vrijdag, oktober 31, 2014

Herenleed & Aaltje


Behalve dat we zo af en toe met z'n vijven een architectuur excursie organiseren in binnen- of buitenland, komen we verder als mannetjes van het z.g. 'Herenleed' om de drie maanden op een achternamiddag bijeen voor een avondje stappen. Het stappen houdt tegenwoordig nog in, dat we elkaar doorgaans in café Hegeraad, ons stamcafé aan de Noordermarkt in Amsterdam ontmoeten, en vervolgens na een paar pikketanisjes een leuk restaurantje in de buurt opzoeken om de avond verder uit te vieren. Vroeger, we doen dit namelijk al 32 jaar, deden we dat anders, dan zochten we na het diner nog weer even een kroeg op voor een afzakkertje. In dat opzicht is de naam 'Herenleed' voor ons vriendenclubje wel enigszins toepasselijker geworden.

Toen ons Amsterdamse architectenteam in 1982 uit elkaar viel en ieder zijns weegs ging, hebben we de naam 'Herenleed' bedacht. Ontleend aan de gelijknamige serie met Armando en Cherry Duyns. Een programma van 'weemoed en verlangen' dat van 1971 tot 1997 regelmatig op TV te zien was. Het bevatte absurdistische humor in sketches gespeeld door twee heren, in het script simpelweg aangeduid als Man 1 (Armando als het bescheiden heertje met bril, hoge schoenen en te krap jasje) en Man 2 (Cherry Duyns als de verwaten heer met bolhoed, sik, opstaande snor, pandjesjas en horlogeketting).

Maar dit verder terzijde, afgelopen woensdag was het weer zover. Deze keer hebben we de avond bij één van ons thuis in Weesp ingeluid. Dat doen we tegenwoordig wel vaker nu niet iedereen meer in Amsterdam woont en/of werkt. Rond een uur of acht hebben we ons vervolgens bij het plaatselijke café restaurant 'Aaltje' naar binnen gewerkt, alwaar ze nog een mooi rond tafeltje voor ons klaar hadden staan. De naam 'Aaltje' is aan een Amsterdamse keukenmeid ontleend. Ze schijnt in 1803 de allereerste keukenmeid te zijn geweest die op het idee kwam om haar recepten te bundelen, waarmee in feite het eerste Nederlandse kookboek geboren was. Het boek is later talloze malen herdrukt en verbeterd, en is vaak als symbool gezien voor de nieuwe weg die de Nederlandse kookkunst langzaam maar zeker is ingeslagen. Café restaurant 'Aaltje' is gevestigd in een oud graanpakhuis uit de 19e eeuw aan de Herengracht in Weesp. Vroeger werden er in het pand diverse granen opgeslagen die van de boeren rondom Weesp waren opgekocht. Van hieruit werden de granen vervoert naar een van de molens in de buurt, het graanwinkeltje aan de kop van de Slijkstraat, of per schuit richting Amsterdam. Weesp was in die tijd rijk aan bierbrouwers en jeneverstokers die het graan omzetten in deze oer Hollandse dranken. Café restaurant heeft een receptenformule met een knipoog naar die tijd.

Prachtig die weet watjes over 'Aaltje', maar we waren natuurlijk benieuwd naar de hedendaagse kookkunsten daar. Nou dat zat wel snor, om te beginnen was de ambiance uitstekend, prima sfeertje. En de wijnen en gerechten deden daar niet voor onder, we hadden alle vijf iets anders, maar niemand had reden tot klagen. Bij zowel het voorgerecht, hoofdgerecht als dessert aten we onze vingers er bijna bij op. Daar komen we vast nog weleens een keer terug!

woensdag, oktober 29, 2014

Laurenskwartier


Na het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 en de grote brand die er op volgde, was er van de binnenstad weinig meer over. Van het Laurenskwartier, het gebied rond de Meent, Hoogstraat, Pannekoekstraat, Delftsevaart en het Grotekerkplein, restte slechts nog een rokende puinhoop. De Laurenskerk was zo zwaar beschadigd dat in eerste instantie werd besloten om de restanten ook maar op te ruimen. Toen in 1952 besloten werd om de uit 1525 daterende kerk alsnog te restaureren, heeft dat tot 1968 geduurd. De Rotterdamse architect Herman Kraayvanger (1903-1981) schreef in 1946 Hoe zal Rotterdam bouwen? Hij heeft tijdens de wederopbouw van de Rotterdamse binnenstad bij aardig wat bouwprojecten een forse vinger in de pap gehad. Maar goed dat is geschiedenis. Het huidige Rotterdam zou hij 33 jaar na zijn dood waarschijnlijk slechts met moeite herkennen, want er wordt behoorlijk spectaculair gebouwd!

Neem de nieuwe Markthal in het bruisende Laurenskwartier, het Soho van Rotterdam wordt het al genoemd. Een karaktervolle wijk, een echte hotspot met veel bijzondere winkels, boetieks, hippe cocktailbars, gezellige koffietentjes met in het hart de Laurenskerk en nu dus ook die prachtige Markthal. In het ontwerp van het Rotterdamse architectenbureau MVRDV komt alles samen: wonen, werken, winkelen, uit eten, flaneren en parkeren. Riante aaneen geschakelde appartementen met eigen buitenruimten en veel lichtinval, vormen samen een boog die de dagelijkse vers-markt overkoepelt.
Prachtig zijn de kleurrijke afbeeldingen van fruit, bloemen, vissen, brood en nog veel meer op de panelen, tegen de binnenkant van de enorme koepel. Deze aluminium panelen van ongeveer 1,5 bij 1,5 meter per stuk, zitten vol met nauwelijks zichtbare gaatjes, waarachter een isolatielaag is aangebracht. De perfecte geluidsabsorptie die zo wordt verkregen, staat borg voor een goede akoestiek in de hal. De gedrukte afbeeldingen op de panelen, naar een ontwerp van beeldend kunstenaar Arno Coenen (Deventer, 1972), gaan er niet zomaar af. Ze zijn geprint met een hoge-drukprocédé, waardoor je een harde en glansrijke coating krijgt. Het idee achter het ontwerp van Arno Coenen is, dat de zon de bron van alle leven is, en dat al die producten uit die bron van alle leven naar beneden komen dwarrelen, waar ze regelrecht in de kraampjes terecht komen en te koop worden aangeboden.

De Markthal in Rotterdam is qua typologie, vorm, volume en constructie spraakmakend. En dat geldt helemaal voor de twee glazen kopgevels van elk 43 m breed en 35 meter hoog. De glaspanelen in een raster van ongeveer 1,5 bij 1,5 meter zijn op een spectaculaire manier bevestigd aan een fragiel ogend netwerk van horizontale en verticale voorgespannen kabels in een dito raster. Prachtige transparante detaillering. Het lijkt in eerste instantie of er in de twee kopgevels geen constructieve delen zijn aangebracht, mooi en knap gedaan. Je moet je alleen al de enorme windbelasting die kan optreden maar eens proberen voor te stellen. Het is natuurlijk allemaal uitgerekend, maar toch. Beide 35 x 43 meter grote glasgevels hangen enkel aan het fragiel ogende netwerk van verticale en horizontale voorspankabels, die de windbelasting over moeten brengen naar stalen nestkasten, verankerd en ingestort in de betonnen randconstructie. De kabels zijn voorgespannen op 250 tot 300 kN per kabel. Ze zijn 50 kN hoger voorgespannen dan uiteindelijk nodig, om onder andere de kruip van het beton gedurende de eerste jaren te compenseren. Tenslotte kunnen de glaspanelen zich individueel ook nog aan de totale vervorming aanpassen, doordat de siliconenaden tussen de glaspanelen a.h.w. scharnieren en de glaspanelen zelf ook nog kunnen doorbuigen en/of torderen.

Maar laat ik ophouden met technisch gebabbel, het gaat uiteindelijk primair om wat een bouwwerk gevoelsmatig met je doet, hoe je het emotioneel beleeft zal ik maar zeggen. In dat opzicht kan ik alleen maar zeggen dat de nieuwe Markthal bij mij respect afdwingt, het heeft voor mij een wow-gehalte van niveau. Toen we alles goed bekeken hadden, zijn we door het Laurenskwartier naar Station Rotterdam Centraal gewandeld. Het verbouwde en uitgebreide station dat j.l. 13 maart geopend is, ligt even buiten de grenzen van het Laurenskwartier, maar niet ver. Het ontwerp van architectenbureau Benthem Crouwel mag er ook zijn. We zijn er door gelopen en hebben ook daar onze ogen weer goed de kost gegeven. Alvorens de parkeergarage onder de Markthal weer op te zoeken, hebben we bij 'Konak Döner Kebab', een Turks eettentje aan de andere kant van het station, eerst maar eens even een rustpauze ingelast.

zondag, oktober 26, 2014

de tijd terugzetten


Toen ik vanmorgen de tijd 1 uur terugzette veranderde er niks, de klok tikte gewoon door en begon gewoon opnieuw aan het uur dat ze even daarvoor had weggetikt. Ineens bedacht ik dat ze dat ook zou doen als ik de klok bijvoorbeeld 446760 uur zou terugzetten ofwel 51 jaar. Dat was me nog eens een tijd! Tijd, vreemd begrip eigenlijk. In de fysica bijvoorbeeld verloopt tijd niet, maar ís ze er gewoon. Daar telt het verleden, heden en toekomst slechts als een menselijke illusie. Voor natuurkundigen is daar de kous mee af, maar niet voor psychologen. Die beginnen dan pas, voor psychologen schijnt het begrip tijd voer te zijn. Ze kunnen eindeloos putten uit de omslachtige manier waarop de mens met deze doodgewone dimensie omgaat. Bijzonder allemaal, je staat er meestal niet bij stil, maar waarom bijvoorbeeld lijkt de tijd te kruipen als je ergens in de rij moet staan, en vliegt ze om bij aangename gebeurtenissen. Of iets anders, hoe komt het dat we ons hele leven geneigd zijn te overschatten hoeveel tijd we in de toekomst zullen hebben! Ik vraag het me maar niet langer af, ben gelukkig dan ook geen psycholoog.

