vrijdag, juni 28, 2013

Eilanden


De voorbereiding van ons tripje naar de 'Eilanden' zoals ik dit stukje maar noem, heb ik j.l. 2 april al min of meer beschreven in 'Eire'. Maandag 27 mei j.l. om 14.30 uur was het zover, onder een strak wolken loos zwerk gingen aan de kade van Hoek van Holland de trossen los van de Stena Hollandica , en voeren we langzaam over de Nieuwe Waterweg het ruime sop tegemoet.
Van Hoek van Holland naar Harwich was op een kwartier na 7 uur varen. Rond 20.00 uur Engelse tijd meerden we af in Harwich, en ruim een uurtje later zaten we op onze kamer in het Premier Inn hotel in het centrum van Ipswich. Na het ontbijt de andere morgen, zijn we gelijk vertrokken richting Londen om daar een paar dagen door te brengen. Rond het middaguur reden we in de stromende regen Londen binnen, waar we in de Southwark Street nabij museum 'Tate Modern' wederom een Premier Inn hotel vonden, en nog wel met een parkeerplaats ook.
Omgeving Premier Inn Hotel in Londen.
Bij de Southwark Bridge in Londen.

De rest van de dag hebben grotendeels in museum 'Tate Modern' doorgebracht. We hadden eigenlijk wel meer willen doen, maar de regen speelde ons parten. 's Morgens onderweg naar Londen hadden we vanuit de auto de 115 meter hoge toren van kunstenaar Anish Kapoor al gezien, die daar in het Olympic Park in Londen Stratford is gebouwd i.v.m. de Olympische Spelen vorig jaar in Londen. (Zie o.a. mijn stukje 'uitkijktorentje' van 31 mei 2012) We hadden de toren eigenlijk nog willen beklimmen, maar hebben het maar zo gelaten. Voorlopig had de wijk Bankside in het Southwark gebied ons na 'Tate Modern' voldoende te bieden. Een prachtige wijk op de zuidelijke oever van de Thames, tussen Blackfriars Bridge en London Bridge. Te voet is de wijk ook goed bereikbaar vanaf de noordoever van de rivier via de fraaie Millennium Bridge. Ondanks de regen, die aan het eind van de middag gelukkig iets minder werd, hebben we daar langs de rivier gewandeld, vanwaar we een prachtig zicht hadden op een aantal boeiende gebouwen, waaronder Southwark Cathedral, de herbouwde historische theaters, Globe Theatre en The Rose en uiteraard het museum 'Tate Modern'. In Pizzaexpress, een trendy Italiaans restaurant aan de Thames, hebben we 's avonds een culinair puntje achter deze regenachtige dag gezet. Na een heerlijke nachtrust, onze kamer had een venster op een binnenplaats waar het werkelijk doodstil was, en dat midden in een grote wereldstad, stonden we de andere dag verkwikt op.

Na een ochtendwandelingetje hebben we in de stad ontbeten. We waren dan wel verkwikt opgestaan, maar nog niet verzadigd. De prijs die ze in ons hotel boven de toch al pittige kamerprijs vroegen voor een simpel ontbijtje was zo abominabel, dat we besloten hadden de breakfast elders in de stad te doen. Bovendien ervoeren we die ochtend zo toch ook weer een nieuw stukje Londen. Want we waren namelijk ook van plan in de loop van de ochtend verder, richting westwaarts te trekken, waarmee we uiteraard Londen voorlopig achter ons zouden laten. Aldus geschiedde, via Oxford reden we over de M40/A40 tot even voorbij Cloucester, om uiteindelijk via allerlei kronkelwegen voor de nacht te eindigen in het landelijke Littledean in 'The Belfry Hotel'.

The Belfry Hotel in Littledean.
Behalve dat we daar in het restaurant prima hebben gegeten was er verder weinig te beleven. Op onze kamer hebben we nog wel een tijdje zitten lezen, maar we lagen al gauw onder zeil. De andere morgen zaten we al vroeg aan het 'full English breakfast', wat er trouwens in ging als koek. Nou ja koek, niet te geloven hoe ze daar de dag beginnen, bacon, white pudding, worstjes, gebakken of roerei, witte bonen in tomatensaus, gebakken tomaat, gebakken champignons, diverse sausen, toast met boter, jam, marmelade of honing en verder uiteraard thee of koffie en sinaasappelsap. Voordeel is dat je tot aan de avond bijna niet meer hoeft te eten. Goed, inpakken en wegwezen, verder maar weer. Deze keer via de A40 tot aan Narberth, waar we aan de Moorfield Road onderdak vonden in hotel Plas Hyfryd. Onderweg Aberglasney Gardens bezocht, een tuin aan de A40 ergens tussen de plaatsen Carmarthen en Llandeilo.

