Op 7 maart 1872 werd Piet Mondriaan aan de Kortegracht 11 in Amersfoort geboren. Hij heeft er maar tot z'n 8 ste jaar gewoond, daarna is de kleine Piet met z'n ouders en de rest van het gezin Mondriaan naar Winterswijk vertrokken. In Winterswijk heeft Mondriaan na de middelbare school dus de fundering gelegd voor zijn wereldberoemde carrière als kunstenaar. Maar desalniettemin kan Amersfoort er zich op beroemen dat de invloedrijke kunstenaar er geboren is. En wij zijn vandaag in zijn geboortehuis geweest.
Op initiatief van architect Leo Heijdenrijk (1932-1999) en zijn vrouw Cis, is daar sinds 1994 het Mondriaanhuis in gevestigd. Leo Heijdenrijk was één van de companen van architectenbureau v.d. Grinten, Heijdenrijk en Manche, mijn vroegere werkgever in de Elleboogkerk aan de Langegracht een eindje verderop. (Zie ook mijn stukje Elleboogkerk van 23/10'07) Aan de de voorzijde, de Kortegrachtzijde, is het pand nog authentiek. Aan de achterzijde is het pand vrij recentelijk verbouwd en uitgebreid. Het is een prachtig museumpje met een verrassende lichtval in met name het nieuwe gedeelte. Op de beganegrond is een permanente expositie te zien over leven en werken, van de op 1 februari 1944 in New York overleden Mondriaan. Brieven, notities en schilderijen uit diverse perioden, maar ook zijn op ware schaal nagebouwde Parijse Atelier aan de Rue du Départ 26, waar hij tot 1938 woonde en werkte.
Op de verdieping was een tentoonstelling van Herman Scholten (1932) te zien, een textielkunstenaar. Prachtige wand- en vloerkleden zagen we, met een fenomenale ruimtelijke werking. Geometrisch-abstract werk, en als zodanig ook erg verwant aan het werk van Mondriaan en andere kunstenaars van De Stijl-groep.
We waren nog niet in het Mondriaanhuis geweest, maar het was de moeite waard. Niet groot, maar wel opmerkelijk. Een mooi, intiem museumpje!
Academie van Bouwkunst Amsterdam, herfst 1972. In de bomvolle twintig balkenzaal moest een aantal studenten genoegen nemen met een staanplaats. Veel belangstelling dus voor een college over 'mens en natuur' van de destijds 48 jarige charismatisch en omstreden beeldend kunstenaar, schrijver, filosoof, professor honoris causa, ecotect, leraar tekenen en eigenwijs mannetje Louis G. Le Roy.
Aanvankelijk stond ik sceptisch tegenover de anarchistische ideeën van Le Roy, maar van mijn scepticisme was na afloop van het college weinig over. Onderweg naar huis had ik mijn plan al gemaakt, ik wist wat mij te doen stond. De hele tuin moest op de schop, weg met de keurige maar saaie bloemperkjes en gazonnetjes! Met behulp van prachtige 6x6 dia's van allerlei z.g. onkruiden had Le Roy me tijdens het college laten zien, hoe de saaie monocultuur van zijn weiland nabij Oranjewoud sinds de eind jaren zestig veranderde in een boeiende ecologische complexiteit. Laat groeien wat groeit en beperk het menselijk ingrijpen tot de allernoodzakelijkste handelingen, was zijn credo. Alleen in het begin mag de mens begeleiden, differentiatie bieden, hoog, laag, droog, nat, licht, donker, hard, zacht enz. maar daarna dient hij zich snel terug te trekken. De natuur ordent immers zichzelf. Dus niet spitten, niet sproeien, niet snoeien en laat liggen wat valt t.g.v. het natuurlijke rottingsproces in de bodem. Eerlijkheidshalve moet ik erbij zeggen dat de hele gedachtengang ook nogeens koren op mijn molentje was, tuinieren was nou eenmaal niet mijn grootste hobby. Het resultaat van de rigoreuze ingreep in ons tuintje is nu bijna 40 jaar later nog te zien. De huidige bewoners hebben weinig of niets veranderd aan de tuin. Het proces van ecologisch complexiteit waar we destijds de aanzet toe hebben gegeven, is daar dan ook nog volop in ontwikkeling.
En dat gaat ook op voor Le Roy's weiland van eind jaren zestig, en voor de in 1983 gestartte bouw van de z.g. Ecokathedraal in Mildam. Dat laatste project zal zich volgens de nu 86 jarige Le Roy in ruimte en tijd ontwikkelen tot een hoogcomplex organisch netwerk. Het ecokathedraalconcept nodigt ook uit tot participatie, een principiële stellingname van Le Roy. Hij wil de bevolking de zeggenschap over de eigen omgeving teruggeven. Een stellingname die bij andere projecten van Le Roy steevast tot commotie heeft geleid bij met name de opdrachtgevers.
Binnenkort willen we graag met kinderen en kleinkinderen wat rond gaan fietsen in de prachtige omgeving van Parkgebied Oranjewoud. Grand Café Tjaarda (sinds 1877), lijkt mij een mooi centraal gelegen uitgangspunt. Kunnen we in de Ecokathedraal eens gaan kijken, hoe het participatieproces daar, zich verhoudt tot het proces van ecologische complexiteit. Een boeiend en leerzaam uitstapje lijkt mij! En een bezoek vervolgens aan de tentoonstelling 'Beroerd Landschap' in het nabij gelegen museum Belvédère, sluit volgens mij mooi aan op het onderwerp 'mens en natuur'. (Het in 2004 door koningin Beatrix geopende museum is ontworpen door architect Eerde Schippers 1956, partner van Inbo Drachten). In de tentoonstelling laten vier Nederlandse kunstenaars zien welke gevolgen het menselijk handelen kan hebben op natuur en cultuur. Alle vier richten ze zich op andere aspecten van het proces van afbraak, ondergang, destructie en ravage. Olphaert den Otter (1955) behandelt op apocalyptische wijze de vier elementen, Raquel Maulwurf (1975) verbeeldt oorlogstaferelen en verwoeste steden, Renie Spoelstra (1974) toont geheimzinnige en geladen gebieden, terwijl Henri de Haas (1937) hedendaagse vraagstukken van oorlog en vrede verbindt aan ervaringen uit de Tweede Wereldoorlog.
En als we dat ook allemaal hebben gezien en verwerkt, zit de vijf wel in het uur. Terug naar het Grand Café voor een drankje en een hapje!
Vier dagen geleden hebben we elkaar in het ziekenhuis voor het laatst gesproken. Jan had net te horen gekregen dat ze niets meer voor hem konden doen. Het einde van 3,5 jaar strijd was nabij. Een strijd die hij in zijn hart eigenlijk van begin af aan als verloren wist. Maar zonder hoop vaart niemand wel, vol goede moed onderging Jan de één na de andere behandeling. Het heeft hem tot voor een maand of vijf geleden verwachtingsvol en redelijk stabiel op de been gehouden. Maar toen ging het ineens snel mis en zag ik soms de wanhoop. Chemo, bestralen, bloedtransfusies, niets hielp meer.
Toen we vier dagen geleden in het ziekenhuis afscheid namen, keken we elkaar even in de ogen. Zijn blik sprak boekdelen! Hij zou de andere dag naar huis gaan, om daar hopelijk de tijd die hem nog rest door te kunnen brengen. We komen je thuis weer opzoeken Jan, is goed, maar bel wel eerst. Maar gisteren werden wij zelf gebeld door Jeannette, of we langs wilden komen want Jan was zaterdagavond in het bijzijn van zijn geliefden in een zelfverkozen diepe slaap gebracht. Een slaap waaruit hij niet meer zal ontwaken! Palliatieve sedatie heet dat, zelfs met morfine was het leven niet dragelijk meer, de pijn te erg.
Thuis in zijn vertrouwde omgeving, hebben we gisteren samen met J en beide dochters een poosje bij Jan gezeten. De ademhaling zwaar en onregelmatig, vocht en morfine via infuus. Hoe lang nog is gissen, 2, 3, 4 dagen, en zal de sedatie nog moeten worden opgevoerd? De tijd zal het leren, maar pijn zal Jan niet meer voelen!
De tentoonstelling 'Goud uit Georgië' die ik vanaf begin maart j.l. al graag wilde zien, is verlengd t/m 15 augustus 2010 las ik, en daarna sluit het Drents Museum in Assen gedurende één jaar zijn deuren vanwege bouw- en verbouwperikelen. Het zoveelste museum in ons land waar we voorlopig niet meer in kunnen. Als het inderdaad bij één jaar blijft, lijkt mij de sluitingsmisère in Assen te overzien. Maar gezien de ervaringen met planningen voor dergelijke projecten elders in het land, moet ik dat eerst nog zien. Maar ze krijgen daar volgens mij wel iets moois. Behalve dat ze de boel daar gaan verbouwen en herinrichten, wordt er naar een ontwerp van de flamboyante architect Erick van Egeraat (Associated architects EEA Rotterdam), ook nog een geheel nieuwe tentoonstellingsvleugel en entreehal bijgebouwd.
Maar zover is het allemaal nog niet. Gisteren hebben we, een beetje op de valreep dus, de tentoonstelling 'Goud uit Georgië' alsnog gezien. Het bijzondere van de tentoonstelling vond ik, dat je door het bekijken van al die fijn gedetailleerde sieraden en gebruiksvoorwerpen, als bezoeker werd meegevoerd in de geschiedenis van Georgië tot meer dan 3000 jaar vóór Christus.