donderdag, oktober 23, 2014

omgeving Zandfoort a/d Eem



Verfrissend overzicht van 100 jaar Belgische kunst las ik. Een expositie in het kader van activiteiten waarmee dit jaar in Amersfoort wordt herdacht dat honderd jaar geleden, toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, veel Belgen naar het noorden vluchtten om aan het oorlogsgeweld te ontkomen. Ze werden in verschillende steden opgevangen, waaronder Amersfoort. Vandaar de tentoonstelling over honderd jaar Belgische kunst in KAdE genaamd 'Vierkantigste Rechthoek'. Hoe de Belgische Tom Barman, samensteller van de expositie, aan die merkwaardige titel komt is mij een raadsel. Het zal ongetwijfeld iets zeggen over wat hij zelf van Belgische kunst vindt, dat werd van de voorman van de Vlaamse band dEUS namelijk wel verwacht. Want Barman is behalve musicus ook verzamelaar en volgt de hedendaagse kunst op de voet. Hij was uitgenodigd om zijn persoonlijke kijk op 100 jaar kunst (vanaf WOI) van onze zuiderburen te geven. Wat Barman hierbij karakteristiek achtte is de tegendraadsheid, de humor, het eclectische, het geniepige lef en de zin om keet te schoppen. Op de lijst van deelnemende kunstenaars staan namen als Victor Servranckx, Leon Spilleart, Roger Van Akelyen, Michael Borremans en Luc Tuymans.



Barman selecteerde de werken allemaal heel intuïtief, vertelde hij. Duidelijk is in ieder geval dat België op het gebied van kunst meer heeft voortgebracht dan alleen het surrealisme, dat overigens wel is vertegenwoordigd in de vorm van een mysterieus schilderij van de 22-jarige Lisa Vlaemminck. Uiteenlopende stijlen komen verder voorbij, van abstract geometrisch tot puur figuratief. Af en toe is er ook ruimte voor een humoristische verrassing. In Kunsthal KAdE is de herfst bijvoorbeeld aangebroken gezien de hoop bladeren ergens in een hoek. Maar goed interessant allemaal dat z.g. verfrissende overzicht, maar ons kon het, enkele objecten uitgezonderd, niet of nauwelijks boeien. Ik kan me niet heugen dat ik ooit eerder zo snel een museum heb gedaan, en Joke al evenmin. De expositie vonden we, alle jubel verhalen ten spijt, niet echt interessant. Overigens denk ik eerlijk gezegd ook dat de manier van exposeren daar debet aan is. Verder heb ik niet de behoefte er hier meer over te zeggen. We waarderen erg dat dit nieuwe museum in Amersfoort voor moderne kunst er sowieso is, volgende keer beter zal ik maar zeggen! Alhoewel, de vorige expositie hier vond ik ook al matig, zie mijn stukje 'Kunsthal in A'foort' van 28 mei 2014. Alvorens naar huis te gaan, hebben we bij het nabij gelegen 'Zandfoort aan de Eem' eerst nog een kopje koffie genomen.

woensdag, oktober 22, 2014

Leonard Bernstein


Wat me aan de Amerikaanse componist, dirigent, pianist en muziekpedagoog Leonard Bernstein (1918-1990), die ik in mijn vorige stukje 'Mozart Concert' d.d. 17 oktober j.l. tegenkwam toen hij Ave Verum Corpus dirigeerde erg opviel, was zijn vermoeid ogende uitstraling. Eén en zeventig jaar oud, tegenwoordig maar ook destijds niet echt oud. Zo kende ik hem niet, in mijn herinnering was het een man met veel spirit. Op een zaterdagmiddag in het voorjaar van 1985, amper 5 jaar eerder dan zijn verschijning in mijn stukje over Mozart, zag ik op TV 'The Making of West Side Story' een prachtige documentaire over hoe Leonard Bernstein in een studio aan het repeteren is en omgaat met de musici die een rol spelen in zijn compositie 'West Side Story'. De musici hadden het niet makkelijk bij hem, maar Bernstein wist desondanks de sfeer op een bewonderenswaardige wijze prettig en werkbaar te houden. In de documentaire speelden alle musici een rol van betekenis, uiteraard, maar de rollen van de Nieuw Zeelandse operazangeres Kiri Te Kanawa (1944) als Maria en de Spaanse tenor José Carreras (1946) als Tony staan me nog het meest in mijn geheugen gegrift.

Leonard Bernstein was na de Tweede Wereldoorlog de absolute coryfee van het Amerikaanse muziekleven en ook internationaal de meest geliefde musicus van zijn tijd. Hij heeft buiten de musical en wereldhit 'West Side Story', die nog steeds wordt opgevoerd, meer musicals geschreven maar ook enorm veel andere serieuze muziek, opera's, symfonieën, cantates, jazz noem maar op, waaronder veel joods georiënteerde composities. Bernstein was met zijn enorme uitstraling en bevlogenheid een gevierd dirigent bij de meest prestigieuze klassieke symfonieorkesten.

Hoe het komt dat de documentaire van Leonard Bernstein's 'The Making of West Side Story' me sinds die zaterdagmiddag in het voorjaar van 1985 zo is bijgebleven, vind ik na bijna dertig jaar nog lastig te verklaren. Het is zeker niet alleen aan het feit te danken, dat ik daarna wel eens een uitvoering van de 'West Side Story' heb bijgewoond. En evenmin aan het feit dat ik de LP in het verleden ongeveer heb grijs gedraaid. Het is sowieso wel het charisma van Bernstein, de body language van deze erudiete man die me nog zo voor de geest staat. Het zal ook het moment geweest kunnen zijn, ik woonde destijds net in de binnenstad en was lekker achter het huis in m'n tuintje aan het klussen. Toen ik tijdens een theepauze even de programma's op onze nieuwe TV aan het uittesten was, viel ik met m'n neus in het begin van 'The Making of West Side Story'. Het fascineerde me zo, dat ik de tuin die middag heb gelaten voor wat het was! Iets meer dan vijf jaar later, om precies te zijn op 14 oktober 1990 zat ik in Lies op Terschelling in een mooi huis vanwege het huwelijk daar van onze oudste dochter, toen ik op het journaal van het overlijden van Leonard Bernstein hoorde. Ik was flabbergasted, hoe kon dat nou, ja hij rookte veel, maar toch. Zo'n energieke, levenslustige man die ons op muzikaal gebied nog zoveel moois had kunnen vertellen. Ook dat moment staat me nog bij als de dag van gisteren, evenals de momenten toen ik weer een paar jaar later met m'n oudste dochter door gribus wijken in New York reed en de Jets en Sharks, de straatbendes uit de 'West Side Story' a.h.w. zo voor me zag. In principe wil ik op dit ondermaanse niemand adoreren, maar het heeft er veel van weg dat ik dat met Leonard Bernstein maar moeilijk kan laten.



De musical West Side Story van de Amerikaanse componist en dirigent Leonard Bernstein is een van de bekendste musicals van de afgelopen eeuw. Het is een moderne versie van het Romeo en Julia verhaal van Shakespeare. De musical is gesitueerd in de achterbuurt van New York in de jaren ’50. De liedjes als Maria, America, Somewhere en Tonight, met teksten van Stephen Sondheim en muziek van Leonard Bernstein zijn wereldberoemd geworden.
West Side Story is van origine een theaterproductie, die in 1957 op Broadway zeer succesvol in première ging. In 1961 hebben Jerome Robbins (ook verantwoordelijk voor de choreografie) en Robert Wise er een filmversie van gemaakt. Voor de film heeft Leonard Bernstein nog extra muziek toegevoegd. De film was 1961 de op een na succesvolste film in Amerika (na Disney’s 101 Dalmatiërs) en heeft 77 weken onafgebroken gedraaid.In 1984, 27 jaar na de Broadway première, vond de première plaats van een uitvoering onder leiding van de maestro Leonard Bernstein zelf. Alleen was dit geen live uitvoering, maar nam Bernstein het werk integraal op voor een plaatopname met het label Deutsche Grammophon. Als solisten trok Bernstein grote operasterren als Kiri Te Kanawa, José Carreras, Kurt Ollman en Tatiana Troyanos aan. De Broadway musical met swingende liedjes en een rauwe ondertoon kreeg van Bernstein een opera-achtige benadering. Dat de opname en het voorafgaande instuderen geen gemakkelijk proces was, toont de documentaire The Making of West Side Story ons.Leonard Bernstein was geen gemakkelijk man. Hij stelde als dirigent hoge eisen aan de mensen met wie hij werkte. Bernstein was een man met een sterke passie en emotie, die hij evenzo intens in zijn muziek tot uiting wil brengen. Zijn andere benadering van West Side Story, zoals hij die in 1984 ten gehore bracht, is een meesterwerk. Toch vindt niet iedereen dat, met name door de ietwat vreemde combinatie van grote operasterren en het werk dat van origine een musical is. Maar Bernstein weet als geen ander deze operasterren tot grote prestaties te brengen. Dat hij ver gaat in wat hij van de mensen eist, bewijst deze documentaire die het opname proces van dichtbij laat zien. Een zeer intens en boeiend verslag van het werk in de opnamestudio in New York. De documentaire toont de hindernissen die Bernstein, de solisten en de musici moesten nemen. In de wijze waarop Bernstein het uiterste van de sterren vergt, gaat hij ver. Soms zo ver, dat de emoties hoog oplopen. Zoals bijvoorbeeld bij José Carreras, die de rol van Tony zingt. Carreras wordt op een gegeven moment door Bernstein zo onder druk wordt gezet, dat hij er even de brui aan geeft. Ook operazangeres Kiri Te Kanawa, die de rol van Maria zingt, zou volgens critici te netjes en te gearticuleerd zingen.
De documentaire is in 1985 genomineerd voor een Emmy Award.

maandag, oktober 20, 2014

Muziek in H' wijk!


