zondag, mei 03, 2015
florissant rondje in het zadel!
Een mooie voorjaarsdag, wat doet dat eigenlijk met je? Veel, en daar voel ik mij heel senang bij. Toen ik gisteren met mijn geliefde een stukje achter m'n neus aan fietste, speelde me geregeld het refrein van 'Wie döt mie wat' door het hoofd. Een prachtig liedje in het Drents van Daniël Lohues (1971) over een genoeglijk fietstochtje waarvan het refrein als volgt gaat:
wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage 'k
heb de banden vol met wind
nee ik heb ja niks te klagen
wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage
'k zol haost zeggen, jao het mag wel zo.
Voorts kreeg ik op enig moment een visioen van een lekker boutje aan het spit, toen ik de vele wroetplekken van Everzwijnen langs ons pad zag. Eigenlijk een visioen dat voor m'n gevoel meer bij de herfst past, maar ja het was niet anders. Ik moest een beetje aan Astrix en Obelix denken, die wisten wel raad met de zwijntjes. Maar gelukkig kwam ik door het kwetteren van de vogeltjes weer snel bij zinnen! Stil op een bankje hebben we even zitten luisteren naar de ruisende voorjaarszang van het woud. Pedaleren in de natuur, wat is er nog mooier?
vrijdag, mei 01, 2015
hoogbouw architectuur in Vals
Naast vele architectuur prijzen heeft de Amerikaanse architect Thom Mayne (1944) in 2005 ook de prestigieuze 'Pritzker Prize' gewonnen. De Nobelprijs voor de architectuur zal ik maar zeggen. Geen kleine jongen dus in zijn vakgebied, een heuze starchitect!
Gisteren las ik in de Volkskrant in een stukje van de buitenlandredactie, dat zijn bureau 'Morphosis Architects' in Los Angeles middels een prijsvraag, waaraan acht architectenbureaus deelnamen, de ontwerpopdracht heeft verkregen voor een hotel in het Zwitserse dorpje Vals.
In Vals, een afgelegen dorpje in een dal op ongeveer 1250 meter hoogte in het Zwitserse kanton Graubünden, ben ik wel eens geweest. Het dorpje telt ongeveer duizend inwoners en duizend schapen. Daarnaast hebben ze daar nog kuuroord 'Therme Vals', een architectonisch juweeltje, in 1986 door de Zwitserse architect Peter Zumthor ontworpen. Hij heeft daar destijds in opdracht van de gemeente Vals een modern, in het landschap passend bouwwerk laten verrijzen. Een bouwwerk dat zich als het ware organisch gevoegd heeft in de hellingen.
Mooi allemaal, maar wat een paar Zwitserse vastgoedmagnaten daar kennelijk nog schijnen te missen zijn ongeveer duizend hotelbedden! Het moet lux, ze mikken n.l. op een schatrijk publiek uit Azië en de Golfstaten, dat zich niet laat afschrikken door prijzen van een kleine 1.000 euro tot zo'n 24 duizend euro per kamer per nacht! Absurd? Ik vind van wel ja, kijk eens om je heen in de wereld denk ik dan. Aan de andere kant verbazen me dit soort ontwikkelingen nauwelijks. Trouwens je zal als architect maar zo'n opdracht krijgen, een uitdaging om je vingers bij af te likken!
Starchitect Thom Mayne heeft een ontwerp gepresenteerd dat door critici al als een 'spiegelende middelvinger' is omschreven. En ook dat verbaast me nauwelijks. Starchitect of niet, hoe haal je het in je hoofd om in zo'n afgelegen dorpje een hotel van 381 meter hoog te ontwerpen, nota bene even hoog als het Empire State Building in New York. Wat een megalomaan gepruts, zeker slecht geslapen!
Thom Mayne omschrijft zijn ontwerp in lyrische bewoordingen. 'Het hotel is een minimalistisch werk dat de omgeving herhaalt en de toeschouwer een gespiegeld, gefragmenteerd beeld op het landschap biedt.' De toren gaat met 'een reflecterende huid en rank profiel' op in de rustieke omgeving, en 'keert de vallei en de hemel om'.
Door al dat gespiegel van de omgeving in de gevels van de 381 meter hoge wolkenkrabber, zou je het gebouw dus nauwelijks als zodanig ervaren, het lost op in de omgeving. In eerste instantie dus gewoon ram-bam, en vervolgens de ontkenning! Het is niet zo moeilijk om deze gedachtengang te volgen. Uiteraard oogt een zwaarmoedig gematerialiseerd en gedetailleerd bouwwerk van dergelijke afmetingen prominenter in de omgeving. Maar welke materialen en detaillering je ook toepast, een megalomaan bouwwerk van deze orde kan je in een dergelijke omgeving niet of nauwelijks minimaliseren. Alleen al door de enorme slagschaduw zal dit om en nabij de 300 miljoen euro kostende hotelletje in het afgelegen dorpje Vals blijven detoneren!
Er is veel kritiek en weerstand tegen dit plan las ik. Begrijpelijk en terecht lijkt mij. De inwoners van Vals kunnen het project nog middels een referendum tegenhouden. Het plan schijnt te zijn vervat in een bestemmingsplan waarover de inwoners van Vals zich in de herfst mogen uitspreken. 't Zal mij benieuwen wat het wordt!
woensdag, april 29, 2015
onthullende kijk op de wereld
Het levensmotto van Jan Cremer is: Verruim je blik! Daarom heeft hij veel gereist en doet hij dat volgens mij nog regelmatig. Hij heeft vele grote steden en uithoeken van de wereld gezien. Dat doet de fotoexpositie 'Jan Cremer-Unseen eye' in kasteel 'Het Nijenhuis' in ieder geval sterk vermoeden. Foto's genomen in de jaren zestig tot begin jaren tachtig van straattaferelen in steden als o.m. Amsterdam, Parijs, Londen, Berlijn, New York en Hongkong. Maar ook foto's van eindeloze steppes en het noordpoolgebied, van rivieren, berglandschappen, eilanden en weet ik allemaal niet wat nog meer. In plaats van overal notities van te maken, legt hij alles op de gevoelige plaat vast. Veel details ook van straatnamen, etalages, opschriften, reclameborden, uithangborden, aanplakbiljetten enz, enz. Pretenties heeft hij niet met zijn foto's. Hij is het oog dat onopgemerkt waarneemt. Een onzichtbare observator, de titel van de expositie deed zoiets uiteraard al vermoeden.
We hebben daar ook een tijdje naar 'The long white trail' zitten kijken. Een bijzonder fascinerende film die Jan Cremer in 1972 gemaakt heeft tijdens een trip met o.a. eskimo's en sledehonden in het noordpoolgebied.
Boeiend allemaal die foto's van 'all over the world'. Blik verruimend voor Jan Cremer, maar voor wie eigenlijk niet? Dat de kunstenaar er zich door laat inspireren is evident. Dat hebben we trouwens al in de expositie 'Cremer in verf' reeds ervaren. Zie in mijn blogarchief o.a. stukje 'zestig jaar in de schilderkunst' van 24 april 2015.
vrijdag, april 24, 2015
zestig jaar in de schilderkunst
In Zwolle hebben we in museum 'De Fundatie' onlangs de expositie 'Cremer in verf' gezien. Een mooie tentoonstelling over 60 jaar schilderkunst van Jan Cremer (1940). Het is een uitgebreid overzicht, vanaf zijn vroegste periode in de jaren vijftig tot aan nu toe. In de expositie is goed te zien, dat felle kleuren en grote gebaren al die tijd immer de basis vormen van zijn schilderkunst. Zijn schilderij 'La Guerre Japonaise' vind ik wat dat betreft een aardig voorbeeld, een vijfluik uit 1960 van 160 x 560 cm, het wordt tegenwoordig beschouwd als de climax van Cremers vroege periode. Prachtig, maar zijn schilderijen van de zee spreken me nog meer aan. De golven worden door de verflagen niet alleen in kleuren weergegeven, maar vooral ook in dikte. Kijkend naar zo'n schilderij waan je je door de centimeters dikke verflklodders haast fysiek aanwezig op een eindeloos kolkende zee. Fascinerend, in het Groninger Museum had ik enkele zeegezichten van hem al eens eerder gezien, (zie in mijn blogarchief 'museumweekend' van 9 april 2006) maar ze blijven me boeien. Grote, centimeters dikke doeken, een genre waar Cremer in het eerste decennium van 2000 mee begonnen is. Jan Cremer, grensverleggende vechtersbaas met verf, maar ook met de pen! We zullen denk ik nog regelmatig van hem horen, hij is per slot van rekening nog lang geen honderd.
![]() |
| Cover 'Ik Jan Cremer' 1964 |
Schilderen en schrijven zijn voor dubbeltalent Jan Cremer twee verschillende manieren om datgene wat hij om zich heen ziet gebeuren vast te leggen en te verwerken. De ene keer met kwast en verf, de andere keer met pen en papier. Cremer maakt z'n leven lang al veel mee, periodes van vrijwillige opsluiting waarin hij zich vastbijt in zijn werk, wisselt hij af met periodes waarin hij het leven lustig tot zich neemt. Daarnaast doet hij tot op de dag van heden veel inspiratie op tijdens zijn rusteloze zwerftochten, expedities naar vaak barre oorden, waar hij zich overgeeft aan de natuur. Als gezegd, we zullen hopelijk nog regelmatig van hem horen. Trouwens jammer dat de realisatie van het 'Cremer Museum' in Enschede passé is.
dinsdag, april 21, 2015
10e zondag p.m..
