woensdag, mei 28, 2008

Beelden in Gees



Onlangs waren we in Drenthe nabij het plaatsje Gees. Daar ligt midden in een weids en verstild agrarisch landschap kunstgalerie 'Dehullu' en een beeldentuin van ongeveer zeven hectare groot. 'Beelden in Gees', een prachtig aangelegde tuin met wisselende exposities van diverse kunstenaars uit binnen- en buitenland. Het deed mij een beetje denken aan 'Insel Hombroich' een landschapspark dat we vorig jaar hebben bezocht in het Ruhrgebiet nabij Neuss, al is dat park wel veel ruiger en ruim drie keer zo groot.

Maar 'Beelden in Gees' vind ik ook bijzonder, heel bijzonder zelfs zo'n aangelegd kunstpark midden in een agrarisch landschap. Beelden van gietijzer, draadstaal, aluminium, kunststof, hout en keramiek, teveel om op te noemen. Opvallend vond ik ook een groot abstract, door de wind beweegbaar sculptuur van metaal rond de vijverpartij van Hein Mader (1925) en een labyrint van veel kleurige lappen, monumentale textiel noem ik het maar van Anje Wubs (1946), poorten waar we zo doorheen konden lopen. Het mooie is vind ik, dat door de grote ruimte hier alles zo goed tot zijn recht komt. Het kunstwerk 'The sky is the limit' van Eugène Terwindt, een aluminium ladder van 23 meter hoog ergens in het park, spant hierin volgens mij wel de kroon.

In de galerie vielen mij de prachtige schilderijen van Angenelle Thijssen (1961) op. Maar ook veel glazen en metalen kunstobjecten, en natuurlijk niet te vergeten een uitgebreide afdeling keramiek. Boeiend allemaal, ik weet haast wel zeker dat ik hier in een ander seizoen nog wel eens een keertje terug kom.

maandag, mei 26, 2008

A wedding day



Zaterdag trouwden N en J in de voormalige Begijnhofkapel, het sfeervolle kerkje dat al sinds 1607 de 'Engelse Kerk' wordt genoemd omdat het in dat jaar van de gemeente Amsterdam moest worden afgestaan aan Schotse en Engelse calvinisten in de stad, die destijds niet tot de Engelse staatskerk wilden toetreden. Het kerkje was volgens mij tot aan de laatste plaats bezet met familie, vrienden en bekenden van het bruidspaar. Diffuus zonlicht dat door het gekleurde 'glas in lood' raam achter het bruidspaar, met daaronder de tekst 'Create in me a clean heart, O God' naar binnen sijpelde, leverde een bijzondere bijdrage aan de sacrale sfeer in het kerkje. Een betere ambiance was voor de trouwdienst van N en J, die als motto de bijbeltekst Prediker 9:9 had, naar mijn gevoel niet of nauwelijks denkbaar geweest.

Om te kunnen proosten op het nieuwe paar werden we met z'n allen na de dienst in het IGC op de Dam verwacht. De gezellige wandeling via het Amsterdams Historisch Museum en de Kalverstraat, paste naar mijn smaak door het prachtige weer prima binnen het kader van de verdere feestelijkheden voor die dag. Evenals het unieke uitzicht vanuit de 'Industrieele Groote Club' op het zonnige gekrioel van alle mensen rond en op de Dam dat deed. Een unieke ontmoetingsplaats en een fenomenale locatie om te proosten!

"De Soeverein" een in 2005 tot piratenschip omgebouwde tanker, was ons volgende adres. Afgemeerd aan de Javakade in het oostelijk havengebied, lag dit geheel naar eigen inzichten opgebouwde feestschip, geïnspireerd door de spiegelretourschepen uit de Gouden Eeuw, te wachten op alle in piratendress gestoken feestgangers. In het begin was iedereen nog even een beetje verkennend bezig op het bijna 60 meter lange schip, maar gaandeweg begonnen de spiritualiën hun werk te doen en werd het een vrolijke boel. Al was het natuurlijk so wie so al lachen met al die malle zeerovers attributen waar iedereen zich, tot aan het bruidspaar toe, mee had getooid. Na de barbecue gingen zowaar de trossen los en ging het, tegen de ondergaande zon in een tijdlang richting IJmuiden. De silhouetten van masten, verstagingen en mensen tegen het af en toe prachtig rood gekleurde zwerk, het was een plaatje. Nadat we een zeegaand vrachtschip voorbij hadden laten gaan, keerden we halverwege het Noordzeekanaal om. Vanuit het binnenste van het schip klonk het feestgedruis vaag door tot hoog op de campagne, wat een sfeer!

Rond middernacht lagen we weer afgemeerd aan de Javakade. Voor ons zat het er toen wel zo'n beetje op, want we moesten nog wel een eindje rijden. Ik vond het in alle opzichten een prachtige en feestelijke dag, en ik denk dat ik daarin niet de enige was. Alhoewel toen de bruidegom mij vertelde dat hij met zijn bruid lekker gingen zeilen in het Caribisch gebied werd ik wel even stinkend jaloers. Desalniettemin heb ik ze daar natuurlijk wel een paar prachtige wittebroodsweken toegewenst.

woensdag, mei 07, 2008

Schotland



Vier mannetjes met een gemeenschappelijke interesse voor van alles en nog wat maar in het bijzonder voor architectuur en industriële vormgeving. Heerenleed 2008, op excursie naar Schotland vanaf dinsdagmiddag 29 april t/m maandagochtend 5 mei j.l. Een rondje dat begon en eindigde in het Engelse Newcastle op ca. 120 km ten zuiden van de Schotse hoofdstad Edinburgh.



Rond zes uur 's avonds vertrokken we met de M.S. 'King of Scandinavia' uit IJmuiden, om vervolgens ca. veertien uur later 's morgens om negen uur plaatselijke tijd (we hadden ons klokje inmiddels een uur terug gezet) in Newcastle van boord te rijden.
In begin is het links rijden even wennen vooral bij rotondes, maar na een paar uurtjes ben je al aardig aan het verkeersbeeld gewend. We nemen een kustroute naar Edinburgh die ons zoveel mogelijk over binnenweggetjes voert, met fraaie uitzichten op zee en het prachtige landschap. In Bamburgh bekijken we het enorme 'Bamburgh Castle' en via een getijdenweg (bij hoogwater onbegaanbaar) rijden we naar 'The Holy Island of Lindisfarne' en kijken daar een poosje rond. Na dit alles te hebben gezien nemen we voor het laatste stukje naar Edinburgh maar de snelste route, om nog een beetje tijdig een hotel te kunnen regelen. Dat blijkt geen probleem te zijn, dicht in de buurt van de 'Old Town' vinden we in de Grove Street bij de 'Fountain Court Group' een appartementje voor de nacht.

Te voet gaan we daarna de binnenstad in, kijken wat rond, drinken in een aardige kroeg een paar pinten bier en eten een eindje verderop 'Haggis', een typisch Schots gerecht dat volgens wikipedia al door de oude kelten werd gegeten. Van de wetenschap wat erin zit en hoe het gemaakt wordt raakte ik bepaald niet in een juichstemming, maar het was er daardoor niet minder lekker om! Begeleid door het sfeervol verlichte 'Edinburgh Castle' hoog op de rots, wandelden we vervolgens terug naar ons appartement, het was bedtijd.

De wandeling de andere morgen voerde ons langs diverse projecten in de stad, maar in het bijzonder naar het controversiële Schotse Parlementsgebouw, dat naar een ontwerp van de spaanse architect Enric Miralles in 2004 is opgeleverd. Maar voordat we ons in het gebouw mogen en kunnen begeven worden we eerst gecleand, bij de entree worden we separaat aan de inhoud van onze zakken door de scanner geleid. We komen er goed doorheen en even later wonen we een poosje vanaf de publieke tribune in de grote zaal, een plenaire vergadering mee van het Schotse Parlement. Maar behalve dat we de zaal nu functioneel in gebruik zien en beleven, kijken we natuurlijk ook rond hoe het één en ander is gemaakt. Het is een prachtige en sfeervolle zaal, maar de ingewikkelde knooppunten van de imposante houten draagconstructies boven ons hoofd dwingen pas echt respect af.

Na dit bezoek gaan we per taxi terug naar onze eigen auto, om vervolgens via een route door de 'Highlands of Scotland' naar een volgende pleisterplaats voor de nacht te rijden, maar zover zijn we voorlopig nog niet. We rijden noordwaarts via de haven, waar we nog even een blik werpen op de 'Britannia' die daar sinds 1998 ligt. Het is het jacht waarmee de Britse koninklijke familie ruim veertig jaar mee over de wereldzeeën heeft gevaren. Een eindje verder lunchen we in cafe 'The Rail Bridge' met een mooi uitzicht op de prachtige en wereldberoemde spoorbrug uit 1890 over de 'Firth of Forth'. We rijden na de lunch over een toch ook wel indrukwekkende parallelle verkeersbrug, gebouwd in de jaren zestig van de vorige eeuw, naar de overkant, en volgen daar nog een tijdje een prachtige kustroute richting St. Andrews en Dundee. In Dundee bekijken we bij Ninewell's Hospital een wonderschoon projectje van architect Frank Gehry uit 2004, het 'Maggie's Cancer Caring Respite Centre', een paviljoenachtig gebouwtje op een heuvel waar ze het leven voor kankerpatienten in gevorderd stadium zo draaglijk mogelijk proberen te maken. Vervolgens rijden we richting Perth en Crieff via een route die ons gedeeltelijk door de Highlands voert, we zien de besneeuwde bergtoppen in de verte voor ons, die rond de 1100 meter hoog moeten zijn. Als we in Crieff zijn aangekomen, vinden we het mooi geweest voor deze dag, en gaan we op zoek naar een eet- en slaapgelegenheid. Beiden vinden we in het 'Yann's at Glenearn House' een groot oud Victoriaans huis, dat is ingericht voor B & B maar waar we ook kunnen dineren.

De volgende morgen rijden we door een prachtig landschap richting Glasgow. Onderweg bezoeken we even de door 'Famous Grouse' overgenomen whisky distilleerderij van 'Glenturret', Scotland's Oldest Distillery uit 1775, en in Helensburgh bezoeken we 'De Hill House', een villa, compleet met inrichting in 1904 ontworpen door de Schotse architect Charles Rennie Mackintosh (1868-1928). Het was voor mij een beetje een feest der herkenning, want ik had 'De Hill House' ook in 1973 al eens bezocht. Als we Glasgow binnen rijden, zoeken we eerst weer een plekje voor de nacht. Die vinden we in 'The Sandyford', een hotel dat praktisch in het centrum ligt. We wandelen vervolgens een paar uurtjes door het centrum van de stad, en bekijken hier en daar een paar meer en minder bekende gebouwen. Gezellig kun je het grootste deel van het centrum van Glasgow niet noemen. Een uitzondering is de Ashton Lane, een kort straatje waar veel studenten samen komen en waar veel kroegen en eethuisjes zijn te vinden. Hier hebben we in de 'Ubiquitous Chip' prima gegeten. Na op een verwarmd terras nog een laatste pint te hebben gedronken, was het wel weer tijd om op één oor te gaan.

