dinsdag, april 15, 2008

"Pesakerdal"



In het buurtschapje "Pesaken" op ongeveer 1,5 km buiten het centrum van Gulpen ligt "Pesakerdal", een groot vakantiehuis dicht bij kasteel "Neubourg". Vanaf vrijdagmiddag tot ongeveer zondagavond waren we daar het afgelopen weekend met z'n achten te gast. Het heuvelachtige landschap, mede gevormd door de sterk meanderende riviertjes Gulp en Geul, ervaar ik steevast als één van de mooiste wandelgebieden van Nederland. Zo ook deze keer weer, samen met zes oude vrienden uit Putten hebben we het hele weekend praktisch niets anders gedaan dan wandelen.

Kort na aankomst vrijdagmiddag zijn we gelijk al begonnen met een stevige wandeling van een paar uur in de omgeving van het huis. Het éénpansgerecht dat door C en M was klaargemaakt ging er vervolgens in als koek.
Een goede nachtrust en een stevig ontbijt lag zaterdag aan de basis van een rondje Gulp, een prachtige wandeling vanuit ons huis naar Slenaken v.v. naar schatting zo'n twintig kilometer. Mooi weer, gesmeerde broodjes en drinken mee voor onderweg, en een kopje koffie met een lekkere limburgse vlaai op een terrasje in Slenaken voor de terugweg. Eenmaal weer thuis was het natuurlijk tijd voor de borrel op ons eigen terrasje, en toen we ook dat weer hadden gehad stond de lange tafel al weer gedekt voor het avondeten, ook nu weer verzorgd door onze onvolprezen vrienden C en M.

Heerlijk om zo in de watten te worden gelegd, maar toch begonnen we ons een beetje ongemakkelijk te voelen bij deze verwennerij. Totaal niet nodig aldus C en M, zij hadden het huis georganiseerd en het eten ingeslagen, en nu vonden ze het ook leuk om het hele weekend voor ons te koken. Jullie mogen straks afwassen en de boel opruimen, dus geniet er nou maar van!

Na het eten zijn we naar het nabij gelegen kasteel "Neubourg" gewandeld, ook weer een wandeling van een kleine twee uur, het was tenminste al aardig schemerig toen we weer thuis waren. Kasteel "Neubourg" (de geschiedenis gaat terug tot 1289) behorend tot de top 100 van de Rijksmonumenten, wordt momenteel onder toezicht van de Rijksdienst voor Monumentenzorg (RDMZ) gerestaureerd. Het kasteel, opgetrokken in de Maaslandse Renaissancestijl, krijgt een herbestemming. Er komen kantoren, conferentiezalen, museum- en expositieruimtes in, en een kapel en een brasserie. Het wordt vast hardstikke mooi allemaal, maar het zal nog wel een tijdje duren eer het zover is.

Ook de zondag was weer ingeruimd voor een grotere wandeling, deze keer langs de Geul. Met de auto's reden we eerst naar Camerig, een plaatsje even voorbij Epen. Van daaruit ging de wandeling heuvelopwaarts richting Heimansgroeve, om vervolgens weer naar beneden af te zakken richting Cottessen. Bij Cottessen staken we de Geul over en wandelden aan de andere zijde stroomafwaarts weer richting Camerig. Ook dit was weer een prachtige wandeling, ook al zakte ik op een gegeven ogenblik in een drassig weiland tot ver over m'n beide enkels in de blubber, het mocht de pret niet drukken. Tegen een uur of half twee waren we weer terug op Pesakerdal, ons huis. Eventjes nog een wijntje op het terras, en toen werden we door C en M alweer uitgenodigd aan de lange tafel voor de warme maaltijd.

Rond vier uur zat het erop, C en M hadden afgesproken nog een nachtje te blijven, maar de rest ging huiswaarts. Het was mooi geweest, rond halfzeven waren we weer thuis in Harderwijk. Terug van een heel mooi, maar toch ook wel een beetje vermoeiend weekend, ik voelde mijn benen tenminste aardig.

woensdag, april 09, 2008

pianospel



Restaurant 'De Factorije', zo wordt de kantine van Landstede, een school in Zwolle waar je o.a. een opleiding voor kok of een ander horecaberoep kan volgen, kennelijk bij bepaalde gelegenheden genoemd. 'De Factorije' was gisteravond het toneel voor een piano optreden van Roos en Daan en nog vele andere pianoleerlingen. Tijdens het diner dat door de horecastudenten werd verzorgd, konden we genieten van een wel heel divers pianorecital dat ten gehore werd gebracht.

Van Daan: De klapdans, een volksmelodietje en het Hobbelpaardje van Ph. Keveren.



Van Roos: Koekie boogie en Apenstreken twee volksmelodietjes en een Groots avontuur van Ph. Keveren.



Het was een leuk avondje.

vrijdag, april 04, 2008

Ginkelse Heide



De Ginkelse Heide bij Ede was in 1944 het strijdtoneel tussen de 1e Britse Airborne Division en de Duitse bezetter. Per parachute kwamen ze uit de lucht vallen, voor velen het laatste wat ze in dit leven zouden meemaken. Op het monument ter nagedachtenis aan deze ellende staat een tekst uit de bijbel t.w. Jesaja 40:31

.... zij zullen opvaren met vleugelen gelijk de arenden ....

Ongetwijfeld zal met deze tekst voor de gelovigen onder ons worden bedoeld, dat ze na de misére op dit ondermaanse naar de hemel zullen opvaren, naar een plaats van ongelofelijke vreugde zonder aardse ellendigheden. Voor mij een onbegrijpelijke gedachtengang, maar ja van de visioenen van de hedendaagse zelfmoordterroristen begrijp ik ook niets.
Cynisme is nooit goed, zeker hier niet want ze kwamen voor een goede zaak, maar hangend aan een lapje stof werden velen reeds in de lucht al afgeschoten. Met z'n honderden, nee duizenden moet ik zeggen, liggen de gesneuvelden sindsdien op een erebegraafplaats een eindje verderop tegen de onderkant van de graszoden te kijken. Ja, ja 'Opvaren met vleugelen gelijk de arenden' laat me niet lachen, volgens mij was de profeet Jesaja een junk, een hele stevige lsd gebruiker.

De heide lag er gisteren mooi bij, al viel er wel veel gras te bespeuren. Maar daar hebben ze het Veluws Heideschaap voor uitgevonden. De herder hoedt zijn kudde op de grote Ginkelse Heide zou je denken, maar ik heb geen herder gezien. Wel een hondje, die zo te zien in z'n eentje de hele kudde in toom wist te houden, dat is nog eens knap van zo'n hondje. Het lijkt mij toch wel vette pech, als je als schaap op deze wereld gezet bent. Wat een ellende, de hele dag zo'n rothond achter je aan, je hebt niets in te brengen, je kan geeneens grazen waar je wil. Maar ja, het is natuurlijk wel mooi voor de mensen, zo'n keurige schaapskudde.

Op de terugweg dronken we bij café restaurant Uddelermeer een kopje thee. Een trotse pauwenhaan liet al pirouetjes draaiend z'n verenpracht zien. Maar hij kon draaien en pronken wat hij wilde, een pauwenhen viel nergens te bespeuren, want daar schijnen ze het voor te doen. Hij was en bleef een eenzaam figuur met z'n mooie veertjes. Maar ja, ook dit was natuurlijk wel weer mooi voor de mensen om te zien. Vanachter het glas had onze draaikont behoorlijk wat bekijks.

woensdag, april 02, 2008

Zomerhitte



Beauty is a shell - Schoonheid is een schelp
from the sea - uit de zee
where she rules triumphant - waar ze regeert en zegeviert
till love has had its way with her - tot de liefde het met haar heeft gehad


William Carlos Williams

Met deze woorden van de Amerikaanse dichter draagt Jan Wolkers 'Zomerhitte', het door hem in 2005 geschreven boekenweekgeschenk, op aan zijn vrouw Karina. Met de afbeelding op de omslag, een pronte naaktfoto van haar op het strand, wil Jan Wolkers op zijn manier volgens mij de strekking van dit gedicht kracht bijzetten. Dat Karina op deze afbeelding niet uit de zee komt, maar juist naar de zee toeloopt, zegt volgens mij dat hij het nog lang niet met de liefde heeft gehad.
Toen ik het boekje zag en las, associeerde ik het sterk met een gevoel dat ik had, toen ik Turks Fruit had gelezen in 1973. Een onbeschrijfelijk maar heerlijk gevoel van liefde, levenslust, vrijheid en toekomstverwachting. Het flinterdunne misdaadelement dat in 'Zomerhitte' zit, deed er eigenlijk nauwelijks toe, het was bijzaak. Nogmaals, de associatie met het gevoel uit de tijd van Turks Fruit was vrij prominent aanwezig toen ik Zomerhitte las.

De film 'Zomerhitte' viel mij niet echt tegen, ik heb mij wel vermaakt. Maar iets van het hiervoor omschreven gevoel heb ik er niet bij gehad. Ik vond het eigenlijk meer een lachfilm, en hoe langer de film duurde, hoe meer alles op mijn lachspieren ging werken. De dialogen vond ik vaak belachelijk en overbodig, en naar mate de film vorderde begon ik ook steeds meer kromme details te zien. Maar zoals gezegd, ik heb mij desalniettemin wel vermaakt. Toch weet ik nu al, dat er van de film niet veel zal blijven hangen, ik zal hem snel vergeten zijn.

vrijdag, maart 28, 2008

De Grote Liefde



Behalve dat ze voor de kost de hele dag alleen maar boeken, gedichten of columns zitten te schrijven, trekt het trio Ronald Giphart (1965), Bart Chabot (1954) en Martin Bril (1959) dit seizoen ook langs de Nederlandse theaters met hun literaire voorstelling 'De Grote Liefde'.

Gisteravond hebben we ze meegemaakt in theater Orpheus in Apeldoorn. Het motto 'De Grote Liefde' loopt als een rode draad door de voorstelling heen. Ook al droegen ze individueel om en om soms stukjes uit eigen werk voor, het geheel bleef vond ik een hilarisch bij tijd en wijle aangrijpend verhaal. Allerlei onderwerpen werden bij de kop gepakt, auto's, kinderen, literatuur, muziek, roem, ijdelheid, verlies, sport en dood. Maar bovenal was de liefde voor alles onderwerp van gesprek, en dan in het bijzonder de liefde voor vrouwen.

Ook zaten er enkele interactieve elementen in de voorstelling en werd het publiek soms gevraagd om een mening te geven over dit of dat. Zoals gezegd, individueel putten de auteurs kennelijk uit eigen werk, voorkeuren of obsessies, maar uiteindelijk was het één verhaal van drie mannetjes die antwoord probeerden te geven op de vraag wat 'De Grote Liefde' eigenlijk inhoud.