Afgelopen zondagmiddag zijn we met z'n allen bij A en M geweest in Zwolle. Nou ja met z'n allen, C en G ontbraken jammer genoeg, die konden om begrijpelijke reden niet van de partij zijn. De weergoden waren ons goed gezind, we konden er dus een mooi buitengebeuren van maken. En dat hebben we gedaan ook, maar we zijn begonnen en geëindigd in de prachtige tuin van A en M met thee, koffie of anderszins. Uiteraard hebben we daar ook een fors deel van de middag zitten teuten over dit en dat, en hebben we er met z'n allen, buiten allerlei lekkere versnaperingen om, ook nog een heerlijke maaltijd genoten!
Maar we hebben ook erg genoten van een wandelingetje van ongeveer 4 km om en nabij 'Den Alerdinck'. 't Was effen een kwartiertje rijden, maar toen stonden we dan ook te midden van een prachtig landgoed, met een grote verscheidenheid aan landschapselementen als houtsingels, waterpartijen, fraaie lanen, weilanden en oude boerderijen. Aan havezate 'Den Alerdinck' in Laag Zuthem, een dorp bij Heino in de gemeente Raalte, hebben J en ik trouwens aardige herinneringen. Ooit liepen we elkaar daar tegen het lijf, we hebben elkaar daar ontdekt zal ik maar zeggen. Ik las ergens dat de naam Alerdinck rond 1500 voor het eerst is genoemd. Ze is waarschijnlijk afkomstig van twee boerenerven, t.w. het Groot- en het Klein Alerdinck. De havezate is ruim 200 jaar in handen geweest van het oud adellijke riddergeslacht Van Voorst tot Voorst. Mooi, een stukje geschiedenis, dat geloof ik allemaal zo. Belangrijk is dat het ondanks alle veranderingen in de tijd, een prachtig gebied gebleven is, of mogelijk zelfs wel mooier geworden is!
Het was een gezellig middagje daar in Zwolle en omstreken. Rond een uur of negen waren we weer thuis. De volgende zondag p.m. de elfde dus, zal over 3 à 4 maanden weer door ons worden georganiseerd.
maandag, april 20, 2015
de kolonie van weldadigheden
Vrijdagavond j.l. hebben we op tv weer een aflevering van de 'IJzeren Eeuw' gezien. Deze keer geheel gewijd aan het verhaal van ene Johannes van den Bosch en zijn 'Maatschappij van Weldadigheid' op het Drentse platteland in de negentiende eeuw. Johannes van den Bosch (1780-1844), prominent armoedebestrijder, had kennelijk visionaire inzichten over de invoering van een vooruitstrevend sociaal stelsel en de 'verheffing van paupers uit hun miserabele bestaan'. Het één en ander was voor ons de aanleiding, om daags na de uitzending eens naar Frederiksoord te rijden voor o.m. een bezoekje aan museum 'De Koloniehof'.
![]() |
| Museum 'De Koloniehof' |
Museum 'De Koloniehof' brengt het kolonieverleden en zijn bewoningsgeschiedenis op een heldere manier in kaart. Prima, maar wat ons nog meer boeide was de wandeling in de omgeving van het museum. De wandeling door het mooie karakteristieke landschap met zijn vele tientallen monumenten in de vorm van verschillen in bebouwing. Ze vertellen het kolonieverhaal op hun manier. Grappig, hoe idealistisch van opzet ook, verschil moest er wezen! Een boeren koloniehuisje was natuurlijk niet geschikt voor een opzichter of een ambtenaar, laat staan voor een dokter!
Monumenten, sporen van een invloedrijke geschiedenis. We lazen dat het culturele erfgoed van de 'Maatschappij van Weldadigheid' in 2011 op de voorlopige lijs van Werelderfgoed projecten van Unesco is gezet, om zodoende in 2018, het jubileumjaar, de definitieve status te bereiken. Of dit ook gebeuren gaat moeten we nog zien, maar het lijkt mij wel terecht.
donderdag, april 16, 2015
in havenmond de 'flipperkast'
In 'De Reddingboot' een uitgave van de KNRM' waar ik donateur van ben, las ik onlangs een artikel over de Vlielandse haveningang. Ik durf te beweren, dat ik de Vlielandse havenmond in vrijwel alle weersomstandigheden behoorlijk heb leren kennen. Mogelijk niet helemaal als mijn broekzak, maar dat zal wellicht ook niet gebeuren. Het blijft dan ook boeiend om daar iets van andermans ervaring over te lezen. En zeker als dat de ervaringen zijn van de Vlielander reddingbootschipper Wim Molog, die de havenmond daar in die hoedanigheid uiteraard heel wat vaker in en uit gevaren is dan de meeste jachtschippers. In de Vliesloot dwars op de 16 meter brede havenmond loopt meestal een flinke getijdestroom die tot zeker 4 knopen kan oplopen. Als het dan ook nog flink waait, en stroom tegen wind de golven opklopt, is het daar goed opletten geblazen.
Zelf is me daar tot nu toe nog nooit wat overkomen, maar het remmingwerk in de havenmond heeft het, als ik de havenmeesters moet geloven, regelmatig zwaar te verduren. De havenmeesters noemen de de haveningang gekscherend 'de flipperkast'. Al stuiterend komen sommige jachten heel lelijk naar binnen. Ook ervaren schippers die hier al honderden keren naar binnen gekomen zijn kan het zelfs overkomen. Daar moest ik aan denken toen ik met een sleepje, die ik op de Blauwe Slenk, ergens halverwege Harlingen-Vlieland had opgepikt, de Vliesloot opvoer. Een zeiljachtje met motorpech bij windstil weer laat je nou eenmaal niet aan z'n lot over. (Zie in mijn blogarchief 'Vlieland' van 28 juni 2009) Het was afgaand tij, dus we hadden de ebstroom in de Blauwe Slenk en de Vliestroom lekker mee. Maar die kregen we op het laatste stuk in de Vliesloot uiteraard net zo hard tegen.
In eerste instantie was ik van plan om op eigen houtje met mijn sleepje de havenmond in te varen, het was rustig weer dus dat moest kunnen. Maar daar zag ik bij nader inzien toch vanaf. Mijn sleepje, een praktisch stuurloze Dehler Delanta 80 lag nu al regelmatig achter me te gieren als een gek. Het zou straks voor de smalle havenmond door de sterke dwarse ebstroom, mogelijk wel eens als een balletje in een flipperkast aan zijn weg door de havenmond kunnen beginnen. Stuiterend tegen het remmingwerk, van stuurboord naar bakboord. Dus toch maar de havendienst opgeroepen, want dat moesten we uiteraard zien te voorkomen. We werden bij de ingang dan ook keurig door de havendienst opgewacht. Door met hun schip naast mijn sleepje te gaan liggen, aan loefzijde zal ik maar zeggen, werd de druk van de ebstroom daarop sterk verminderd. En zo voeren we zonder slag of stoot uiteindelijk met de hele handel mooi door het midden van de z.g. flipperkast naar binnen. Een kind kan de was doen!
woensdag, april 15, 2015
'Team Vestas Wind' op een rif
Het moet een verschrikkelijke klap zijn geweest, en dan ook nog in het donker! Een navigatiefout werd de de 'Vestas' in de nacht van 29 november j.l. fataal. Met een snelheid van om en nabij 22 knopen (ca. 40 km/u) liep de Volvo Ocean deelnemer tijdens de 2e etappe op een koraalrif bij Cargados Carajos, een eilandengroepje in de Indische Oceaan op ca. 430 km ten noordoosten van Mauritius. Hoewel de boot van ca. €. 4.500.000,00 praktisch total loss was, is er wonder boven wonder niemand van de negenkoppige bemanning gewond geraakt. Ik denk dat het versplinterde achterschip van de 'Vestas' mogelijk als een soort kreukelzone heeft gewerkt, waardoor de directe reactie op de klap wat afgezwakt werd.
Zelf ben ik met m'n bootje op de Nieuwe Waterweg eens aan de grond gelopen (zie in mijn blogarchief 'Felis Onca IV' op de klippen! van 30-1-'15). We liepen op z'n hoogst 8 knopen (ca. 15 km/u) toen we plotseling tot stilstand kwamen. Mijn vrouw die juist op het trapje stond, werd door de klap ruggelings door de hele kajuit heen tegen het middenschot gekatapuleerd, maar kwam er wonder boven wonder enkel met de schrik en een paar blauwe plekken vanaf. Zelf kwam ik in de kuip zo hard met de stuurstand in aanraking, dat ik er een gekneusde rib aan over hield. De 'Vestas' ging bijna 3 keer zo hard, het is echt een godswonder dat die jongens er zo van af gekomen zijn!
De Nederlandse zeiler/meteoloog Wouter Verbraak (1975) heeft (had?) een goede naam in zijn vakgebied. Hij is een zeiler die meteologie aan de Universiteit van Utrecht heeft gestudeerd, en daarom 'all over the world' als navigator wedstrijden meezeild. Als zodanig heeft hij in het recente verleden de nodige successen geboekt, en een dijk aan ervaringen opgedaan. Maar mogelijk heeft hij in de 2e etappe van de Volvo Ocean 2014-2015 toch net iets teveel aandacht besteedt aan de meteologische gegevens, en iets te weinig aan de gegevens op de zeekaarten. Hoe dan ook, terwijl hij sliep, wat uiteraard zo af en toe ook gebeuren moet, liep de 'Vestas' op de klippen!