De andere dag hebben we 'The Glasgow School of Art', 'The Willow Tea Rooms' en nog een paar meer of minder bekende projecten van wijlen Mackintosh in Glasgow bekeken. Ook 'The Glasgow School of Art' had ik al eens in de jaren zeventig gezien, vooral de fraaie en bijzondere inrichting van de bibliotheek in dit gebouw stond mij nog helder voor de geest. Verder hebben we in een een open dubbeldeks bus nog een citytour gedaan door de stad, en toen was het weer tijd om op te stappen. Even ten zuiden van Glasgow in het plaatsje Falkirk hebben we 'The Falkirk Wheel' in werking gezien. Deze in 2002 geopende unieke roterende scheepslift, verbindt het Forth & Clyde Canal met het Union Canal, een hoogte verschil van ca. 25 meter. Een bijzonder bouwwerk! Na dit bezoek gingen we verder zuidwaarts, richting Carlisle. Even buiten het plaatsje Selkirk dat nog net in Schotland ligt, vonden we weer een plaatsje voor de nacht. 'Philipburn' hete het deze keer, een Country House Hotel & Restaurant. We eten en slapen er heerlijk. Leuk was ook, dat we 's avonds van de eigenaar in de lounge, op een heel plastische wijze uitgebreid tekst en uitleg kregen over de verschillende whisky soorten in zijn land.



De laatste dag rijden we door een prachtig glooiend landschap via allerlei boeren landweggetjes met veel te openen hekken en ondiepe beekjes, richting 'Hadrianus Wall'. Een door de gelijknamige Romeinse keizer aangelegde muur omstreeks het begin van onze jaartelling ter versterking van de grens. Grote gedeelten van de ca. 117 km lange muur, die van west naar oost loopt, zijn in de tijd onzichtbaar geraakt, maar toch is er ook wonderlijk veel van de muur en de bijbehorende forten in de loop van de eeuwen bewaard gebleven. Het museumpje in Corbridge met bijbehorend buitengebiedje gaf een goed beeld van de leefwijze hier in de Romeinse tijd.
Alvorens we ons melden bij de boot (vertrektijd 17.30 uur plaatselijke tijd) die ons weer naar IJmuiden moet brengen, bekijken we in Newcastle aan de oevers van de rivier de Tyne nog een paar projecten in het dynamische Gateshead gebied t.w. de 'Gateshead Millenium Bridge' een prachtige voetgangers-en fietsbrug uit 2001 van architect Wilkinson Eyre die in 2002 werd bekroond met de hoge RIBA Stirling Prize. Maar ook het 'Baltic Mills Gateshead', een tot kunstcentrum omgebouwde meelfabriek uit de jaren 1950, naar een ontwerp van architect Ellis Williams dat in 2002 is geopend, en het futuristische muziekcentrum 'The Sage Gateshead' van architect Norman Foster, dat daar in 2004 werd geopend, was de moeite van het bezichtigen meer dan waard.

Op het laatst moesten we ons nog een beetje haasten om op tijd voor de check-in (16.45 uur) voor de afvaart te komen. Maar dat ging allemaal voorspoedig, en voor dat we er eigenlijk goed en wel erg in hadden zaten we ineens weer op de boot naar huis. Nog één nachtje op zee restte ons van het einde van een prachtige HL trip!

maandag, april 28, 2008

Alte Musik



Antonio Vivaldi (1678-1741), Arcangelo Corelli (1653-1713), Francesco Geminiani (1687-1762) en Giovanni Platti (1692-1763). Als dat geen ouwe jongens zijn dan weet ik het niet meer! Samen hebben ze heel wat composities op hun naam staan. Een deel daarvan, zoals bijvoorbeeld de delen Largo-Allegro-Largo-Allegro molto en Adagio van het Konzert d-moll fur 2 Oboen (F VII, Nr. 9, RV 535) van Vivaldi, werd gistermiddag in de grote zaal van theater 'Orpheus' ten gehore gebracht door het barokke muziekgezelschap 'Akademie fùr ALTE MUSIK Berlin' uit Berlijn.



Volgens mij, en naar het applaus te oordelen ook volgens de vele andere bezoekers, werden de diverse stukken op authentieke instrumenten als viool, hobo en klavecimbel virtuoos gebracht.

Na afloop hebben we bij onze vrienden R en H in Putten heerlijk gegeten, nadat we eerst nog een poosje in hun prachtige tuin hebben zitten borrelen

woensdag, april 23, 2008

streetdance



Volgens mij is Jeanne maar een druk baasje. Gisteren was het fluiten geblazen, vandaag was het de stoere streetdance en morgen een spreekbeurt over leeuwen. En dan wordt er heb ik begrepen ook nog paard gereden, getennist en heen en weer gereist. Ik vind het behoorlijk veel wat ze doet, het is eigenlijk ook geen wonder dat we haar niet zo vaak meer zien. Maar goed, vandaag hebben we haar zien optreden in een streetdanceuitvoering met een aantal leeftijdgenoten in 't Klooster.

Toen ik door C werd uitgenodigd associeerde ik streetdance even met het in mijn ogen kolderieke linedance. Maar dat was een foutje, streetdance is heel wat anders, veel vrijer en expressiever, het is een heel coole manier van dansen. De streetdancers dansen op rap-muziek in makkelijk zittende wijde kleren. Een goede manier om te leren heel bewust met je lichaam om te gaan, erg gezond ook lijkt me. Ik moest trouwens ook wel een beetje denken aan de musical West Side Story, toen ik ze zo bezig zag.



dinsdag, april 22, 2008

fluiten



Toen we vanmiddag binnen kwamen in de muziekschool, waren ze net begonnen. Jeanne en drie mede fluiters keurig in het gelid achter de standaards, en hun muzieklerares en begeleider achter de piano. We mochten deze keer de muzikale vorderingen op de dwarsfluit bijwonen van Jeanne en haar mede leerlingen. Alsof de tijd heeft stilgestaan! Ruim vijfentwintig jaar geleden stonden daar op dezelfde plaats een jongentje en meisje van ongeveer dezelfde leeftijd hevig hun best te doen. De één met een gitaar en de ander met een clarinet.



Eén voor één werden de dwarsfluiters door hun lerares in de gelegenheid gesteld, om hun eigen favoriete stuk onder haar pianobegeleiding te fluiten. Als dat dan was gebeurd floten ze het stuk nog een keer, maar dan met z'n vieren. Zo kregen we niet alleen een aardig beeld van hoever ze al op de dwarsfluit waren gevorderd, maar uiteraard ook van wat ze daar aan muzikale leerstof kregen voorgeschoteld.

Musicerende mensen en kinderen in het bijzonder, raken altijd de gevoelige snaar in mij. Wat dat is vind ik moeilijk verklaarbaar, maar op de één of andere manier ontroerd muziek mij praktisch altijd. Mogelijk ligt de verhaallijn en de melodie van wat er wordt gebracht aan deze geestesgesteldheid ten grondslag. Maar de oorzaak van de emotie kan evengoed worden gezocht bij de gevoelens die worden opgeroepen wanneer je mensen ziet, die stuk voor stuk zo hun stinkende best doen om samen iets moois ten gehore te brengen.

Het zou heel mooi zijn als Jeanne haar hele leven muziek blijft maken!

maandag, april 21, 2008

Kunst op Schokland



Elk jaar gaan we zeker wel een paar keer wandelen op het voormalige Zuiderzeeeiland Schokland. Een eiland dat sinds het droogvallen van de Noordoostpolder in 1942, "een eiland op het droge" is. Maar toen Schokland nog een echt eiland was, was het er doorgaans verre van droog. Het eiland stak zo weinig boven de zeespiegel uit, dat elke storm uit welke richting dan ook, zorgde voor een hoop ellende. In de 18e en 19e eeuw werd het leven op het eiland door landafslag uiteindelijk zo problematisch, dat het op last van Koning Willem III in 1859 werd ontruimd. Maar dat is een stukje geschiedenis, nu in onze tijd is het voormalig eiland zo bijzonder bevonden, dat het in 1995 door de UNESCO is aangewezen als Werelderfgoed.

Museum Schokland ligt op de Middelbuurt, één van de laatste drie woonterpen halverwege het eiland. In het museumkerkje zagen we de tentoonstelling 'Als de lente komt ....' een expositie van tulpenhoedjes van Anneke Langenberg. De hoedcreaties van haar genieten landelijke bekendheid volgens de informatie, aan prijzen op dat gebied heeft ze dan ook al het één en ander gewonnen. Maar ook buiten de hoedenwereld kreeg ze bekendheid, er werd in 2006 zelfs een nieuwe tulp naar haar vernoemd: de Anneke Langenberg tulp. En dat heuglijke feit heeft haar gebracht tot het ontwerpen van een serie hoeden genaamd 'Als de lente komt ....' Prachtig, ondanks dat ik niet veel met hoeden heb, leverde de expositie toch ook bij mij een bijdrage aan het ultieme voorjaarsgevoel.

Behalve de vaste tentoonstelling van diverse bronzen beelden op het erf, en de in vitrines getoonde archeologische vondsten uit de polder, zoals skeletten en beenderen van (pre)historische mensen en dieren, delen van oude schepen en gereedschappen, vistuig alsmede een boeiende en informatieve film over het eiland, was er ook een expositie te zien van een aantal schoolplaten van de bekende J.H. Isings (1884-1977). De historische platen van deze illustrator brengen, ook al zijn ze qua tekentechniek erg gedateerd, de geschiedenis van Nederland nog steeds tot leven.

Toen we het na een paar uurtjes wel weer hadden gezien en terug liepen naar de parkeerplaats, lagen de Lakenvelders in het weiland verderop nog steeds op dezelfde plek. Gezellig samen te herkauwen, net als de dichter bij gelegen geiten jong en oud.

verborgen topstukken



In 'Museum Jan van der Togt' in Amstelveen hebben we afgelopen zaterdag de tentoonstelling 'Verborgen topstukken uit het nalatenschap van Anton Heyboer' gezien.
De in 2005 overleden kunstenaar heeft aan het eind van zijn leven meer kunst gemaakt dan een mens voor mogelijk houdt. Veel daarvan ging meteen de container in, als oudedagsvoorziening voor zijn vijf bruiden Lotti, Maria, Joke, Marike en Petra Heyboer. Ik heb Anton op TV wel eens aan het werk gezien, het was alsof hij aan de lopende band stond. Met een besmuikt lachje bekende hij dat de meeste energie nog in het signeren van zijn tekeningen en schilderijen ging zitten.

Desalniettemin wordt hij gezien als één van de meest originele kunstenaars die Nederland heeft voortgebracht. En dat hij nog steeds goed verkoopt, hebben we zaterdag met eigen ogen kunnen aanschouwen. Behalve een behoorlijk aantal geïnteresseerden bij de balie, waren volgens mij de meeste tentoongestelde schilderijen en tekeningen van 'Vinkeveners', 'kippen' en 'bootjes op mospapier' voorzien van een rode stip d.w.z. verkocht.