Ik had aan het begin van de avond eigenlijk geen idee wat ik mij moest voorstellen bij deze theatervorm. Maar nu weet ik dat wel, een avondje literair theater met Giphart, Chabot en Bril is ernst en humor. Geestig en amusant, vooral als die in mijn ogen maffe maar superieure performer Chabot op het podium stond, lagen we dubbel van het lachen.

vrijdag, maart 21, 2008

De Gouden Hoorn



De vlucht duurde amper drie uur en twintig minuten, maar ik was blij dat ik er was. Drie uur en twintig minuten in een vliegtuig dat voor minstens de helft vol zat met jengelende en brullende kinderen. Vreemd eigenlijk voor een gewone lijnvlucht, alsof we in een kindercreche verzeild waren geraakt, ik had zoiets nog niet eerder meegemaakt. Zou er op de plaats van bestemming, zo te zien hun thuisland, soms iets bijzonders aan de hand zijn? Hier en daar werd een luier verschoond, of werd een iets groter kind eens even flink door een wanhopige moeder vastgepakt, met doorgaans een averechts effect. Ook de stewardessen gingen zich er mee bemoeien, en kwamen met spelletjes, kleurpotloden, papier en mooie praatjes opdraven, maar niets hielp.
Wat een ellende, dat was nou nog eens met recht een 'Heerenleed' te noemen! Maar toen we eindelijk over het beton van Atatûrk, de luchthaven van Istanbul raasden, en we kort daarna per taxi opweg waren naar hotel Salman, ons hotel aan de Laleli Cad in de oude binnenstad, was het leed snel vergeten.

Door de Gouden Hoorn, de natuurlijke haven van Istanbul, wordt het Europese gedeelte van de stad in tweeen gesplitst, met ten westen in het stadsdeel Eminonu de oudste binnenstadswijk Sultanahmet en ten oosten de middeleeuwse handelswijk Galata. Beide stadsdelen zijn met elkaar verbonden door de Galatabrug. De beroemde brug, door Geert Mak vorig jaar nog zo boeiend beschreven in het boekenweekgeschenk. Deze brug en de Galatatoren aan de overkant, was het doel van onze eerste wandeling in deze stad. Het uitzicht vanaf de Galatatoren op het stadsdeel Eminonu aan de overkant van het water was magnifiek, de ondergaande zon zette alles in een gouden gloed. Zou de naam van het schiereiland daar misschien mede aan te danken zijn? Tijdens de wandeling terug, hebben we in een theehuis een uurtje waterpijp zitten roken. Een vredig schouwspel, heel bijzonder, een grote ruimte met allemaal kleedjes op de vloer waarop groepjes mensen theedrinkend en waterpijp rokend zaten te kletsen. Onderweg naar ons hotel hebben we in één van de vele eethuisjes nog een bescheiden hapje genomen, en toen was het mooi geweest voor deze eerste vermoeiende reisdag. Lekker slapen, want voor morgen stond ons een druk programma te wachten in deze geweldige metropool.

Istanbul heeft volgens de officiele telling 9 miljoen inwoners, maar volgens niet officiele bronnen zijn het er wel 20 miljoen. De waarheid zal mogelijk in het midden liggen. Istanbul, het vroegere Constantinopel en daarvoor weer Byzantium geheten, ligt op dezelfde breedtegraad als Napels, Madrid, New York en Beijing. Er valt in deze stad ontzettend veel te ontdekken en te beleven, we hebben er de benen uit ons gat gelopen. Van de Blauwe Moskee naar de Aya Sofya, van de Grote Bazaar naar het Topkapi paleis, het Dolmabahçepaleis waar Attaturk stierf langs de oever van de Bosporus, de prachtige Sùleymansmoskee. De indrukwekkend mooie gewelven ondersteund door meer dan 300 zuilen van het ondergrondse waterreservoir uit de zesde eeuw. Onze massage en wasbeurt in het driehonderd jaar oude Cagaloglu Hamam, één van de mooiste badhuizen van Turkije vlakbij de Aya Sofia. Een boottocht over de Bosporus, en een autorit langs de Bosporus richting Zwarte Zee in een oude Desoto uit 1948. Een drankje en een show met buikdanseressen, waarbij we tijdens de afrekening met de grootst mogelijke moeite hebben kunnen voorkomen, dat ons een wel hele grote poot werd uitgedraaid. De heerlijke wandelingen door deze stad met zijn prachtige parken en indrukwekkende stadsmuren, en het onverwacht getuige zijn van een huwelijksinzegening in een Armeense kerk.

En zo kan ik nog wel een poosje doorgaan, de vijf dagen in deze gigantische metropool zijn voorbij gevlogen. En behalve de vele culturele bezienswaardigheden die we in deze stad hebben gezien, was de stad met de vele kleine eethuisjes ook culinair gezien een ontdekking. Het is zeker een stad om op terug te komen.

maandag, maart 17, 2008

museumdefundatie



Een wandeling in de regen is soms wel lekker, maar nu hadden we daar toch even geen zin in. Een bezoek aan het fraaie neoclassisistische Paleis a/d Blijmarkt in Zwolle, waarin sinds 2005 het kunstmuseum 'De Fundatie' is gevestigd, trok ons gisteren meer.
Het Paleis a/d Blijmarkt, dat naar een ontwerp van de Haagse architect Eduard Louis de Coninck tussen 1838 en 1841 is gebouwd, deed aanvankelijk dienst als Paleis van Justitie, en weer later bood het ondermeer onderdak aan de Provinciale Planologische Dienst. Maar nu is het in 2004/2005 naar een ontwerp van architect Gunnar Daan dus verbouwd tot kunstmuseum.

In het 'Paleis a/d Blijmarkt' in Zwolle, dat samen met 'Kasteel Het Nijenhuis' in Heino/Wijhe, museum 'De Fundatie' vormt, wordt de benedenverdieping in beslag genomen door een omvangrijke eigen collectie beeldende kunst van de late middeleeuwen tot nu. Op de bovenverdieping zijn regelmatig wisselende exposities te zien. Deze keer is er tot aan 1 juni van dit jaar de tentoonstelling Jeroen Krabbé - Schilder, een retrospectieve te zien, en daar ging het ons deze keer om.

Krabbé heeft even behoorlijk uitgepakt, er zijn zeker meer dan 200 schilderijen van hem te zien op de bovenverdieping. De meeste schilderijen in vrolijke en warme tinten geschilderd, roepen stilistisch gezien sterke associaties op met werk van Vincent van Gogh of Paul Cézanne. Maar je kan en mag het werk van Krabbé natuurlijk niet vergelijken met deze avantgardisten van weleer. Zij zorgden destijds voor een ware revolutie in de schilderkunst. Jeroen Krabbé is er volgens eigen zeggen niet op uit om veranderingen of verbeteringen in de schilderkunst te beogen. Hij is gewoon gek op schilderen en beleefd daar veel plezier aan. Hij heeft geen enkele andere bedoeling, dan dat te laten zien. Vreugde, pure vreugde, niets meer en niets minder. Gewoon in een luie stoel zitten kijken naar zijn schilderijen en je een eigen mening vormen.

In deze uitleg kan ik mij wel vinden. Je kan er inderdaad onbevangen naar kijken en je fantasie de vrije loop laten. Het is pretentieloze en vrij makkelijk te begrijpen kunst die iedereen op zijn eigen wijze kan en mag interpreteren of ervaren. Of ik er heel lang naar kan kijken, weet ik nog niet goed. Daarvoor heb ik gisteren eigenlijk te weinig kunnen zien. Het was zo druk daar in dat museum, dat we elkaar constant voor de voeten liepen, het was geen doen. We komen nog wel een keertje terug op een gewone doordeweekse dag, dan zal het vast wat rustiger zijn.
Zodoende liepen we ongeveer drie kwartier later in Kasteel 'Het Nijenhuis' rond, een heel wat rustiger omgeving. In dit museum hebben we twee tentoonstellingen van schilderijen, aquarellen en tekeningen bekeken t.w. een expositie van Otto B. de Kat (1907-1994) en een expositie van de in Kampen woonachtige kunstenaar Jos Hermans (1955).

Otto B. de Kat
Het late werk - Schilderijen en aquarellen 1978-1994 heette de expositie van deze schilder. De opmerkelijk late stijlverschuiving van deze schilder t.o.v. zijn vroegere werk werd ingeleid door een ernstige ziekte. Hij was daardoor aangewezen op zijn directe omgeving, terwijl hij ook nogeens voor het eerst van zijn leven alles met zijn linkerhand moest doen. Hij ging zijn omgeving vanaf dat moment intenser beleven. Stonden eerst vooral decoratieve kwaliteiten voorop, nu zocht de Kat meer naar een mogelijkheid om zowel het waargenomen beeld als de emotionele belevenis tot uitdrukking te brengen. En dat heeft hij op een zeer overtuigende manier op het doek weten vast te leggen, krachtig maar tegelijkertijd breekbaar en ontroerend.

Jos Hermans
Jos zegt van zich zelf, dat hij een lijnentrekker is met houtskool. Dat is wat hij kan, zegt hij in de expositie die hij 'Weerbarstige eenvoud' noemt! Zijn tekeningen zijn het resultaat van een proces van afwijzing. De keuze om alles wat niet goed genoeg is of niet terzake doet resoluut af te wijzen, levert een intieme sterke ontmoeting met het beeld op. Het doet vragen rijzen die van levensbeschouwelijke aard zijn. Toen hij er achter gekomen was, dat hij een lijn kon trekken, vroeg hij zich af wat hij zou maken. Lijnentrekken dus, de vraag was daarmee beantwoord. Stuffen, uitwissen en vernietigen zijn voor hem ontkennende handelingen die volgen op het maken. De kneedgum is voor hem gelijkwaardig aan de houtskool. Het zal allemaal wel, maar in zijn handen mag hij voormij de kneedgum ver boven de houtskool verheffen. Zelden heb ik in een museum zo'n hoop brandhout bij elkaar zien hangen.

donderdag, maart 13, 2008

Lysefjord



Van Haugesund via de Boknafjorden, laverend tussen de scheren, zeilden we richting Stavanger. Ons doel was het Lysefjord, een diep, smal en lang fjord, beginnend nabij het plaatsje Forsand aan bakboord even voorbij Stavanger. De ingang van het fjord is door de opvallende Lysefjordbrug (1997) makkelijk te vinden. Ik blijf het vanaf het water moeilijk vinden om de doorvaarthoogte goed in te schatten, ondanks dat de hoogte gegevens van brug en mast bij je bekend zijn. Altijd weer denk je, zou het wel kloppen allemaal. Maar kloppen deed het natuurlijk ook deze keer weer, met onze masthoogte van ruim 16 meter konden we bijna wel twee keer onder de 446 meter lange brug door. En toen zaten we in het Lysefjord, van hier tot aan het eind bij Lysebotn ca. 23 nm lang, 500 meter diep en steil oprijzende rotswanden van soms meer dan 1000 meter hoog. Tientallen watervallen honderden meters hoog, bezienswaardigheden als de Preikestolen, een hoge platte rots op ruim 600 meter boven de waterspiegel, of de Kjeragbolten, een grote steen van ca. 5m3 op ruim 1000 meter boven de fjord tussen de steile rotsen ingeklemd.