Het was zaterdagochtend weer een gezellig volle bak in de Catharinakapel met het Puttense kleinkoor 'Vol-Luid', dat overigens ook drie Harderwijkers binnen haar gelederen kent. Ik weet niet hoe vaak ze in hun 18 jarig bestaan al in de Catharinakapel in Harderwijk hebben opgetreden, maar heel wat keertjes dat weet ik wel. Al vaker heb ik over een optreden van ze in deze kapel geschreven, zie o.m. mijn stukjes 'Vol Luid' van 2 maart 2008, 'muzikaal weekend II' van 20 december 2010 en 'Kleinkoor Vol-luid' van 12 maart 2012. Het koor heeft in al die jaren van haar bestaan een eigen en zeer herkenbare klankkleur ontwikkeld, desalniettemin is elk optreden weer anders dan het vorige. Maar altijd weer mooi en verrassend!

  

Ook hun repertoire van afgelopen zaterdag bevatte weer een aantal nummers die ik nog niet kende. Bijvoorbeeld Weep, o mine eyes van John Bennet, Pater Noster van Albert de Klerk en de spirituals Swing low en I' ve got peace like a river. Ik hoorde dat dit z.g. koffieconcert, waar de mensen vrij in en uit kunnen lopen, door kleinkoor 'Vol-Luid' min of meer werd gezien als een try-out voor een optreden in 'Kasteel De Vanenburg' op zaterdag 8 november a.s. Ze hebben dus nog drie weken om de puntjes op de i te zetten, maar dat lijkt me nauwelijks nog nodig. Natuurlijk, het kan altijd en eeuwig beter, maar de kwaliteit van wat ze ten gehore brachten vond ik al wel zo goed, dat ze er voor mijn gevoel met een gerust hart ook morgen al mee zouden kunnen optreden!

Na afloop van het concert heb ik op een terras op de Markt samen met een aantal mensen van Vol-Luid een tijdje gezellig zitten napraten.

vrijdag, oktober 17, 2014

'Mozart Concert' COV Putten


Volgend jaar viert COV Putten haar 80-jarig jubileum las ik. Dat doen ze deo volente met een uitvoering van het 'Weihnachts Oratorium' van Johann Sebastian Bach op 28 november 2015. Gezien de prestaties van het COV tijdens het 'Mozart Concert' op j.l. 11 oktober in Putten met een uitvoering van het Requiem, Missa Brevis en Ave Verum, zal ik als luisteraar tijdens dit jubileumconcert bij leven en welzijn zeker weer van de partij zijn. Ik hou van muziek en zeker ook van klassieke muziek, maar ik moet er zelf niet aan denken, om in een groot koor als het COV (ca. 70 leden) actief te zijn. Moeilijk, een jaar of nog langer repeteren voor een zangpartij in de doorgaans vrij pittige composities van de oude meesters. Maar onze vriend Roel O, die in het koor de bas-sectie versterkt, doet dit juist al jaren met veel plezier. En het resultaat is er na, met bewondering luister ik regelmatig naar uitvoeringen van COV Putten. Zie onder meer in mijn blogarchief de stukjes 'Messiah' (van G.F. Händel) d.d. 15 mei 2006 de 'Johannes Passion' (van J.S. Bach) d.d. 19 maart 2012 en 'Paulus', een concert in Ermelo. (van Felix Mendelssohn-Bartholdy) d.d. 17 november 2013.

Alle delen van het 'Mozart Concert'.
Genoemd 'Mozart Concert' o.l.v. de jonge dirigent Gerben Budding (1987) werd bijgestaan door Martine Bunschoten-Lage op het kistorgel, alsmede het Dordts Kamer Orkest en de solisten Anne-Marieke Evers (mezzosopraan), Gusanne van den Brink (sopraan), Daniël Hermán Mostert (bariton) en Leon van Liere (tenor).


Ave Verum Corpus, KV 618, o.l.v. Leonard Bernstein (1918-1990) in april
1990, een halfjaar voor zijn dood in de kerk van Waldsassen in Duitsland.

Het was niet te doen om tijdens de uitvoering zelf een filmopname te maken, dat zou me zeer zeker niet in dank worden afgenomen. Maar om een beetje een idee te krijgen van het niveau zaterdagavond, heb ik bovenstaande opname van Ave Verum Corpus, dat direct na de pauze ook door COV Putten werd uitgevoerd, van het internet geplukt.

Ave verum corpus, natum------------Gegroet waarachtig lichaam----------------------Salve, cuerpo verdadero,
de Maria Virgine,----------------------geboren uit de Maagd Maria-----------------------nacido de Maria Virgen.
Vere passum, immolatum------------dat werkelijk heeft geleden-----------------------Padeció realmente, fue inmolado
In cruce pro homine,------------------en voor de mens geofferd is aan het kruis.------en la cruz por el hombre.
Cujus latus perforatum--------------Uit wiens doorboorde zijde-------------------------Fue perforado su costado,
Unda fluxit et sanguine,-------------water met bloed vloeide.--------------------------de donde brotó agua y sangre.
Esto nobis praegustatum------------wees voor ons een voorsmaak---------------------Que seas probado por nosotros
In mortis examine.--------------------tijdens de beproeving van de dood.--------------en el momento de la muerte.

Ave verum corpus is een korte eucharistische hymne uit de veertiende eeuw die door verschillende componisten op muziek is gezet. De tekst wordt wel toegeschreven aan paus Innocentius VI en is gebaseerd op een gedicht uit een veertiende-eeuws manuscript uit de abdij van het eiland Reichenau in het Bodenmeer. Wolfgang Amadeus Mozart schreef zijn Ave verum corpus (KV 618) voor zijn vriend Anton Stoll die muzikaal assistent was in de parochie van Baden in de buurt van Wenen. Het werd geschreven om het feest van Sacramentsdag te vieren. Het autograaf is gedateerd op 17 juni 1791. Het gehele stuk omvat slechts 46 maten en is geschreven voor koor, strijkers en orgel. Mozart schreef het werk tijdens het schrijven aan zijn opera Die Zauberflöte en bij een bezoek aan zijn vrouw Constance die zwanger was van hun zesde kind. Hij schreef het zes maanden voor zijn dood.
Aldus een passage uit het programmaboekje van 'Mozart Concert' COV Putten.

woensdag, oktober 15, 2014

Herfstbelevenissen


Even ten zuiden van Stavelot ligt het plaatsje Trois Ponts, een toeristische trekpleister nabij de samenvloeiing van de riviertjes Amblève en Salm. Een prachtig bergachtig gebied dat behoorlijk wat mogelijkheden te bieden heeft voor wandelaars, fietsers en kanoërs. Ongeveer 5 km ten zuiden van Trois Ponts ligt op 480 meter hoogte het dorpje Mont Saint Jacques en het nabij gelegen bungalowparkje Village les Gottales. Vanuit de vier huisjes (nummers 19, 20, 24 en 26) die we daar van 3 t/m 10 oktober j.l. hebben gehuurd, hadden we een mooi uitzicht op de omgeving. Najaar in de Belgische Ardennen is per slot van rekening herfstplezier op niveau!

Vrijdag 3 oktober j.l. was het zover, en konden we vanaf drie uur 's middags over ons huisje (nr. 19) beschikken. Maar voor het zover was moesten we eerst nog wel een eindje rijden. Rond 300 km hadden we voor de boeg. De scholen hadden nog geen herfstvakantie, veel extra verkeersdrukte verwachten we dan ook niet. Desalniettemin waren we toch even over tien 's morgens al op pad, konden we het rustig aan doen en onderweg mogelijk hier en daar nog iets bekijken. Amper 10 km van huis realiseerde ik me dat ik m'n wandelschoenen was vergeten. Stom, om deze belangrijke attributen voor de komende week te vergeten! Toch zijn we niet terug gereden, daar had ik absoluut geen zin in. Met de gedachte, ik koop daar eventueel wel een paar nieuwe stappers, reden we verder. Het ging allemaal nog vlotter dan gedacht. Behalve de lunch die we onderweg ergens op een bankje hebben genoten, hadden we geen oponthoud. De enige bottelnek in de route was Maastricht, waar ze met die nieuwe weg bezig zijn. Maar uiteindelijk viel ook dat nog mee en zaten we een kwartiertje later in België. Vervolgens via Visé, Luik, Vervier, Spa, Stavelot en Trois-Ponts naar ons vakantieadres, waar we een uur te vroeg aankwamen. Geen probleem, we kregen de sleutel gewoon mee!

We waren achteraf gezien wel blij dat we een beetje te vroeg waren. Uiteindelijk hadden wij het deze keer georganiseerd, als zodanig konden we de anderen dus mooi verwelkomen. Mis dus, tot onze verrassing werden we door Hans en Carla uit Amsterdam nabij de receptie opgewacht, maar ze vertelden ons dat ze hoogstens vijf minuten eerder dan wij waren gearriveerd. Na onze spullen te hebben uitgeladen en het huisje te hebben ingericht, hebben we lekker in het zonnetje voor ons huisje op de anderen zitten wachten. Maar echt lang duurde dat niet, uiteindelijk waren we (voorlopig) rond een uur of vier compleet en zaten we met z'n tienen voor ons huisje aan de koffie. 't Was gezellig en lekker weer, en we bleven maar kletsen. Dus kwam er al vrij snel iemand met een fles spraakwater aanzetten, en kwam een ander met hapjes voor de dag. En voor we er eigenlijk erg in hadden, was de toon gezet en hadden we onze vakantie passend ingewijd.