Overzicht.
Aberglasney Gardens.
's Avonds hebben we buiten op het terras van ons hotel zitten eten, eindelijk een beetje zomer. Dat was even wat anders dan die paar regenachtige dagen in Londen. Via allerlei prachtige binnenweggetjes zijn we de andere dag naar Fishguard, onze voorlopige eindbestemming in Engeland, gereden. Van daaruit zouden we over een paar dagen met de Stena Line naar Rosslare in Ierland varen. Maar zover was het nog even niet, we hadden nog ruim twee dagen om de prachtige omgeving van Fishguard te verkennen. Op Fishguard Holiday Park hebben we voor twee dagen een compleet ingerichte stacaravan gehuurd, leuk, en zo konden we ons eigen potje ook weer een keer koken.
Fishguard, dat eigenlijk bestaat uit een upper en lower deel, ligt aan de achterzijde van een op het noorden gelegen baai, de 'Fishguard Bay', in het Welsh 'Bae Abergwaun' geheten. Het ligt daar mooi beschut tegen de golven en de heersende westenwinden, en heeft een mild klimaat dat met name in de beschutte delen goed te zien was aan de flora.
De op het noorden gelegen Fishguard Bay in Lower Fishguard.
Zuid-West Wales, een prachtig gebied met mooie uitzichten over de zee en het heuvelachtige landschap. We hebben er aardig wat rondgetrokken, over landelijke holle weggetjes die vaak niet breder waren dan onze auto. Maar zelden ontmoete je een tegenligger, en als het gebeurde was er toevallig net weer een uitwijkmogelijkheid, heel typisch. Ook hebben we in de omgeving van Fishguard weer een paar tuinen bezocht o.a. de eeuwen oude 'Walled Garden' in Manorowen. 'Walled Garden' is een ommuurde tuin van ongeveer een halve hectare, daterend uit 1750. De tuin heeft op dit relatief kleine oppervlak een grote verscheidenheid aan planten. In Llanwnda, een gehucht boven op de hoge kust iets ten zuiden van Fishguard hebben we een eeuwenoud kapelletje bezocht omringd door oude graven. De stilte daar, alleen de wind en de vogels en dat prachtige uitzicht over zee!

St Gwyndaf Church, Lianwnda.
Vertrek 'Stena Europe' uit Fishguard.
Een prachtig gebied, we hadden er eigenlijk net zo goed kunnen blijven. Maar we hadden onze zinnen nou eenmaal ook op Ierland gezet, bovendien hadden we daar al het één en ander besproken en gereserveerd en was de bootreis ook al geboekt. Aldus geschiedde, zondagmiddag rond halfdrie gingen de trossen van de 'Stena Europe' los, en een kleine vier uur later lagen we in Ierland aan de kade van Rosslare afgemeerd. Hotel 'The Rosslare Port Lodge' ons eerste slaapadres in Ierland die we thuis reeds hadden geboekt, was vervolgens snel gevonden. Nadat we ons hadden ingecheckt hebben we in een restaurant elders in Rosslare nog een hapje gegeten, en toen was het wel mooi geweest. Na een stevig ontbijt zijn we de andere morgen naar Dublin vertrokken. Eerst nog een stukje over de N/M11, maar al gauw via allerlei holle weggetjes zo dicht mogelijk langs de kust. Prachtige panorama's ontvouwden zich voor ons oog, en wat een rust. Op een gegeven moment hebben we de stoeltjes maar eens uitgeklapt om daar een tijdje van te genieten. Al verder trekkend verzeilden we geleidelijk aan meer in de invloedssfeer van Dublin en werd het drukker om ons heen. Aanvankelijk probeerden we een hotel te zoeken in het centrum, maar het verkeer nam ons daar even zo in beslag dat we daar maar van af zagen. In Lucan, een buitenwijk van Dublin vonden we aan de Adamstown Road uiteindelijk een prima bed & breakfast.

De Ierse kust nabij Wicklow.
De ierse kust nabij Bray en Dublin.
's Avonds hebben we, nadat we eerst in een aardige pub een maaltje gegeten hadden, op onze kamer middels internet een lijst opgesteld van bezienswaardigheden in Dublin, waar we een paar dagen vooruit wilden trekken.
Daags daarop wilden we 's morgens na het ontbijt net weg rijden richting Dublin, toen we door onze zoon werden gebeld dat E was overleden. Anderhalve week geleden, vlak voor we aan de trip naar de eilanden begonnen, waren we nog bij haar op bezoek geweest. Het onvermijdelijke toch nog onverwachts gebeurd, het greep ons behoorlijk aan. We hadden dit op zo'n korte termijn nog niet verwacht. Ineens hadden we geen zin meer om Dublin in te gaan, ad hoc namen we het besluit richting Galway te rijden. Een autorit van ruim tweehonderd kilometer over een in onze ogen zeer rustige M4/6 leek ons voor dit moment een goede manier van verwerken, even een poosje niks. Toch zijn we nabij Ballinasloe op nog zo'n 60 km vóór Galway maar van de M6 afgeweken, en vervolgden we onze route naar Athenry en Galway over landelijke binnenweggetjes. In Barna, even voorbij Galway hebben we aan de Coast Road voor een paar dagen een huisje gehuurd met uitzicht op zee. Van daar uit hebben we in de streek die ze Connemara noemen prachtige autotochten gemaakt naar o.a. Clifden.

'Aearn' ons huisje voor een paar dagen in Barna.
Nabij Clifden (Connemara).
Een bijzonder mooi maar ook eenzaam en ruig gebied met weinig vegetatie. Veel zeearmen en binnenmeren terwijl het heuvelachtige landschap vaak voor zover het oog reikt bezaaid is met grote en kleine rotsblokken. Prachtig ook hoe je voor je vanaf een hoge heuvel de eenzame weg door het landschap ziet meanderen. Je moet er maar niet aan denken om daar autopech te krijgen.
De volgende pleisterplaats die we in ons eilandentripje hadden gepland was Limerick. Eerst een stukje over de N18 daarna verder over de R462. Aan een meer nabij Kilkishen hebben we de stoeltjes maar weer eens uitgevouwen voor een time out en een kopje koffie. In Limerick besloten we uiteindelijk toch maar niet te blijven. Via de N69 die daar een stuk langs de Mouth of the Shannon loopt, zijn we naar Listowel gereden waar we een hotelletje voor de nacht hebben gevonden. Veel viel daar niet te beleven, we zijn de andere dag dan ook maar gelijk weer verder getrokken. Via Tralee, de N86 en de R560 naar Dingle voor een pitstop. Vervolgens zijn we via de N86, de R571 en de N70 naar Glenbeigh aan de Dingle Bay gereden. Daar hebben we op 'Glenbeigh Caravan Park' voor drie dagen een ingerichte stacaravan gehuurd. Van daaruit weer mooie wandelingen en autotochtjes gemaakt. Dat de 'Ring of Kerry' bekend staat als één van de mooiste gebieden van Ierland kunnen we denk ik wel beamen, alhoewel we uiteraard nog lang niet alles hebben gezien. Prachtig gebied, en natuurlijk helemaal met dat mooie weer waar we nu al bijna twee weken lang van genoten!

