Veel heb ik jammer genoeg niet kunnen vinden van haar, toch moet ze aardig wat stukken bij elkaar hebben gekwast. Tonia Johanna (Hannie) Bouman, geboren in 1919 in Willemstad (Curacao). Na haar opleiding aan de Academie van Beeldende Kunsten in Rotterdam is ze in deze stad blijven wonen en werken. Volgens Art Gallery Simonis & Buunk in Ede vertoont haar oeuvre een brede belangstelling, stadsgezichten, stillevens, interieurs, figuurstukken en katten.
Behalve de in het trapgat hangende fraaie aquarel uit 1964, getiteld "Locmariaquer" voorstellende bootjes op het droge strand aldaar, heb ik in de catalogus van Simonis & Buunk alleen nog een olie op doek van haar hand ontdekt uit 1962, getiteld "Stilleven met kat". Maar zoals gezegd, er moet veel meer zijn van haar, maar op internet heb ik dat tot op heden nog niet kunnen ontdekken.
Het Franse departement Morbihan in Bretagne, een prachtige streek waar we grofweg gekozen tussen de plaatsen Locmariaquer en Quiberon wel eens hebben rond gefietst. Een streek van mooie luchten, wind en water en van vissers, bootjes en prachtige havenplaatsjes met grote getijde verschillen. Maar ook een streek van oude steenmonumenten, menhirs genoemd. Bekend is de in vier delen gebroken Grand Menhir waarvan het grootste stuk 12 meter lang is. De totale hoogte van dit bouwwerk bedroeg ruim 20 meter en het geschatte gewicht 347 ton. Hoe hebben ze dat destijds ooit voor elkaar gekregen?
Ik vind het een prachtige streek om te vertoeven, alleen de kleur van het licht al! Ik kan soms jaloers zijn op de kunstenaar die de gave heeft, de sfeer daar met penseel en verf zo mooi vast te kunnen leggen.
De in 1951 in de Peel geboren Anna Verrijt is van jongs af aan al gefacineerd door mensen die niet in het gareel passen. Na haar middelbare school was ze een tijdje als verpleegster werkzaam in de psychiatrie, mogelijk dat de daar opgedane ervaring ook een beetje debet is aan die fascinatie. Contrast is wat ze zoekt, verschillen en zelfs schrille tegenstellingen, maar altijd ook het slotakkoord waarin die in harmonie samenvloeien.
Haar opleidingen in de kunst heeft Anna Verrijt genoten aan de Vrije tekenacademie en de Rietveldacademie in Amsterdam. Verder heeft ze voor haar ontwikkeling in de kunst ook veel over de wijde wereld gereisd, en heeft ze een tijd in India gewoond. Zij maakt kleurrijke en fantasievolle werken. Door gedichten, symbolen en beelden uit het dagelijks leven geïnspireerd. Elementaire menselijke motieven als een huis, ladder of doorgang keren telkens terug, evenals de thema's bevrijding en losmaking. Niet dramatisch, maar juist licht van toon, met een zweem van humor. De schilderijen van haar groeien langzaam, laag over laag. Door het wegkrassen van verflagen of het werken met de schuurmachine ontstaan haar schilderijen. Grote doeken en panelen met een doorleefde en gelaagde huid. Alle lagen blijven min of meer zichtbaar, de ontstaansgeschiedenis is zo aan elk schilderij af te lezen.
Haar kleinere werken zijn echter speelser van opzet, en zoals ze zelf zegt, ook met meer plezier gemaakt. Meer met de onbevangenheid van een kind. Hoe dan ook, een feit is dat ze steeds weer nieuwe grenzen opzoekt, waardoor ze het zichzelf natuurlijk niet makkelijk maakt. Maar het werk dat daaruit voortkomt laat wel steeds nieuwe ontwikkelingen zien die niet gauw vervelen. Ze houd de spanning er zo wel in.
De drie paneeltjes van haar zonder titel (middelste rij, verticaal) die ik regelmatig zie hangen, hebben volgens de gegevens niets met elkaar te maken. Toch zie ik ze als een soort drieluik, verbeeldend het ontstaan van leven.
Een kleurenlitho (14/90) uit 1978 van Bram van Velde (Zoeterwoude-Rijndijk 1895 - Grimaud (Frankrijk) 1981). Die heeft hij dus 3 jaar voor zijn dood gemaakt, 83 jaar was hij toen. Het is een litho in typische Bram van Velde stijl, een lyrisch abstract dus, waar een grote mate van spanning en emotionaliteit vanuit gaat. Een jaar of zes geleden zagen we de litho hangen in galerie "Spiegeling" aan de Spiegelgracht in Amsterdam. We waren gelijk verkocht!
Van Velde die in een arm gezin geboren werd was een natuurtalent. Vanaf z'n twaalfde jaar begon hij reeds oude meesters te kopieëren en decoraties aan te brengen op meubels en lampenkappen. Op aanraden van o.a. zijn werkgever begon hij zijn schilderkunst verder te ontwikkelen in o.a. de kunstenaarskolonie van Worpswede in Duitsland en later in Parijs, Corsica en Mallorca, waar hij afwisselend verbleef. In Parijs kreeg hij vlak na de tweede wereldoorlog zijn eerste persoonlijke expositie, waarna de waardering voor z'n werk groeide en er meer tentoonstellingen van zijn werk volgden.
Maar pas nadat hij ene Jacques Putman, een Belgisch kunstcriticus die zich in Parijs had gevestigd, had ontmoet ging zijn ster echt rijzen. En sinds de jaren zestig ging het met het lithografisch oeuvre van Bram van Velde dan ook sterk bergopwaarts. Een litho van hem is onmiskenbaar! Zijn hoofdthema is veelal een kleurig labyrint van mysterieuze wegen zonder begin en zonder einde.
Uiteindelijk bevrijd van allerlei wiskundige dogma's in zijn zoektocht, wist hij als geen ander de abstracte schilderkunst te verrijken met de dimensie van het gevoel. Een belangrijke factor in het ontstaan van een meer vrije en virtuele gevoelsuiting in de kunst.
"Regards sur la mer" luid de titel van de middelste afbeelding in bovenstaande collage. Het is een kleurenlitho van twee zwemmers of zwemsters in actie van de Franse kunstschilder Maurice Sarthou. De kunstenaar Sarthou, (Bayonne 1911 - Parijs 2000) deed zijn studies aan de Hogeschool voor de Schone Kunsten van Montpellier en Parijs. Hij werkte in workshops van de Mont Saint-Clair in Sète, één van de grootste Franse vissershavens aan de Middellandse Zee, ook wel het Venetië van de Languedoc genoemd, aan zijn favoriete onderwerpen zon, water, vuur en wind. En vanuit zijn Parijse atelier volgde hij actief de nationale en internationale ontwikkelingen in de wereld van de kunst.
