeder’ in een ziekenhuis is opgenomen met een lastige beenbreuk.
Sofie is single en leeft voor haar werk als tijdschriftredactrice. De tien minuten jongere Daan heeft een relatie met de sullige Joost. Sofie is stoer en zelfverzekerd, Daan conflictvermijdend en verlegen. Ook in de discussie om Jackie te leren kennen verschillen ze als dag en nacht. Sofie heeft helemaal geen zin om, zoals ze zegt, ’die leverancier van eicellen’ te ontmoeten, terwijl Daan dolgraag kennis wil maken met haar moeder.



Als Sofie haar zin had gekregen was er uiteraard geen film geweest, maar Daan weet haar zus te overtuigen. Het avontuur dat ze vervolgens beleven had geen van beiden van tevoren kunnen bedenken. Moeder blijkt aanvankelijk een secreet van een mens te zijn, en mag wegens beschadigde trommelvliezen niet vliegen. Er is dan maar één manier om het revalidatieoord te bereiken, en dat is on the road, met Jackies oude camper dwars door de woestijn van New Mexico. Tijdens deze trip leren ze zichzelf en elkaar een stuk beter kennen. De zusjes van Houten hebben uiteraard weinig moeite met het neerzetten van een geloofwaardige zussenband. Hun samenspel oogt natuurlijk, grappen en grollen ontstaan zo te zien spontaan tijdens opnames en ruzie maken gaat ze ook goed af. Carice kan op een nonchalant charmante manier hysterisch en kwetsbaar zijn. En Jelka's zangtalent wordt zowel achter het stuur als bij het kampvuur en in de kroeg breed uitgemeten. Terwijl Holly Hunter fascineerd als de onaangepaste Jackie, die met één blik al weet te ontroeren.

Het vrijheid blijheidverhaaltje, het scenario is bedacht door Marnie Blok en Karen van Holst Pellekaan, is voornamelijk komisch met zo af en toe een ontroerende passage. Maar temeer door het prachtige acteerwerk van beide zusjes en hun draagmoeder, vond ik het een film die de moeite van het kijken zeker waard was.

vrijdag, juni 08, 2012

sferen van weleer



Het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem is al in 1912 opgericht en viert dit jaar dus haar honderste verjaardag. Maar voor zover ik mij kan herinneren was ik tot voor gisteren nog nooit in dit bijzondere museum geweest. Hoewel ik er in het verleden vaak langs reed, toen ik een ontwerpproject had voor Omroep Gelderland aan de Rosendaalseweg, en op de Schelmseweg tussen de bomen door altijd wel een glimp van een paar bouwwerken opving, is het van een bezoek nooit gekomen. Hoe dat zo kwam weet ik niet, mogelijk door het feit dat je er van kinds af aan middels school en allerlei documentaires in de tijd zo vertrouwd mee geraakt was, dat een daadwerkelijk bezoek niet relevant was of steeds werd uitgesteld. Hoe dan ook, we zijn er nu geweest en het was prachtig, ondanks de overlast die we af en toe ondervonden van veel ontzettend drukdoenerige schoolkinderen. We zijn begonnen met een rondritje in de tram over het hele terrein. Bij halte F, ofwel bij de kasteelboerderij zijn we uitgestapt en hebben vervolgens te voet het terrein met de grote diversiteit aan bouwwerken die Nederland in het verleden en heden rijk was en is verder verkend. Het museum heet volgens ons met recht 'Het Nederlands Openluchtmuseum'. Want integenstelling met bijvoorbeeld het ons goed bekende Openluchtmuseum in Enkhuizen, dat zich hoofdzakelijk richt op de cultuur rond het voormalig Zuiderzeegebied en het huidige en toekomstige IJsselmeergebied, gaat het museum in Arnhem over culturen en historische gebouwen uit alle windstreken van Nederland. Het is keihard werken als je alles op één dag gezien wilt hebben op het 44 hectare (88 voetbalvelden) grote terrein.

plattegrond Openluchtmuseum
De oprichter las ik, was generaal F.A. Hoefer (1850-1938), die na een val van zijn paard niet meer in het leger kon werken. Het was rond 1900, de tijd dat de industrie op kwam zetten. Veel werk dat vroeger met de hand werd gedaan, werd door machines overgenomen. Machines werkten sneller en beter. Veel mensen, en ook generaal Hoefer, waren bang dat straks niemand meer zou weten hoe het leven vroeger was, en wilden daarom een museum oprichten. Dan kon iedereen altijd zien hoe het leven in Nederland verliep in de tijd voordat al die machines er waren. Hoefer had in de Zweedse hoofdstad Stockholm het Openluchtmuseum Skansen gezien en daar was hij van onder de indruk. Zo'n soort museum wilde hij hier ook gaan oprichten. Een vriend van Hoefer, die burgemeester in Arnhem was, heeft hem daarbij geholpen en kunnen bewerkstelligen dat het museum daar op landgoed 'De Waterberg' kon worden gerealiseerd. In 1918 opende het museum officieel haar poorten. Er waren toen zes gebouwen. Het doel van het museum was (en is nog steeds) om het dagelijks leven vanaf ongeveer 1600 te laten zien. Je ziet er dus gebouwen en voorwerpen die laten zien hoe het dagelijks leven van gewone mensen vroeger was.

