woensdag, februari 11, 2015

Modernistische architectuur


Het geboortehuis van Pieter Cornelis Mondriaan (1872-1944) staat aan de Kortegracht 11 in de Amersfoortse binnenstad. Hij heeft daar met z'n ouders de eerste acht jaar van zijn leven gewoond. Op initiatief van mijn voormalige werkgever architect Leo Heijdenrijk (1932-1999) en zijn vrouw Cis is daar sinds 1994 het z.g. Mondriaanhuis gevestigd. Een museum waar je kennis kan maken met het leven en werk van de wereldberoemde kunstenaar. Voorts zijn er tentoonstellingen van kunstenaars die door Mondriaan zijn geïnspireerd.


Mondriaanhuis, gevel aan de Kortegracht.
Oorspronkelijk bestond het pand uit twee huizen, die in 1869 werden verbouwd tot een woonhuis en een school. De vader van Mondriaan was hoofdonderwijzer op de school en de familie ging in het woonhuis wonen. Zowel het woonhuis als de school zijn typisch negentiende eeuwse gebouwen met een wit gepleisterde gevel en grote glas-in-lood ramen. De panden bestaan uit twee woonlagen en hebben een rood pannendak met kleine dakkapellen. In 1985 richtten Heijdenrijk en zijn vrouw de Stichting Mondriaanhuis op. Het doel was om een documentatiecentrum in het geboortehuis van Mondriaan te vestigen. Daarnaast wilden ze de vervallen panden, die inmiddels tot Rijksmonument waren verklaard, restaureren. In 1989 kwam het documentatiecentrum er, niet in het geboortehuis zelf, maar in een pand ernaast. Het geboortehuis en het pand ernaast werden met behulp van sponsors en subsidie aangekocht en gerestaureerd door de Stichting De Nieuwe Beelding van het echtpaar Heijdenrijk. De voorgevel van het geboortehuis werd in 1992 zo verbouwd dat ze weer het uiterlijk kreeg dat ze rond 1900 had gehad.


Mondriaanhuis, gevel aan het Schelvissteegje
Het Mondriaanhuis is vanaf 2001 een Museum voor Concrete en Constructieve Kunst geworden. Vanaf toen zijn er een aantal aanpassingen en verbouwingen geweest aan het pand. De laatste verbouwing dateert geloof ik van 2009, toen het museum o.m. ook een ingang heeft gekregen in de achtergevel aan het Schelvissteegje. Het is een leuk museumpje, trouwens de laatste keer dat we er waren was in 2010! (Zie mijn stukje 'Mondriaanhuis' van 25 augustus 2010).
De huidige tentoonstelling 'Mondriaanhuizen', Modernistische architectuur in de hedendaagse kunst, is een selectie hedendaagse kunst, gekenmerkt door een hernieuwde belangstelling voor modernistische architectuur. Het modernisme van begin 20e eeuw was sterk utopistisch van karakter. Beeldend kunstenaars, architecten en musici geloofden in een maakbare, ideale maatschappij. In de huidige tijd, waarin het utopisme definitief tot het verleden lijkt te behoren, politieke ideologieën gesneuveld zijn en het globalisme de machtsstructuren in de wereld sterk heeft bepaald, valt in de hedendaagse kunst een opvallende tendens te bespeuren van verbeelding van modernistische (bouw)kunst.


In het geboortehuis van Piet Mondriaan, de modernist bij uitstek, wordt deze tendens in een verrassende groepstentoonstelling in beeld gebracht. In de tentoonstelling 'Mondriaanhuizen' hebben we werk van diverse kunstenaars gezien t.w. Annemieke Alberts, Michael van den Besselaar , Henk van den Bosch, Aldo van den Broek, Liesbeth Doornbosch, Cécile van Hanja, Wessel Huisman , Monique Kwist, Oscar Lourens, Jan van de Pavert Jan Ros, en Hans Wilschut.

zaterdag, februari 07, 2015

winterse perikelen


Op facebook (internet) kwam ik onderstaand filmpje tegen, vergezeld met het nodige commentaar van die en gene. Spectaculair, maar de verkapte opmerkingen aan het adres van NS en ProRail waren in dit verband vooral met cynisme doorspekt. Begrijpelijk natuurlijk, er is met onze spoorwegen m.n. in de herfst en winter altijd wel wat aan de hand. Blaadjes op de rails, bevroren bovenleidingen en/of wissels, kapot materieel, computerstoring, getob met de overgang naar de winterdienstregeling, misverstanden ga zo maar door. En dat terwijl de huidige combinatie NS en ProRail al sinds 1 januari 2005 bestaat, perfect zal het wel nooit worden, maar de kinderziektes zouden er zo langzamerhand toch echt wel uit moeten zijn!

Nee, dan Canada! Daar lopen ze niet te zeiken over een blaadje op de rails. Daar rijd ogenschijnlijk met het grootste gemak een trein door bijkant een meter sneeuw. Als een mes door de boter scheurt hij over het ondergesneeuwde spoor, zelfs een muur van opgehoopte sneeuw bij een spoorwegovergang houdt hem niet tegen!



Prachtig, echter Canada valt in dit verband natuurlijk niet te vergelijken met Nederland. Ondanks het feit dat ik de algemene kritiek n.a.v. dit filmpje op NS en ProRail wel een beetje deel en begrijp, kan ik alle cynisme ten spijt, het toch ook een beetje opnemen voor NS en ProRail. Het spoorwegnet in het dichtbevolkte Nederland is behoorlijk complex en moeilijk vergelijkbaar met het Canadese. We hebben in dit kleine landje met ca. 7033 km spoor, 2731 overwegen, 4500 km bovenleidingen, 7195 wissels en 405 stations sowieso veel meer handelingen op de m2 zal ik maar zeggen, waarbij iets mis kan gaan. Verder heeft de Canadese dieseltrein, die zo te zien op enkel spoor rijd, heel wat meer power, dan een elektrische trein die afhankelijk is van de hoogspanning op de kwetsbare bovenleidingen.

En dan die herfstblaadjes op de rails. Ik heb in het verleden in opdracht van NS eens een ontwerpplan gemaakt voor het vernieuwen en renoveren van een treinwerkplaats in Tilburg. Om me voor te bereiden op het één en ander, heb ik daar een aantal dagen rondgelopen. De wielenbank kwam toen o.a. aan de orde, waarbij ik kennis maakte met het begrip 'vierkante wielen', wielen die door te remmen, meestal door gladheid van de rails, een ingesleten vlakke plaats hebben opgelopen, en bij het rijden een bonkend geluid veroorzaken. In de wielenbank werden de wielstellen weer opgeknapt, d.w.z. de gehavende wielbanden werden middels hitte (uitzetting) a.h.w. van de velgen verwijderd en vervangen door een nieuwe of gerenoveerde wielband.
Bijna iedere herfst is raak. Gevallen blad waait over de rails, het plakt eraan vast als kauwgom aan vloerbedekking. Een trein dendert er een keer overheen en drukt de bladermassa nog eens stevig aan, terwijl het blad ook vastplakt aan het treinwiel. Een herfstbui maakt het vervolgens nat en het spoor verandert in een glijbaan vol zwarte smurrie, waardoor de wielen tijdens het remmen kunnen blokkeren. De trein beweegt verder terwijl een of meerdere wielen stilstaan en over de rails glijden. Op de plaats waar ze contact maken met de rails slijten de geblokkeerde wielen zeer snel. Treinvervoerders zoals NS en ProRail nemen treinen met z.g. 'vierkante wielen' zo snel mogelijk in onderhoud. Er rijden dan minder treinen, zodat er gaten vallen in de dienstregeling. Het één en ander bestaat al zolang er treinen rijden, en is uiteraard niet alleen een Nederlands probleem!

vrijdag, februari 06, 2015

foto als schilderkunstig doel!?


Hoewel het expositieoppervlak van museum 'de Fundatie' sinds 2013 middels het architectonische hoogstandje van HubertJan Henket (Bierman Henket Architecten) met een toename van bijna 1000m2 praktisch is verdubbeld, blijft het in vergelijking met het Stedelijk- of het Rijksmuseum in A'dam met resp. 8000m2 en 14500m2 expositieoppervlak een klein museum. Maar in zijn daden zou je kunnen zeggen, is 'de Fundatie' alles behalve een klein museum. Sinds de heropening in 2013 heb ik daar behalve de keuzes uit eigen collectie, alleen maar exposities van overwegend grote kwaliteit gezien. Ik vind het een prachtig, maar vooral ook overzichtelijk museum!

Onlangs hebben we daar 'In search of meaning' gezien, een expositie van mensbeelden in globaal perspectief. In deze tentoonstelling wordt de betekenis van de mensfiguur in globale context onderzocht. Het vraagstuk van het geloof, de val van de Muur en de teloorgang van het communisme; aan het einde van de vorige eeuw veranderde de wereld ingrijpend, maar het einde van de 'grote verhalen' liet ons met lege handen achter. Hoe te leven? Wereldwijd kiezen kunstenaars voor de mensfiguur om hun vragen over het mens-zijn te communiceren. Kunst maken is voor hen een vorm van zelfonderzoek. Ze beginnen vaak bij zichzelf en maken afgietsels van hun lichaam, in het verlengde van de bodyart. Maar het gaat niet om zelfportretten. Deze 'mensbeelden' tonen visies op het mens-zijn. Kunstenaars onderzoeken het fysieke lichaam, van seks en dood, tot onze relatie met de natuur en de kosmos. Ze verbeelden sociale relaties zoals liefde, haat en eenzaamheid en machtsverhoudingen tussen groepen. Ze stellen ethische en existentiële vragen in een tijd dat richtlijnen voor het leven ontbreken. Het optimistische vooruitgangsgeloof van het modernisme maakt plaats voor postmoderne twijfel, en postseculiere spiritualiteit en Godsverlangen en dat zie je terug in de kunst.

We hebben intrigerende werken gezien van Joep van Lieshout (1963), Heri Dono (1960), Folkert de Jong (1972), Karin Arink (1967), Yue Minjun (1962), Elisabet Stienstra (1967), Juan Muñoz (1953-2001), Stephan Balkenhol (1957) en nog vele anderen. Tot zover de prachtige expositie 'In search of meaning'

Dan 'CLOSER'het megarealisme van Tjalf Sparnaay, de tweede expositie die we daar hebben gezien. De eerste museale presentatie van Tjalf Sparnaay (1954). Zeer nauwkeurig in olieverf nageschilderde gebakken eieren, patatten, broodjes, salades, ketchupflessen, barbiepoppen, knikkers, herfstbladeren etc. etc. Tjalf Sparnaay was sportleraar toen hij begin jaren '80 gefascineerd werd door de fotografie. Met zijn camera legde hij middels snapshots het dagelijkse leven om hem heen vast. Tegelijkertijd ontwikkelde hij zichzelf in zijn vrije tijd tot schilder, geïnspireerd door het magisch realisme van Carel Willink en het 'Photorealism'. Een stroming binnen de Amerikaanse kunst waarbij de kunstenaar de werkelijkheid natuurgetrouw (na)schildert aan de hand van een, al dan niet uitvergrote foto, waarbij de koele, harde fotoweergave tot schilderkunstig doel wordt. Beroemde fotorealisten als Ralph Goings, Charles Bell en Richard Estes waren zijn voorbeelden.