In 1953 won hij de 2e Buhrle Prijs, in 1955 de Prix de la Critique, in 1957 de 1e prijs van de Biënnale van Menton en in 1980 de 1e prijs van de Internationale Biënnale van Merignac. Tentoonstellingen van zijn werk "50 jaar van de schilderkunst" en "Retrospectief" waren er nog in de jaren negentig te zien in Merignac, Agde en Montpellier.
Waar gaan de zwemmers of zwemsters in "Regards sur la mer" naar toe? Zijn ze bezig met een wedstrijd, een estafette misschien? Of zijn het gewoon zwemmers die hun dagelijkse baantjes trekken? Zijn het mogelijk lange afstandzwemmers die elkaar in het eindeloze blauw toevallig passeren? Is het ieder voor zich? Wie het weet mag het zeggen. En om het gevoel van het soort afstandelijke verwarring dat je bekruipt bij deze litho compleet te maken, komt de vertekening van de figuren in het heldere water er nog bij. Het is en blijft een intrigerende compositie!
"Zeezicht" heet het schilderij van José van Gool (15 november 1945 te Baarle Hertog) dat sinds begin januari 2004 bij ons aan de muur hangt. Het is een olieverf op linnen van 0,90 x 1,25 meter. Bij Galerie Hoopman aan de Spiegelgracht in Amsterdam hadden we destijds een fraai schilderij van haar zien hangen, het probleem was echter dat het reeds was verkocht. Hoopman rook natuurlijk handel, en hield ons de maanden daarna op de hoogte van de verrichtingen van José, die toen in de periode van strand- en zeegezichten zat. Op een gegeven moment kregen we een seintje van Hoopman dat ze weer iets moois had afgeleverd, en of we niet eens wilden komen kijken. En dat hebben we toen maar gedaan, een paar uur later zaten we thuis met "Zeezicht", een schilderij waarvan de verf nog heerlijk geurde en dat nog maar nauwelijks was opgedroogd.
José van Gool woont en werkt sinds 1968 in Amsterdam. Haar opleiding heeft ze gevolgd aan o.a. de Rietveld Academie, in de werkplaats van het van Gogh Museum en masterclasses bij het A.I.S. in Amsterdam. Over de vele exposities in het verleden en het heden in binnen- en buitenland, lees je in de diverse dag- en kunstbladen alleen maar positieve recensies over haar werk.
Haar werken bestaan hoofdzakelijk uit olie op linnen en acryl op papier, maar ook maakt zij collages van diverse materialen. Kenmerkend in haar werk is de positie van mensen in het dagelijks leven. Door kleur en compositie kan zij op een stijl die haast onnavolgbare te noemen is emoties als verlatenheid, solidariteit en geluk op het doek tot uitdrukking brengen. Ze laat de verschillende toonzettingen in kleur haast ongemerkt in elkaar overlopen, waardoor ze elkaar versterken en verdiepen. Ze suggereert met haar kleurgebruik een wereld waar de harde contrasten zijn uitgebannen, waar zelfs de meest harde kleurverschillen als vanzelfsprekend met elkaar in harmonie zijn.
De Nederlandse kunstschilder John Bévort (Utrecht 1917-1996 Schoorl) is vooral bekend geworden om zijn met het paletmes geschilderde naturalistische landschappen, strand- en zeegezichten en jachttaferelen. Ook maakte hij naam door o.a. exposities in Europa en de Verenigde Staten, en door uitgave van reprodukties van zijn werk. Hij woonde sinds 1960 in Schoorl, daar aan de voet van de Noord-Hollandse duinen werkte hij tot aan zijn dood toe met een spartaanse discipline, die voor veel van zijn generatiegenoten zo kenmerkend is. Hij stond daarom bekend als "de Schoorlse schilder". Maar ook reisde hij ondanks zijn gevorderde leeftijd nog regelmatig naar de grote steden in Europa, waarbij hij een voorliefde had voor Parijs.
John Bévort heeft zijn opleiding gevolgd aan de Academie Artibus Utrecht waar hij les kreeg van twee van 's lands meest prominente leermeesters destijds t.w. Chris Agterberg en G. Nijenhuis. John Bévort was lid van de International Organization of Free Art en leermeester van bekende schilders als Gerard Emens en Peter Brouwer.
Wat Bévort met het paletmes kon was heel bijzonder. Met rake streken wist hij op het doek, hoe direct ook opgebracht, een geheimzinnige maar eigentijdse romantiek te creëren. Als toeschouwer wordt je tot stellingname gedwongen, en tot onderzoek van je eigen emoties. Het zijn bijzonder karakteristieke schilderijen die hij gemaakt heeft, de taferelen die hij op het doek heeft weten te creëren, dringen zich als het ware met een haast dwingende kracht aan je op.
Een bijkomstigheid is, dat door de paletmestechniek de verf aardig dik op het doek is opgebracht. De voorstellingen "Parijs" en "Loosdrechtse Plassen", waar ik elke dag wel even een moment bij stil sta, ervaar ik daarom haast ook nog eens als een tastbare belevenis.
Time: "The mountain in the house of shame" staat achter op het middelste schilderij geschreven in bovenstaande collage van werk van beeldend kunstenaar Anthony de Baat. Het expressionistische olieverfschilderij op linnen van 1,20 x 1,20 meter, is in de 90er jaren gemaakt en heeft bij ons al een aardige witte plek op de muur gecreëerd. De op 20 mei 1945 in Oud-Beyerland geboren kunstenaar, heeft behalve een opleiding aan de Vrije Akademie in Den Haag, ook een architectuur opleiding gevolgd aan de TU in Delft.
Anthony de Baat hield zich in de 60er en 70er jaren voornamelijk bezig als beeldhouwer. Middels gebruik van allerlei materialen (staal, plastic, hout, papier enz.) probeerde hij de onderlinge relatie tussen de (stedelijke) omgeving en de mens (bewoner) drie dimensionaal futuristisch te verbeelden.
Toen hij in de 80er en 90er jaren meer en meer ging schilderen raakte bovengenoemd thema min of meer op de achtergrond. De schilderijen die hij maakte in genoemde periode gingen qua stijl van figuratief naar abstract tot zeer expressionistisch.
Momenteel is het lyrische karakter in zijn werk min of meer verdwenen. De laatste jaren heeft hij een bijna geometrische stijl ontwikkeld. Zelf noemt hij zijn verfkunst tegenwoordig architecturale schilderijen. De gebouwde omgeving en de perceptie daarvan, en hoe de ervaring van de toeschouwer wordt gemanipuleert, speelt in zijn huidige werk weer een belangrijke rol.
Anthony de Baat is dus na veel omzwervingen weer terug bij z'n oude beeldhouw thema. Hij schildert nu het totale decor waarbinnen stad en mens elkaar beïnvloeden. Hoe de mens altijd maar weer nieuwe omgevingen maakt en zich daar ook steeds weer in moet oriënteren. Hoe hij zoekt naar een leven in en voorbij de nieuwe omgeving.
De filosofie achter zijn werk, hoe hij de dingen benoemd en hanteerbaar probeert te maken, hoe hij alsmaar zoekende is naar de oerelementen van de menselijke beschaving, dat is denk ik wat mij in deze kunstenaar zo aantrekt.