Nevenstaand stukje poëzie, of beter gezegd poëtisch proza of prozagedicht op de wand boven ons bed in nummer 19, ontstijgt mijns inziens zeker het poëziealbum gehalte niet. Maar het past wel een beetje bij dit gezellige smurfenparkje. Je zou het min of meer kunnen zien als een accent in de geest van de hier heersende romantische kneuterigheid. Dat echter terzijde, als gezegd bungalowpark Village Les Gottales, gebouwd in 1974 ligt in een prachtige omgeving, een omgeving die behalve rust voor jong en oud veel activiteiten te bieden heeft. De kneuterigheid en de nep vakwerk architectuur van de huisjes storen me dan ook nauwelijks, of eigenlijk helemaal niet. Hoe zou het anders kunnen, dat ik de week in een prima vakantiesfeer heb doorgebracht, een week die bovendien omgevlogen is! Voor we er goed en wel erg in hadden was het alweer vrijdag, en moesten we onze spullen inpakken en de sleutel inleveren. Maar laat ik daar nu nog niet op vooruit lopen, we hebben hier eerst met z'n allen gelukkig nog bijna een hele week te gaan!


Zaterdagmiddag, het mooiste weer van de wereld! Dat hadden we nodig ook, want om een aantal reden hadden Hans en Carla het familie (snel)schaak toernooi 2014 deze keer buiten georganiseerd. Vrijdagavond laat waren de Zeeuwen Ad jr., de familieschaakkampioen van 2012, met Astrid en hun beide kinderen Jens en Mart nog aangekomen, alle deelnemers waren nu binnen, het (snel)schaaktoernooi kon beginnen. Maar eigenlijk was het al een beetje begonnen, want praktisch alles was reeds door Hans en Carla al klaar gezet. Tafels, stoelen, schaakborden, schaakstukken en schaakklokken. Maar dat niet alleen, behalve dat bij de thee en koffie zelfs biscuitjes met chocolade schaakmotieven werden geserveerd, stonden voor de liefhebbers ook de gekoelde drankjes reeds klaar onder een parasol. Het wachten was alleen nog op het startsein van Hans, maar dan moest uiteraard iedereen zijn of haar plaats wel eerst hebben ingenomen!

Maar op een gegeven moment was het dan toch eindelijk zover, en zat iedereen in de startblokken. Op het seintje van Hans drukte zwart als eerste de schaakklok in, en kon wit de eerste zet doen. Beide spelers hadden een kwartier om de andere schaakmat te zetten, lukte dat niet binnen die tijd dan bepaalde het eerst gevallen vlaggetje van de schaakklok de uitslag. Een kwartier is natuurlijk erg kort, daarom noemen we het ook snelschaak! De één kan daar uiteraard beter mee omgaan dan de ander. Lachen, de één laat zich door de klok zo opjutten dat hij of zij de domste zetten doet, en niet of nauwelijks aan een goede stellingopbouw toekomt. De andere denkt daarentegen weer te lang na, en vergeet de klok ook nog eens in te drukken na te hebben gezet. Maar ondanks de lol die we met z'n allen daar een paar uurtjes aan beleven, wordt er evengoed toch ook bloedserieus geschaakt. En zo kwam er ook deze keer uiteindelijk weer een winnaar boven drijven, of beter gezegd een winnares, want volgens Hans, onze grote organisator, had Jeanette de meeste punten behaald. Ik had stellig de indruk dat de uitslag haar erg verraste. De cijfers liegen echter niet, we weten dus wat ons bij het eerst volgende familie (snel)schaaktoernooi te doen staat!

Daags na het schaaktoernooitje hebben we eigenlijk weinig gedaan. Het weer nodigde niet erg uit om buiten iets te ondernemen, al dacht niet iedereen er zo over. Hoe dan ook, wij hebben de dag overwegend naar muziek luisterend en lezend doorgebracht in ons smurfentorentje. Joke begon de draad in 'De Cirkel' van Dave Eggers te pakken te krijgen, en ik kreeg eindelijk vat op 'La Superba' van Ilja Leonard Pfeijffer, winnaar van de Libris literatuurprijs 2014. Typisch, thuis had ik de roman al sinds eind mei j.l. op het nachtkastje liggen, maar daar wilde het me maar niet pakken. Maar ja, van zo'n dag op je krent zitten lezen wordt je uiteindelijk toch ook behoorlijk gaar. In de namiddag zijn we dan ook alsnog een eindje gaan wandelen. Gewoon in de directe omgeving de deur uit, het parkje af, linksom de Parc de Saint-Jacques op tot aan de Saint-Jacques, vervolgens rechtsaf tot aan Eglise de St. Jacques. Een zeldzaam mooi kerkje, dat daar helemaal in het landschap opgaat. Het is een eigentijds stukje architectuur dat zeker van enige afstand een amorf geheel vormt met de omgeving. Knap gedaan, dat zie je vaak anders met godshuizen architectuur. Na dit moois zijn we rechtsaf via de Parc de Saint-Jacques weer naar ons gezellige smurfentorentje gewandeld.

De Hautes-Fagnes ofwel De Hoge Venen is een bijzonder weids natuurgebied tussen de plaatsen Monschau, Malmedy, Eupen en Spa. Het hoogveen gebied is met een top van 694 meter boven TAW (Tweede Algemene Waterpassing, de Belgische referentiehoogte ligt 2,33 meter lager dan het Nederlandse NAP) het hoogste punt van de Belgische Ardennen. Jaarlijks valt er 1500 tot 1700 mm neerslag waardoor het een enorm moerassig gebied is. Maar middels houten vlonderpaden is het gebied voor wandelaars goed toegankelijk gemaakt, reden dus voor een wandeling aldaar. Met z'n twaalven zijn we naar de parkeerplaats nabij herberg La Baraque Michel gereden, uitgangspunt voor een wandeling van een uur of twee, drie. We kwamen er trouwens al doende achter dat niet alle vlonders, die hier tijdens de grote veenbrand van drie jaar geleden zijn verbrand, al waren hersteld. Waarmee we de kortere wandelroute, waar enkelen van ons op gerekend hadden, konden vergeten. Het mocht de pret echter niet drukken, maar op een gegeven moment keerden de eersten, o.m. ik, toch maar rechtsomkeert. We zaten amper aan de soep in herberg La Baraque Michel, toen ook de rest van ons wandelclubje binnen kwam. Ze waren uiteindelijk toch ook maar omgekeerd!


Terug in ons smurfenstulpje hebben we de haard maar eens aangestoken. En wat voor een haard! Een overwegend stalen constructie met glazenpanelen en deurtjes in de vorm van een hexagon ofwel een zeshoek. Het gevaarte besloeg een oppervlak van om en nabij de 2,5 m2 en stond pontificaal midden in ons ronde knusse kamertje. Een zicht belemmerende sta in de weg van formaat, de verhoudingen waren totaal zoek. Dat had anders gekund, maar oké, het was niet anders, maar dan zal die branden ook! En dat deed ie tot volle tevredenheid. Ach ja, vuurtje stoken, altijd weer een leuke en gezellige bezigheid!

Woensdag, op de meest regenachtige dag zijn we met Ad en Will naar het Bastogne War Museum gereden. Het Bastogne War Museum dat op 22 maart 2014 is geopend, is ontstaan na een grondige verbouwing en uitbreiding van het voormalige Bastogne Historical Center. Het staat dicht naast het Mardasson monument op de Mardassonheuvel, destijds het middelpunt van de strijd. Het museum geeft niet enkel een overzicht van het Ardennenoffensief, maar van de gehele oorlog, dat is onderverdeeld in tien blokken. Waarvan drie met een mooi woord 'scénovisions' genoemd worden, ofwel belevingsruimtes. De tien blokken leiden je van de Eerste Wereldoorlog en het Interbellum naar de invasie van België. De eerste 'scénovision' is een film over de militaire operaties in de oorlog. Vervolgens ga je via de bezetting en het verzet in België door naar de landingen in Normandië en het Ardennenoffensief, waar de tweede beleving op aansluit. Je kunt je helemaal inleven in de slag, ze hebben de ruimte zelfs 10 graden kouder gemaakt. Daarna wordt ingegaan op het dagelijks leven in de oorlog, waar de laatste 'scénovision' bij aansluit. Je bevindt je in een café tijdens een bombardement en belandt vervolgens in de kelder om te ervaren wat de inwoners van Bastogne moesten doorstaan. Het museum sluit daarna af met de capitulatie.

Toen het tussen de buien door even droog was, ben ik het op 16 juli 1950 ingewijde Mardasson monument eens gaan bekijken. Het monument staat voor de duurzame vriendschap tussen het Belgische en Amerikaanse volk, die schouder aan schouder vochten tijdens de overwinningsstrijd die zij voerden tijdens de Slag om de Ardennen in december 44 en januari 45. Het monument heeft de vorm van een ster met vijf punten. De geschiedenis van deze bloedige slag is in gouden letters gegraveerd in de wand van de open galerij. En in de bovenste randen van het monument staan alle 50 staten van Amerika gegraveerd. Via een open wenteltrap kwam ik op het dak, waar ik ondanks het heiige mistroostige weer een magnifiek uitzicht had op de omgeving van Bastogne. Maar op een gegeven ogenblik begon het weer eens te regenen, en moest ik maken dat ik weer snel een dak boven m'n hoofd had. Terug in het Bastogne War Museum kwam ik Ad tegen in z'n eentje. De dames zaten nog in een z.g. 'scénovision' naar een film te kijken. Wachten dus, oké dan nemen we toch een lekker bakkie koffie in het restaurant!