Langs de Dingle Bay bij Glenbeigh.
Idem.
Over de N70 reden we tenslotte via Waterville en Kenmare over de R571 naar het huis aan de Kenmare River dat we daar voor een weekje hadden gehuurd. Een riant huis op ca. 16 km ten zuidwesten van Kenmare in the middle of nowhere. Het was er doodstil, alleen de vogels en de wind hoorden we. En niet te vergeten de regen, het weer was enigszins aan het veranderen. Voor het eerst maakten we tijdens onze eilandentrip een paar regendagen mee. Maar ook dat had z'n bekoring, fascinerend hoe je vanaf de oceaan de fronten op je af zag glijden. Door de vaak markante wolkenlijn zag je goed hoe het werkte, hoe zo'n koufront zich als een wig onder de warme luchtlaag opdrong, prachtig. Ik vond het echt genieten van achter het glas en de open haard aan. Evengoed waren we blij dat we daar maar twee regendagen hebben gehad, zodat we van daaruit ook nog een aantal mooie tochtjes hebben kunnen maken.

Een paar regenachtige dagen ...
 maar gelukkig bleef het daarbij.
De veelal subtropische vegetatie om ons huisje.
We genoten elke dag van het fantastische uitzicht.
Uiteraard naar Kenmare waar we ook onze boodschappen moesten doen. En waar we 's avonds een paar keer naar 'The Coachmans' zijn geweest, een gezellige pub waar we live van Irish ballads & folk music hebben genoten. We zijn naar Killarney geweest en hebben verder vanuit ons huisje nabij Tuosist het hele schiereiland Beara doorkruist. Van Lauragh, Adrigole en Castletown tot Garinish Point, Eyeries en Ardgroom om maar wat te noemen. De subtropische plantengroei in de lager gelegen gebieden was bijzonder, maar ook de gigantische hoeveelheid bloeiende rododendronstruiken aan beide zijden van de vaak zeer smalle weggetjes, zorgden voor een heel bijzondere sfeer. Maar ook de haventjes hier en daar en het grillige heuvelachtige landschap met al die schapen en verrassende vergezichten blijven boeien. Je gaat na een paar weken trekken in deze contreien wel een beetje aan het landschap wennen, maar het blijft prachtig.

Een gebied van schiereilanden.
Via Adrigole en Glengarriff verlieten we aan het eind van ons weekje aan de Kenmare River, het schiereiland Beara. Met C en J, die vandaag aan hun Ierland vakantie begonnen, hadden we afgesproken om elkaar in Cork aan het eind van de middag te ontmoeten. Over de R585 kwamen we uiteindelijk via de N22 Cork binnen rijden. We hadden met C en J afgesproken dat we elkaar in 'Killarny Guest House', op ons gezamelijke slaapadres aan de Western Road zouden ontmoeten, wat overigens zonder tomtom even behoorlijk zoeken was. In 'Reidy's Vault Bar' aan de Lancaster Quay hebben we 's avonds onze ontmoeting met een drankje gevierd en er een hapje gegeten. Op onze kamer hebben we vervolgens nog een afzakkertje genomen, en toen zat de dag er weer op.
Na het ontbijt de andere morgen, ging een ieder weer zijns weegs. C en J in zuidwestelijke richting, wij richting Rosslare, vanwaar we 's avonds om negen uur weer met de boot naar Fishguard aan de andere kant van de Ierse Zee zouden vertrekken.

Killarny Guest House in Cork.
Op het terras achter Reidy's Vault Bar in Cork.
Maar zover was het nog even niet. Aanvankelijk over de N25, maar al snel over allerlei binnenweggetjes langs de kust, lieten we Cork achter ons en reden we via Waterford naar Rosslare waar we redelijk op tijd aankwamen. Geen probleem, we hadden een boek bij ons, bovendien hebben we alvorens in te checken, in een plaatselijke pub nog een hapje gegeten. Precies om 21.00 uur gingen de trossen los en voeren we over een vrij woelige zee naar Fishguard, waar we een kwartier na middernacht aankwamen. Waarna we linea recta doorreden naar hotel 'Ivybridge', alwaar we reeds in een eerder stadium al een plaatsje voor de nacht hadden besproken.

Hotel Ivybridge in Goodwick nabij Fishguard.
The Butt & Oyster in Pin Mill aan de Orwell.
Wandeling van Butt & Oyster richting Woolverstone.
Idem.
Na een vroeg een stevig ontbijt in 'Ivybridge' te hebben genoten, hebben we de sokken er flink in gezet. We hadden twee dagen om in Harwich te komen. Een tochtje van rond de 500 km, op zich goed te doen, maar op de heenweg hadden we wel een week over dit stuk gedaan. Via de A40 en A48 kwamen we op de A4. En toen ging het snel, in no time waren we al over de helft. Onderweg kreeg ik op m'n display wel een melding te zien, dat m'n versnellingsbak aan een servicebeurt toe was. M'n garage in Nederland gebeld, waarschijnlijk een computerstoring. Mogelijk, alles functioneerde ook na behoren, dus doorrijden maar. Ter hoogte van Hungerford hebben we de M4 verlaten en zijn we via de A338 naar het stadje Wantage gereden om daar een hotel te zoeken. Dat viel tegen, maar uiteindelijk vonden we nabij Hungerford, een eind terug dus, een hotel. Na een stevige maaltijd in 'The Pheasant Inn' in Hungerford was het weer bedtijd.
Via Oxford en de noordelijke ringwegen van Londen zijn we over de A12 richting Colchester en Harwich gereden. We hadden tijd zat, dus hebben we tussendoor ook ons oude en vertrouwde Butt & Oyster aan de Orwell River nabij Pin Mill bezocht, waar we in het verleden al diverse keren met de 'Felis Onca' en de 'Swing' naar toe waren gezeild. Een prachtig glooiend wandel gebied langs de Orwell River, waar nu alles ook nog eens in de bloei stond.