In de hoek van mijn werkkamer staat al jaren een Didgeridoo. Mijn kleinkinderen proberen er vaak op te spelen, maar veel bakken ze er nog niet van. Het ding is voor die kleine mondjes natuurlijk nog veel te volumineus. Zelf krijg ik er wel de karakteristieke klank uit, maar omdat ik de techniek van de circulaire ademhaling niet beheers, is dat maar van korte duur. Overigens net lang genoeg om Teun, de hond van C, de stuipen op het lijf te jagen. Doodsbang is hij voor de didge, als ik hem alleen al pak begint hij al te blaffen als een oordeel en schijnaanvallen te ondernemen.
Het is een goedkope didge's, een souvenir eigenlijk van bamboe, in 1997 gekocht op Gili Air, een eilandje bij Lombok. Bovendien is er destijds in het vliegtuig naar huis al een barst ingekomen die het timbre uiteraard niet ten goede kwam. Maar met een strookje plakband blijft mijn didge's tot op de dag van heden nog redelijk klinken.
De didgeridoo, of kortweg didge's komt uit Australië. Het is een blaasinstrument van de oorspronkelijke bewoners, de Aboriginals, die het instrument zelf afhankelijk van de taal van hun stam, Gurrmurr, Yirdaki of Gindjunggang noemen. De naam didgeridoo is bedacht door de Europeanen, de klank die ze hoorden toen ze daar kwamen leek wat op Did-zju-rrrie-doeh, Did-zju-rrrie-doeh, Did-zju-rrrie-doeh enz. Een Didgeridoo ritme klinkt dus ongeveer als didgeridoo, net als het geluid van bijvoorbeeld de zingende koekoek, kievit en grutto klinkt als hun naam. Deze klanknabootsingen worden in de taalkunde een onomatopee genoemd.
De echte en betere didge's maakt de Aboriginal meestal van een eucalyptus boom. Termieten die hun nest vaak in de buurt van een eucalyptus schijnen te hebben, vreten het voor hun lekkere binnenste van boom en takken weg. Door op de holle takken te kloppen, weet de aboriginal al wat voor een klank hij kan verwachten. Hij snijd een geschikte tak uit de boom, nog een beetje afwerken aan de binnenkant en opleuken aan de buitenkant en klaar is de didgeridoo!
Volgens de organisatoren wordt in de expositie "Black is beautiful" in De Nieuwe Kerk in Amsterdam, voor het eerst aandacht besteed aan de aantrekkelijkheid van de zwarte mens in de Nederlandse kunst. De expositie vult volgens De Nieuwe Kerk een lacune in de studie van de Nederlandse kunst. Uit de in totaal 135 schilderijen, tekeningen en manuscripten uit binnen- en buitenlandse collecties, van o.a. Rubens, Rembrandt, Jordaens, Mostaert, Breitner, Sluijters, Appel en Dumas, die we de afgelopen vrijdag hebben kunnen zien, kon je dan ook opmaken dat de zwarte mens al heel lang deel uitmaakt van onze kunstgeschiedenis.
Binnen de kaders van de thema's De Oude Wereld, De Nieuwe Wereld en de Moderne Wereld, zijn in de expositie aparte categorieën gemaakt. Over bijvoorbeeld de zwarte koning, sterke vrouwen en sterke mannen, Afrika en de Afrikanen en (Zuid-)Amerika en de slaven en portretten. Van de slavernij zeggen de organisatoren overigens zelf, dat ze karikaturen of afbeeldingen van dit onderwerp achterwege hebben gelaten, of slechts zijdelings hebben belicht. In de tentoonstelling is volgens hun alleen maar een positieve kijk te zien van kunstenaars op zwarte mensen.
Ik vond het een fraaie en interessante tentoonstelling, al was de belichting niet al te best, teveel weerspiegelingen! Na afloop hebben we op het terras van Star*Ferry bij het Muziekgebouw aan het IJ nog een tijdje zitten napraten, en hebben daar gelijk, alvorens naar huis te rijden, ook maar een hapje gegeten. Maar in de recensie in de Volkskrant gisteren, van Wieteke van Zeil onder de kop 'Ongemak bij naïeve overcorrectie' kon ik mij toch ook bijzonder goed vinden. De bezoeker wordt krampachtig een verhaal ingewurmd dat niet helemaal correct is. Het is zegt ze verder, als kijken naar het fotoboek van een gemolesteerd kind en steeds weer roepen: die verjaardag was zo leuk! De gruwelijkheden worden zo zijdelings genoemd dat de boodschap is: dat was slechts een detail. En daarmee schiet de Nieuwe Kerk zich in de voet. Want hoe begrijpelijk het streven van deze tentoonstelling ook is, je komt er niet door de geschiedenis voor de helft weg te wuiven. Kunstwerken die in een racistische context zijn gemaakt, haal je daar niet zo maar even uit.
Het wringt met name in de teksten. Je leest ergens 'Door de eeuwen heen hebben veel zwarte mensen de Nederlanden bezocht' Bezocht? Hoe vrijwillig was dat? Ongemak, allemaal ongemak in woorden. Er staat ook ergens 'Ik ben zwart maar bekoorlijk' maar dat is natuurlijk net zomin positief als het jaarlijks terugkerende 'ook al ben ik zwart als roet, 'k meen het toch goed'. Er zit in de informatie een vergoelijking en overcorrectie die zo naïef is als Balkenendes VOC mentaliteit, en zo geloofwaardig als Sinterklaas. De bedoelingen zijn wel goed, maar dat zijn ze doorgaans altijd.
Volgens mij zijn er niet veel omgevingen waar je zo met het weer bezig bent als op het water!
Komt wind voor regen, dan is er niets aan gelegen; Doch komt regen voor wind, berg dan de zeilen gezwind.
of
Een krimpende wind, is een stinkende wind.
en nog één
Zo de wind waait staat zijn petje.
En zo zijn er nog veel meer, honderden gezegden en spreuken zijn er met het weer als motief. In het zeilerswereldje geldt de wind natuurlijk als het belangrijkste klimaatelement. Als je in onze omgeving gedurende een periode van één jaar dag en nacht de windrichtingen aantekent, krijg je onderstaande windroos te zien. Het is wel duidelijk dat hier de zuidwestelijke windrichting overheerst.
De wind is een luchtstroom die de zeiler nodig heeft om vooruit te komen met zijn boot, maar er zijn grenzen. Met de juiste zeilvoering blijft het op de "Swing" genieten tot en met ongeveer 7 Bft, wat daarna komt vind ik in toenemende mate bagger. Tijdens de 'Colin Archer Memorial Race' hebben we op de terugweg 's nachts in de Duitse Bocht op een aandewindse koers lange tijd 8 Bft. gehad met soms uitschieters naar 9 Bft. Op een 34' zeilboot als de "Swing" een spannende en vermoeiende bezigheid! Toen we 's morgens rond zes uur eindelijk de marina van Den Helder invoeren, dronken we van voldoening een neut om vervolgens als een blok inslaap te vallen. Rond het middaguur werden we pas weer wakker!
