woensdag, februari 25, 2015

grote drukte op de Oude Drift


Dat we in Singer Laren grote drukte konden verwachten op de expositie van Gestel hadden we al vernomen. Maar dat het 's morgens al zo erg zou zijn op de Oude Drift hadden we toch niet verwacht. De lange rij wachtenden voor de kassa liep tot buiten op het trottoir door. Veel animo om aan te sluiten hadden we gelijk al niet meer, maar toen we in de omgeving ook nog eens geen parkeerplaats konden vinden, hebben we ons plan ad hoc omgegooid, en zijn we doorgereden naar MuseumHilversuM. (Zie mijn blogarchief stukje 'show me the news' van 24 februari 2015.) Zo tegen een uur of half drie in de middag waren we toch weer terug op de Oude Drift. Nog steeds druk, maar gelukkig een stukje minder dan vanmorgen. De stormloop op de expositie van Leo Gestel (1881-1941) in Singer Laren vind ik wel te begrijpen. Immers het beste werk uit het veelzijdige oeuvre van misschien wel het grootste vooroorlogse talent wordt hier getoond. De expositie heet niet voor niets 'Leo Gestel: De mooiste modernist'.

Leo Gestel behoorde samen met Piet Mondriaan en Jan Sluijters tot de belangrijkste vernieuwers van de Nederlandse schilderkunst. De felgekleurde landschappen en provocerende naakten die zij rond 1910 schilderden waren ongekend en zorgden voor grote opschudding in de Amsterdamse kunstwereld. Van de drie kan Gestel met recht de mooiste modernist genoemd worden. Zijn leven lang bleef Gestel op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen in de kunst. Hij liet zich inspireren door de nieuwste modernistische stromingen uit Parijs: pointillisme, fauvisme, kubisme en futurisme. Hij deed regelmatig inspiratie op in het buitenland. Parijs, Mallorca, Duitsland, Italië en Vlaanderen wisselde hij af met Amsterdam, Laren, Bergen, de Beemster en tenslotte Blaricum.

In Amsterdam leidde Leo Gestel een bohemien kunstenaarsbestaan. In oktober 1904 betrok hij een atelier op de ‘Jan Steenzolder', in een pand in de Tweede Jan Steenstraat waar ook Nescio destijds inspiratie opdeed voor de inmiddels klassieke verhalen De Uitvreter en Titaantjes. Gestel raakte bevriend met jonge geestverwanten als Jan Sluijters, Piet van der Hem en John Rädecker. In deze periode schilderde hij zijn meest uitbundige werken. Zijn landschappen en naakten behoren tot de meest stralende in hun genre. Later maakte Gestel portretten en bloemstillevens in kubistische en futuristische stijl. De kubistische landschappen uit Mallorca worden als zijn beste werken beschouwd. Na een verwoestende atelierbrand in Bergen in 1929, waarbij ca. vierhonderd werken verloren gingen, verhuisde hij naar Blaricum, waar hij talloze mensen en winterse landschappen op papier zette, vrijwel uitsluitend in krijt, gouache en tempera.

Leo Gestel was een alles kunner las ik ergens. Gezien het scala aan onderwerpen en de kwaliteit van het getoonde oeuvre in Singer Laren geloof ik dat graag. Praktisch alle werken die ik daar gezien heb vond ik in vele, zo niet alle opzichten mooi. Maar vooral de vele vrouwenportretten waren prachtig. Van deftige tantes met parelkettingen tot naakten, van chique geklede dames in luxe interieurs tot tuttende vrouwen voor de spiegel of grofstoffelijke types in expressionistische stijl. Nadat we al het moois van Leo Gestel hadden gezien, zijn we nog even de beeldentuin van Singer Laren ingelopen. 't Was mooi weer en we hadden nog even de tijd, dus waarom niet? Ook mooi, maar uiteraard van een geheel andere orde. Evengoed een perfecte afsluiting van een aardig museumdagje in het Gooi!

dinsdag, februari 24, 2015

show me the news


De lange rij wachtenden voor de expositie 'Leo Gestel: De mooiste modernist' in Singer Laren, deed ons vanmorgen besluiten eerst maar naar 'Show me the News' te gaan in MuseumHilversuM. Hopelijk dat het vanmiddag wat rustiger is.

Expositie 'Show me the News' in MuseumHilversum gaat over het nieuws en de kracht van het beeld. Nieuws wordt steeds meer in beelden gebracht, kijk maar naar de nieuwe website van de NOS en naar het NOS Journaal. Ook bij andere nieuwsmedia hebben beelden een prominentere plaats gekregen. De speciale expositie ‘Show me the News’ laat de overgang zien van tekstcultuur naar beeldcultuur in het nieuws en hoe dat wordt weergegeven.



We zagen een overzicht van de vormgeving van de twee belangrijkste Nederlandse nieuwsprogramma's t.w. het NOS Journaal en RTL Nieuws. Werk van decorontwerpers, grafisch ontwerpers en componisten die het nieuws een moderner gezicht gaven. We hebben veel foto’s gezien van persfotograaf Bert Verhoeff, maar ook bijzondere videokunst over nieuws.
In de begintijd van de televisie, de jaren vijftig zal ik maar zeggen, mocht de nieuwslezer niet in beeld, want dat zou maar afleiden van de inhoud van het nieuws. Dat is nu, zestig jaar later, wel even anders. Nu staan de presentatoren in een groot decor vol bewegend beeld en wordt de inhoud verduidelijkt door infographics, 3D-animaties en weet ik allemaal niet.
Ook het nieuws in de krant wordt de laatste jaren anders gepresenteerd. De mooie nieuwsfoto's van Bert Verhoeff hebben zelfstandige zeggingskracht en vertellen een eigen verhaal. Voor dat soort foto's maakt de krant steeds meer tekstkolommen vrij.

Een intrigerende expositie die een aardige kijk gaf op ontwikkelingen in nieuwsvergaring en journalistiek.

zondag, februari 22, 2015

over een etentje en het Merwedeplein


Onlangs hadden we bij onze goede vrienden H en M in Amsterdam weer het jaarlijkse etentje, een traditie die al 34 jaar stand houdt. (Zie o.m. mijn stukjes 'etentje' van 6-2-'07; 'VDLetentje' van 22-1-'11 en 'eenzaamheid' van 12-4-'12). Lange tijd zijn we met z'n veertienen geweest, deze keer waren we slechts met z'n tienen. Twee hadden de griep en twee zijn er in de loop der jaren overleden. Evengoed was het weer een genoeglijk avondje bij H en M. Er was, zo als we zo langzamerhand van ze gewend zijn, weer volop te eten en te drinken, deze keer op de Mexicaanse toer, heerlijk. Petje af, vooral voor M, het verdient respect hoe ze dat toch altijd weer fikst!

Al sinds midden jaren zeventig wonen H en M op het Merwedeplein in de Rivierenbuurt. Het Merwedeplein is een fraaie rustige woonbuurt achter de wolkenkrabber, gebouwd en ontstaan in de jaren twintig, begin jaren dertig naar een ontwerp van de Amsterdamse architect J.F. Staal (1879-1940). Een gewilde buurt, bekende Nederlanders wonen er of hebben er gewoond zoals o.a. Mary Dresselhuys en Cees Laseur. Maar de bekendste was Anne Frank, ze woonde hier in hetzelfde woonblok een paar portieken verderop in exact een zelfde woning als waarin we nu zo lekker zaten te eten. Het is allemaal lang geleden, maar evengoed intrigerende gedachten die me tijdens het etentje even bezig hielden.

Anne Frank met haar vriendinnetjes Eva Goldberg (L)
en Sanne Ledermann (M) op het Merwedeplein, juli '36
Het voormalige woonhuis van Anne Frank op Merwedeplein 37/2, waar de familie Frank woonde van 1933 tot juli 1942, is in 2004 gekocht door woningcorporatie Ymere. De nieuwe eigenaar heeft de woning op basis van onderzoek en gegevens van de Anne Frank Stichting volledig gerestaureerd in de oorspronkelijke stijl. Laag voor laag is het behang verwijderd, op sommige muren zelfs zes lagen. Tevens werd het schilderwerk onderzocht, en werden de bevindingen vertaald naar die moderne materialen die geschikt zijn om met oude technieken het oorspronkelijke resultaat te benaderen. De gehele woning ademt nu weer de sfeer van de jaren dertig uit. De woning heeft sinds de restauratie in 2005 een bestemming als tijdelijk onderkomen voor buitenlandse schrijvers. In samenwerking met de Stichting Vluchtstad Amsterdam kunnen schrijvers die in eigen land onderdrukt worden, hier vrij van bedreiging of censuur schrijven. Een mooiere bestemming voor deze plek is volgens mij nauwelijks denkbaar.



De familie Frank op het Merwedeplein t.w.
Margot, vader Otto, Anne en moeder Edith.
De ouders van Anne Frank vluchtten in 1933 naar Nederland, in het vertrouwen dat ze hier veilig waren. Niets was minder waar. Op 6 juli 1942 moest de familie Frank, na 9 jaar op het Merwedeplein 37/2 te hebben gewoond, onderduiken voor de Duitse bezetter. Na twee jaren op de Prinsengracht ondergedoken te hebben gezeten werd de familie verraden en gedeporteerd. Gedeporteerd via Westerbork naar het vernietigingskamp Auschwitz en later Bergen-Belsen waar Anne, 15 jaar oud, stierf, vermoord door de nazi’s. Dat is en blijft moeilijk voor te stellen, als je de foto’s ziet van Anne als vijf jarig meisje, spelend voor het huis op het Merwedeplein, een sokje afgezakt, vrolijk lachend in de zon.

Sinds 2005 staat er een standbeeld van Anne Frank op het Merwedeplein, gemaakt door de Nederlandse kunstenares Jett Scepp (1940). Met dit standbeeld, (ik vind trouwens dat ze veel ouder wordt afgebeeld dan ca. 13 jaar, het lijkt wel een oud vrouwtje), wordt de herinnering aan Anne letterlijk vastgezet. Opdat wij niet vergeten!