Mij kan de kunst van Anton Heyboer niet meer boeien, ook al vind ik sommige etsen en tekeningen van zijn vroegere werk nogwel interessant en zelfs mooi. Maar de schaamteloze kitsch die hij met name de laatste decennia om den brode bij elkaar heeft gekwast, vind ik alles behalve interessant. Eigenlijk vind ik het helemaal niks meer, ondanks de oorspronkelijke filosofie die aan zijn werk ten grondslag heet te liggen.

In de Amsterdamse binnenstad hebben we vervolgens een kijkje genomen in het in de Prinsengracht gelegen woonbootmuseum. Het museum is gevestigd op de 'Hendrika Maria' een voormalig zeilend bedrijfsvaartuig gebouwd in 1914. Aan boord kregen we een aardig beeld van deze voor Amsterdam zo bekende woonvorm. Na nog een paar drankjes te hebben genuttigd in cafe "De Eland" tegenover het woonbootmuseum en een hapje bij "Casa Peru" hoek Leidsegracht-Prinsengracht was het weer mooi geweest. Een uurtje later zaten we thuis voor de buis naar Paul de Leeuw te kijken.

dinsdag, april 15, 2008

"Pesakerdal"



In het buurtschapje "Pesaken" op ongeveer 1,5 km buiten het centrum van Gulpen ligt "Pesakerdal", een groot vakantiehuis dicht bij kasteel "Neubourg". Vanaf vrijdagmiddag tot ongeveer zondagavond waren we daar het afgelopen weekend met z'n achten te gast. Het heuvelachtige landschap, mede gevormd door de sterk meanderende riviertjes Gulp en Geul, ervaar ik steevast als één van de mooiste wandelgebieden van Nederland. Zo ook deze keer weer, samen met zes oude vrienden uit Putten hebben we het hele weekend praktisch niets anders gedaan dan wandelen.

Kort na aankomst vrijdagmiddag zijn we gelijk al begonnen met een stevige wandeling van een paar uur in de omgeving van het huis. Het éénpansgerecht dat door C en M was klaargemaakt ging er vervolgens in als koek.
Een goede nachtrust en een stevig ontbijt lag zaterdag aan de basis van een rondje Gulp, een prachtige wandeling vanuit ons huis naar Slenaken v.v. naar schatting zo'n twintig kilometer. Mooi weer, gesmeerde broodjes en drinken mee voor onderweg, en een kopje koffie met een lekkere limburgse vlaai op een terrasje in Slenaken voor de terugweg. Eenmaal weer thuis was het natuurlijk tijd voor de borrel op ons eigen terrasje, en toen we ook dat weer hadden gehad stond de lange tafel al weer gedekt voor het avondeten, ook nu weer verzorgd door onze onvolprezen vrienden C en M.

Heerlijk om zo in de watten te worden gelegd, maar toch begonnen we ons een beetje ongemakkelijk te voelen bij deze verwennerij. Totaal niet nodig aldus C en M, zij hadden het huis georganiseerd en het eten ingeslagen, en nu vonden ze het ook leuk om het hele weekend voor ons te koken. Jullie mogen straks afwassen en de boel opruimen, dus geniet er nou maar van!

Na het eten zijn we naar het nabij gelegen kasteel "Neubourg" gewandeld, ook weer een wandeling van een kleine twee uur, het was tenminste al aardig schemerig toen we weer thuis waren. Kasteel "Neubourg" (de geschiedenis gaat terug tot 1289) behorend tot de top 100 van de Rijksmonumenten, wordt momenteel onder toezicht van de Rijksdienst voor Monumentenzorg (RDMZ) gerestaureerd. Het kasteel, opgetrokken in de Maaslandse Renaissancestijl, krijgt een herbestemming. Er komen kantoren, conferentiezalen, museum- en expositieruimtes in, en een kapel en een brasserie. Het wordt vast hardstikke mooi allemaal, maar het zal nog wel een tijdje duren eer het zover is.

Ook de zondag was weer ingeruimd voor een grotere wandeling, deze keer langs de Geul. Met de auto's reden we eerst naar Camerig, een plaatsje even voorbij Epen. Van daaruit ging de wandeling heuvelopwaarts richting Heimansgroeve, om vervolgens weer naar beneden af te zakken richting Cottessen. Bij Cottessen staken we de Geul over en wandelden aan de andere zijde stroomafwaarts weer richting Camerig. Ook dit was weer een prachtige wandeling, ook al zakte ik op een gegeven ogenblik in een drassig weiland tot ver over m'n beide enkels in de blubber, het mocht de pret niet drukken. Tegen een uur of half twee waren we weer terug op Pesakerdal, ons huis. Eventjes nog een wijntje op het terras, en toen werden we door C en M alweer uitgenodigd aan de lange tafel voor de warme maaltijd.

Rond vier uur zat het erop, C en M hadden afgesproken nog een nachtje te blijven, maar de rest ging huiswaarts. Het was mooi geweest, rond halfzeven waren we weer thuis in Harderwijk. Terug van een heel mooi, maar toch ook wel een beetje vermoeiend weekend, ik voelde mijn benen tenminste aardig.

woensdag, april 09, 2008

pianospel



Restaurant 'De Factorije', zo wordt de kantine van Landstede, een school in Zwolle waar je o.a. een opleiding voor kok of een ander horecaberoep kan volgen, kennelijk bij bepaalde gelegenheden genoemd. 'De Factorije' was gisteravond het toneel voor een piano optreden van Roos en Daan en nog vele andere pianoleerlingen. Tijdens het diner dat door de horecastudenten werd verzorgd, konden we genieten van een wel heel divers pianorecital dat ten gehore werd gebracht.

Van Daan: De klapdans, een volksmelodietje en het Hobbelpaardje van Ph. Keveren.



Van Roos: Koekie boogie en Apenstreken twee volksmelodietjes en een Groots avontuur van Ph. Keveren.



Het was een leuk avondje.

vrijdag, april 04, 2008

Ginkelse Heide



De Ginkelse Heide bij Ede was in 1944 het strijdtoneel tussen de 1e Britse Airborne Division en de Duitse bezetter. Per parachute kwamen ze uit de lucht vallen, voor velen het laatste wat ze in dit leven zouden meemaken. Op het monument ter nagedachtenis aan deze ellende staat een tekst uit de bijbel t.w. Jesaja 40:31

.... zij zullen opvaren met vleugelen gelijk de arenden ....

Ongetwijfeld zal met deze tekst voor de gelovigen onder ons worden bedoeld, dat ze na de misére op dit ondermaanse naar de hemel zullen opvaren, naar een plaats van ongelofelijke vreugde zonder aardse ellendigheden. Voor mij een onbegrijpelijke gedachtengang, maar ja van de visioenen van de hedendaagse zelfmoordterroristen begrijp ik ook niets.
Cynisme is nooit goed, zeker hier niet want ze kwamen voor een goede zaak, maar hangend aan een lapje stof werden velen reeds in de lucht al afgeschoten. Met z'n honderden, nee duizenden moet ik zeggen, liggen de gesneuvelden sindsdien op een erebegraafplaats een eindje verderop tegen de onderkant van de graszoden te kijken. Ja, ja 'Opvaren met vleugelen gelijk de arenden' laat me niet lachen, volgens mij was de profeet Jesaja een junk, een hele stevige lsd gebruiker.

De heide lag er gisteren mooi bij, al viel er wel veel gras te bespeuren. Maar daar hebben ze het Veluws Heideschaap voor uitgevonden. De herder hoedt zijn kudde op de grote Ginkelse Heide zou je denken, maar ik heb geen herder gezien. Wel een hondje, die zo te zien in z'n eentje de hele kudde in toom wist te houden, dat is nog eens knap van zo'n hondje. Het lijkt mij toch wel vette pech, als je als schaap op deze wereld gezet bent. Wat een ellende, de hele dag zo'n rothond achter je aan, je hebt niets in te brengen, je kan geeneens grazen waar je wil. Maar ja, het is natuurlijk wel mooi voor de mensen, zo'n keurige schaapskudde.

Op de terugweg dronken we bij café restaurant Uddelermeer een kopje thee. Een trotse pauwenhaan liet al pirouetjes draaiend z'n verenpracht zien. Maar hij kon draaien en pronken wat hij wilde, een pauwenhen viel nergens te bespeuren, want daar schijnen ze het voor te doen. Hij was en bleef een eenzaam figuur met z'n mooie veertjes. Maar ja, ook dit was natuurlijk wel weer mooi voor de mensen om te zien. Vanachter het glas had onze draaikont behoorlijk wat bekijks.

woensdag, april 02, 2008

Zomerhitte



Beauty is a shell - Schoonheid is een schelp
from the sea - uit de zee
where she rules triumphant - waar ze regeert en zegeviert
till love has had its way with her - tot de liefde het met haar heeft gehad


William Carlos Williams

Met deze woorden van de Amerikaanse dichter draagt Jan Wolkers 'Zomerhitte', het door hem in 2005 geschreven boekenweekgeschenk, op aan zijn vrouw Karina. Met de afbeelding op de omslag, een pronte naaktfoto van haar op het strand, wil Jan Wolkers op zijn manier volgens mij de strekking van dit gedicht kracht bijzetten. Dat Karina op deze afbeelding niet uit de zee komt, maar juist naar de zee toeloopt, zegt volgens mij dat hij het nog lang niet met de liefde heeft gehad.
Toen ik het boekje zag en las, associeerde ik het sterk met een gevoel dat ik had, toen ik Turks Fruit had gelezen in 1973. Een onbeschrijfelijk maar heerlijk gevoel van liefde, levenslust, vrijheid en toekomstverwachting. Het flinterdunne misdaadelement dat in 'Zomerhitte' zit, deed er eigenlijk nauwelijks toe, het was bijzaak. Nogmaals, de associatie met het gevoel uit de tijd van Turks Fruit was vrij prominent aanwezig toen ik Zomerhitte las.

De film 'Zomerhitte' viel mij niet echt tegen, ik heb mij wel vermaakt. Maar iets van het hiervoor omschreven gevoel heb ik er niet bij gehad. Ik vond het eigenlijk meer een lachfilm, en hoe langer de film duurde, hoe meer alles op mijn lachspieren ging werken. De dialogen vond ik vaak belachelijk en overbodig, en naar mate de film vorderde begon ik ook steeds meer kromme details te zien. Maar zoals gezegd, ik heb mij desalniettemin wel vermaakt. Toch weet ik nu al, dat er van de film niet veel zal blijven hangen, ik zal hem snel vergeten zijn.

vrijdag, maart 28, 2008

De Grote Liefde



Behalve dat ze voor de kost de hele dag alleen maar boeken, gedichten of columns zitten te schrijven, trekt het trio Ronald Giphart (1965), Bart Chabot (1954) en Martin Bril (1959) dit seizoen ook langs de Nederlandse theaters met hun literaire voorstelling 'De Grote Liefde'.

Gisteravond hebben we ze meegemaakt in theater Orpheus in Apeldoorn. Het motto 'De Grote Liefde' loopt als een rode draad door de voorstelling heen. Ook al droegen ze individueel om en om soms stukjes uit eigen werk voor, het geheel bleef vond ik een hilarisch bij tijd en wijle aangrijpend verhaal. Allerlei onderwerpen werden bij de kop gepakt, auto's, kinderen, literatuur, muziek, roem, ijdelheid, verlies, sport en dood. Maar bovenal was de liefde voor alles onderwerp van gesprek, en dan in het bijzonder de liefde voor vrouwen.