De wind ontstaat doordat een luchtstroom in onze dampkring zich verplaatst van een hogedruk gebied naar een lagedrukgebied. Op het noordelijk halfrond gaat dat met de wijzers van de klok mee, en op het zuidelijk halfrond in tegengestelde richting.
Ook toeteraars moeten een goede conditie hebben, ze moeten middels hun amazuur voldoende druk kunnen opbouwen om de zo ontstane luchtstroom, die zich door het blaasinstrument een weg baant naar de lagere drukzone ofwel de uitgang, een toon te laten produceren. Dat is niet altijd zo gemakkelijk als het lijkt. Ik moet daarbij denken aan mijn vader vroeger die de tuba bespeelde. Thuis stond dit instrument altijd rechtop met de uitgang of kelk omhoog in een hangkast. Hij heeft zich een tijdje te barsten geblazen, windkracht 12 zullen we maar zeggen, maar de goede toon wilde maar niet komen. Toen hij eindelijk op het lumineuze idee kwam, om de tuba maar eens een keer door te spoelen met heet water, kwam er bij het uitgieten rood water uit. En even later een rood wollen kindertruitje! Van het schap in de hangkast zo in de kelk gevallen, en ja dan kan je blazen tot je scheel ziet, maar dan krijg je nooit een goede toon. Dat was lachen natuurlijk! Een voordeel was dat hij uit ongerustheid over z'n gezondheid en amazuur in tussentijd wel even met roken was gestopt.
Nog maar een gezegde over de wind:
Krimpende wind en kijvende vrouwen, daar is doorgaans geen huis mee te bouwen.
We voeren tegen de vaarrichting in. Bij vertrek kennelijk niet helemaal de routekaart in de goede stand gehouden. Maakt niet uit, verdwalen kun je hier nauwelijks zeggen we tegen elkaar. Maar uiteindelijk waren we de kluts door al het gedraai met de routekaart toch een beetje kwijt. Het duurde tenminste even voor we doorhadden waar we nou zo'n beetje zaten op de kaart. We waren het natuurgebied ten zuidoosten van de Bovenwijde ingevaren! Tussen het riet van de Volkensvaart, Hoosjesgracht en Paasloërvaart varend, kwamen we uiteindelijk op de Bovenwijde uit, of zoals ze het meer hier noemen, het Bovenwiede. Daar hadden we weer ruim zicht, zodat we de ingang naar de Dorpsgracht, waar ergens ons bootje weer moest worden afgeleverd, vrij snel hadden getraceerd.
Het ging trouwens ontzettend langzaam met dat fluistermotortje van ons, er moest echt iets mee aan de hand zijn, niet vooruit te branden! Of zou het gewicht van de zeskoppige bemanning voor ons Giethoornse puntertje toch een beetje teveel van het goede zijn? In iedergeval bootjes met hetzelfde motortje die ons achterop kwamen, gingen ons stuk voor stuk allemaal voorbij. En dan hadden we ook nog vaak wier in de schroef dat er dan weer uit moest, lagen we natuurlijk eventjes helemaal stil. Het schoot voor geen meter op! Maar ach wat maakte het eigenlijk uit, het was lekker weer en we hadden het met z'n allen goed naar ons zin daar tussen het riet. Twee uur varen in een Giethoorns fluisterbootje door een prachtige natuur is een bijzondere en rustgevende ervaring, al zal je dat laatste in het drukke hoogseizoen wel wat minder ervaren stel ik mij zo voor.
Na afloop van dit spannende avontuur zijn we met z'n allen moe maar voldaan neergestreken op het terras van restaurant "De Witte Hoeve" en werden we door S en W op heerlijke pannenkoeken getrakteerd.
Onlangs hebben we even met de "Swing" in de mooie jachthaven "Ketelmeer" gelegen aan de Vossemeerdijk in Ketelhaven. In 2005 heeft Rijkswaterstaat en het Waterschap Zuiderzeeland daar de bestaande dijk versterkt, om de achterliggende woonwijk(en) te beschermen tegen wateroverlast. Het unieke van deze dijkverhoging, heb ik een keer gelezen, zit in het feit dat ze t.g.v. het uitzicht op de jachthaven een gedeelte in glas hebben uitgevoerd. Dat moest ik dus wel even bekijken!
De glazen waterkering is onderdeel van de dijkversterking bij Ketelhaven. In totaal is daar ca. 800 meter dijk met ongeveer 1 meter verhoogd, waarvan het grootste stuk met behulp van een betonnen keerwand. Maar een stuk van totaal 50 meter (2 stukken van 6 meter en stuk van 38 meter) is uitgevoerd in gelamineerd blank hardglas. Panelen van ca. 1,5 meter breed, bestaande uit 2 lagen hardglas van elk 12 mm dik, waartussen een transparante kunststoflaag is geperst van 4 mm dik. De totaal 28 mm dikke panelen zijn gevat in een verzinkt stalen frame dat stevig in het dijklichaam is gefundeerd op betonnen hoekelementen. De totale hoogte van de waterkering is met deze ingreep op 3,87 meter boven NAP gekomen.
Het is zoals reeds gezegd een uniek dijkprojectje in Nederland, al zullen de meesten onder ons dat waarschijnlijk niet beseffen. Het is natuurlijk ook niet zo´n opvallend project in het voorbij gaan, je moet het weten of je oog moet er maar net op vallen. Maar in een land waar Rijkswaterstaat altijd een zeer dikke vinger in de dijk heeft, mag het volgens mij wel zo ongeveer een gotspe heten dat een handjevol bewoners deze dure constructie, enkel en alleen voor het uitzicht voor elkaar heeft gekregen. De bewoners vlak achter de Hondsbossche Zeewering zouden met zo´n oplossing waarschijnlijk een gat in de lucht springen.
Aan de bouw van het 'City Inn Hotel' op het zuidelijk deel van het Oosterdokseiland, ten oosten van Centraal Station in Amsterdam wordt momenteel hard gewerkt. Het nieuwe hotel van de gelijknamige Engelse hotelketen, is een ontwerp van architect Rab Bennetts van Bennetts Associates Architects uit Londen. Het hotel en congres- centrum met winkels, horeca en parkeergarage is onderdeel van het door EEA (Erick van Egeraat Associated Architects) uit Rotterdam ontworpen masterplan, dat uitgaat van één groot ensemble van bouwvolumes. In totaal wordt op het Oosterdokseiland ca. 200.000 m2 gevarieerde bebouwing toegevoegd aan de stad, waaronder behalve genoemd hotel etc. een Openbare Bibliotheek en een Conservatorium.
In 'Ventana', het stoere kantoorgebouw van mijn opdrachtgever in Almere, werk ik momenteel in een team en in nauw overleg met de Londense architect, een paar maandjes mee aan de ontwikkeling en uitwerking van het 'City Inn Hotel'. De oplevering van dit dynamische bouwwerk met ruim 30.000 m2 vloeroppervlak, volgens de projectorganisatie met ruim 540 kamers het grootste hotel van Nederland, zal conform de planning ergens in 2009/2010 plaats vinden. Momenteel zijn ze nog steeds in de grond bezig, zowel in de ontwerpsfeer als op de bouwplaats moet er dus nog heel wat werk worden verzet.