Treurig voor iedereen natuurlijk, maar bovenal voor Wouter Verbraak. Enorm spijtig zelfs, het had niet hoeven, maar ook niet mogen gebeuren. Waar heb je anders een navigator voor aan boord? Een domme fout met grote gevolgen, al zijn er gelukkig geen slachtoffers gevallen. Juist in dat eilandengebiedje met al die ondiepten had hij niet ver genoeg op de zeekaart ingezoomd, zodat de koraalriffen niet op zijn scherm verschenen waren, terwijl ze er wel degelijk opstonden! Een fout die je als navigator echt niet maken mag, en die hem denk ik in zijn carriere lang zal worden nagedragen.
Je zou kunnen zeggen dat ook de schipper als eindverantwoordelijke een fout heeft gemaakt, en dat is op de keper beschouwd ook zo. Want de schipper dient als eindverantwoordelijke de grote lijnen te controleren. Echter mag hij daarbij voor mijn gevoel vertrouwen op de kennis en de details van zijn navigator. Je kan moeilijk van de schipper verlangen dat hij of zij constant over de schouders van de navigator meekijkt. Zo werkt dat natuurlijk niet op zee, waar heeft hij anders een navigator voor? De schipper is overal aan boord en heeft de algehele leiding, hij of zij moet daarbij kunnen vertrouwen op de aangeleverde gegevens van zijn mensen, die stuk voor stuk op hun eigen gebied specialisten zijn. En trouwens los daarvan, ook de schipper zal sowieso eens op zijn tijd moeten slapen.
De 'Vestas' wordt momenteel op de Italiaanse werf Persico herbouwd. Vanuit Lissabon wil Team Vestas Wind, onder leiding van schipper Chris Nicholson, weer meedoen aan de race voor de twee laatste etappes naar de finish in Göteborg. Wouter Verbraak zal dan o.a. op verzoek van de schipper niet meer van de partij zijn. Erg zuur voor hem, maar een begrijpelijke beslissing lijkt mij!
maandag, april 13, 2015
muziek in de Achterstraat
Floor van Til is een klein meisje van bijna 5 jaar die j.l. begin december te horen gekregen heeft dat ze kinderkanker, Neuroblastoom categorie 4 heeft. Ze heeft al enkele chemokuren ondergaan, maar om de overlevingskans van Floor te vergroten is immunotherapie nodig, die tot op heden alleen nog in Philadelphia (VS) wordt gegeven. Waarom, is mijn eerste gedachte, kan dat hier nog niet, we zijn toch verdomme geen derde wereldland! Maar goed, het zij zo, het schijnt er trouwens aan te komen. Floor kan de immunotherapie in Amerika, die ongeveer een halfjaar gaat duren uiteraard niet alleen aan, haar ouders, zusje en broertjes zullen haar daar in die periode bijstaan. Om het één en ander te kunnen betalen is de Stichting 'Floor for Life' opgericht, die tot op heden al vele acties georganiseerd heeft. Op de site www.floorforlife.nl zag ik dat de acties tot j.l. 3 april € 75.002,95 hebben opgebracht. Mooi, maar er is meer nodig!
En zo kan het inloopconcert zondagmiddag in de Gereformeerde kerk aan de Achterstraat in Putten, ook worden gezien als een actie in het kader van 'Floor for Life'. Het bekende 'Kleinkoor Vol-Luid' uit Putten verleende daartoe met een mooi gevarieerd repertoire haar medewerking, samen met de jonge tiener Ment Reeze die op de vleugel voor enkele prachtige intermezzo's zorgde. De opbrengst van het één en ander is mij niet bekend. Maar ik kan me voorstellen dat het hoogst waarschijnlijk meer had kunnen zijn, als juist die middag de zon niet zo uitbundig geschenen had. Maar goed, alle beetjes bij elkaar helpen de kleine Floor hopelijk haar genezingskans te vergroten!
zaterdag, april 11, 2015
de etsen van de oude meester
De unieke tentoonstelling 'Late Rembrandt' in het Rijksmuseum te Amsterdam, die gewijd is aan het late werk van Rembrandt, wil ik nog wel graag gaan zien. Er hangen daar meer dan 100 schilderijen, tekeningen en prenten die Rembrandt in de laatste periode van zijn leven gemaakt heeft, afkomstig van musea en privé-verzamelingen uit de hele wereld. De expositie loopt nog tot 17 mei a.s. dus het kan nog!
Maar wat ik inmiddels wel gezien heb is de tentoonstelling 'Rembrandt in zwart-wit' in het stadsmuseum van Harderwijk. Ruim honderd etsen van de oude meester afkomstig uit een verzameling van ene Jaap Mulders. Ook in deze tentoonstelling is m.n. aandacht besteed aan de late Rembrandt, d.w.z. etsen uit de periode 1652 tot 1661. Portretten, landschappen, bijbelse voorstellingen en genretaferelen, stuk voor stuk meesterwerken op klein tot zeer klein formaat. Rembrandt maakte naast olieverfschilderijen ook heel veel etsen, een techniek die hij volgens bartjens beheerste als geen ander. Mooi allemaal, maar ik beleef aan zijn olieverfschilderijen toch iets meer kijkplezier!
donderdag, april 09, 2015
over een wachtkamergesprek
Gisteren zat ik met mijn oude moeder in het Isala ziekenhuis in Zwolle in een wachtkamer van de afdeling Radiologie. In een wachtkamer moet je sowieso wachten, anders zouden ze het geen wachtkamer noemen. Wachten duurt lang, maar toen ik verzuchtte dat we er ook nog eens een half uur te vroeg zaten, ontlokte dat de opmerking bij één van de wachtenden, dat de wachttijden hier wel meevallen. De man sprak uit ervaring. Het was de opmaat voor een praatje over van alles en nogwat. Over banken en zakkenvullers, over politiek en zorgkosten, over jeugd, manieren en gescheurde spijkerbroeken en 'last but not least' over de architectuur van het Isala ziekenhuis. Alles had met elkaar te maken volgens hem, een zooitje was het. Neem dit ziekenhuis, kennelijk zijn stokpaardje, wat moet dit allemaal wel niet hebben gekost? Alles is hier scheef, krom en anders van kleur en materiaal, nergens is een spoor van gelijkvormigheid te ontdekken, (waar ik het trouwens niet mee eens was) klauwen met geld moet het gekost hebben. En dan praat zo'n staatsecretaris over vermindering van zorgkosten. Hij heeft het over 'zorg op maat' leveren! Aan wie, welke maat, wie zijn maat? Wat een gelul! De man bracht zijn grief met verve, maar met een twinkeling in zijn ogen. Hij kon er om lachen, door zijn lichaamstaal kwamen al zijn grieven gevoelsmatig wat genuanceerder over. En eerlijk gezegd was ik het af en toe nog met hem eens ook. Maar jeetje wat een discussie, wel een beetje jammer dat we niet aan een resumé zijn toegekomen. Hij was ineens aan de beurt en weg was ie, hoezo wachten duurt lang?
Of het Isala ziekenhuis in Zwolle, zoals ze zelf zeggen, het mooiste ziekenhuis van Nederland is, kan en wil ik niet beoordelen, maar mooi is het zeker. De insteek van de architecten was om een beter-huis te ontwerpen, in plaats van een zieken-huis. De organische bouwstijl en de groene omgeving moeten het genezingsproces van patiënten versnellen. En dat scheelt uiteraard in de kosten! Architectenbureau Alberts & Van Huut ontwierp al eerder spraakmakende, organische gebouwen, zoals o.a. het hoofdkantoor van ING Bank in Amsterdam, de Gasunie in Groningen en Museum de Buitenplaats in Eelde. De z.g. organische bouwstijl van deze gebouwen is eveneens kenmerkend voor het ontwerp van Isala. De z.g. organische architectuur van Alberts & Van Huut is op antroposofische leest geschoeid. (Denkwijze waarin de geestelijke wereld en het innerlijk erg belangrijk zijn). Toen ik nog op de Academie van Bouwkunst zat in Amsterdam heb ik een aantal keren een college bijgewoond van Ton Alberts (1927-1999). Het ging dan o.a. over Rudolf Steiner (1861-1925) een Oostenrijkse schrijver, esotericus, filosoof en architect. Over het door Rudolf Steiner ontworpen 'Goetheaneum' in de Zwitserse plaats Dornach vlak bij Bazel, een schoolvoorbeeld van organische architectuur. Een monumentaal bouwwerk voor conferenties en tentoonstellingen, maar het is vooral ook een theater en internationaal centrum voor antroposofie.
Rudolf Steiner karakteriseerde de antroposofie als volgt:
Antroposofie is een weg naar inzicht die het geestelijke in de mens met het geestelijke in de kosmos wil verbinden. Zij maakt zich in de mens kenbaar als een behoefte van het hart en van het gevoel. Zij moet haar rechtvaardiging vinden in het vermogen deze behoeften te bevredigen. Alleen diegene die in de antroposofie vindt waar hij vanuit zijn gemoed naar zoeken moet, kan haar waarde erkennen. Daarom kunnen antroposofen alleen mensen zijn die bepaalde vragen over het wezen van de mens en wereld even existentieel ervaren als zij honger en dorst ervaren.
Ik heb nooit afwijzend gestaan tegenover op antroposofische leest geschoeide organische architectuur. Integendeel, ik heb me er in een bepaalde periode zelfs aardig in verdiept. Desalniettemin is het toch nooit echt mijn gedachtengoed geworden, teveel ratio denk ik! Maar mijn verdieping destijds heeft uiteindelijk wel geresulteerd in meer begrip voor deze vorm van architectuur. Vandaar dat ik het gisteren in de wachtkamer van het Isala op dit punt mordicus oneens kon zijn met mijn onbekende gesprekspartner, die echt geen enkele boodschap had aan vormgeving en architectuur-filosofie.
dinsdag, april 07, 2015
heerlijke Champagne-Brunch!