Ook zaten er enkele interactieve elementen in de voorstelling en werd het publiek soms gevraagd om een mening te geven over dit of dat. Zoals gezegd, individueel putten de auteurs kennelijk uit eigen werk, voorkeuren of obsessies, maar uiteindelijk was het één verhaal van drie mannetjes die antwoord probeerden te geven op de vraag wat 'De Grote Liefde' eigenlijk inhoud.



Ik had aan het begin van de avond eigenlijk geen idee wat ik mij moest voorstellen bij deze theatervorm. Maar nu weet ik dat wel, een avondje literair theater met Giphart, Chabot en Bril is ernst en humor. Geestig en amusant, vooral als die in mijn ogen maffe maar superieure performer Chabot op het podium stond, lagen we dubbel van het lachen.

vrijdag, maart 21, 2008

De Gouden Hoorn



De vlucht duurde amper drie uur en twintig minuten, maar ik was blij dat ik er was. Drie uur en twintig minuten in een vliegtuig dat voor minstens de helft vol zat met jengelende en brullende kinderen. Vreemd eigenlijk voor een gewone lijnvlucht, alsof we in een kindercreche verzeild waren geraakt, ik had zoiets nog niet eerder meegemaakt. Zou er op de plaats van bestemming, zo te zien hun thuisland, soms iets bijzonders aan de hand zijn? Hier en daar werd een luier verschoond, of werd een iets groter kind eens even flink door een wanhopige moeder vastgepakt, met doorgaans een averechts effect. Ook de stewardessen gingen zich er mee bemoeien, en kwamen met spelletjes, kleurpotloden, papier en mooie praatjes opdraven, maar niets hielp.
Wat een ellende, dat was nou nog eens met recht een 'Heerenleed' te noemen! Maar toen we eindelijk over het beton van Atatûrk, de luchthaven van Istanbul raasden, en we kort daarna per taxi opweg waren naar hotel Salman, ons hotel aan de Laleli Cad in de oude binnenstad, was het leed snel vergeten.

Door de Gouden Hoorn, de natuurlijke haven van Istanbul, wordt het Europese gedeelte van de stad in tweeen gesplitst, met ten westen in het stadsdeel Eminonu de oudste binnenstadswijk Sultanahmet en ten oosten de middeleeuwse handelswijk Galata. Beide stadsdelen zijn met elkaar verbonden door de Galatabrug. De beroemde brug, door Geert Mak vorig jaar nog zo boeiend beschreven in het boekenweekgeschenk. Deze brug en de Galatatoren aan de overkant, was het doel van onze eerste wandeling in deze stad. Het uitzicht vanaf de Galatatoren op het stadsdeel Eminonu aan de overkant van het water was magnifiek, de ondergaande zon zette alles in een gouden gloed. Zou de naam van het schiereiland daar misschien mede aan te danken zijn? Tijdens de wandeling terug, hebben we in een theehuis een uurtje waterpijp zitten roken. Een vredig schouwspel, heel bijzonder, een grote ruimte met allemaal kleedjes op de vloer waarop groepjes mensen theedrinkend en waterpijp rokend zaten te kletsen. Onderweg naar ons hotel hebben we in één van de vele eethuisjes nog een bescheiden hapje genomen, en toen was het mooi geweest voor deze eerste vermoeiende reisdag. Lekker slapen, want voor morgen stond ons een druk programma te wachten in deze geweldige metropool.

Istanbul heeft volgens de officiele telling 9 miljoen inwoners, maar volgens niet officiele bronnen zijn het er wel 20 miljoen. De waarheid zal mogelijk in het midden liggen. Istanbul, het vroegere Constantinopel en daarvoor weer Byzantium geheten, ligt op dezelfde breedtegraad als Napels, Madrid, New York en Beijing. Er valt in deze stad ontzettend veel te ontdekken en te beleven, we hebben er de benen uit ons gat gelopen. Van de Blauwe Moskee naar de Aya Sofya, van de Grote Bazaar naar het Topkapi paleis, het Dolmabahçepaleis waar Attaturk stierf langs de oever van de Bosporus, de prachtige Sùleymansmoskee. De indrukwekkend mooie gewelven ondersteund door meer dan 300 zuilen van het ondergrondse waterreservoir uit de zesde eeuw. Onze massage en wasbeurt in het driehonderd jaar oude Cagaloglu Hamam, één van de mooiste badhuizen van Turkije vlakbij de Aya Sofia. Een boottocht over de Bosporus, en een autorit langs de Bosporus richting Zwarte Zee in een oude Desoto uit 1948. Een drankje en een show met buikdanseressen, waarbij we tijdens de afrekening met de grootst mogelijke moeite hebben kunnen voorkomen, dat ons een wel hele grote poot werd uitgedraaid. De heerlijke wandelingen door deze stad met zijn prachtige parken en indrukwekkende stadsmuren, en het onverwacht getuige zijn van een huwelijksinzegening in een Armeense kerk.

En zo kan ik nog wel een poosje doorgaan, de vijf dagen in deze gigantische metropool zijn voorbij gevlogen. En behalve de vele culturele bezienswaardigheden die we in deze stad hebben gezien, was de stad met de vele kleine eethuisjes ook culinair gezien een ontdekking. Het is zeker een stad om op terug te komen.

maandag, maart 17, 2008

museumdefundatie



Een wandeling in de regen is soms wel lekker, maar nu hadden we daar toch even geen zin in. Een bezoek aan het fraaie neoclassisistische Paleis a/d Blijmarkt in Zwolle, waarin sinds 2005 het kunstmuseum 'De Fundatie' is gevestigd, trok ons gisteren meer.
Het Paleis a/d Blijmarkt, dat naar een ontwerp van de Haagse architect Eduard Louis de Coninck tussen 1838 en 1841 is gebouwd, deed aanvankelijk dienst als Paleis van Justitie, en weer later bood het ondermeer onderdak aan de Provinciale Planologische Dienst. Maar nu is het in 2004/2005 naar een ontwerp van architect Gunnar Daan dus verbouwd tot kunstmuseum.

In het 'Paleis a/d Blijmarkt' in Zwolle, dat samen met 'Kasteel Het Nijenhuis' in Heino/Wijhe, museum 'De Fundatie' vormt, wordt de benedenverdieping in beslag genomen door een omvangrijke eigen collectie beeldende kunst van de late middeleeuwen tot nu. Op de bovenverdieping zijn regelmatig wisselende exposities te zien. Deze keer is er tot aan 1 juni van dit jaar de tentoonstelling Jeroen Krabbé - Schilder, een retrospectieve te zien, en daar ging het ons deze keer om.

Krabbé heeft even behoorlijk uitgepakt, er zijn zeker meer dan 200 schilderijen van hem te zien op de bovenverdieping. De meeste schilderijen in vrolijke en warme tinten geschilderd, roepen stilistisch gezien sterke associaties op met werk van Vincent van Gogh of Paul Cézanne. Maar je kan en mag het werk van Krabbé natuurlijk niet vergelijken met deze avantgardisten van weleer. Zij zorgden destijds voor een ware revolutie in de schilderkunst. Jeroen Krabbé is er volgens eigen zeggen niet op uit om veranderingen of verbeteringen in de schilderkunst te beogen. Hij is gewoon gek op schilderen en beleefd daar veel plezier aan. Hij heeft geen enkele andere bedoeling, dan dat te laten zien. Vreugde, pure vreugde, niets meer en niets minder. Gewoon in een luie stoel zitten kijken naar zijn schilderijen en je een eigen mening vormen.

In deze uitleg kan ik mij wel vinden. Je kan er inderdaad onbevangen naar kijken en je fantasie de vrije loop laten. Het is pretentieloze en vrij makkelijk te begrijpen kunst die iedereen op zijn eigen wijze kan en mag interpreteren of ervaren. Of ik er heel lang naar kan kijken, weet ik nog niet goed. Daarvoor heb ik gisteren eigenlijk te weinig kunnen zien. Het was zo druk daar in dat museum, dat we elkaar constant voor de voeten liepen, het was geen doen. We komen nog wel een keertje terug op een gewone doordeweekse dag, dan zal het vast wat rustiger zijn.
Zodoende liepen we ongeveer drie kwartier later in Kasteel 'Het Nijenhuis' rond, een heel wat rustiger omgeving. In dit museum hebben we twee tentoonstellingen van schilderijen, aquarellen en tekeningen bekeken t.w. een expositie van Otto B. de Kat (1907-1994) en een expositie van de in Kampen woonachtige kunstenaar Jos Hermans (1955).

Otto B. de Kat
Het late werk - Schilderijen en aquarellen 1978-1994 heette de expositie van deze schilder. De opmerkelijk late stijlverschuiving van deze schilder t.o.v. zijn vroegere werk werd ingeleid door een ernstige ziekte. Hij was daardoor aangewezen op zijn directe omgeving, terwijl hij ook nogeens voor het eerst van zijn leven alles met zijn linkerhand moest doen. Hij ging zijn omgeving vanaf dat moment intenser beleven. Stonden eerst vooral decoratieve kwaliteiten voorop, nu zocht de Kat meer naar een mogelijkheid om zowel het waargenomen beeld als de emotionele belevenis tot uitdrukking te brengen. En dat heeft hij op een zeer overtuigende manier op het doek weten vast te leggen, krachtig maar tegelijkertijd breekbaar en ontroerend.

Jos Hermans
Jos zegt van zich zelf, dat hij een lijnentrekker is met houtskool. Dat is wat hij kan, zegt hij in de expositie die hij 'Weerbarstige eenvoud' noemt! Zijn tekeningen zijn het resultaat van een proces van afwijzing. De keuze om alles wat niet goed genoeg is of niet terzake doet resoluut af te wijzen, levert een intieme sterke ontmoeting met het beeld op. Het doet vragen rijzen die van levensbeschouwelijke aard zijn. Toen hij er achter gekomen was, dat hij een lijn kon trekken, vroeg hij zich af wat hij zou maken. Lijnentrekken dus, de vraag was daarmee beantwoord. Stuffen, uitwissen en vernietigen zijn voor hem ontkennende handelingen die volgen op het maken. De kneedgum is voor hem gelijkwaardig aan de houtskool. Het zal allemaal wel, maar in zijn handen mag hij voormij de kneedgum ver boven de houtskool verheffen. Zelden heb ik in een museum zo'n hoop brandhout bij elkaar zien hangen.

donderdag, maart 13, 2008

Lysefjord



Van Haugesund via de Boknafjorden, laverend tussen de scheren, zeilden we richting Stavanger. Ons doel was het Lysefjord, een diep, smal en lang fjord, beginnend nabij het plaatsje Forsand aan bakboord even voorbij Stavanger. De ingang van het fjord is door de opvallende Lysefjordbrug (1997) makkelijk te vinden. Ik blijf het vanaf het water moeilijk vinden om de doorvaarthoogte goed in te schatten, ondanks dat de hoogte gegevens van brug en mast bij je bekend zijn. Altijd weer denk je, zou het wel kloppen allemaal. Maar kloppen deed het natuurlijk ook deze keer weer, met onze masthoogte van ruim 16 meter konden we bijna wel twee keer onder de 446 meter lange brug door. En toen zaten we in het Lysefjord, van hier tot aan het eind bij Lysebotn ca. 23 nm lang, 500 meter diep en steil oprijzende rotswanden van soms meer dan 1000 meter hoog. Tientallen watervallen honderden meters hoog, bezienswaardigheden als de Preikestolen, een hoge platte rots op ruim 600 meter boven de waterspiegel, of de Kjeragbolten, een grote steen van ca. 5m3 op ruim 1000 meter boven de fjord tussen de steile rotsen ingeklemd.