Ik wist eerder eigenlijk niet zoveel over dat land. Ja, dat het tot beginjaren negentig een deelrepubliek van de Sovjet-Unie was, dat massamoordenaar Jozef Stalin daar in 1879 in Gori is geboren, en dat het begrensd wordt door o.a. de Zwarte Zee in het westen en het machtige Kaukasusgebergte in het noorden. En o ja, de geschiedenis van de Georgische begraafplaats 'Loladse' op Texel nabij Oudeschild, waar ik nog wel eens kom. Maar door de z.g. Rozenrevolutie van 2003 in Georgië, de nieuwe jonge president Micheil Saakasjvili (1967) en zijn Nederlandse echtgenote Sandra Roelofs (1968), en de regelmatige conflicten die Georgië tot op heden heeft met z'n eigen deelrepublieken Abchazië, Adzjarië en Zuid-Ossetië (vers in het geheugen ligt nog de strijd in 2008, waarbij de Nederlandse cameraman Stan Storimans in Gori om het leven kwam), is het land de laatste jaren in het westen veel meer in beeld gekomen. Ook al door de dubieuze rol die Rusland en m.n. Vladimir Poetin daar in schijnt te hebben. Maar dat is allemaal geschiedenis van onze tijd zal ik maar zeggen, en daar ging de tentoonstelling nu niet over. Met uitzondering van de prachtige foto's van de Georgische fotograaf Archil Kikodze (1972) van hedendaagse daar en het prachtige Georgische landschap.
Hierna citaten uit het bijschriftenboekje van 'Goud uit Georgië':
Van alle mythen in de hele wereld schijnt de bekendste wel het Griekse verhaal van Jasons zoektocht naar het Gulden Vlies te zijn. Jason was de zoon van een koning, die door zijn halfbroer van de troon werd gestoten. Door zijn ouders werd Jason daarom elders in veiligheid gebracht. Toen Jason echter twintig was, eiste hij de troon op, waarop zijn oom Pelias hem die beloofde op voorwaarde dat Jason hem het Gulden Vlies zou brengen. Jason verzamelde vervolgens een aantal Griekse helden om zich heen, de Argonauten, genoemd naar hun schip de Argo, en ging op zoek. Ze kwamen uiteindelijk terecht in Colchis aan de oostkant van de Zwarte Zee. Hij vraagt daar aan de heersende koning Aietes om het Gulden Vlies. Die wil het wel geven, maar dan moet Jason eerst een aantal moeilijke opdrachten uitvoeren. Medea, de dochter van de koning die verliefd is op Jason, wil hem daarbij helpen mits hij met haar wil trouwen. Een lang verhaal verder, maar het lukt allemaal! Koning Aietes natuurlijk kwaad dat hij in alles verloren had, zet de achtervolging in. Maar de geliefden ontsnappen ternauwernood en kwamen uiteindelijk terug in Griekenland.
Een 'mission impossible' van een klassieke held. Alle ingrediënten van een sprookje zijn aanwezig, held, prinses, magie, vuurspuwende stieren en tragedie. Maar bovenal het verhaal van een zeereis, een tocht naar het onbekende, naar een land aan de horizon waar de zon opkomt!
De beken en rivieren die van de Kaukusus afwateren hebben de vlakke delen van Georgië voorzien van vruchtbare afzettingen. Maar het water heeft ook veel goud, zilver en koper meegevoerd uit de bergen. Die rijkdom aan metalen heeft er voor gezorgd dat Georgië een bakermat werd van cultuur met oeroude tradities. Georgiërs waren al heel vroeg meesters in metaalbewerking. De Griekse mythen die daarover vertellen zijn geen verzinsels, maar voeren terug naar gebruiken die archeologisch te controleren zijn. Zo weten ze dat al in de oudheid goudstof gewonnen werd door schapenvachten in de stromende rivier te leggen. Het goudstof bleef aan de vette vacht plakken. Dit werd het Gulden Vlies, waar Jason in de mythe naar op zoek ging.
'De omweg naar Santiago De Compostella' noemden we onze architectuurexcursie, met een knipoog naar de oorspronkelijke titel van Cees Nooteboom's boek uit 1992, dat we uiteraard ook eerst gelezen hadden. Heerenleed op pelgrimstocht! Van Sevilla per auto naar Santiago de Compostella. Voor de trip van ca. 1325 km (excl. de kilometers in de tussenliggende steden) hadden we één week uitgetrokken. Van Amsterdam vlogen we naar Sevilla waar we een auto huurden. Na Sevilla te hebben gezien, reden we in zes dagen met pitstops in Mérida-Cáceres-Salamanca-Leon en Lugo naar Santiago de Compostella. Daar hebben we vervolgens de auto ingeleverd en zijn we weer in het vliegtuig gestapt naar Amsterdam.
Sevilla.
Prachtige stad aan de oever van de Guadalquivir, die tot hier bevaarbaar is. De stad heeft een lange ontstaansgeschiedenis, volgens de legende heeft Hercules haar zelfs gebouwd. Na aankomst in Sevilla, even na het middaguur, zijn we begonnen met een bezoek aan het EXPO '92 terrein, iets buiten de stad, waar we o.a. de paviljoens van Castilië, Frankrijk en Finland hebben bekeken en de Alamillo-brug (architect Calatrava).Het is wel duidelijk door wie Ben van Berkel, architect van de Erasmusbrug in Rotterdam zich heeft laten inspireren. Verder hebben we het spoorwegstation Santa Justa (architect Cruz/Ortiz, 1992) bekeken.Met een rondwandeling tegen de avond door het historische centrum, waarbij we ook nog op zoek moesten naar een hotel, hielden we de eerste dag voor gezien. Maar uiteraard niet zonder eerst nog genoten te hebben van een wijntje en een heerlijke tapasschotel op één van de vele mooie pleintjes die het oude stadscentrum rijk is.
Mérida.
De huidige stad Mérida (ca. 57.000 inwoners), in het dal van de Guadiana ongeveer 200 km ten noorden van Sevilla, is ontstaan uit een Romeinse kolonie van 25 v.Chr. En dat was te zien, sterker nog, de vele Romeinse overblijfselen bepaalden volgens ons in hoge mate de aantrekkelijkheid van de stad. De restanten van het indrukwekkende 'Teatro Romano' van 18 v. Chr. dat aan 6000 bezoekers plaats bood, met daarnaast het ongeveer even oude 'Anfiteatro', waar 14000 toeschouwers konden plaatsnemen. De restanten doen nog altijd dienst als podium voor klassiek toneel, lazen we.En dan was er ook nog 'Acueducto de los Milagros' een 827 meter lange en 25 meter hoge bogenrij, overblijfselen van een Romeins aquaduct. Bovenop de bogen tientallen nestelende ooievaars, prachtig. Behalve de Romeinse bouwkunst hebben we in Mérida natuurlijk ook meer eigentijdse architectuur bekeken. Zoals o.a. het Regeringsgebouw (1995) van de Spaanse architect Navarro Baldeweg (1939), en het Nationaal Museum voor Romeinse Kunst (1985) van de Spaanse architect Rafael Moneo (1937). Bouwwerken die qua architectuur vonden we, meesterlijk waren ingepast in hun monumentale archeologische omgeving. En aan het eind van de middag moesten we natuurlijk weer opzoek naar een hotel en een goede eetgelegenheid in de stad.
Cáceres.
De tocht naar het noordelijker gelegen Cáceres de andere dag, ging via Guadalupe en Trujillo. In Guadalupe (Arabisch voor verborgen water) hebben we de vele trappen van het 14e eeuwse klooster beklommen, en natuurlijk de zwarte Madonna (geblakerd door de jaren heen door de permanent walmende kaarsen) gezien, die door pelgrims uit de hele wereld wordt vereerd. De beklimming van 'Castillo de Trujillo', de ruïne van een Moors fort in Trujillo uit de 12e eeuw, was alleen al door het prachtige uitzicht op de wijdse omgeving de moeite waard. Op de grote markt in Trujillo ook het standbeeld van Francisco Pizarro te paard gezien. Ontdekkingsreiziger, veroveraar en superboef in de 16e eeuw van o.a. het Inca-rijk in Peru. Rond 8 uur 's avonds kwamen we in Cáceres aan, waar we alvoren een eetgelegenheid te zoeken, eerst maar even een slaapgelegenheid voor de nacht hebben geregeld.
De wandeling na het ontbijt de andere dag door de prachtige oude ommuurde binnenstad, voerde ons langs het standbeeld van de heilige Petrus, waarvan de tenen moesten worden gekust. Een buitenkansje die we, heidenen als we waren, uiteraard niet konden laten schieten. Tegen het middaguur hielden we Cáceres voor gezien en vertrokken we richting Salamanca. Onderweg Monasterio de Yuste bekeken, de laatste verblijfplaats van Karel V. Een eenvoudig maar mooi gelegen hiëronymietenklooster. Een rondwandeling in het even verderop gelegen schilderachtige 'Gargenta la Olla' voerde ons langs oude huisjes van bekeerde joden met teksten boven de deuren, en ook was er nog een blauw geschilderd bordeel uit de tijd van Karel V. Toen we na een prachtige autorit door een bergachtig landschap eindelijk in Salamanca aankwamen was het alweer laat. We konden alleen nog terecht in een vrij duur hotel, en onze poging dit dan maar te compenseren door wat minder uitgebreid te dineren was ook niet erg succesvol. Onder anderen de 'pata negra' ham uit deze streek was daarvoor veel te lekker.