Het 'nieuwe realisme' wordt het genoemd, een stroming in de kunst die ten koste van de 'moderne kunst' terrein aan het winnen is, las ik ergens. Geen probleem, het gaat nou eenmaal zoals het gaat in de tijd. Maar is het kunst? Knap, dat zeker, en vele malen kunstiger dan bijvoorbeeld de 'conceptuele kunst', waarvoor je nauwelijks artistieke gaven hoeft te bezitten. Zo bezien zou je het 'nieuwe realisme' zelfs nog grensverleggend kunnen noemen. Evengoed associeer ik die nageschilderde foto's toch meer met kunstnijverheid dan met kunst. Ik heb er niks mee, het raakt en ontroerd me niet. Kijken naar een minitieus nageschilderde eigentijdse foto, zie ik een beetje als het omgekeerde van kijken naar een poster van een schilderij van oude meesters! Nogmaals knap wat die Sparnaay presteert met zijn penseel, maar voor mij had hij daar gewoon zijn foto's mogen ophangen.

woensdag, februari 04, 2015

over biodiversiteit


In Sir EDMOND, de wekelijkse bijlage van de Volkskrant, zag ik onlangs van microfotograaf en planktonkenner Wim van Egmond, een foto van een 'foraminifeer'. Ik had in een biologieboek wel eens afbeeldingen van een 'foraminifeer' gezien, in zowel levende- als fossiele staat, maar zo lichtgevend had ik ze nog nooit gezien, prachtig! Het deed me aan zeevonk denken, maar dat is een heel ander organisme en heeft hier niets mee te maken. De 'foraminifeer' lichte enkel op door de flitser tijdens het maken van de foto. Evengoed boeiend!

(Foraminiferen zijn dierachtige eencelligen met een kalkskelet, dat meestal is opgebouwd uit kamers. Door gaatjes in de tussenwanden van de kamers, komen uitstulpingen van celplasma (pseudopodiën) naar buiten. Hiermee kunnen ze zich verplaatsen en voeden. Ze leven uitsluitend in zee. Foraminiferen zijn meestal microscopisch klein, maar ze kunnen ook enkele centimeters groot worden. Fossiele (versteende) overblijfselen van foraminiferen worden regelmatig in gesteentelagen gevonden. Zo bestaan o.m. de krijtrotsen van Dover uit kalksteen bestaande uit foraminiferenskeletjes).

Prachtig, wat zijn er toch ongelooflijk veel levensvormen op aarde. Ik las ergens dat er ongeveer 4 miljoen beschreven zijn. Maar er zijn er ongetwijfeld veel meer, want de mens heeft tot op de dag van heden nog lang niet alle gebieden op aarde bestudeerd. Biologen schatten de totale hoeveelheid verschillende levensvormen op ongeveer 40 miljoen soorten. Tien keer zoveel dus! Waarop de schatting is gebaseerd mag joost weten, maar ik ben dan ook geen bioloog. Aan de andere kant staat de biodiversiteit onder druk. De paradox is dus, dat alle levensvormen nog lang niet bekend zijn, terwijl er ook levensvormen uitsterven. Alleen in Nederland al werden er in 1950, 1400 soorten hogere planten geteld. Sindsdien zijn hiervan 70 uitgestorven en zijn er 500 in aantal/oppervlakte ernstig achteruitgegaan. En het aantal broedvogelsoorten schijnt in dezelfde periode met een derde te zijn afgenomen!

Toen Charles Darwin in 1831 vertrok voor zijn wereldberoemde reis met marineschip HMS Beagle, heerste nog sterk het idee dat alle aardse levensvormen door God waren geschapen. Onderzoekers beschouwden het als hun levenstaak om zoveel mogelijk soorten te bestuderen en te benoemen. Rond 1750 rangschikte de Zweedse onderzoeker Carolus Linnaeus in totaal 15.000 soorten. Eind 18e eeuw stond de teller al op een miljoen, en tegenwoordig gaan biologen dus al uit van ongeveer 40 miljoen verschillende soorten. Een complete inventarisatie lijkt me haast ondoenlijk. Met zijn evolutietheorie liet Darwin zien, hoe door een samenspel van toevallige verschillen en natuurlijke selectie nieuwe soorten kunnen ontstaan. Darwin probeerde alle hem bekende soorten te rangschikken in een soort van levensboom die de verwantschap tussen de soorten laat zien. Inmiddels is met DNA-technieken Darwins theorie nog eens bevestigd.

De natuur en de daarbij horende biodiversiteit zijn ook essentieel voor het voortbestaan van de mens. Als we de biodiversiteit nu goed beschermen, kunnen we een schone en een gezonde wereld voor onze kinderen nalaten. Maar hoe kan grootgebruiker mens dit aanpakken?
Er zijn eigenlijk twee manieren; we kunnen soorten beschermen bijvoorbeeld door het redden van bedreigde soorten, of hele ecosystemen beschermen, bijvoorbeeld door het opzetten van natuurreservaten in soortenarme of bedreigde gebieden. Het één en ander is natuurlijk best moeilijk als je het totale aantal soorten op aarde nog lang niet kent, terwijl er aan de andere kant weinig tijd te verliezen is.

Integrale samenwerking is een absolute must! Tussen wetenschappers die proberen de biodiversiteit op aarde zo snel mogelijk in kaart te brengen, en natuurbeschermers en politici die oplossingen proberen te vinden voor de alles overheersende invloeden in deze van de mens.

vrijdag, januari 30, 2015

'Felis Onca IV' op de klippen!


Onlangs las ik in de krant dat Rijkswaterstaat aan de Nieuwe Waterweg natuurgebiedje 'Gors van de Lickebaert' wil aanpakken. Rijkswaterstaat gaat daartoe in 2017 ca. 2 km natuurvriendelijke oever aanleggen langs de Nieuwe Waterweg. Het één en ander om ter plekke een geleidelijke overgang van het land naar water te laten ontstaan, alsmede een evenwichtig leven van de onderwaterbodem. Het 'Gors van de Lickebaert' ligt aan de noordoever van de Nieuwe Waterweg tussen Maassluis en Vlaardingen. Het gebied, dat deel uitmaakt van de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur, valt regelmatig droog maar toch ontstaat er geen waardevolle natuur. De golven van passerende schepen op de Nieuwe Waterweg, één van de drukste vaarwateren ter wereld, verhinderen de vorming van een geleidelijke overgang van land naar water en een evenwichtig onderwaterbodemleven. Tot zover het recente nieuws over het 'Gors van de Lickebaert'!

Bij het lezen over de plannen met het 'Gors van de Lickebaert' gingen mijn gedachten ruim 20 jaar terug, toen ze in die hoek kennelijk al bezig waren de overgang van land naar water naar wens te manipuleren. Met de 'Felis Onca IV', ons voorlaatste zeiljacht waren we met vakantie naar Zuid Engeland en Normandië geweest. Waarbij op de terugweg spontaan het plan was ontstaan nog een paar dagen aan de vakantie vast te knopen en niet langs, maar door Zeeland huiswaarts te varen. Daartoe zijn we destijds bij Vlissingen naar binnen gegaan. Via het kanaal door Walcheren, het Veerse Meer, Oosterschelde, Volkerak, Haringvliet, Spui en Oude Maas raakten we uiteindelijk nabij Vlaardingen op de Nieuwe Waterweg verzeild, waar we alvorens het ruime sop weer te kiezen, in Schiedam hebben overnacht.

De andere dag wilden we naar IJmuiden varen. Maar dat zou waarschijnlijk wel motorren worden, want voorlopig was Aeolus ons niet of nauwelijks gezind, en de voorspellingen waren in dat opzich ook niet gunstig. Het was niet anders, en zo voeren we even later op de motor met stroom en tij mee met een stevig gangetje van rond acht knopen over de grond op de Nieuwe Waterweg zeewaarts, waarbij we in de vaargeul conform het BPR zo dicht mogelijk de stuurboordwal aanhielden. Ter hoogte van het 'Gors van de Lickebaert' meende ik de bocht in de geul wel enigszins te kunnen afsnijden. Een blik op de dieptemeter en de kaart gaf voldoende vertrouwen, altijd nog rond 4 à 5 meter terwijl onze diepgang 1,90 meter was! In een opperbeste stemming stoven we al keuvelend westwaarts, J, die beneden bezig was met de koffie, stond op het trapje in de kajuitopening, en ik achter de roerstand. Plotseling zag ik op de tot dan toe vrij vlakke waterspiegel, een enigszins draaiende werveling op zo'n 2 à 3 bootlengtes voor de boeg. Een fractie van een seconde later was het boem!

J was door de klap vanaf het trapje door de kajuit tegen het middenschot gekatapuleerd, en kwam er wonder boven wonder enkel met de schrik en een paar blauwe plekken van af. En ik zat met een gekneusde rib een tijdje adem happend in de kuip, door de klap tegen het stuurwiel was even alle lucht uit m'n longen geperst. En de 'Felis Onca IV' zat aan de grond zo vast als een huis en hing hoog en scheef in de Nieuwe Waterweg. Enigszins bekomen van de schrik en de pijn hebben we eerst maar eens gekeken of er nergens water binnenkwam. Motorruimte, schroefas, bilg, kielophanging etc. Dat zat zo te zien allemaal goed, en de mast stond er gelukkig ook nog goed bij. Maar ja wat nu, we moesten daar uiteraard wel weg zien te komen. Inmiddels waren we door een grote hekgolf van een passerend schip ook nog iets hoger en schever komen te liggen, enige haast was geboden. Ik stond echter amper klaar om middels de marifoon de havendienst op te roepen, toen ik in m'n ooghoeken de redding nabij zag komen.

Twee potige kerels op een gele pilot hadden ons al zien stunten in de gevarenzone en het één en ander aan zien komen. Afgelopen week waren in deze hoek door Rijkswaterstaat grote betonblokken gestort die uiteraard nog niet op de kaart stonden. Op ca. 15 meter van ons bleven ze liggen, dichter bij ging niet vanwege hun diepgang. Of we een lijntje over konden gooien. Nadat de verbinding met een paar aan elkaar geknoopte landvasten was gelegd, begonnen ze in alle rust te trekken in de richting vanwaar we vandaan gekomen waren. Het was een stevige landvast, maar dat mocht niet baten, knap! Vervolgens gooiden ze zelf een lijntje over, eerst een dunne, gevolgd door een bijkans polsdikke lijn, die ik zo goed en kwaad als ging aan een lier bevestigde. Wederom nam de spanning op de lijn toe, maar deze keer met succes. Even later dreven we zij aan zij, wat waren we blij! Wat we ze schuldig waren? Even zaten beide mannen voor de vorm een beetje te smoezen, nou wat dacht u van een flesje jajem? Van meer wilden ze niet weten! Te gek jongens, en met een 'hier pak aan' koop dan op z'n minst allebei een fles, namen we afscheid en gingen we ons weegs.