Het is al avond als we de fjord invaren, echt donker wordt het hier op bijna 60 graden noorderbreedte niet in de zomermaanden. Maar het weinige daglicht dat hier doordringt, doet in de naar verhouding tot de hoge wanden soms erg smalle Lysefjord, wel heel mysterieus aan. Een gevoel dat door de stilte om ons heen ook nog eens wordt versterkt. Heel bijzonder, en dan ook nogeens te bedenken dat die hoge rotswanden onder water gewoon doorgaan tot 500 meter onder ons bootje. Wat zou er in die inktzwarte duisternis onder ons niet allemaal rondzwemmen? In de buurt van de beroemde Preikestolen vinden we een plekje voor de nacht. Heel voorzichtig meren we af aan een bijna vergaan steigertje. Op het gevaar af dat we door de rotte steiger in het water belanden, kunnen we met veel kunst en vliegwerk nog aan land komen. Een piepklein stukje vlakke oever tussen al die steile wanden om ons heen, waarop tussen het hoge onkruid een vervallen blokhut staat. Zo te zien is hier al in tijden niemand meer geweest, het is hier echt doodstil zelfs geen zuchtje wind, rimpelloos ligt de fjord erbij. We sprokkelen wat brandhout bij elkaar en maken een vuurtje, pilsje erbij en daar zaten we dan. Toen het vuur gedoofd was en we onze kooi opzochten, was het ver na middernacht en werd de rotswand hoog boven onze hoofden reeds door de opkomende zon in een gouden gloed gezet.

maandag, maart 10, 2008

cinescope



De film 'Das leben der anderen' is het in 2006 uitgekomen speelfilmdebuut van de jonge scenarioschrijver en regisseur, Florian Henckel von Donnersmarck (Keulen, 1973). Hij viel met de film gelijk in de prijzen, naast de belangrijkste Duitse filmprijzen won hij de European Film Award voor Beste Europese Film en de Oscar voor Beste Niet-Engelstalige film. Volkomen terecht lijkt mij, wat een film!

De film speelt zich af in 1984 in het voormalig Oost-Berlijn. Het psychologische drama toont een meedogenloos regiem in een stad waarin eigenlijk niemand meer te vertrouwen is. Het is zo erg dat het lijkt of de ene helft van de burgers door de andere helft (de Stasi) wordt gecontroleerd. De Stasi, ofwel de binnenlandse inlichtingen- en veiligheidsdienst bespioneerde de burgers en hield ze zo onder druk en in het gareel.

Hauptmann Gerd Wiesler (Ulrich Mûhe) was zo'n Stasi-spion. Eigenlijk draait de film om deze man. Hij begint tijdens zijn werk ernstig te twijfelen over zin en noodzaak, wanneer hij de schrijver Georg Dreyman (Sebastian Koch) aan het bespioneren is. Waarom moet het leven van de schrijver eigenlijk kapot gemaakt worden? Hij begint plotseling te beseffen, dat hij een radertje is in een immoreel systeem, waarin corrupte autoriteiten het staatsapparaat gebruiken voor eigen belangen. Volkomen gedesillusioneerd verandert Wiesler van spion in een geheime beschermer. Een karakterontwikkeling die door hem in de film fenomenaal wordt geacteerd.

De strekking van de film is, dat je zelfs in een poel van verderf nog een goed mens kan zijn. Je komt dan ook, ondanks het feit dat je ruim twee uur en een kwartier getuige bent geweest van de invloed, die een meedogenloos en verderfelijk systeem op haar burgers kan uitoefenen, niet echt gedeprimeerd uit de bioscoop. Das leben der anderen gaat uiteindelijk over een mens die het opneemt tegen het kwaad. Maar we waren er wel een poosje stil van!

zaterdag, maart 08, 2008

schilderkunst & muziektheater



'Vergeet Vandaag' morgen nieuwe voorstelling, de nieuwe campagne van het Nederlands Dans Theater is persoonlijk en ingetogen, een campagne die volgens hun van maatschappij naar mens gaat. De essentie van de campagne is dat het Nederlands Dans Theater wordt gepositioneerd als tegenpool voor de oppervlakkige persoonlijke wereld van alledag. Een wereld van schoonheid, creativiteit en bezieling die naar het publiek overslaat.

Vandaag is nacht als dag begint
Vandaag is werken voor je op kantoor bent
Vandaag is een broodje na de lunch
Vandaag is feiten en jij erachter aan.

De nieuwe reclameslogan 'Vergeet Vandaag' meestal in combinatie met een stukje alledaags proza, was me de laatste maanden al vaak opgevallen in krant en op radio en tv tijdens commercials. Stap uit je dagelijkse sleur. Vergeet wat je aan het doen bent of nog moet, vergeet de rest, laat de boel de boel. Maar vergeet ook vandaag in de zin van het loslaten van wat je (al) weet. Het Nederlands Dans Theater is al een stap verder, ze staat al in morgen en presenteert de toekomst van de hedendaagse dans. Dus Vergeet Vandaag en laat je inspireren door het Nederlands Dans Theater.

Maar voor het gisteren in Amsterdam zover was, hebben we eerst 'Het Rembrandthuis' bezocht in de Jodenbreestraat. Een prachtige tentoonstelling van uiterst gedetailleerde tekeningen van insecten, reptielen en planten in verschillende stadia van kunstenares en wetenschapper Maria Sibylla Merian (1647-1717). Ze was de meest invloedrijke natuurhistorische tekenaar van haar tijd. Op 53-jarige leeftijd ondernam ze nog een avontuurlijke en ongewone reis naar het verre Suriname, omdaar het leven in het tropisch regenwoud te bestuderen en te illustreren. Doodziek, maar met honderden tekeningen, keerde zij twee jaar later in Amsterdam terug. En nu ruim 300 jaar later lopen wij hier in het Rembrandthuis rond, en kijken wij met respect en bewondering naar deze prachtige tekeningen en aquarellen. Het zijn in mijn ogen stuk voor stuk meesterwerken.

Na een kopje thee te hebben genuttigd in het tegenover het Rembrandthuis gelegen cafeetje "de Sluiswacht" anno 1695, zijn we via het Muziektheater richting Rembrandtplein gewandeld. We hadden voor de avondvoorstelling van het Nederlands Dans Theater in het Muziektheater niets besproken, maar tot onze verrassing hadden ze nog kaartjes. Onze avond kon niet meer stuk, dus zaten we even later met een aperitief en een goed gevoel op het Rembrandtplein in de serre van Grand Cafe Lopera naar de mensen te kijken. Nadat we de inwendige mens in het Thaise eethuis 'Krua Thai Classic' (Tom Yam) aan de Staalstraat hadden versterkt, waren we rond half acht terug in het Muziektheater voor de inleiding van 'Vanishing Twin' en 'Fluke', de twee choreografien die we zouden gaan zien en beleven.

'Vanishing Twin'

De door zes dansers (drie paren) uitgevoerde dans 'Vanishing Twin' van Jiri Kylian, de vaste huischoreograaf van het Nederlands Dans Theater, gaat over verschijnen en verdwijnen, over leven en dood. Kylian is bij deze choreografie geïnspireerd door een medisch verschijnsel van een tweelingfoetus waarvan de helft nog voor de geboorte volledig verdwijnt. Het decor dat de baarmoeder moet voorstellen, doet met duizenden krioelende balletjes op de achterwand bedwelmend aan. De dansers lijken soms letterlijk in deze wand te verdwijnen, als de balletjes ook over hun lichaam rollen als ze tegen de wand geplakt staan. De elektronische muziek, een astronomisch aandoende geluidscompositie van Dirk Haubrich, verbeeldend de geluiden die in de baarmoeder worden gehoord, is een suggestieve factor van belang in deze voorstelling. Ik heb van het stuk, dat ongeveer een half uur duurde, vanaf begin tot einde ademloos zitten genieten. En ik niet alleen, staande ovatie na afloop.



'Fluke'

'Fluke' een vijf jaar oude choreografie van de Zweedse choreograaf Mats Ek, was weer van een heel andere orde en ook prachtig. Het is een stuk met vijf vrouwelijke en zeven mannelijke dansers, begeleid door fascinerende en levenslustige live muziek vanuit de orkestbak van het Fläskkvartetten, bestaande uit 3 strijkers en een ritmesectie. Het decor waarin de dansers zich bewegen stelt een geabstraheerde woonomgeving voor in zwart, wit en grijstinten, een plek met twee grote kubussen, een grote tafel en een minihuisje. 'Fluke' is een groepsdans vol met verrassingen en komisch aandoende taferelen, heel dynamisch ook. De dansers stellen zich voortdurend op in geordende rijen en verbreken deze formatie daarna weer snel met een aantal grote sprongen. Dan stappen ze weer vliegensvlug rond met opgetrokken knieen, of raken bekneld tussen de enorme kubussen, om zich daarna weer in een explosie van bewegingen te bevrijden.
Opvallend en irritant aanwezig bij dit alles is de donkere figuur in een regenjas die alsmaar onheilspellend rondbanjerd tussen het levensluchtige gezelschap. Ik weet eigenlijk niet of deze zonderling staat voor het geweten of voor het verval van het leven.



De beeldkwaliteit van beide filmpjes is lang niet perfect, ik heb ze met een zeer eenvoudig cameraatje gemaakt, maar ze geven desalniettemin een goede sfeerindruk van de avond in het Muziektheater.

zondag, maart 02, 2008

Vol Luid



"Vol Luid" het kleinkoor uit Putten, 10 jaar geleden opgericht door mijn schoonzus, trad gisteravond op in de Catharinakapel in Harderwijk. De belangstelling was groot, de sfeervolle ruimte met een capaciteit van max. 120 zitplaatsen was tot en met de laatste plaats bezet. Ada van de Zandschulp, de nieuwe dirigent sinds een jaar, heeft naar mijn oordeel het koor in korte tijd tot een verfrissend en dynamisch geheel weten te vormen. Met een koor dat voornamelijk à capella zingt, is dat gezien de verscheidenheid aan zangkwaliteit van de leden in combinatie met een uitgebreid repertoire, een prestatie die respect afdwingt.

Het was een stevig programma zaterdagavond, 17 liederen voor de pauze met tussendoor een intermezzo van het trio Eric Hamwijk, een Blues/Cajunformatie (basgitaar, gitaar, mondharmonica en zang). Na de pauze 15 liederen inclusief toegiften met ook weer een tussendoortje van het trio Hamwijk. Het motto van alle liederen die werden gezongen was het thema 'Liefde'. Het concert begon met het lied "Als ick u vinde" van Hubert Waelrant, al zingend kwam het koor onder applaus het podium op. En met de daarop volgende liederen "Verstohlen geht der Mond auf" en "Erlaube mir" van Johannes Brahms was de toon voor de avond gezet, ondanks de kwalitatief niet al te goed uit de verf komende tenor in de solistenpartij.
Enigszins storend vond ik de tekst en uitleg tussendoor van één van de koorleden bij elk lied. Ik denk dat een uitleg per blokje van 3, 4 of zelfs 5 liederen stijlvoller en zeker rustiger is. Het gedeelte voor de pauze werd afgesloten met het ontroerend mooi gezongen lied "The Lindentree" van Franz Schubert.

Ook na de pauze werd er weer prachtig gezongen. Met liederen als "Sah ein Knab ein Roslein Steh'n" van Johann van Goethe, "In this Heart" van Sinead O'Connor en "All around my Hat" van een anonieme componist, kon ik soms maar moeilijk mijn emoties de baas blijven.