Ik had 's avonds net de draad opgevat in 'La Superba', komt Hans binnen lopen. Of ik zin had in een partijtje simultaan schaak tegen hem, samen met Jeannette, Geert en Jan. Ja leuk, kan ik je mogelijk eindelijk eens een keer inmaken, hoewel ik die illusie niet echt had. Want ofschoon Hans zich (nog)niet officieel schaakmeester mag noemen, is hij dat voor een gelegenheidsschaker als ik zeker wel! De officiële titel schaakmeester verkrijg je in de schaakwereld als je aan bepaalde gepubliceerde ratings voldoet. Maar goed, hoe dan ook, even later zaten we met z'n vieren met vier borden en schaakklokken tegenover hem, het spel kon beginnen. De klokken waren ingesteld op 15 minuten speeltijd voor ieder, terwijl Hans als simultaangever volgens de regels op elk bord de openingszet mocht doen. Mijn latente illusie om eens een keer van hem te winnen, nu hij zijn aandacht zo moest verdelen, werd reeds na een paar zetten de grond ingeboord. Ik moest volop in de verdediging, en dat is de hele partij, die nog geen kwartier geduurd heeft zo gebleven. Ik troostte me enigszins met de gedachte, dat ik de één na laatste was die onderuit ging. Alleen Jan heeft het, voor hij door zijn jongere broer onderuit gehaald werd, nog drie minuten langer kunnen volhouden.

Daags na het vermakelijke simultaandebacle liepen we tijdens een wandeling in Stavelot tegen nevenstaand pandje op. Het staat op de hoek Avenue Ferdinand Nicolay - Basse Cour. Het staat zo goed als zeker op de nominatie om te worden gesloopt, gezien de staat waarin het verkeert, en de nieuwbouwplannen die we daar alvast op een billboard konden bekijken. Actievoerders zijn het kennelijk oneens met de plannen, en hebben op een ludieke manier de aandacht gevestigd op het oude pand. Ze willen volgens mij zeggen dat het slechts een paar breukjes zijn waarmee we hier te maken hebben. De ingewanden puilen er weliswaar uit, maar het is allemaal nog goed te restaureren! Aardige actie, maar ik denk eerlijk gezegd niet dat ze daarmee de sloophamer kunnen stoppen. Omdat het alweer de laatste dag was van onze gezamenlijke vakantie, zijn we 's avonds met z'n allen gaan eten in café restaurant Ferme Bodson in Mont Saint Jacques. Lokale lekkernijen voor een leuke prijs vlakbij ons parkje. Keus zat, biefstuk, kwartel, forel, ham, kip, wafels, pannenkoeken en ook de vegetariërs onder ons hadden genoeg keuze. De witlofsoep was zout, maar verder had niemand wat te klagen. De wandeling terug naar ons smurfenparkje was bij volle maan sprookjesachtig!


Vrijdagochtend rond halfelf hadden we onze sleutels weer bij de receptie ingeleverd. Waarna we ter afscheid in Stavelot bij 'Maréchal' aan de Avenue Ferdinand Nicolay nog een kopje koffie gedronken hebben met z'n allen. En voor we het goed en wel beseften, waren we na nog een laatste rondje zoenen, met z'n tweetjes op weg naar huis. Dat ging vlot, met een uurtje hadden we de bottelnek bij Maastricht al achter ons liggen. In het historische Thorn, het aardige witte stadje dat ooit een mini-vorstendom was, geleid door een abdis en een klooster met twintig adellijke dames, hebben we voor de lunch rond het middaguur een korte break ingelast. Even lekker in het zonnetje op het terras van 'De Pannekoekenbakker' aan de Hoogstraat. Vervolgens zijn we linea recta naar huis gereden. Daar aangekomen vonden we gevoelsmatig ineens alles behoorlijk groot. Begrijpelijk uiteraard als je een week lang in zo'n klein gezellig smurfenstulpje hebt rond gehangen!

woensdag, oktober 01, 2014

met herfstvakantie


De ritmesectie van een band kan bestaan uit een drumstel of andere slag-of percussieinstrumenten, een basgitaar of contrabas, een piano of/en gitaar. De ritmesectie van 'Hodgepodge' Irish ballads & folk music, bestaat uit: Een bodhran of cajon en één dan wel twee gitaren. Hoewel het de bedoeling is dat de ritmesectie niet al te dominant boven de andere instrumenten uit komt, is ze voor de band en haar publiek van essentieel belang. Met name de bodhrán wordt wel de hartslag van de Keltische muziek genoemd. In Ierland, Schotland, Wales en Bretagne, en zeker ook nog op vele plekken elders in de wereld, is de bodhran in vele ballads en folksongs niet weg te denken. Hoe dan ook, de ritmesectie wordt in het algemeen de motor van een band genoemd, ongeacht wat voor een band. De belangrijkste taak van de ritmesectie is de band aandrijven in een 'constant tempo'. Ze zorgt zo ook voor een groot deel, zo niet het grootste deel, voor het z.g. 'swingeffect' van een band!

Gedurende het geplande optreden in 'Centrum De Zin' in Harderwijk op vrijdag 3 oktober a.s. zal vanwege de herfstvakantie van ondergetekende de ritmesectie van 'Hodgepodge' alleen bestaan uit één dan wel twee gitaren. Ben benieuwd hoe deze bezetting zal uitpakken voor band en publiek, we hebben een dergelijke ervaring nog niet opgedaan. De gitaren kunnen de donkere staccato bonk van de bodhran of cajon uiteraard niet vervangen, maar als ze de gitaarakkoorden strak en met een stevig geluidsvolume spelen, zullen de verschillende nummers voor band en publiek naar mijn idee weliswaar anders, maar desalniettemin mooi en representatief overkomen!

donderdag, september 25, 2014

Het beeld als last?!


Wat wil Marlene Dumas (Kaapstad, 1953) eigenlijk zeggen met haar expositie 'The image as burden' in het Stedelijk Museum in Amsterdam. 'The image as burden' zoiets als 'Het beeld als last'. Dumas houdt zich bezig met de psychologie van het kijken. Beelden zijn volgens haar altijd politiek. Er wordt altijd iets aan toegekend, bijvoorbeeld dit is crimineel of terroristisch, en dat is erotisch.

De titel van de expositie 'The Image as Burden' verwijst naar haar gelijknamige schilderij uit 1993. Een man draagt zijn vrouw in de armen. Het is een still uit de tragische liefdesfilm Camille uit 1936. Het beeld roept echter ook associaties op met andere beelden. Bijvoorbeeld het christelijke piëta-motief, de bewening van Christus dode lichaam door zijn moeder. Of de talrijke hedendaagse nieuwsfoto's uit ramp- of oorlogsgebieden. 'The Image as Burden' met zijn uiteenlopende connotaties is illustratief voor de manier waarop Marlene Dumas de beeldcultuur van heden en verleden benadert en verwerkt in haar schilderijen. Er is altijd spanning voelbaar tussen het bronmateriaal waarmee het begint en de verbeelding waarmee het eindigt, tussen het schilderkunstig gebaar en de illusie van de voorstelling. De tentoonstelling bood een representatief overzicht van het oeuvre, dat de al sinds de jaren zeventig in Amsterdam woonachtige Zuid-Afrikaanse Marlene Dumas heeft opgebouwd. Haar schilderijen van existentiële onderwerpen als liefde, dood, verlangen en schuld stemden mij niet bepaald vrolijk.

Maar dat hoeft natuurlijk ook niet altijd, haar werk stemt tot nadenken! Zij reikt als kunstenaar items aan en confronteert ons daar mee. We zijn als beschouwers verantwoordelijk voor onze eigen interpretatie! Ik bewonder in ieder geval haar verwondering over de diverse beeldtijden, die zich door haar met een scala aan culturele associaties tot nieuw werk laten mengen!

zondag, september 07, 2014

jaarlijks fietsdagje


Eén keer per jaar trekken we er met de familie een dagje op uit met de fiets. D.w.z. we fietsen maximaal een uur of drie en genieten tussendoor van de nodige pitstopjes, al of niet gepaard met iets lekkers in vaste dan wel vloeibare vorm. De fietsdagjes worden bij toerbeurten georganiseerd, gisteren was het onze beurt. Rond een uur of half twaalf was de hele club compleet, en zaten we met z'n allen bij ons aan de koffie met een punt appel-slagroomvlaai. Bij vermeende sportprestaties is uiteraard een goeie ondergrond van belang! Toen het één en ander was weggewerkt en iedereen en-passant was bijgepraat door die en gene, was het hoog tijd om het stalen ros te beklimmen. Aldus geschiede, even later zat iedereen in het zadel en begonnen we vol goede moed aan een knooppuntentochtje van ca. 42 km in de nabije omgeving en iets daarbuiten. Het weer was de afgelopen week subliem geweest, jammer dat het juist nu beduidend minder was. Niet echt slecht ook, maar evengoed stonden we een klein halfuurtje na ons vertrek al wel een kwartiertje onder een grote beukenboom voor de regen te schuilen. Gelukkig is het daarbij voor de rest van de dag gebleven.

'Ons Strandhuus' aan het Veluwemeer bij Hulshorst was ons eerste rustpunt. Prachtig diffuus licht op het Veluwemeer, verstilling, voorloper van de naderende herfst. Na een kopje soep klommen we weer in het zadel voor een iets langer traject door het Leuvenumse Bos en over de Elspeetse Heide richting Kasteel Staverden, ofwel het kleinste stadje van Nederland!

Op het terras van Brasserie Staverden was het een drukte van belang en erg gezellig. We fietsen en wandelen al vele jaren nabij Kasteel Staverden, maar we raken er nooit uitgekeken. Het Kasteel, het Koetshuis en de Brasserie van Staverden liggen volgens mij op één van de mooiste landgoederen van de Veluwe, zo niet het mooiste landgoed. Staverden heeft al in 1298 stadsrechten gekregen en is uitgeroepen tot de kleinste stad van Nederland. Merkwaardig eigenlijk, de omgeving doet me daar aan van alles en nog wat denken, behalve aan een stad! Maar dit terzijde, de combinatie van rijke historie, karakteristieke opstallen, schitterende tuinen, een eigen moestuin en kas, en de witte pauwen op het landgoed maken dit plekje tot een unieke belevenis!