Het muzikale intermezzo, halverwege onze vakantie in het kleine intieme en schilderachtige Zeemanskerkje van Oudeschild, was van korte duur. Anderhalfuur denk ik en toen stonden we weer buiten, maar ik heb er wel ontzettend van genoten. Muziek van Dvorak (1841-1904) t.w. -Lento maestoso, Allegro vivace - Poco adagio, Vivace non troppo - Andante, Vivace non troppo - Andante moderato, Allegretto scherzando - Allegro en Lento maestoso, Vivace. Van Schostakowitsch (1906-1975) Trio nr. 2 op. 67 het 3e deel, Largo en het 4e deel , Allegretto. En tenslotte van Bloch (1880-1959) Three Nocturnes t.w. Andante - Andante quieto en Tempestoso. Alles prachtig vertolkt door het trio Jeanny Beerkens-cello, Carmen Keijzer-piano en Jussi Paananen-viool.
In vijf etappes waren we vanaf Lelystad via Muiden (twee overnachtingen in de KNZ&RV), Zaanstad (één overnachting nabij Krommenie), Alkmaar (één overnachting) en Den Helder (vier overnachtingen) naar Oudeschild gevaren. Een route over Markerwaard, IJ, Noordzeekanaal, Zaan, Noord Hollands Kanaal en Marsdiep die we nog nooit zo hadden gevaren. Het ligt natuurlijk ook niet zo voor de hand om met een zeilboot het Noord Hollands Kanaal op te varen met al die bruggen. Het laatste stuk van Alkmaar naar Den Helder zal ik maar zeggen, is vrij saai, maar het stuk vanaf Zaanstad over de Zaanse Schans langs al die prachtige molens en het Alkmaarder Meer naar Alkmaar was een verrassing.
In Alkmaar vonden we een ligplaats in het van het Noordhollands Kanaal afgesneden kanaalvak pal naast het politiebureau. Met de rubberboot hebben we de prachtige grachten van Alkmaar verkend. Vanaf de Singelgracht via de Baangracht onder lage bruggetjes door naar de Oude Gracht, en via de Turfmarkt en het Verdronkenoord over de gracht langs het Waaggebouw en de Kaasmarkt weer terug naar onze ligplaats. Alkmaar, de stad van de historische panden, het Wildemanshofje uit 1717, het Kaasmuseum, het Biermuseum en nog veel meer.
Dan Den Helder, geen plek waar je opgewonden van wordt. Toch hebben we ons daar een aantal dagen prima weten te vermaken. Leuk plekje in jachthaven Breewijd aan het Nieuwe Diep, waar op een gegeven moment de hele Nationale Bottervlood aan voorbij kwam varen, het Marinemuseum, het Nationaal Reddingmuseum Dorus Rijkers, fort Kijkduin en de mooie fietstochtjes door de duinen en langs de zeedijk. Leuke anekdote: Toen we door de periscoop van de op het Marinemuseumterrein gestalde duikboot richting Marsdiep keken, voer daar toevallig een duikboot alleen met de toren nog boven water.
Het mooie Texel aan de overkant van het Marsdiep, is voor ons zolangzamerhand een overbekend eiland geworden. Maar het blijft trekken, al vind ik de jachthaven van Oudeschild zeker na de uitbreiding niet één van de gezelligste. Texel staat bij ons vrijwel synoniem aan fietsen, ook deze keer zijn we weer het hele eiland over gepeddeld. Vaak met een stevige tegenwind, maar daar voelden we ons soms ook juist wel weer lekker bij. Behalve het 'muzikale intermezzo' in Oudeschild, hebben we ook de 'De Zelfpuktuin' bezocht, waar je o.a. heerlijke aardbeien kan eten. En dan was er ook nog het Luchtvaart & Oorlogsmuseum bij De Cocksdorp en FLORA, het Schipbreuk- en Juttersmuseum ergens tussen Den Burg en De Koog.
Over de waddenzee via de sluizen bij Kornwerderzand naar Makkum. Altijd een mooi tochtje, zeker bij mooi weer en stroom en wind mee. Onze ligplaats aan de steiger nabij het centrum van Makkum delen we vaak met de grote zeilcharters van de bruine vloot. De traditionele Klippers, Tjalken, Aken en Skutsjes die daar 's avonds afmeren met gezelschappen, varierend van schoolklassen tot groepen geestelijk gehandicapten zorgen vaak voor vertier en gezelligheid. Deze keer werden we door de eigenaar/bewoner van zo'n groot schip uitgenodigd voor de voetbalwedstrijd Nederland-Rusland. Op een enorm plasmascherm hebben we bij die mensen aan boord goed kunnen zien en beleven, dat Nederland terecht heeft verloren van de ploeg van Hidding.
Van Makkum naar Hindeloopen is maar een klein stukje varen. In Hindeloopen liggen we altijd in het kommetje, zo ook deze keer weer. De havenmeester kennen we goed, maar dat hij ook kookboeken schrijft wisten we nog niet. Een mooi boek over lekker eten rondom het IJsselmeer, we zijn aan boord weer een kookboek rijker. Op de fiets naar Workum en een terrasje pikken, en 's avonds op de haven Hindelooper zeemans's koren.
Over de laatste etappe van Hindeloopen naar Lelystad hebben we ongeveer vijf uur gedaan. Naarmate we dichter bij de eindbestemming kwamen, nam de wind tot grote vreugde van J toe tot ca. 6 Bf. Geen probleem, kwestie van een beetje zeil minderen. Maar ja, op een gegeven moment moesten de zeilen toch omlaag, want de vakantie zat erop!
Een imposant gezicht gisteren, al die grote Amerikaanse bakken op een rijtje aan de Parkweg. Grote bakken is natuurlijk oneerbiedig gezegd, het waren volgens mij stuk voor stuk collectes item's die daar werden getoond. Chevrolet's, Buick's, Mercury's, Ford's, Chrysler's en nog veel meer moois uit het Amerika van de jaren zestig en zeventig. Bij een zilvergrijze Ford Mustang en een knalrode Chevrolet stond de motorkap omhoog. Van het zicht op de enorme krachtbron van beide auto's werd ik pas echt stil, wat een vermogen zit daar wel niet in? En ze zagen er uit als nieuw, ze glommen als een spiegel, zoiets kan alleen maar de bevlogen liefhebber voor elkaar krijgen. Na elke rit gaat de poetslap er over heen.