Salamanca.
Salamanca aan de rivier de Tormes, universiteitsstad en pronkstuk van de Spaanse renaissancistische en platereske architectuur. De stad leek wel gebouwd door kunstenaars, in ieder geval door kunstzinnige ambachtslieden gezien de vele versieringen en reliëfwerken op de goudkleurige huizen en gebouwen. Vooral de bouwwerken aan het Plaza Mayor, het prachtige 18e-eeuwse plein blonken uit. Cees Nooteboom omschreef dit vierkante plein als een stenen huiskamer. Honderden mensen, jong en oud toen wij er waren, velen op de terrasjes maar even zovelen al keuvelend over van alles en nog wat rondjes lopend over het plein, goeie sfeer. Dan 'Casa de las Conchas', het herenhuis uit begin 16e eeuw waarvan de muren zijn bezet met honderden sint-jakobsschelpen die de z.g. Orde van Sandiago symboliseren. Of Catedral Vieja en Catedral Nueva, prachtige mengelingen van diverse bouwstijlen. En natuurlijk hebben we in Salamanca ook meer eigentijdse architectuur van enige betekenis bekeken, o.a. het congres- en expo centrum uit 1992 van architect Navarro Baldeweg. Interessant allemaal, en er was nog veel meer moois te zien. Maar goed, ons reisplan zat behoorlijk strak in elkaar dus vertrokken we na de lunch naar Leon, een stad ca. 200 km ten noorden van Salamanca. Onderweg in Zamora wilden we het Spaans-Portugees Instituut uit 1998 bezoeken van de Spaanse architecten M en A de las Casas. Ze hadden er destijds een eerste architectuurprijs mee gewonnen, maar we konden er niet in. Jammer, dan maar weer verder, tegen de avond rond een uur of zes kwamen we in Leon aan.
Leon.
Ook in Leon weer het bekende ritueel, hotel zoeken en daarna de stad in om te dineren. Het was gezellig en de voortreffelijk wijn vloeide rijkelijk. Na de maaltijd hadden we behoorlijk moeite met ons hotel te vinden, we waren alle vier de kluts kwijt, hilarisch! Godzijdank hebben we die na enige tijd, zij het met de groots mogelijke moeite terug gevonden, zodat we toch nog naar ons bedje konden. De stadswandeling de andere morgen voerde ons langs een woongebouw van architect Torbado Cañas, langs de laatste rustplaats van ruim twintig vorsten in de Basilica de San Isidoro en langs de prachtige eeuwen oude gebrandschilderde glas in lood ramen in de kathedraal van León. Even na de middag moesten we volgens plan ook deze stad weer verlaten, en vertrokken we richting Lugo ca. 228 km verderop.
Lugo.
Behalve de grote romaanse kathedraal hebben we in Lugo ook nog het Cultureel Centrum bezocht. Maar de wandeling 's avonds na het eten over de eeuwen oude zes meter dikke en tien meter hoge Romeinse muur om de oude binnenstad was echt te gek, prachtig! En we kregen zo van boven af ook een aardig inzicht hoe de oude binnenstad in elkaar stak.Na de wandeling hebben we nog een tijdje op één van de vele pleintjes zitten drinken, maar laat hebben we het niet gemaakt. Het einde van onze pelgrimstocht kwam in zicht, nog één nachtje vóór ons einddoel.
Santiago de Compostella.
Rond negen uur 's morgens vertrokken we richting Santiago de Compostela. Nog 105 km voor de boeg dus dat viel mee. Onderweg kwamen we zelfs echte pelgrims tegen, pelgrims te voet in traditionele dracht van cape, staf en vilthoed, versierd met de bekende st.-jakobsschelpen. Zo hoort het natuurlijk, wij stelletje heidenen in spijkerbroek, riant met de dikke kont in een luxe auto moesten ons schamen! Typisch eigenlijk dat al meer dan 1000 jaar lang ons tientallen miljoenen pelgrims voor gingen naar Santiago de Compostella. Waarvan, mag ik aannemen, velen net als wij niet om religieuze reden, maar uit pure nieuwsgierigheid. Maar het is natuurlijk wel een traditie ontstaan vanuit religie. Volgens de legende las ik, is het lichaam van de apostel Jacobus naar Galicië overgebracht. In 813 zou zijn gebeente zijn ontdekt in Santiago de Compostella, waar een kathedraal voor hem werd gebouwd. In de Middeleeuwen kwam daar een half miljoen pelgrims bijeen uit heel Europa, die de Pyreneeën overstaken bij Roncesvalles of via de Somport-pas. Maar ze kwamen ook net als wij vanuit het zuiden aanzetten.
Het eerste wat we in Santiago de Compostella deden was een hotel zoeken. Toen we dat geregeld hadden zijn we de oude stad te voet gaan verkennen. De markthallen, de vele monumentale bouwwerken, Palacio de Gelmirez (1120), Convento de San Martin Pinario (1590), Palacio de Raxoi en meer, maar in het bijzonder natuurlijk de 11de-eeuwse Kathedraal van Santiago of Catedral de Santiago zoals ze daar zeggen. Rijen wachtenden om een eerbetoon te brengen aan de apostel Jacobus. De eeuwen oude marmeren zuil van de Portico de la Gloria is door de miljoenen aanrakingen van evenzovele pelgrims in de vorm van een hand uitgesleten. De dagelijkse mis die we daar hebben bijgewoond leek meer op een kermis. Vooral het gezwaai met het grote wierookvat, de Botafumeiro, was bijzonder. Het 80 kg zware vat dat daar hoog in de immense ruimte aan een touw hing werd door een aantal stevige monniken aan het slingeren gebracht. Eerst langzaam, maar allengs sneller. Uiteindelijk vloog het met grote vaart al wierook brakend over onze hoofden en weer terug. De enorme ruimte van de kathedraal stond op een gegeven moment in een mist van wierook. Ik las ergens dat deze gang van zaken in vroegere tijden bedoeld was om de vreselijke stank van honderden ongewassen pelgrims te maskeren. Het zal allemaal wel. We hadden genoeg gezien, gauw naar buiten de frisse lucht in en een terrasje gezocht. De vijf zat weer in het uur en we hadden ook behoorlijk trek gekregen van al het geslenter.
De andere dag hebben we na het ontbijt in Santiago de Compostella nog het museum voor hedendaagse kunst bezocht. Gebouwd in 1993 naar een ontwerp van de Portugese architect Alvaro Siza. Vervolgens moesten we ons nog haasten om op tijd op het vliegveld te zijn, bovendien moesten we de auto ook nog afleveren. Maar we hebben het allemaal gehaald, rond twee uur vlogen we over de Pyreneeën richting Barcelona, waar we moesten overstappen. Halfzeven 's avonds waren we terug op Schiphol en namen de vier mannetjes van het Heerenleed afscheid van elkaar. Einde van een mooie architectuurexcursie, die we deze keer dus voor de gein een pelgrimstocht noemden.
Zo'n loveparade waar een enkele disjockey meer dan honderdduizenden mensen in extase weet te brengen zal ik nooit bezoeken. Dat vind ik helemaal niks, behalve de vreselijke (disjockey)muziek ben ik ook huiverig voor de grote mensenmassa. En dat niet alleen sinds het drama afgelopen weekend in Duisburg. Zelf heb ik tijdens de Uitmarkt in Amsterdam ook wel eens knap klem gezeten op de Amstel bij Carré, de één wilde naar buiten, de ander naar binnen, maar gelukkig brak er geen paniek uit. En ook tijdens de grote demonstraties tegen kruisraketten en neutronenbommen begin jaren tachtig, voelde ik mij na enige tijd een gevangene in een massa, die zich massief en stroperig door Amsterdam bewoog. Je kon geen kant op, met de grootst mogelijke moeite wisten we ons uit het episch centrum van de hoge druk te worstelen. Voor mij geen mensenmassa's!
Aan de andere kant, en dat is het dubbele, kwam en kom ik op concerten, waarbij ik met het massale nauwelijks of geen moeite heb. Om maar wat te noemen, U2 in het Feyenoord Stadion, de Rolling Stones in een overvol Amsterdam Arena, idem in het Goffertpark in Nijmegen, diverse blues- en countryconcerten in Paradiso, Bob Dylan in Heineken Music Hall. En eind jaren zeventig, begin jaren tachtig ben ik een aantal keren naar gedenkwaardige concerten van Frank Zappa geweest in Ahoy. Geweldige happenings waren dat, het concert van voorjaar 1980 staat me nog aardig voor de geest. Onderanderen bij het nummer 'Easy Meat' (zie onderstaande opname in New York City uit 1981) gingen we massaal uit ons dak. Vreemd!?
Frank Zappa (1940-1993), de Leonard Bernstein van de popmuziek. Alhoewel popmuziek? Zappa hoorde nergens bij maar was overal! Moeilijk te zeggen met wie hij in één adem genoemd werd en wordt. Is het met Jimi Hendrix, John Lennon, Janis Joplin? Of is het met Igor Stravinsky, Lenny Bruce, Edgard Varêse, John Cage of Herbert von Karajan? Hij beschouwde zichzelf min of meer als een architect die noten als bouwstenen gebruikte. In 'The Real Frank Zappa Book' zijn autobiografie, schreef hij dat het ordeningsproces, wat componeren toch is, veel weg heeft van architectuur. Zijn sleutelbegrip was 'conceptual continuity', het uitgangspunt dat al zijn uitspraken en composities een achterliggende samenhang vertonen. Alles kwam in zijn kraam te pas, hij putte uit zowel melige jaren vijftig doowop en big band-jazz als uit Ravel, Boulez, Ives, Messiaen, Stockhausen, Strawinsky, Varese, Webern en computermuziek.