Amper voorbij Maassluis werden we ingelopen door een politieboot die naast ons kwam varen. Enigszins ongerust vroegen we ons af waar we dat weer aan te danken hadden? Tot onze verbazing vroegen ze wat we van plan waren. Nou we gaan naar buiten, naar IJmuiden. Dus jullie gaan na zo'n crash gewoon de zee op? Crash? 'Big brother is watching you', ze zien ook alles op de Nieuwe Waterweg! Ja, het valt mee, we hebben de boel nagekeken en er is zo te zien niks aan de hand. Hebben jullie kiel en onderwaterschip dan ook geïnspecteerd? Nee, dat niet, hoe zouden we dat hier moeten doen? Maar we hebben een vaste loden kiel die volgens ons een aardige dreun kan hebben. Desalniettemin raden ze ons met klem aan, om alvorens de zee op te gaan het onderwaterschip in de Berghaven in Hoek van Holland te laten inspecteren. Zij wilden de mensen daar alvast wel verwittigen en iets proberen te regelen. Wat een services! Bij een kraan konden we jammer genoeg niet terecht, echter twee duikers van de brandweer hebben daar kiel en onderwaterschip uitvoerig kunnen bekijken. Het enige wat ze konden ontdekken was een fikse winkelhaak in de schuine voorkant van de kiel op ongeveer 30 cm vanaf onderkant kiel. Opluchting alom! Bizar maar waar, ook hier konden we de zaak in natura afronden met koffie en een paar flessen jajem!

Na alle heisa zijn we daarna Scheveningen maar binnen gelopen. Daar hebben we alvorens de kooi in te duiken, de dag met een borrel en een visje geëvalueerd. Morgen weer een dag!

zondag, januari 25, 2015

Muziektempel Catharinakapel


De huidige Catharinakapel beleef ik vooral graag als een muziektempel, maar ze is natuurlijk veel meer. Om maar wat te noemen, behalve concerten worden er in de voormalige kapel van de Catharinaparochie film- en toneelvoorstellingen, cabaret, kunstexposities (zie o.a. de beelden van Monique Spapens), feestjes en trouwerijen gehouden. Allemaal prachtig, maar als gezegd geniet ik het meest in de Catharinakapel als er muziek te beluisteren valt. Dat is vooral ook te danken aan de perfecte akoestiek en de ingetogen ambiance van de ruimte. Het blues- en countryachtige concert van 'OMar' j.l. vrijdagavond in de bovenzaal, was voor mij weer eens een bevestiging van deze stellingname. Prachtig, en toen ik de muziek van 'OMar', waar ik tot voor kort nog nooit van gehoord, ook nog eens als koren op m'n molentje beleefde, kon de avond niet meer stuk!



'OMar' bestaande uit twee gitaristen Martin Korthuis (1952) en Omar Bakker, waarbij eerstgenoemde ook zang hoofdzakelijk voor zijn rekening nam, lieten vrijdagavond blues en country vloeiend ineen stromen. Hoewel beide muzikanten al een grote staat van dienst hebben in de wereld van de muziek, was dit hun eerste optreden in deze context. Martin Korthuis die zijn roots in de country/rock heeft liggen, kwam Omar Bakker, wiens roots meer in de wereld van de blues/rock liggen, op Schiermonnikoog tegen. Ze speelden wat met elkaar, en wat bleek, het klikte, beide muziekstijlen konden ze moeiteloos verenigen. Vrijdagavond maakten we dus in de Catharinakapel tot groot genoegen van naar schatting 45 à 50 aanwezige luisteraars de primeur mee van 'OMar'. Prachtig, de avond was voorbij voor ik er erg in had. Ze gaven één toegift, maar dat hadden er van mij, en ook van de anderen aan de reacties te horen, best meer mogen zijn!

vrijdag, januari 23, 2015

Backpacken in de Ourthevallei


Rond 4 uur 's middags stapten we uit op station Melreux Hotton, we waren er. Blij en opgelucht na de lange, ietwat rommelige treinreis, die ons al vanaf 's morgens 9 uur had beziggehouden met overstappen en lange wachttijden, hesen we op het perron onze rugzakken op. Van nu af aan waren we backpackers in de Ourthevallei! Maar voor vandaag was het wel even mooi geweest, en leek het ons beter eerst maar eens een plekje voor de nacht te gaan zoeken. Een uurtje later hadden we onze tentjes opgeslagen op een mooi idillisch plekje aan de Ourthe, zaten de kinderen al in de Ourthe en snorde ons benzinebrandertje er voor een warm maaltje gezellig op los!

Na een goede nachtrust en een stevig ontbijt begonnen we de andere morgen met het echte werk. Voor de komende week hadden we een voettocht gepland over de GR 57 door het zuidelijk deel van de 'Ourthevallei', genaamd 'De hoge vallei'.

De Grande Randonnée nummer 57, kortweg de GR 57 door de 'Ourthevallei' in de Belgische Ardennen is een wandelpad tussen Luik en Houffalize van totaal 151 km. Ze bestaat uit 3 delen t.w. 'De lage vallei' (Luik - Bomal 51 km), 'De midden vallei' (Bomal - Hotton 36 km) en 'De hoge vallei' (Hotton - Houffalize 64 km).

Ons bezoekje aan de 'grotten van Hotton', die zich even buiten de wit-rode merktekens van de GR route bevonden, was de moeite waard. Ik las dat de grotten daar pas in 1958 zijn ontdekt. De verscheidenheid en de opmerkelijke kleuren van de druipsteenformaties vonden we prachtig.

Na ons bezoek aan de grotten hebben we de draad weer opgepakt, en vervolgden we onze weg over het GR pad richting Beffe. In die omgeving vonden we aan de Ourthe wederom een prachtig plekje voor de nacht. 's Avonds zaten we daar knus met z'n vijven te kletsen om een vuurtje dat we hadden aangelegd op een basis van keien uit de rivier. Het knetterende vuurtje overtrof af en toe het ritmische gemurmel van de Ourthe. Wat een sfeer, en nog lekker warm ook. Totdat opeens de basis van ons vuurtje met een regen van vonken uit elkaar begonnen te spatten, we schrokken ons een bult. Natuurlijk, de anomalie van water, de doornatte rivierkeien konden de spanning door de hitte niet langer aan. Jammer, maar aan de andere kant was het toch ook wel bedtijd geworden!

's Morgens dreigende wolken aan het zwerk, de lucht was bezwangerd van regen. Maar het was gelukkig nog droog, we hebben ons bivak dan ook als een speer opgebroken. We hadden de tentjes amper droog in onze rugzakken zitten toen het begon te plenzen. De poncho's hadden we uiteraard al bij de hand gelegd, en zo gingen we ondanks de regen letterlijk goedgemutst op pad, richting Marcourt.

Lachen natuurlijk, we zagen eruit als een stel weldoorvoede kloosterlingen, maar we bleven zo allemaal wel lekker droog. Aan de weelderige vegetatie te zien valt de regen hier overvloedig. Gelukkig klaarde het na een paar uurtjes op en konden de poncho's weer in de zak. Het was wel uitkijken nu, want het was hier en daar knap glibberig geworden op ons pad. Ondanks alle onvolkomenheden was het weer een prachtige tocht. In Marcourt hebben we in de loop van de middag aan een door de regen sterk gezwollen Ourthe, ons bivak weer opgeslagen.

We raakten geleidelijk aan aardig geroutineerd. Iedereen had, al of niet bij toerbeurt, zijn taken, en dat waren er nog best veel. Vlak plekje zoeken, tentjes opzetten, inrichten, eten inslaan, water halen, kookplekje maken, benzinebrandertje aan de praat zien te krijgen, koken etc. etc. Bovendien moest iedereen een zekere discipline op kunnen brengen in die kleine tentjes. De boel binnen droog houden met die nattigheid buiten, niet teveel eten kopen, want waar moet je het laten, voorzichtig en zorgvuldig koken op open vuur en veel hitte op maaiveldniveau. Maar ook het in- en uitpakken van je rugzak moest goed en zo droog mogelijk gebeuren. Lapte je het één en ander aan je laars dan had je daar gelijk last van. Je kon of de boel niet vinden of je liep de hele dag ongemakkelijk met een te zware of onevenwichtig ingepakte zak op je rug. Maar gelukkig hadden zowel wij als onze kinderen van 13, 10 en 8 jaar het één en ander snel door, en verliep onze voettocht behoudens wat kleinigheden hier en daar op rolletjes, ondanks het bij tijd en wijle knap regenachtige weer.

In de zes dagen na Marcourt hebben we nog in La Roche en Ardenne, Maboge, Le Hérou, Engreux en Houffalize gebivakkeerd. We hebben de Ourthevallei ervaren als een uitgestrekt natuurpark. Een onvergetelijk mooi landschap, nu eens lieflijk, dan weer grillig. Rotspartijen, bossen, prachtige panorama's, pittoreske stadjes en dorpjes, ruïnes, hoogvlaktes, en door alles heen de meanderende Ourthe. Nu eens rustig voortmurmelend, dan weer woest schuimend zichzelf een weg banend. Zo werden we als begenadigde backpackers aan de boorden van de Ourthe, dagelijks getrakteerd op het wonderschone lied van het water. Een prachtige wandeling die ik nooit vergeten zal!

maandag, januari 19, 2015

over Martelpad en de Verdon!


In 'Een schitterende wandeling!!' mijn stukje van j.l. 14 januari, heb ik het op het laatst even over de 'Tour du Mont Blanc', een stukje over een voettocht van langgeleden in de Alpen, dat ik al op 2 december 2009 geschreven heb. Een voettocht die destijds door het slechte weer min of meer op een debacle is uitgelopen, waardoor we toen richting zon zijn gevlucht. Die vonden we, na enig oponthoud door een kettingbotsing op de A7 nabij Montélimar uiteindelijk in Castellane, een plaatsje in de Alpes-de-Haute-Provence. Een oase na alle kou en nattigheid in de Alpen! Desalniettemin waren we na een aantal dagen relaxen voor onze tentjes toch weer aan iets anders toe. We hadden gewandeld, boodschappen gedaan en op terrasjes gezeten, we hadden gezwommen, spelletjes gedaan en gelezen over een spannende voettocht door de Grand Cañon du Verdon!