The Butt & Oyster.

In hotel 'Premier Inn Harwich' hebben we de laatste nacht van deze eilandentrip doorgebracht. De ander morgen lieten we op de 'Stena Britannica' klokslag negen uur de kade van Harwich achter ons. Aanvankelijk was het alleen een beetje heiig op zee, maar al snel voeren we in een dikke mist. Tot aan Hoek van Holland, een kleine zeven uur verder, hebben we dan ook niet veel anders gezien dan een watten deken. Evengoed hebben we genoten van deze zeer rustige oversteek. Einde van een mooie, maar door het overlijden van een heel goede kennis ook getekende vakantie op de eilanden!

Op de 'Stena Britannica', we verlaten Harwich.

zondag, juni 23, 2013

5e zondag p.m.


Zondag 26 mei j.l. hadden we de 5e zondag p.m. bij A en M in Zwolle. Een gezamelijke actieviteit die we als broers en zussen met aanhang bij toerbeurten om de drie maanden organiseren. Eigenlijk een proef waar we met z'n vijven een jaar geleden mee begonnen zijn, maar die mogelijk tot een traditie kan uitgroeien. A en M waren voorlopig de laatste, daarna was iedereen aan de beurt geweest. (zie mijn stukjes 1e, 2e, 3e en 4e zondag p.m. van resp. 7/5'12, 28/8'12, 27/11'12 en 25/2'13) Daarna zouden we elkaar laten weten of we er mee door willen gaan of niet, ben benieuwd!

De wandeling na de koffie door het prachtige IJssellandschap, voerde ons ook nog langs de volkstuin waar A en M volgens eigen zeggen al jaren met plezier hun onbespoten waar verbouwen. Op de dijk zagen we aan de overkant van de IJssel in de verte het historische stadje Hattem liggen. Een panorama dat volgens mij van hieruit gezien al eeuwen onveranderd is gebleven. Toch lazen we op een groot billboard dat de rivier meer ruimte moet krijgen. Een aantal eeuwenoude boerderijen in de uiterwaarden moet verdwijnen, enkele zullen blijven staan en zullen in geruïneerde staat aan flora en fauna worden overgeleverd. Of deze gang van zaken extra ruimte voor de rivier oplevert waag ik te betwijfelen. De boeren in de uiterwaarden leven en werken daar al eeuwen in harmonie met de natuur, en accepteren al die jaren al dat de wassende rivier bij tijd en wijle hun land aan het oog onttrekt!

De huidige staatssecretaris Sharon Dijksma van Economische Zaken zei in de onlangs gehouden z.g. Natuurtop het volgende:
''Ik denk dat er nog veel winst is te halen uit de slimme combinatie van natuur en andere economische belangen''
Het lijkt me niet bepaald een nieuwe visie, zeker niet m.b.t. bovengenoemd onderwerp.



De nieuwe spoorbrug, onderdeel van de lijn Amersfoort-Zwolle en de Hanzelijn, vind ik een plaatje. Aanvankelijk moest ik wel wennen aan de rode kleur, te prominent dacht ik eerst. Maar nu vind ik die juist prachtig, het accentueert de slanke lijn van de brug in het landschap. Eenmaal weer thuis bij A en M was er uiteraard een drankje en een hapje, een niet te versmaden bezigheid in ons clubje, waar we ons zeker na zo'n wandeling altijd met plezier aan overgeven.

Goed sfeertje dus, en toen tijdens het diner de driemaandelijkse bijeenkomsten ter sprake werden gebracht, was iedereen het er over eens dat we daar beslist mee door moeten gaan. Derhalve, op 25 augustus a.s. is nummer één weer aan de beurt!

zondag, mei 26, 2013

Hodgepodge on Scottish Sail


Rond drie uur 's middags werden we gisteren voor ons optreden op 'de Zegge' verwacht, een eilandje in het Wolderwijd nabij Zeewolde waar de whisky proeverij en nog veel meer die middag gehouden werd. Om er te komen met al onze toeters en bellen was ons door de organisatie de 'Vrouwe Hendriekje' ter beschikking gesteld. Een inmiddels haast klassieke Westerdijk Zeeschouw van rond de 8,50 meter, die we er vanuit Harderwijk zelf maar heen moesten varen. Ook frappant, dat scheepje kende ik, vrienden van ons hebben het pas vorig jaar verkocht nadat ze er zeker 25 jaar mee gevaren hadden. Echter wat we ook probeerden, we kregen de motor niet aan de praat. Om toch op tijd op 'de Zegge' te zijn, zagen we ons wel genoodzaakt over te stappen op de 'Sula' uit Huizen, een Jeanneautje van rond de 27' van de zoon van onze accordeonist die toevallig aan dezelfde steiger lag.

En zo kwamen we toch nog mooi op tijd op het eiland aan. Nadat we ons in de opening van een soort van legertent hadden geïnstalleerd begonnen we gelijk 'Sing Irishman Sing' in te zetten, ons openingsnummer die middag. In de tent een handvol liefhebbers die van een aantal deskundigen alles te horen kregen over goeie whisky's, sigaren en chocolade. Maar dat niet alleen, ze mochten er ook van proeven, want daar hadden ze uiteindelijk voor betaald. En onder een partytent even verder op kon iedereen genieten van een broodje vers gerookte vis die ter plekke werd klaargemaakt en van een bakje warme koffie. Want dat had iedereen wel nodig, we kregen het alsmaar kouder. Zelfs de whisky proevers met al hun hartversterkertjes, die bovendien een eindje verderop het eiland ook eerst nog een tijdje hadden lopen smijten met boomstammetjes e.d. en zodoende toch een aardige warmtebuffer moeten hebben opgebouwd, zaten er kouwelijk bij. En aan de blauwe knietjes te zien, hadden degenen die ook nog eens in een schotse kilt rond liepen het helemaal niet makkelijk.