Maar hoe mooi en gezellig dan ook, we moesten na een uurtje toch weer verder om rond zes uur weer in Harderwijk te zijn. Overigens als we daar nog een poosje zouden blijven zitten, zou de wijn wel eens in onze benen kunnen zakken met alle gevolgen van dien. Dan waren we daar in dat bos natuurlijk niet meer vooruit te branden. Gelukkig hebben we altijd wel een paar verstandige mensen in onze familie, en zo kon het gebeuren dat we even later weer fris en monter in het zadel zaten om ook de laatste etappe van ons fietstochtje te slechten. We werden in dit stukje nog even verrast, toen een everzwijn vlak voor onze fiets overstak. We probeerden hem nog te vangen met onze lens, maar dat konden we vergeten, die beesten lopen ongelooflijk hard door het struikgewas. Even over zes zaten we met z'n allen met een wijntje op het terras van restaurant 'Monopole' in Harderwijk over het Wolderwijd te staren, en kregen we voor onze prestaties die dag het twintigste lintje van Ad, onze padre familias, uitgereikt. Een feestelijk moment, heel even kwam toen zowaar ook het zonnetje nog door het wolkendek piepen. Mooie momenten, maar toen het een beetje kil werd, zijn we toch maar naar binnen gegaan, waar de tafel al voor ons gedekt stond!

donderdag, september 04, 2014

het nieuwe oerbos


Passage uit mijn stukje 'Harderbos' van 2 september 2007:

Gisteren hebben we gefietst in het Harderbos. Het Harderbos behoort tot één van de meest gevarieerde en volwassen natuurgebieden in Flevoland. Bos, moeras, grasland en plassen, alles is aanwezig. In 1968 aangelegd als een productiebos, populieren, populieren en nog eens populieren. Maar sinds 1997 is Natuurmonumenten bezig er een soort van oerbos van te maken. Door de vruchtbare kleigrond gaat dit in een wonderbaarlijk snel tempo. Er is nu na ca. 10 jaar al weinig meer over van het saaie productiebos. Sinds de tijd dat ze het dode hout laten liggen, wordt de flora en uiteraard de fauna er met het het seizoen gevarieerder en mooier.
Op een keer toen ik daar fietste werd ik verrast door 3 spelende jonge vosjes aan een bosrand, iets wat ik zelf tot dan toe in de vrije natuur zo nog niet eerder had gezien. Prachtig! Volgens het boekje schijnen er meer dan 60 verschillende zang- en roofvogelsoorten te broeden, waaronder ook de prachtige ijsvogel. Behalve de aanwezigheid van diverse zoogdieren als reeen, vossen, bunzings, hazen en noem maar op, grazen er ook Schotse hooglanders die daardoor zo ook een steentje bijdragen in de voortgaande ontwikkeling van het nieuwe oerbos. Maar oerbos of niet, er lopen wel riante betonnen fietspaden doorheen.


Dat was in 2007, gisteren fietsten we sinds lange tijd weer eens in het Harderbos rond. Te gek eigenlijk, terwijl ons nieuwe oerbosje zo ongeveer om de hoek ligt. Wat ons opviel, is dat het bos er in onze ogen weer gevarieerder is gaan uitzien. Dat zal uiteraard mede te danken zijn aan de inzet van Natuurmonumenten. Het Harderbos maakt deel uit van een netwerk van natuurgebieden in Nederland, de z.g. Ecologische Hoofdstructuur. De toename en variatie in struweel en luwe- en natte plekken trekt steeds meer vogels en insecten aan. Het is een continue proces, steeds meer variatie in flora en fauna. Vogelsoorten als de grasmus en de spotvogel voelen zich thuis in zo'n omgeving, maar ook de grauwe klauwier en de karekiet. De processen in dit gebied schijnen zeer nauwlettend te worden gevolgd.

Hoe dan ook, het is een genot om door deze oase van rust te fietsen of te wandelen. Wel een beetje op afstand blijven van die malle Schotse hooglanders, want die kunnen soms raar uit de hoek komen!

woensdag, september 03, 2014

'De eeuwige bron'


Gisteravond hebben we in A'dam in de stadsschouwburg 'The Fountainhead' gezien. (Zie als voorwerk mijn stukje 'klassieker uit 1943' van 15 juni j.l.) Een lange zit van halfacht tot kwart voor twaalf, inclusief pauze op een voor ons zo gedenkwaardige avond. Maar het was de moeite meer dan waard, geen moment hebben we ons verveeld. Van de Rabozaal, sinds 2009 de tweede theaterzaal in de stadsschouwburg, waren alle 500 zitplaatsen uitverkocht. Voordeel dat we de tickets in juni al gekocht hadden, was dat we op de tweede rij van voren voor ons gevoel soms tussen de acteurs zaten. Riant, geen detail ontging ons!

Ayn Rand schreef in 1943 ‘The Fountainhead’. Een verhaal over Howard Roark (door Ramsey Nasr), een jonge architect die na zijn afstuderen in de roaring twenties aan het werk gaat in New York. Hij heeft talent en een intrigerende kijk op de moderne architectuur. Hij is eigenwijs en verdomd het om betreffende zijn ontwerpen concessies te doen. Een manco dat hem door opdrachtgevers niet in dank wordt afgenomen. Hij is volgens deze lieden een onmogelijke figuur om mee samen te werken. Het gaat Howard Roark dan ook absoluut niet voor de wind. Opdrachten blijven uit of worden zelfs ingetrokken. Volgens de auteur van 'The Fountainhead' zijn er twee soorten mensen t.w. leiders en volgers. In dit verband mensen die creëren en mensen die daar op voort modderen. In 'The Fountainhead' zien we ene Peter Keating (door Aus Greidanus jr.) studiegenoot en voortmodderaar, en als zodanig dus een absolute tegenhanger van Howard Roark. Hij doet alles wat de opdrachtgevers van hem willen. Hij heeft nauwelijks een eigen inbreng, een typische volger, maar het levert hem in eerste instantie geen windeieren op.

Dominique Fracon (door Halina Reijn) een femme fatale, is in het stuk erg teleurgesteld door het volgzame gedrag van de mensen. Maar bij de onafhankelijke Howard Roark meent de kille Dominique Fracon een vorm van originaliteit en integriteit te bespeuren. Echter van liefde en passie tussen beide lieden is voorlopig nog geen sprake. Terwijl beiden op andere gebieden zo scherp zijn, speelt op dat gebied desinteresse en labiliteit een rol van betekenis.



Na de pauze deed projectontwikkelaar en opdrachtgever Gail Wynand (door Hans Kesting) zijn entree. Groots bracht hij de sfeer van Ayn Rand's 'The Fointainhead' in beeld. Er gebeurde teveel om in dit stukje verder in detail op in te gaan, maar ik vond het een feest om er bij te zijn. De slotscène van Ramsey Nasr was indrukwekkend, de zaal was al stil, maar nu kon je een speld horen vallen. Met een monoloog van zeker twee à drie minuten hield hij het publiek in de greep. Het thema van Ayn Rand's ‘The Fountainhead’, namelijk de strijd tussen individualisme en collectivisme, werd door hem nog eens even sterk uit de doeken gedaan, met een staande ovatie als gevolg. Toneelgroep Amsterdam bedankt, wat een avond!

maandag, september 01, 2014

literair tekenwerk


In het V-Katern van de Volkskrant las ik vanmorgen een interview met Stefan Verwey (1946). M'n favoriete maatschappij kritische cartoonist, waar ik wekelijks van genieten kan, en waarvan ik jaren geleden in de Kunsthal in Rotterdam ook eens een prachtige overzichtstentoonstelling heb gezien. Zijn favoriete onderwerpen zijn schrijvers, dichters, boeken en boekenverzamelaars. Kennelijk een onuitputtelijke bron voor Stefan Verwey.

Zijn cartoons in de Volkskrant gaan sowieso altijd over het literaire leven. Maar hij geeft in de media zijn kijk op de samenleving ook wel middels andere onderwerpen die hij belangrijk vindt, en waarvan hij vindt dat er over moet worden nagedacht. Door de individualisering van een samenleving, waarin de grootste schreeuwers het ook nog eens voor het zeggen hebben, is er genoeg stof tot nadenken. Hij maakt cartoons over zaken als oppervlakkigheid en over de vele ranzige flutprogramma's op tv, maar ook het consumptieve gedrag van de mensen stelt hij aan de kaak. Shoppers die van geen ophouden weten.

Hij is geen wereldverbeteraar zoals hij zelf zegt. Evenmin beweert hij dat vroeger alles beter was. Mensen die dat beweren zijn in zijn ogen echt oud. Het is ook gewoon niet waar! Neem bijvoorbeeld een stad als Amsterdam, die was in de jaren vijftig nog zo burgerlijk, dat schrijvers en kunstenaars als o.m. Campert, Kousbroek en Lucebert de stad ontvluchten. Weg van de spruitjeslucht, ze gingen naar Parijs, dat toen al een verlichte stad was.

Stefan Verwey probeert middels zijn tekentalent de vinger aan de pols te houden en ogen te openen, zonder al te cynisch te zijn. En dat gaat hem voor mijn gevoel goed af!

dinsdag, augustus 26, 2014

Zwolse romantiek


De Kromme Jak is volgens mij wel één van de meest pittoreske straatjes in de Zwolse binnenstad. Ik moest daar aan denken toen ik op facebook een foto van 'Kort Jakje' tegenkwam, een klein voormalig pakhuisje in de oksel van de Kromme Jak, dat is omgebouwd tot een Bed & Breakfast voor verliefde stelletjes. Dat maak ik er overigens zelf van hoor, want het is daar klein en knus.

Het lijkt erop of Zwolle, m'n geboortestad, in toenemende mate weer een prominent plekje in mijn leven inneemt. Beelden die ik vroeger niet zag, of mogelijk niet wilde zien, vind ik nu prachtig. De Zwolse binnenstad, die ik zo ongeveer ken als mijn broekzak, vind ik echt één van de meest romantische plekjes in de regio. Voor het overige is Zwolle topografisch gezien net zo ontploft als heel veel steden in Nederland. Mijn dochter woont in een groot stadsdeel waar nog geen twee decennia geleden koeien liepen.