Voor mijn gevoel heeft "Vol Luid" zaterdagavond in de Catharinakapel een mooi, warm en sfeervol optreden gegeven. Het naar mijn smaak iets te volle programma deed daar nauwelijks of geen afbreuk aan. Bovendien vind ik, dat het iets-te-lang-duren-gevoel door bijzaken werd veroorzaakt, en niet of nauwelijks door het geboden repertoire of de zangkwaliteit van het koor. Zoals reeds gezegd, tekst, uitleg en applaus bij elk lied vond ik een beetje veel van het goede. Maar de tussendoortjes van het trio Eric Hamwijk vond ik in dit verband een echte dissonant van formaat.

vrijdag, februari 29, 2008

Elburg



Elburg, een stadje waarin ik in de midden jaren vijftig een paar jaar op school heb gezeten. Een stadje waar ik met vriendjes vaak in de toen nog vrij levendige vissershaven rondhing, of waar we ons overgaven aan het spel dat we stadskrijgertje noemden. Maar ook een stadje dat ik anders heb leren kennen, omdat het voor mij in de begin jaren zeventig eventjes onderdeel is geweest van een stedenbouwkundig studieproject op de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. De met rechte straten en stegen doorsneden rechthoekige vorm van het stadje met zijden van 370 x 240 meter, was bijzonder in de tijd van de middeleeuwen. Het stadje is in opdracht van de hertog van Gelre, onder leiding van Arent thoe Boecop gebouwd in een periode van vier jaar tussen 1392 en 1396. Een opmerkelijke prestatie, maar interessant was ook de vergelijking met veel grotere steden als bijvoorbeeld Barcelona en New York, waar je stedebouwkundig vergelijkbare structuren aantrof.

Tijdens onze stadswandeling gisteren, was ik met al deze feiten niet meer zo bezig, al kwamen de herinneringen natuurlijk nog wel even boven drijven. Wandelend over de groene wallen van Elburg, bezorgde het zachte weer en de drukte onder de vogels ons geloof ik allemaal een prettig voorjaarsgevoel. Zelfs een blik door het hek van de indrukwekkende ommuurde Joodse begraafplaats in de oostelijke hoek van de stadswallen, kon aan dit gevoel geen afbreuk doen. Thijs vond de jaartallen op de grafstenen erg hoog, volgens hem leefden we nu pas in 2008, terwijl hij op een oude steen las, geboren 5646, overleden 5724. Toen ik hem vertelde dat de joden de jaren al vanaf de schepping tellen, een gebeurtenis die volgens hun 3760 jaar vóór het begin van onze jaartelling heeft plaats gevonden, was zijn nieuwsgierigheid pas echt gewekt.

De kruising Vispoort-Jufferenstraat met de Beekstraat verdeeld de oude stad in vier kwadranten, genoemde straten zijn eigenlijk de hoofdaders van Elburg. Haaks op deze hoofdaders sluiten de zijstraten en -stegen aan met namen als de Ellestraat, Rozemarijnsteeg, Smeesteeg, Bloemsteeg, Schapesteeg, Ledige Stede, Zuiderkerkstraat, Bloemstraat en de van Kinsbergstraat. Voorts zijn er nog enkele verbindingssteegjes tussen genoemde zijstraten en -stegen met de namen Brouwersteeg, Gasthuissteeg, Krommesteeg, Kapelsteeg en de Graaf Hendriksteeg.

Niet alleen de namen van de straten en stegen zeggen iets over hoe de stad vroeger was georganiseerd, ook de figuren van zwarte en witte steentjes in de trottoirs zijn symbolen uit vroegere tijden. En dan zijn er natuurlijk niet in de laatste plaats de fraai geornamenteerde gevels, die stuk voor stuk getuigen van de in alle opzichten rijke geschiedenis van dit stadje.

Door het toerisme gaat het ook in onze tijd meer dan goed met Elburg, maar daar hadden we gisteren gelukkig nog weinig hinder van.

zondag, februari 24, 2008

Freud en Picasso



We moesten ons aansluiten bij een lange rij wachtenden voor ons, maar geleidelijk aan schoven we richting kassa. Het was zaterdagmiddag in het Haagse gemeentemuseum druk, een beetje te druk vond ik. Een tentoonstelling van de duits/britse schilder Lucian Freud (1922) enerzijds, en de spaanse kunstenaar Pablo Picasso (1881-1973) anderszijds, waren volgens mij wel de grootste publiekstrekkers.

Lucian Freud
De 85-jarige schilder, geboren in Berlijn als kleinzoon van de beroemde opa en psychoanalist Sigmund Freud, woont al sinds 1933 in Engeland, waarnaar het gezin Freud, van Joods-Oostenrijkse origine, vanwege de nazi's was uitgeweken. In 1939 heeft hij daar ook de Britse nationaliteit gekregen.

"Likdoorns in olieverf" zo heette het artikel van Rutger Pontzen in de kunstbijlage van de Volkskrant j.l. 21 februari, voor ons aanleiding om maar eens richting Den Haag te gaan. Volgens Rutger Pontzen wordt Lucian Freud al zo lang geprezen dat het moeilijk is onbevangen naar zijn werk te kijken. Wie dat probeert, ziet een schilder die zich niet waagt aan zaken buiten verf en naakt. De schilder behoort inmiddels tot het culturele erfgoed van de Britse kunst. Een icoon en wereldberoemd door zijn 'indringende en niets verhullende hedendaagse portretkunst en naaktstudies'. Een selectie van ruim tachtig schilderijen, tekeningen en etsen is momenteel, als een dwarsdoorsnede uit zijn hele oeuvre, in het Haagse museum te zien.

En inderdaad, het beeld dat kennelijk zijn handelsmerk is geworden, komt in Den Haag duidelijk uit de verf. Modellen met hangtieten, eeltvoeten, gezwollen knieën, dubbele kinnen, blauwe aders, gekloofde tepels, wratten, tranende ogen en likdoorns. Schilderijen in olieverf die als röntgenfoto's onvolkomenheden laten zien, die niemand wenst te erkennen. Wat streeft Freud met zijn werk eigenlijk na, is het de pure en dus naakte mens, is het een ethische benadering, namelijk dat alle mensen gelijk zijn, ondanks hun verschillen, of is het de blote en weerloze mens? Volgens een artikel in de New York Times, is Freud in iedergeval de grootste en de nog enig levende neorealistische kunstenaar in onze tijd. Zijn werk dat bestaat uit een grote hoeveelheid portretten en naaktfiguren is pure objectiviteit, en zeer imposant door de vaak agressief realistische uitstraling.

Pablo Picasso
Het werk van Pablo Picasso is van een heel andere orde. Veranderde de stijl van Lucian Freud tot nu toe niet veel in zijn leven, Picasso deed haast niet anders. De onvermoeibare experimenteerdrift komt in de tentoonstelling in het Haagse museum duidelijk uit de verf. Ze bestaat uit vele schilderijen, maar ook beelden, tekeningen, prenten en keramische voorwerpen uit zijn gehele carrière. Als iemand de titel 'kunstenaar van de twintigste eeuw' verdient, zo las ik ergens, dan is dat Pablo Picasso wel.

Het werk van Picasso is in verschillende perioden in te delen t.w. de Blauwe-, Roze-, Kubistische-, Klassieke-, Surrealistische- en Abstracte periode. Picasso, samen met Georges Braque de grondlegger van het Kubisme, heeft tot aan z'n dood in 1973 gewerkt als een bezetene. Zijn creativiteit had aan het eind van z'n leven nog niets aan kwaliteit ingeboet. De vele kleine en intieme pastels en viltstifttekeningen uit die periode zijn hiervan getuige. Maar ook maakte hij nog in 1969, toen hij al ruim 88 jaar was, grote composities in olieverf zoals 'Liggend naakt met vogel' of 'Musketier en Amor'.

Het olieverfschilderij 'Guernica' is één van de bekendste werken van Picasso, zoniet hét bekendste werk. Het gigantische schilderij van 3,49 meter hoog en 7,76 meter breed, hangt in Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofia in Madrid.
Het stelt de weergave voor van het fascistische bombardement tijdens de Spaanse Burgeroorlog op de Spaans-Baskische stad Guernica op 26 april 1937. Om de weerstand van de republikeinen te breken werd het bombardement, onder bevel van Francisco Franco, uitgevoerd door Duitse en Italiaanse bommenwerpers. Dit eerste terreur bombardement in de Europese geschiedenis dat met vliegtuigen werd uitgevoerd, heeft veel mensen het leven gekost, en Guernica grotendeels met de grond gelijk gemaakt.

Met het schilderij heeft Pablo Picasso de chaos en de paniek die ontstond tijdens dit vreselijke bombardement vooral willen laten voelen. Er is op het schilderij veel tegelijk te zien, de stad tijdens het bombardement, vuur en vlammen, een moeder huilt om haar dode kind, iemand valt van een brandend dak, een paard stormt in paniek een huis binnen en nog veel meer. Het schilderij is in lijnen en vlakken opgebouwd in zwart, wit en grijstinten om zo de oorlog uit te drukken. Het is bewust niet realistisch geschilderd, nogmaals, Picasso wilde vooral het gevoel tijdens het bombardement overbrengen, en niet zoals het er uitzag, en dat is hem goed gelukt.

vrijdag, februari 22, 2008

op en top russisch



'Het Gelders Orkest' bracht gisteravond in theater Orpheus een russisch feestje ten gehore. Onder leiding van de vaste russische gastdirigent van HGO, Nikolai Alexeev kregen we voor de pauze het 1e celloconcert in Es, opus 107 van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975) te horen met cellist Alexander Kniazev als solist, en na de pauze symfonie nr. 3 in a, opus 44 van Sergej Rachmaninov (1873-1943). Het was dus in alle opzichten een op en top russisch avondje daar in Apeldoorn.

Dmitri Sjostakovitsj
Om de inleiding van het 1e celloconcert van Sjostakovitsj mee te maken, waren we een uurtje eerder naar de schouwburg gekomen. Het 1e celloconcert van Dmitri Sjostakovitsj schijnt onlosmakelijk verbonden te zijn met zijn vriend en cellist Mstislav Rostropovitsj. Beiden hebben ze veel te lijden gehad van het Russische regime, ze waren nauw verbonden en eensgezind in hun verzet daartegen. Na de dood van Stalin in 1953, kwam er enige verlichting in de hardvochtigheid van het regime. Toen in 1958 ook nog eens het beruchte culturele decreet van Andrei Zdjanov uit 1948 werd opgeheven, het werken voor veel componisten en musici was door dit decreet bijna onmogelijk geweest, was het helemaal goed. Voor het gevoel van Sjostakovitsj was het nu eindelijk weer mogelijk om muziek zonder politieke intenties omwille van de muziek te schrijven.

Eén van de eerste werken die hij op stapel zette was een celloconcert voor zijn vriend en cellist Rostropovitsj, in 1959 kwam het stuk klaar, zijn vriend was er erg blij mee. Rostropovitsj was zelfs zo enthousiast, dat hij het stuk binnen vier dagen had ingestudeerd. Na de première in dat zelfde jaar in het conservatorium van Leningrad ging het snel. Een Amerikaanse première met het Philadelphia Orchestra volgde en was een doorslaand succes.