Otto Frank zei in 1967 in de documentaire ‘The Legacy of Anne Frank’ Wat er gebeurd is kunnen we niet meer veranderen. Het enige dat we kunnen doen is van het verleden leren en beseffen wat discriminatie en vervolging van onschuldige mensen betekent. Wij mogen nooit vergeten hoe gemakkelijk onderdrukking, uitsluiting en discriminatie onze wereld in kunnen sluipen. Een tot op de dag van heden nog zeer actueel onderwerp. Bijna overal ter wereld worden heden ten dage de grondrechten, volgens de verklaring van de rechten van de mens, in meer of mindere mate ernstig geschonden!

vrijdag, februari 20, 2015

over herinneringen & afscheid


Op twee grote schermen zag ik in de kerk een heel leven voorbij trekken. T als jonge man, echtgenoot, vader en opa, als leraar, klusser en organisator, als schaker, musicus, kunstschilder, watersporter en weet ik allemaal niet wat nog meer. Stil zat ik met een brok in m'n keel geëmotioneerd te kijken. De emotionele gesteldheid overviel me min of meer als een donderslag bij heldere hemel. Omdat ik bij T's leven en welzijn niet of nauwelijks nog contact met hem had. De meeste contacten die ik met T in het verleden heb gehad, dateren van midden jaren zestig. Toen we jong waren, en hij mijn nichtje J, waar ik destijds vrij regelmatig mee optrok, trouw beloofde tot de dood hun zou scheiden. Daarna kwamen we elkaar nog slechts sporadisch tegen. Kennelijk hebben we de handen vol genoeg gehad met ons zelf en onze gezinnen. Hij was ziek de laatste jaren, op familiereunie hoorde ik van J nog wel eens hoe het met T ging, maar daar bleef het eigenlijk bij. En nu is hij in het bijzijn van zijn geliefden toch nog onverwacht snel gestorven!

Het thema van de dankdienst voor T's leven, was zijn kinderlijk vertrouwen op Gods belofte van een nieuwe hemel en aarde en een mooi nieuw Jeruzalem. Er was samenzang, er werd gebeden, er werd geluistert naar liederen die door het HCM, het koor waar T ook lid van was, werden gezongen. Er was een overdenking en een bijbellezing uit hoofdstuk Openbaringen 21: 1-5, 10, 18 en 19a en er werd door J het gedicht 'De Najaarslaan' voorgelezen van Jacqueline v.d. Waals. Gelovig of niet, ik vond het een dankdienst die vol passie en warmte werd gebracht. Wat mij persoonlijk echter het meest beroerde was de prachtige, door zijn beide dochters gebrachte collage van schetsen over T's leven.

Met het prachtige lied 'The Holy City' gezongen door zijn geliefde HCM, werd T door zijn kinderen en kleinkinderen de overvolle kerk uitgedragen. In een stralend zonnetje hebben we T met z'n allen begeleid naar zijn laatste rustplaats op de Algemene Begraafplaats in Pesse. En terwijl de door T's kleinkinderen geblazen zeepbellen in het zwerk opgingen, hebben we daar allemaal de laatste eer bewezen met een gang langs T's geliefden en zijn graf, en afscheid van hem genomen!

dinsdag, februari 17, 2015

over een verstedelijkt esdorp


Het historisch landschap: ijkpunt in onze dynamische samenleving, las ik ergens. Het belangrijkste kenmerk van ons landschap is constante verandering. Sinds er mensen in Nederland wonen, hebben ze het landschap naar hun hand gezet. Die invloed werd steeds ingrijpender. Denk maar aan dijkaanleg, grondstofwinning, aanleg van wegen en groei van steden en dorpen. Beschermen van het landschap is geen bevriezing, maar het begeleiden van veranderingen, zodanig dat de diverse stadia van de landschapsgeschiedenis herkenbaar blijven.

Zodanig dat de diverse stadia van de landschapsgeschiedenis herkenbaar blijven! Mooi gezegd, verstandig ook lijkt me, evengoed denk ik toch vaak als ik door het land rij, dat we wel wat meer aan bevriezing zouden mogen doen. Neem Wezep, een esdorp dat ik vroeger aardig goed kende. Het is ontploft, op enkele details na hier en daar, valt er van de diverse stadia van de landschapsgeschiedenis, of beter gezegd dorpsgeschiedenis weinig of niets te herkennen. Eerlijk gezegd zou ik ook niet goed weten hoe ze dat met de grote ruimtevraag van de laatste 50 jaar voor elkaar hadden moeten krijgen. Maar jammer blijft het natuurlijk wel, dat in de huidige bebouwing en infrastructuur geen spoor te ontdekken valt van een esdorp eigen detail. Daarom heb ik in een vlaag van nostalgie maar een paar oude foto's opgezocht van de buurt, waar ik een groot deel van mijn jeugd heb doorgebracht.

Foto A: Oranjeboom en voorm. herberg ca. 1956, hoek Stationsweg - Kerweg.
Foto B: Zicht op de Kerkweg nabij de Oranjeboom ca. 1957.
Foto C: Uitzicht vanuit Kerkweg 7 op de boerderij van de fam. Puttenstein 1960.
Foto D: Boerderij fam. Schutte aan de Kerkweg nabij het Kerkpaadje ca. 1958.
Foto E: Boer Puttenstein aan de ploeg nabij het Kerkpaadje ca. 1958.
Foto F: Zicht vanaf Kerkweg op Ruitersveldweg en Zuiderzeestraatweg ca.1955.

Behalve aan de Kerkweg, de Ruitersveldweg en een beetje bebouwing in 't Veld en aan de Keizersweg, lagen er in de begin jaren 50 slechts akkers en weilanden tussen de Zuiderzeestraatweg en de spoorlijn.

De meeste landen hebben met verstedelijking te maken. Op wereldschaal groeien de steden en loopt het platteland leeg. In de westerse wereld is echter ook een tegengestelde ontwikkeling te zien: wonen, werken en voorzieningen spreiden, verdunnen en sorteren uit. Internationaal staat dit proces bekend als urban sprawl. Dit autonome proces is bevorderd doordat de keuzevrijheid voor woonplaats en bedrijfsvestiging is vergroot, met name door de sterk toegenomen welvaart en mobiliteit. Mede hierdoor wonen veel mensen ruim in een relatief schone, groene en rustige omgeving. Ook in Nederland is deze ontwikkeling al vijftig jaar zichtbaar.
Er zijn echter ook nadelen aan deze urban sprawl. In Nederland gaat het vooral om drie effecten:
De (auto)mobiliteit is toegenomen en daarmee ook de belasting van de leefomgeving. De leefbaarheid van stadsdelen, dorpen, wijken of buurten is onder druk komen te staan. Waardevolle plekken, cultuurlandschappen en natuurgebieden zijn verloren gegaan, versnipperd of hebben aan kwaliteit ingeboet. De ruimtelijke ordening beoogt onder meer deze nadelige effecten tegen te gaan. In de Nota Ruimte is deze ambitie verwoord in één van de vier hoofddoelen: bevordering van krachtige steden en een vitaal platteland.

We doen dus ons best het in de toekomst beter te gaan doen met onze ruimte. Nu kijken of alle bij projecten betrokken partijen dezelfde ambities hebben.

zondag, februari 15, 2015

einde van twee levensbomen


Doodzonde maar het is niet anders, het moest een keer gebeuren. Niet dat de buren veel hebben geklaagd, in tegendeel zou ik haast zeggen. Af en toe een opmerking dat het achter in hun tuin wel erg donker was, meer niet. Maar dat hadden we zelf ook al lang gezien. Aan onze kant daarentegen was het in het zonnetje bijna de hele dag een frisgroene zee van licht. In de zomer stonden op ca. 10 meter hoogte de toppen van onze beide levensbomen tot laat in de avond nog in vuur en vlam van de ondergaande zon. Circa 25 jaar geleden hebben we de toen hooguit 2 meter hoge levensboompjes, ofwel de Thuja's occidentalis ‘Brabant’ geplant als onderdeel van de erfscheiding, die bestond uit een variatie van verschillende coniferen. Al vrij snel werd duidelijk dat ze harder groeiden dan de rest. Echter aan snoeien hadden we een broertje dood. Uiteindelijk domineerden ze met een omvang van elk om en nabij 3,5 meter en een hoogte van zeker 10 meter met hun slagschaduw overdag een groot deel van de tuin van onze buren!

De Thuja is een conifeer met historie. De naam is afgeleid van het Griekse woord ‘thuo’, dat offeren betekent. De boom werd gebruikt bij offerrituelen, omdat hij een heel aangename geur verspreidt tijdens de verbranding. Deze geur is zeer specifiek voor de Thuja. Uit verse bladeren, twijgen en schors worden etherische olie gewonnen, die hun toepassing vinden in medicijnen en parfums. Een Franse ontdekkingsreiziger leerde in de 16de eeuw van de indianen wat voor positieve invloed de Thuja op de behandeling van scheurbuik had. Aan deze werking dankt de levensboom dan ook zijn naam. De meeste uit Noord-Amerika en Azië stammende soorten worden veel te groot voor een gewone tuin. Van alle soorten bestaan echter mooie kweekvormen. Occidentalis betekent ‘uit het westen’. Deze levensboom heeft geel of groen loof en groeit zonder veel problemen op de meest verschillende gronden. Zijn vruchten zien er uit als kleine kegeltjes. Na tien jaar zijn de bomen zo’n 2,5 à 3 meter hoog. Wanneer de bomen niet gesnoeid worden, kunnen ze uiteindelijk wel 8 tot 10 meter worden. Het hout van deze levensboom wordt vanwege zijn vochtbestendigheid gebruikt in de scheepsbouw, maar ook past men het toe op blokhutten, kozijnen en deurposten. Omdat de boom een leeftijd kan bereiken van wel 800 jaar, wordt hij vaak gebruikt bij onderzoeken naar het klimaat.

Gisteren zijn ze geslecht! Wat nog rest zijn de twee stammen die op ongeveer 2 meter boven het maaiveld zijn afgezaagd. Of dat zo blijft valt nog te bezien. Mogelijk dat we er iets aan kunnen hebben in de nieuwe afscheiding, maar het is ook denkbaar dat we ze uiteindelijk toch maar gewoon op maaiveld niveau afzagen. We denken er over na!

vrijdag, februari 13, 2015

Drums & Percussie


De belangrijkste functie van drums en percussie, slagwerk binnen een band zal ik maar zeggen, is 'de maat houden'! D.w.z. het juiste tempo inzetten en er voor zorgen dat de band niet versnelt of vertraagt. Op de tweede plaats moet de slagwerker de 'structuur' van het te spelen nummer kennen en beheersen. Waarbij het op de derde plaats van belang is, dat de slagwerker die structuur 'duidelijk kan aangeven' naar de andere leden van de band. Zie daar de drie belangrijkste taken van een slagwerker binnen een band!
Simpel zou je zeggen, maar toch is het lastig om deze criteria consequent voor ogen te houden. Drums en percussie instrumenten bieden oneindig veel mogelijkheden om je slagwerkpartij invulling te geven, bijvoorbeeld met fills (korte muzikale passages). En het is voor een slagwerker heel verleidelijk om daarin op te gaan en die top drie even te veronachtzamen. Het overkomt mij in iedergeval nog vrij regelmatig, terwijl ik in de plaatselijke fanfare reeds als elf jarig jongetje als één van de drie concert slagwerkers mede het ritme bepaalde. (Zie ook m'n stukje 'embouchure' in mijn blogarchief van 23 februari 2011) De slagwerker wordt wel het fundament van de band genoemd. De slagwerker is verantwoordelijk voor de timing, muziek met een slechte timing is onplezierig om naar te luisteren.