Het is al avond als we de fjord invaren, echt donker wordt het hier op bijna 60 graden noorderbreedte niet in de zomermaanden. Maar het weinige daglicht dat hier doordringt, doet in de naar verhouding tot de hoge wanden soms erg smalle Lysefjord, wel heel mysterieus aan. Een gevoel dat door de stilte om ons heen ook nog eens wordt versterkt. Heel bijzonder, en dan ook nogeens te bedenken dat die hoge rotswanden onder water gewoon doorgaan tot 500 meter onder ons bootje. Wat zou er in die inktzwarte duisternis onder ons niet allemaal rondzwemmen? In de buurt van de beroemde Preikestolen vinden we een plekje voor de nacht. Heel voorzichtig meren we af aan een bijna vergaan steigertje. Op het gevaar af dat we door de rotte steiger in het water belanden, kunnen we met veel kunst en vliegwerk nog aan land komen. Een piepklein stukje vlakke oever tussen al die steile wanden om ons heen, waarop tussen het hoge onkruid een vervallen blokhut staat. Zo te zien is hier al in tijden niemand meer geweest, het is hier echt doodstil zelfs geen zuchtje wind, rimpelloos ligt de fjord erbij. We sprokkelen wat brandhout bij elkaar en maken een vuurtje, pilsje erbij en daar zaten we dan. Toen het vuur gedoofd was en we onze kooi opzochten, was het ver na middernacht en werd de rotswand hoog boven onze hoofden reeds door de opkomende zon in een gouden gloed gezet.

maandag, maart 10, 2008

cinescope



De film 'Das leben der anderen' is het in 2006 uitgekomen speelfilmdebuut van de jonge scenarioschrijver en regisseur, Florian Henckel von Donnersmarck (Keulen, 1973). Hij viel met de film gelijk in de prijzen, naast de belangrijkste Duitse filmprijzen won hij de European Film Award voor Beste Europese Film en de Oscar voor Beste Niet-Engelstalige film. Volkomen terecht lijkt mij, wat een film!

De film speelt zich af in 1984 in het voormalig Oost-Berlijn. Het psychologische drama toont een meedogenloos regiem in een stad waarin eigenlijk niemand meer te vertrouwen is. Het is zo erg dat het lijkt of de ene helft van de burgers door de andere helft (de Stasi) wordt gecontroleerd. De Stasi, ofwel de binnenlandse inlichtingen- en veiligheidsdienst bespioneerde de burgers en hield ze zo onder druk en in het gareel.

Hauptmann Gerd Wiesler (Ulrich Mûhe) was zo'n Stasi-spion. Eigenlijk draait de film om deze man. Hij begint tijdens zijn werk ernstig te twijfelen over zin en noodzaak, wanneer hij de schrijver Georg Dreyman (Sebastian Koch) aan het bespioneren is. Waarom moet het leven van de schrijver eigenlijk kapot gemaakt worden? Hij begint plotseling te beseffen, dat hij een radertje is in een immoreel systeem, waarin corrupte autoriteiten het staatsapparaat gebruiken voor eigen belangen. Volkomen gedesillusioneerd verandert Wiesler van spion in een geheime beschermer. Een karakterontwikkeling die door hem in de film fenomenaal wordt geacteerd.

De strekking van de film is, dat je zelfs in een poel van verderf nog een goed mens kan zijn. Je komt dan ook, ondanks het feit dat je ruim twee uur en een kwartier getuige bent geweest van de invloed, die een meedogenloos en verderfelijk systeem op haar burgers kan uitoefenen, niet echt gedeprimeerd uit de bioscoop. Das leben der anderen gaat uiteindelijk over een mens die het opneemt tegen het kwaad. Maar we waren er wel een poosje stil van!

zaterdag, maart 08, 2008

schilderkunst & muziektheater



'Vergeet Vandaag' morgen nieuwe voorstelling, de nieuwe campagne van het Nederlands Dans Theater is persoonlijk en ingetogen, een campagne die volgens hun van maatschappij naar mens gaat. De essentie van de campagne is dat het Nederlands Dans Theater wordt gepositioneerd als tegenpool voor de oppervlakkige persoonlijke wereld van alledag. Een wereld van schoonheid, creativiteit en bezieling die naar het publiek overslaat.

Vandaag is nacht als dag begint
Vandaag is werken voor je op kantoor bent
Vandaag is een broodje na de lunch
Vandaag is feiten en jij erachter aan.

De nieuwe reclameslogan 'Vergeet Vandaag' meestal in combinatie met een stukje alledaags proza, was me de laatste maanden al vaak opgevallen in krant en op radio en tv tijdens commercials. Stap uit je dagelijkse sleur. Vergeet wat je aan het doen bent of nog moet, vergeet de rest, laat de boel de boel. Maar vergeet ook vandaag in de zin van het loslaten van wat je (al) weet. Het Nederlands Dans Theater is al een stap verder, ze staat al in morgen en presenteert de toekomst van de hedendaagse dans. Dus Vergeet Vandaag en laat je inspireren door het Nederlands Dans Theater.

Maar voor het gisteren in Amsterdam zover was, hebben we eerst 'Het Rembrandthuis' bezocht in de Jodenbreestraat. Een prachtige tentoonstelling van uiterst gedetailleerde tekeningen van insecten, reptielen en planten in verschillende stadia van kunstenares en wetenschapper Maria Sibylla Merian (1647-1717). Ze was de meest invloedrijke natuurhistorische tekenaar van haar tijd. Op 53-jarige leeftijd ondernam ze nog een avontuurlijke en ongewone reis naar het verre Suriname, omdaar het leven in het tropisch regenwoud te bestuderen en te illustreren. Doodziek, maar met honderden tekeningen, keerde zij twee jaar later in Amsterdam terug. En nu ruim 300 jaar later lopen wij hier in het Rembrandthuis rond, en kijken wij met respect en bewondering naar deze prachtige tekeningen en aquarellen. Het zijn in mijn ogen stuk voor stuk meesterwerken.

Na een kopje thee te hebben genuttigd in het tegenover het Rembrandthuis gelegen cafeetje "de Sluiswacht" anno 1695, zijn we via het Muziektheater richting Rembrandtplein gewandeld. We hadden voor de avondvoorstelling van het Nederlands Dans Theater in het Muziektheater niets besproken, maar tot onze verrassing hadden ze nog kaartjes. Onze avond kon niet meer stuk, dus zaten we even later met een aperitief en een goed gevoel op het Rembrandtplein in de serre van Grand Cafe Lopera naar de mensen te kijken. Nadat we de inwendige mens in het Thaise eethuis 'Krua Thai Classic' (Tom Yam) aan de Staalstraat hadden versterkt, waren we rond half acht terug in het Muziektheater voor de inleiding van 'Vanishing Twin' en 'Fluke', de twee choreografien die we zouden gaan zien en beleven.

'Vanishing Twin'

De door zes dansers (drie paren) uitgevoerde dans 'Vanishing Twin' van Jiri Kylian, de vaste huischoreograaf van het Nederlands Dans Theater, gaat over verschijnen en verdwijnen, over leven en dood. Kylian is bij deze choreografie geïnspireerd door een medisch verschijnsel van een tweelingfoetus waarvan de helft nog voor de geboorte volledig verdwijnt. Het decor dat de baarmoeder moet voorstellen, doet met duizenden krioelende balletjes op de achterwand bedwelmend aan. De dansers lijken soms letterlijk in deze wand te verdwijnen, als de balletjes ook over hun lichaam rollen als ze tegen de wand geplakt staan. De elektronische muziek, een astronomisch aandoende geluidscompositie van Dirk Haubrich, verbeeldend de geluiden die in de baarmoeder worden gehoord, is een suggestieve factor van belang in deze voorstelling. Ik heb van het stuk, dat ongeveer een half uur duurde, vanaf begin tot einde ademloos zitten genieten. En ik niet alleen, staande ovatie na afloop.



'Fluke'

'Fluke' een vijf jaar oude choreografie van de Zweedse choreograaf Mats Ek, was weer van een heel andere orde en ook prachtig. Het is een stuk met vijf vrouwelijke en zeven mannelijke dansers, begeleid door fascinerende en levenslustige live muziek vanuit de orkestbak van het Fläskkvartetten, bestaande uit 3 strijkers en een ritmesectie. Het decor waarin de dansers zich bewegen stelt een geabstraheerde woonomgeving voor in zwart, wit en grijstinten, een plek met twee grote kubussen, een grote tafel en een minihuisje. 'Fluke' is een groepsdans vol met verrassingen en komisch aandoende taferelen, heel dynamisch ook. De dansers stellen zich voortdurend op in geordende rijen en verbreken deze formatie daarna weer snel met een aantal grote sprongen. Dan stappen ze weer vliegensvlug rond met opgetrokken knieen, of raken bekneld tussen de enorme kubussen, om zich daarna weer in een explosie van bewegingen te bevrijden.
Opvallend en irritant aanwezig bij dit alles is de donkere figuur in een regenjas die alsmaar onheilspellend rondbanjerd tussen het levensluchtige gezelschap. Ik weet eigenlijk niet of deze zonderling staat voor het geweten of voor het verval van het leven.



De beeldkwaliteit van beide filmpjes is lang niet perfect, ik heb ze met een zeer eenvoudig cameraatje gemaakt, maar ze geven desalniettemin een goede sfeerindruk van de avond in het Muziektheater.

zondag, maart 02, 2008

Vol Luid



"Vol Luid" het kleinkoor uit Putten, 10 jaar geleden opgericht door mijn schoonzus, trad gisteravond op in de Catharinakapel in Harderwijk. De belangstelling was groot, de sfeervolle ruimte met een capaciteit van max. 120 zitplaatsen was tot en met de laatste plaats bezet. Ada van de Zandschulp, de nieuwe dirigent sinds een jaar, heeft naar mijn oordeel het koor in korte tijd tot een verfrissend en dynamisch geheel weten te vormen. Met een koor dat voornamelijk à capella zingt, is dat gezien de verscheidenheid aan zangkwaliteit van de leden in combinatie met een uitgebreid repertoire, een prestatie die respect afdwingt.