Het celloconcert is opgebouwd uit twee delen. Het eerste deel is gebaseerd op het indringende DSCH-motief (de noten D-Es-C-B(H), een muzikale notatie van zijn initialen. Het tweede deel bestaat uit drie onderdelen die in elkaar overlopen. Een lang moderato gebruikt een lyrisch maar triest thema dat overgaat in een grote cadens voor de cello, waarop meteen een vrij kort allegro volgt. Als verkapt protest tegen het Sovjetregime, laat Sjostakovitsj hierin een parodie horen op het volksliedje Suliko, een deuntje dat bij Stalin zeer geliefd was geweest en dat de dictator voortdurend gezongen had.

In de zaal zaten wij tijdens de uitvoering van dit stuk midden voor het podium op rij acht, en hadden zo een bijzonder goed zicht op de in 1961 in Moskou geboren cellist Alexander Kniazev. Al tijdens de eerste maten van het celloconcert raakte ik in de ban van deze solist. Onder begeleiding van een heel transparant en alert reagerend orkest opende hij direct met een rijke, sonore toon die afwisselend tintelde en zinderde. Na dit dynamische en temperament volle eerste deel, volgde de verstilling van het tweede deel, uiteindelijk weer uitmondend in een opzwepende en ijzingwekkende cadens waardoor ik op het puntje van mijn stoel ging zitten. Na afloop, het hele stuk had ongeveer een halfuur geduurd, glom niet alleen het hoofd van Alexander Kniazev van bovenmatige transpiratie door het harde werken, maar was zelfs het bovenblad van zijn cello doornat geworden van zijn zweetdruppels.

Sergej Rachmaninov
De symfonie nr. 3 van Rachmaninov na de pauze was weer een heel ander verhaal. De ontwortelde kunstenaar Rachmaninov, representant van de late negentiende eeuw en opgegroeid op een oud feodaal russisch landgoed waarmee door de revolutie hard was afgerekend, woonde in 1935 al zeventien jaar als banneling in Amerika. Een land waarin hij niet thuishoorde en ook nog eens in een tijd dat alles op z'n kop stond, een tijd gespierd en gespannen van modernisme. In de muziekkunst hadden Stravinsky, Debussy en Schônberg alles overhoop gehaald: ritme, melodie, harmonie en vorm. En er dreigde ook nog eens een nieuwe oorlog, terwijl de wonden van de vorige nog niet waren geheeld. Componeren was daar voor hem een luxe geworden, maar om toch in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien was hij daarom maar pianist geworden.

Maar bijna dertig jaar na z'n tweede symfonie die uit 1908 dateert, hij was toen al 62 jaar, heeft hij als componist toch nog weer de stoute schoenen aangetrokken, met als resultaat de 3e symfonie, een voor zijn doen onverwacht modernistisch stuk, die met het Philadelphia Orchestra op 6 november 1936 in premère ging. De kritieken waren niet onverdeeld positief, men vond het een vreemd werk, niet bevredigend, mosterd na de maaltijd, maar desalniettemin belangrijk. Het modernisme van Rachmaninov had niet veel meer om het lijf, dan dat Rachmaninov de bijl zette in de romantische melodieënstroom en een massa slagwerk ervoor in de plaats zette, maar dan toch ook weer net te tam, het was vlees nog vis. Veel scepsis in die tijd van zowel bewonderaars als tegenstanders van Rachmaninov. Toch had Rachmaninov laten zien dat hij op z'n oude dag niet helemaal doof voor de nieuwste ontwikkelingen in de muziek bleek te zijn. En nu, ruim zeventig jaar later, staat de derde symfonie van Rachmaninov nog altijd op het programma van menig symfonieorkest in de wereld.

In een uitgebreidere bezetting werd het stuk bestaande uit de delen Lento-allegro moderato; Adagio ma non troppo; Allegro vivace en Finale: Allegro door HGO in een kleine drie kwartier ten gehore gebracht. Ik vond het een stuk waarin werd getoverd met ritme en sfeer, vertellend en bij vlagen zelfs bedwelmend, heel mooi. Toch deed het stuk mij emotioneel beduidend minder dan het celloconcert van voor de pauze.

maandag, februari 18, 2008

weekend company



Het was het mooiste weer van de wereld afgelopen weekend, voor ons een reden om er met z'n tweetjes maar eens lekker op uit te trekken. Op vrijdagmiddag zijn we begonnen met een wandeling naar de steentijdnederzetting 'Swifterkamp' in Natuurpark Lelystad. Zaterdag was het een bezoek aan het MMKA, ofwel het museum voor moderne kunst in Arnhem, waarna een wandeling volgde in park Sonsbeek aldaar. En zondag hebben we Bronkhorst bezocht, met ca. 150 inwoners al sinds 1482 het kleinste stadje van Nederland.

Swifterkamp
Ruim 4000 voor Christus leefden er in het huidige Flevoland jager-verzamelaars die heel geleidelijk overgingen op het boerenbestaan. Ze bouwden hun nederzettingen langs de oevers van de Overijsselse Vecht. Maar toen de zeespiegel begon te stijgen, zo'n 5000 jaar geleden, moesten ze het veld ruimen. In 1966 werden in oude rivierduinen onder de vette klei van Schokland, sporen gevonden van huizen en gebruiksvoorwerpen van deze verre voorouders. Deze vondsten hebben bijgedragen aan de oprichting van de Stichting Prehistorische Nederzetting Flevoland (SPNF). Deze stichting heeft in Natuurpark Lelystad het verre verleden doen herleven door de bouw van 'Swifterkamp'. In deze nederzetting, die is gebouwd en wordt gerund door vrijwilligers, is het mogelijk om in alle rust en omgeven door een prachtige natuur, even terug te gaan in de tijd.

MMKA en park Sonsbeek
Het Museum voor Moderne Kunst Arnhem ligt op de oude stuwwal aan de rand van Arnhem, hoog boven de Rijn. Ooit lag daar de theetuin van Reh, maar in 1873 bouwde architect Cornelis Oudshoorn hier een herensociëteit voor o.a. uit Indië gerepatrieerde suikerplanters. Maar naar verloop van tijd verdween ook die bestemming, en sinds 1920 is op deze locatie een museum gevestigd. Eerst het Gemeentemuseum Arnhem, maar naar diverse verbouwingen, renovaties en uitbreidingen, de meest recente in 2007 door hoofdarchitect Kees Tak, is de naam veranderd in MMKA. Er waren zaterdag verschillende tentoonstellingen te bezichtigen, ik noem er enkele t.w.
1) Arnhemse faience (1759-ca.1770), een europees avontuur met nationale en internationale topstukken van Arnhemse keramiek.
2) Figuratieve kunst van 1910-1950, schilderijen van diverse neorealistische schilders uit die tijd als Koch, van Hell, Radecker, Toorop en Willink. Mogelijk komt het doordat ik in het fototijdperk ben opgegroeid, maar of het nou neo- of magisch-realististische schilderkunst heet zoals Carel Willink zijn eigen werk plachte te noemen, knap, maar het kan mij niet erg boeien.
3) Ballroom, een tentoonstelling met werk van designer Janske Hombergen dat herinnert aan de balzalen en eetkamers uit de rococo, uitgevoerd in hedendaagse materialen.
4) 'Dealing with reality' een tentoonstelling waarin diverse houdingen ten opzichte van de werkelijkheid worden getoond. Welke rol krijgen foto's en filmbeelden toebedeeld in onze maatschappij met zijn economie van afleiding?

We hebben ons zaterdags uitje in Arnhem afgesloten met een mooie en frisse wandeling in park 'Sonsbeek', en een aperitiefje in het café van het Watermuseum aldaar.

Bronkhorst
Zondag kwamen we vanuit Brummen via het Bronkhorsterveer over de IJssel Bronkhorst binnen. We waren op deze mooie dag niet de enige, maar er was gelukkig nog plek om de auto ergens buiten het centrumpje te parkeren. Omdat het inmiddels lunchtijd geworden was, zijn we onze Bronkhorstexcursie begonnen met een plekje te zoeken in de overvolle herberg 'De Gouden Leeuw'. Verkwikt en verzadigt begonnen we een half uurtje later onze wandeling door dit pittoreske stadje, dat in onze ogen natuurlijk geen stadje is, maar wel al eeuwen de stadsrechten heeft. De even buiten het centrum gelegen slotheuvel spreekt tot de verbeelding. Het restant van een imposant kasteel wat daar ooit heeft gestaan lezen we op een bordje, door de vele oorlogen die daar ter plekke zijn gevoerd.

Over de IJsseldijk via Zutphen, Deventer, Zwolle, Kampen en een genoeglijke pitstop bij mijn zus J aldaar, zijn we huiswaarts gereden. Zo rond een uur of half acht konden de schoenen uit, een vredige rust daalde op ons neder. Zo'n druk weekendje gaat je kennelijk niet in de kouwe kleren zitten, maar mooi was het wel!

donderdag, februari 14, 2008

Krasse Knarren



"Krasse Knarren", zo heet het zeemanskoor van jachthaven "De Knar", thuishaven van watersportvereniging FLEVO in Harderwijk. Vanavond is het weer zover, dan gaan we er weer zoals altijd op donderdagavond met het hele koor tegenaan. Behalve dat ik meezing, draag ik met de drums ook mijn steentje bij in de ritmesectie van het bijbehorende muzikale begeleidingsgroepje. Met dit groepje, dat verder bestaat uit twee accordeons, een banjo en een gitaar oefen ik elke dinsdagochtend zonder het koor. Eerst verzorgde ik de ritmesectie alleen op een bodhrán, een soort Ierse lijsttrommel, maar de laatste tijd sleep ik mijn halve drumstel mee naar de repetities en optredens. Het wordt steeds leuker met die gasten, eigenlijk jammer dat over anderhalf à twee maanden het vaarseisoen weer begint, want dan is iedereen weer voor lange tijd gevlogen. Dat heb je met al die vutters en gepensioneerden, ze varen weg en je ziet ze voor minstens 3 maanden niet meer in de thuishaven terug. Maar goed voorlopig kunnen we er nog tot en met maart van genieten.

We hebben een prima dirigent op de donderdagavonden, hij doet altijd hevig z'n best om ons allemaal in het gareel te krijgen, zodat we tegelijk kunnen inzetten. En af en toe lukt dat ook nog met dat stelletje ongeregeld. Liederen die na één of twee keer inzetten niet lukken, vinden we moeilijk en slaan we over, die komen een andere keer wel weer aan bod, of niet. Na een uurtje zingen hebben we allemaal zin in koffie die al een tijdje stond te pruttelen. Na de koffie en als we zijn uitgerust, gaan we er met hernieuwde energie weer een uurtje tegenaan. En ja, dan is het zolangzamerhand toch hoog tijd voor iets anders, iets lekkers uit een fles of van de tap. Omdat we daarbij kunnen zitten, al is het maar op een barkruk, houden we dat met gemak minstens weer een uurtje vol. Maar zo rond een uur of halftwaalf beginnen de eersten dan toch af te druipen, het is weer mooi geweest, nog veel plezier en tot de volgende week maar weer!