Er zijn verschillende manieren om aan te geven hoe langzaam of hoe snel je een stuk muziek moet spelen. Meestal als een componist heel nauwkeurig wil aangeven hoe snel een stuk gespeeld moet worden, zet hij bijvoorbeeld boven het stuk: 1/4 = 100 d.w.z. dat er 100 kwartnoten per minuut gespeeld moeten worden. In de muziek gebruikt men meestal een tempo dat zit tussen de 40 (heel langzaam) en
200 (heel snel). Omdat het niet makkelijk is om je een tempo goed voor te stellen, maken we als regel gebruik van een metronoom om onderstaande tempi aan te leren:
Metronoomgetal 40-60 lento, largo zeer langzaam; 60-90 andante, larghetto langzaam; 90-120 moderato, allegretto matig; 120-160 allegro, vivace snel; 160-200 presto zeer snel. Veel muziekstukken speel je van begin tot eind in hetzelfde tempo. Toch zijn er ook stukken waarin je het tempo juist wel moet veranderen. Om deze veranderingen aan te geven zijn de volgende aanwijzingen in gebruik:
Accelerando en stringendo (string.) betekenen dat je sneller moet worden; Ritenuto (rit. of riten.), rallentando (rail.) of ritardando betekenen dat je langzamer moet spelen; Bij A tempo ga je terug naar het tempo voor de laatste tempowijziging; Bij Tempo 1° of tempo primo ('het eerste tempo') ga je terug naar het oorspronkelijke tempo.

Als goedwillende amateurs worstelen we in onze band 'Hodgepodge' zo af en toe nog wel eens met het tempo, of hebben we over de interpretatie van het één en ander een verschil van mening. We komen er echter altijd uit, maar terecht ofwel onterecht, vaak niet zonder vermanende blikken richting slagwerker!

woensdag, februari 11, 2015

Modernistische architectuur


Het geboortehuis van Pieter Cornelis Mondriaan (1872-1944) staat aan de Kortegracht 11 in de Amersfoortse binnenstad. Hij heeft daar met z'n ouders de eerste acht jaar van zijn leven gewoond. Op initiatief van mijn voormalige werkgever architect Leo Heijdenrijk (1932-1999) en zijn vrouw Cis is daar sinds 1994 het z.g. Mondriaanhuis gevestigd. Een museum waar je kennis kan maken met het leven en werk van de wereldberoemde kunstenaar. Voorts zijn er tentoonstellingen van kunstenaars die door Mondriaan zijn geïnspireerd.


Mondriaanhuis, gevel aan de Kortegracht.
Oorspronkelijk bestond het pand uit twee huizen, die in 1869 werden verbouwd tot een woonhuis en een school. De vader van Mondriaan was hoofdonderwijzer op de school en de familie ging in het woonhuis wonen. Zowel het woonhuis als de school zijn typisch negentiende eeuwse gebouwen met een wit gepleisterde gevel en grote glas-in-lood ramen. De panden bestaan uit twee woonlagen en hebben een rood pannendak met kleine dakkapellen. In 1985 richtten Heijdenrijk en zijn vrouw de Stichting Mondriaanhuis op. Het doel was om een documentatiecentrum in het geboortehuis van Mondriaan te vestigen. Daarnaast wilden ze de vervallen panden, die inmiddels tot Rijksmonument waren verklaard, restaureren. In 1989 kwam het documentatiecentrum er, niet in het geboortehuis zelf, maar in een pand ernaast. Het geboortehuis en het pand ernaast werden met behulp van sponsors en subsidie aangekocht en gerestaureerd door de Stichting De Nieuwe Beelding van het echtpaar Heijdenrijk. De voorgevel van het geboortehuis werd in 1992 zo verbouwd dat ze weer het uiterlijk kreeg dat ze rond 1900 had gehad.


Mondriaanhuis, gevel aan het Schelvissteegje
Het Mondriaanhuis is vanaf 2001 een Museum voor Concrete en Constructieve Kunst geworden. Vanaf toen zijn er een aantal aanpassingen en verbouwingen geweest aan het pand. De laatste verbouwing dateert geloof ik van 2009, toen het museum o.m. ook een ingang heeft gekregen in de achtergevel aan het Schelvissteegje. Het is een leuk museumpje, trouwens de laatste keer dat we er waren was in 2010! (Zie mijn stukje 'Mondriaanhuis' van 25 augustus 2010).
De huidige tentoonstelling 'Mondriaanhuizen', Modernistische architectuur in de hedendaagse kunst, is een selectie hedendaagse kunst, gekenmerkt door een hernieuwde belangstelling voor modernistische architectuur. Het modernisme van begin 20e eeuw was sterk utopistisch van karakter. Beeldend kunstenaars, architecten en musici geloofden in een maakbare, ideale maatschappij. In de huidige tijd, waarin het utopisme definitief tot het verleden lijkt te behoren, politieke ideologieën gesneuveld zijn en het globalisme de machtsstructuren in de wereld sterk heeft bepaald, valt in de hedendaagse kunst een opvallende tendens te bespeuren van verbeelding van modernistische (bouw)kunst.


In het geboortehuis van Piet Mondriaan, de modernist bij uitstek, wordt deze tendens in een verrassende groepstentoonstelling in beeld gebracht. In de tentoonstelling 'Mondriaanhuizen' hebben we werk van diverse kunstenaars gezien t.w. Annemieke Alberts, Michael van den Besselaar , Henk van den Bosch, Aldo van den Broek, Liesbeth Doornbosch, Cécile van Hanja, Wessel Huisman , Monique Kwist, Oscar Lourens, Jan van de Pavert Jan Ros, en Hans Wilschut.

zaterdag, februari 07, 2015

winterse perikelen


Op facebook (internet) kwam ik onderstaand filmpje tegen, vergezeld met het nodige commentaar van die en gene. Spectaculair, maar de verkapte opmerkingen aan het adres van NS en ProRail waren in dit verband vooral met cynisme doorspekt. Begrijpelijk natuurlijk, er is met onze spoorwegen m.n. in de herfst en winter altijd wel wat aan de hand. Blaadjes op de rails, bevroren bovenleidingen en/of wissels, kapot materieel, computerstoring, getob met de overgang naar de winterdienstregeling, misverstanden ga zo maar door. En dat terwijl de huidige combinatie NS en ProRail al sinds 1 januari 2005 bestaat, perfect zal het wel nooit worden, maar de kinderziektes zouden er zo langzamerhand toch echt wel uit moeten zijn!

Nee, dan Canada! Daar lopen ze niet te zeiken over een blaadje op de rails. Daar rijd ogenschijnlijk met het grootste gemak een trein door bijkant een meter sneeuw. Als een mes door de boter scheurt hij over het ondergesneeuwde spoor, zelfs een muur van opgehoopte sneeuw bij een spoorwegovergang houdt hem niet tegen!



Prachtig, echter Canada valt in dit verband natuurlijk niet te vergelijken met Nederland. Ondanks het feit dat ik de algemene kritiek n.a.v. dit filmpje op NS en ProRail wel een beetje deel en begrijp, kan ik alle cynisme ten spijt, het toch ook een beetje opnemen voor NS en ProRail. Het spoorwegnet in het dichtbevolkte Nederland is behoorlijk complex en moeilijk vergelijkbaar met het Canadese. We hebben in dit kleine landje met ca. 7033 km spoor, 2731 overwegen, 4500 km bovenleidingen, 7195 wissels en 405 stations sowieso veel meer handelingen op de m2 zal ik maar zeggen, waarbij iets mis kan gaan. Verder heeft de Canadese dieseltrein, die zo te zien op enkel spoor rijd, heel wat meer power, dan een elektrische trein die afhankelijk is van de hoogspanning op de kwetsbare bovenleidingen.

En dan die herfstblaadjes op de rails. Ik heb in het verleden in opdracht van NS eens een ontwerpplan gemaakt voor het vernieuwen en renoveren van een treinwerkplaats in Tilburg. Om me voor te bereiden op het één en ander, heb ik daar een aantal dagen rondgelopen. De wielenbank kwam toen o.a. aan de orde, waarbij ik kennis maakte met het begrip 'vierkante wielen', wielen die door te remmen, meestal door gladheid van de rails, een ingesleten vlakke plaats hebben opgelopen, en bij het rijden een bonkend geluid veroorzaken. In de wielenbank werden de wielstellen weer opgeknapt, d.w.z. de gehavende wielbanden werden middels hitte (uitzetting) a.h.w. van de velgen verwijderd en vervangen door een nieuwe of gerenoveerde wielband.
Bijna iedere herfst is raak. Gevallen blad waait over de rails, het plakt eraan vast als kauwgom aan vloerbedekking. Een trein dendert er een keer overheen en drukt de bladermassa nog eens stevig aan, terwijl het blad ook vastplakt aan het treinwiel. Een herfstbui maakt het vervolgens nat en het spoor verandert in een glijbaan vol zwarte smurrie, waardoor de wielen tijdens het remmen kunnen blokkeren. De trein beweegt verder terwijl een of meerdere wielen stilstaan en over de rails glijden. Op de plaats waar ze contact maken met de rails slijten de geblokkeerde wielen zeer snel. Treinvervoerders zoals NS en ProRail nemen treinen met z.g. 'vierkante wielen' zo snel mogelijk in onderhoud. Er rijden dan minder treinen, zodat er gaten vallen in de dienstregeling. Het één en ander bestaat al zolang er treinen rijden, en is uiteraard niet alleen een Nederlands probleem!

vrijdag, februari 06, 2015

foto als schilderkunstig doel!?