Maar om even terug te komen op de Kromme Jak, die is zo uniek dat daar delen van de tv-serie over Johnnie Jordaan werden opgenomen. In Amsterdam was kennelijk nergens zo'n pittoresk en ongeschonden straatje te vinden als de Kromme Jak in de vroegere volksbuurt van de Zwolse binnenstad. Zwolle is ook een stad met behoorlijk wat monumenten, groot en klein. Om maar wat te noemen: de Grote Kerk, de Sassenpoort, eeuwen oude stadsmuren, gevelstenen en een beeld van Rodin, afgewisseld met teksten hier en daar over bijvoorbeeld het ontstaan van de SDAP in Zwolle en over bekende personen als Ter Borch, Brood, Potgieter en Thorbecke.

Boeiend allemaal, en er is nog veel meer te zien, teveel om in dit stukje op te noemen, dat zal ik dan ook zeker niet doen. Alleen dit nog: Wie Zwolle niet kent is niks gewend!

maandag, augustus 25, 2014

Europese perikelen


De tentoonstelling 'Europe Me' in Kasteel het Nijenhuis is een bijzonder intrigerende expositie rond het thema Europa. Ik wist in eerste instantie niet waar ik in de kakofonie aan kleuren en vormen het eerst of laatst moest kijken. En de chaos in mijn hoofd werd er niet beter op toen een forse groep wandelaars vanuit het park ook even al kakelend binnen kwam kijken vanwege de regen.

David Bade (1970, Willemstad, Curaçao) laat z'n artistieke doolhof reeds buiten in de slotgracht beginnen met zijn object 'Schuitje varen, theetje drinken' Het symboliseert de reis van vele vluchtelingen die met gevaar voor eigen leven naar Europa komen. Verder heeft hij de vrije hand gekregen in Kasteel het Nijenhuis, een plek waar net als vele andere buitenhuizen van oudsher politieke ideeën ontstonden. Het één en ander heeft geleid tot een totale metamorfose van het interieur op de begane grond. Elke kamer van het kasteel voorziet min of meer in een onderwerp dat letterlijk of overdrachtelijk aansluit bij de oorspronkelijke functie. In de eetzaal gaat het over voedsel en gerechten, maar ook over eten als een daad van verovering, van opsouperen en verteren en de onvermijdelijke stank daarna. In de bibliotheek figureren de geleerden van Europa, de filosofen en rederijkers, kerkvaders en reformatoren, humanisten en anti-globalisten. Er wordt veel gepraat en weinig geluisterd. In de gangen en tussenruimtes zie je de verbeelding van de vele migratiestromen die Europa tot op de dag van vandaag kenmerkt. Gelukszoekers en vluchtelingen worden voortgedreven als vee. Mensen botsen hard op elkaar of wachten angstig en onwetend op wat komen gaat. In donkere achterkamertjes worden verboden afspraken gemaakt. Daar klinkt oorverdovend de stille diplomatie en is don’t ask, don’t tell de mores. Hoofdtoneel is de grote zaal, voor de gelegenheid getransformeerd tot een casino. Hier gaan de leiders van nu met kopstukken uit de Europese geschiedenis vrijwillig of zo nodig gedwongen in groepstherapie. Hier wordt gesproken en vergaderd, gebluft en gegokt, bedrogen en gevochten en met geld gesmeten. Verliezers worden winnaars en winnaars worden verliezers.

David Bade neemt met deze expositie de bezoekers mee op een reis door het Europa van verleden en heden las ik. Een mozaïek van tekeningen, schilderijen en sculpturen vertelt de geschiedenis van Europa, bezien door de ogen van Bade. Ik weet het niet! Het was goed dat we bij de kassa een beschrijving hadden meegekregen, zodoende meende ik nog iets van Bade's artistieke verbeeldingskracht te kunnen begrijpen, al was het met moeite. Ik las ergens, dat wie David Bade in huis haalt, zelf maar beter via de achterdeur kan verdwijnen. Daar zit wat in vind ik! Museum de Fundatie heeft Bade uitgenodigd op Kasteel het Nijenhuis, om in het kader van de Europese Verkiezingen j.l. 22 mei een kunstzinnige voorstelling te maken met als thema Europa. Het zou me echter niet verbazen, als ik te horen zou krijgen dat er in deze iemand van Museum de Fundatie middels de achterdeur vertrokken is.

zaterdag, augustus 23, 2014

(meerder)jarige kleindochter


Terwijl in 1996 in Nederland o.m. de dienstplicht werd afgeschaft, in Amsterdam de 'Arena' werd geopend, de eerste Thalys in een sukkeldrafje van Amsterdam naar Parijs reden, onze nationale vliegtuigfabriek Fokker failliet ging, met de Hubble ruimtetelescoop de eerste foto's van Pluto werden gemaakt, in een Schots laboratorium een schaap werd gekloond die ze Dolly (naar Dolly Parton) noemden, Guus Meeuwis met de spoorhit 'Kedeng, Kedeng' uitkwam, Jantje Smit op 10 jarige leeftijd met Carola Smit en de rest van BZN het nummer 'Mama' opnam en Arnon Grunberg voor zijn debuut roman 'Blauwe Maandagen' Het Gouden Ezelsoor ontving, kregen wij Jeanne, ons eerste kleinkind!

Gisteren hebben we met z'n allen haar 18e verjaardag gevierd. Nu is ze dus meerderjarig, een juridische term, niet te verwarren met volwassenheid. Volgens de grondwet mag ze vanaf nu dus meedraaien in het politieke circuit, en mag ze kiezen of gekozen worden. Een meerderjarige is in ons rechtsstelsel in principe handelingsbekwaam, en zal voor al zijn of haar rechtshandelingen moeten instaan. Als ze strafrechtelijke delicten begaat, zal ze dus in principe volgens het volwassenenstrafrecht worden berecht. Dat is in grote lijnen wel zo'n beetje de consequentie van meerderjarig zijn. Maar volwassenheid is weer wat anders, hoe anders dat weten zelfs geleerden niet altijd te duiden. De één is op z'n twaalfde al een behoorlijke wijsneus, terwijl de andere van z'n lang zal ze leven niet veel wijzer wordt. Maar hoe je het echter ook wend of keert, als ze gewoon lekker doorgaat op haar eigen ingeslagen weg naar volwassenheid, zal dat volgens mij ongetwijfeld goed komen!

Jeanne vertelde me dat ze vandaag, op haar verjaardag dus, haar eerste rijles heeft gehad. Ze kon al wel een beetje rijden maar nu was het menens. Best spannend natuurlijk, dat weet ik nog wel van toen ik zelf mijn eerste rijles nam. Van alles speelde er door mijn hoofd. Kan ik het wel, en wat gebeurd er als ik een ongeluk veroorzaak, daar kon ik destijds buikpijn van krijgen. Onnodige kopzorg natuurlijk, je neemt niet voor niets les van een ervaren rijinstructeur, die bovendien naast je zit en tijdig kan ingrijpen als het moet. Ben benieuwd hoeveel lessen ze nodig zal hebben, en dan ook nog die theorie. Ze doet haar best maar, ik ben blij dat ik in dit opzicht niet in haar schoenen sta. Ik denk dat ik het zeker met de theorie nog knap moeilijk zou hebben.

Maar wat zit ik te ouwenelen, daar heeft Jeanne geen boodschap aan. Die gaat het allemaal halen in het komende jaar, daar ben ik van overtuigd!

Het was een gezellig feestje. Wel een beetje jammer dat we vanwege de regen niet lekker buiten konden zitten. Ik kan me geen nattere Augustus herinneren dan de huidige. Ik heb het eens nagekeken, maar Augustus 1996 was sowieso een heel stuk droger. Ach ja, de tijd vliegt, je kan niet altijd alles hebben!

woensdag, augustus 20, 2014

natuur & inspiratie


De tentoonstelling 'Natuurkracht - beeldende kunst en sieraden geïnspireerd door bomen en bos' in het CODA Museum te Apeldoorn, bestond uit werk van in totaal 39 kunstenaars. In de behoorlijk diverse tentoonstelling hebben we een brede selectie aan werken gezien, die allemaal de natuur als uitgangspunt of thema hadden. Schilderijen, tekeningen, foto's, sculpturen, installaties en sieraden, gemaakt in de afgelopen drie decennia door Nederlandse en Finse kunstenaars als o.a. Joost van den Toorn, Fons Haagmans, Frank van Hemert, Nik Christensen, Armando, Guido Geelen, Couzijn van Leeuwen, Terhi Tolvanen en vele anderen. Wonderlijk eigenlijk, de mens die in de kunst en literatuur de natuur betekenissen toedicht als o.a. sprookjesachtig, decoratief, dreigend of melancholiek, terwijl het enige dat telt in de natuur de cyclus van het leven is. Het zij zo, veel kunstenaars zijn en worden dus geïnspireerd door de natuur en haar eindeloze zeggingskracht die ze haar zelf toedichten.
Cultuur Onder Dak Apeldoorn, ofwel het CODA Museum. Een prachtige plek, gebouwd in 2003 naar een ontwerp van architect Herman Hertzberger. (zie o.a. ook mijn stukjes 'toneelthriller' van 12 december 2007 en 'CODA Paper Art' van 4 augustus 2013). In het CODA roepen wisselende exposities vol hedendaagse kunst, eigentijdse sieraden en nieuwe kijkjes in het verleden om de beurt om aandacht!