Tentjes afgebroken, rugzakken ingepakt, en weg waren we. Een parkeerplaats voor een paar dagen hadden we snel gevonden in Rougon. Het avontuur kon weer beginnen. We hadden een rondje van om en nabij 30 km uitgestippeld. Te beginnen in Rougon, via GR 4 naar La Palud en La Maline, waar we onze tentjes wilden opslaan voor de nacht. De volgende dag zouden we dan beginnen met een steile afdaling van ongeveer 350 meter naar de bodem van de Grand Cañon du Verdon, om vervolgens langs de Verdon over de GR4, ofwel het Martelpad (vernoemd naar speleoloog Edouard Alfred Martel, die in 1905 als eerste volledig de Verdon afzakte) terug te keren naar ons vertrekpunt van de vorige dag in Rougon.

!e dag.

Vanuit Rougon, een klein afgelegen dorpje op ongeveer 950 meter hoogte, hadden we een magnifiek uitzicht op de bergachtige omgeving, waar de Grand Canyon du Verdon ook een onderdeel van is. Het was snik heet, eigenlijk te heet voor een forse wandeling met volle bepakking. Een wandeling die ook nogeens louter uit klimmen en dalen bestond. Het is ook nooit goed zeiden we tegen elkaar, de ene keer kou en regen, en nu weer dit. Maar laten we ophouden te zeuren, en gewoon een lekker rustig tempo aanhouden. Zo gezegd, zo gedaan, het prachtige panorama maakte bovendien veel goed. Hoog boven onze hoofden zagen we enkele gieren rondcirkelen, fascinerend. Rougon staat bekend om zijn gierenkolonie had ik al eens ergens gelezen.

En zo stapten we rustig voort over de GR4 richting La Palud. Op z'n tijd even een pitstopje in de schaduw voor een slokje en om af te koelen. Desalniettemin hadden we allemaal erge dorst en hete voeten, toen we halverwege de middag in La Palud aankwamen. We zijn dan ook onder een grote parasol op het eerste de beste terrasje dat we in het dorp tegenkwamen neergestreken. Schoenen uit, en omhoog met die hete voeten, even heerlijk uitblazen. Ondertussen het ene na het andere flesje fris of bronwater achteroverslaand. Het beviel ons daar onder die parasol zo goed, dat we er zeker een dik uur gezeten hebben. Uitgerust en verfrist begonnen we, nadat we onze veldflesjes weer met water hadden gevuld, aan de tweede en laatste etappe die dag.

Het vervolg over de GR4 naar Chalet de la Maline, was in feite een herhaling van zetten van het eerste deel. Alhoewel de GR4 ons nu wel veel meer over een geasfalteerde weg voerde. Dat loopt sowieso al zwaarder, laat staan met die hitte! Maar ons motto was, dat we niet zouden zeuren, dus gewoon rustig doorlopen maar. Na de zoveelste bocht zagen we eindelijk Chalet de la Maline in de verte liggen. Iedereen blij, rond zeven uur waren we terplekke, en konden we onze tentjes opzetten. Dat viel echter nog niet mee, omdat er niet of nauwelijks een vlak plekje te vinden was. Maar uiteindelijk stonden beide tentjes, al moesten we vannacht wel enigszins onder helling slapen. In Chalet de la Maline waren we kennelijk de laatste gasten, maar gelukkig hadden ze nog wat eten over voor ons.


2e dag.

De andere morgen waren we om acht uur al uit de veren. Onder helling slapen hadden we geen van allen als een succes ervaren. Het zij zo, we waren al blij dat we 's nachts de tent niet uitgerold waren. En zo begonnen we na het ontbijt rond half tien aan ons zelfverklaarde avontuur, t.w. een voettocht van 14 à 15 km over het 'Martelpad' in de 'Grand Canyon du Verdon', die ons in zes à zeven uur terug moest voeren naar Rougon.

Profiel Martelpad.

Zoals gezegd begon onze tocht die morgen met een steile afdaling van ongeveer 350 meter. Na een uurtje hadden we de bodem van de canyon bereikt en zijn we er even bij gaan zitten. We vonden het een indrukwekkende ervaring de canyon van hieruit te beleven. Te bedenken dat die enorme kloof puur door de kracht van het rivierwater is uitgesleten. Er zijn hoogteverschillen van soms wel 700 meter las ik, waarbij de canyon beneden op sommige plekken slechts 6 meter breed is en bovenaan soms enkel 200 meter. Imposant allemaal, deze overwegingen, maar we konden daar natuurlijk niet blijven zitten. Linksaf dus dan maar, richting Point Sublime en Rougon.


We raakten niet uitgekeken op de omgeving, prachtig, wat een uitzichten. Maar we moesten ook goed opletten hoe en waar we onze voeten neerzetten. Hoewel het pad naar eerder genoemde speleoloog Martel vernoemd is, vonden we het eigenlijk ook echt wel een beetje een martelpad. Maar dat mocht de pret niet drukken. Toen we op een gegeven moment een puinhelling moesten afdalen, wisten we eigenlijk niet goed hoe we dat moesten aanpakken. Terwijl we ons stonden te beraden, werden we door een paar backpackers gepasseerd, die zonder een moment van aarzeling de puinhelling met een aantal grote sprongen afgingen. Goed voorbeeld, doet goed volgen, in no time stonden we met z'n vijven beneden. Verder maar weer!

Verderop liep het Martelpad door een paar tunnels, waarvan er één een lengte had van om en nabij 700 meter. Het werd aardedonker om ons heen, maar goed dat we zaklampen bij ons hadden. Een aantal steile stalen trappen maakten verder ook deel uit van het Martelpad. In totaal moesten we daarmee een hoogte verschil van zo'n 100 meter overbruggen. Alles bij elkaar genomen een prachtige tocht. Minder zwaar trouwens dan we aanvankelijk op basis van informatie hadden verwacht. Hoewel we na zeven uur sjouwen nog een behoorlijke klim voor de kiezen kregen om de canyon weer uit te komen. Maar ja, de laatste loodjes wegen wel vaker het zwaarst. Onze kinderen hadden er overigens minder moeite mee dan wij. Die zaten, toen wij voor hun al sjokkend in beeld kwamen, al breed grijnzend achter een koel drankje op het terras van L'Auberge du Point Sublime nabij Rougon.

woensdag, januari 14, 2015

Een schitterende wandeling!!


Lang geleden stonden we op een camping aan de rivier de l'Arve in Chamonix. Al dagen lang was het het mooiste weer van de wereld, strak blauwe lucht en glashelder. Als we 's morgens, zittend voor ons tentje, omhoog keken, werden we haast verblind door de schoonheid van het Mont Blancmassief. Prachtig, die ochtendzon op de besneeuwde toppen, majestueus en dominant, superlatieven schoten tekort, we bleven kijken. Ook onze kinderen, destijds 8, 6 en 4 jaar oud, stonden soms met open mond naar die fascinerende witte wereld te gapen. Ze wilden er wel naar toe, maar daarin moesten we ze natuurlijk teleurstellen. Daar moet je een echte bergbeklimmer voor zijn, een alpinist, een kletteraar met touwen, haken en pikhouwelen, dat soort dingen. Maar we zijn vandaag wel van plan met de gondelbaan naar boven te gaan, naar de Aiguille du Midi, dat is één van de hoge toppen daar. Dan zijn we aardig in de buurt en kunnen we de boel mooi een beetje van bovenaf bekijken. Dat was leuk, iedereen blij!

We waren vrij vroeg, toch stond er al een respectabele rij wachtenden voor ons. Even zakte ons de moed in de schoenen, maar al snel kwamen we er achter dat de rij wachtenden toch nog vlug oploste. Er gaan 50 à 60 mensen in een gondel, dus dat wil ook wel. De rit vanaf het grondstation in Chamonix, dat op een hoogte van 1035 meter ligt, naar de 3842 meter hoge Aiguille du Midi, gaat in twee etappes. De eerste etappe bracht ons in ongeveer 10 minuten naar Plan d'Aiguille op 2317 meter hoogte. Vandaar bracht een tweede gondel ons in nog eens ca. 10 minuten naar de top. Het uitzicht vanuit de gondel op de omgeving was overweldigend!

Boven aangekomen bleken er diverse uitzichtplaatsen te zijn, prachtig. Maar 100 meter hoger was er ook nog een uitzichtplateau die we alleen middels een lift konden bereiken. Daarvoor moesten we wel eerst weer in de buidel tasten, maar dan had je ook wat. Het panorama dat zich daar voor onze ogen ontvouwde was magistraal, 360º konden we vrij in de rondte kijken! De ronde top van de Mont Blanc in z'n volle glorie, glinsterend in de zon. Bijna aanraakbaar, ik kon me vanaf ons uitzichtpunt moeilijk voorstellen dat die nog zo'n 1000 meter boven ons uit torende. Voor m'n gevoel stonden we praktisch op gelijk niveau, we stonden als het ware op het dak van de Franse-, Zwitserse- en Italiaanse Alpen.

Toen we uitgekeken waren zijn we met de gondel weer afgezakt naar 2317 meter, naar het tussenstation Plan d'Aiguille. Alvorens verder af te zakken, hebben we bij het restaurantje daar onder een parasol eerst maar eens wat te eten genomen. Prachtige plek daar, mooi om van daaraf te zien hoe de gondels steil omhoog richting top gingen. Ergens las ik dat er van daaraf ook een voetpad naar Chamonix liep. Een wandeling van 2,5 à 3 uur! Overwegend dalen, het leek ons leuk, hoewel we een beetje onze twijfels hadden of dit voor de jongste niet te zwaar zou zijn. Maar met het idee, haar op m'n schouders te nemen als ze het even niet meer zag zitten, zijn we vrolijk aan de afdaling begonnen. En daar hebben we geen spijt van gehad. Een mooie wandeling met prachtige vergezichten, al werd het sparrenbos naarmate we verder onder de boomgrens zakten wel steeds dikker en ondoorzichtiger. Evengoed een wandeling die me mogelijk door alle mooie belevenissen die dag, tot op de dag van vandaag nog helder voor de geest staat. En onze kinderen hadden er ook plezier in, al heb ik de jongste inderdaad zo af en toe wel even op m'n schouders genomen.

(Achteraf gezien is dit wandelingetje min of meer de opmaat geweest, voor een periode van ca. 3 jaar bergwandelen met rugzakken en tentjes, die we 5 à 6 jaar later hebben meegemaakt. Zie in m'n blogarchief o.a. mijn stukje 'Tour du Mont Blanc' van 2 december 2009).

zaterdag, januari 10, 2015

Park Vliegbasis Soesterberg


De vroegere Vliegbasis Soesterberg heet nou dus Park Vliegbasis Soesterberg, en dat is een groot verschil. In tegenstelling met vroeger mag je nu overal vrijelijk rondlopen en fietsen. En ze hebben er bovendien een prachtig museum gebouwd naar een ontwerp van architect Dick van Wageningen van het Amsterdamse bureau 'Felix Claus Dick van Wageningen architecten'. Het NMM ofwel Nationaal Militair Museum is op 11 december 2014 officieel door koning Willem Alexander geopend. Vanuit het museum uitkijkend over het immense terrein van de vroegere vliegbasis, gingen mijn gedachten j.l. woensdag even vele jaren terug in de tijd. Naar de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen ik als tiener hier samen met mijn vader een vliegshow van de Koninklijke Luchtmacht bijwoonde. Toen demoteam 'Ruiten Vier' hier met Gloster Meteor's zijn vliegkunsten vertoonden, en Super Sabre's hard over de basis vlogen om vervolgens bijna loodrecht omhoog het zwerk in te vliegen. En die oorverdovende knal, toen een Amerikaanse Starfighter boven de basis door de geluidsbarrière ging. Bijzonder dat de top-waar van weleer, hier nu als antieke waar staat of aan het plafond hangt.