Toch bleef de stemming er dankzij de vele hartversterkertjes bij iedereen aardig in. Ook bij ons, en tussen de bedrijven door nestelden we ons even comfortabel uit de wind in de HK59 met een glas whisky. Rond zeven uur was het afgelopen, en nadat alle whisky proevers in de botters waren afgevoerd met de doedelzak voorop, vertrokken ook wij met de 'Sula' weer richting Harderwijk. Einde van een koude maar leuke en gelukkig droge middag op eiland 'de Zegge'. En de zeer goede 'Ardbeg' whisky die we hadden meegekregen, heeft tijdens de koude terugtocht op het Wolderwijd prima diensten bewezen.

zondag, mei 19, 2013

Hodgepodge on the art market Hattem


De weersverwachting voor zaterdag j.l. was niet onverdeeld gunstig, toch is het me nog alleszins meegevallen. Behalve grijs en knap frisjes is het in Hattem gelukkig de hele dag droog gebleven. Hodgepodge was één van de muziekgroepen die door de organisatie van 'Kunstmarkt Hattem' was uitgenodigd voor een stukje muzikale omlijsting van het festijn. Rond 10 uur 's morgens melden we ons in de binnenstad op het VVV kantoor, waar we instructies kregen over locaties en tijdstippen van ons optreden. Er werd van ons verwacht dat we twee keer een uur zouden optreden voor 'déjà-vu', een occasion boekwinkeltje in de Achterstraat en één keer een uur op de hoek Kruisstraat-Gasthuissteeg. Dus nabij de kerk en de Markt, het zenuwcentrum van het hele festijn!

Met onze instrumenten op de nek begaven we ons naar de toegewezen locatie in de Achterstraat, waar de Kunstmarkt tevens door burgemeester Wiggers op poëtische wijze zou worden geopend. Ik ken Hattem vrij goed, maar toch altijd weer als ik door dat oude binnenstadje wandel, valt mij de rijkdom van weleer op. Dat hebben de Veluwse Hanzesteden trouwens gemeen. Je proeft tenminste in het binnenstadje van Hattem dezelfde sfeer als in de binnenstadjes van bijvoorbeeld Harderwijk en Elburg, waar de historie ook is af te lezen aan diverse rijke en schilderachtige monumenten.

Maar goed, we kwamen hier nu niet om ons met het verleden bezig te houden, maar om te spelen! Om het geheel een beetje op te fleuren, want dat was wel nodig. Het kille weer hield deze ochtend de meeste mensen kennelijk van straat. Wel een beetje vreemd hoe we daar aanvankelijk in de Achterstraat praktisch voor onszelf stonden te spelen. Maar gelukkig werd het geleidelijk aan toch wat levendiger om ons heen, en werden er soms in het voorbij gaan zowaar een paar danspasjes gemaakt op onze muziek. Toen ons eerste uurtje erop zat was het tijd voor ons gratis lunchpakketje en een rondje om de kerk op de Markt, alsmede voor een neut om op te warmen in restaurant 'Banka'. En toen was het alweer tijd voor de tweede sessie voor ons boekwinkeltje in de Achterstraat.

Toen we ons vervolgens na dit optreden met ons hele hebben en houwen hadden verkast naar hoek Kruisstraat-Gasthuissteeg, kwam iemand van de organisatie ons vragen of we i.v.m. een optreden van 'Doetmaes' op de Markt een halfuurtje wilden wachten met het wederom open trekken van onze registers, dit ter voorkoming van een mogelijke kakofonie aldaar. Nou dat moest dan maar, en passant werden we daar wel even vermaakt door een aardige vertelster, die een verhaal over een heks, een tovenaar en vet gevoerde reizigers aan ons kwijt wilde. Leuk, maar toen het er zelfs na drie kwartier wachten nog niet naar uitzag dat 'Doetmaes' van plan was te stoppen, hebben we de hele boel weer opgepakt en zijn we terug gegaan naar 'déjà-vu', een toepasselijke naam trouwens in dit verband. Het is niet anders, het leven van een muzikant kan niet altijd over rozen gaan. We hebben ons daar overigens weer een uurtje prima vermaakt, ook omdat we meer publiek hadden dan de twee keren daarvoor!

Alvorens na ons optreden weer af te reizen, hebben we met een lekkere neut in restaurant 'Banka' nog even gezellig zitten na kletsen. Behalve een beetje ergernis, hebben we uiteraard niet door geschetste kink in de kabel geleden, maar mogelijk dat men een volgende keer iets meer aandacht kan schenken aan de planning.

woensdag, mei 15, 2013

voile avec le 'Bon Vivant'


Zoals het wel vaker gaat met zeilplannen werden ze ook deze keer ad hoc gewijzigd. De bedoeling was om met z'n viertjes t.w. schipper en schippersvrouw N en J en de opstappers J en ondergetekende E (vanaf de Sixhaven) met de 'Bon Vivant', een stevige Emka 36 vanaf de Ketelhaven naar Great Yarmouth, Lowerstoft of Woolverstone te zeilen. Maar toen we j.l. vrijdag de pieren van IJmuiden rond 13.00 uur achter ons lieten, was Aeolus ons kennelijk niet helemaal goed gezind. Met een stevige zuidwester, variërend van 6 tot 7 Bft. liet hij ons al snel weten dat we hem serieus dienden te nemen. Niet dat we dat niet deden, maar we waren op dat moment nog wel van mening dat hij ons op korte termijn een beetje gunstiger gezind zou worden.