De gebouwen die in het openluchtmuseum staan, hebben heel lang, soms eeuwenlang, ergens anders gestaan. De gebouwen komen uit alle provincies van Nederland. Het museum koopt zelf een gebouw of de eigenaar geeft zijn gebouw aan het museum. Het gebouw komt pas na een gedegen onderzoek naar o.a. leefwijze, gebruik en inrichting naar het museum toe. Nadat alles is opgeschreven en gefotografeerd, wordt het gebouw steen voor steen of plank voor plank afgebroken, om vervolgens op het museumterrein weer te worden opgebouwd, precies zoals het er eerst uitgezien heeft.
Het museum is continue in beweging. Het begon ooit met een paar huizen en molens, maar het werden er steeds meer. De laatste verplaatsing van een gebouw was de grote woonboerderij uit Hoogmade in 2004. De boerderij uit dit Zuid-Hollandse dorp nabij Leiden is daar in de 17e eeuw gebouwd aan de Boskade, maar moest plaats maken voor de aanleg van de hogesnelheidslijn (HSL). Maar steen voor steen of plank voor plank afbreken doen ze doorgaans niet meer, te duur. Nu wordt het object vaak in grotere stukken gezaagd tot een soort van bouwpakket, dat vervolgens op het museumterrein weer op de juiste manier in elkaar wordt gezet.

We ervaarden ons bezoek aan Het Nederlands Openluchtmuseum als een reis door de tijd, vertoeven in sferen van weleer. Een boeiende en onvergetelijke ervaring!

woensdag, juni 06, 2012

Nederlandse landschappen


Wonderlijk natuurlijk - Nederlandse landschappen verbeeld. Een expositie in de Botanische Tuinen van de Universiteit Utrecht van 120 foto's gemaakt door Paul Ridderhof en Lucy Hooft. Foto's van ca. 1,50 x 2,00 meter op 60 dubbelzijdige panelen, die samen een beeld geven van de natuurlijke landschappen in Nederland. De wandeling langs al deze foto's van afwisselende landschappen die Nederland rijk is, was enerzijds een feest der herkenning en anderzijds een verrassende ontdekking, prachtig, en wat een diversiteit! En tegelijkertijd drong het besef door, dat we mede verantwoordelijk zijn voor het behoud daarvan. De foto's zijn uiteraard momentopnames en in een bepaald tijdsbestek gemaakt, maar landschappen zullen zonder enige twijfel veranderen door o.a. klimaatveranderingen en nieuwe ontwikkelingen in de samenleving. We zijn daarom continue verplicht aan onszelf en generaties na ons, om met begrippen als o.a. natuurbeheer en -beleid, duurzaamheid, milieurisico's en aanpassing verantwoordt om te gaan!

Hoewel ik vroeger regelmatig in de Uithof kwam vanwege uitwerking ontwerp en bouw van het nabij gelegen Tandheelkundig Instituut (Environmental Design uit Amersfoort) dat momenteel de faculteit Farmacie huisvest, was ik nog nooit in de Botanische Tuinen Utrecht geweest. De organisatie Botanische Tuinen Utrecht dateert al van 1639, maar is sinds 1965 gevestigd op het terrein rond Fort Hoofddijk in de Uithof, het universiteitscentrum van Utrecht. De tuin bestaat uit een rotstuin (1965), een systeemtuin, een kassencomplex (jaren ’80) en een thematuin (1995). Fort Hoofddijk dateert uit 1879 en maakte onderdeel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Die strekte zich uit van Naarden, aan het IJsselmeer, tot de Brabantse Biesbosch. In Fort Hoofddijk zelf wordt tegenwoordig geofysisch en paleomagnetisch onderzoek voor de faculteit Aardwetenschappen verricht.