Hoera...ik word 65, en daarom nodig ik jullie uit voor een gezellige Champagne-Brunch, stond er op de uitnodiging van zus J! Nou gezellig was het zeker, en lekker ook trouwens. Iedereen was er en zette zijn beste beentje voor, onze oude moeder, kinderen, schoondochters, zus, zwager, broers en schoonzussen, 14 in totaal incl. onze gastvrouw en kersverse pensionado. Geweldig zoals ze had uitgepakt, maar eerlijk gezegd hadden we van haar ook niet veel anders verwacht, ongekend zoals zij dat kan. De lange tafel boog door onder een scala aan lekkernijen, heerlijke amuses, fruit, cocktails, garnalen, gerookte zalm, paling, allerlei knapperige broodjes, diverse vleeswaren, vrolijk opgemaakte eitjes, kazen, heerlijke spooms het kon niet op. En bij dit alles was daar de rijkelijk vloeiende champagne, we konden kiezen, brut, sec of demi sec, het was feest, een heerlijk feest! Maar ja, op zeker moment begon ik toch wat klem in mijn broek te zitten. Ik wou nog wel, maar het ging gewoon niet meer. Er was van alles nog genoeg, meer dan genoeg zelfs, maar vol is vol, het was niet anders. Maar ondertussen was zowaar de zon heel uitnodigend achter het wolkendek vandaan gekomen, en dat was natuurlijk weer heel mooi. En zo kon het gebeuren dat we even later met z'n allen buiten zaten te genieten van een vriendelijk voorjaarszonnetje!
En toen we daar in dat warme voorjaarszonnetje een beetje waren uitgebuikt, kwam er ook weer een fles op tafel. En ook dat was weer mooi, prima sfeertje. Ernst en luim wisselden elkaar af, want onvermijdelijk kwamen we natuurlijk ook op de zware operatie die zwager C a.s. woensdag in het Isala Ziekenhuis in Zwolle te wachten staat. Want hoe gezellig het ook was, ook daar was toch iedereen in zijn achterhoofd behoorlijk mee bezig. Het kwam voornamelijk door de positieve grondhouding van C zelf, dat we die middag in ons doen en laten de ongerustheid niet de boventoon hebben laten voeren. Maar we zullen voor hem duimen, duimen voor een alleszins succesvolle operatie, en we wensen C, G, kinderen en kleinkinderen de komende tijd heel veel sterkte toe!
Geleidelijk aan werd het een beetje fris buiten. Het was ook wel mooi geweest, tijd om afscheid te nemen, aldus geschiedde. J nogmaals bedankt voor het lekkers en alle moeite die je hebt genomen om het ons zo naar de zin te maken. Maar ja zoals je zelf al zei, je word ook maar één keer 65. Desalniettemin, op naar een volgend jubileum, en nog vele gezonde jaren toegewenst!
zondag, april 05, 2015
Pasen, feest van nieuw leven.
Vandaag precies 293 jaar geleden t.w. op paaszondag 5 april 1722, ontdekte Jacob Roggeveen (1659-1729) bij toeval een eilandje ter grote van Texel in de Grote Oceaan, 3400 km verwijderd van het vaste land van Zuid-Amerika en 2560 km van het eerst volgende eiland. Het geïsoleerde eilandje, door het handjevol lokale bewoners 'Rapa Nui' genoemd, gaf hij i.v.m. paaszondag de naam 'Paaseiland'. Een naam die het eilandje tot op de dag van heden behouden heeft. 'Pasen, het feest van nieuw leven, maar ook van nieuw land' zal de toen 62 jarige, in 1690 aan de Universiteit van Harderwijk tot doctor in de rechten gepromoveerde Jacob Roggeveen mogelijk hebben gedacht. Het is maar een ideetje, het blijft gissen wat Jacob Roggeveen werkelijk heeft gedacht, toen hij op die bewuste paaszondag in de onmetelijke Stille Zuidzee bij toeval dat minuscule stipje met al die malle beelden ontdekte. Maar goed, hoe of wat dan ook, wat Paaseiland betreft laat ik het hier maar bij!
Pasen, het feest van de wederopstanding van Jezus vieren we altijd op z'n paasbest met paaseieren, paashazen, paasbrood, paastakken, paasvuren en weet ik allemaal niet wat nog meer. De christelijke boodschap heeft onze samenleving tweeduizend jaar gekneed en gevormd, dat geloof ik zeker. Maar hoe moeten we al die aardige tradities contextueel eigenlijk plaatsen?
Ik heb eens ergens gelezen dat het een soort combinatie is van voor-christelijke vruchtbaarheidssymbolen en Germaanse verhalen. We vieren met Pasen dat Jezus uit de dood is opgestaan en wat is nou een mooier symbool van nieuw leven dan een ei? We eten natuurlijk niet alleen eieren, we verstoppen ze ook. En ook dat heeft met vruchtbaarheid te maken. Vroeger verstopten ze eieren op de akkers, of beter gezegd, ze werden er begraven. Het idee daarachter was dat de akkers dan weer vruchtbaar zouden worden. Het was een soort van gebed. En met die feestelijke broden in allerlei vormen tijdens Pasen, waar van oudsher ook nog eens dure ingrediënten als o.a. spijs in werden verwerkt, wilde men laten zien dat Pasen een heel belangrijk feest was. Verder verwijzen de broden naar Pesach, ook wel bekend als het lentefeest. Dan vieren de Joden dat ze door Mozes uit Egypte zijn geleid en dat er een einde kwam aan de slavernij.
De z.g. paasvuren her en der in het land moeten worden gezien als voorjaars- of lentevuren, weg met het oude, we gaan opnieuw beginnen. Toch leuk, overleveringen en oude tradities!
vrijdag, april 03, 2015
leefmilieu beneden zeeniveau
De expositie 'Pompen of Verzuipen' in het 'Nieuw Land Erfgoedcentrum' in Lelystad, toont in vogelvlucht het hele waterverhaal van Nederland vanaf het verleden tot aan het heden. En voorts geeft het een aardig beeld van de maatregelen die Nederlanders nu en in de toekomst treffen tegen een stijgende zeespiegel aan de voordeur, en middels de grote rivieren een groeiende toevoer van water aan de achterdeur. Een interesante expositie! We hebben in de lage landen een eeuwenoude haat liefde verhouding met het water. Vanaf het bouwen van boerderijen op terpen, het aanleggen van dijken en de ontginning van veengebieden, tot grootse inpolderingsprojecten aan toe. Een behoorlijk groot deel van bewoond Nederland bevindt zich onder de zeespiegel. We zijn er echter nooit klaar mee, het water blijft ons uitdagen. Telkens weer moeten we ons bezig houden met nieuwe oplossingen zoeken tegen wateroverlast. Dat we daar onderhand aardig goed in geworden zijn, bewijst het internationale aanzien wel dat we op dat gebied verworven hebben.
Alhoewel, het kunstwerk 'Boven Water' op de Lelybaan nabij het 'Nieuw Land Erfgoedcentrum' geeft wel te denken. Bij dit kunstwerk van de Friese kunstenaar Henk Hofstra (1952) staat het water wel tot aan de lippen! Maar kennelijk heeft het mannetje op het hoofd van de ongelukkige (ir. Cornelis Lely?) op het nippertje erger weten te voorkomen!
Het huidige 'Nieuw Land Erfgoedcentrum', gebouwd in 2004 naar een ontwerp van 'atelier PRO architekten' uit Den Haag, is aanvankelijk in de beginjaren negentig door 'Benthem Crouwel Architekten' uit Amsterdam ontworpen, en op 2 maart 1994 door Prins Claus geopend als het 'Nieuw Land Poldermuseum'. Het museum op de grens van land en water had een bijzondere vormgeving met een 60 meter lange ovaal vormige buis op een fragment van een dijklichaam. De buis verbeelde een grote verrekijker waardoor men enerzijds uitzicht had op het land (de Flevopolder) en anderzijds op het water (de Markerwaard). In 2004 is de z.g. verrekijker ook in het (uitbreidings)ontwerp van 'atelier PRO architekten' een markant onderdeel blijven uitmaken van het museum. Een blikvanger van niveau, want hoevaak ik er sinds 1994 van of op weg naar de Houtribsluizen langs gevaren ben zou ik niet meer weten, vele keren in ieder geval. Maar telkens weer valt mijn blik wel op de z.g. verrekijker! Het oorspronkelijke fragment van een dijklichaam, waarop de verrekijker lag is sinds 2004 echter vervangen door een breed plintgebouw met diverse voorzieningen.
Ach ja, kunst en architectuur, maar ik dwaal een beetje af. We kwamen voor de expositie 'Pompen of Verzuipen' en die hebben we gezien. Nogmaals een boeiende expositie. Een geschiedenis over waterbeheersing in Nederland, vanaf de prehistorie tot nu en in de toekomst!
maandag, maart 30, 2015
The Voice Company in Nijkerk
De Mattheus Passion heb ik in het verleden diverse keren bijgewoond. Mooi, maar evengoed speelde de lange zit van Bach's prachtige oratorium me dikwijls parten. Een kleine drie uur lang stil zitten is niet mijn hobby. Ik ken mensen die geen jaar overslaan, maar zo ben ik dus niet. Na de laatste Matheus Passion, die ik drie jaar geleden in het Amsterdamse Concertgebouw heb bijgewoond, vond ik het mooi geweest. Ik had het lijdens- en sterfverhaal van Jezus volgens het Evangelie van Matteüs nu wel een keer gezien!