Of de gisteren gehouden eerste American Meeting in Harderwijk succesvol verlopen is voor de organisatie die volgens mijn info in handen lag van Jan Besselsen en Marco Driesenaar, kan ik niet beoordelen. Als niet autokenner vond ik het in iedergeval een imposant gebeuren. De sfeer en de entourage van het geheel vond ik ook goed, het klopte volgens mij wel. Het met rood-wit lint gemarkeerde grasveld, klapstoeltjes, grote auto's en motoren, mannen met spierballen en tatoes, mooie vrouwen, de live band in een vrachtwagen met stevige nummers uit de jaren zestig van o.a. The Rolling Stones, de geur van olie en poetskatoen, bier, leer en grote motoren.
Een mooi evenement dat in Harderwijk nog behoorlijk kan uitgroeien lijkt mij zo. Alleen begreep ik niet wat die grote speedboot op een trailer daar nou moest, maar dat zal wel iets met de sponsoring te maken hebben.
CORPUS 'reis door de mens'! De vorige keer dat we daar waren konden we er nog niet in, terwijl we toch in de krant gelezen hadden dat het door koningin Beatrix was geopend. Ja dat wel, maar het grote publiek moet nog even een weekje geduld hebben, sorry. Gisteren waren we weer in Leiden maar nu had ik vantevoren moeten reserveren, of we moesten het geduld kunnen opbrengen om tot het eind van de middag te wachten. Het was nog maar half één, dus ga maar op dak zitten met je corpus, we verzinnen wel wat anders. Maar goed, ik wil het van binnen toch wel een keer zien, wat me de volgende keer te doen staat als we naar CORPUS willen is me nu dus wel duidelijk. Driemaal is scheepsrecht zullen we maar zeggen!
In strand paviljoen 'De Klink' in Noordwijk aan Zee waren we met z'n drieën de enige gasten. Erg rustig dus, toch hadden ze daar lekkere tosti's en was het op het terras goed uit te houden. Tussen de geestgronden en de Amsterdamse waterleiding duinen vervolgden we onze weg richting Vogelenzang, Aerdenhout en verder. Over de Duinlustweg langs landgoed Elswout en Kraantje Lek, een bekende historische plek in Overveen vlak bij Haarlem en Bloemendaal. De bekende eeuwen oude holle boom bij Kraantje Lek, een Olm die er al tijdens het beleg van Haarlem in 1572 en 1573 zou hebben gestaan, is vorig jaar verwijderd wegens gevaar voor de mensheid. Spannende verhalen over de boom werden van generatie op generatie doorverteld aan de kinderen. En in de jaren zestig heeft Lennaert Nijgh het liedje "De holle boom bij Kraantje Lek" geschreven, dat door Cobi Schreijer zo mooi werd gezongen. Het liedje is te lang voor dit stukje, maar het refrein ging zo:
De holle boom, de volle boom, de hoge holle toverboom, de holle boom, de volle boom, de boom bij Kraantje Lek.
Onlangs hebben ze een door Kees Verkade gemaakte bronzen replica geplaatst, waarin de jeugd weer naar hartelust kan klimmen.
In het prachtige landschap van de Kennemer Duinen zijn tijdens de bezetting in de tweede wereldoorlog, honderden verzetsstrijders en gijzelaars door de Duitsers geëxecuteerd. Als stille getuige van dit drama ligt daar in de duinen nabij de Zeeweg de 'Erebegraafplaats Bloemendaal', 347 her en der in de duinen opgegraven slachtoffers zijn daar herbegraven onder wie de bekende verzetsstrijdster Hannie Schaft, de enige vrouw op deze begraafplaats. Het is een plek waar je wel even stil van wordt.
Via Bloemendaal aan Zee, Zandvoort, Haarlem en Halfweg zijn we naar Amsterdam gereden. Daar werden we door mijn oude M zowaar getrakteerd op een rondvaarttochtje. Met de 'Toon Hermans' een schip van rederij Lovers, v.v. centraal station over het IJ, Oude Schans, Amstel en Herengracht een uurtje varen. Leuk, ik had dit nog nooit gedaan.
Met het IJveer zijn we vervolgens vanaf Centraal Station naar de IJ-Kantine gevaren, een vrolijk en eigentijds ingerichte brasserie aan de NDSM haven in Amsterdam Noord. Een beetje jammer dat we daar vrij lang op ons eten hebben moeten wachten, maar het was er gelukkig niet minder lekker om. M daarna nog naar Wezep gebracht, rond half twaalf waren we weer thuis in Harderwijk. Een pittig dagje, zeker voor M met acht en een halve decennia op haar kerfstok, maar ze heeft wel genoten en wij ook.
's Middags waren we eerst naar het Zuiderzeemuseum geweest in Enkhuizen. Naar de familietentoonstelling 'De Walvis', niet dat we daar speciaal voor gekomen waren, maar die troffen we daar nou eenmaal aan. Met eigen ogen hebben we daar kunnen zien hoe het denken over walvissen is veranderd. En dat internationaal nu wel het bewustzijn leeft dat de walvis bescherming nodig heeft, en dat het dier voor velen van gebruiksproduct is veranderd in een beschermde bezienswaardigheid.
Daarna hebben we bij cafe 't Ankertje aan de Oude Haven tegenover de Drommedaris een tijd in de zon gezeten, en daar waren we behoorlijk rozig en loom van geworden. Dat kon natuurlijk niet, de hele avond lag nog voor ons bovendien waren we door E in Amsterdam uitgenodigd voor een etentje. We moesten ons dan ook wel even herpakken, een proces dat enige doorzetting heeft vereist maar verder gelukkig zonder problemen is verlopen. Rond acht uur zaten we dan ook weer helemaal fit aan het aperatief in de Bloedstraat bij T thuis in Amsterdam.
Na het aperatief zijn we met z'n vieren naar 'Teppanyaki Nippon' gewandeld, een Japans restaurant in de Reguliersdwarsstraat. In het Japans betekent 'Teppan' ijzeren plaat of blad van staal en 'yaki' roerbakken. En 'Nippon' dat in het Japans wordt uitgesproken als 'Nihon' betekent letterlijk 'oorsprong van de zon', mooi om te weten allemaal. Toen we het restaurant verlieten was het al ver na twaalf uur. Het met stokjes wegwerken van een Osaka menu, twee Tokyo menu's en een Nippon special rond de ijzeren plaat was dan ook niet niks, om van het wijnarrangement nog maar te zwijgen. Nog bedankt E, het was ontzettend lekker allemaal maar mijn 'Nippon special' was wel een beetje veel van het goede. De eerst komende dagen moet ik het met eten maar even wat rustiger aan doen, kijken of me dat gaat lukken.
Japan is nog één van de weinige landen waar ze nog op walvissen jagen. Voor wetenschappelijk onderzoek zeggen ze zelf, maar dat geloofd niemand. Toch ben ik blij dat ik vrijdag bij 'Teppanyaki Nippon' geen walvisvlees op mijn menukaart heb aangetroffen.
Onlangs waren we in Drenthe nabij het plaatsje Gees. Daar ligt midden in een weids en verstild agrarisch landschap kunstgalerie 'Dehullu' en een beeldentuin van ongeveer zeven hectare groot. 'Beelden in Gees', een prachtig aangelegde tuin met wisselende exposities van diverse kunstenaars uit binnen- en buitenland. Het deed mij een beetje denken aan 'Insel Hombroich' een landschapspark dat we vorig jaar hebben bezocht in het Ruhrgebiet nabij Neuss, al is dat park wel veel ruiger en ruim drie keer zo groot.