Maar ik ben blij dat het voor mij en nog een paar anderen geen week duurt. Tijdens de oefeningen met het begeleidingsgroepje op de dinsdagochtenden, spelen we aan één stuk door van halftien tot twaalf uur. Natuurlijk zijn we dan inhoudelijk meer met de muziek bezig, met name met de moeilijke stukken. We worden nou niet gestoord door die gasten die alleen maar zingen, maar verder geen noot lezen, waardoor ze qua maat vaak uit de bocht vliegen. Onze opzet is om door een goede muzikale begeleiding te bieden, deze verstoringen een beetje binnen de perken te houden. Het vraagt een serieuzer aanpak, een hogere mate van discipline, maar ik ontleen er minstens zoveel plezier aan, zo niet meer, als aan de repetities op de donderdagavonden.

maandag, februari 11, 2008

NEMO & BLIJBURG



Voor het verjaardagsfeestje van J, hadden we afgesproken elkaar j.l. zaterdagmiddag in Amsterdam te ontmoeten. De samenstelling van de groep bij deze gelegenheden was voor ons allemaal nieuw. Drie nieuwe gezichten erbij, twee vertrouwde gezichten eraf, maar daar waren we al een beetje aan gewend. Zeven kinderen, de jongste bijna zes, de oudste en tevens nieuwe eend in de bijt veertien, en acht volwassenen. Ik was uiteraard benieuwd hoe de dag zou verlopen, het zou voor iedereen toch weer even wennen zijn, en zou het onderling wel een beetje klikken. Achteraf kan ik nu zeggen, dat het weer eens nutteloos getob is geweest, het was een verrassend en ontspannend middagje.

In het science center NEMO (architect Renzo Piano 1997) zijn we in Café DEK5 op de bovenste verdieping met een aperatief begonnen. Kennismaken, bijpraten en op het dakplein van het mooie weer en het prachtige uitzicht genieten. Vervolgens kon iedereen een tijdje zijn gang gaan in de vijf verdiepingen die onder ons lagen. Vijf verdiepingen vol leuke doehetzelfactiviteiten en ontdekkingen voor jong en oud. In het science center heeft alles te maken met wetenschap en technologie. Op alle mogelijke vlakken kan je er als bezoeker op los experimenteren. Het geldende motto in NEMO is: verboden af te blijven! We hebben ons daar met z'n allen moeiteloos een aantal uren kunnen vermaken. De uitsmijter aan het eind van de middag was de spectaculaire voorstelling Kettingreacties op dek 1. Een voorstelling waarin actie en reactie wel heel beeldend en leerzaam gebracht werd.

Na in NEMO te zijn uitgeëxperimenteerd, zijn we met z'n allen naar café-restaurant Blijburg gereden waar we rond halfzes verwacht werden. Blijburg is een Amsterdams café aan de rand van IJburg. Het staat op het strand van de Markerwaard en is vanwege de tijdelijkheid, gebouwd van sloophout en andere ouwe troep. Mede daardoor heerst er een onbevangen sfeer, alsof je in een vrijstaatje bent aangeland. Mensen van allerlei pluimage komen hier van heinde en verre naar toe of banjeren hier zo van het strand naar binnen, en ook voor kinderen is het een eldorado. Natuurlijk is de keuken geen haute cuisine, maar toch hebben we daar met z'n allen heerlijk gegeten. Rond een uur of halftien zat het erop, en ging een ieder weer zijn eigen kant op.

maandag, februari 04, 2008

CAMR



Vorige week kreeg ik de NOTICE OF RACE voor de 14e CAMR thuis gestuurd, een zeilrace die dit jaar op zaterdag 12 juli van start gaat. Sinds ik een keer aan de race heb meegedaan, zit ik bij de organisatie in het systeem en krijg ik de stukken voor de race, die om de twee jaar wordt gehouden, automatisch toegestuurd.

CAMR is een zeilrace van Lauwersoog naar Stavern in Noorwegen nabij Larvik, hemelsbreed een afstand van 360 nm, maar door het ronden van boei EF/B in de route voor de grote vaart, verrassende stroomeffecten in het Skagerrak en laveren, mag je er rustig 50 à 60 nm bij optellen. De Colin Archer Memorial Race is, zoals de naam aangeeft, vernoemd naar Colin Archer, een befaamde ontwerper en bouwer van sterke en zeewaardige schepen. Het poolschip FRAM van Amundsen was een speciaal ontwerp van zijn hand. Ik heb het schip gezien in het scheepvaart museum van Oslo, zeer de moeite waard.

Volgens de internationale bijzondere bepalingen van het Offshore Racing Council, afgekort ORC, is de wedstrijd geclassificeerd in categorie 2, d.w.z. de wedstrijd staat open voor deelnemers in de klassen ORC-club, IRC, Multihulls en ongemeten schepen. Tot deze laatste categorie behoorden wij in de 11e race van 2002.

De startschoten werden afgevuurd (er werd gestart in vier groepen tussen 12.00 en 12.30 uur) door het boordkanon van een tank van het leger. Wij waren met de "Swing" in startgroep twee ingedeeld. De start was een kleurrijk tafereel, bijna 120 schepen opweg naar de eerste boei onder spinaker, halfwinder of bollejan. Maar na ongeveer een mijl of zeven moesten we kruisen door de geul, en werd de halfwinder vervangen door een fok. Na de traffic line te zijn overgestoken, was de EF-B ton ruim te bezeilen. Rond een uur of tien 's avonds hadden we de ton achter ons liggen, en konden we de schoten aanhalen. Na een wachtschema voor de nacht van drie uur voor ons drieën te hebben ingesteld, zeilden we met een gangetje van 5 à 6 knopen scherp aan de wind noordwaarts. Natuurlijk moesten we een meer oostelijke koers aanhouden, minstens 25º, richting Hanstholm op de noordwestelijke punt van Denemarken, maar dan moesten we kruisen, en daar wilden we in dit stadium van de wedstrijd nog niet aan denken. Ons devies was, eerst maar eens zover mogelijk noord zien te komen. Maar in de loop van de nacht begon dat plan door regen en wegvallende wind heel anders uit te pakken.

De zondag was een drijfpartij midden in de duitse bocht, niet of nauwelijks een zuchtje wind was ons deel. Lekker rustig natuurlijk, maar knap vervelend als je de motor niet mag gebruiken, want dan ben je natuurlijk uit de wedstrijd. Ook maandag was het drijven, af en toe een zuchtje, maar het was ook zo weer voorbij. Voordeel van deze ellende was natuurlijk wel, dat je lekker relax in de kuip kon zitten ouwehoeren en we heerlijke maaltijden konden klaarmaken, de makrelen die we vingen smaakten dan ook verrukkelijk. Ook kregen we een kanjer van een geep aan de haak, die we met veel moeite binnenboord wisten te krijgen. Maar het feit dat de geep, nadat ik hem met veel beleid en zorg had geslacht, in een onbewaakt ogenblik door het jongste bemanningslid bijna met pan en al over boord werd gekieperd, had alles met de onwetendheid te maken over de bereiding van deze soort, erg jammer. Hij was nogal geschrokken van de blauwgroene kleur van de graten.

Op dinsdag hadden we in het Skagerrak even een goede wind. In een rechte lijn gingen we richting Stavern, zo blij waren we. Stom natuurlijk, we waren nog zo gewaarschuwd, we kregen volop met de tegenstroom langs de zuidoostkust van Noorwegen te maken. Bovendien viel de wind weer weg, op een gegeven moment voeren we met de finish in zicht door de stroming een tijdje achteruit. We konden de neiging om de motor in te schakelen maar nauwelijks onderdrukken, frustrerend, we hadden gewoon eerder en vooral beter na moeten denken. Er stond max. 110 uur voor deze wedstrijd, wij gingen na 110 uur en 18 minuten over de finish! 'Did not finish' heet het dan in zeilwedstrijden. Met de vermelding DNF Larvik, max time, kwamen we in de boeken van de wedstrijdorganisatie terecht. Niet iets om trots op te zijn, maar waarom zou je ûberhaupt trots zijn. Toch waren we blij dat er nog heel wat meer deelnemers waren in deze race, waar we onze treurige gevoelens mee konden delen. En last but not least, al hadden we er in de race niet veel van gebakken, over één ding waren we het met z'n drieën eens: het was evengoed een mooie toertocht.

vrijdag, februari 01, 2008

Naturalis



Voor Thijs, onze oudste kleinzoon zit het eerste decennium erop. Dat hebben we natuurlijk wel even gevierd met z'n allen, onder het genot van heerlijk klaar gemaakte hapjes en drankjes. Maar voordat het voor ons zover was afgelopen zondag, dat we ons daar in Amsterdam aan Bacchus konden overgeven, zijn we eerst nog even bij Naturalis langs geweest. In museum Naturalis in Leiden wordt door meer dan tien duizend echte dieren, planten, stenen en fossielen uit de hele wereld het verhaal van onze planeet verteld. Je kan daar oog in oog staan met prehistorische dieren zoals een achttien meter lange dinosauriër of een wolharige mammoet, maar ook dieren uit onze tijd zijn van de partij, zoals bijvoorbeeld de orang-oetan.

Een leuke tentoonstelling over apen is "Zo apen zo mensen". Herken de aap in jezelf, het is een speelse en interactieve tentoonstelling over apen, mensen en hun sociaal gedrag. Aan de hand van herkenbare voorbeelden worden niet alleen de kleine verschillen tussen aap en mens duidelijk, maar worden vooral de grote overeenkomsten zichtbaar. Apen kennen ook een moraal, werken samen en troosten elkaar op z'n tijd. Verbaasd kijk je tijdens de tentoonstelling in de spiegel, om bij jezelf tot de conclusie te komen, dat je behalve mens ook aap bent.

Een bijzondere gewaarwording was ook, dat ik me tijdens de wandeling door dit museum als het ware dichter bij de natuur en mijzelf ging voelen. Terwijl daar toch ook het één en ander aan techniek is te bezichtigen. Achtergrondinformatie over DNA als code van het leven en spel over erfelijkheid. En de toepassingen van biotechnologie in onze maatschappij met de bijbehorende voor- en nadelen.

Naturalis is een bijzonder boeiend en leerzaam museum voor jong en oud, een museum waar je volgens mij niet zo gauw te vaak kan komen.

woensdag, januari 30, 2008

Herfstsonate



Gemengde gevoelens, want je zit naar een film te kijken uit 1978, 30 jaar geleden! Een film van één van de grote tobbers van de vorige eeuw, Ingmar Bergman. De film "Herfstsonate", een klassieker die in de Catharinakapel werd vertoont n.a.v. de vorig jaar op 30 juli overleden cineast, 89 jaar oud. Trouwens 2 van de 4 hoofdrolspelers zijn ook al niet meer in ons midden t.w. Ingrid Bergman (moederrol) en Halvar Björk (rol van echtgenoot dochter). En met Lena Nyman, de zieke dochter in de film, gaat het momenteel ook niet zo lekker las ik ergens. Alleen met de immer energieke en levenslustige Liv Ullmann, de gezonde maar o zo gefrustreerde dochter in de film gaat het kennelijk nog goed, op 16 december van dit jaar wordt ze zeventig.