Zo hebben we daar ook nog 'De Kanalenkoning' gezien, een tentoonstelling over het verleden, heden en toekomst van het 'Apeldoorns Kanaal' die middels schilderijen, afbeeldingen, historische documenten, kaarten, voorwerpen en een digitale presentatie werd vertoont.
Om de Veluwe te ontsluiten voor de ontwikkeling van landbouw, handel en industrie werd het kanaal tijdens de regeer periode van Willem I gegraven. Hij bepaalde bij Koninklijk Besluit van 1 oktober 1824 dat de Grift vanaf Apeldoorn tot de IJssel bij Hattem bevaarbaar gemaakt moest worden. Enkele dagen voor de officiële opening op 13 april 1829 maakte Koning Willem I een proefvaart en passeerde als eerste de vijf sluizen en zevenentwintig bruggen van de 32 kilometer waterweg die het Griftkanaal werd gedoopt. Het zuidelijke deel naar Dieren werd tussen 1858-1875 aangelegd en het hele traject werd uiteindelijk het Apeldoornse Kanaal genoemd.

Aan dit kanaal heb ik aardige jeugdherinneringen: En dan was er het water. Oma en opa woonden vlak bij de Manenbergerbrug over het Apeldoorns Kanaal. Er voeren in die tijd nog schepen door. Als ik dan het getoeter van een schip hoorde rende ik naar de brug, en was ik er soms nog sneller dan de brugwachter die er vlak naast woonde. Op mijn fietsje volgde ik soms de schepen naar de Flessenbergerbrug of andersom naar de Kloosterbrug of zelfs tot aan de sluis bij Hattem, waar de schippers soms een praatje met je maakten. (Uit mijn stukje 'Wapenveld' van 4 september 2006)
Het kanaal uit mijn jeugd dat al sinds 1972 gesloten is, wordt weer bevaarbaar gemaakt voor met name de recreatievaart. De Stichting Apeldoorns Kanaal heeft al heel veel voorbereidend werk verricht. Zo zijn vier schutsluizen, één keersluis en acht bruggen al passeerbaar gemaakt. En zijn er zeven bestaande bruggen voorbereid op het beweegbaar maken terwijl de oude haven van Apeldoorn reeds is gerestaureerd. Ik las dat volgens planning het traject Hattem - Heerde in 2015 bevaarbaar zal zijn voor niet al te grote motorboten!

maandag, augustus 18, 2014

zomergast 2014-5


Dr. Ir. Ionica Smeets (1979), wetenschapsjournalist/wiskundige kende ik al een beetje van de rubriek 'De wiskundemeisjes leggen het nog één keer uit' in de Volkskrant, die ze samen doet met Drs. Jeanine Daems. Verder zag ik haar de laatste tijd op TV in het programma 'De slimste mens'. Maar gisteravond heb ik haar drie uur lang op TV kunnen volgen in het programma 'Zomergasten'. Aardig, ik heb me niet verveeld, een vrolijk mens ook, al begon die eeuwige smile op haar gezicht me op het laatst wel een beetje te storen.

Wiskunde is een vak vol symbolen en formules, waar de doorsnee wiskundige doorgaans stoïcijns en ondoorgrondelijk mee omgaat. Alles wordt rationeel benaderd en is in hun optiek te duiden en exact te verklaren. Eenvoudige onderwerpen als bijvoorbeeld het laden van een vaatwasser, de kortste weg naar een bepaald doel of de kans op geluk met iets of iemand, worden academisch benaderd. Typische gasten die wiskundigen, het is soms lastig om met ze om te gaan.
Maar behalve met die gebeitelde glimlach van haar, had ik met de in 'getaltheorie' gepromoveerde wiskundige Ionica Smeets weinig moeite. Integendeel, ik vond het vaak vermakelijk zoals ze de materie benaderde. Enthousiast en ongeremd werden priemgetallen, de Fibonacci-reeks en Euclides behandeld, en kwamen Torn, Feynman en Wertheim voorbij. Maar ook de structuren van een ananas en een dennenappel werden als pure kunst en noodzakelijke eyeopeners geanalyseerd, om zo de geheimen van het bestaan te ontrafelen.

Vermakelijk vond ik ook te merken, dat het Wilfried de Jong soms een beetje te snel ging. Dat hij in ieder geval met het één en ander niet goed raad wist. Dat ben ik niet van hem gewend, ik vind het doorgaans een hele goeie interviewer. De snelheid van het internet en de wereld van de getallen, voor Smeets peulenschilletjes, bleken voor de Jong erg abstracte begrippen, en niet alleen voor de Jong denk ik. Enthousiast kwebbelde Ionica Smeets er over door, maar Wilfried de Jong hoorde ik een tijdje nauwelijks meer. Het stoorde me niet, later ging het trouwens weer veel beter, vooral toen Leo Vroman en zijn vrouw ter sprake kwamen. Typische gasten die wiskundigen zei ik hiervoor, daar blijf ik bij, ik vind nerd Ionica Smeets haast zelf een wiskundige vergelijking. Ze kan denk ik middels haar benadering van de materie en haar manier van vertellen hele volksstammen enthousiasmeren voor wiskunde, maar wie er achter die eeuwige glimlach schuilgaat ben ik nauwelijks te weten gekomen! Maar evengoed heb ik gisteravond erg genoten van deze zomergast. Het ging met de bèta-wetenschapper allemaal een beetje anders dan anders, maar jong, passie, speels en snelheid is hoogst waarschijnlijk wel de toekomst voor programma's als 'Zomergasten'.

zondag, augustus 17, 2014

Haarlems centrum



Onlangs in museum De Hallen Haarlem LUCHT! gezien. Een tentoonstelling over luchten in de Nederlandse kunst vanaf 1850. Allerlei luchtbeelden van diverse kunstenaars, zo'n 150 in totaal. Luchten van laat-romantici als o.a. Schelfhout, via impressionisten als Weissenbruch en Mesdag, tot hedendaagse kunstenaars als Robert Zandvliet en Guido van der Werve. Een bijzonder inspirerende expositie, het inspireerde ons op de terugweg zelfs tot het fotograferen van een aantal prachtige wolkenluchten boven Flevoland.

Uitvinder van luchten in de schilderkunst was de 17de-eeuwse Haarlemse kunstenaar Jacob van Ruisdael. Deze liet als eerste de fabelachtige Hollandse wolkenluchten domineren in zijn landschapschilderijen. Nadat kunstenaars in de Romantiek een uitgesproken voorkeur hadden voor stormachtige wolkenluchten, zonsondergangen en bliksemschichten, legden impressionisten als Weissenbruch en Mesdag de nadruk meer op ruimte en sfeer. Buitenstudies vormde de basis voor deze 19de-eeuwse kunstenaars: op de tentoonstelling wordt ook daar een selectie van getoond. In de vroegmoderne tijd werd gezocht naar nieuwe stijlen en vormen (Jan Sluijters en Leo Gestel). Uniek is het landschappelijk werk van wolkenliefhebber bij uitstek Jan Voerman, terwijl ook Carel Willink geheel eigen, dramatische luchten schilderde. Later in de twintigste eeuw wierpen Cobra-kunstenaars en andere expressionisten (Corneille, Eugène Brands, Constant, Gerrit Benner) zich evenzeer op de lucht als thema. Meer recent nemen kunstenaars de lucht vaak als uitgangspunt voor werk met een conceptuele grondslag (Marinus Boezem, JCJ Vanderheyden, Guido van der Werve, Anne de Vries).

Omdat in het 'Frans Hals Museum' ook nog enkele 17de-eeuwse schilderijen te zien waren met lucht als onderwerp, zijn we daar ook maar gaan kijken. Maar er was uiteraard meer te zien daar. We zijn daar begonnen in het filmzaaltje, waar we in een kwartiertje op drie wanden een biografisch beeldverhaal van Frans Hals voorbij zagen komen. Gewapend met hernieuwde inzichten zijn we vervolgens verder het museum ingetrokken. Frans Hals (ca 1582 – 1666) was in de Gouden Eeuw de beroemdste Haarlemse schilder. Hij heeft heel wat vooraanstaande stadsgenoten uit zijn tijd geportretteerd. Maar ook de minder bedeelden bracht hij in beeld: dorpsgekken, drinkebroers, lachende vissersjongens, fluitspelende of rokende kinderen, allemaal heeft hij ze geschilderd. Hij was een meester in het uitbeelden van levendigheid en beweging. Hij schilderde mensen al pratend en durfde ze zelfs lachend af te beelden op formele portretten, uniek voor die tijd. Hij is daarnaast ook beroemd om zijn magnifieke kleurgebruik en virtuoze techniek. Toen we het allemaal gezien hadden in het 'Frans Hals Museum', zijn we naar Groot Heiligland 37 gewandeld, naar expositieruimte 37PK een eindje verderop in de straat.

De expositie 'Zon Maan Wolken' van Anke Roder (1964) in 37PK, Platvorm voor Kunsten, bestaat uit 365 schilderijen uitgevoerd in gepigmenteerde bijenwas en olieverf op houten paneeltjes. Ze geven een weerslag van een jaar, gezien door de ogen van Roder. Ze werkte in 2013 dagelijks aan het project, en schilderde het licht van de dag in en om Zandeweer, het dorp in de noordelijke kustgebied van Groningen waar ze woont en werkt. Alle schilderijen samen vormen een staalkaart van het licht gedurende dag en nacht en de seizoenen. Roder plaats zich zo in de traditie van Hollandse schilders van de 17e eeuw en van de Haagse School. Constante in de serie is de lucht! Door te werken met een telkens iets afwijkend blikveld en op variabele tijdstippen, ontstaat een ritmiek van horizonlijnen met allerlei variaties in licht en donker. De zon is opkomend, op volle sterkte of afnemend, er zijn heldere weersomstandigheden, er tekenen zich verschillende wolkenluchten af of het is een grauwe, grijze dag. En iedere maand is daar weer de maan, als teken van het verstrijken van de tijd.

Haarlem is een middelgrote stad, maar ik geloof dat er maar weinig steden in Nederland zijn, groot of klein, met zoveel musea en expositieruimten. In totaal 22 stuks las ik, waarvan de meeste in Haarlems centrum. Prachtig allemaal, maar voor ons was het nu wel even mooi geweest. En als reeds gezegd, op weg naar huis hebben we voor onszelf in Flevoland vanuit de auto een bescheiden wolkenlucht expositietje bij elkaar gefotografeerd.