Maar 'Beelden in Gees' vind ik ook bijzonder, heel bijzonder zelfs zo'n aangelegd kunstpark midden in een agrarisch landschap. Beelden van gietijzer, draadstaal, aluminium, kunststof, hout en keramiek, teveel om op te noemen. Opvallend vond ik ook een groot abstract, door de wind beweegbaar sculptuur van metaal rond de vijverpartij van Hein Mader (1925) en een labyrint van veel kleurige lappen, monumentale textiel noem ik het maar van Anje Wubs (1946), poorten waar we zo doorheen konden lopen. Het mooie is vind ik, dat door de grote ruimte hier alles zo goed tot zijn recht komt. Het kunstwerk 'The sky is the limit' van Eugène Terwindt, een aluminium ladder van 23 meter hoog ergens in het park, spant hierin volgens mij wel de kroon.
In de galerie vielen mij de prachtige schilderijen van Angenelle Thijssen (1961) op. Maar ook veel glazen en metalen kunstobjecten, en natuurlijk niet te vergeten een uitgebreide afdeling keramiek. Boeiend allemaal, ik weet haast wel zeker dat ik hier in een ander seizoen nog wel eens een keertje terug kom.
Zaterdag trouwden N en J in de voormalige Begijnhofkapel, het sfeervolle kerkje dat al sinds 1607 de 'Engelse Kerk' wordt genoemd omdat het in dat jaar van de gemeente Amsterdam moest worden afgestaan aan Schotse en Engelse calvinisten in de stad, die destijds niet tot de Engelse staatskerk wilden toetreden. Het kerkje was volgens mij tot aan de laatste plaats bezet met familie, vrienden en bekenden van het bruidspaar. Diffuus zonlicht dat door het gekleurde 'glas in lood' raam achter het bruidspaar, met daaronder de tekst 'Create in me a clean heart, O God' naar binnen sijpelde, leverde een bijzondere bijdrage aan de sacrale sfeer in het kerkje. Een betere ambiance was voor de trouwdienst van N en J, die als motto de bijbeltekst Prediker 9:9 had, naar mijn gevoel niet of nauwelijks denkbaar geweest.
Om te kunnen proosten op het nieuwe paar werden we met z'n allen na de dienst in het IGC op de Dam verwacht. De gezellige wandeling via het Amsterdams Historisch Museum en de Kalverstraat, paste naar mijn smaak door het prachtige weer prima binnen het kader van de verdere feestelijkheden voor die dag. Evenals het unieke uitzicht vanuit de 'Industrieele Groote Club' op het zonnige gekrioel van alle mensen rond en op de Dam dat deed. Een unieke ontmoetingsplaats en een fenomenale locatie om te proosten!
"De Soeverein" een in 2005 tot piratenschip omgebouwde tanker, was ons volgende adres. Afgemeerd aan de Javakade in het oostelijk havengebied, lag dit geheel naar eigen inzichten opgebouwde feestschip, geïnspireerd door de spiegelretourschepen uit de Gouden Eeuw, te wachten op alle in piratendress gestoken feestgangers. In het begin was iedereen nog even een beetje verkennend bezig op het bijna 60 meter lange schip, maar gaandeweg begonnen de spiritualiën hun werk te doen en werd het een vrolijke boel. Al was het natuurlijk so wie so al lachen met al die malle zeerovers attributen waar iedereen zich, tot aan het bruidspaar toe, mee had getooid. Na de barbecue gingen zowaar de trossen los en ging het, tegen de ondergaande zon in een tijdlang richting IJmuiden. De silhouetten van masten, verstagingen en mensen tegen het af en toe prachtig rood gekleurde zwerk, het was een plaatje. Nadat we een zeegaand vrachtschip voorbij hadden laten gaan, keerden we halverwege het Noordzeekanaal om. Vanuit het binnenste van het schip klonk het feestgedruis vaag door tot hoog op de campagne, wat een sfeer!
Rond middernacht lagen we weer afgemeerd aan de Javakade. Voor ons zat het er toen wel zo'n beetje op, want we moesten nog wel een eindje rijden. Ik vond het in alle opzichten een prachtige en feestelijke dag, en ik denk dat ik daarin niet de enige was. Alhoewel toen de bruidegom mij vertelde dat hij met zijn bruid lekker gingen zeilen in het Caribisch gebied werd ik wel even stinkend jaloers. Desalniettemin heb ik ze daar natuurlijk wel een paar prachtige wittebroodsweken toegewenst.
Vier mannetjes met een gemeenschappelijke interesse voor van alles en nog wat maar in het bijzonder voor architectuur en industriële vormgeving. Heerenleed 2008, op excursie naar Schotland vanaf dinsdagmiddag 29 april t/m maandagochtend 5 mei j.l. Een rondje dat begon en eindigde in het Engelse Newcastle op ca. 120 km ten zuiden van de Schotse hoofdstad Edinburgh.
Rond zes uur 's avonds vertrokken we met de M.S. 'King of Scandinavia' uit IJmuiden, om vervolgens ca. veertien uur later 's morgens om negen uur plaatselijke tijd (we hadden ons klokje inmiddels een uur terug gezet) in Newcastle van boord te rijden. In begin is het links rijden even wennen vooral bij rotondes, maar na een paar uurtjes ben je al aardig aan het verkeersbeeld gewend. We nemen een kustroute naar Edinburgh die ons zoveel mogelijk over binnenweggetjes voert, met fraaie uitzichten op zee en het prachtige landschap. In Bamburgh bekijken we het enorme 'Bamburgh Castle' en via een getijdenweg (bij hoogwater onbegaanbaar) rijden we naar 'The Holy Island of Lindisfarne' en kijken daar een poosje rond. Na dit alles te hebben gezien nemen we voor het laatste stukje naar Edinburgh maar de snelste route, om nog een beetje tijdig een hotel te kunnen regelen. Dat blijkt geen probleem te zijn, dicht in de buurt van de 'Old Town' vinden we in de Grove Street bij de 'Fountain Court Group' een appartementje voor de nacht.
Te voet gaan we daarna de binnenstad in, kijken wat rond, drinken in een aardige kroeg een paar pinten bier en eten een eindje verderop 'Haggis', een typisch Schots gerecht dat volgens wikipedia al door de oude kelten werd gegeten. Van de wetenschap wat erin zit en hoe het gemaakt wordt raakte ik bepaald niet in een juichstemming, maar het was er daardoor niet minder lekker om! Begeleid door het sfeervol verlichte 'Edinburgh Castle' hoog op de rots, wandelden we vervolgens terug naar ons appartement, het was bedtijd.