"Scènes uit een Huwelijk" van dezelfde cineast uit 1974 staat mij nog helder voor de geest, maar van "Herfstsonate" uit 1978 is bij mij niets blijven hangen. Het gekke is dat ik zeker weet, dat ik de film destijds heb gezien. Bij de beelden die ik nu weer zag, dacht ik steeds, o ja, en dan was het weer weg. Ik kreeg er geen grip op, vreemd. Het drama waar ik mij kennelijk destijds al niet mee kon vereenzelvigen, anders was er ongetwijfeld iets van blijven hangen, was ook deze keer niet aan mij besteed. De ontroerende scenes van moeder en dochter ten spijt, vooral van Liv Ullmann, wat een acteerkanon. Maar het verhaal is en blijft treurigheid, er is geen moment van licht in de duisternis. Wat een ellende!

Tijdens een lang en pijnlijk nachtelijk gesprek in het stille huis van de dochter, wordt de vervreemding tussen dochter en moeder bloot gelegd. De moeder, een gevierd concertpianiste, beseft dat ze tijdens de opvoeding schromelijk tekort geschoten is, maar ze realiseert zich tegelijkertijd dat het voor verandering nu te laat is.

Overigens, met dat geportretteer van de vrouw als archetype van de mensheid, wat moet je daar nou mee.

vrijdag, januari 25, 2008

The "Braer"



Toen ik het in mijn stukje over de Shetlandeilanden van 16 januari j.l. even over de Liberiaanse olietanker de "Braer" had die daar op 5 januari 1993 is vergaan, stond de berichtgeving over deze ramp mij weer helder voor de geest, alsof het gisteren was gebeurd. Dat zal waarschijnlijk ook de reden zijn, waarom ik er de dagen daarna in mijn hoofd mee rond bleef lopen. Waarom? Ik zou het niet weten, misschien is het mijn interesse voor de zee en de wereld van varen en alles wat daar mee te maken heeft. Door vervolgens ook nog wat te googelen op het internet, werd het helemaal weer een actueel gebeuren, en zijn mijn herinneringen aan deze ramp natuurlijk ook nog eens gecompleteerd met allerlei nieuwe gegevens. Het is een lang verhaal, vooral over schuldvraag en schadeclaims, maar ik hou het hier kort.

De "Braer" was een in 1975 gebouwde 89.000 ton grote Liberiaanse olietanker, met een breedte van 38 meter en een lengte van 234 meter. Beladen met 84.700 ton Noorse Gullfaks ruwe olie, was de "Braer" vanuit Mongstad (nabij Bergen) in Noorwegen opweg naar Quebec in Canada. Om op de Atlantische Oceaan te komen, had de "Braer" vanuit haar vertrekpunt in rechte lijn een koers uitgezet, die leidde door het vrij smalle vaarwater tussen de Shetlands en de Orkneys door. Logisch, de kortste weg, maar daar is later veel over te doen geweest, het vaarwater tussen deze eilanden door is voor een dergelijk groot schip toch vrij smal als er wat gebeurd, zeker bij zwaar weer.

Door zeewater in de brandstoftanks van de "Braer" vielen op 5 januari 's morgens rond 04.40 uur de motoren uit, en daardoor ook de elektronische navigatiesystemen.
De geschatte positie van de "Braer" is dan zo 10 à 11 nm ten zuiden van Sumburgh Head, het zuidelijkste puntje van de Shetlands. In de zware storm, kracht 10 à 11 uit ZW richting ligt het schip stuurloos in de huizenhoge golven en geraakt ze uiteraard op drift richting de Shetlands. Kustwacht, sleep- en reddingsdiensten worden gewaarschuwd en komen snel in aktie. Met een helikopter worden de bemanningsleden van boord gehaald, een levensgevaarlijke aktie bij storm en hoge golven. Desalniettemin worden na verloop van enige tijd bij een sleeppoging de kapitein en enkele bemanningsleden weer even teruggezet aan boord. Maar alle pogingen mislukken! Aanvankelijk dacht men dat het schip op de rotsen bij Sumburgh zou lopen, maar door de sterke stroming en het tij, blijft de "Braer" nog even vrij van de kust en spoelt ze om Sumburgh heen over de Quendalebaai richting Garths Ness, om daar rond 11.19 uur bij zeer zwaar weer op de rotsen te slaan.

In ongeveer 12 dagen na dit moment kwam 84.700 ton Gulfaks crude oil (ruwe aardolie) en 1500 ton bunkers (zware stookolie) in zee terecht. In de zware storm werd het schip door de zeeën compleet kapot geslagen. Door het slechte weer kon alleen worden gewerkt met bestrijdingsmiddelen vanuit vliegtuigen. Het opmerkelijke aan deze ramp was dat nagenoeg alle olie was verdwenen, als het ware kapot geslagen door de zware zeegang. De oliedruppels bleken zich te hebben gebonden aan bodemsedimenten en waren gezonken. Ook werd veel olie, door de zware storm, over de rotskust verspreid. In zalmkwekerijen op zee moesten miljoenen vissen worden vernietigd, en moesten vele dode vogels, zeehonden en otters worden geborgen. Pas na 6 jaar was het maritieme leven weer normaal.

Desalniettemin schrijft op 31 december 1993, dus bijna één jaar later, een journalist van het dagblad TROUW het volgende:
De steile zwarte rotswand steekt hoog boven het wrak van de "Braer" uit. Rond de boeg van de olietanker, die op 5 januari op deze plek te pletter sloeg, zwemmen zeehonden en otters. Kuifaalscholvers, zilvermeeuwen en een enkele voor dit jaargetijde vroege Jan van Gent nemen de stormachtige wind voor lief en zingen een melodie, loflied op dit paradijs.
De boeg van de "Braer" is ogenschijnlijk het enige bewijs van de ramp, die zich bijna een jaar geleden in vliegende storm voltrok. Vier, hooguit vijf meter steekt dit deel bijna rechtstandig boven de zee uit. Alsof een druk op de knop voldoende is het groenbruine schroot te lanceren. Van de bijna 85.000 ton olie die uit de "Braer" stroomde, de zee besmeurde en alle leven in dit gebied leek te vernietigen, is nergens iets te ontdekken.

Kennelijk had de natuur zich voor het oog in nog geen jaar hersteld, sneller dan iedereen voor mogelijk had gehouden!

dinsdag, januari 22, 2008

Eline Vere



Vanmiddag "Eline Vere" gezien, een z.g. overdagfilm uit het 1e halfjaarsprogramma 2008 van de Catharinakapel in Harderwijk. Op enkele scholieren na, die kennelijk een werkstuk over de film moesten maken, bestond zo te zien het overige deel van de bezoekers uit van arbeid vrijgestelde grijsaards. Het feest der herkenning zullen we maar zeggen.

De film, een product van Sigma Filmproducties, gebaseerd op het gelijknamige boek van Louis Couperus, is naar een scenario van Jan Blokker en Patrick Pesnot gemaakt onder regie van Harry Kûmel, met in de cast Marianne Basler (Eline Vere), Monique van de Ven (Betsy van Raat), Johan Leysen (Henk van Raat), Thom Hoffman (Vincent Vere), Mary Dresselhuys (mevrouw van Raat), Michaël Pas (Georges) en nog vele anderen. Toen de film op 1 maart 1991 in premiere ging trok ze bijna 110.000 bezoekers, waarmee ze destijds op de 33e plaats kwam te staan van de Nederlandse filmranglijst.

De schrijver Louis Couperus leefde van 1863 tot 1923 en was in Den Haag geboren. Hij woonde van 1884 tot 1891 in een pand aan de Surinamestraat bij zijn ouders. Reeds in 1887 tijdens zijn studie Nederlands was hij al begonnen te schrijven aan het feuilleton "Eline Vere", waarvan de afleveringen van 17 juni tot 4 december van dat jaar verschenen in het dagblad 'Het Vaderland'. In 1889 werd de roman in zijn geheel met veel succes in boekvorm uitgegeven.

Vertelt wordt het trieste levensverhaal van Eline Vere. Zij is een mooie jonge vrouw uit een aristocratisch milieu met een mooie toekomst voor zich. Maar door teleurstellingen in de liefde en het zich afzetten tegen haar omgeving, raakt ze vervreemd van haar milieu. Ze zet tevergeefs haar zoektocht naar romantiek voort en wordt tenslotte depressief. Omdat ze geen uitweg meer ziet maakt ze uiteindelijk een einde aan haar leven.

Toen we de film gezien hadden, waren we het over één ding eens, en dat was: Blij dat we in deze tijd leven!

zondag, januari 20, 2008

Pierement



Een rondleiding door het vrolijkste museum van Nederland is natuurlijk helemaal een aanrader als het buiten somber en regenachtig is. Gisteren was het zo'n dag, regen, regen en nog eens regen, dus wij naar Utrecht toe, naar het Nationale Museum van Speelklok tot Pierement, gevestigd in de middeleeuwse Buurkerk, hartje binnenstad. Een museum vol met automatische muziekinstrumenten van de 15e eeuw tot heden, carillonklokken, speeldozen, pianola's, zingende nachtegalen, buikorgels, smartlappen, tingeltangels en hele orkesten in de vorm van straat-, kermis- en dansorgels. Het was inderdaad een vrolijke boel!

Overigens, wat heeft Utrecht toch een mooie binnenstad, vooral de omgeving van de Oude Gracht met z'n werfkelders is een plaatje, dat zie je bij mijn weten verder nergens zo in Nederland.
Bij restaurant brasserie Luden op het Janskerkhof hebben we geluncht. Een sfeervol restaurant, gevestigd in een eeuwenoud monumentaal pand, met fraaie historische ornamenten en plafondschilderingen.



Het was ondanks de regen een leuk middagje Utrecht.

woensdag, januari 16, 2008

Shetlandeilanden



De Shetlandeilanden vormen een archipel in de Atlantische Oceaan ten noordoosten van het vasteland van Schotland. Met de "Swing" waren we op zaterdagmorgen om 10.45 uur uit Den Helder vertrokken, ruim vier etmalen later legden we 's middags om 17.45 uur aan in de de haven van Lerwick, de hoofdplaats van de Shetlandeilanden. Honderddrie uur hadden we over de ca. 600 nm gedaan, gemiddeld ca. 5,8 nm per uur, bepaald geen snelheidsrecord maar de zeiltocht was er niet minder gedenkwaardig om. Borreltijd!

Om wat meer van de Shetlands te zien, huurden we de andere dag een auto. Het links rijden was even wennen, maar erg druk is het daar niet, dus dat scheelde. We reden zuidwaarts door een glooiend landschap zonder bomen maar met veel schapen. Eenmaal bij de vuurtoren aangekomen, die we eerder ook al vanuit zee hadden gezien, op het meest zuidelijke puntje van de Shetlands bij Sumburgh Head, konden we daar op de stijle rotsen genieten van een fris, wijds en majestueus landschap, dat letterlijk bruiste van het leven. Honderden zo niet duizenden vogels, Papegaaiduikers of Puffins zoals ze hier worden genoemd, Alken, Jan van Genten, Kuifaalscholvers, Zilver- en Mantelmeeuwen en Grote Jagers, en ook zagen we Otters en Zeehonden. Er worden vanaf dit punt ook wel Walvissen gespot, maar die hebben we jammer genoeg niet gezien. Maar het was prachtig allemaal!