Hoewel het expositieoppervlak van museum 'de Fundatie' sinds 2013 middels het architectonische hoogstandje van HubertJan Henket (Bierman Henket Architecten) met een toename van bijna 1000m2 praktisch is verdubbeld, blijft het in vergelijking met het Stedelijk- of het Rijksmuseum in A'dam met resp. 8000m2 en 14500m2 expositieoppervlak een klein museum. Maar in zijn daden zou je kunnen zeggen, is 'de Fundatie' alles behalve een klein museum. Sinds de heropening in 2013 heb ik daar behalve de keuzes uit eigen collectie, alleen maar exposities van overwegend grote kwaliteit gezien. Ik vind het een prachtig, maar vooral ook overzichtelijk museum!

Onlangs hebben we daar 'In search of meaning' gezien, een expositie van mensbeelden in globaal perspectief. In deze tentoonstelling wordt de betekenis van de mensfiguur in globale context onderzocht. Het vraagstuk van het geloof, de val van de Muur en de teloorgang van het communisme; aan het einde van de vorige eeuw veranderde de wereld ingrijpend, maar het einde van de 'grote verhalen' liet ons met lege handen achter. Hoe te leven? Wereldwijd kiezen kunstenaars voor de mensfiguur om hun vragen over het mens-zijn te communiceren. Kunst maken is voor hen een vorm van zelfonderzoek. Ze beginnen vaak bij zichzelf en maken afgietsels van hun lichaam, in het verlengde van de bodyart. Maar het gaat niet om zelfportretten. Deze 'mensbeelden' tonen visies op het mens-zijn. Kunstenaars onderzoeken het fysieke lichaam, van seks en dood, tot onze relatie met de natuur en de kosmos. Ze verbeelden sociale relaties zoals liefde, haat en eenzaamheid en machtsverhoudingen tussen groepen. Ze stellen ethische en existentiële vragen in een tijd dat richtlijnen voor het leven ontbreken. Het optimistische vooruitgangsgeloof van het modernisme maakt plaats voor postmoderne twijfel, en postseculiere spiritualiteit en Godsverlangen en dat zie je terug in de kunst.

We hebben intrigerende werken gezien van Joep van Lieshout (1963), Heri Dono (1960), Folkert de Jong (1972), Karin Arink (1967), Yue Minjun (1962), Elisabet Stienstra (1967), Juan Muñoz (1953-2001), Stephan Balkenhol (1957) en nog vele anderen. Tot zover de prachtige expositie 'In search of meaning'

Dan 'CLOSER'het megarealisme van Tjalf Sparnaay, de tweede expositie die we daar hebben gezien. De eerste museale presentatie van Tjalf Sparnaay (1954). Zeer nauwkeurig in olieverf nageschilderde gebakken eieren, patatten, broodjes, salades, ketchupflessen, barbiepoppen, knikkers, herfstbladeren etc. etc. Tjalf Sparnaay was sportleraar toen hij begin jaren '80 gefascineerd werd door de fotografie. Met zijn camera legde hij middels snapshots het dagelijkse leven om hem heen vast. Tegelijkertijd ontwikkelde hij zichzelf in zijn vrije tijd tot schilder, geïnspireerd door het magisch realisme van Carel Willink en het 'Photorealism'. Een stroming binnen de Amerikaanse kunst waarbij de kunstenaar de werkelijkheid natuurgetrouw (na)schildert aan de hand van een, al dan niet uitvergrote foto, waarbij de koele, harde fotoweergave tot schilderkunstig doel wordt. Beroemde fotorealisten als Ralph Goings, Charles Bell en Richard Estes waren zijn voorbeelden.

Het 'nieuwe realisme' wordt het genoemd, een stroming in de kunst die ten koste van de 'moderne kunst' terrein aan het winnen is, las ik ergens. Geen probleem, het gaat nou eenmaal zoals het gaat in de tijd. Maar is het kunst? Knap, dat zeker, en vele malen kunstiger dan bijvoorbeeld de 'conceptuele kunst', waarvoor je nauwelijks artistieke gaven hoeft te bezitten. Zo bezien zou je het 'nieuwe realisme' zelfs nog grensverleggend kunnen noemen. Evengoed associeer ik die nageschilderde foto's toch meer met kunstnijverheid dan met kunst. Ik heb er niks mee, het raakt en ontroerd me niet. Kijken naar een minitieus nageschilderde eigentijdse foto, zie ik een beetje als het omgekeerde van kijken naar een poster van een schilderij van oude meesters! Nogmaals knap wat die Sparnaay presteert met zijn penseel, maar voor mij had hij daar gewoon zijn foto's mogen ophangen.

woensdag, februari 04, 2015

over biodiversiteit


In Sir EDMOND, de wekelijkse bijlage van de Volkskrant, zag ik onlangs van microfotograaf en planktonkenner Wim van Egmond, een foto van een 'foraminifeer'. Ik had in een biologieboek wel eens afbeeldingen van een 'foraminifeer' gezien, in zowel levende- als fossiele staat, maar zo lichtgevend had ik ze nog nooit gezien, prachtig! Het deed me aan zeevonk denken, maar dat is een heel ander organisme en heeft hier niets mee te maken. De 'foraminifeer' lichte enkel op door de flitser tijdens het maken van de foto. Evengoed boeiend!

(Foraminiferen zijn dierachtige eencelligen met een kalkskelet, dat meestal is opgebouwd uit kamers. Door gaatjes in de tussenwanden van de kamers, komen uitstulpingen van celplasma (pseudopodiën) naar buiten. Hiermee kunnen ze zich verplaatsen en voeden. Ze leven uitsluitend in zee. Foraminiferen zijn meestal microscopisch klein, maar ze kunnen ook enkele centimeters groot worden. Fossiele (versteende) overblijfselen van foraminiferen worden regelmatig in gesteentelagen gevonden. Zo bestaan o.m. de krijtrotsen van Dover uit kalksteen bestaande uit foraminiferenskeletjes).

Prachtig, wat zijn er toch ongelooflijk veel levensvormen op aarde. Ik las ergens dat er ongeveer 4 miljoen beschreven zijn. Maar er zijn er ongetwijfeld veel meer, want de mens heeft tot op de dag van heden nog lang niet alle gebieden op aarde bestudeerd. Biologen schatten de totale hoeveelheid verschillende levensvormen op ongeveer 40 miljoen soorten. Tien keer zoveel dus! Waarop de schatting is gebaseerd mag joost weten, maar ik ben dan ook geen bioloog. Aan de andere kant staat de biodiversiteit onder druk. De paradox is dus, dat alle levensvormen nog lang niet bekend zijn, terwijl er ook levensvormen uitsterven. Alleen in Nederland al werden er in 1950, 1400 soorten hogere planten geteld. Sindsdien zijn hiervan 70 uitgestorven en zijn er 500 in aantal/oppervlakte ernstig achteruitgegaan. En het aantal broedvogelsoorten schijnt in dezelfde periode met een derde te zijn afgenomen!

Toen Charles Darwin in 1831 vertrok voor zijn wereldberoemde reis met marineschip HMS Beagle, heerste nog sterk het idee dat alle aardse levensvormen door God waren geschapen. Onderzoekers beschouwden het als hun levenstaak om zoveel mogelijk soorten te bestuderen en te benoemen. Rond 1750 rangschikte de Zweedse onderzoeker Carolus Linnaeus in totaal 15.000 soorten. Eind 18e eeuw stond de teller al op een miljoen, en tegenwoordig gaan biologen dus al uit van ongeveer 40 miljoen verschillende soorten. Een complete inventarisatie lijkt me haast ondoenlijk. Met zijn evolutietheorie liet Darwin zien, hoe door een samenspel van toevallige verschillen en natuurlijke selectie nieuwe soorten kunnen ontstaan. Darwin probeerde alle hem bekende soorten te rangschikken in een soort van levensboom die de verwantschap tussen de soorten laat zien. Inmiddels is met DNA-technieken Darwins theorie nog eens bevestigd.

De natuur en de daarbij horende biodiversiteit zijn ook essentieel voor het voortbestaan van de mens. Als we de biodiversiteit nu goed beschermen, kunnen we een schone en een gezonde wereld voor onze kinderen nalaten. Maar hoe kan grootgebruiker mens dit aanpakken?
Er zijn eigenlijk twee manieren; we kunnen soorten beschermen bijvoorbeeld door het redden van bedreigde soorten, of hele ecosystemen beschermen, bijvoorbeeld door het opzetten van natuurreservaten in soortenarme of bedreigde gebieden. Het één en ander is natuurlijk best moeilijk als je het totale aantal soorten op aarde nog lang niet kent, terwijl er aan de andere kant weinig tijd te verliezen is.

Integrale samenwerking is een absolute must! Tussen wetenschappers die proberen de biodiversiteit op aarde zo snel mogelijk in kaart te brengen, en natuurbeschermers en politici die oplossingen proberen te vinden voor de alles overheersende invloeden in deze van de mens.

vrijdag, januari 30, 2015

'Felis Onca IV' op de klippen!


Onlangs las ik in de krant dat Rijkswaterstaat aan de Nieuwe Waterweg natuurgebiedje 'Gors van de Lickebaert' wil aanpakken. Rijkswaterstaat gaat daartoe in 2017 ca. 2 km natuurvriendelijke oever aanleggen langs de Nieuwe Waterweg. Het één en ander om ter plekke een geleidelijke overgang van het land naar water te laten ontstaan, alsmede een evenwichtig leven van de onderwaterbodem. Het 'Gors van de Lickebaert' ligt aan de noordoever van de Nieuwe Waterweg tussen Maassluis en Vlaardingen. Het gebied, dat deel uitmaakt van de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur, valt regelmatig droog maar toch ontstaat er geen waardevolle natuur. De golven van passerende schepen op de Nieuwe Waterweg, één van de drukste vaarwateren ter wereld, verhinderen de vorming van een geleidelijke overgang van land naar water en een evenwichtig onderwaterbodemleven. Tot zover het recente nieuws over het 'Gors van de Lickebaert'!