Indrukwekkend allemaal wat er aan generaties wapentuig staat en hangt, tanks, pantservoertuigen, kanonnen, helikopters, vliegtuigen, raketten, noem maar op. Naast dit indrukwekkende arsenaal, zijn er ook nog diverse themaruimtes waar het verhaal van de krijgsmacht wordt verteld. Persoonlijke verhalen van bijzondere mensen. Verder is er een interactieve speelzone voor kinderen die ze Xplore noemen. En op een wand met tientallen posters, kwam ik een oude bekende tegen, en wel het vrouwtje dat een kruisraket wegschopt. Het pakkende symbool van de anti-kernwapenbeweging in de jaren tachtig. Ik was tijdens de vredesdemonstratie op zaterdag 21 november 1981 één van de ruim 400000 demonstranten op het museumplein in Amsterdam. De spanningen en ontwikkelingen in de wereld van vandaag, leren ons jammer genoeg de noodzaak om een goed geoutilleerd leger in stand te houden. Eerlijk en verhelderend dat ze in het NMM de geschiedenis van alle kanten belichten. Het is een uniek museum op een bijzondere locatie!

vrijdag, januari 09, 2015

beeldende kunst/architectuur


Zondag j.l. Museum & Tuin 'De Buitenplaats' in Eelde bezocht en het 'Drents Museum' in Assen. Mooie exposities in mooie gebouwen!


Museum & Tuin 'De Buitenplaats': Expositie over organische architectuur.

Rond 1850 herleeft de natuur als exclusieve inspiratiebron voor architecten, stedenbouwers en ontwerpers in de zich razendsnel ‘verstenende en asfalterende’ leefomgeving. De neerslag hiervan is zicht- en voelbaar in stromingen als de Art Nouveau en de Organische Architectuur. De voortrekkers als Frank Lloyd Wright, Antoní Gaudí, Friedensreich Hundertwasser en in Nederland Alberts en Van Huut zijn internationaal bekend. De verbeeldingen van de wereld van hun dromen zijn museumwaardig maar weinig te zien, en bieden zowel een oogstrelend historisch overzicht als een prikkelende, al dan niet realiseerbare toekomstvisie.

Geen geschiktere plek lijkt me, dan het door Alberts en Van Huut ontworpen museum (1996). De expositie over organische architectuur sprak des te meer tot de verbeelding, omdat we in het verleden de werken van de voortrekkers ook in natura hebben gezien. Het 'Guggenheim Museum' (1939) in New York van Wright; de 'Sagrada Familia' (1882 tot heden) in Barcelona van Gaudi; het 'Hundertwasserhaus' (1985) in Wenen van Hundertwasser en o.m. de 'Isala' klinieken (2013) in Zwolle van Alberts en Van Huut.

De wandeling daarna door de museumtuin, naar een ontwerp van Janneke van Groeningen-Hazenberg en Copijn Utrecht, was ook prachtig.

'Drents Museum': Kazimir Malevich - De jaren van de figuratie.

De nadruk van deze expositie ligt op het latere en minder bekende werk van Malevich, dat hij vanaf 1928 tot zijn dood in 1935 maakte. Het is de meest onderbelichte periode uit zijn oeuvre. Dit komt onder andere doordat bijna zijn volledige nalatenschap na zijn dood via de erven Malevich in het State Russian Museum terechtkwam, en door het communistische systeem nauwelijks buiten Rusland bekend was. Na de ‘perestrojka’ kreeg zijn werk enige bekendheid.

In de expositie is de rijke stilistische ontwikkeling te zien die Malevich voorafgaand aan zijn figuratieve periode doormaakte. Aan de hand van enkele sleutelstukken werden we meegenomen in de diverse stijlperiodes van het impressionisme, symbolisme, kubisme en suprematisme. Hoogtepunt van deze inleidende serie werken is het abstracte werk 'Zwart Vierkant' (ca. 1923), dat als één van de bekendste werken uit de kunstgeschiedenis geldt. Vervolgens wordt de ontwikkeling van zijn figuratieve werk belicht en zijn renaissance portretten (vanaf 1933), waaronder zijn zelfportret (1933), krijgen ruim de aandacht.

Naast 60 originele schilderijen omvat de tentoonstelling een serie kostuums en ontwerptekeningen, die Malevich maakte voor de avantgardistische opera ‘Victory over the Sun’ (1913).

'Drents Museum': Kostbare eieren uit het Tsarenrijk.

De pracht en praal van de Russische hofcultuur rond 1900 wordt gesymboliseerd door één object: het ei. Niet zomaar een ei, maar een juweel: uitgevoerd in de meest kostbare materialen met unieke versieringen en vervaardigd door de beste juweliers. Een aantal topstukken op dit gebied, waaronder enkele Fabergé-eieren, hebben we in het Drents Museum gezien. Prachtig gemaakt allemaal, kunstig, maar desalniettemin een kunstvorm waar ik koud nog warm van wordt.

De prachtige en zeer kostbare Russische eieren, waaronder unieke ontwerpen van Karl Fabergé zijn afkomstig uit het Landesmuseum in Liechtenstein. Deze eieren worden nu voor het eerst buiten het nationaal museum in deze omvang getoond. Het absolute topstuk is het zogenaamde ‘Appelbloesem-ei’ van Fabergé uit 1901, gemaakt in opdracht van de rijke industrieel Alexander Kelch als geschenk voor zijn vrouw Barbara. Het ei werd gemaakt door Mikhail Perkhin, hoofdjuwelier bij Fabergé en is in kwaliteit vergelijkbaar met de eieren die Fabergé en Perkhin voor de keizerlijke familie maakten. De collectie bestaat verder uit honderden unieke eieren vervaardigd in verschillende technieken. Er was een ruime selectie van de meest bijzondere topstukken te zien. De collectie kostbare eieren vertelt het verhaal van de betoverende hofcultuur van het vooroorlogse Rusland en de artistieke verfijning en bloei die de kunstnijverheid op dat moment beleefde.

dinsdag, januari 06, 2015

dan huisje, boompje, beestje!


Eind jaren zestig van de vorige eeuw hebben J en ik een huis gebouwd. Een huis dat we ook zelf hadden ontworpen. (Zie ook mijn stukje 'architectuur' van 16 december 2009). Ik zat in het ontwerpvak, al was het nog pril, dus waarom niet? De rationele aspecten als budgetten en haalbaarheid hadden we goed overdacht, daar waren we snel uit. Wat dat betreft wisten we, waar we ons aan moesten houden. Maar architectuur is meer, veel meer, en is zeker niet simpel alleen binnen een rationeel denkkader te duiden. Het opstellen van het 'Programma van Eisen' voor ons eigen huis, ging ons dan ook minder makkelijk af. Pasklare antwoorden op de meer gevoelsmatige aspecten in een ontwerpproces liggen immers sowieso nooit voor handen. Uiteraard zijn we er met z'n tweetjes wel uitgekomen, en kon ik uiteindelijk beginnen met het ontwerp en de uitwerking ervan!

Evengoed was en bleef het een lastig proces om je eigen opdrachtgever te zijn. Ik ontwerp liever een huis voor iemand anders, dat kost me om de één of andere reden minder moeite. En we hadden het 'Programma van Eisen' nog wel zo goed doordacht. Ik bleef in het begin maar wijzigen, dan weer zus, dan weer zo. Een innerlijke zoektocht van formaat was het. Het was ook, hoe zal ik het zeggen, een zoektocht naar een min of meer tijdloos concept. Ontwerpen is een abstract denkproces, met als resultaat een vormgegeven klustering van strategieën en ideeën. Echter steeds maar weer bleek het ontwerpresultaat een paar dagen later weer vatbaar voor verandering. Ik bleef aan de gang. Maar op een gegeven moment bedacht ik dat dat eigenlijk maar zo moest blijven ook. Ik heb gewoon een punt achter de ontwerpfase gezet, het was goed zo. Maar met de wetenschap dat we straks een huis zouden hebben, dat in de basis en qua ruimtelijke vormgeving klopt, maar wat ons straks in gebruik nog wel eens bezig zal houden. Het was destijds trouwens een vrij bekend issue in de architectuur, dat een gebouw eigenlijk nooit af is. Onder invloed van het gebruik en de gebruikers, moet het tegen veranderingen kunnen.

Het eindresultaat van het ontwerp was er dan ook na. We hebben met onze kinderen 18 jaar in een prettig huis gewoond. Een huis waar het interieur op met name de begane grond, die praktisch uit één grote leefruimte bestond, om allerlei reden met plezier regelmatig in meer of mindere mate werd verbouwd!

vrijdag, januari 02, 2015

jarig met oliebol en appelflap!


Oudejaarsavond zouden we thuis met z'n tweetjes doorbrengen, maar door actuele ontwikkelingen in de familie pakte dat toch een beetje anders uit, en zaten we plots met z'n vijven en Teun, onze ouwe trouwe viervoeter. Het was er uiteraard niet minder gezellig om, integendeel. Er was genoeg gespreksstof en we hebben ons ook prima vermaakt met de oudejaarsconference 'Wat is de vraag?' van Youp van 't Hek. Maar zo rond een uur of elf begonnen Jeanne en Kim, onze kleindochters van resp. 18 en 16 jaar oud, zich voor te bereiden op fase twee zal ik maar zeggen van de overstap naar het nieuwe jaar, en wel de feestjes met hun vriendjes en leeftijdsgenoten. Zie ik er goed uit zo, was vaak even de vraag. Ja natuurlijk, jullie zien er nog goed uit al zou je in een jutezak gekleed gaan. Toe zeg nou! Nee, jullie zien er geweldig uit! Oké, dank je, en zo gingen ze na de champagne rond een uur of half één, samen met hun moeder, die ook maar gelijk naar huis ging, vrolijk de deur uit. Op naar het feest, dat waarschijnlijk wel tot de vroege ochtend zal duren, die zijn voorlopig nog niet thuis!

Alvorens de koffer in te duiken, hebben we met z'n tweetjes nog een tijdje naar muziek geluisterd, en hebben we nog een pikketanisje genomen op de verjaardag van Daan, onze kleinzoon. Onze gedachten gingen even 14 jaar terug, naar 1 januari 2001. Toen even na de jaarwisseling onze kleinzoon in het AMC in Amsterdam geboren werd, terwijl wij in Almere op zijn zusje pasten. We hebben die nacht, na het blijde bericht dat tijdens de bevalling alles goed verlopen was met moeder en zoon, evengoed praktisch geen oog dicht gedaan door de vele ambulancewagens die met loeiende sirene's door de nacht scheurden. In de vroege ochtend hoorden we op de radio wat er die nacht in café 'Het Hemeltje' in Volendam gebeurt was. Voor het vervoer van de slachtoffers en de vele gewonden moesten de ambulancewagens zelfs vanuit Almere worden opgetrommeld!