Bovendien zijn golfbewegingen vóór havenmonden altijd heftiger en vooral warriger dan verder op zee, en helemaal bij stroom tegen wind, zoals op dat moment het geval was. Het was ca. 3 uur vóór HW in Hoek van Holland en dan loopt er bij IJmuiden een stroom van 0,5 tot 0,8 kts langs de kust van noord naar zuid. Niet veel, maar toch goed voor een wrede en steile golfslag. Enfin, na een uurtje of wat stampen tegen wind en golven in, besloten we de steven toch maar noordwaarts te wenden. En met de high aspect als trekker vlogen we vervolgens comfortabel met een rif in het grootzeil op ruime koers richting Texel. Aanvankelijk nog met een beetje stroom tegen, maar later kregen we die ook nog mee. Een eindje voor het Schulpengat werd de koers in toenemende mate meer vóórdewinds, reden voor ons om het grootzeil maar te strijken. Maar met de genua erbij zeilden we in de hoge deining weer comfortabel verder, ook al hadden we deze niet uitgeboomd. En zo doken we min of meer passaatzeilend het Marsdiep in, en werd de high aspect alvast neergehaald. En toen we rond 20.00 uur in de haven van Oudeschild lagen afgemeerd, hebben we ons in restaurant 'De Compagnie' maar eens lekker laten verwennen.


Ons plan was de andere dag via de Texelstroom, het Scheurrak en de Oude Vlie naar het Inschot te zeilen, om vervolgens via de Blauwe Slenk en de Pollendam naar Harlingen te varen. Een mooie probleemloze vaarroute over het wad mits i.v.m. het tij rekening wordt gehouden met de diepgang in de Oude Vlie in de Paardenhoek. Rond 12.30 uur, ruim een uur na HW in Harlingen, lieten we de haven van Oudeschild achter ons. Wederom stroom tegen wind, al was die wel afgenomen tot ca. 5 Bft. Na in het Scheurrak nabij ton SO10 de HP33 nogeens grondig te hebben bestudeerd, werd het duidelijk dat we met onze diepgang van rond de 1,70 meter nu niet door de Oude Vlie moesten gaan. (Leuk of niet, op een getijdewater als de Wadden met al zijn wantijen en zandbanken moet je op de klok letten) Terug op de Texelstroom gingen we vervolgens via de Doove Balg richting Kornwerderzand. Ze hadden ons daar kennelijk verwacht, want we hoefden praktisch niet te wachten voor de brug en de sluis. Dat heb ik daar vaak zat anders meegemaakt.


Op de genua stoven we vervolgens over het IJsselmeer met halve wind naar Hindeloopen. De Hylperhaven lag jammer genoeg vol, dan de grote jachthaven maar. Toen we bij de benzinepomp even naast een ander schip wilden afmeren om ons te melden, werd ons op niet mis te verstane wijze te verstaan gegeven, dat dat niet op prijs gesteld werd. Terwijl ze hun mooie scheepje nota bene vol met fenders hadden hangen. Wat een patserige lapzwansen kom je af en toe toch tegen in dat mooie watersportwereldje, over goed zeemanschap gesproken! Enfin gauw vergeten maar weer. Nadat we heerlijk aan boord gegeten hadden, zijn we in de regen nog even Hindeloopen ingewandeld, en hebben we in café de Brabander nog een pikketanisje genomen. En zo tegen middernacht lagen we met z'n allen denk ik wel op één oor.

Toen we na het ontbijt zondagochtend de motor hadden gestart, hield die het na enkele minuten al voor gezien. De eerste prognose van de schipper was brandstofprobleem. Voortvarend werd het ene na het andere onderdeel van de motor gedemonteerd en gecontroleerd. Er werd brandstof heen en weer gepompt en er werd geroken en geproefd. Conclusie water in de diesel! De boosdoener bleek de ontluchtingsslang van de dieseltank te zijn die onder helling vol zeewater gelopen was. Nadat het water na langdurig pompen en starten tot een minimum was beperkt, sloeg de motor eindelijk weer aan, eerst nog wat sputterend, maar allengs beter. En op een gegeven ogenblik liep alles weer als een naaimachientje, we konden vertrekken. Bij Stavoren werd de genua uitgerold, en met een stevige min of meer aan de windse koers zeilden we zo op ons dooie gemak voorbij het Vrouwezand in een rechte lijn richting Urk en Ketelbrug, alwaar we voor een opening een kwartiertje moesten wachten. Een uurtje later meerden we af aan de langssteiger in Ketelhaven, waar we door de dames A en G werden begroet. Einde van een prachtig zeiltochtje rond Noord-Holland.

zaterdag, mei 04, 2013

vermist


De bemanning van de 'Warnow', het zeilschip dat sinds 17 april j.l. wordt vermist op de Noordzee tussen Engeland en Noorwegen, heeft volgens mij te veel risico genomen. Aan boord van de vermiste 'Warnow' zijn drie mensen en een hond. De vijftig voet lange 'Warnow' is een voormalige Duitse loodsboot, die door de eigenaar is omgebouwd tot zeilschip. Ik las dat het schip is opgetuigd met een platbodemzeil, en dat de stalen mast afkomstig is van een hijskraan. Dat lijkt mij echter nog het minste probleem, alhoewel zo'n zware mast de scheepsstabiliteit zeker niet ten goede zal komen. Maar de zware stalen kielloze rompvorm met die malle opbouw lijkt mij absoluut ongeschikt voor het vaargebied waarin ze momenteel worden vermist.