Bij het lezen over de plannen met het 'Gors van de Lickebaert' gingen mijn gedachten ruim 20 jaar terug, toen ze in die hoek kennelijk al bezig waren de overgang van land naar water naar wens te manipuleren. Met de 'Felis Onca IV', ons voorlaatste zeiljacht waren we met vakantie naar Zuid Engeland en Normandië geweest. Waarbij op de terugweg spontaan het plan was ontstaan nog een paar dagen aan de vakantie vast te knopen en niet langs, maar door Zeeland huiswaarts te varen. Daartoe zijn we destijds bij Vlissingen naar binnen gegaan. Via het kanaal door Walcheren, het Veerse Meer, Oosterschelde, Volkerak, Haringvliet, Spui en Oude Maas raakten we uiteindelijk nabij Vlaardingen op de Nieuwe Waterweg verzeild, waar we alvorens het ruime sop weer te kiezen, in Schiedam hebben overnacht.

De andere dag wilden we naar IJmuiden varen. Maar dat zou waarschijnlijk wel motorren worden, want voorlopig was Aeolus ons niet of nauwelijks gezind, en de voorspellingen waren in dat opzich ook niet gunstig. Het was niet anders, en zo voeren we even later op de motor met stroom en tij mee met een stevig gangetje van rond acht knopen over de grond op de Nieuwe Waterweg zeewaarts, waarbij we in de vaargeul conform het BPR zo dicht mogelijk de stuurboordwal aanhielden. Ter hoogte van het 'Gors van de Lickebaert' meende ik de bocht in de geul wel enigszins te kunnen afsnijden. Een blik op de dieptemeter en de kaart gaf voldoende vertrouwen, altijd nog rond 4 à 5 meter terwijl onze diepgang 1,90 meter was! In een opperbeste stemming stoven we al keuvelend westwaarts, J, die beneden bezig was met de koffie, stond op het trapje in de kajuitopening, en ik achter de roerstand. Plotseling zag ik op de tot dan toe vrij vlakke waterspiegel, een enigszins draaiende werveling op zo'n 2 à 3 bootlengtes voor de boeg. Een fractie van een seconde later was het boem!

J was door de klap vanaf het trapje door de kajuit tegen het middenschot gekatapuleerd, en kwam er wonder boven wonder enkel met de schrik en een paar blauwe plekken van af. En ik zat met een gekneusde rib een tijdje adem happend in de kuip, door de klap tegen het stuurwiel was even alle lucht uit m'n longen geperst. En de 'Felis Onca IV' zat aan de grond zo vast als een huis en hing hoog en scheef in de Nieuwe Waterweg. Enigszins bekomen van de schrik en de pijn hebben we eerst maar eens gekeken of er nergens water binnenkwam. Motorruimte, schroefas, bilg, kielophanging etc. Dat zat zo te zien allemaal goed, en de mast stond er gelukkig ook nog goed bij. Maar ja wat nu, we moesten daar uiteraard wel weg zien te komen. Inmiddels waren we door een grote hekgolf van een passerend schip ook nog iets hoger en schever komen te liggen, enige haast was geboden. Ik stond echter amper klaar om middels de marifoon de havendienst op te roepen, toen ik in m'n ooghoeken de redding nabij zag komen.

Twee potige kerels op een gele pilot hadden ons al zien stunten in de gevarenzone en het één en ander aan zien komen. Afgelopen week waren in deze hoek door Rijkswaterstaat grote betonblokken gestort die uiteraard nog niet op de kaart stonden. Op ca. 15 meter van ons bleven ze liggen, dichter bij ging niet vanwege hun diepgang. Of we een lijntje over konden gooien. Nadat de verbinding met een paar aan elkaar geknoopte landvasten was gelegd, begonnen ze in alle rust te trekken in de richting vanwaar we vandaan gekomen waren. Het was een stevige landvast, maar dat mocht niet baten, knap! Vervolgens gooiden ze zelf een lijntje over, eerst een dunne, gevolgd door een bijkans polsdikke lijn, die ik zo goed en kwaad als ging aan een lier bevestigde. Wederom nam de spanning op de lijn toe, maar deze keer met succes. Even later dreven we zij aan zij, wat waren we blij! Wat we ze schuldig waren? Even zaten beide mannen voor de vorm een beetje te smoezen, nou wat dacht u van een flesje jajem? Van meer wilden ze niet weten! Te gek jongens, en met een 'hier pak aan' koop dan op z'n minst allebei een fles, namen we afscheid en gingen we ons weegs.

Amper voorbij Maassluis werden we ingelopen door een politieboot die naast ons kwam varen. Enigszins ongerust vroegen we ons af waar we dat weer aan te danken hadden? Tot onze verbazing vroegen ze wat we van plan waren. Nou we gaan naar buiten, naar IJmuiden. Dus jullie gaan na zo'n crash gewoon de zee op? Crash? 'Big brother is watching you', ze zien ook alles op de Nieuwe Waterweg! Ja, het valt mee, we hebben de boel nagekeken en er is zo te zien niks aan de hand. Hebben jullie kiel en onderwaterschip dan ook geïnspecteerd? Nee, dat niet, hoe zouden we dat hier moeten doen? Maar we hebben een vaste loden kiel die volgens ons een aardige dreun kan hebben. Desalniettemin raden ze ons met klem aan, om alvorens de zee op te gaan het onderwaterschip in de Berghaven in Hoek van Holland te laten inspecteren. Zij wilden de mensen daar alvast wel verwittigen en iets proberen te regelen. Wat een services! Bij een kraan konden we jammer genoeg niet terecht, echter twee duikers van de brandweer hebben daar kiel en onderwaterschip uitvoerig kunnen bekijken. Het enige wat ze konden ontdekken was een fikse winkelhaak in de schuine voorkant van de kiel op ongeveer 30 cm vanaf onderkant kiel. Opluchting alom! Bizar maar waar, ook hier konden we de zaak in natura afronden met koffie en een paar flessen jajem!

Na alle heisa zijn we daarna Scheveningen maar binnen gelopen. Daar hebben we alvorens de kooi in te duiken, de dag met een borrel en een visje geëvalueerd. Morgen weer een dag!

zondag, januari 25, 2015

Muziektempel Catharinakapel


De huidige Catharinakapel beleef ik vooral graag als een muziektempel, maar ze is natuurlijk veel meer. Om maar wat te noemen, behalve concerten worden er in de voormalige kapel van de Catharinaparochie film- en toneelvoorstellingen, cabaret, kunstexposities (zie o.a. de beelden van Monique Spapens), feestjes en trouwerijen gehouden. Allemaal prachtig, maar als gezegd geniet ik het meest in de Catharinakapel als er muziek te beluisteren valt. Dat is vooral ook te danken aan de perfecte akoestiek en de ingetogen ambiance van de ruimte. Het blues- en countryachtige concert van 'OMar' j.l. vrijdagavond in de bovenzaal, was voor mij weer eens een bevestiging van deze stellingname. Prachtig, en toen ik de muziek van 'OMar', waar ik tot voor kort nog nooit van gehoord, ook nog eens als koren op m'n molentje beleefde, kon de avond niet meer stuk!



'OMar' bestaande uit twee gitaristen Martin Korthuis (1952) en Omar Bakker, waarbij eerstgenoemde ook zang hoofdzakelijk voor zijn rekening nam, lieten vrijdagavond blues en country vloeiend ineen stromen. Hoewel beide muzikanten al een grote staat van dienst hebben in de wereld van de muziek, was dit hun eerste optreden in deze context. Martin Korthuis die zijn roots in de country/rock heeft liggen, kwam Omar Bakker, wiens roots meer in de wereld van de blues/rock liggen, op Schiermonnikoog tegen. Ze speelden wat met elkaar, en wat bleek, het klikte, beide muziekstijlen konden ze moeiteloos verenigen. Vrijdagavond maakten we dus in de Catharinakapel tot groot genoegen van naar schatting 45 à 50 aanwezige luisteraars de primeur mee van 'OMar'. Prachtig, de avond was voorbij voor ik er erg in had. Ze gaven één toegift, maar dat hadden er van mij, en ook van de anderen aan de reacties te horen, best meer mogen zijn!

vrijdag, januari 23, 2015

Backpacken in de Ourthevallei


Rond 4 uur 's middags stapten we uit op station Melreux Hotton, we waren er. Blij en opgelucht na de lange, ietwat rommelige treinreis, die ons al vanaf 's morgens 9 uur had beziggehouden met overstappen en lange wachttijden, hesen we op het perron onze rugzakken op. Van nu af aan waren we backpackers in de Ourthevallei! Maar voor vandaag was het wel even mooi geweest, en leek het ons beter eerst maar eens een plekje voor de nacht te gaan zoeken. Een uurtje later hadden we onze tentjes opgeslagen op een mooi idillisch plekje aan de Ourthe, zaten de kinderen al in de Ourthe en snorde ons benzinebrandertje er voor een warm maaltje gezellig op los!

Na een goede nachtrust en een stevig ontbijt begonnen we de andere morgen met het echte werk. Voor de komende week hadden we een voettocht gepland over de GR 57 door het zuidelijk deel van de 'Ourthevallei', genaamd 'De hoge vallei'.

De Grande Randonnée nummer 57, kortweg de GR 57 door de 'Ourthevallei' in de Belgische Ardennen is een wandelpad tussen Luik en Houffalize van totaal 151 km. Ze bestaat uit 3 delen t.w. 'De lage vallei' (Luik - Bomal 51 km), 'De midden vallei' (Bomal - Hotton 36 km) en 'De hoge vallei' (Hotton - Houffalize 64 km).

Ons bezoekje aan de 'grotten van Hotton', die zich even buiten de wit-rode merktekens van de GR route bevonden, was de moeite waard. Ik las dat de grotten daar pas in 1958 zijn ontdekt. De verscheidenheid en de opmerkelijke kleuren van de druipsteenformaties vonden we prachtig.

Na ons bezoek aan de grotten hebben we de draad weer opgepakt, en vervolgden we onze weg over het GR pad richting Beffe. In die omgeving vonden we aan de Ourthe wederom een prachtig plekje voor de nacht. 's Avonds zaten we daar knus met z'n vijven te kletsen om een vuurtje dat we hadden aangelegd op een basis van keien uit de rivier. Het knetterende vuurtje overtrof af en toe het ritmische gemurmel van de Ourthe. Wat een sfeer, en nog lekker warm ook. Totdat opeens de basis van ons vuurtje met een regen van vonken uit elkaar begonnen te spatten, we schrokken ons een bult. Natuurlijk, de anomalie van water, de doornatte rivierkeien konden de spanning door de hitte niet langer aan. Jammer, maar aan de andere kant was het toch ook wel bedtijd geworden!