Toch heb ik me afgelopen zaterdag laten verleiden om mee te gaan naar een samenvatting van de Mattheus Passion. The Voice Company o.l.v. Robert Bakker voerde in 'De Fontein' in Nijkerk delen uit van Johann Sebastian Bach's compositie. Het groot dubbelkoor van The Voice Company bijgestaan door vier solisten t.w. Jacqueline Meijer, sopraan, Andrea Vos, alt, Gerrit van der Heide, tenor en Marcel van Dieren, bas maakte er met begeleiding van orkestraal pianospel van Robert Bakker een mooie avond van, waarbij zanger/acteur Olaf Wijnants Labree de verteller van het lijdensverhaal was. De samenvatting, die ongeveer de helft van de reguliere uitvoering in beslag nam bracht de boodschap helder voor het voetlicht. Ondertussen werden we als bezoekers uitgenodigd om de koralen, waarvan de teksten op de achterwand van het podium werden geprojecteerd, mee te zingen. Tja, zo kan het dus ook!
Bijzonder vond ik dat er na de uitvoering van de beknopte Mattheus Passion niet werd geapplaudiseerd. Ja, hoorde ik iemand zeggen, na een kerkdienst volgt gewoonlijk toch ook geen applaus, bovendien geeft het werk zelf geen reden tot enthousiasme. Natuurlijk, dat zal het zijn, ik had het zo nog niet meegemaakt, maar de keren dat ik de Mattheus Passion had bijgewoond waren volledig geweest. D.w.z. met orkest en prachtige muziek. De inhoud van de tekst was daaraan een beetje ondergeschikt geraakt. Veel minder dan een kerkelijk stichtelijk werk is de Mattheus Passion een prachtig muziekstuk. We applaudiseerden voor de uitvoerenden en hun prestatie. Het nadeel van de samenvatting met een verteller van het verhaal, voor zover we dat een nadeel kunnen noemen, is natuurlijk dat de uitvoering ingetogener was en soms iets meer van een kerkdienst weg had. En ja, daar applaudiseer je volgens Batjens dus niet voor!
Mooi kerkje trouwens 'De Fontein', gebouwd en opgeleverd in 2011 naar een ontwerp van arch. ir. Mari Baauw (1961) van Royal Haskoning B.V. afdeling Architectuur en Bouw te Rotterdam. De 750 zitplaatsen waren zaterdagavond volgens mij allemaal bezet!
zondag, maart 29, 2015
wedstrijdzeilen tot op het bot
![]() |
| De 'Taeke Hadewych' in koude streken. |
![]() |
| De 'Macif' onder zeil, Vendée Globe '12-'13. |
![]() |
| De 'Brunei', zeilteam o.l.v. Bouwe Bekking. |
Afzien dus, wedstrijd zeilen tot op het bot! Maar ik ben er ook van overtuigd dat het zeilteam vele prachtige momenten meemaakt tijdens de negen maanden durende race. Uiteraard is daar straks weer de voldoening van het aankomen in de haven van Itajai na 6776 nm zeilen, en het zal er ongetwijfeld ook wel wat relaxer aan toegaan als ze weer in wat gematigde streken verzeild raken. Maar ik ben blij dat ik de race thuis mooi in alle rust op mijn pc kan volgen.
vrijdag, maart 27, 2015
over de handgeschreven brief
Met bovenstaande poster probeert het reclamebureau M&C uit Melbourne de Australische Posterijen aan meer werk te helpen. If you really want to touch someone, send them a letter stond eronder. Prachtige poster trouwens, maar of het zoden aan de dijk zet is de vraag. Stuur eens een brief als je iemand echt wilt steunen of beroeren, klinkt sympathiek en dat is het natuurlijk ook wel. Maar wie schrijft er in het computertijdperk eigenlijk nog een brief? Praktisch alles gaat tegenwoordig elektronisch. Met de komst van social media is er immers een enorm scala aan nieuwe manieren ontstaan om met elkaar te communiceren, e-mail, sms, Twitter Facebook, Linkedin, Google+, Skype, WhatsApp, Ello, YouTube en nog meer denk ik, en anders komen ze nog wel. Ik doe aan het één en ander vrij enthousiast mee. Want ook met eigentijdse communicatiemiddelen kan je elkaar natuurlijk beroeren. Maar toch gaat mijn sympathie uit naar de handgeschreven brief. De boodschap kan hetzelfde zijn, maar een handgeschreven brief voegt naar mijn gevoel in het bijzonder binnen informele relaties een dimensie toe. Ze is persoonlijker vind ik, en daardoor waardevoller dan een bericht via de social media. Overigens moet ik wel bekennen dat de enige handgeschreven brieven die ik tegenwoordig zo af en toe nog wel eens schrijf, zo beknopt zijn dat ze achter op een ansichtkaart passen. Maar dat is in het verleden wel anders geweest!
![]() |
| De aloude kroontjespen met inktlapje. |
Maar het één en ander is kennelijk een achterhaald gedachtengoed. We moeten niet naar kinderen kijken vanuit onze eigen romantiek en nostalgie las ik ergens. Finse kinderen hoeven al niet meer te leren schrijven met een pen. Ze krijgen typeles, daar hebben ze meer aan. Wie in het leven toch nog een keer een formulier met de hand moet invullen, krast maar blokletters. Het is achterhaald om kinderen jarenlang te laten zwoegen op mooie aaneengesloten letters, stellen de Finnen. Een derde van de jongens krijgt het sowieso niet voor elkaar. De fijne motoriek van kinderen kan, denken de Finnen, ook worden ontwikkeld door extra tekenlessen en wat meer uren handvaardigheid. In ons land gaan we dezelfde kant op. Het Platform Handschriftontwikkeling, dat knokt voor behoud van de pen, schetste vorig jaar somber de stand van zaken: 'De noodzaak van soepel en duidelijk kunnen schrijven wordt niet langer ingezien'. Terecht of onterecht? De tijd zal het ons leren!
De computer heeft natuurlijk gezorgd voor een grote omslag in het onderwijs. Mijn kleinzoon zit in Amsterdam op een middelbare school waar ze alles middels een ipad doen. Een apparaat dat iedereen daar ook nog eens met heel veel plezier gebruikt. Veelzijdige creatieve tools, interactieve studieboeken en een schat aan apps en informatie bieden eindeloos veel leermogelijkheden. We moeten volgens bartjens leerlingen alles meegeven voor de toekomst, 21ste-eeuwse vaardigheden bijbrengen en ze niet leren hoe het 50 jaar geleden was. Als de kinderen de fijne motoriek maar leren, ben ik het daar helemaal mee eens. Ik las trouwens dat ze op de Radboud Universiteit in Nijmegen wetenschappelijke studies hebben bekeken op het effect van leren schrijven met pen of toetsenbord op de leesvaardigheid. Het lijkt erop dat mensen die met de hand leren schrijven ook gemakkelijker lezen doordat ze de letters eerder herkennen. Maar het is niet bewezen dat kinderen die met een toetsenbord leerden schrijven slechter lezen. Een echt kwalitatief goed onderzoek in deze is er nog niet. Maar hoe dat ook zal uitpakken, ik denk dat de schrijfpen en de handgeschreven brief wereldwijd schaarse tijden tegemoet gaan.
woensdag, maart 25, 2015
Mars en Venus in het museum
Ondanks verbouwingswerkzaamheden is het Centraal Museum in Utrecht gewoon toegankelijk voor bezoekers. Het is niet storend het gaat gefaseerd, ze hebben het daar goed gepland! Gisteren hebben we daar de expositie 'Liefde & Lust' gezien. Een tentoonstelling gewijdt aan Joachim Wtewael (1566–1638) één van de grootste schilders uit de Gouden Eeuw. Ik las ergens dat 'Liefde & Lust' is georganiseerd in samenwerking met de National Gallery of Arts in Washington en het Museum of Fine Arts in Houston, die om de conservatieve Amerikaanse bezoeker tegemoet te komen, de voorkeur gaven aan de brave titel 'Pleasure & Piety' ofwel 'Plezier en Vroomheid'. Ironisch genoeg is er praktisch om de hoek van het Centraal Museum Utrecht ook een seksshop gevestigd met de naam 'Liefde & Lust'.
Maar dit terzijde, de inspiratiebron voor de titel van de tentoonstelling was echt het werk van schilder Joachim Wtewael. Hij koos vooral mythologische en religieuze onderwerpen en die schilderijen hebben in veel gevallen een uitgesproken of verhulde erotische lading. Verschillende keren heeft Wtewael bijvoorbeeld het overspel van Mars en Venus verbeeld, onverbloemd, tijdens de daad. Als de schilder zichzelf portretteert, zit er geen witte maar rode verf op de punt van zijn penseel. Veelzeggend, volgens conservator en samensteller van de expositie Liesbeth Helmus, het is de kleur van Mars en van de liefde.