Beter laat dan nooit, maar het feit dat we die mooie tuin tot nu toe altijd links hebben laten liggen is eigenlijk een omissie van formaat. Om maar te zwijgen over het feit dat ook nu niet de tuin, maar de fotoexpositie de directe aanleiding was van ons bezoek. Goed, het is niet anders, maar wat een prachtig gebiedje daar in de Uithof, zo midden tussen het geweld van al die grote gebouwen! Daar komen we ook in een ander jaargetij, wanneer die prachtige landschapsfoto's van Nederland allang weer weg zijn, zeker weer eens terug.
De tuin heeft een aantal in het oog springende onderdelen zoals de grote door Willy H.Fromme (1915-2008) ontworpen rotstuin, die aansluitend het fort is aangelegd met behulp van 2100 ton rotsachtig materiaal uit de Ardennen, en te boek staat als de grootste rotstuin van Nederland. In de rotstuin groeien berg- en rotsplanten uit de hele wereld. Een deel van de gebruikte stenen zijn Hoogoven-sintels, die uit de rotstuin van het Cantonspark in Baarn kwamen, die ook door Fromme en de hortulanus Muyser was aangelegd. Andere stenen werden door Fromme persoonlijk uitgezocht in Ardense steengroeven. Verder is er o.a. een systeemtuin, waar planten naar familieverwantschap bij elkaar geplaatst zijn, een heemtuin met wilde planten uit het Kromme Rijngebied, een thematuin, een bamboebos en een taxodiummoeras te bezichtigen, en zijn er diverse kassen en een vlinderhof te bewonderen.

Voorheen Tandheelkundig Instituut, 1970-1974
Fort Hoofddijk, 1879


zaterdag, juni 02, 2012

bluegrass in poptempel


In Q-Park Byzantium, de parkeergarage aan de Tesselschadestraat nabij het Leidse Plein, was j.l. donderdag nog wel een plekje te vinden. Bij het oversteken van de Stadhouderskade zat ik bijna onder een fiets. Je let wel op auto's, maar met fietsers was ik even niet bezig, terwijl ik drommels goed weet dat die gasten hier vanouds massaal door rood rijden. Maar goed we hadden nog tijd genoeg, dus kon ik in Café Americain mooi even bijgekomen van de schrik. Geheel conform afspraak liepen we vervolgens tegen tienen H en M voor de deur van Paradiso tegen het lijf. We wilden namelijk een gunstig staplekje dicht bij het podium zien te bemachtigen, voor het concert in de kleine zaal van de Amerikaanse band The Hackensaw Boys dat om half elf zou beginnen.

The Hackensaw Boys is voor jong en oud misschien wel één van 's werelds hipste bluegrassorkesten. Ook nu weer wisten ze met een punkachtige dynamiek, de klassieke folk- en bluegrassmuziek, met uiteraard ook Ierse invloeden, uit de schilderachtige Appalachen actueel en opwindend te brengen. Buiten de voortreffelijke vocale capaciteiten van de zevenmansband uit Virginia, maakten ze daarbij gebruik van onder andere banjo, gitaar, mandoline, fiddle, harmonica, contrabas en een volgens mij zelf in elkaar geknutseld percussie-instrument in de vorm van een stel, aan een soort wasbord geknoopte conserveblikken. Het gebouw aan de Weteringschans kan wel tegen een stootje, dat heeft het in de tijd wel bewezen. Maar toen door ons ritmische gestamp de vloer in trilling kwam, dacht ik toch even een moment aan onze veiligheid. Het was prachtig allemaal, en toen de heren tegen een uur of één van het podium af kwamen en in een kring tussen het publiek verder speelden was de euforie totaal.



Paradiso, in 1879 als kerk voor de Vrije Gemeente ontworpen in neoromaanse stijl door architect G.B. Salm (1831-1897), is na een kraakperiode in 1968 officieel geopend als Cosmisch Ontspanningscentrum. Daar moest ik nog even aan denken, toen ik bij de entree de kaartjescontroleur bozig tegen iemand hoorde zeggen of ze s.v.p. buiten wilde gaan roken, terwijl ze n.b. al in het buitenportaal stond! Wat een mierenneuker! Dat is wel effen wat anders dan in de jaren zeventig, de tijd van het Cosmisch Ontspanningscentrum zal ik maar zeggen, toen kwamen de hasjdampen uit de poptempel je bij wijze van spreken aan de overkant van de Weteringschans al tegemoet drijven. Overigens heb ik niet zoveel concerten meegemaakt in Paradiso, ik herinner me eigenlijk alleen nog goed de concerten van Frank Zappa, Jango Edwards en Texas Tornados, en dat is lang geleden.

Maar het concert van The Hackensaw Boys zal me zeker ook lang bijblijven. Wat een energie en lol hebben die gasten. Het was warm, zweterig en vol in dat kleine zaaltje, maar we hebben ons desondanks tot in de kleine uurtjes goed vermaakt.