's Morgens dreigende wolken aan het zwerk, de lucht was bezwangerd van regen. Maar het was gelukkig nog droog, we hebben ons bivak dan ook als een speer opgebroken. We hadden de tentjes amper droog in onze rugzakken zitten toen het begon te plenzen. De poncho's hadden we uiteraard al bij de hand gelegd, en zo gingen we ondanks de regen letterlijk goedgemutst op pad, richting Marcourt.

Lachen natuurlijk, we zagen eruit als een stel weldoorvoede kloosterlingen, maar we bleven zo allemaal wel lekker droog. Aan de weelderige vegetatie te zien valt de regen hier overvloedig. Gelukkig klaarde het na een paar uurtjes op en konden de poncho's weer in de zak. Het was wel uitkijken nu, want het was hier en daar knap glibberig geworden op ons pad. Ondanks alle onvolkomenheden was het weer een prachtige tocht. In Marcourt hebben we in de loop van de middag aan een door de regen sterk gezwollen Ourthe, ons bivak weer opgeslagen.

We raakten geleidelijk aan aardig geroutineerd. Iedereen had, al of niet bij toerbeurt, zijn taken, en dat waren er nog best veel. Vlak plekje zoeken, tentjes opzetten, inrichten, eten inslaan, water halen, kookplekje maken, benzinebrandertje aan de praat zien te krijgen, koken etc. etc. Bovendien moest iedereen een zekere discipline op kunnen brengen in die kleine tentjes. De boel binnen droog houden met die nattigheid buiten, niet teveel eten kopen, want waar moet je het laten, voorzichtig en zorgvuldig koken op open vuur en veel hitte op maaiveldniveau. Maar ook het in- en uitpakken van je rugzak moest goed en zo droog mogelijk gebeuren. Lapte je het één en ander aan je laars dan had je daar gelijk last van. Je kon of de boel niet vinden of je liep de hele dag ongemakkelijk met een te zware of onevenwichtig ingepakte zak op je rug. Maar gelukkig hadden zowel wij als onze kinderen van 13, 10 en 8 jaar het één en ander snel door, en verliep onze voettocht behoudens wat kleinigheden hier en daar op rolletjes, ondanks het bij tijd en wijle knap regenachtige weer.

In de zes dagen na Marcourt hebben we nog in La Roche en Ardenne, Maboge, Le Hérou, Engreux en Houffalize gebivakkeerd. We hebben de Ourthevallei ervaren als een uitgestrekt natuurpark. Een onvergetelijk mooi landschap, nu eens lieflijk, dan weer grillig. Rotspartijen, bossen, prachtige panorama's, pittoreske stadjes en dorpjes, ruïnes, hoogvlaktes, en door alles heen de meanderende Ourthe. Nu eens rustig voortmurmelend, dan weer woest schuimend zichzelf een weg banend. Zo werden we als begenadigde backpackers aan de boorden van de Ourthe, dagelijks getrakteerd op het wonderschone lied van het water. Een prachtige wandeling die ik nooit vergeten zal!

maandag, januari 19, 2015

over Martelpad en de Verdon!


In 'Een schitterende wandeling!!' mijn stukje van j.l. 14 januari, heb ik het op het laatst even over de 'Tour du Mont Blanc', een stukje over een voettocht van langgeleden in de Alpen, dat ik al op 2 december 2009 geschreven heb. Een voettocht die destijds door het slechte weer min of meer op een debacle is uitgelopen, waardoor we toen richting zon zijn gevlucht. Die vonden we, na enig oponthoud door een kettingbotsing op de A7 nabij Montélimar uiteindelijk in Castellane, een plaatsje in de Alpes-de-Haute-Provence. Een oase na alle kou en nattigheid in de Alpen! Desalniettemin waren we na een aantal dagen relaxen voor onze tentjes toch weer aan iets anders toe. We hadden gewandeld, boodschappen gedaan en op terrasjes gezeten, we hadden gezwommen, spelletjes gedaan en gelezen over een spannende voettocht door de Grand Cañon du Verdon!

Tentjes afgebroken, rugzakken ingepakt, en weg waren we. Een parkeerplaats voor een paar dagen hadden we snel gevonden in Rougon. Het avontuur kon weer beginnen. We hadden een rondje van om en nabij 30 km uitgestippeld. Te beginnen in Rougon, via GR 4 naar La Palud en La Maline, waar we onze tentjes wilden opslaan voor de nacht. De volgende dag zouden we dan beginnen met een steile afdaling van ongeveer 350 meter naar de bodem van de Grand Cañon du Verdon, om vervolgens langs de Verdon over de GR4, ofwel het Martelpad (vernoemd naar speleoloog Edouard Alfred Martel, die in 1905 als eerste volledig de Verdon afzakte) terug te keren naar ons vertrekpunt van de vorige dag in Rougon.

!e dag.

Vanuit Rougon, een klein afgelegen dorpje op ongeveer 950 meter hoogte, hadden we een magnifiek uitzicht op de bergachtige omgeving, waar de Grand Canyon du Verdon ook een onderdeel van is. Het was snik heet, eigenlijk te heet voor een forse wandeling met volle bepakking. Een wandeling die ook nogeens louter uit klimmen en dalen bestond. Het is ook nooit goed zeiden we tegen elkaar, de ene keer kou en regen, en nu weer dit. Maar laten we ophouden te zeuren, en gewoon een lekker rustig tempo aanhouden. Zo gezegd, zo gedaan, het prachtige panorama maakte bovendien veel goed. Hoog boven onze hoofden zagen we enkele gieren rondcirkelen, fascinerend. Rougon staat bekend om zijn gierenkolonie had ik al eens ergens gelezen.

En zo stapten we rustig voort over de GR4 richting La Palud. Op z'n tijd even een pitstopje in de schaduw voor een slokje en om af te koelen. Desalniettemin hadden we allemaal erge dorst en hete voeten, toen we halverwege de middag in La Palud aankwamen. We zijn dan ook onder een grote parasol op het eerste de beste terrasje dat we in het dorp tegenkwamen neergestreken. Schoenen uit, en omhoog met die hete voeten, even heerlijk uitblazen. Ondertussen het ene na het andere flesje fris of bronwater achteroverslaand. Het beviel ons daar onder die parasol zo goed, dat we er zeker een dik uur gezeten hebben. Uitgerust en verfrist begonnen we, nadat we onze veldflesjes weer met water hadden gevuld, aan de tweede en laatste etappe die dag.

Het vervolg over de GR4 naar Chalet de la Maline, was in feite een herhaling van zetten van het eerste deel. Alhoewel de GR4 ons nu wel veel meer over een geasfalteerde weg voerde. Dat loopt sowieso al zwaarder, laat staan met die hitte! Maar ons motto was, dat we niet zouden zeuren, dus gewoon rustig doorlopen maar. Na de zoveelste bocht zagen we eindelijk Chalet de la Maline in de verte liggen. Iedereen blij, rond zeven uur waren we terplekke, en konden we onze tentjes opzetten. Dat viel echter nog niet mee, omdat er niet of nauwelijks een vlak plekje te vinden was. Maar uiteindelijk stonden beide tentjes, al moesten we vannacht wel enigszins onder helling slapen. In Chalet de la Maline waren we kennelijk de laatste gasten, maar gelukkig hadden ze nog wat eten over voor ons.


2e dag.

De andere morgen waren we om acht uur al uit de veren. Onder helling slapen hadden we geen van allen als een succes ervaren. Het zij zo, we waren al blij dat we 's nachts de tent niet uitgerold waren. En zo begonnen we na het ontbijt rond half tien aan ons zelfverklaarde avontuur, t.w. een voettocht van 14 à 15 km over het 'Martelpad' in de 'Grand Canyon du Verdon', die ons in zes à zeven uur terug moest voeren naar Rougon.

Profiel Martelpad.

Zoals gezegd begon onze tocht die morgen met een steile afdaling van ongeveer 350 meter. Na een uurtje hadden we de bodem van de canyon bereikt en zijn we er even bij gaan zitten. We vonden het een indrukwekkende ervaring de canyon van hieruit te beleven. Te bedenken dat die enorme kloof puur door de kracht van het rivierwater is uitgesleten. Er zijn hoogteverschillen van soms wel 700 meter las ik, waarbij de canyon beneden op sommige plekken slechts 6 meter breed is en bovenaan soms enkel 200 meter. Imposant allemaal, deze overwegingen, maar we konden daar natuurlijk niet blijven zitten. Linksaf dus dan maar, richting Point Sublime en Rougon.


We raakten niet uitgekeken op de omgeving, prachtig, wat een uitzichten. Maar we moesten ook goed opletten hoe en waar we onze voeten neerzetten. Hoewel het pad naar eerder genoemde speleoloog Martel vernoemd is, vonden we het eigenlijk ook echt wel een beetje een martelpad. Maar dat mocht de pret niet drukken. Toen we op een gegeven moment een puinhelling moesten afdalen, wisten we eigenlijk niet goed hoe we dat moesten aanpakken. Terwijl we ons stonden te beraden, werden we door een paar backpackers gepasseerd, die zonder een moment van aarzeling de puinhelling met een aantal grote sprongen afgingen. Goed voorbeeld, doet goed volgen, in no time stonden we met z'n vijven beneden. Verder maar weer!

Verderop liep het Martelpad door een paar tunnels, waarvan er één een lengte had van om en nabij 700 meter. Het werd aardedonker om ons heen, maar goed dat we zaklampen bij ons hadden. Een aantal steile stalen trappen maakten verder ook deel uit van het Martelpad. In totaal moesten we daarmee een hoogte verschil van zo'n 100 meter overbruggen. Alles bij elkaar genomen een prachtige tocht. Minder zwaar trouwens dan we aanvankelijk op basis van informatie hadden verwacht. Hoewel we na zeven uur sjouwen nog een behoorlijke klim voor de kiezen kregen om de canyon weer uit te komen. Maar ja, de laatste loodjes wegen wel vaker het zwaarst. Onze kinderen hadden er overigens minder moeite mee dan wij. Die zaten, toen wij voor hun al sjokkend in beeld kwamen, al breed grijnzend achter een koel drankje op het terras van L'Auberge du Point Sublime nabij Rougon.

woensdag, januari 14, 2015

Een schitterende wandeling!!