Zinnenprikkelende heiligen met hun lendendoekjes op halfzeven, saters met stijve penissen, vrijpartijen, overspel, gespierde bilpartijen en een grijzende vader met zijn dochters blote borst in de hand. De wereld van de Utrechtse maniërist Joachim Wtewael is er een van schalkse symboliek en weelderig bloot. Veertig kleurrijke doeken met levendige religieuze voorstellingen en piepkleine koperplaatjes met haarfijn geschilderde mythologische taferelen erop. De beschonken Romeinse godin Venus bijvoorbeeld, die elk moment besprongen kan worden door oorlogsgod Mars. Tussen haar benen staat Cupido vast klaar met pijl en boog. Maar zelfs de heiligen die de Utrechtse meester schilderde, druipen van de erotiek. Zoals Sebastiaan, die bevallig tegen een boom staat met een lendendoekje dat nét niet afzakt. Zijn hand rust op een fallusvormige tak. Het indrukwekkende kleurgebruik van de schilder komt nog mooier uit doordat de tentoonstellingsruimte vrij donker is gehouden.
Druk was het, de expositie loopt als een trein. Eén van de pronkstukken is het grote doek Perseus en Andromeda (1611) dat het Centraal Museum in bruikleen kreeg van het Louvre. Cassiopeia, de moeder van Andromeda, riep de woede van de zeenimfen over zich af door te beweren dat ze mooier was dan zij. Om de toorn van zeegod Poseidon af te wenden, werd Andromeda geofferd aan het zeemonster Cetus. Op het schilderij is de prachtige, lieflijke en blozend blote vrouw vastgeketend aan een rots. Haar linkervoet rust op een grote roze schelp, die met de opening naar ons toe net zoveel van een vrouwelijk geslachtsdeel wegheeft als de kunstenaar waarschijnlijk wilde. Te paard komt redder Perseus al aangevlogen.
Ondanks dat Joachim Wtewael als één van de grootste schilders van zijn tijd werd gezien, raakte hij na zijn dood in de vergetelheid. Waarom is mij een raadsel! Zou het mogelijk komen omdat kort na zijn dood de verlichting als stroming kwam opzetten. Een periode die grote wijzigingen ingang zette in het denken over religie, filosofie, kunst en wetenschap. Ik heb geen idee. Voor een museum is het natuurlijk prima als een expositie lekker loopt, maar voor de bezoekers is dat minder. De grotere werken gaan nog, maar met z'n allen voor zo'n piepklein werkje is minder. Die zou je toch eigenlijk het liefst door een loupe willen zien!
maandag, maart 23, 2015
MACBA museum in Barcelona
Toch koninklijk 'Beest' in Barcelona las ik vanochtend in de Volkskrant. Vanaf dit weekeinde kunnen de bezoekers van Het museum voor moderne kunst in Barcelona MACBA dan toch genieten van de tentoonstelling 'Het beest en de soeverein' ('La Bestìa i el Sobirà').
Eerder had MACBA-directeur Bartomeu Marí bezwaar gemaakt tegen de komst van 'Haute Couture 04 Transport', een sculptuur van de Oostenrijkse kunstenares Ines Doujak (1959). Volgens Marí had het niets te maken met censuur, maar met 'goede smaak'. Oordeel zelf!
Het omstreden kunstwerk bestaat uit een weergave van drie figuren - onderop een man, in het midden een vrouw en bovenop een hond - verwikkeld in een sodomistische scène bovenop een bergje SS-helmen. Aanleiding van de opschudding vormde vooral de grote herkenbaarheid: in het gezicht van de brakende, naakte manfiguur is vrij makkelijk de teruggetreden Spaanse koning Juan Carlos te herkennen. De vrouw lijkt op de Boliviaanse vakbondsactiviste Domitila Barrios de Chúngara, die haar traditionele hoedje heeft opgehouden. De hond lijkt op een herdershond.
Toen de directie van MACBA vorige week bezwaar maakte tegen de plaatsing, wilde de Duitse Würtembergische Kunstverein, coproducent van de tentoonstelling, de hele expositie terug trekken. Een gefrustreerde directeur Hans Christ van de Kunstverein zag het veto op het werk als een doorkruising van de artistieke vrijheid. De artistieke onafhankelijkheid van het MACBA museum werd in twijfel getrokken en de directie werd bekritiseerd om de weinig doortastende houding. Des te erger, aangezien het ging om een kunstwerk dat bij uitstek het thema van de tentoonstelling samenvatte: 'de onderdrukten, de soeverein en het beest in een politieke constellatie. Een kritische herformulering van de koninklijke macht'. Maar goed, nu is de tentoonstelling dus alsnog te bezichtigen, inclusief het werk van Doujak.
Het is trouwens sowieso de moeite waard om het MACBA museum te bekijken. Het naar een ontwerp van de Amerikaanse architect Richard Meier (1934) gebouwde museum is in 1995 geopend. Meier, die bekend is van zijn witte gebouwen, heeft in 1995 ook het stadhuis (bekend als het IJspaleis) in Den Haag ontworpen en een mooi kantoorgebouw in Hilversum dat in 1992 is opgeleverd. Maar dit terzijde!
zaterdag, maart 21, 2015
about guitars and visual arts
Luc Henzig is een Luxemburger, maar dat niet alleen, hij heeft ook een zwak voor elektrische gitaren. Hij schijnt er ruim 600 bij elkaar te hebben gescharreld. Gitaren die zijn bespeeld door bekende en minder bekende pop-, jazz-, rock- en blues gitaristen als o.m. Mick Taylor (o.a. Rolling Stone) en Noel Gallagher (Oasis). Henzig heeft 50 bijzondere gitaren beschikbaar gesteld aan het 'Groninger Museum' voor de expositie ‘De mythe van de elektrische gitaar’ Wat het 'Groninger Museum' met deze expositie bedoeld te zeggen is mij echter een raadsel. Hoezo 'mythe', de elektrische gitaar is toch gewoon een eigentijds muziekinstrument die na serieuze beoefening door iedereen kan worden bespeeld. Oké, de ene gitarist is uiteraard de ander niet, er zijn verschillen dat is niet anders. Er zijn er die in de middelmaat blijven steken, maar er zijn ook gitaristen die we als virtuoos kunnen beschouwen. Prima, maar wat aan het één of ander mythisch is begrijp ik echt niet. En de expositie geeft daarover absoluut geen duidelijkheid. Of is dat juist de mythe? Een mythe die we dan ook maar moeten koesteren? Nee, het is en blijft mij een raadsel waarom ze deze expositie ‘De mythe van de elektrische gitaar’ hebben genoemd!
Maar ik vind het desalniettemin een prachtige expositie. Een expositie die voor mij ook zeker wel begon te leven, toen ik me enkele beroemde gitaarvirtuozen voor de geest probeerde te halen die op een aantal tentoongestelde gitaren daar hebben gespeeld. Helemaal in combinatie met de prachtige schilderijen van de Duitse portretschilder en (rock)muziek kenner Oliver Jordan. Een combinatie ook die het vermeende gitaristen verhaal zeker completer maakte.
vrijdag, maart 20, 2015
Van Rembrandt tot Canaletto.
De expositie 'Het Geheim van Dresden' in het Groninger Museum, is een ruime keuze uit de wereldberoemde collectie van de Gemäldegalerie Alte Meister in Dresden. Het is een expositie van de Staatliche Kunstsammlungen Dresden in samenwerking met het Groninger Museum.
Het vertelt het verhaal van de rijke cultuur in Saksen in de achttiende eeuw onder August de Sterke (regeerperiode 1694-1733) en zijn zoon August III (regeerperiode 1733-1763). Beiden waren behalve Keurvorst van Saksen ook Koning van Polen. Zij zagen het belang van een hoogstaand cultureel leven voor de bloei en welvaart van Saksen. Daarom verzamelden zij een enorme hoeveelheid kunst; een kunstverzameling die tot de belangrijkste in Europa zou gaan behoren. Om de lokale kunstproductie op een hoger niveau te brengen nodigden zij vooraanstaande buitenlandse kunstenaars uit om in Dresden te komen werken. In Het geheim van Dresden worden meesterwerken getoond van onder anderen Rembrandt, Velázquez, Titiaan en Canaletto, die in de betreffende periode werden verzameld, samen met schilderijen die toen in Dresden onder invloed van de beroemde buitenlandse voorbeelden werden gemaakt.
‘Het geheim van Dresden – van Rembrandt tot Canaletto’. Een indrukwekkende expositie en afgemeten aan het grote aantal suppoosten dat er rondliep, ook een zeer kostbare expositie. Belangrijke kunstschatten die de Duitsers in de 2e wereldoorlog zorgvuldig in veiligheid hebben proberen te brengen door ze o.a. in verlaten mijnen te verstoppen. De militairen van vooral het Sovjetleger, maar ook van de Geallieerden wisten ze toch te vinden. Midden jaren vijftig van de vorige eeuw werden de kunschatten aan de Duitsers terug gegeven, en konden ze weer in de herstelde Galerie in Dresden aan het publiek worden getoond. Glans en grootsheid van ruim twee eeuwen, bijna twee decennia bedreigd en onzichtbaar, konden zich weer in al hun grootsheid ontvouwen!
Nogmaals een indrukwekkende expositie waarin de oude kunstschatten prachtig tot hun recht komen. Mooi, maar ik heb desalniettemin toch veel meer affiniteit met de hedendaagse kunst.
maandag, maart 16, 2015
in en rond het Waddengebied
Eergisteren viel WADDENmagazine nr. 1 van jaargang 50 op de mat. Een jubileum uitgave van de Waddenvereniging die 50 jaar geleden is opgericht en waar ik al sinds medio 1969 lid van ben. Reeds op m'n 15e jaar raakte ik verknocht aan het waddengebied, toen ik met een vriendje op Terschelling kampeerde. Onze unieke noordelijke archipel van eilanden en droogvallende platen, van dynamische stromingen en paradijselijke werelden waar land en water elkaar ontmoeten. Een wereld waarin ik in de jaren daarna in m'n zeilboot met genoegen, vele, vele uren heb doorgebracht.