Op 4 december 1993, hij was nog net geen 53 jaar oud, is hij overleden aan de gevolgen van prostaatkanker. Ik wist destijds wel dat hij ziek was, maar dat het al zo erg was niet. Het moment dat ik van zijn overlijden over de radio hoorde staat me nog goed bij. Onthutst, ik kon het haast niet geloven, zo'n jonge muzikale en energieke duizendpoot dood, hoe was het mogelijk.
Enige tijd terug, even voor de warme periode, lagen we met de 'Swing' weer eens een paar dagen in de 'Hylper Haven' in Hindeloopen. We lagen daar op een mooi plekje naast de reddingsboot van de KNRM. Buiten woei het hard en was het kil voor de tijd van het jaar, maar binnen zaten we 's avonds gerieflijk met de kachel aan een boek te lezen.
Dat was vroeger wel even wat anders. Met het zicht op het grasveldje tegenover het havenkantoor van 'Jachthaven Hindeloopen', gingen mijn gedachten even zo'n kleine dertig jaar terug in de tijd. Ook toen was het kil en hadden we te maken met harde wind en regenbuien. Komende vanaf 'Het Zool' zeilden we toen met de kinderen in een 'Flying Arrow Schakel' de havenkom van Hindeloopen binnen om te overnachten. De kinderen sliepen in de boot onder het dekzeil en de giek, en wij in een tentje dat we daar op het grasveldje hadden opgezet. Vergeleken met nu geen luxe, en weinig ruimte, helemaal bij rotweer. We lagen vaak al vroeg, al of niet met een boek, in onze slaapzakjes. Maar het was een onvergetelijk mooie vakantie!
We zeilden destijds in kleine (open) bootjes. Wie niet trouwens, vergeleken met nu, is wat toen voor groot doorging nog klein. Behalve de Schakel hadden we ook nog een zeilbootje met een emmertuig dat nog het meest weg had van een 'Middellandse Zee Jol'. Om de zeileigenschappen wat te verbeteren, had ik het oude emmertuig vervangen door een nieuw gaffeltuig, maar veel zoden zette dat niet aan de dijk. Desalniettemin hebben we met de Jol veel plezier gehad op de Randmeren en het Veerse Meer.
Met z'n viertjes in de Schakel zijn we destijds van Lemmer naar Enkhuizen gezeild. Het was prachtig en standvastig weer, wel een beetje heiig, de overkant zagen we niet, maar we durfden het wel aan zonder kompas. En het was toch een gaaf zeiltochtje, we hebben genoten! Toch heb ik het achteraf fout gevonden, ik zou het nu niet meer doen. Het IJsselmeer is te groot om in een open zeilbootje zonder adequate communicatie- en reddingsmiddelen naar de overkant te varen. Onverantwoordelijk gedrag, een plotselinge weersomslag kan je zwaar in de problemen helpen.
Volgens wijlen Simon Carmiggelt zouden we eigenlijk altijd vakantie moeten hebben. We zijn ervoor geschapen. Maar waar moet je dan nog naar verlangen? Wellicht vat ik de uitspraak van Carmiggelt wat te letterlijk op, maar naast vakantie weet ik wel meer bezigheden en verlangens te verzinnen waarvoor we naar mijn idee geschapen zijn. Maar dat terzijde.
Eten en drinken gaat in vakantietijd uiteraard gewoon door. Nou ja gewoon, wel wat vaker buiten de deur natuurlijk, dat weer wel. We zijn liefhebbers! Het middelste bordje in bovenstaande collage hebben we in vakantietijd dan ook niet gezien. En als we het wel hadden gezien, waren we er vrijwel zeker met een grote boog omheen gelopen. Want bedenk wel, aldus Simon Carmiggelt "Het leven is kort en als het lang is mag je bijna niets meer eten en drinken"
Zeilend en/of op de motor (met motorpech) via omwegen met tussenstops in Ketelhaven, Lelystad, Muiden, Enkhuizen, Hindeloopen en Terschelling naar Vlieland gevaren. Daar zijn we in het eenvoudige, in 1647 deels met door jutters vergaarde materialen gebouwde eilandkerkje, naar een door Frans Ort i.s.m. CHORAL uitgevoerde muzikale raamvertelling geweest over de schilder Marc Chagall (1887-1985).
'Chagall, de schilder en de liefde' In de prachtige op het leven en werk van de Joods-Russische schilder gebaseerde raamvertelling, kwamen alle in zijn schilderijen verborgen thema's uit de liefde aan de orde. Thema's als vreugde en positivisme, verdriet en eenzaamheid, geborgenheid en tintelend plezier klonken door in het verhaal, de liedteksten en de muziek.
De in de Russische stad Vitebsk geboren Chagall is driemaal getrouwd geweest. Zijn eerste vrouw overleed in 1944, toen ze als Joodse vluchtelingen in de Verenigde Staten verbleven. Na de 2e wereldoorlog keerde hij met z'n tweede vrouw terug naar Europa, en vestigde hij zich in Vence aan de Cote d'Azur in Frankrijk. Maar al na een aantal jaren strandde het huwelijk met zijn tweede vrouw. In de jaren vijftig, Chagall was toen al dik in de zestig, trouwde hij zijn derde vrouw.
Marc Chagall was volgens mij ook het levende bewijs dat liefde je vitaal en jong houdt. Ondanks perioden van verdriet, ellende en tegenspoed in zijn leven, werd hij op twee jaar na een eeuw oud!
Zeilend en/of op de motor (nu zonder motorpech, de monteur in Enkhuizen had z'n werk goed gedaan!) hebben we de dagen na Chagall tijdens deze vakantietrip benut, om via omwegen met tussenstops in Harlingen, Leeuwarden, Sneek, Lemmer, Workum, Medemblik en Ketelhaven huiswaarts te keren.
Onlangs aten we een hapje in restaurant 'Rail Roads' nabij station Hulshorst. Station Hulshorst, gebouwd in 1863 naar een ontwerp van architect Nicolaas J. Kamperdijk (1815-1887). In 1936 schreef Gerrit Achterberg (1905-1962) over dit van God en iedereen verlaten stationnetje het volgende gedicht:
Hulshorst, als vergeten ijzer is uw naam, binnen de dennen en de bittere coniferen, roest uw station; waar de spoortrein naar het noorden met een godverlaten knars stilhoudt, niemand uitlaat niemand inlaat, o minuten, dat ik hoor het weinig waaien als een oeroude legende uit uw bossen: barse bende rovers, rans en ruw uit het witte veluwhart.
Alhoewel de rails op de drukke lijn Amersfoort-Zwolle niet de kans krijgen om te roesten, is het alweer 23 jaar geleden dat er in Hulshorst een trein stopte, want op 31 mei 1987 werd het stationnetje gesloten. Het destijds op aandringen van een rijke landheer gebouwde stationnetje was al nooit rendabel, maar nu staat het daar dus helemaal te niksen.
Restaurant 'Rail Roads' dus was de aanleiding tot dit stukje proza! Als je railroads zegt, zie ik op mijn netvlies altijd een naar de einder verdwijnende spoorlijn op een immens eindeloze prairie. Midden op die eindeloze steppe, zittend te paard nabij een eenzaam en verlaten waterreservoir, zie ik in de verte een zwarte rookpluim met grote snelheid op mij afkomen. Het is het ijzeren paard dat voor m'n neus, nadat het met veel gesis en geknars van stoom en wielen tot stilstand is gekomen, heet en dorstig water begint in te slaan.
Mogelijk heb ik teveel westerns gezien in het verleden, hoe zou je anders op zulke simpele gedachte komen. Overigens van een goeie western kan ik nog steeds genieten. Pas nog, toen ik maar wat zat te zappen op TV en geboeid bleef steken bij 'Once Upon a Time in the West'. Een klassieker van Sergio Leone (1929-1989) uit 1968 met in de hoofdrollen Charles Bronson (1921-2003) als de mysterieuze wreker en mondharmonicaspeler, Henry Fonda (1905-1982) als de superschurk en Claudia Cardinale (1938) als de mooie maar droevige weduwe. Het drama dat zich afspeelt rond aanleg en bouw van een spoorlijn en een station in 'the middle of nowhere' heb ik toch zeker wel een paar keer gezien, maar het blijft een boeiend epos voor me. En de door Ennio Morricone (1928) vooraf gecomponeerde muziek met dat ijl klinkende mondharmonicaatje is ook al zo prachtig, de LP heb ik destijds bijkant grijs gedraaid.
Railroads waar ook ter wereld, ze blijven tot de verbeelding spreken.