Op de Noordzee, en in het bijzonder op de noordelijke Noordzee kan het bij storm behoorlijk spoken. Golfhoogten kunnen met gemak tot tien meter en meer oplopen. Ik heb wel eens gedacht toen ik daar met m'n zeilbootje was, dat ik tegen een muur op zou varen. Maar gelukkig werd ik als een kurk opgetild en ging de watermuur onder me door, waarna de volgende klim zich alweer aandiende. En zeil je een ruime- of vóór de windse koers, dan moet je in de diepe golfdalen ontzettend alert sturen, want een klapgijp ligt op de loer. Overkomt je dat met zo'n stalen kielloze rompvorm als de 'Warnow' heeft, dan kan je in een mum van tijd dwars op de golven liggen met alle gevolgen van dien. Van alles en nog wat is uiteraard denkbaar, maar het is niet te hopen dat de 'Warnow' dit is overkomen.


Behalve zeezeilers, zijn het ook vrolijke muzikanten!

De 'Warnow' kwam eind maart in een vliegende storm (10 Bft) voor de Engelse oostkust nabij Whitby ook al in moelijkheden. Zie ook:
http://www.whitbygazette.co.uk/news/local/whitby-lifeboat-is-knocked-out-of-action-in-stormy-yacht-sea-rescue-1-5538605
Motorpech en problemen met het roer noopte de schipper via de marifoon hulp te vragen bij de Engelse reddingsdienst. De Britse reddingsboot die uitrukte raakte zelf ook in de problemen, maar collega's wisten het Nederlandse schip in veiligheid te brengen. Het verbaasde de Britten dat de 'Warnow' nog zo ver gekomen was, want ze vonden het schip allesbehalve zeewaardig. Behalve de deplorabele staat van het schip, ontbrak er volgens een woordvoerder van het reddingsstation in Whitby ook van alles, noodbaken, satelliettelefoon, gps, fatsoenlijke zeekaarten etc. etc.

Ik las ergens dat de bemanning het allemaal zo sober mogelijk wilde houden aan boord. Prima, maar als dat nog los van de kostenpost die je veroorzaakt, betekent dat anderen hun leven in de waagschaal moeten stellen om jou uit de penarie te helpen, ben je als zeezeiler volgens mij absoluut fout en onverantwoord bezig! Ik hoop trouwens dat ze snel en in goede gezondheid worden gevonden, maar ik hou m'n hart vast. Want van de omgeving van Whitby naar de omgeving van bijvoorbeeld Stavanger in Noorwegen is amper 350 mijl varen, daar doe je echt geen weken over. Dus, ra ra waar is de 'Warnow' gebleven?

donderdag, mei 02, 2013

noeste arbeid


Noeste arbeid, ofwel het boerenleven in de vorige eeuw op de Mariahoeve aan de Kiefveldersteeg in Putten. De familie van den Brink leefde hier vanaf 1907 tot 2003 (het jaar dat Maria, de laatste telg van de familie, hier op 91 jarige leeftijd is overleden) met en van de natuur met veel en zware arbeid. Ze verbouwden zoveel mogelijk gewassen zelf, rogge voor het brood, gerst voor kippenvoer, haver voor het paard, knollen en voederbieten voor het vee en uiteraard aardappels en groenten voor hun zelf. Dat betekende 's morgens rond 5 uur opstaan en 's avonds rond 9 uur (papklok) naar bed.

De Stichting Mariahoeve werd opgericht na het overlijden van Maria van den Brink (1912-2003), de laatste van de drie gezusters waarvan het bestaan op de boerderij sinds de jaren 80 van de vorige eeuw is beschreven, Geertje (1902-1993) en Steventje (1905-1992) waren haar reeds voor gegaan. En nog weer daarvoor vader Corstiaan (1867-1942), moeder Maartje (1874-1916), broer Gerrit (1904-1970), broertje Marinus (1909-1918) en zusje Maartje (1916-1935).

Zoals gezegd is het leven van de drie gezusters op de boerderij in de laatste decennia beschreven in een prachtig boek t.w. 'Mariahoeve Drie gezusters en de strijd om het bestaan' door Brand Overheem (fotografie) en Bert Paasman (tekst). Opvallend is dat ze kennelijk maling hadden aan moderniteiten en vooruitgang. Ze runden het bedrijf tot het laatst toe op dezelfde manier als hun ouders destijds. Hun leven liep gelijk op met de seizoenen, in de lente werd er geploegd, gezaaid en gepoot en werden de gewassen onderhouden door middel van onkruid wieden en water geven. In de zomer werd er geoogst en werd deze gelijk op alle mogelijke manieren verwerkt, inmaken, wecken, dorsen etc. En in de herfst werden vruchten van de bomen geplukt en verwerkt evenals het geslachte varken. In de winter was er veel werk binnenshuis te doen zoals hand- en naaiwerk. Kortom het was altijd buffelen, van de vroege ochtend tot de late avond.

Maar gezien de hoge leeftijd van de gezusters, ze zijn alle drie rond de 90 geworden, is hard buffelen en een sobere leefstijl kennelijk een gezonde bezigheid. Het blijft overigens de vraag of het voor de dames ook een leuke manier van leven is geweest. Ik betwijfel dat, maar dat zegt mogelijk meer over mij dan over de gezusters van den Brink. Dat de voormalige boerderij voor het nageslacht bewaard zou blijven was de wens van Maria. Maar dat de plek bekend zou worden als museum Mariahoeve waar je nu, onder begeleiding van een gids die je tekst en uitleg geeft kan rondneuzen, heeft ze waarschijnlijk niet kunnen bevroeden.

maandag, april 29, 2013

party weekend


Het Haagse 'Hotel Des Indes' vierde onlangs haar 130 jarige bestaan. Mijn gedachten gingen een stukje terug in de tijd toen ik gisteren op TV de documentaire 'Hotel Des Indes, logeren op stand' zag. Logeren deden we destijds in het 'Kurhaus Hotel', maar hoe zal ik het zeggen, omdat we wat te vieren hadden, hebben we met z'n achten tot ons grote genoegen wel heel leuk op stand gedineerd in 'Hotel Des Indes'.