Onbegrijpelijk eigenlijk dat de Waddenzee vroeger voor een hoop mensen een waardeloze moddervlakte was. Lastig, omdat hij tweemaal per dag droogviel en gevaarlijk om er te varen als je het gebied niet goed kende. Ingepolderd kon het van nut zijn voor landbouw, militaire oefeningen of bloembollenteelt. Begin jaren '60 kwam de overheid met een idee t.w. het tweedammenplan, waarbij twee dammen naar het eiland Ameland zou worden aangelegd. Maar wellicht ook het begin van de algehele inpoldering. Kees Wevers, een 16-jarige jongen uit Kortenhoef, schreef een ingezonden brief naar wat dagbladen om tegen dit onzalige plan te protesteren. Deze brief was de aanzet tot de oprichting van de Waddenvereniging. Enthousiaste natuurliefhebbers, bewoners van het waddengebied en wetenschappers schaarden zich achter Kees Wevers en keerden zich fel tegen de aantasting van dit zo unieke gebied. Zij kwamen bijeen en richtten op 16 oktober 1965 de Waddenvereniging op.
Door de inzet van o.m. de Waddenvereniging is dit grootste natuurgebied van Nederland tot op heden aardig intact gebleven. Maar het is de vraag voor hoelang nog. Want alle goede voornemens in de Planologische Kernbeslissing Waddenzee (PKB) ten spijt, zolang ik me kan heugen staat het Waddengebied onder druk, en worden er door allerlei partijen pogingen ondernomen om het gebied op de één of andere manier economisch te exploteren. Neem de aardgaswinning in de Waddenzee. Ondanks alle verzet in de loop der jaren, wordt er in het Nederlandse waddengebied toch al op vijf plekken aardgas gewonnen t.w. op de locatie Zuidwal (productieplatvorm PE ZW PA bovenop vulkaan) ten westen van Harlingen, in het duingebied van Ameland en vanaf de wadkust bij het Friese Moddergat, bij Vierhuizen en bij Lauwersoog. We weten inmiddels o.a. van de provincie Groningen dat dit bodemdaling tot gevolg heeft. Tel daar de zeespiegelstijging bij op, en een kind kan je uitleggen dat dat op termijn het einde betekent voor dit mooie getijdengebied met zijn droogvallende platen en dynamische stromingen.
Dat de veranderingen in de Waddenzee op termijn mede door toedoen van menselijke activiteiten veroorzaakt wordt, staat volgens mij buiten kijf. Dat de zeespiegelstijging sowieso mede het gevolg is van de enorme, kennelijk moeilijk te beteugelen uitstoot van broeikasgassen in de atmosfeer als o.a. kooldioxide (CO2), methaan (CH4), lachgas (N2O), waterdamp en CFK's geloof ik zonder meer!
Maar desalniettemin denk ik ook wel eens dat we ons niet moeten verbeelden, enige invloed te kunnen uitoefenen op de loop der dingen. Zo'n 160 miljoen jaar geleden, in de tijd van het krijt en de dinosaurussen, lag er een actieve vulkaan in het gebied dat we nu Waddenzee noemen. Deze vulkaan die ongeveer halverwege tussen Vlieland en Harlingen ligt is in 1970 ontdekt tijdens gasboringen. Zo’n twaalf miljoen jaar heeft hij gewerkt, de ‘Zuidwalvulkaan’ zo als hij inmiddels is gaan heten. De resten liggen nu twee kilometer diep in de aardkorst verborgen, maar tot op de dag van vandaag ligt hij nog na te gloeien en is de temperatuur in de aardkorst ter plekke nog ca. 30º hoger dan normaal. Door vulkanisme en veel CO2 in de atmosfeer, inslagen van meteorieten, kometen of astroïden en het ontstaan van diepe oceanen stond onze aardbol zo'n 160 miljoen jaar geleden bloot aan enorme veranderingen. Door klimaatveranderingen en verschuiving van aardplaten ontstonden de continenten zoals we die nu kennen. Veranderingen die zich uiteindelijk in vele, vele miljoenen jaren hebben afgespeeld en nog gewoon afspelen. De mens speelde geen enkele rol, die was er nog lang niet. Die is volgens bartjens pas zo'n 200.000 jaar geleden in Afrika ontstaan, en is in Europa nog maar zo'n slordige 40.000 jaar van de partij.
Ik denk eerlijk gezegd dat we door bijdrage van menselijke activiteiten bepaalde processen hoogstens enigszins versnellen, maar meer ook niet. Hoe dan ook, of we het nou leuk vinden of niet, veranderingen gaan sowieso gewoon door. En als die ons niet zinnen, kunnen we hooguit ons best doen deze te vertragen of af te zwakken met behulp van menselijke activiteiten. En dat moeten we zeker niet nalaten!
donderdag, maart 12, 2015
over het haast onaantastbare
Over het 'einde van twee levensbomen' heb ik het op j.l. 15 februari gehad, zie mijn blogarchief. De Thuja's die toen op zo'n twee meter boven het maaiveld zijn geknot, staan er sindsdien een beetje als 'stille wachters' bij. Daar associeerde ik de twee ongenaakbare stameinden mee. 'Stille wachters', waarop eigenlijk? Uitlopen zullen ze niet meer doen, dus boom worden ze niet meer. Nee, de mooie levensbomen die het ooit waren, zijn in onze tuin tot steile sculpturen getransformeerd. Ongenaakbaar en onaantastbaar, onder welke invloed dan ook. Of toch niet? Ik kan ze uiteraard alsnog bij het maaiveld afzagen, maar ik kan er met hamer, beitel en zaag natuurlijk ook houten beelden van maken, totempalen of zoiets. Twee wachtposten, stoïcijns uitkijkend en wakend over ons tuintje!
Op de typering 'onaantastbaar' kom ik vaak als ik naar oude bomen kijk. Wonderbaarlijk eigenlijk want bomen zijn fysiek in feite zo tastbaar als het maar zijn kan. M'n fascinatie zit denk ik in het feit dat bomen, die vanuit de donkere aarde naar het licht groeien, zoals trouwens bijna alle flora, zo enorm 'groot en oud' kunnen worden. En dat ik ze daarom gevoelsmatig als de meest 'onaantastbare elementen' van de levende natuur beschouw. Mogelijk een enigszins wat typische gedachtengang, maar zo voel ik het wel.
Zo zijn er in mijn beleving ook onaantasbare gebouwen. Bijvoorbeeld 'Radio Kootwijk' vind ik zo'n gebouw. Ongenaakbaar en onaantastbaar staat dit imposante bouwwerk sinds 1920 op de eenzame zandverstuivingen nabij Kootwijk. Een kathedraal als 'stille wachter' in the middle of nowhere. Alles aan dit betonnen art-deco gebouw, naar een ontwerp van architect Julius Maria Luthmann (1890-1973), dwingt in het eenzame landschap naar mijn beleving afstand en respect af. Zowel in de verschijningsvorm als geheel, als in detail. Neem bijvoorbeeld het beeldhouwwerk van Hendrik van den Eijnde (1869-1939) boven de entree. Een sculptuur met een vrouwenhoofd met een Europese uitdrukking, en één met een Aziatische uitdrukking, beiden met de handen achter de oren. De open mond in het gezicht tussen de beide vrouwen symboliseert de omroeper. 'Stille wachters' in mijn optiek, maar feitelijk verbeeld de sculptuur symbolisch de radioverbinding tussen Nederland en het toenmalige Nederlands-Indië.
dinsdag, maart 10, 2015
neo-realisme in bezettingstijd
Zondag, op de eerste lenteachtige dag dit jaar, zijn we dwars over de Veluwe naar Arnhem gereden. Het was druk in de bossen, de hele natie leek uit de schulp gekropen. Op zulke momenten besef je weer dat we met z'n allen in een bijzonder klein landje leven. We hadden het plan opgevat om in Museum Arnhem de expositie 'Geaarde Kunst' te bekijken, en vervolgens in 'Park Sonsbeek' een wandeling te maken. Maar van wandelen is het echter na 'Geaarde Kunst' niet meer gekomen, dat houden we dan maar tegoed.
De expositie 'Geaarde Kunst' bestaat uit een selectie kunstwerken die de nationaalsocialistische overheid tijdens de bezetting van 1940-1945 kocht. Na de bevrijding werden de werken bewaard in depots, inmiddels beheerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Belangrijke genres in 'Geaarde Kunst' zijn voorstellingen uit de natuur, zoals Hollandse landschappen, zee- en riviergezichten, stads- en dorpsgezichten en stillevens, figuurstukken en (zelf)portretten, zeg maar de (neo)realistische kunstuiting. De verantwoordelijk ambtenaar voor de kunstaankopen bij het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten (DVK) was de nationaal-socialist Eduard Gerdes (1887-1945), zelf kunstenaar en voor de oorlog lid van talrijke kunstenaarsgenootschappen. Ook hechtte Gerdes veel belang aan de ambachtelijke kant van het vak. Gerdes kocht werken aan van Karel Appel, Maurits Escher, Pyke Koch, Willem van Konijnenburg, Gerard Röling, Jan Sluijters, Carel Willink en vele andere grootheden in de schilderkunst, die (verplicht)aangesloten waren bij de door de NSB geïnstalleerde Kultuurkamer.