Wandelend op Haveneiland-Oost in IJburg, na daar eerst met H, C en J lekker te hebben gegeten in DOK48, kon ik me haast niet voorstellen dat hier amper negen jaar geleden de eerste paal de grond in ging. Ze zijn op IJburg, de nieuwste suburb van Amsterdam nog lang niet uitgebouwd, maar voor mij heeft het nu al de allure van een metropool, in ieder geval iets grootstedelijks. Toen ik beginjaren zeventig in Amsterdam op de Academie van Bouwkunst zat, waren de stadsuitbreidingen en de groeisteden resp. in en rond de gemeente Amsterdam veelal studieprojecten voor ons. Voor de nieuwste stadsuitbreiding werd destijds gekozen voor de Bijlmermeer. Het uit 1964 daterende Pampusplan (eilanden in het IJmeer tussen het Zeeburgereiland en Pampus) van architect J.B. Bakema werd toen terzijde geschoven. Maar in de jaren negentig kwamen de planologen en stedebouwers toch met het IJburgplan op de proppen, een regelrechte variant dus van het oude Pampusplan.
En nu in 2010 waan je je op die opgespoten eilanden in het IJmeer al in een grote stad. Een stad met veel architectonische hoogstandjes in zowel de woningbouw als in de utiliteitsbouw, en ook de vele bruggen op IJburg zijn van een grote schoonheid. Het zijn ook niet de eerste de beste architectenbureau's die hier hun steentjes bijdragen. Bijzonder vind ik het eigen bureau van architecten Claus en Kaan nabij de kop van de haven. Een betonnen doos met vensters uitkijkend over het IJmeer, grote rechthoekige vensters, allemaal gelijk van maat, in strenge regelmaat naast en boven elkaar verdeeld in het naturel betonnen gevelvlak. Van de vele miskleunen in de Bijlmermeer hebben we kennelijk toch wat geleerd, al zal met dat moordende bouwtempo uiteraard hier ook niet alles vlekkeloos verlopen.
En graffiti ontbreekt ook hier weer niet. Op een betonnen hoeksteen nabij de oude toegangsweg naar eetcafé Blijburg en het strand, worden 'oude mannen' keurig in kapitalen gespoten naar links verwezen en 'thaise vrouwen' naar rechts. Ik heb er een foto van gemaakt, maar wat is het eigenlijk en wat zegt het? Thuis googelend op m'n pc ontdekte ik dat Flickr er ook een foto van had gemaakt met als onderschrift: Why would you want to make a streetsign like this? What is it? What does it say? Aan de andere kant van de hoeksteen een vrouwspersoon met hoofddoek, weer zoiets, wat heeft dit te betekenen? Heb ik iets gemist? Ben ik soms iets vergeten? Intrigerend! Flickr had ook hier weer een foto van gemaakt met als onderschrift: I think somebody forgot something .. or maybe my sense for simplification ends here. Grappig die commentaren, trouwens boven de laatste foto stond ook nog 'Girl with the Pearl Earring' maar die oorbel kon ik niet zo één twee drie ontdekken, of bedoelen ze daar soms dat afgedichte centergat half boven haar hoofd mee.
Ik ben benieuwd hoe de stad zich hier zal ontwikkelen, wat bewoners en gebruikers er samen van gaan maken, hoe de sfeer zal zijn over tien jaar en hoe het er dan zal uitzien. Een dynamisch en boeiend proces!
Het was op tweede pinksterdag rond drie uur druk in 'de Lachende Vis', het stamcafé van de "Oud Empelnaren" in 's-Hertogenbosch. De mensen op het bomvolle en zonnige buitenterras kwamen ons niet bekend voor, jammer, dan toch maar binnen kijken. En ja hoor daar zat ze, bij haar geliefde temidden van kinderen, kleinkinderen, vrienden, bekenden en bedienend personeel. Het zonnige buitengebeuren viel door het stralende voorkomen van de jarige W in één klap in het niet, en dat ondanks (of misschien wel dankzij) de 70 kruisjes achter haar naam.
Eerst was daar natuurlijk het bekende begroetingsceremonieel, er werd gefeliciteerd, handjes werden geschud, zoentjes werden uitgedeeld (wanneer gaan we eindelijk weer eens terug naar 2 of zelfs 1 zoen i.p.v. 3 op de wang of in de lucht) en een enkele nieuwkomer in de club werd voorgesteld aan iedereen. En terwijl we aan het bijkomen waren van dit toch wel enigszins vermoeiende ritueel lieten we ons, al keuvelend links en rechts, de koffie met een Bossche Bol goed smaken. En al snel daarna stond er een niet te versmaden alcoholische versnapering voor m'n neus. En waar ik ook ging zitten, steeds weer werd de voorraad door die voortreffelijke ober aangevuld, een kanjer was het!
Ondertussen klonk ons vanuit een hoek van het zaaltje prachtige muziek tegemoet. Het duo 'SILK' bestaande uit R.P (zang), de oudste kleindochter van de jarige job, en haar vriend R.S. (zang en akoestisch gitaar). Gitaarmuziek met twee stemmen (al maakten ze toevallig bij onderstaand nummer ook gebruik van een stukje elektronica), puur, dichtbij en intiem, maar ook heel professioneel qua timing vond ik. Goeie uitspraak en stemexpressie van die twee, het ene moment zijdezacht en het andere moment weer van een respectabel volume. Het zal mij niets verbazen als we die twee in de nabije toekomst veel gaan horen!
Rondkijkend in de kring halverwege het feestje, viel het me ineens op dat ik J en I uit Leiden nog helemaal niet gezien had. Maar ze waren wel onderweg werd me verteld, alleen het openbaar vervoer had weer eens een vertraging te melden. Wel een lange trouwens, en het zijn ook altijd dezelfden die erdoor getroffen worden, heel frappant! Gelukkig waren ze nog op tijd voor de soep, het buffet en het ijs, en dat was mooi. Rond zeven uur was het weer tijd voor het afscheidsritueel, ook dat is altijd weer een gedoe. Het hoort erbij zullen we maar zeggen, het is niet anders. Einde van een leuk Brabants verjaardagsfeestje. Via de meanderende Maasdijk en het pontje zijn we rustig naar Zaltbommel gereden. Maar eenmaal op de A2 aangekomen ging het snel, we waren in no time thuis.
'Jethro Tull' is een progressieve Britse (folk)rockband die al sinds 1968 meedraait. (De naam Jethro Tull werd in de beginjaren aangedragen door hun boekingsagent, een enthousiaste geschiedenisfanaat die wist te vertellen dat dat de naam was van een 18e eeuwse landbouwkundige die de zaaimachine had uitgevonden) Afgelopen woensdagavond trad de vaste band bestaande uit Ian Anderson (zang,dwarsfluit,akoestisch gitaar) Martin Barre (elektrisch en akoestisch gitaar,mandoline en soms dwarsfluit) David Goodier (basgitaar en klokkenspel) John O'Hara (keyboards en accordeon) en Doane Perry (drums en percussie) op in de Dommelsch zaal van Popcentrum 013 in Tilburg.
Tot onze verrassing waren we door J en C uitgenodigd voor dit concert. 't Was even een eindje rijden, maar het was zeer de moeite waard. Bovendien waren we voor aanvang van het concert met een hapje en een drankje op een zonnig terras alweer volop bijgekomen van onze reisbeslommeringen. Rond halfnegen was de Dommelsch-zaal mudjevol en zat of stond iedereen verwachtingsvol naar het podium te kijken. Tien minuten later was het zover en kwamen de heren op met het bekende nummer Cross-Eyed Mary. Ik vond het prachtig, ondanks dat het geluid wel erg zacht over kwam, en er bovendien zo af en toe ook nog een vals nootje te horen viel. Zou dat nou komen doordat vermoeiende gestunt op één been van Anderson op z'n ouwe dag, of zou het sowieso de leeftijd zijn? Ach, wat deed het er ook toe, het was evengoed prachtig. En het tweede nummer Beggar's Farm kwam al veel beter uit de verf, misschien mede doordat de geluidstechnicus kennelijk de juiste knoppen had gevonden. Prachtige nummers als Bachs Bourée, A Change Of Horses, Aqualung en nog meer. De reactie van het publiek werkte kennelijk aanstekelijk, steeds beter speelde de band. Met de uitsmijter Locomotive Breath gepaard met een stel kwekkende tuthola's vlak achter m'n rug als toegift gevolgd door een overweldigend applaus, kwam een einde aan een prachtige muziekavond in Tilburg.
De tentoonstellingMaster the Universe! in het Universiteitsmuseum Utrecht, laat zien wat de theoretisch natuurkundigen onder ons bezig houdt, al is het natuurlijk nog maar een tipje van de sluier. De 'theorie van alles' is de heilige graal van de natuurkunde. De zoektocht naar die ene theorie die alle fundamentele deeltjes en hun krachten beschrijft. Natuurkundigen van all over the world houden zich er mee bezig. Zelf vond ik het bezoek aan de tentoonstelling in Utrecht een mooie aanvulling op mijn stukje 'Leven' van j.l. 25 januari, over de LHC-deeltjesversneller in Genève waarmee ze de Big Bang kunnen nabootsen.
De tentoonstelling is in overleg met Nobelprijswinnaar Prof. dr. Gerard 't Hooft samengesteld. De Nobelprijs kreeg hij in 1999 samen met collega-natuurkundige prof. dr. Martinus Veltman voor zijn grote bijdrage aan het z.g. standaardmodel, tot op heden de beste beschrijving van de natuur.
In Utrecht tracht men middels de tentoonstellingMaster the Universe! de theoretische natuurkunde toegankelijk te maken. Door korte filmpjes en eigen proefnemingen worden principes als supergeleiding, extreem kleine deeltjes, relativiteitstheorie en zwarte gaten enigszins begrijpelijk voor de leek, en raak je zelfs een beetje betrokken bij de zoektocht naar de 'theorie van alles'.