Het verloop van het cafédrama in Volendam.

Op oudejaarsavond gaan de jongeren in Volendam van gelegenheid naar gelegenheid. Een grote groep jongeren eet die avond bij de Amvo om vandaaruit rond middernacht de tocht langs de Dijk te maken en vrienden een gelukkig nieuwjaar te wensen. Anderen hebben zich al de hele avond in de Blokhut, de WirWar of Het Hemeltje op hun vaste plekken verschanst in afwachting van de traditionele nieuwjaarsdrukte.

Kort na 12 uur op 1 januari 2001 zitten de drie horecagelegenheden de Blokhut, de WirWar en Het Hemeltje stampvol. De jongeren lopen in en uit om vuurwerk af te steken en elkaar te begroeten. Op de enige trap naar de Het Hemeltje is er bijna geen doorkomen aan. In Het Hemeltje zijn dan 300 jongeren, ruim 3 keer meer dan waarvoor een vergunning is en nooduitgangen op berekend zijn. Vele bezoekers jonger zijn dan 16 jaar, die er eigenlijk helemaal niet in mogen. Voor de barmannen is het ondoenlijk op leeftijd te controleren. En omdat iedereen elkaar kent is er ook geen animo om de jonkies weg te sturen. Zo staan en zitten er rond 00.15 uur ook jongens en meisjes van 13, 14 jaar in Het Hemeltje aan de drank.

Geen verstandig mens gaat vuurwerk afsteken in een overvol café, maar niemand ziet een onschuldig sterretje als vuurwerk. Zo zou er al eerder in Het Hemeltje sterretjes in brand zijn gestoken en zou er na 12 uur sterretjes zijn uitgedeeld door de barmannen. Volgens de barmannen zelf zijn de sterretjes die avond in plastic tassen aangevoerd. Jongens in de buurt van de spiltrap delen sterretjes uit en steken ze aan. Een barman dempt het licht om de sfeer te verhogen.
Na de ramp trof men 78 opgebrande sterretjes aan in het café.

Om 00.30 uur steekt één van de jongens een heel pakje met sterretjes aan. Daar schiet een steekvlam uit en de jongen steekt het pak uit schrik omhoog, tegen de kerstversiering aan. De kerstversiering vlieg direct in brand. Een barman gooit een bak met ijs en water in de brand, die even tempert. Dan krijgt het vuur nieuwe zuurstof vanuit de ventilatieroosters in het plafond. In minder dan een minuut ontstaat er in de droge dennetakken een vuurbal die door het café schiet. De temperatuur loopt in de ruimte direct op tot 400 graden, op sommige plaatsen tot 900 graden.

De nylon netten waar de takken in hangen branden door. Brandende takken vallen op de aanwezigen. Iedereen probeert weg te komen, maar uitgangen zijn verstopt met mensen. Sommige nooduitgangen gaan niet open. Alle zuurstof in de ruimte wordt door de brand opgenomen, maar er is geen nieuwe aanvoer van zuurstof meer: Vrijwel direct na het ontstaan dooft de brand ook weer uit.

Er ontstaat grote paniek. De hitte, het gebrek aan zuurstof en de vele mensen die over elkaar vallen, maakt vluchten bijna onmogelijk. Buiten heeft men niet direct door wat er in Het Hemeltje aan de hand is, maar al heel snel klimt iemand op de luifel van de WirWar bar en begint de ramen van Het Hemeltje in te slaan. Er achter zitten tralies en daarachter verdringen zich mensen om uit Het Hemeltje te komen. De zuurstof die door de ramen naar binnen komt geeft lucht en koelte aan de slachtoffers die in de hete ruimte dreigden te stikken. Omdat de brand dan al helemaal gedoofd is veroorzaakt de nieuwe zuurstof toevoer geen branduitbreiding. Hij slaat de ramen precies op het goede moment in.

Vrijwel iedereen droeg feestkleding die uit smeltende kunstvezels bestaan. Ze hebben hete gassen ingeademd en er zijn vluchtende mensen over hen heen gedaverd. In de paar minuten dat de brand woedde zijn meer dan 200 mensen gewond, 10 van hen zo ernstig dat ze later aan hun letsel overlijden. 4 jongeren overlijden direct.
Een nooduitgang komt uit op het platte dak aan de achterzijde. Vandaar af springen mensen naar beneden en raken daarbij gewond.

Ik moet denken aan Jeanne en Kim, mijn lieve kleindochters die nu ergens aan het feesten zijn met al die vriendjes en enthousiaste leeftijdgenoten. Ik ga maar slapen en troost me met de gedachte dat ze in de uitgaanswereld en bij de brandweer en de overheid, veel van het Volendamse drama hebben geleerd. Wat kunnen we trouwens ook anders? Maar vanmiddag gaan we natuurlijk bij Daan op bezoek, en daarna met mijn broers, zussen en aanhang op nieuwjaarsbezoek bij onze oude moeder.

woensdag, december 31, 2014

tijd van afsluiten en loslaten!!


De jaarwisseling, vuurwerk, afscheid van het oude jaar, begroeting van het nieuwe jaar. Tijd van afsluiten, loslaten en opnieuw beginnen las ik ergens. Afsluiten, loslaten en opnieuw beginnen, klinkt poëtisch, wat houd het eigenlijk in? Is het dan meer dan simpelweg een jaar afsluiten, het volgens de hier gangbare jaartelling 2014e rondje om de Zon van moeder Aarde met de hele santenkraam, dat evenals alle jaren vóór 2014 precies 365,25 dagen heeft geduurd, zit er weer op. We laten het achter ons, en beginnen met z'n allen vrolijk aan een nieuwe ronde, het 2015e rondje om de Zon. (by the way, ons zonnestelsel is volgens Bartjens ca. 4,5 miljard jaar oud, moeder Aarde heeft er dus wel wat meer rondjes 'om de Zon' opzitten dan 2014) Maar goed, een simpelweg puur rationele duiding van een jaarwisseling, doet volgens mij afbreuk aan de symboliek. Daarom, een meer poëtische benadering is gewoon leuker, een beetje melancholisch terugblikken, en je verbazen over de tijd die zo snel gaat!

Het zeker binnen het christelijk deel van de natie bekende tobberige nieuwjaars-lied 'Uren, dagen, maanden, jaren' van Rhynvis Feith (1753-1824, zo ongeveer de uitvinder van het sentimentalisme in de Nederlandse literatuur) geeft wel aan hoe velen zich met de tijd en de schepper verhouden.

Uren, dagen, maanden, jaren
vliegen als een schaduw heen!
Ach, wij vinden waar wij staren,
niets bestendigs hier beneên!
Op de weg die wij betreden,
staat geen voetstap die beklijft.
Al het heden wordt verleden,
schoon 't ons toegerekend blijft.

Het hele lied, dat uit 6 coupletten bestaat, is een ode aan de schepper. Ode of niet, ik kan hier knap treurig van worden. Ik geloof niet, dus leef ik sowieso al op gespannen voet met de schepper, wie of wat dat ook zijn mag. Als ik dan lees tot welk soort tenenkrommend gezever de mens in staat is, hoewel het eerste couplet nog meevalt, wordt ik daar allesbehalve gelukkig van.

Trouwens over geluk gesproken, daar heeft Willem Wilmink (1936-2003) een prachtig gedichtje over geschreven dat 'Het menselijk geluk' heet. Het gaat als volgt:

De huur betaald.
De stoep geschuurd.
Een goeie visboer in de buurt.
Een meid die als ze naast je gaat,
loopt te zingen over straat.

Hoe simpel kan het zijn, maar van dit soort poëzie word ik gewoon heel blij. Ik ga dan ook mijn best doen om in het hele nieuwe jaar te leven in de geest van dit mooie kleine gedichtje!

zondag, december 28, 2014

stadswandeling in Harderwijk


Mooi weer vandaag, tijd voor een middagwandeling! Enkele minuten later liepen we langs het Wolderwijd naar de binnenstad. Op het Wolderwijd een dun vliesje ijs, maar ook volop leven, één en al gesnater, gegak en weet ik allemaal niet wat. Fantastisch, de honderden wintertalingen, ganzen, eenden en zwanen hadden kennelijk een feestje. Overdreven natuurlijk, maar met zo'n mooie dag zie ik het voorjaar al om de hoek. Terwijl de winter net begonnen is, enige bescheidenheid is in deze dus wel op z'n plaats. Maar door al dat gesnater om me heen laat het latente voorjaarsgevoel zich bij mij toch moeilijk temperen!

Natuurlijk hadden we ook een doel, en wel de expositie 'Visserstruien bij de Vleet' in het Stadsmuseum van Harderwijk. Dat ik in een museum nog eens naar truien zou gaan kijken had ik nooit kunnen denken. Een andere bestemming binnen loopafstand diende zich echter even niet aan, derhalve. Maar ik vond het bij nader inzien gewoon fascinerend, hoe textieldeskundige Stella Ruhe op haar speurtocht naar visserstruien, gedragen tussen omstreeks 1875 en 1950 en bijna uitsluitend nog zichtbaar op foto’s uit die periode, zestig unieke truien uit veertig Nederlandse vissersplaatsen heeft gevonden. Op basis van die oude foto’s heeft ze tel-tekeningen gemaakt, en de truien opnieuw gebreid of laten breien. En zo werd in combinatie met historische foto’s en originele gebruiksvoorwerpen van vissers, het visserijverleden middels truien op een verrassende wijze onder de aandacht gebracht.

Het gesnater op het water was tijdens onze wandeling terug nog immer van de lucht. Een euforisch gevoel maakte zich haast van ons meester, heerlijk, we kregen er niet genoeg van. Toen we thuis waren hebben we op onze geslaagde expeditie 'stadswandeling' dan ook maar weer eens een feestelijk pikketanisje genomen!

zaterdag, december 27, 2014

en voorbij zijn de Kerstdagen!


In het bijzonder door de bijdragen van m'n geliefde gastheren en -dames en overige tafelgenoten uit Harderwijk, Amsterdam en Zwolle, heb ik mij redelijk aan de me aanbevolen 'tien survivaltips kunnen houden. Het resultaat was er na, behoudens een korte periode van heftige animositeit op enig moment, heb ik me in goede gezondheid relax en gezellig door de kerstdagen heen kunnen werken. En daar wil ik mijn geliefden in kwestie nogmaals hartelijk voor danken!