De wandeling de andere morgen voerde ons langs diverse projecten in de stad, maar in het bijzonder naar het controversiële Schotse Parlementsgebouw, dat naar een ontwerp van de spaanse architect Enric Miralles in 2004 is opgeleverd. Maar voordat we ons in het gebouw mogen en kunnen begeven worden we eerst gecleand, bij de entree worden we separaat aan de inhoud van onze zakken door de scanner geleid. We komen er goed doorheen en even later wonen we een poosje vanaf de publieke tribune in de grote zaal, een plenaire vergadering mee van het Schotse Parlement. Maar behalve dat we de zaal nu functioneel in gebruik zien en beleven, kijken we natuurlijk ook rond hoe het één en ander is gemaakt. Het is een prachtige en sfeervolle zaal, maar de ingewikkelde knooppunten van de imposante houten draagconstructies boven ons hoofd dwingen pas echt respect af.
Na dit bezoek gaan we per taxi terug naar onze eigen auto, om vervolgens via een route door de 'Highlands of Scotland' naar een volgende pleisterplaats voor de nacht te rijden, maar zover zijn we voorlopig nog niet. We rijden noordwaarts via de haven, waar we nog even een blik werpen op de 'Britannia' die daar sinds 1998 ligt. Het is het jacht waarmee de Britse koninklijke familie ruim veertig jaar mee over de wereldzeeën heeft gevaren. Een eindje verder lunchen we in cafe 'The Rail Bridge' met een mooi uitzicht op de prachtige en wereldberoemde spoorbrug uit 1890 over de 'Firth of Forth'. We rijden na de lunch over een toch ook wel indrukwekkende parallelle verkeersbrug, gebouwd in de jaren zestig van de vorige eeuw, naar de overkant, en volgen daar nog een tijdje een prachtige kustroute richting St. Andrews en Dundee. In Dundee bekijken we bij Ninewell's Hospital een wonderschoon projectje van architect Frank Gehry uit 2004, het 'Maggie's Cancer Caring Respite Centre', een paviljoenachtig gebouwtje op een heuvel waar ze het leven voor kankerpatienten in gevorderd stadium zo draaglijk mogelijk proberen te maken. Vervolgens rijden we richting Perth en Crieff via een route die ons gedeeltelijk door de Highlands voert, we zien de besneeuwde bergtoppen in de verte voor ons, die rond de 1100 meter hoog moeten zijn. Als we in Crieff zijn aangekomen, vinden we het mooi geweest voor deze dag, en gaan we op zoek naar een eet- en slaapgelegenheid. Beiden vinden we in het 'Yann's at Glenearn House' een groot oud Victoriaans huis, dat is ingericht voor B & B maar waar we ook kunnen dineren.
De volgende morgen rijden we door een prachtig landschap richting Glasgow. Onderweg bezoeken we even de door 'Famous Grouse' overgenomen whisky distilleerderij van 'Glenturret', Scotland's Oldest Distillery uit 1775, en in Helensburgh bezoeken we 'De Hill House', een villa, compleet met inrichting in 1904 ontworpen door de Schotse architect Charles Rennie Mackintosh (1868-1928). Het was voor mij een beetje een feest der herkenning, want ik had 'De Hill House' ook in 1973 al eens bezocht. Als we Glasgow binnen rijden, zoeken we eerst weer een plekje voor de nacht. Die vinden we in 'The Sandyford', een hotel dat praktisch in het centrum ligt. We wandelen vervolgens een paar uurtjes door het centrum van de stad, en bekijken hier en daar een paar meer en minder bekende gebouwen. Gezellig kun je het grootste deel van het centrum van Glasgow niet noemen. Een uitzondering is de Ashton Lane, een kort straatje waar veel studenten samen komen en waar veel kroegen en eethuisjes zijn te vinden. Hier hebben we in de 'Ubiquitous Chip' prima gegeten. Na op een verwarmd terras nog een laatste pint te hebben gedronken, was het wel weer tijd om op één oor te gaan.
De andere dag hebben we 'The Glasgow School of Art', 'The Willow Tea Rooms' en nog een paar meer of minder bekende projecten van wijlen Mackintosh in Glasgow bekeken. Ook 'The Glasgow School of Art' had ik al eens in de jaren zeventig gezien, vooral de fraaie en bijzondere inrichting van de bibliotheek in dit gebouw stond mij nog helder voor de geest. Verder hebben we in een een open dubbeldeks bus nog een citytour gedaan door de stad, en toen was het weer tijd om op te stappen. Even ten zuiden van Glasgow in het plaatsje Falkirk hebben we 'The Falkirk Wheel' in werking gezien. Deze in 2002 geopende unieke roterende scheepslift, verbindt het Forth & Clyde Canal met het Union Canal, een hoogte verschil van ca. 25 meter. Een bijzonder bouwwerk! Na dit bezoek gingen we verder zuidwaarts, richting Carlisle. Even buiten het plaatsje Selkirk dat nog net in Schotland ligt, vonden we weer een plaatsje voor de nacht. 'Philipburn' hete het deze keer, een Country House Hotel & Restaurant. We eten en slapen er heerlijk. Leuk was ook, dat we 's avonds van de eigenaar in de lounge, op een heel plastische wijze uitgebreid tekst en uitleg kregen over de verschillende whisky soorten in zijn land.
De laatste dag rijden we door een prachtig glooiend landschap via allerlei boeren landweggetjes met veel te openen hekken en ondiepe beekjes, richting 'Hadrianus Wall'. Een door de gelijknamige Romeinse keizer aangelegde muur omstreeks het begin van onze jaartelling ter versterking van de grens. Grote gedeelten van de ca. 117 km lange muur, die van west naar oost loopt, zijn in de tijd onzichtbaar geraakt, maar toch is er ook wonderlijk veel van de muur en de bijbehorende forten in de loop van de eeuwen bewaard gebleven. Het museumpje in Corbridge met bijbehorend buitengebiedje gaf een goed beeld van de leefwijze hier in de Romeinse tijd. Alvorens we ons melden bij de boot (vertrektijd 17.30 uur plaatselijke tijd) die ons weer naar IJmuiden moet brengen, bekijken we in Newcastle aan de oevers van de rivier de Tyne nog een paar projecten in het dynamische Gateshead gebied t.w. de 'Gateshead Millenium Bridge' een prachtige voetgangers-en fietsbrug uit 2001 van architect Wilkinson Eyre die in 2002 werd bekroond met de hoge RIBA Stirling Prize. Maar ook het 'Baltic Mills Gateshead', een tot kunstcentrum omgebouwde meelfabriek uit de jaren 1950, naar een ontwerp van architect Ellis Williams dat in 2002 is geopend, en het futuristische muziekcentrum 'The Sage Gateshead' van architect Norman Foster, dat daar in 2004 werd geopend, was de moeite van het bezichtigen meer dan waard.
Op het laatst moesten we ons nog een beetje haasten om op tijd voor de check-in (16.45 uur) voor de afvaart te komen. Maar dat ging allemaal voorspoedig, en voor dat we er eigenlijk goed en wel erg in hadden zaten we ineens weer op de boot naar huis. Nog één nachtje op zee restte ons van het einde van een prachtige HL trip!