De wandeling door de bij het museum gelegen Hortus Botanicus en het aperitiefje op het zonnige terras van 'Het Zaadhuis' was trouwens ook heel leuk.
De laatste tijd zie ik nogal eens een ruimtefoto in de krant staan. Je weet als leek eigenlijk niet wat je ziet, maar het zijn fantastische foto's. Prachtig gekleurde foto's van geboorteprocessen van sterrenstelsels soms buiten ons eigen melkwegstelsel, honderdduizenden lichtjaren bij ons vandaan genomen door ruimtetelescopen met infraroodcamera's, zoals de Hubble (24/4'90), Kepler (7/3'09), Herschel (14/5'09) of de Wise die j.l. 7 januari is gelanceerd.
In de wetenschapbijlage van de Volkskrant zag ik een bijzondere foto van een z.g. wegloopster, die met een snelheid van 400 duizend kilometer per uur door de ruimte sjeest. De ster zo goed als zeker afkomstig van de sterrenhoop R136, een sterrenstelsel in de Grote Magelhaense Wolk op 170000 lichtjaar van ons verwijderd, is een z.g. zware ster. Zijn of haar (hoe zeg je dat?) massa is 90 keer groter dan de massa van de ons zo bekende zon. De hoge snelheid van de ontsnappende zware wegloopster is waarschijnlijk veroorzaakt door de aanwezigheid van nog zwaardere sterren in de sterrenhoop R136, die bekend staat als de kraamkamer van nieuwe sterren.
Het sterrenbeeld Boogschutter of in het Latijns Sagittarius (in mijn fantasie gaven de Romeinen pak 'm beet zo'n 50 jaar vóór Christus, dus in de tijd dat Asterix en Obelix hun het leven in de nabijheid van dat kleine Gallische dorpje zo zuur maakte, deze naam aan het sterrenbeeld) is onderdeel van de Sagittarisarm, één van de spiraalarmen van het Melkwegstelsel. Het ligt aan de zuiderhemel, in de richting van het centrum van het melkwegstelsel, op slechts een kleine 5000 lichtjaren van ons verwijderd.
Hessel van der Kooij, de zanger van Terschelling, ooit tegen zijn zin door één of andere journalist wel eens de Nederlandse Bruce Springsteen genoemd, bekend van café de 'Groene Weide' in Hoorn en de prachtige boerderij in West End, die we wel eens voor een weekje op het eiland van hem hebben gehuurd, zingt op zijn manier over Sagittarius in een liedje dat hij 'Brother Sagitarius' noemd.
I saw him passing by the other day Not even far from it he walked the milky way He travelled silently, straight leaves were on that way Distant from million, prayed out in deserty
Brother Sagitarius, show me the way Out on my valley I cannot stay Which direction has my arrow to go? Up on the mountains to the rivers below
There must be a mountain, don't know which name In my misty remembrance it's always the same There must be a river, don't know which course High the stream up or down, there's a good place to cross
Brother Sagitarius, show me the way Out on my valley I cannot stay Which direction has my arrow to go? Up on the mountains to the rivers below
Maybe I'm up to find somewhere in the world The gates of heaven, mister, rollin' in pearls
We zouden vandaag aanvankelijk gaan fietsen met z'n drieën, maar daar zagen we bij nader inzien vanwege het weer maar vanaf. Radio Kootwijk per auto zo dicht mogelijk benaderen vereiste nog enig zoekwerk, en toen we het gevonden hadden mochten we nog niet naar binnen ook. Pas na enig aandringen mochten we even een blik werpen in de grote zaal van dit negentig jaar oude stukje unieke architectuur in art-decostijl. We moesten ons uiterst gedeisd houden want er zouden al musici aan het repeteren zijn voor een uitvoering vanavond, maar we hebben daar niemand gezien nog gehoord. Alvorens weer in de auto te stappen, hebben we nog even om het gebouw heen gewandeld, maar toen hadden we het wel gezien daar.
De volgende plek die we bezochten was Bronkhorst, het kleinste stadje van Nederland. Na eerst te hebben geluncht in het 'Wapen van Bronkhorst' hebben we in de regen een stevige wandeling door het stadje en om de z.g. slotheuvel gemaakt. En in de plaatselijke kapel, gesticht in 1344, hebben we de realistische fijnschilderkunst van ene Anny Plageman Aalbers bewonderd, haarfijn geschilderde stillevens.
Vervolgens stond een wandeling door de Zutphense binnenstad op ons programma, maar het regende inmiddels zo massief dat we ook daar maar vanaf zagen. I.p.v. een wandeling zouden we daar wel wat anders verzinnen. Onderweg naar Zutphen, kwamen we gezien de bloemenzee en een paar jonge mensen in de berm, kennelijk langs de plek waar j.l. zaterdagavond de jongen van 18 jaar uit Zutphen door een geweldsincident aan z'n eind was gekomen. We hadden het gisteren alle drie in de krant gelezen. Eenmaal in Zutphen zijn we, nadat we na enige moeite de auto hadden geparkeerd, gelijk de prachtige 'Walburgiskerk' (eerste helft 13e eeuw) in gedoken, om dit eeuwen oude bolwerk eens goed van nabij te bekijken.
Met zwiepende regenwissers zijn we daarna via Deventer over de IJsseldijk naar het Olsterveer gereden. Aan de overkant over de sterk meanderende Gelderse IJsseldijk verder naar Wapenveld. Daar het bos in over de Filipsberg richting Wezep en de A28 waar we het gaspedaal even flink hebben getoucheerd, want A had voor die avond nog een afspraak in Zaltbommel. Vlak bij huis, bij Bellini's Ristorante nabij strand Horst nog even een heerlijke pizza gegeten, en toen zat het gezamelijke uitje erop. Het was ondanks de regen toch nog best een aardig dagje.
Rond halfelf gisteren zaten we in Aalten met z'n zevenen bij A aan de koffie wat bij te kletsen en ons te beraden op wat we zouden gaan doen die dag. A en W uit Hedel kwamen met het idee 'Kasteel Anholt' te bezoeken, en onze gastvrouw stelde een bezoek voor aan de verbouwde tricotfabriek in Winterswijk. De anderen d.w.z. J en J uit Putten en wij vonden het allemaal prima, en aldus geschiedde! Vandaar naar 'Kasteel Anholt' in Duitsland was amper een half uurtje rijden. De lunch in het kasteelrestaurant, na de wandeling door de prachtige baroktuin rond het kasteel, stelde behalve de prijs weinig voor. Daarentegen waren de schilderijen in het kasteelmuseum van o.a. Hollandse meesters als Rembrandt, Gerard ter Borch en Jan van Goyen weer prachtig.
En na het kasteel stond dus een bezoek aan het Tricotmuseum in Winterswijk op ons lijstje. Deze expositieruimte voor moderne kunst is gevestigd in de voormalige NV Tricotfabriek G.J. Willink aan de Wilhelminastraat. Het gebouw uit 1890, ontworpen door architect Gerrit Beltman, begin jaren twintig uitgebreid met een in betonskeletbouw opgezette spoelerij o.l.v. zijn zoon Arend, en in 1934 o.l.v. bouwmeester Heinink wederom uitgebreid met een in nieuw-zakelijke stijl opgetrokken deel, is een rijksmonument. Na afbraak van alle laagbouw en een ingrijpende renovatie enkele jaren geleden, is de spoelerij nu voor een deel museum voor moderne kunst geworden. De schilderijen (lyrisch abstract expressionisme) van Wim Izaks (1950-1989) spraken me niet erg aan, maar de op de ramen geplakte expositie van aquarelachtige transparanten (aqualux) van Cornelis Kloos (1895-1976) 'Sans tricot' genoemd vond ik sprankelend en van grote klasse. Frivole voorstellingen van meisjes, naakt of schaars gekleed, die zich in een idyllisch landschap bevonden, en zo te zien verschoond waren van alle zorgen van het dagelijkse bestaan.
In bistro "De Nachtwacht" in Winterswijk hebben we ons vervolgens op advies van de ober aangenaam door de kok laten verrassen. En eenmaal terug bij A in Aalten hebben we tenslotte de in vele opzichten geslaagde dag afgesloten met een sterke bak koffie.
Vergaderen is misschien een groot woord, werkbesprekingen klinkt beter. Maar dan wel op bijzondere locaties. Onlangs weer in de Amstelkerk op het Amstelveld in de binnenstad, de enige overgebleven houten noodkerk in Amsterdam, gebouwd in 1668 en ontworpen door stadsbouwmeester Daniel Stalpaert (1616-1676). In de jaren tachtig van de vorige eeuw is het destijds in slechte staat verkerende kerkgebouw voor het symbolische bedrag van één gulden gekocht door Stadsherstel Amsterdam. Deze club heeft het gebouw vervolgens grondig gerestaureerd naar een plan van architect G. Prins. Sindsdien is Stadsherstel Amsterdam in dit schilderachtige zeventiende-eeuwse bouwwerk gevestigd en heb ik er zo af en toe een werkbespreking.
Nog zo'n fraaie locatie is gebouw 'De Bazel' (genoemd naar architect Karel de Bazel 1869-1923) aan de Vijzelstraat, ontworpen en gebouwd tussen 1919 en 1926. In het imposante gebouw, destijds gebouwd voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij is sinds 2007 o.a. Stadsarchief Amsterdam gevestigd, na eerst grondig te zijn gerenoveerd conform plan architecten Claus en Kaan. Behalve het Stadsarchief herbergt het gebouw een conferentiecentrum met prachtige zalen die allemaal in hun oude grandeur zijn teruggebracht, expositieruimten, een cafè en nog veel meer. Ook hebben we tijdens de renovatie een tijdlang gefilosofeerd over de bouw en inrichting van een radiostudio in 'De Bazel', maar dat is er helaas niet van gekomen.