Voor geïnteresseerden even de tien survivaltips op een rijtje a) Lach zo veel mogelijk b) Zoen en knuffel zo veel mogelijk c) Denk aan een ander d) Maak een ommetje e) Zet je verwachtingen niet te hoog in f) Serveer ook groente- en fruitsnacks g) Voorkom kruisbesmetting met voedselbereiding h) Gebruik kleine borden i) Eet langzaam en bewust j) Drink na elk glas alcohol een glas water.

Nu nog even de borst nat maken voor oudejaarsavond, en daarna gaan de dagen pas echt lengen. En voor we er goed en wel erg in hebben, zitten we weer gezellig in de tuin te barbecueën!

donderdag, december 25, 2014

de kerstvakanties van vroeger


Potkachel, fornuis, kookringen, brandhout, kloven, sprokkelen, dennenappels, kolenkit, pook, oprakelen, petroleumstel, bakhuis, duveltje, wasketel, wringer, carbid, Buisman koffiestroopbusje, maar bovenal geuren, klanken en beelden van weleer, de zintuiglijke elementen zal ik maar zeggen. Herinneringen uit mijn jeugd die bovenkwamen toen ik in 'Moet Kunnen' het nieuwste boek van Herman Pleij, waarin hij op zoek is naar een Nederlandse identiteit, op pagina 186 de volgende passage las: ...rond de potkachel. Alleen al door de kou kroop men dicht bij elkaar rond die bescheiden warmtebron, die ook nog eens nodig was voor het koken. En dan kwamen de verhalen los over de buitenwereld, die men tijdelijk had getrotseerd en zelfs overtroefd. Prachtig, het lijkt er overigens op dat mijn jeugdherinneringen, die zich in deze met name toespitsen rond logeerpartijen bij mijn grootouders tijdens de kerstvakanties, zich steeds vaker manifesteren naar mate ik ouder wordt. Geen onbekend fenomeen trouwens!

Mensen van boven de zestig zal ik maar zeggen, hebben meer herinneringen dan jongere mensen. Niet alleen omdat ze ouder zijn en meer hebben ervaren. Maar herinneringen komen kennelijk intenser en levendiger terug op latere leeftijd, en gaan tevens verder terug in de tijd. Wetenschappers, las ik ergens, noemen dit verschijnsel de reminiscence bumb (Het effect dat men meer persoonlijke gebeurtenissen herinnert uit de tienerjaren dan uit andere periodes in het autobiografisch geheugen.) Oudere mensen herinneren zich hun kinder- en tienerjaren meer en gedetailleerder. Zintuiglijke herinneringen schijnen daarin een grote rol te spelen. Herinneringen die gelinkt zijn aan een geur of een klank worden veel vaker herinnerd op latere leeftijd. Vaker dus dan herinneringen die in verhalen zijn opgeslagen.

Ik ruik, hoor en zie de beelden van weleer nog zo. De warmte van het fornuis in de grote woonkeuken, de lange ovale eettafel, in de schouw van alles aan het plafond, gerookte worsten, hammen en kruiden. Mijn oma achter het fornuis, gesis, knetterend houtvuur, gekletter van pannen en kookringen, gepruttel boven het petroleumstelletje. Ook een fornuis in het bakhuis voor oliebollen en dat soort dingen, maar verder werd het minder vaak gebruikt, daarentegen het hout gestookte duveltje onder de grote wasketel des te meer. En dan was er ook nog een wasbord en een wringer. Ik hield me graag bezig met het vuur op peil houden en de foerage d.w.z. hout kloven en sprokkelhout en dennenappels zoeken in het nabijgelegen bos. En het Buisman koffiestroopbusje was de hele kerstvakantie lang tussen de bedrijven door mijn carbidkanon, handiger dan zo'n grote melkbus. Na gedane arbeid was er naast de grote woonkeuken het knusse en warme leeskamertje met de potkachel, waarop meestal wel een ketel water stond te sissen voor koffie, thee of weet ik wat meer. Met rode oortjes hoorde ik dan de verhalen van de dag aan.

Mooie tijd, maar achteraf besef ik goed, dat mijn grootouders zich praktisch de hele dag bezig moesten houden met de meest basale dingen. Dat is tegenwoordig wel even wat anders!

dinsdag, december 23, 2014

't Kunstenaarsdorp Nunspeet.


Bijna twee maanden geleden, om precies te zijn op vrijdag 31 oktober j.l. is in Nunspeet het Noord-Veluws Museum geopend. Ik moet het nieuws en de ontwikkelingen in de regio toch eens wat beter gaan volgen, want ik wist tot voor afgelopen vrijdag van niets. We rijden met onze museumkaart stad en land af, terwijl er bij wijze van spreken vlak om de hoek ook een nieuw museum te bezichtigen is. Maar goed die tekortkoming hebben we inmiddels teniet gedaan.



In navolging op de beroemde 'School van Barbizon', een in Frankrijk ontstane kunststroming die de voorloper van het impressionisme wordt genoemd, ontstonden in de loop van 19e eeuw overal in Europa kunstenaarskolonies. Veel kunstenaars uit de grote steden trokken naar het platteland, om daar in de vrije natuur landschappen te schilderen in plaats van in een atelier. In Nunspeet en omgeving vormde zich eind 19e eeuw ook een dergelijke groep kunstenaars die zich vooral lieten inspireren door het impressionisme. D.w.z. dat hun werk meer een impressie was van het landschap, losser van toets met aandacht voor het licht en de kleur van het moment. Schilders die tussen 1890 en 1950 in Nunspeet en omgeving gewerkt hebben zijn o.a. Arthur Briët, Willy Martens, Edzard Koning, Jan van Vuuren, Ben Viegers, Jos Lussenburg, Jaap Hiddink en Chris ten Bruggen Kate. Het werk van deze schilders kenmerkte zich veelal middels het directe contact met de natuur en de uitbeelding van het dagelijkse leven.

Een groot deel van de tentoonstelling die we in het nieuwe museum hebben gezien is gewijd aan de Haagse schilder Ben Vliegers (1886-1947). Eén van de bekendste schilders die in Nunspeet vanaf 1938 tot aan zijn plotselinge dood in 1947 heeft gewoond en gewerkt. Prachtige schilderijen heeft hij gemaakt, helemaal in de lijn van het impressionisme. De puurheid van het landleven met z'n eenvoudige huisjes en hun bewoners in een losse toets opgezet. Ik las ergens dat zijn onderwerpen een geïdealiseerde authenticiteit weerspiegelen, die als tegenhanger diende van de toenemende industrialisatie met alle stedelijke hectiek van dien. Kan zijn, maar zijn werk is er niet minder mooi om. Ik vond zijn impressies na zoveel decennia een feest der herkenning en een lust voor het oog!

woensdag, december 17, 2014

Nederlandse kunsten in Parijs


Of 'Museum de Fundatie' sinds de spectaculaire uitbreiding van vorig jaar in de volksmond nou ruimteschip, ufo, oog of wolk wordt genoemd is niet relevant. Van belang is dat ze met het tonen van mooie en interessante tentoonstellingen doorgaan, in dit in de basis neoclassicistische gebouw van rond 1840. En dat doen ze in dit prachtige optrekje tot op heden naar mijn smaak zeer succesvol!

Behalve de expositie 'Van Turner tot Appel' een keuze uit eigen collectie, hebben we gisteren in de tentoonstelling 'The hour of the wolf' fraaie bronzen mensbeelden gezien op praktisch ware grootte van de Nederlandse beeldhouwer Lotta Blokker (Amsterdam, 1980). Verder hebben we 'Sluijters Grote Ooorlog' gezien, een hele serie interessante politieke oorlogsprenten die Jan Sluijters in de periode van 1915-1919 heeft gemaakt voor de Nieuwe Amsterdammer. De expositie portretten van de familie Craeyvanger, geschilderd door Gerard ter Borch, Caspar Netscher en Paulus Lesire in de periode tussen 1651 en 1658 was aan mij niet besteed. Daarentegen hebben we de meeste tijd van ons bezoek besteed aan de tentoonstelling 'Van Gogh tot Cremer' Nederlandse kunstenaars in Parijs, tijdens de periode eind 19e eeuw tot en met de jaren '50 van de vorige eeuw. Een prachtige expositie van schilderijen van en over Parijs uit een periode die later de naam 'La Belle Époque' zou opleveren!

Centraal in deze expositie staat de artistieke pelgrimage van Nederlanders naar Parijs, die eind 19de eeuw op gang kwam en duurde tot en met de jaren ’50. Honderden schilders, beeldhouwers en tekenaars uit Nederland – Vincent van Gogh, Kees van Dongen, John Rädecker, Piet Mondriaan, Charlotte van Pallandt, Karel Appel, Jan Cremer en vele anderen – verbleven in die periode voor korte of langere tijd in Parijs. Waar de een zich door de stad zelf liet inspireren, richtte de ander zich op de kunst van de internationale avant-garde. Bij terugkeer naar Nederland nam iedereen in zijn werk een stukje Parijs met zich mee. Daarmee geeft de tentoonstelling in de Fundatie behalve een overzicht van het Nederlandse modernisme ook een veelzijdig portret van Parijs als kunsthoofdstad van de wereld.

Alvorens huiswaarts te keren, hebben we na ons bezoek eerst nog een lekker kopje thee gedronken in 'Grandcafé Public' tegenover 'Museum de Fundatie', onder het toeziend oog van een aantal prachtige portretten, geschilderd door Henk Nijenhuis (Hellendoorn, 1965).

zondag, december 14, 2014

Mineralen van zee


Een proefmonstertje van 10 gram 'Schylgerzout', ofwel gerookt zeezout van Terschelling voor €.1,90 in een plasticzakje! Vergeleken met ongeveer dezelfde prijs voor 100 gram Jozo Grof zeezout in een navulbare molen, moet het sowieso iets exclusiefs zijn lijkt me. Maar dat terzijde, wat me echt intrigeerde in dit bericht was de term 'gerookt zeezout'. Dat ik op culinair gebied nog het één en ander te leren heb is evident, dat zal zo blijven ook. Zo was ik me van het bestaan en gebruik van 'gerookt zeezout' tot voor kort niet bewust. Maar dat was dus, inmiddels weet ik meer van dit bewerkte mineraal. En kan ik gezien de bewerkelijkheid van het één en ander ook meer begrip opbrengen voor de gepeperde prijs.