Het was een stevig programma zaterdagavond, 17 liederen voor de pauze met tussendoor een intermezzo van het trio Eric Hamwijk, een Blues/Cajunformatie (basgitaar, gitaar, mondharmonica en zang). Na de pauze 15 liederen inclusief toegiften met ook weer een tussendoortje van het trio Hamwijk. Het motto van alle liederen die werden gezongen was het thema 'Liefde'. Het concert begon met het lied "Als ick u vinde" van Hubert Waelrant, al zingend kwam het koor onder applaus het podium op. En met de daarop volgende liederen "Verstohlen geht der Mond auf" en "Erlaube mir" van Johannes Brahms was de toon voor de avond gezet, ondanks de kwalitatief niet al te goed uit de verf komende tenor in de solistenpartij.
Enigszins storend vond ik de tekst en uitleg tussendoor van één van de koorleden bij elk lied. Ik denk dat een uitleg per blokje van 3, 4 of zelfs 5 liederen stijlvoller en zeker rustiger is. Het gedeelte voor de pauze werd afgesloten met het ontroerend mooi gezongen lied "The Lindentree" van Franz Schubert.

Ook na de pauze werd er weer prachtig gezongen. Met liederen als "Sah ein Knab ein Roslein Steh'n" van Johann van Goethe, "In this Heart" van Sinead O'Connor en "All around my Hat" van een anonieme componist, kon ik soms maar moeilijk mijn emoties de baas blijven.

Voor mijn gevoel heeft "Vol Luid" zaterdagavond in de Catharinakapel een mooi, warm en sfeervol optreden gegeven. Het naar mijn smaak iets te volle programma deed daar nauwelijks of geen afbreuk aan. Bovendien vind ik, dat het iets-te-lang-duren-gevoel door bijzaken werd veroorzaakt, en niet of nauwelijks door het geboden repertoire of de zangkwaliteit van het koor. Zoals reeds gezegd, tekst, uitleg en applaus bij elk lied vond ik een beetje veel van het goede. Maar de tussendoortjes van het trio Eric Hamwijk vond ik in dit verband een echte dissonant van formaat.

vrijdag, februari 29, 2008

Elburg



Elburg, een stadje waarin ik in de midden jaren vijftig een paar jaar op school heb gezeten. Een stadje waar ik met vriendjes vaak in de toen nog vrij levendige vissershaven rondhing, of waar we ons overgaven aan het spel dat we stadskrijgertje noemden. Maar ook een stadje dat ik anders heb leren kennen, omdat het voor mij in de begin jaren zeventig eventjes onderdeel is geweest van een stedenbouwkundig studieproject op de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. De met rechte straten en stegen doorsneden rechthoekige vorm van het stadje met zijden van 370 x 240 meter, was bijzonder in de tijd van de middeleeuwen. Het stadje is in opdracht van de hertog van Gelre, onder leiding van Arent thoe Boecop gebouwd in een periode van vier jaar tussen 1392 en 1396. Een opmerkelijke prestatie, maar interessant was ook de vergelijking met veel grotere steden als bijvoorbeeld Barcelona en New York, waar je stedebouwkundig vergelijkbare structuren aantrof.

Tijdens onze stadswandeling gisteren, was ik met al deze feiten niet meer zo bezig, al kwamen de herinneringen natuurlijk nog wel even boven drijven. Wandelend over de groene wallen van Elburg, bezorgde het zachte weer en de drukte onder de vogels ons geloof ik allemaal een prettig voorjaarsgevoel. Zelfs een blik door het hek van de indrukwekkende ommuurde Joodse begraafplaats in de oostelijke hoek van de stadswallen, kon aan dit gevoel geen afbreuk doen. Thijs vond de jaartallen op de grafstenen erg hoog, volgens hem leefden we nu pas in 2008, terwijl hij op een oude steen las, geboren 5646, overleden 5724. Toen ik hem vertelde dat de joden de jaren al vanaf de schepping tellen, een gebeurtenis die volgens hun 3760 jaar vóór het begin van onze jaartelling heeft plaats gevonden, was zijn nieuwsgierigheid pas echt gewekt.

De kruising Vispoort-Jufferenstraat met de Beekstraat verdeeld de oude stad in vier kwadranten, genoemde straten zijn eigenlijk de hoofdaders van Elburg. Haaks op deze hoofdaders sluiten de zijstraten en -stegen aan met namen als de Ellestraat, Rozemarijnsteeg, Smeesteeg, Bloemsteeg, Schapesteeg, Ledige Stede, Zuiderkerkstraat, Bloemstraat en de van Kinsbergstraat. Voorts zijn er nog enkele verbindingssteegjes tussen genoemde zijstraten en -stegen met de namen Brouwersteeg, Gasthuissteeg, Krommesteeg, Kapelsteeg en de Graaf Hendriksteeg.

Niet alleen de namen van de straten en stegen zeggen iets over hoe de stad vroeger was georganiseerd, ook de figuren van zwarte en witte steentjes in de trottoirs zijn symbolen uit vroegere tijden. En dan zijn er natuurlijk niet in de laatste plaats de fraai geornamenteerde gevels, die stuk voor stuk getuigen van de in alle opzichten rijke geschiedenis van dit stadje.

Door het toerisme gaat het ook in onze tijd meer dan goed met Elburg, maar daar hadden we gisteren gelukkig nog weinig hinder van.

zondag, februari 24, 2008

Freud en Picasso



We moesten ons aansluiten bij een lange rij wachtenden voor ons, maar geleidelijk aan schoven we richting kassa. Het was zaterdagmiddag in het Haagse gemeentemuseum druk, een beetje te druk vond ik. Een tentoonstelling van de duits/britse schilder Lucian Freud (1922) enerzijds, en de spaanse kunstenaar Pablo Picasso (1881-1973) anderszijds, waren volgens mij wel de grootste publiekstrekkers.

Lucian Freud
De 85-jarige schilder, geboren in Berlijn als kleinzoon van de beroemde opa en psychoanalist Sigmund Freud, woont al sinds 1933 in Engeland, waarnaar het gezin Freud, van Joods-Oostenrijkse origine, vanwege de nazi's was uitgeweken. In 1939 heeft hij daar ook de Britse nationaliteit gekregen.

"Likdoorns in olieverf" zo heette het artikel van Rutger Pontzen in de kunstbijlage van de Volkskrant j.l. 21 februari, voor ons aanleiding om maar eens richting Den Haag te gaan. Volgens Rutger Pontzen wordt Lucian Freud al zo lang geprezen dat het moeilijk is onbevangen naar zijn werk te kijken. Wie dat probeert, ziet een schilder die zich niet waagt aan zaken buiten verf en naakt. De schilder behoort inmiddels tot het culturele erfgoed van de Britse kunst. Een icoon en wereldberoemd door zijn 'indringende en niets verhullende hedendaagse portretkunst en naaktstudies'. Een selectie van ruim tachtig schilderijen, tekeningen en etsen is momenteel, als een dwarsdoorsnede uit zijn hele oeuvre, in het Haagse museum te zien.

En inderdaad, het beeld dat kennelijk zijn handelsmerk is geworden, komt in Den Haag duidelijk uit de verf. Modellen met hangtieten, eeltvoeten, gezwollen knieën, dubbele kinnen, blauwe aders, gekloofde tepels, wratten, tranende ogen en likdoorns. Schilderijen in olieverf die als röntgenfoto's onvolkomenheden laten zien, die niemand wenst te erkennen. Wat streeft Freud met zijn werk eigenlijk na, is het de pure en dus naakte mens, is het een ethische benadering, namelijk dat alle mensen gelijk zijn, ondanks hun verschillen, of is het de blote en weerloze mens? Volgens een artikel in de New York Times, is Freud in iedergeval de grootste en de nog enig levende neorealistische kunstenaar in onze tijd. Zijn werk dat bestaat uit een grote hoeveelheid portretten en naaktfiguren is pure objectiviteit, en zeer imposant door de vaak agressief realistische uitstraling.

Pablo Picasso
Het werk van Pablo Picasso is van een heel andere orde. Veranderde de stijl van Lucian Freud tot nu toe niet veel in zijn leven, Picasso deed haast niet anders. De onvermoeibare experimenteerdrift komt in de tentoonstelling in het Haagse museum duidelijk uit de verf. Ze bestaat uit vele schilderijen, maar ook beelden, tekeningen, prenten en keramische voorwerpen uit zijn gehele carrière. Als iemand de titel 'kunstenaar van de twintigste eeuw' verdient, zo las ik ergens, dan is dat Pablo Picasso wel.

Het werk van Picasso is in verschillende perioden in te delen t.w. de Blauwe-, Roze-, Kubistische-, Klassieke-, Surrealistische- en Abstracte periode. Picasso, samen met Georges Braque de grondlegger van het Kubisme, heeft tot aan z'n dood in 1973 gewerkt als een bezetene. Zijn creativiteit had aan het eind van z'n leven nog niets aan kwaliteit ingeboet. De vele kleine en intieme pastels en viltstifttekeningen uit die periode zijn hiervan getuige. Maar ook maakte hij nog in 1969, toen hij al ruim 88 jaar was, grote composities in olieverf zoals 'Liggend naakt met vogel' of 'Musketier en Amor'.

Het olieverfschilderij 'Guernica' is één van de bekendste werken van Picasso, zoniet hét bekendste werk. Het gigantische schilderij van 3,49 meter hoog en 7,76 meter breed, hangt in Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofia in Madrid.
Het stelt de weergave voor van het fascistische bombardement tijdens de Spaanse Burgeroorlog op de Spaans-Baskische stad Guernica op 26 april 1937. Om de weerstand van de republikeinen te breken werd het bombardement, onder bevel van Francisco Franco, uitgevoerd door Duitse en Italiaanse bommenwerpers. Dit eerste terreur bombardement in de Europese geschiedenis dat met vliegtuigen werd uitgevoerd, heeft veel mensen het leven gekost, en Guernica grotendeels met de grond gelijk gemaakt.

Met het schilderij heeft Pablo Picasso de chaos en de paniek die ontstond tijdens dit vreselijke bombardement vooral willen laten voelen. Er is op het schilderij veel tegelijk te zien, de stad tijdens het bombardement, vuur en vlammen, een moeder huilt om haar dode kind, iemand valt van een brandend dak, een paard stormt in paniek een huis binnen en nog veel meer. Het schilderij is in lijnen en vlakken opgebouwd in zwart, wit en grijstinten om zo de oorlog uit te drukken. Het is bewust niet realistisch geschilderd, nogmaals, Picasso wilde vooral het gevoel tijdens het bombardement overbrengen, en niet zoals het er uitzag, en dat is hem goed gelukt.

vrijdag, februari 22, 2008

op en top russisch



'Het Gelders Orkest' bracht gisteravond in theater Orpheus een russisch feestje ten gehore. Onder leiding van de vaste russische gastdirigent van HGO, Nikolai Alexeev kregen we voor de pauze het 1e celloconcert in Es, opus 107 van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975) te horen met cellist Alexander Kniazev als solist, en na de pauze symfonie nr. 3 in a, opus 44 van Sergej Rachmaninov (1873-1943). Het was dus in alle opzichten een op en top russisch avondje daar in Apeldoorn.