Gistermiddag in Estrado naar het 'Artvark Saxofone Quartet' wezen luisteren. Rolf Delfos en Bart Wirtz op alt, Mete Erker op tenor en Peter Broekhuizen op bariton. Eigenlijk had ik geen zin om te gaan met dat mooie weer, maar blij dat ik wel gegaan ben. Ik heb genoten van de nummers van hun nieuwe cd TRUFFELS, die ik uiteraard gelijk maar heb aangeschaft. Wat kunnen die gasten spelen zeg! Ze brachten het ook goed, puur entertainment was het, en dat voor anderhalve man en een paardekop. Gelukkig maakte hun dat geen bal uit.
Zelf heb ik ook eens een jaar of tien saxofoon gespeeld. Van een geheel ander niveau trouwens, maar wel leuk. Bij Hampe op het Spui in Amsterdam had ik een oude maar goed gereviseerde 'Selmer' tenorsax gekocht. Na een aantal lessen speelde ik mee in de band zonder naam van de plaatselijke muziekschool. Daarna, in de midden jaren tachtig kwam in Amsterdam zowaar het serieuze werk in een gelegenheidsband die we de 'Red Copper Wedding Band' noemden. Veel lol vooral! Vervolgens kwamen er nog enkele optredens her en der met een stelletje ongeregelde flapdrollen. Toen ik een keer in de pauze op het toilet van een Vrije School een stel gasten tegen elkaar hoorde zeggen, dat ze wel een beetje om de band moesten lachen, had ik het wel gezien bij de band. Wat ik toen wel veel langer heb volgehouden, is samenspelen met m'n dochter S die toen aardig met de clarinet overweg kon. Dat ging zover, dat ik er op een gegeven ogenblik ook nog maar een 'Conn' altsax bij heb aangeschaft. Sluipend is er met de diverse verhuizingen naar her en der jammer genoeg de klad ingekomen, het was niet anders.
Maar goed, toen ik deze gasten van nabij zo prachtig hoorde spelen, bekroop mij even de gedachte om ook maar weer saxofoon te gaan spelen. Toch zal ik er, nu ik mij al een tijdje met veel plezier bezig houd met zang, bodhran en drumstel, niet zo snel meer aan beginnen.
De datum was lang tevoren al afgesproken, niettemin had iedereen, op S en mezelf na, gisteren toch eerst nog weer wat anders te doen. J moest met haar koor tot iets over het middaguur optreden in de Catharinakapel, C moest eerst nog naar Joga en E had tot twee uur open dag op zijn muziekschool. Dat is nogeens afspraken maken! Maar goed, nadat we rond halfdrie E in Amsterdam ook hadden opgepikt reden we eindelijk volgens plan richting Schiedam, naar het Stedelijk Museum aldaar. Hopend maar niet in een file verzeild te raken, want dan konden we het schudden, om vijf uur gingen de deuren toch echt dicht. Maar dat viel gelukkig mee, een goed uurtje later waren we binnen en liepen we ons te vergapen aan 'Meisjes met koffers' een bijzondere expositie van gouaches van Alex van Warmerdam verwant aan zijn films, toneelvoorstellingen en gedichten.
Het uitje met het basisgezin uit de vorige eeuw als cadeau, was een keuze van J. Wel bijzonder, dat rondrijden met drie veertigers op de achterbank. Naar achteren meppen met een landkaart om het gezeik een beetje in te tomen, zoals we vroeger wel eens deden tijdens een (te)lange autorit kon natuurlijk niet meer. Maar dat was trouwens niet nodig ook, integendeel! Genoeglijk keuvelend over van alles en nogwat werden de kilometers geslecht.
Na eerst nog een aperitiefje in de zon op een Schiedam's terrasje, gingen we weer richting Amsterdam. Daar hadden we tussen zeven en halfacht besproken bij 'Lieve', een Belgisch restaurant aan de Herengracht. Met onze keuze daar voor het z.g. 'Barok Menu', bestaande uit diverse kleine hapjes met poëtische namen als Luie wijven frites, lam geslagen, zo gepiept, grens gevalletje, dronken druifjes, gerechtigheid en nog veel meer, was niets mis. Heerlijk, de ambiance was ook prima, alleen jammer van de herrie. Aanvankelijk drong het nog niet zo tot ons door, maar na een poosje werden we er een beetje moe van, althans ik wel. We konden ons slechts met de grootste moeite verstaan maken aan ons tafeltje. Een beetje irritant!
Maar ondanks deze dissonant in het hele gebeuren die dag, heb ik genoten van alles. Wat mij betreft doen we dit nog eens vaker zo.
Het moest er natuurlijk van komen he, de film 'De gelukkige huisvrouw'. Dat ik nou krom gelegen heb van het lachen kan ik niet zeggen, ondanks het voortdurende gegniffel van alle dames om mij heen. Want dat was het wel he, een vrouwenfilm gezien de geaardheid van de bezoekers. Onzin natuurlijk, maar toch, ongeveer 95% dames schat ik en een handje vol mannetjes, waaronder ik de gek.
Het boek van Heleen van Royen heb ik niet gelezen, en om de één of andere reden zal dat er denk ik ook niet van komen. Maar de film, ja dat is andere koek. Een huilfilm las ik ergens, nou verdomd het is zo, maar wel een mooie huilfilm! Wat kunnen die gasten acteren zeg, met het grootste gemak sleepten ze ons mee in hun emoties. Alhoewel ik ook toe moet geven, dat het huilen me naar mate ik ouder wordt op de één of andere manier steeds beter afgaat, heel bijzonder.
Als het yuppenstel Lea (Carice van Houten) en Harry (Waldemar Torenstra) een baby krijgt gaat het mis met het mooie leventje. Na de zware bevalling die in details wordt gefilmd, raakt Lea totaal de weg kwijt en belandt ze voor een tijdje in een psychiatrische inrichting. Middels psychiater Beau (Marcel Hensema) komt ze er achter dat haar misère hoofdzakelijk te wijten is aan een jeugdtrauma. Onverwerkt verdriet om het verlies van haar vader, die toen ze nog een jong meisje was zelfmoord heeft gepleegd. Tegelijk komt ze er achter, dat de dubieuze rol die haar moeder in haar leven heeft gespeeld, haar ook niet veel goeds heeft gebracht.
Uiteindelijk komt ze gesterkt de hele misère te boven. Middels een mede patiënt heeft ze leren rouwen om verlies van geliefden. Haar moeder stuurt ze dan min of meer naar huis, en ze neemt de opvoeding van haar kind weer zelf ter hand, samen met haar man. Ik vond het filmdebuut van regisseur Antoinette Beumer, naar het gelijknamige boek van Heleen van Royen prachtig. Maar toch ook wel een beetje vreemd, thrillerachtig soms, een merkwaardige mengeling van drama en komedie.
Gisteren in theater film cafe 'De Lieve Vrouw' in Amersfoort 'Wij weten ook niet wat er gaat gebeuren' gezien. In de muziektheatervoorstelling, gemaakt door 'Susies Haarlok' in het kader van Orkater/De Nieuwkomers, werd het onderwerp science fiction nogal op de hak genomen. 'Susies Haarlok' bestond voor deze gelegenheid uit de jonge muziektheatermakers Wessel Schrik, Tjalling Schrik, Arthur Wagenaar en Harald Austbo en de (gast)acteurs Ibelisse Guardia en Steven de Jong.
Ze hebben zich voor 'Wij weten ook niet wat er gaat gebeuren' laten inspireren door SF films, boeken en documentaires. En ze ontwierpen voor het stuk zelfs nieuwe muziekinstrumenten als o.a. een lichtklavier en een futurofoon. In het stuk belandt astronaut Tonnie Koster, die lange tijd door de ruimte heeft gezweefd in een ingevroren toestand, in een nieuwe wereld op een verre planeet, die de technologie van onze planeet verre overtreft. Hij komt daar in aanraking met een extreem ontwikkelde mensheid waar aardse woorden en begrippen al eeuwen in onbruik zijn geraakt. Hij ontmoet daar ook de mooie en geheimzinnige Beatrice von Braun die hem moet laten inburgeren. Het is al met al een komisch gebeuren met een serieus tintje.
Een wereld waarin de grenzen tussen de mensheid en de technologie totaal zijn vervaagd. Gevoel en emoties zijn onbekende begrippen geworden, liefde, eenzaamheid en verdriet bestaat niet. Maar Tonnie Koster brengt daar verandering in door de computers tot de orde te roepen, waarna hij even later samen met zijn mooie, geheimzinnige en lieve vrouwtje Beatrice, die inmiddels voor hem heeft gekozen, de ruimte in zweeft, weg van die vreemde planeet en z'n gevoelloze bewoners. Na een kort intermezzo zien we daarna Tonnie Koster terug in de tijd op zijn aardse kamertje zitten, waar een dikke hospita hem sperziebonen voert. Hij leeft geïsoleerd en voelt zich eenzaam, zijn leven stelt niets voor vind hij zelf. Hij zou eigenlijk maar het liefst een apparaat willen zijn zonder gevoel. Maar wat dat betekent hebben we daarvoor in de voorstelling kunnen zien!