Als gezegd liggen de zwaartepunten van de collectie in de expositie van Museum Arnhem bij het (neo)realisme. Dat 'Geaarde Kunst' een tegengestelde stroming is van Entartete Kunst (o.a. expressionisme, dada, futurisme), komt in deze expositie goed tot uiting. Alhoewel, 'Amsteldijk met brug' van Hendrik Jan Wolters in mijn ogen meer een expressionistiche dan een realistische kwaliteit heeft. Maar die is dan ook van net vóór de bezetting, en kon er kennelijk nog net bij door.
Natuurlijk waren er kunstenaars die tegen lidmaatschap en kultuurkamer in verzet kwamen. Die verdomden het om lid te worden, omdat ze dan als zodanig onder controle zouden staan van de nationaalsocialistische overheid en uiteraard danig werden beknot in hun vrijheid van kunstuitingen. Toen de eerste maatregelen die de verschillende kunstuitingen aan banden legden van kracht waren geworden, kwam het verzet door kunstenaars hiertegen op gang. Belangrijkste spreekbuis voor kunstenaars in verzet was het illegale blad 'De Vrije Kunstenaar', dat voor het eerst begin mei 1942 verscheen. Een van de belangrijkste verzetsgroepen was de knokploeg van de beeldhouwer Gerrit Jan van der Veen (1902-1944) en de schrijver Willem Arondéus (1894-1943). Zij hielden zich bezig met vervalsingswerk, sabotage en het plegen van gewapende overvallen. Het vervalsen van persoonsbewijzen was een van de voornaamste activiteiten van de toneel schrijver Eduard Veterman (1901-1946).
vrijdag, maart 06, 2015
onze kanalenkoningin in actie
Op 24 augustus 2013 had ik het in 'Sluis' (zie mijn blogarchief) over de omlegging van de Zuid-Willemsvaart bij Den Bosch, die toen nog in uitvoering was. Gisteren, 5 maart j.l. is de kanaalomlegging, die sinds begin januari al tussen Den Dungen en Empel door Rijkswaterstaat in gebruik genomen was, officieel door koningin Máxima geopend. De omlegging, een stukje kanaal van amper 9 kilometer lang waarover ze ruim 30 jaar hebben gediscussieerd en vervolgens 4 jaar over de aanleg hebben gedaan, is zowaar naar haar vernoemd.
Bijna twee eeuwen geleden had koning Willem I, bijgenaamd de kanalenkoning (zie o.m. mijn stukje 'natuur & inspiratie' van 20 augustus 2014), ook vier jaar nodig om de Zuid-Willemsvaart te graven. Maar het in 1826 in gebruik genomen kanaal van Den Bosch naar Maastricht was wel 123 kilometer lang! Eigenlijk ongelooflijk dat we met onze moderne apparatuur over zo'n klein stukje net zo lang gedaan hebben. De lange procedures en benodigde vergunningen alsmede de vele kunstwerken in de vorm van bruggen, sluizen en dijklichamen zijn daar uiteraard debet aan. Destijds, stel ik me voor, was het meer recht toe recht aan en gaan met die hap. Niks lange procedures om van alles en nog wat, laat staan vele dan wel ingewikkelde kunstwerken.
Door de aanleg van het Maximakanaal hoeven schepen niet meer over de Zuid-Willemsvaart door de binnenstad van Den Bosch te varen. Ook is het geschikt voor grote containerschepen. De nieuwe route tussen de Zuid-Willemsvaart en de Maas is door de aanleg van het kanaal een half uur sneller. De oude Zuid-Willemsvaart in het centrum ligt er nu stil en doelloos bij. Ik ben benieuwd welk plan c.q. bestemming de gemeente Den Bosch voor dit stukje historie in petto heeft.
donderdag, maart 05, 2015
de portretten in het Nijenhuis
Gisteren in Kasteel het Nijenhuis te Heino/Wijhe de expositie A’dams en Eva’s gezien, een groot aantal late portretten van de hand van Paul Citroen (1896-1983). Behalve enkele zelfportretten, portretten van o.m. Max Ernst, Harry Mulisch, Karel Appel, Hildegard Knef, Jan Cremer, Gerard van het Reve en vele anderen. Paul Citroen werd gezien als de meester van het portret. Een genre dat hij koesterde als zijn specialisme en tot aan zijn dood beoefende. Portretten, portretten en nogeens portretten, ik vond het een bijzondere expositie. Ik las dat alle getoonde portretten afkomstig waren uit de kunstcollectie van de provincie Overijssel, die in de periode 1973-1975 ruim 2000 werken verwierf op voorstel van statenlid Maaskant, die met Citroen bevriend was. En dat de hele kunstcollectie wordt beheerd door Museum de Fundatie in Zwolle, waarvan Kasteel Nijenhuis ook een onderdeel is.
Dat is nog al wat, 2000 werken van Paul Citroen in beheer! Het zullen, neem ik aan, niet allemaal portretten zijn. Museum de Fundatie zal op enig moment vast nog wel eens een andere expositie uit de Citroen verzameling samenstellen. Ik ben benieuwd, we wachten af!
dinsdag, maart 03, 2015
Aquarelleren, kunst met een K
Onlangs zag ik in de krant een mooie aquarel uit ca. 1879 van Julius van de Sande Bakhuyzen (1835-1925), 'Aan de plassen' genaamd. Het één en ander n.a.v. 'De Aquarel', de tentoonstelling die momenteel in Haarlem in het Teylers Museum te zien is. Een dubbeltentoonstelling van De Mesdag Collectie en Teylers Museum met topstukken van Mesdag, Mauve, Koekkoek, Maris, Mondriaan en vele anderen. De mooiste aquarellen uit de 19de eeuw, uit de bloeiperiode van de Nederlandse aquarel zal ik maar zeggen. Ik las dat de expositie laat zien hoe de aquareltechniek zich in de loop van de eeuw ontwikkelde van de 'gekleurde tekeningen' van romantische meesters als Koekkoek en Nuyen, tot de waterverfschilderijen van de Haagse School en de Tachtigers. In de expositie is te volgen hoe de aquarel een steeds voornamere plaats innam in het negentiende-eeuwse kunstleven. Daarbij bestond een enorme rijkdom in vormentaal. Naast de impressionistische en atmosferische landschappen uit de Haagse School, blonken kunstenaars als Springer en Bles uit in juist onvoorstelbaar precies geschilderde aquarellen. De tentoonstelling is t/m 7 juni 2015 te zien, ik ga zeker kijken!
Hoog tijd las ik, voor herwaardering van waterverfschilderen, zoals aquarelleren ook wordt genoemd. Herwaarderen? Hoezo, ik heb de aquarel tot op de dag van heden kunst met een grote K gevonden. Zelf heb ik in het verleden, al of niet samen met mijn kinderen, vaak geprobeerd een aardige aquarel te maken. Leuk werk, maar ik bakte er weinig van. Het vereist ook wel zeer veel tijd en oefening waar ik als regel gewoon niet aan toe kwam. Met de wijsheid uit Gaade's teken- en schilderboekje alleen kwam ik er niet. Nee oefenen, oefenen en nog eens oefenen, dat baart pas kunst! Aan de spullen lag het niet, die hadden we wel op orde, waar we ook zaten, in de duinen, thuis of op de boot. Stevig aquarelpapier, allerlei penselen, prima aquarelverf en last but not least, goede zin. Desalniettemin draaide het al te vaak op een knoeiboel uit. Toch blijf ik het leuk werk vinden en heb ik wel eens zin om de draad weer op te pakken. Wie weet, mogelijk maak ik ooit nog eens een keer net zulke prachtige aquarellen als in bovenstaande collage!
zondag, maart 01, 2015
grensgebied A'dam - Abcoude
In het grensgebied tussen de zuid-oostrand van Amsterdam en Abcoude loopt de Abcouderstraatweg. Behalve dat deze straat een verbinding vormt tussen beide plaatsen, ligt ergens in deze straat ook de provinciegrens Noord-Holland - Utrecht. De Abcouderstraatweg gaat min of meer als een meridiaan door het midden van een klein, maar interessant groengebiedje, dat ligt ingeklemd tussen de nabijgelegen A2 en de spoorbaan Amsterdam - Utrecht, die daar praktisch parallel aan elkaar lopen. Een niet onbelangrijk deel van het waterrijke groengebiedje met o.a. het Abcoudermeer, is vormgegeven middels golfbaan 'De Hoge Dijk - Olympus'. Ergens op dit prachtige golfterrein ligt brasserie 'De Houten Vier', perfect gelegen nabij de Abcouderstraatweg met voldoende parkeergelegenheid. En een prima eetgelegenheid hebben we ondervonden voor zowel golfers als niet-golfers!
Goed gemutst, na het genoeglijke borreluurtje bij Ejr. thuis, namen we met z'n zessen plaats aan de grote ronde tafel in 'De Houten Vier'. Lekker sfeertje, leuk om weer eens als vanouds in deze samenstelling om de tafel te zitten. Met de menukaart was iedereen snel klaar, er viel voor iedereen genoeg te kiezen. Hoe dan ook, de in roomboter gebakken tong was om je vingers bij op te eten. Alleen daarvoor al kom ik hier graag nog eens terug. Alvorens naar Harderwijk terug te rijden, hebben we ter afsluiting van de avond van verrassingen, bij Ejr. thuis eerst nog even van een bakje koffie genoten.
Abonneren op:
Posts (Atom)
































