Lang geleden stonden we op een camping aan de rivier de l'Arve in Chamonix. Al dagen lang was het het mooiste weer van de wereld, strak blauwe lucht en glashelder. Als we 's morgens, zittend voor ons tentje, omhoog keken, werden we haast verblind door de schoonheid van het Mont Blancmassief. Prachtig, die ochtendzon op de besneeuwde toppen, majestueus en dominant, superlatieven schoten tekort, we bleven kijken. Ook onze kinderen, destijds 8, 6 en 4 jaar oud, stonden soms met open mond naar die fascinerende witte wereld te gapen. Ze wilden er wel naar toe, maar daarin moesten we ze natuurlijk teleurstellen. Daar moet je een echte bergbeklimmer voor zijn, een alpinist, een kletteraar met touwen, haken en pikhouwelen, dat soort dingen. Maar we zijn vandaag wel van plan met de gondelbaan naar boven te gaan, naar de Aiguille du Midi, dat is één van de hoge toppen daar. Dan zijn we aardig in de buurt en kunnen we de boel mooi een beetje van bovenaf bekijken. Dat was leuk, iedereen blij!

We waren vrij vroeg, toch stond er al een respectabele rij wachtenden voor ons. Even zakte ons de moed in de schoenen, maar al snel kwamen we er achter dat de rij wachtenden toch nog vlug oploste. Er gaan 50 à 60 mensen in een gondel, dus dat wil ook wel. De rit vanaf het grondstation in Chamonix, dat op een hoogte van 1035 meter ligt, naar de 3842 meter hoge Aiguille du Midi, gaat in twee etappes. De eerste etappe bracht ons in ongeveer 10 minuten naar Plan d'Aiguille op 2317 meter hoogte. Vandaar bracht een tweede gondel ons in nog eens ca. 10 minuten naar de top. Het uitzicht vanuit de gondel op de omgeving was overweldigend!

Boven aangekomen bleken er diverse uitzichtplaatsen te zijn, prachtig. Maar 100 meter hoger was er ook nog een uitzichtplateau die we alleen middels een lift konden bereiken. Daarvoor moesten we wel eerst weer in de buidel tasten, maar dan had je ook wat. Het panorama dat zich daar voor onze ogen ontvouwde was magistraal, 360º konden we vrij in de rondte kijken! De ronde top van de Mont Blanc in z'n volle glorie, glinsterend in de zon. Bijna aanraakbaar, ik kon me vanaf ons uitzichtpunt moeilijk voorstellen dat die nog zo'n 1000 meter boven ons uit torende. Voor m'n gevoel stonden we praktisch op gelijk niveau, we stonden als het ware op het dak van de Franse-, Zwitserse- en Italiaanse Alpen.

Toen we uitgekeken waren zijn we met de gondel weer afgezakt naar 2317 meter, naar het tussenstation Plan d'Aiguille. Alvorens verder af te zakken, hebben we bij het restaurantje daar onder een parasol eerst maar eens wat te eten genomen. Prachtige plek daar, mooi om van daaraf te zien hoe de gondels steil omhoog richting top gingen. Ergens las ik dat er van daaraf ook een voetpad naar Chamonix liep. Een wandeling van 2,5 à 3 uur! Overwegend dalen, het leek ons leuk, hoewel we een beetje onze twijfels hadden of dit voor de jongste niet te zwaar zou zijn. Maar met het idee, haar op m'n schouders te nemen als ze het even niet meer zag zitten, zijn we vrolijk aan de afdaling begonnen. En daar hebben we geen spijt van gehad. Een mooie wandeling met prachtige vergezichten, al werd het sparrenbos naarmate we verder onder de boomgrens zakten wel steeds dikker en ondoorzichtiger. Evengoed een wandeling die me mogelijk door alle mooie belevenissen die dag, tot op de dag van vandaag nog helder voor de geest staat. En onze kinderen hadden er ook plezier in, al heb ik de jongste inderdaad zo af en toe wel even op m'n schouders genomen.

(Achteraf gezien is dit wandelingetje min of meer de opmaat geweest, voor een periode van ca. 3 jaar bergwandelen met rugzakken en tentjes, die we 5 à 6 jaar later hebben meegemaakt. Zie in m'n blogarchief o.a. mijn stukje 'Tour du Mont Blanc' van 2 december 2009).

zaterdag, januari 10, 2015

Park Vliegbasis Soesterberg


De vroegere Vliegbasis Soesterberg heet nou dus Park Vliegbasis Soesterberg, en dat is een groot verschil. In tegenstelling met vroeger mag je nu overal vrijelijk rondlopen en fietsen. En ze hebben er bovendien een prachtig museum gebouwd naar een ontwerp van architect Dick van Wageningen van het Amsterdamse bureau 'Felix Claus Dick van Wageningen architecten'. Het NMM ofwel Nationaal Militair Museum is op 11 december 2014 officieel door koning Willem Alexander geopend. Vanuit het museum uitkijkend over het immense terrein van de vroegere vliegbasis, gingen mijn gedachten j.l. woensdag even vele jaren terug in de tijd. Naar de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen ik als tiener hier samen met mijn vader een vliegshow van de Koninklijke Luchtmacht bijwoonde. Toen demoteam 'Ruiten Vier' hier met Gloster Meteor's zijn vliegkunsten vertoonden, en Super Sabre's hard over de basis vlogen om vervolgens bijna loodrecht omhoog het zwerk in te vliegen. En die oorverdovende knal, toen een Amerikaanse Starfighter boven de basis door de geluidsbarrière ging. Bijzonder dat de top-waar van weleer, hier nu als antieke waar staat of aan het plafond hangt.



Indrukwekkend allemaal wat er aan generaties wapentuig staat en hangt, tanks, pantservoertuigen, kanonnen, helikopters, vliegtuigen, raketten, noem maar op. Naast dit indrukwekkende arsenaal, zijn er ook nog diverse themaruimtes waar het verhaal van de krijgsmacht wordt verteld. Persoonlijke verhalen van bijzondere mensen. Verder is er een interactieve speelzone voor kinderen die ze Xplore noemen. En op een wand met tientallen posters, kwam ik een oude bekende tegen, en wel het vrouwtje dat een kruisraket wegschopt. Het pakkende symbool van de anti-kernwapenbeweging in de jaren tachtig. Ik was tijdens de vredesdemonstratie op zaterdag 21 november 1981 één van de ruim 400000 demonstranten op het museumplein in Amsterdam. De spanningen en ontwikkelingen in de wereld van vandaag, leren ons jammer genoeg de noodzaak om een goed geoutilleerd leger in stand te houden. Eerlijk en verhelderend dat ze in het NMM de geschiedenis van alle kanten belichten. Het is een uniek museum op een bijzondere locatie!

vrijdag, januari 09, 2015

beeldende kunst/architectuur


Zondag j.l. Museum & Tuin 'De Buitenplaats' in Eelde bezocht en het 'Drents Museum' in Assen. Mooie exposities in mooie gebouwen!


Museum & Tuin 'De Buitenplaats': Expositie over organische architectuur.

Rond 1850 herleeft de natuur als exclusieve inspiratiebron voor architecten, stedenbouwers en ontwerpers in de zich razendsnel ‘verstenende en asfalterende’ leefomgeving. De neerslag hiervan is zicht- en voelbaar in stromingen als de Art Nouveau en de Organische Architectuur. De voortrekkers als Frank Lloyd Wright, Antoní Gaudí, Friedensreich Hundertwasser en in Nederland Alberts en Van Huut zijn internationaal bekend. De verbeeldingen van de wereld van hun dromen zijn museumwaardig maar weinig te zien, en bieden zowel een oogstrelend historisch overzicht als een prikkelende, al dan niet realiseerbare toekomstvisie.

Geen geschiktere plek lijkt me, dan het door Alberts en Van Huut ontworpen museum (1996). De expositie over organische architectuur sprak des te meer tot de verbeelding, omdat we in het verleden de werken van de voortrekkers ook in natura hebben gezien. Het 'Guggenheim Museum' (1939) in New York van Wright; de 'Sagrada Familia' (1882 tot heden) in Barcelona van Gaudi; het 'Hundertwasserhaus' (1985) in Wenen van Hundertwasser en o.m. de 'Isala' klinieken (2013) in Zwolle van Alberts en Van Huut.

De wandeling daarna door de museumtuin, naar een ontwerp van Janneke van Groeningen-Hazenberg en Copijn Utrecht, was ook prachtig.

'Drents Museum': Kazimir Malevich - De jaren van de figuratie.

De nadruk van deze expositie ligt op het latere en minder bekende werk van Malevich, dat hij vanaf 1928 tot zijn dood in 1935 maakte. Het is de meest onderbelichte periode uit zijn oeuvre. Dit komt onder andere doordat bijna zijn volledige nalatenschap na zijn dood via de erven Malevich in het State Russian Museum terechtkwam, en door het communistische systeem nauwelijks buiten Rusland bekend was. Na de ‘perestrojka’ kreeg zijn werk enige bekendheid.

In de expositie is de rijke stilistische ontwikkeling te zien die Malevich voorafgaand aan zijn figuratieve periode doormaakte. Aan de hand van enkele sleutelstukken werden we meegenomen in de diverse stijlperiodes van het impressionisme, symbolisme, kubisme en suprematisme. Hoogtepunt van deze inleidende serie werken is het abstracte werk 'Zwart Vierkant' (ca. 1923), dat als één van de bekendste werken uit de kunstgeschiedenis geldt. Vervolgens wordt de ontwikkeling van zijn figuratieve werk belicht en zijn renaissance portretten (vanaf 1933), waaronder zijn zelfportret (1933), krijgen ruim de aandacht.

Naast 60 originele schilderijen omvat de tentoonstelling een serie kostuums en ontwerptekeningen, die Malevich maakte voor de avantgardistische opera ‘Victory over the Sun’ (1913).

'Drents Museum': Kostbare eieren uit het Tsarenrijk.

De pracht en praal van de Russische hofcultuur rond 1900 wordt gesymboliseerd door één object: het ei. Niet zomaar een ei, maar een juweel: uitgevoerd in de meest kostbare materialen met unieke versieringen en vervaardigd door de beste juweliers. Een aantal topstukken op dit gebied, waaronder enkele Fabergé-eieren, hebben we in het Drents Museum gezien. Prachtig gemaakt allemaal, kunstig, maar desalniettemin een kunstvorm waar ik koud nog warm van wordt.