Ik vond het een aardige en filosofische voorstelling met verrassende grappen. SF moet je niet al te serieus nemen natuurlijk, desondanks komt die fantasierijke wereld met een nieuwe mensheid door de huidige technologie voor je gevoel soms akelig dichtbij. En de abstracte en vervreemdende muziek van de groep accentueerde dit gevoel. Het stuk is een oproep om emoties, gevoel en creativiteit te koesteren, en op te houden met het buitensporig belangrijk vinden van technologische ontwikkelingen.
Rijdend over de A6 bij Almere valt mijn oog steevast op de ruïne van 'Kasteel Almere'. Eigenlijk abnormaal, al jaren lang kijk je naar het ruïneuze overblijfsel van wat ooit gebouwd had moeten worden, inplaats van wat ooit gebouwd is. Wat gaan ze doen met deze bouwval, slopen of komt er een geldschieter alla Hennie van der Most die er misschien nog een mooi investeringsprojectje van weet te maken. Die man heeft genoeg ervaring opgedaan in het Duitse Kalkar met het complex van de nooit afgebouwde kweekreactor. Wunderland Kalkar (voorheen Kernwasser-Wunderland) is sinds 1995 een goed lopend attractiepark voor families met kinderen.
Al te lang mag dat niet meer duren volgens mij, als het al niet te laat is. Al jaren lang worden de constructies van het bouwwerk niet alleen door alle soorten van weer letterlijk gesloopt, maar nu ook nog door vandalen las ik. Ik heb geprobeerd er eens wat dichter bij te komen om het één en ander wat beter te kunnen bekijken, maar de plek is rondom hermetisch afgesloten met hoge hekwerken. Jammer, dan maar niet, in een klauterpartij had ik geen zin. Benieuwd wanneer er eens wat gaat gebeuren daar.
Er schiet me trouwens nog een mogelijk onafgebouwde ruïne te binnen, en die staat in een weiland in Opmeer. Met het vrijwel voltooide 'Scheringa Museum voor Realisme' zitten ze sinds het faillisement van de bank van Dirk Scheringa behoorlijk in de maag heb ik begrepen. Voorlopig oefent de bouwkundig aannemer haar retentierecht uit op het bouwwerk. Eén voordeel hebben ze met dit pand, het dak is gelukkig waterdicht!
Bij 'Salto' de publieke omroep Amsterdam in 'Pakhuis De Zwijger' moest ik woensdag even zijn, hooguit een uurtje. Woensdag is ook de dag van de lunchconcerten in het Concertgebouw, kwam dat even mooi uit! En J vermaakte zich een paar honderd meter verderop in het 'Muziekgebouw aan 't IJ' wel eventjes met een boek en een kop koffie. Zo is het gegaan, rond half twaalf reden we geheel volgens plan richting van Baerlestraat waar het lunchconcert om halféén zou beginnen. Mooi op tijd dachten we, nee dus, ja als we lopend gegaan waren, dan misschien wel. Nu zaten we vast in het verkeer met al die rottige wegopbrekingen en omleidingen, stom we hadden het kunnen weten. Toen we even over halféén toch nog in het Concertgebouw stonden, konden we in de hal op TV ons gemiste concert volgen, maar daar hadden we geen zin in. Buiten in het zonnetje, gezellig op het terras van 'Brasserie Keyzer' pal naast het Concertgebouw, hebben we moeiteloos onze frustratie weg kunnen drinken en eten. Andere keer beter!
Ons volgende plannetje, een bezoek aan museum 'Ons'Lieve Heer op Solder' aan de Oudezijds Voorburgwal verliep probleemloos. Als je de open restauratiewerkzaamheden van het 17de eeuwse katholieke kerkje op zolder, compleet met galerijen, altaar en 150 zitplaatsen tenminste niet als probleem ziet. Beetje jammer datwel, maar we kregen wel een goed idee van de ruimte in het prachtige 17de eeuwse grachtenpand, en er hingen uiteraard ook tekeningen en foto's van wat het was en ging worden. Volgens planning moet de restauratie en de uitbreiding van museum 'Ons' Lieve Heer op Solder' geloof ik medio 2011 zijn voltooid.
Zo bezoek je bij tijd en wijle toch altijd wel een plek, waar je tot nog toe niet geweest was. 'Ons' Lieve Heer op Solder' was zo'n plek, in al die jaren was ik er nog nooit binnen geweest.
Het prachtige muziekprogramma 'Oase' van de NPS zondagochtend op radio 4, wordt gepresenteerd door Cees van Ede. Alleen maar luisteren naar de stem van die man is al een genoegen, volgens mij heeft hij de mooiste radiostem van de hele publieke omroep. Maar het gaat natuurlijk om de inhoud van het programma. Vanmorgen hoorde ik van de CD 'Le Chant des Templiers' van het Ensemble Organum het nummer 'Honor virtus et potestas', wat zoiets als 'Eer, deugd en macht' betekent. Muziek van de Kruisvaarders werd het door van Ede genoemd. Ik wist niet wat ik hoorde, min of meer in trance zat ik a.h.w. op m'n stoel genageld te luisteren naar de middeleeuwse zang, van dit door Marcel Perès in 1982 in de abdij van Senanque opgerichte Franse ensemble. Het repertoire van Ensemble Organum, dat is gevestigd in de buurt van Parijs, is voornamelijk liturgies. Het bestrijkt een periode die loopt van de vroege middeleeuwen tot aan de 18de eeuw. In Wikipedia las ik dat het ensemble gespecialiseerd is in het "pre- en para- Gregoriaanse" zingen. Het zal allemaal wel, ik vond het prachtig!
Eer, deugd en macht dus, is zo ongeveer de betekenis van deze prachtige samenzang. De katholieke kerk heeft nog wel wat uit te leggen, want met deze begrippen zijn ze niet altijd even kuis omgegaan. Een respectabel aantal voorgangers binnen de RK kerk schijnt buiten de schreef gegaan te zijn. Ik wil niet generaliseren, dat mag niet en is ook niet terecht denk ik, maar er moet juist wel over worden gesproken. Mea Culpa! Maar op het nieuws hoorde ik echter, dat de paus in zijn paasboodschap op het Sint-Pietersplein geen woord gerept heeft over deze heikele kwestie.
'Alice's Adventures in Wonderland', vaak afgekort tot 'Alice in Wonderland' is een (kinder)boek uit 1865 van Lewis Carroll. Het 145 jaar oude verhaal wordt gezien als een modern sprookje, las ik in de vrije encyclopedie Wikipedia. Het fantasieverhaal is door Disney al eens verfilmd, maar onlangs hebben we in bioscoop 'Atlantic' de nieuwste door Disney uitgebrachte versie gezien. De nieuwste verfilming van 'Alice in Wonderland' die werd geregisseerd door Tim Burton, is j.l. 10 maart in première gegaan.
In het oorspronkelijke verhaal van Lewis Carroll, is Alice geen meisje van negentien zoals in de nieuwste film, maar een meisje van zeven dat met haar oudere zusje aan de oever van een meertje zit. Als er een pratend wit konijn langs rent, volgt ze het tot aan een diep konijnenhol, waar ze vervolgens invalt. Als ze na een lange val op de bodem ligt, blijkt ze zich in een vreemde wereld te bevinden die Wonderland heet. Op haar ontdekkingstocht door deze wereld loopt ze de meest merkwaardige figuren tegen het lijf, waarmee ze verwarrende gesprekken heeft. Maar als ze uiteindelijk wakker wordt blijkt alles een droom te zijn geweest.
Zoals gezegd in deze film is Alice (Mia Wasikowska) een adolescent, die ook nog eens op het punt staat te trouwen met Hamish, een overdreven en nichterige flapdrol. Daar heeft ze bij nader inzien weinig zin in. Ze rent weg van het verlovingsfeest en vind, hoe kan het ook anders, een diep konijnenhol op haar pad waar ze in tuimelt, en in de malle wereld van Wonderland terecht komt. Daar veranderd ze voortdurend van formaat door vreemde drankjes en hapjes, en komt ze in aanraking met allerlei vreemde types zoals o.a. een dikke dwergentweeling, een gekke hoedenmaker (Johnny Depp), een wrede rode hartenkoningin (Helena Bonham Carter) een lieflijke witte koningin (Anne Hathaway) en een hoop malle en gevaarlijk uitziende beesten. Ze raakt in een gevecht verzeild tussen de legers van de rode en de witte koningin, de kwaden en de goeden zal ik maar zeggen. Ze verslaat daarbij de draak, het geheime wapen van de slechte rode koningin. Als ze dan een slokje bloed van de verslagen draak krijgt aangeboden door de witte koningin, kan en mag ze weer terugkeren in haar eigen (normale) wereld.
Vastberaden en als een herboren mens begeeft ze zich even later weer tussen de nog aanwezige genodigden van haar verlovingsfeestje. Verwonderd aangestaard door de feestgangers doet ze rustig haar verhaal en excuus, en deelt ze mee dat de trouwerij niet zal doorgaan. Ze neemt de vroegere zakenpartner van haar overleden vader, haar vermeende schoonvader, even apart en komt geheel in de geest van haar vader met het plan een handelslijn op te zetten met China. Gepokt en gemazeld stapt ze de grote serieuze wereld in. Ze heeft heel veel geleerd in de wereld van haar fantasieën en weet nu wat ze wil!