Daar op de hoge rotskust, uitkijkend over die prachtige azuurblauwe zee vol hoop en leven, realiseerde ik mij ineens, dat dit ook de plek moest zijn waar een aantal jaren geleden de "Braer" in een vliegende storm op de rotsen te pletter moest zijn geslagen, een Liberiaanse olietanker met bijna 85.000 ton ruwe olie aan boord. Niet niks lijkt mij zo, maar waar ik ook keek, er viel geen spoor meer van deze ramp te bekennen, de natuur had zich zo te zien in dit paradijs volledig hersteld!

's Avonds hadden we een ontvangst in de beroemde Townhall van Lerwick met buffet en muziek, dat ons werd aangeboden door de plaatselijke hotemetoten. De reeds eeuwen oude handelsbetrekkingen die bestaan tussen Nederland en de Shetlands werden gekoesterd en in menig toespraakje aangehaald, en er werd natuurlijk ook gedanst. Na dit feestje zijn we met een paar mensen en veel bier nog een poosje wezen doorzakken in een plaatselijke pub. Toen we eindelijk de "Swing" weer opzochten om te kooi te gaan, was het schemer van de kortte zomernacht op 60º noorderbreedte reeds verdreven door het licht van een nieuwe dag op de Shetlands.

zaterdag, januari 05, 2008

Liaisons Dangereuses



Door het Nationale Toneel werd gisteravond "Liaisons Dangereuses" gespeeld in de Stadsschouwburg in Utrecht. De oorspronkelijke tekst van het morbide machtspel dat zich afspeeld in de adelijke salons en slaapkamers van het 18e eeuwse Parijs, is in 1782 aan de vooravond van de Franse revolutie geschreven door ene Pierre Choderlos de Laclos. Het was een regelrechte aanval op de decadente levensstijl van de adel in die tijd.

In onze tijd, ruim tweehonderd jaar later, is het eigenlijk niet veel beter, opnieuw viert de zelfgerichte erotiek hoogtij. Reden voor Christopher Hampton om de beschrijving uit 1782 te vertalen en te bewerken voor toneel (1985) en film (1989). Nu, twintig jaar later, presenteert het Nationale Toneel onder regie van Johan Doesburg opnieuw de toneelversie, met in de hoofdrollen Gijs Scholten van Aschat en Ariane schluter.

Het stuk over het mijnenveld dat liefde heet, begint als een amoreel spel dat uiteindelijk ontaardt in een strijd op leven en dood. Graaf Valmont (Gijs Scholten van Aschat) en Markiezin de Merteuil (Ariane Schluter), beiden mooi, talentvol, rijk en verveeld, zijn gewezen minnaars. Hun hartstocht voor elkaar is niet gedoofd en vindt een uitweg in een ziekelijk spel: het corrumperen van onschuldige zielen. Valmont heeft zichzelf de uitdaging gesteld de meest zuivere, trouwe en vrome vrouw van Parijs te verleiden. Merteuil sluit hierop een weddenschap met hem af. Als hij in zijn opzet slaagt, zal zij nog éénmaal een nacht met hem doorbrengen. Valmont accepteert de uitdaging!



De in 1937 door architect Willem Marinus Dudok ontworpen Stadsschouwburg ligt op het Lucasbolwerk aan de rand van de oude Utrechtse binnenstad. De schouwburg is in de jaren 1995 en 2002 op diverse onderdelen verbouwd naar de eisen des tijds. De Douwe Egberts-zaal waarin wij zaten heeft 1000 zitplaatsen, ze waren zo te zien allemaal bezet. Een mooie zaal, maar aan de zaalakoestiek mag nog wel wat worden verbetert, sommige passages waren moeilijk verstaanbaar op de plek waar wij zaten, ongeveer op 2/3 afstand vanaf het toneel gezien. Maar het was desalniettemin een mooi avondje toneel, dat vooraf gegaan was door een gezellig etentje met W en A bij "Le Connaisseur" aan de Oudegracht.

Rond elf uur was het afgelopen, en zochten we de auto weer op in de nabij gelegen parkeergarage in de Kruisstraat. In de parkeergarage hebben we vervolgens drie kwartier vast gezeten, omdat veel schouwburggangers geen goede uitritkaart hadden! Wat een toestand, ik had natuurlijk al betaald (€. 14,-!) bij het betreden van de garage, je hebt dan een bepaalde tijd om uit te rijden, maar als die tijd wordt overschreden kan je weer gaan bijbetalen, en dat gebeurde tot mijn grote ergernis, weer €. 2,- in de automaat en nog steeds stonden we vast tussen die slome sukkels zonder goede uitrijkaart. Maar eindelijk kon de slagboom voor ons ook omhoog en waren we vrij!

donderdag, januari 03, 2008

Madurodam



Ondanks het koude weer zijn we vandaag toch met Thijs en Mink naar de kleinste stad van Nederland geweest. Madurodam, de stad waarin alles precies 25 maal kleiner is dan in werkelijkheid. Een stad die als elke stad in wijken is verdeeld, stedebouwkundig vorm gegeven door architect Siebe Jan Bouma. De stad heeft de vorm van een kwart cirkel. In de punt bevind zich de oude stadskern, en in de schil om het centrum zijn de nieuwbouwwijk, het haven- en industriegebied en het recreatiegebied gesitueerd. Madurodam is zo een taartpunt die uit elke willekeurige stad in Nederland gesneden had kunnen zijn.



Madurodam dat in 1952 is geopend, is vernoemd naar de oorlogsheld en verzetstrijder George Maduro, die op 9 februari 1945 in het concentratiekamp Dachau is omgekomen. De miniatuurstad is door de ouders van George Maduro gefinancierd, met als doel de opbrengst ervan te schenken aan een goed doel. Tot op de dag van vandaag worden door de Stichting Madurodam Steunfonds goede doelen voor de jeugd ondersteund. Prinses Beatrix was de eerste burgemeester van Madurodam, tegenwoordig is ze nog beschermvrouwe. Ze vervulde het burgemeestersambt vanaf de opening in 1952 tot haar troonsbestijging in 1980. Sinds die tijd wordt er elk jaar een nieuwe burgemeester gekozen door de Jeugdgemeenteraad van Madurodam, die bestaat uit 22 middelbare scholieren uit Den Haag. Tot de werkzaamheden van de burgemeester van Madurodam behoord bijvoorbeeld het openen van nieuwe maquettes en exposities.

Bij de kassa hadden we een aanbevolen wandelroute meegekregen, corresponderend met de genummerde volgorde van de maquettes. Maar daar trokken de jongens zich natuurlijk weer weinig van aan, kris kras gingen we in het miniatuurstadje op verkenning uit. De maquettes die veelal van kunstof zijn gemaakt, zijn stuk voor stuk juweeltjes van bouwkunst. Het groen, dat echt is, is ook bijzonder. Het zijn kleinbladige bomen en heesters, die door veel snoeien op 60 centimeter hoogte blijven, terwijl ze zonder dat vele snoeien wel 15 meter hoog zouden kunnen worden.

Door het koude weer waren we al vrij snel op zoek naar iets warms in de miniatuurstad, maar daar moesten we met z'n viertjes toch voor naar een passend optrekje in de periferie van Madurodam.

woensdag, januari 02, 2008

Mist



Zonde eigenlijk, we hoorden dat de vuurpijlen tijdens de jaarwisseling op korte afstand van ons afgeschoten werden, maar zien deden we ze niet. Mist, binnen een straal van tien meter zag je nauwelijks iets, en daar buiten helemaal niets. Zelden zo'n dikke mist meegemaakt, en door de smog van het vuurwerk werd het allemaal nog erger ook. Rond 01.00 uur wilden we eigenlijk toch wel naar huis, maar eenmaal achter het stuur waren we snel van gedachten veranderd, het enige wat we nog gedaan hebben, is de inrit bij G en C uitrijden en weer inrijden. Gekkenwerk, je kon net zo goed met je ogen dicht de weg opgaan, het was echt geen doen, we blijven hier lekker slapen!

Ik moest denken aan die keer dat we 's morgens vroeg in dikke mist voor de haven van Dover lagen, en ikzelf nog geen radar aan boord had. We hoopten maar dat het kleine bliebje van onze radarreflector te zien zou zijn op het radarscherm van de brullende in en uit varende Hovercrafts en Ferries die we om ons heen hoorden maar niet zagen, maar zeker weten doe je dat natuurlijk nooit. Een moment van onoplettendheid bij één van die gasten en je wordt naar de bodem gevaren door zo'n kolos. We vonden het geen van allen een leuke ervaring daar.

Of die keer van Harwich naar IJmuiden toen we in potdichte mist de Deep Water Route moesten oversteken, een snelweg van 6 mijl breed op zee voor de koopvaardij, de grote jongens dus. Met een gemiddeld zeilbootje doe je er ongeveer een uur over. Die grote jongens hebben allemaal radar aan boord, de ogen in de mist, ze minderen dan ook absoluut geen vaart. Ook toen weer, je hoopte maar vurig dat ze jou zagen, want zelf zagen we niets zonder radar.

Van de meeste belevenissen op zee in al die jaren dat we varen, verdwijnen vroeg of laat de scherpe kantjes wel uit je herinnering. Storm, zwaar weer, schade, moeheid of een navigatiefoutje, we hebben het allemaal wel gehad. Maar de mistavontuurtjes blijven mij onveranderd het helderst voor de geest staan. Ook nu we zelf al jaren radar aan boord hebben, blijf ik mist toch de meest beroerde weersoort vinden.

Toen rond 02.00 uur de mist in Kampen toch iets minder dik werd, mogelijk door de afnemende smog, zijn we toch nog vertrokken. Het eigen bedje lonkte, bovendien strookte dat beter met de plannen voor overdag. We hebben ongeveer drie keer langer over de afstand gedaan dan normaal. Onderweg op de A28 bij Wezep zagen we op de andere rijbaan blauwe zwaailichten, schijnwerpers en schimmen van mensen en vele auto's. Kettingbotsing, als ons dat maar niet overkomt, we gingen nog voorzichtiger rijden. Maar bij Nunspeet werd het beter, toch blij dat we de route door de bossen van de Veluwe genomen hebben i.p.v. de kortste weg door de polder. Met een vrij normale snelheid hebben we het laatste stuk van het traject kunnen afleggen. Rond half vier lagen we klaar wakker van de spannende rit in bed.

Toen we 's middags weer over de A28 reden, maar nu in omgekeerde richting naar Wezep voor de traditionele nieuwjaarsborrel bij grandmama, was de plek waar we de blauwe zwaailichten en schimmen hadden gezien, gemarkeerd door vele remsporen. Brandmerken van een nachtelijk mistavontuur rond de jaarwisseling.