Dmitri Sjostakovitsj
Om de inleiding van het 1e celloconcert van Sjostakovitsj mee te maken, waren we een uurtje eerder naar de schouwburg gekomen. Het 1e celloconcert van Dmitri Sjostakovitsj schijnt onlosmakelijk verbonden te zijn met zijn vriend en cellist Mstislav Rostropovitsj. Beiden hebben ze veel te lijden gehad van het Russische regime, ze waren nauw verbonden en eensgezind in hun verzet daartegen. Na de dood van Stalin in 1953, kwam er enige verlichting in de hardvochtigheid van het regime. Toen in 1958 ook nog eens het beruchte culturele decreet van Andrei Zdjanov uit 1948 werd opgeheven, het werken voor veel componisten en musici was door dit decreet bijna onmogelijk geweest, was het helemaal goed. Voor het gevoel van Sjostakovitsj was het nu eindelijk weer mogelijk om muziek zonder politieke intenties omwille van de muziek te schrijven.

Eén van de eerste werken die hij op stapel zette was een celloconcert voor zijn vriend en cellist Rostropovitsj, in 1959 kwam het stuk klaar, zijn vriend was er erg blij mee. Rostropovitsj was zelfs zo enthousiast, dat hij het stuk binnen vier dagen had ingestudeerd. Na de première in dat zelfde jaar in het conservatorium van Leningrad ging het snel. Een Amerikaanse première met het Philadelphia Orchestra volgde en was een doorslaand succes.

Het celloconcert is opgebouwd uit twee delen. Het eerste deel is gebaseerd op het indringende DSCH-motief (de noten D-Es-C-B(H), een muzikale notatie van zijn initialen. Het tweede deel bestaat uit drie onderdelen die in elkaar overlopen. Een lang moderato gebruikt een lyrisch maar triest thema dat overgaat in een grote cadens voor de cello, waarop meteen een vrij kort allegro volgt. Als verkapt protest tegen het Sovjetregime, laat Sjostakovitsj hierin een parodie horen op het volksliedje Suliko, een deuntje dat bij Stalin zeer geliefd was geweest en dat de dictator voortdurend gezongen had.

In de zaal zaten wij tijdens de uitvoering van dit stuk midden voor het podium op rij acht, en hadden zo een bijzonder goed zicht op de in 1961 in Moskou geboren cellist Alexander Kniazev. Al tijdens de eerste maten van het celloconcert raakte ik in de ban van deze solist. Onder begeleiding van een heel transparant en alert reagerend orkest opende hij direct met een rijke, sonore toon die afwisselend tintelde en zinderde. Na dit dynamische en temperament volle eerste deel, volgde de verstilling van het tweede deel, uiteindelijk weer uitmondend in een opzwepende en ijzingwekkende cadens waardoor ik op het puntje van mijn stoel ging zitten. Na afloop, het hele stuk had ongeveer een halfuur geduurd, glom niet alleen het hoofd van Alexander Kniazev van bovenmatige transpiratie door het harde werken, maar was zelfs het bovenblad van zijn cello doornat geworden van zijn zweetdruppels.

Sergej Rachmaninov
De symfonie nr. 3 van Rachmaninov na de pauze was weer een heel ander verhaal. De ontwortelde kunstenaar Rachmaninov, representant van de late negentiende eeuw en opgegroeid op een oud feodaal russisch landgoed waarmee door de revolutie hard was afgerekend, woonde in 1935 al zeventien jaar als banneling in Amerika. Een land waarin hij niet thuishoorde en ook nog eens in een tijd dat alles op z'n kop stond, een tijd gespierd en gespannen van modernisme. In de muziekkunst hadden Stravinsky, Debussy en Schônberg alles overhoop gehaald: ritme, melodie, harmonie en vorm. En er dreigde ook nog eens een nieuwe oorlog, terwijl de wonden van de vorige nog niet waren geheeld. Componeren was daar voor hem een luxe geworden, maar om toch in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien was hij daarom maar pianist geworden.

Maar bijna dertig jaar na z'n tweede symfonie die uit 1908 dateert, hij was toen al 62 jaar, heeft hij als componist toch nog weer de stoute schoenen aangetrokken, met als resultaat de 3e symfonie, een voor zijn doen onverwacht modernistisch stuk, die met het Philadelphia Orchestra op 6 november 1936 in premère ging. De kritieken waren niet onverdeeld positief, men vond het een vreemd werk, niet bevredigend, mosterd na de maaltijd, maar desalniettemin belangrijk. Het modernisme van Rachmaninov had niet veel meer om het lijf, dan dat Rachmaninov de bijl zette in de romantische melodieënstroom en een massa slagwerk ervoor in de plaats zette, maar dan toch ook weer net te tam, het was vlees nog vis. Veel scepsis in die tijd van zowel bewonderaars als tegenstanders van Rachmaninov. Toch had Rachmaninov laten zien dat hij op z'n oude dag niet helemaal doof voor de nieuwste ontwikkelingen in de muziek bleek te zijn. En nu, ruim zeventig jaar later, staat de derde symfonie van Rachmaninov nog altijd op het programma van menig symfonieorkest in de wereld.

In een uitgebreidere bezetting werd het stuk bestaande uit de delen Lento-allegro moderato; Adagio ma non troppo; Allegro vivace en Finale: Allegro door HGO in een kleine drie kwartier ten gehore gebracht. Ik vond het een stuk waarin werd getoverd met ritme en sfeer, vertellend en bij vlagen zelfs bedwelmend, heel mooi. Toch deed het stuk mij emotioneel beduidend minder dan het celloconcert van voor de pauze.

maandag, februari 18, 2008

weekend company



Het was het mooiste weer van de wereld afgelopen weekend, voor ons een reden om er met z'n tweetjes maar eens lekker op uit te trekken. Op vrijdagmiddag zijn we begonnen met een wandeling naar de steentijdnederzetting 'Swifterkamp' in Natuurpark Lelystad. Zaterdag was het een bezoek aan het MMKA, ofwel het museum voor moderne kunst in Arnhem, waarna een wandeling volgde in park Sonsbeek aldaar. En zondag hebben we Bronkhorst bezocht, met ca. 150 inwoners al sinds 1482 het kleinste stadje van Nederland.

Swifterkamp
Ruim 4000 voor Christus leefden er in het huidige Flevoland jager-verzamelaars die heel geleidelijk overgingen op het boerenbestaan. Ze bouwden hun nederzettingen langs de oevers van de Overijsselse Vecht. Maar toen de zeespiegel begon te stijgen, zo'n 5000 jaar geleden, moesten ze het veld ruimen. In 1966 werden in oude rivierduinen onder de vette klei van Schokland, sporen gevonden van huizen en gebruiksvoorwerpen van deze verre voorouders. Deze vondsten hebben bijgedragen aan de oprichting van de Stichting Prehistorische Nederzetting Flevoland (SPNF). Deze stichting heeft in Natuurpark Lelystad het verre verleden doen herleven door de bouw van 'Swifterkamp'. In deze nederzetting, die is gebouwd en wordt gerund door vrijwilligers, is het mogelijk om in alle rust en omgeven door een prachtige natuur, even terug te gaan in de tijd.

MMKA en park Sonsbeek
Het Museum voor Moderne Kunst Arnhem ligt op de oude stuwwal aan de rand van Arnhem, hoog boven de Rijn. Ooit lag daar de theetuin van Reh, maar in 1873 bouwde architect Cornelis Oudshoorn hier een herensociëteit voor o.a. uit Indië gerepatrieerde suikerplanters. Maar naar verloop van tijd verdween ook die bestemming, en sinds 1920 is op deze locatie een museum gevestigd. Eerst het Gemeentemuseum Arnhem, maar naar diverse verbouwingen, renovaties en uitbreidingen, de meest recente in 2007 door hoofdarchitect Kees Tak, is de naam veranderd in MMKA. Er waren zaterdag verschillende tentoonstellingen te bezichtigen, ik noem er enkele t.w.
1) Arnhemse faience (1759-ca.1770), een europees avontuur met nationale en internationale topstukken van Arnhemse keramiek.
2) Figuratieve kunst van 1910-1950, schilderijen van diverse neorealistische schilders uit die tijd als Koch, van Hell, Radecker, Toorop en Willink. Mogelijk komt het doordat ik in het fototijdperk ben opgegroeid, maar of het nou neo- of magisch-realististische schilderkunst heet zoals Carel Willink zijn eigen werk plachte te noemen, knap, maar het kan mij niet erg boeien.
3) Ballroom, een tentoonstelling met werk van designer Janske Hombergen dat herinnert aan de balzalen en eetkamers uit de rococo, uitgevoerd in hedendaagse materialen.
4) 'Dealing with reality' een tentoonstelling waarin diverse houdingen ten opzichte van de werkelijkheid worden getoond. Welke rol krijgen foto's en filmbeelden toebedeeld in onze maatschappij met zijn economie van afleiding?

We hebben ons zaterdags uitje in Arnhem afgesloten met een mooie en frisse wandeling in park 'Sonsbeek', en een aperitiefje in het café van het Watermuseum aldaar.

Bronkhorst
Zondag kwamen we vanuit Brummen via het Bronkhorsterveer over de IJssel Bronkhorst binnen. We waren op deze mooie dag niet de enige, maar er was gelukkig nog plek om de auto ergens buiten het centrumpje te parkeren. Omdat het inmiddels lunchtijd geworden was, zijn we onze Bronkhorstexcursie begonnen met een plekje te zoeken in de overvolle herberg 'De Gouden Leeuw'. Verkwikt en verzadigt begonnen we een half uurtje later onze wandeling door dit pittoreske stadje, dat in onze ogen natuurlijk geen stadje is, maar wel al eeuwen de stadsrechten heeft. De even buiten het centrum gelegen slotheuvel spreekt tot de verbeelding. Het restant van een imposant kasteel wat daar ooit heeft gestaan lezen we op een bordje, door de vele oorlogen die daar ter plekke zijn gevoerd.

Over de IJsseldijk via Zutphen, Deventer, Zwolle, Kampen en een genoeglijke pitstop bij mijn zus J aldaar, zijn we huiswaarts gereden. Zo rond een uur of half acht konden de schoenen uit, een vredige rust daalde op ons neder. Zo'n druk weekendje gaat je kennelijk niet in de kouwe kleren zitten, maar mooi was het wel!

donderdag, februari 14, 2008

Krasse Knarren



"Krasse Knarren", zo heet het zeemanskoor van jachthaven "De Knar", thuishaven van watersportvereniging FLEVO in Harderwijk. Vanavond is het weer zover, dan gaan we er weer zoals altijd op donderdagavond met het hele koor tegenaan. Behalve dat ik meezing, draag ik met de drums ook mijn steentje bij in de ritmesectie van het bijbehorende muzikale begeleidingsgroepje. Met dit groepje, dat verder bestaat uit twee accordeons, een banjo en een gitaar oefen ik elke dinsdagochtend zonder het koor. Eerst verzorgde ik de ritmesectie alleen op een bodhrán, een soort Ierse lijsttrommel, maar de laatste tijd sleep ik mijn halve drumstel mee naar de repetities en optredens. Het wordt steeds leuker met die gasten, eigenlijk jammer dat over anderhalf à twee maanden het vaarseisoen weer begint, want dan is iedereen weer voor lange tijd gevlogen. Dat heb je met al die vutters en gepensioneerden, ze varen weg en je ziet ze voor minstens 3 maanden niet meer in de thuishaven terug. Maar goed voorlopig kunnen we er nog tot en met maart van genieten.