De prachtige en zeer kostbare Russische eieren, waaronder unieke ontwerpen van Karl Fabergé zijn afkomstig uit het Landesmuseum in Liechtenstein. Deze eieren worden nu voor het eerst buiten het nationaal museum in deze omvang getoond. Het absolute topstuk is het zogenaamde ‘Appelbloesem-ei’ van Fabergé uit 1901, gemaakt in opdracht van de rijke industrieel Alexander Kelch als geschenk voor zijn vrouw Barbara. Het ei werd gemaakt door Mikhail Perkhin, hoofdjuwelier bij Fabergé en is in kwaliteit vergelijkbaar met de eieren die Fabergé en Perkhin voor de keizerlijke familie maakten. De collectie bestaat verder uit honderden unieke eieren vervaardigd in verschillende technieken. Er was een ruime selectie van de meest bijzondere topstukken te zien. De collectie kostbare eieren vertelt het verhaal van de betoverende hofcultuur van het vooroorlogse Rusland en de artistieke verfijning en bloei die de kunstnijverheid op dat moment beleefde.

dinsdag, januari 06, 2015

dan huisje, boompje, beestje!


Eind jaren zestig van de vorige eeuw hebben J en ik een huis gebouwd. Een huis dat we ook zelf hadden ontworpen. (Zie ook mijn stukje 'architectuur' van 16 december 2009). Ik zat in het ontwerpvak, al was het nog pril, dus waarom niet? De rationele aspecten als budgetten en haalbaarheid hadden we goed overdacht, daar waren we snel uit. Wat dat betreft wisten we, waar we ons aan moesten houden. Maar architectuur is meer, veel meer, en is zeker niet simpel alleen binnen een rationeel denkkader te duiden. Het opstellen van het 'Programma van Eisen' voor ons eigen huis, ging ons dan ook minder makkelijk af. Pasklare antwoorden op de meer gevoelsmatige aspecten in een ontwerpproces liggen immers sowieso nooit voor handen. Uiteraard zijn we er met z'n tweetjes wel uitgekomen, en kon ik uiteindelijk beginnen met het ontwerp en de uitwerking ervan!

Evengoed was en bleef het een lastig proces om je eigen opdrachtgever te zijn. Ik ontwerp liever een huis voor iemand anders, dat kost me om de één of andere reden minder moeite. En we hadden het 'Programma van Eisen' nog wel zo goed doordacht. Ik bleef in het begin maar wijzigen, dan weer zus, dan weer zo. Een innerlijke zoektocht van formaat was het. Het was ook, hoe zal ik het zeggen, een zoektocht naar een min of meer tijdloos concept. Ontwerpen is een abstract denkproces, met als resultaat een vormgegeven klustering van strategieën en ideeën. Echter steeds maar weer bleek het ontwerpresultaat een paar dagen later weer vatbaar voor verandering. Ik bleef aan de gang. Maar op een gegeven moment bedacht ik dat dat eigenlijk maar zo moest blijven ook. Ik heb gewoon een punt achter de ontwerpfase gezet, het was goed zo. Maar met de wetenschap dat we straks een huis zouden hebben, dat in de basis en qua ruimtelijke vormgeving klopt, maar wat ons straks in gebruik nog wel eens bezig zal houden. Het was destijds trouwens een vrij bekend issue in de architectuur, dat een gebouw eigenlijk nooit af is. Onder invloed van het gebruik en de gebruikers, moet het tegen veranderingen kunnen.

Het eindresultaat van het ontwerp was er dan ook na. We hebben met onze kinderen 18 jaar in een prettig huis gewoond. Een huis waar het interieur op met name de begane grond, die praktisch uit één grote leefruimte bestond, om allerlei reden met plezier regelmatig in meer of mindere mate werd verbouwd!

vrijdag, januari 02, 2015

jarig met oliebol en appelflap!


Oudejaarsavond zouden we thuis met z'n tweetjes doorbrengen, maar door actuele ontwikkelingen in de familie pakte dat toch een beetje anders uit, en zaten we plots met z'n vijven en Teun, onze ouwe trouwe viervoeter. Het was er uiteraard niet minder gezellig om, integendeel. Er was genoeg gespreksstof en we hebben ons ook prima vermaakt met de oudejaarsconference 'Wat is de vraag?' van Youp van 't Hek. Maar zo rond een uur of elf begonnen Jeanne en Kim, onze kleindochters van resp. 18 en 16 jaar oud, zich voor te bereiden op fase twee zal ik maar zeggen van de overstap naar het nieuwe jaar, en wel de feestjes met hun vriendjes en leeftijdsgenoten. Zie ik er goed uit zo, was vaak even de vraag. Ja natuurlijk, jullie zien er nog goed uit al zou je in een jutezak gekleed gaan. Toe zeg nou! Nee, jullie zien er geweldig uit! Oké, dank je, en zo gingen ze na de champagne rond een uur of half één, samen met hun moeder, die ook maar gelijk naar huis ging, vrolijk de deur uit. Op naar het feest, dat waarschijnlijk wel tot de vroege ochtend zal duren, die zijn voorlopig nog niet thuis!

Alvorens de koffer in te duiken, hebben we met z'n tweetjes nog een tijdje naar muziek geluisterd, en hebben we nog een pikketanisje genomen op de verjaardag van Daan, onze kleinzoon. Onze gedachten gingen even 14 jaar terug, naar 1 januari 2001. Toen even na de jaarwisseling onze kleinzoon in het AMC in Amsterdam geboren werd, terwijl wij in Almere op zijn zusje pasten. We hebben die nacht, na het blijde bericht dat tijdens de bevalling alles goed verlopen was met moeder en zoon, evengoed praktisch geen oog dicht gedaan door de vele ambulancewagens die met loeiende sirene's door de nacht scheurden. In de vroege ochtend hoorden we op de radio wat er die nacht in café 'Het Hemeltje' in Volendam gebeurt was. Voor het vervoer van de slachtoffers en de vele gewonden moesten de ambulancewagens zelfs vanuit Almere worden opgetrommeld!


Het verloop van het cafédrama in Volendam.

Op oudejaarsavond gaan de jongeren in Volendam van gelegenheid naar gelegenheid. Een grote groep jongeren eet die avond bij de Amvo om vandaaruit rond middernacht de tocht langs de Dijk te maken en vrienden een gelukkig nieuwjaar te wensen. Anderen hebben zich al de hele avond in de Blokhut, de WirWar of Het Hemeltje op hun vaste plekken verschanst in afwachting van de traditionele nieuwjaarsdrukte.

Kort na 12 uur op 1 januari 2001 zitten de drie horecagelegenheden de Blokhut, de WirWar en Het Hemeltje stampvol. De jongeren lopen in en uit om vuurwerk af te steken en elkaar te begroeten. Op de enige trap naar de Het Hemeltje is er bijna geen doorkomen aan. In Het Hemeltje zijn dan 300 jongeren, ruim 3 keer meer dan waarvoor een vergunning is en nooduitgangen op berekend zijn. Vele bezoekers jonger zijn dan 16 jaar, die er eigenlijk helemaal niet in mogen. Voor de barmannen is het ondoenlijk op leeftijd te controleren. En omdat iedereen elkaar kent is er ook geen animo om de jonkies weg te sturen. Zo staan en zitten er rond 00.15 uur ook jongens en meisjes van 13, 14 jaar in Het Hemeltje aan de drank.

Geen verstandig mens gaat vuurwerk afsteken in een overvol café, maar niemand ziet een onschuldig sterretje als vuurwerk. Zo zou er al eerder in Het Hemeltje sterretjes in brand zijn gestoken en zou er na 12 uur sterretjes zijn uitgedeeld door de barmannen. Volgens de barmannen zelf zijn de sterretjes die avond in plastic tassen aangevoerd. Jongens in de buurt van de spiltrap delen sterretjes uit en steken ze aan. Een barman dempt het licht om de sfeer te verhogen.
Na de ramp trof men 78 opgebrande sterretjes aan in het café.

Om 00.30 uur steekt één van de jongens een heel pakje met sterretjes aan. Daar schiet een steekvlam uit en de jongen steekt het pak uit schrik omhoog, tegen de kerstversiering aan. De kerstversiering vlieg direct in brand. Een barman gooit een bak met ijs en water in de brand, die even tempert. Dan krijgt het vuur nieuwe zuurstof vanuit de ventilatieroosters in het plafond. In minder dan een minuut ontstaat er in de droge dennetakken een vuurbal die door het café schiet. De temperatuur loopt in de ruimte direct op tot 400 graden, op sommige plaatsen tot 900 graden.

De nylon netten waar de takken in hangen branden door. Brandende takken vallen op de aanwezigen. Iedereen probeert weg te komen, maar uitgangen zijn verstopt met mensen. Sommige nooduitgangen gaan niet open. Alle zuurstof in de ruimte wordt door de brand opgenomen, maar er is geen nieuwe aanvoer van zuurstof meer: Vrijwel direct na het ontstaan dooft de brand ook weer uit.

Er ontstaat grote paniek. De hitte, het gebrek aan zuurstof en de vele mensen die over elkaar vallen, maakt vluchten bijna onmogelijk. Buiten heeft men niet direct door wat er in Het Hemeltje aan de hand is, maar al heel snel klimt iemand op de luifel van de WirWar bar en begint de ramen van Het Hemeltje in te slaan. Er achter zitten tralies en daarachter verdringen zich mensen om uit Het Hemeltje te komen. De zuurstof die door de ramen naar binnen komt geeft lucht en koelte aan de slachtoffers die in de hete ruimte dreigden te stikken. Omdat de brand dan al helemaal gedoofd is veroorzaakt de nieuwe zuurstof toevoer geen branduitbreiding. Hij slaat de ramen precies op het goede moment in.

Vrijwel iedereen droeg feestkleding die uit smeltende kunstvezels bestaan. Ze hebben hete gassen ingeademd en er zijn vluchtende mensen over hen heen gedaverd. In de paar minuten dat de brand woedde zijn meer dan 200 mensen gewond, 10 van hen zo ernstig dat ze later aan hun letsel overlijden. 4 jongeren overlijden direct.
Een nooduitgang komt uit op het platte dak aan de achterzijde. Vandaar af springen mensen naar beneden en raken daarbij gewond.

Ik moet denken aan Jeanne en Kim, mijn lieve kleindochters die nu ergens aan het feesten zijn met al die vriendjes en enthousiaste leeftijdgenoten. Ik ga maar slapen en troost me met de gedachte dat ze in de uitgaanswereld en bij de brandweer en de overheid, veel van het Volendamse drama hebben geleerd. Wat kunnen we trouwens ook anders? Maar vanmiddag gaan we natuurlijk bij Daan op bezoek, en daarna met mijn broers, zussen en aanhang op nieuwjaarsbezoek bij onze oude moeder.