Het Schylger Zout of gerookt zeezout van Terschelling.
Dat Hans Ditzel één van de beste visrokers op het eiland en verre omstreken is wisten de meeste mensen wel, maar zout roken, daar hadden zij nog nooit van gehoord. Het begon in 2006: Hans was op het internet aan het zoeken naar zalmrecepten en kwam zalmtartaar met gerookt zeezout tegen van de nu 3 sterren kok Jonnie Boer uit Zwolle. Het gerookte zeezout trok mijn aandacht en ben mij hierin verder gaan verdiepen. Na een zoektocht van een halfjaar ben ik met de ontwikkeling van het SchylgerZout begonnen en in 2009 kwam het op de markt. Het gerookte zout met zijn milde aroma was meteen een succes. Vele combinaties van verschillende eilander houtsoorten gingen hieraan vooraf in dagenlange rooksessies. Mijn dank aan de vele klanten die aan de rook en smaaktesten hebben deelgenomen. Zij zijn eigenlijk de smaakmakers van dit ambachtelijk gerookte zeezout.
Het mineraalrijke hand geoogste Sel Gris de Guérande is de basis, daarover meer op deze website, en wordt met het enige zeilvrachtschip ter wereld de 'Tres Hombres' (draagvermogen 126 ton, lengte 32 m1, breedte 6,35 m1, diepgang 3 m1, voortstuwing 315 m2 zeiloppervlak) vanaf Bretagne naar Terschelling vervoerd. Op de rede van Texel werd het zout overgeslagen op de klipper 'Avontuur', die het laatste stuk over het werelderfgoed Waddenzee verzorgde naar Terschelling en afmeerde in de unieke natuurlijke baai Dellewal. Op onze verpakking staat dan ook: dit zout komt uit zee en overzee zonder uitstoot van co2. Schylgerzout is heerlijk op vis, vissalade's, pasta's, vegetarische en gegrilde gerechten, vlees, wild en kruidenboters. Nooit meekoken. Vis en vlees bestrooien en laten intrekken voor het bakken en grillen. Zie meer op site www.hetoldeambaecht.nl


'Uit een torenflat'
Is 'Sel Gris', al of niet gerookt al een delicieuze topper, dan is 'Fleur de Sel' excellent. Deze zoutsoort is één van de meest exclusieve soorten en wordt evenals 'Sel Gris' ook met de hand geoogst. Wanneer de temperatuur van het water en zoutbalans perfect is, ontstaat er kort en éénmalig een dun vliesje van zout aan de oppervlakte van het zeewater in de zoutpannen. Zoutpannen zijn speciaal voor winning van zout afgebakende stukjes zee. Toen ik foto's zag van deze zilte lappendekens deden ze me sterk denken aan het schilderij 'Uit een torenflat' van A. Addicks (Zie mijn stukje 'Kunst' van 3 januari 2007) Het fragiele zoutvliesje lijkt een beetje op bevroren water en ijsbloemen, vandaar de naam 'Fleur de Sel'. Het zoutvliesje wordt nadat het door de zoutwinners van Guérande, de z.g. paludiers, handmatig met behulp van een 'lousse' van het water is geschept, in de zon te drogen gelegd. De hoge prijs wordt niet alleen bepaald omdat het een zware en tijdrovende klus is, maar ook omdat er slechts één kilo zout per 35 m2 water wordt geoogst. 'Fleur de Sel' is ziltig van smaak, fijn van structuur en heeft een lichte viooltjesgeur. Als na de winning van de 'Fleur de Sel' het resterende zeewater in de ondiepe zoutpannen is verdampt, wordt de z.g. 'Sel Gris' van de bodem geschept en voor verdere bewerking te drogen gelegd. Uiteraard kunnen daar wat kleideeltjes e.d. bij zitten, vandaar de naam 'Sel Gris'.

woensdag, december 10, 2014

rivier in Afsluitdijk


Het is evident dat de Afsluitdijk voor waterbouwend Nederland al ruim tachtig jaar een icoon is, maar in die kringen i.v.m. de stijging van de waterspiegel ook permanente aandacht vraagt. Helemaal om een goed alternatief te vinden op het waanzinnige plan uit 2008 van de Deltacommissie o.l.v. Cees Veerman, om toe te staan dat het waterpeil in het IJsselmeer met 1,5 meter mag stijgen. (Zie in dit verband mijn stukjes 'Afsluitdijk II' van 12 maart 2011 maar ook het eerdere stukje 'Afsluitdijk' van 5 oktober 2008)
Echter niet alleen waterbouwend Nederland houdt zich op de één of andere manier met de dijk bezig, er zijn veel meer groeperingen en organisaties die zich met het verleden, heden en toekomst van deze beroemde 'streep door de zee' bemoeien. Een willekeurige greep uit het arsenaal van bemoeienissen: de landelijke- en provinciale politiek, milieuorganisaties, energiebedrijven, Waddenvereniging, Stichting Verantwoord Beheer IJsselmeer, Vereniging Vaste Vistuigvissers Noord en Sportvisserij Nederland. En het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen besteed de laatste jaren ook regelmatig aandacht aan de Afsluitdijk. (Zie o.m. mijn stukjes 'Zuiderzeemuseum' van 18 februari 2007 en last but not least 'rond het land van Leeghwater' van 8 december j.l.)

de 'Resonator'
Plannen en nog eens plannen, zonder gaat het uiteraard ook niet. Maar nu gaat er binnen afzienbare termijn ook iets gebeuren. Bestuurders die verantwoordelijk zijn voor de Afsluitdijk hebben geld gereserveerd en opdracht gegeven voor de realisatie van de z.g. 'Vismigratierivier' nabij de sluizen van Kornwerderzand. Dat is mooi, kunnen de vissen straks middels een doorsteek en een kilometers lange rivier aan beide zijden van de dijk naar hun paai-, leef- en opgroeigebieden zwemmen. Ik vraag me overigens af of dit plan mogelijk niet te combineren is met de z.g. 'Resonator' (Zie hiervoor genoemd stukje 'Afsluitdijk II'). Maar daar was het naar alle waarschijnlijkheid nog te vroeg voor, dat soort plannen vergt doorgaans een echt lange onderzoeksperiode. Maar goed, hoe dan ook, met de Vismigratierivier wordt een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan de 82 jarige Afsluitdijk, ons nationale icoon! Inderdaad een inspirerend voorbeeld van hoe natuur, economie en waterveiligheid hand in hand kunnen gaan. Niet langer vechten tegen, maar samenwerken met de natuur voor een betere visstand. Dát is, aldus de Waddenvereniging en diverse andere groeperingen en organisaties, met recht een doorbraak te noemen!

maandag, december 08, 2014

rond het land van Leeghwater


Met 'Het land van Leeghwater' (Jan Adrz. Leeghwater 1575-1650) in Noord-Holland worden 6 polders bedoeld t.w. de Beemster (1612), de Purmer (1622), de Heerhugowaard (1625), de Wormer (1626), de Schermer (1635) en de Starnmeer (1643). Het is zo'n beetje de middenmoot van Noord-Holland. Grofweg kan je stellen dat het grootste deel van 'Het land van Leeghwater' zich ongeveer binnen het rondje Enkhuizen, Alkmaar, Bergen, Bergen- en Egmond aan Zee, Schagen, Medemblik en Enkhuizen bevindt.
Vrijdag en zaterdag waren de enige dagen van afgelopen weekend dat we de zon een beetje hebben gezien. Dat we ons toen juist in 'Het land van Leeghwater' bevonden was puur mazzel. De verre horizonten, de rechte lijnen, de molens, de boezemwateren, alles gevat onder het mooist denkbare zwerk. De majestueuze wolkenluchten, we werden er stil van. Hoe kan je dit moois ook omschrijven, woorden schieten vaak tekort. Er schoot me een gedicht te binnen van Rudger Kopland (1934-2012) t.w. 'Wandeling' uit zijn bundel 'Aan het grensland' uit 2009.

Wandeling.

Onze gesprekken werden langzaam
onze vragen beantwoordden we met kijken
naar de langzame wereld om ons heen

de dorpen en landerijen in de diepte
de vogels bijna verdwijnend in de hemel

we gingen zitten kijken naar deze prachtige
onverschilligheid van de wereld
naar de overbodigheid van onze vragen.


Maar goed we hebben natuurlijk ook meer gedaan dan alleen kijken. Alhoewel, door 'Museum Kranenburgh' in Bergen liepen we bepaald ook niet met onze ogen dicht, evenmin als in het 'Zuiderzeemuseum' in Enkhuizen. Prachtige tentoonstellingen waren het, om te beginnen in Bergen met de expositie 'Lucebert. Thuis in Bergen'

Lucebert (1924-1994), pseudoniem van Lubertus Jacobus Swaanswijk, is bekend als één van de grootste Nederlandse kunstenaars van de 20e eeuw. Onsterfelijk is zijn uitspraak 'Alles van waarde is weerloos'. De tentoonstelling 'Lucebert. Thuis in Bergen' laat niet alleen een enorme hoeveelheid van zijn kunst zien, maar ook hoe dat tot stand kwam, hoe hij werkte. Wat ging er om in het hoofd van Lucebert? In 'Museum Kranenburgh' hebben ze bijvoorbeeld zijn atelier levensecht nagebouwd. Hoezo al twintig jaar dood, het is of Lucebert even een boodschap doet, en zo weer terug is om verder te gaan met zijn werk. Het is ook een beetje een interactief atelier. Je kan als bezoeker bijvoorbeeld gaan zitten en een boek uit de kast pakken, een plaatje draaien of in de geest van de kunstenaar zelfbedachte woorden en gedichten gaan schrijven. Een mooie impressie van de plek waar Lucebert zijn experimentele universum schiep en zijn lokale en (inter)nationale kunstenaarsvrienden en familie ontving!

De wandelingen door Bergen en over het strand bij Egmond aan Zee waren heerlijk, trouwens evenals onze cafébezoekjes her en der. En aan Hotel-Restaurant 'Marijke' aan de Dorpstraat in Bergen mankeerde ook niks, we hebben daar goed gegeten en er geslapen als een os.

In het 'Zuiderzeemuseum' in Enkhuizen hebben we de tentoonstelling 'Nederland in 7 overstromingen – De Zuiderzee' gezien. De tentoonstelling is het verhaal van Nederland en de strijd tegen het water, vroeger (ook de tijd van Leeghwater dus) nu en in de toekomst. De tentoonstelling gaat bijvoorbeeld in op de overstroming van 1916 die voor het Zuiderzeegebied grote gevolgen had. Vanwege het aantal slachtoffers en de materiële schade, maar bovenal doordat deze overstroming de directe aanleiding vormde voor het afsluiten van de Zuiderzee. De aanleg van de Afsluitdijk in 1932 herinnert aan de gevaren van het water en de gebeurtenissen in 1916. Aan de hand van filmbeelden, geluidsfragmenten en objecten waanden we ons in een gebied dat net overstroomd was. Middels foto’s en prentbriefkaarten werd de overweldigende omvang van de ramp in beeld gebracht. De indrukwekkende verhalen van de mensen versterkten de beleving van de gebeurtenissen en hadden veel impact op de sfeer. De vele prachtige schilderijen van J.H. van Mastenbroek (1875-1945) over de aanleg van de Afsluitdijk hadden we hier overigens al eens eerder gezien. (Zie o.a. mijn stukje 'Zuiderzeemuseum' van 18 februari 2007).

Het zal duidelijk zijn dat we de rit terug naar huis over de strakke lijn van de Houtribdijk of Markerwaarddijk (1976), qua plaatje helemaal binnen de sfeer van de afgelopen twee dagen vonden passen.