We hebben een prima dirigent op de donderdagavonden, hij doet altijd hevig z'n best om ons allemaal in het gareel te krijgen, zodat we tegelijk kunnen inzetten. En af en toe lukt dat ook nog met dat stelletje ongeregeld. Liederen die na één of twee keer inzetten niet lukken, vinden we moeilijk en slaan we over, die komen een andere keer wel weer aan bod, of niet. Na een uurtje zingen hebben we allemaal zin in koffie die al een tijdje stond te pruttelen. Na de koffie en als we zijn uitgerust, gaan we er met hernieuwde energie weer een uurtje tegenaan. En ja, dan is het zolangzamerhand toch hoog tijd voor iets anders, iets lekkers uit een fles of van de tap. Omdat we daarbij kunnen zitten, al is het maar op een barkruk, houden we dat met gemak minstens weer een uurtje vol. Maar zo rond een uur of halftwaalf beginnen de eersten dan toch af te druipen, het is weer mooi geweest, nog veel plezier en tot de volgende week maar weer!

Maar ik ben blij dat het voor mij en nog een paar anderen geen week duurt. Tijdens de oefeningen met het begeleidingsgroepje op de dinsdagochtenden, spelen we aan één stuk door van halftien tot twaalf uur. Natuurlijk zijn we dan inhoudelijk meer met de muziek bezig, met name met de moeilijke stukken. We worden nou niet gestoord door die gasten die alleen maar zingen, maar verder geen noot lezen, waardoor ze qua maat vaak uit de bocht vliegen. Onze opzet is om door een goede muzikale begeleiding te bieden, deze verstoringen een beetje binnen de perken te houden. Het vraagt een serieuzer aanpak, een hogere mate van discipline, maar ik ontleen er minstens zoveel plezier aan, zo niet meer, als aan de repetities op de donderdagavonden.

maandag, februari 11, 2008

NEMO & BLIJBURG



Voor het verjaardagsfeestje van J, hadden we afgesproken elkaar j.l. zaterdagmiddag in Amsterdam te ontmoeten. De samenstelling van de groep bij deze gelegenheden was voor ons allemaal nieuw. Drie nieuwe gezichten erbij, twee vertrouwde gezichten eraf, maar daar waren we al een beetje aan gewend. Zeven kinderen, de jongste bijna zes, de oudste en tevens nieuwe eend in de bijt veertien, en acht volwassenen. Ik was uiteraard benieuwd hoe de dag zou verlopen, het zou voor iedereen toch weer even wennen zijn, en zou het onderling wel een beetje klikken. Achteraf kan ik nu zeggen, dat het weer eens nutteloos getob is geweest, het was een verrassend en ontspannend middagje.

In het science center NEMO (architect Renzo Piano 1997) zijn we in Café DEK5 op de bovenste verdieping met een aperatief begonnen. Kennismaken, bijpraten en op het dakplein van het mooie weer en het prachtige uitzicht genieten. Vervolgens kon iedereen een tijdje zijn gang gaan in de vijf verdiepingen die onder ons lagen. Vijf verdiepingen vol leuke doehetzelfactiviteiten en ontdekkingen voor jong en oud. In het science center heeft alles te maken met wetenschap en technologie. Op alle mogelijke vlakken kan je er als bezoeker op los experimenteren. Het geldende motto in NEMO is: verboden af te blijven! We hebben ons daar met z'n allen moeiteloos een aantal uren kunnen vermaken. De uitsmijter aan het eind van de middag was de spectaculaire voorstelling Kettingreacties op dek 1. Een voorstelling waarin actie en reactie wel heel beeldend en leerzaam gebracht werd.

Na in NEMO te zijn uitgeëxperimenteerd, zijn we met z'n allen naar café-restaurant Blijburg gereden waar we rond halfzes verwacht werden. Blijburg is een Amsterdams café aan de rand van IJburg. Het staat op het strand van de Markerwaard en is vanwege de tijdelijkheid, gebouwd van sloophout en andere ouwe troep. Mede daardoor heerst er een onbevangen sfeer, alsof je in een vrijstaatje bent aangeland. Mensen van allerlei pluimage komen hier van heinde en verre naar toe of banjeren hier zo van het strand naar binnen, en ook voor kinderen is het een eldorado. Natuurlijk is de keuken geen haute cuisine, maar toch hebben we daar met z'n allen heerlijk gegeten. Rond een uur of halftien zat het erop, en ging een ieder weer zijn eigen kant op.

maandag, februari 04, 2008

CAMR



Vorige week kreeg ik de NOTICE OF RACE voor de 14e CAMR thuis gestuurd, een zeilrace die dit jaar op zaterdag 12 juli van start gaat. Sinds ik een keer aan de race heb meegedaan, zit ik bij de organisatie in het systeem en krijg ik de stukken voor de race, die om de twee jaar wordt gehouden, automatisch toegestuurd.

CAMR is een zeilrace van Lauwersoog naar Stavern in Noorwegen nabij Larvik, hemelsbreed een afstand van 360 nm, maar door het ronden van boei EF/B in de route voor de grote vaart, verrassende stroomeffecten in het Skagerrak en laveren, mag je er rustig 50 à 60 nm bij optellen. De Colin Archer Memorial Race is, zoals de naam aangeeft, vernoemd naar Colin Archer, een befaamde ontwerper en bouwer van sterke en zeewaardige schepen. Het poolschip FRAM van Amundsen was een speciaal ontwerp van zijn hand. Ik heb het schip gezien in het scheepvaart museum van Oslo, zeer de moeite waard.

Volgens de internationale bijzondere bepalingen van het Offshore Racing Council, afgekort ORC, is de wedstrijd geclassificeerd in categorie 2, d.w.z. de wedstrijd staat open voor deelnemers in de klassen ORC-club, IRC, Multihulls en ongemeten schepen. Tot deze laatste categorie behoorden wij in de 11e race van 2002.

De startschoten werden afgevuurd (er werd gestart in vier groepen tussen 12.00 en 12.30 uur) door het boordkanon van een tank van het leger. Wij waren met de "Swing" in startgroep twee ingedeeld. De start was een kleurrijk tafereel, bijna 120 schepen opweg naar de eerste boei onder spinaker, halfwinder of bollejan. Maar na ongeveer een mijl of zeven moesten we kruisen door de geul, en werd de halfwinder vervangen door een fok. Na de traffic line te zijn overgestoken, was de EF-B ton ruim te bezeilen. Rond een uur of tien 's avonds hadden we de ton achter ons liggen, en konden we de schoten aanhalen. Na een wachtschema voor de nacht van drie uur voor ons drieën te hebben ingesteld, zeilden we met een gangetje van 5 à 6 knopen scherp aan de wind noordwaarts. Natuurlijk moesten we een meer oostelijke koers aanhouden, minstens 25º, richting Hanstholm op de noordwestelijke punt van Denemarken, maar dan moesten we kruisen, en daar wilden we in dit stadium van de wedstrijd nog niet aan denken. Ons devies was, eerst maar eens zover mogelijk noord zien te komen. Maar in de loop van de nacht begon dat plan door regen en wegvallende wind heel anders uit te pakken.

De zondag was een drijfpartij midden in de duitse bocht, niet of nauwelijks een zuchtje wind was ons deel. Lekker rustig natuurlijk, maar knap vervelend als je de motor niet mag gebruiken, want dan ben je natuurlijk uit de wedstrijd. Ook maandag was het drijven, af en toe een zuchtje, maar het was ook zo weer voorbij. Voordeel van deze ellende was natuurlijk wel, dat je lekker relax in de kuip kon zitten ouwehoeren en we heerlijke maaltijden konden klaarmaken, de makrelen die we vingen smaakten dan ook verrukkelijk. Ook kregen we een kanjer van een geep aan de haak, die we met veel moeite binnenboord wisten te krijgen. Maar het feit dat de geep, nadat ik hem met veel beleid en zorg had geslacht, in een onbewaakt ogenblik door het jongste bemanningslid bijna met pan en al over boord werd gekieperd, had alles met de onwetendheid te maken over de bereiding van deze soort, erg jammer. Hij was nogal geschrokken van de blauwgroene kleur van de graten.

Op dinsdag hadden we in het Skagerrak even een goede wind. In een rechte lijn gingen we richting Stavern, zo blij waren we. Stom natuurlijk, we waren nog zo gewaarschuwd, we kregen volop met de tegenstroom langs de zuidoostkust van Noorwegen te maken. Bovendien viel de wind weer weg, op een gegeven moment voeren we met de finish in zicht door de stroming een tijdje achteruit. We konden de neiging om de motor in te schakelen maar nauwelijks onderdrukken, frustrerend, we hadden gewoon eerder en vooral beter na moeten denken. Er stond max. 110 uur voor deze wedstrijd, wij gingen na 110 uur en 18 minuten over de finish! 'Did not finish' heet het dan in zeilwedstrijden. Met de vermelding DNF Larvik, max time, kwamen we in de boeken van de wedstrijdorganisatie terecht. Niet iets om trots op te zijn, maar waarom zou je ûberhaupt trots zijn. Toch waren we blij dat er nog heel wat meer deelnemers waren in deze race, waar we onze treurige gevoelens mee konden delen. En last but not least, al hadden we er in de race niet veel van gebakken, over één ding waren we het met z'n drieën eens: het was evengoed een mooie toertocht.

vrijdag, februari 01, 2008

Naturalis



Voor Thijs, onze oudste kleinzoon zit het eerste decennium erop. Dat hebben we natuurlijk wel even gevierd met z'n allen, onder het genot van heerlijk klaar gemaakte hapjes en drankjes. Maar voordat het voor ons zover was afgelopen zondag, dat we ons daar in Amsterdam aan Bacchus konden overgeven, zijn we eerst nog even bij Naturalis langs geweest. In museum Naturalis in Leiden wordt door meer dan tien duizend echte dieren, planten, stenen en fossielen uit de hele wereld het verhaal van onze planeet verteld. Je kan daar oog in oog staan met prehistorische dieren zoals een achttien meter lange dinosauriër of een wolharige mammoet, maar ook dieren uit onze tijd zijn van de partij, zoals bijvoorbeeld de orang-oetan.

Een leuke tentoonstelling over apen is "Zo apen zo mensen". Herken de aap in jezelf, het is een speelse en interactieve tentoonstelling over apen, mensen en hun sociaal gedrag. Aan de hand van herkenbare voorbeelden worden niet alleen de kleine verschillen tussen aap en mens duidelijk, maar worden vooral de grote overeenkomsten zichtbaar. Apen kennen ook een moraal, werken samen en troosten elkaar op z'n tijd. Verbaasd kijk je tijdens de tentoonstelling in de spiegel, om bij jezelf tot de conclusie te komen, dat je behalve mens ook aap bent.

Een bijzondere gewaarwording was ook, dat ik me tijdens de wandeling door dit museum als het ware dichter bij de natuur en mijzelf ging voelen. Terwijl daar toch ook het één en ander aan techniek is te bezichtigen. Achtergrondinformatie over DNA als code van het leven en spel over erfelijkheid. En de toepassingen van biotechnologie in onze maatschappij met de bijbehorende voor- en nadelen.

Naturalis is een bijzonder boeiend en leerzaam museum voor jong en oud, een museum waar je volgens mij niet zo gauw te vaak kan komen.