De documentaire ging over de roemruchtige geschiedenis van het meer dan 130 jaar oude 'Hotel Des Indes', waar onder meer leden van het Koninklijk Huis kind aan huis waren. Elles de Bruin blikte samen met onder anderen historicus Cees Fasseur, VVD-prominent Frank de Grave en koningshuisdeskundige Dorine Hermans terug op gebeurtenissen in het hotel. Op weinig plaatsen in Den Haag is de grandeur van het verleden zo goed terug te vinden als in 'Hotel Des Indes'. Het statige gebouw aan het Lange Voorhout heeft decennia lang onderdak geboden aan vele groten der aarde. Om er maar een paar te noemen, begin 1900 verbleef boerenleider Paul Kruger na zijn vlucht uit Zuid-Afrika lange tijd in Des Indes. En in 1960 blies de beroemde ballerina Anna Pavlova haar laatste adem uit in het hotel. En er was in 1994 ook nog het beroemde Des Indes-beraad, volgens de Grave droeg de chique ambiance bij aan de wording van het eerste Paarse kabinet. Ja, ja in Des Indes werd geschiedenis geschreven!

We waren 's middags ons feestweekendje al begonnen met een film in het Omniversum. De één ging naar 'Destiny in space' de ander naar 'Living Sea', prachtig natuurlijk op dat immense koepelscherm dat bijna zo groot is als een half voetbalveld. Daarna begaven we ons voor het borreluurtje naar het 'Kurhaus Hotel' waar we voor de nacht tevens 4 kamers hadden geboekt met uitzicht op zee. Nadat we ons na het borreluurtje op onze kamers hadden opgefrist, en ons van casual tot enigszins chique hadden omgetoverd, hebben we ons per taxi naar 'Des Indes' begeven, waar we om 20.00 uur werden verwacht. Daar werden we met alle egards ontvangen, en na een drankje en een amuse in de foyer zat de stemming er goed in. Vervolgens hebben we ons met z'n achten aan de grote ovale tafel in het restaurant de hele avond door de chef laten verwennen met zijn 'Le menu Royal du chef', waarbij we zijn bijzondere wijnarrangement allemaal als the top of the bill hebben ervaren.

Toen we rond het middernachtelijk uur terug waren in het Kurhaus, zijn we nog een tijdje het casino ingedoken. Maar we kwamen er snel achter dat we met al die heerlijke wijnen die we in 'Des Indes' hadden genoten, niet al te scherp meer waren. De fiches vlogen onze zakken uit, laten we maar stoppen. Alzo geschiedde, de één na de ander hield het voor gezien en taaide af, het was mooi geweest voor vandaag! Slapen, morgen weer een dag, maar wat voor een dag? Sowieso een dag die zal beginnen met een uitgebreid ontbijt in het Kurhaus Hotel, en een duin- en strandwandeling! En wat we daarna nog gaan doen voordat we naar huis gaan zien we dan wel!

Uiteindelijk hebben we met z'n allen de andere dag het leuke weekend afgesloten met wederom een etentje, maar deze keer wel gewoon bij de Mexicaan op de Markt in H'wijk.

zondag, april 28, 2013

'Muze'


Veel steden en dorpen in Nederland kennen wel een Tesselschadestraat, -huis, -plein of -laan. Eerlijk gezegd had ik me nooit zo bezig gehouden met de oorsprong van deze naam, maar sinds ik gisteren in het Muiderslot de tentoonstelling TESSEL SCHADE - een ramp met een Gouden randje - gezien heb weet ik er meer van. Tesselschade, ofwel Maria Tesselschade Roemersdr. Visscher (1594-1649) was een in haar tijd beroemde dichteres, glasgraveerster en borduurster. Zij was de jongste dochter van koopman Roemer Visscher en de zus van Anna. Haar vader noemde haar Tesselschade omdat hij vlak voor haar geboorte een deel van zijn vermogen verloor bij een scheepsramp voor Texel.

Tesselschade groeide op in een inspirerende omgeving, mede dankzij de belangrijke rol die haar vader bekleedde in de Rederijkerskamer d'Eglantier en de bijeenkomsten in 't zalig Roemer-huis aan de Geldersekade in Amsterdam, (herinneringen van Vondel aan ’t zalig Roemers huis in zijn gedicht 'Lof der zeevaert' uit 1623: wiens vloer betreden wordt, wiens drempel is gesleten van schilders, kunstenaars, van zangers en poëten) waar zij kennis maakte met de jonge Pieter Corneliszn. Hooft, die later in het voetspoor van haar vader zou treden als gastheer van de 'Muiderkring'. Zij werd een graag geziene gast op het Muiderslot en genoot later faam als 'Muze' van de Muiderkring. Haar geschriften ondertekende zij altijd met het motto 'ELCK SYN WAEROM', wat wilde zeggen dat ieder zijn eigen redenen en motieven heeft voor zijn of haar daden.

Dit motto is ook opgenomen in het logo van TAA (Tesselschade-Arbeid-Adelt) de eerste algemene vrouwenvereniging in Nederland op 17 oktober 1871 opgericht door Betsy Perk (1833-1906), schrijfster en pionierster van de vrouwenbeweging. Het doel ervan was voor die tijd revolutionair. Betsy wilde vrouwen uit de midden- en hogere klassen de gelegenheid geven om voor geld te werken. Destijds werd een zogeheten 'beschaafde vrouw' geacht haar leven te besteden aan een echtgenoot en het moederschap. Trouwde zij niet, dan wachtte haar andere zorgtaken of een eeuwigheid vol lief pianospelen. Voor ieder die betrokken is bij TAA en zeker ook voor de kandidaten die bij TAA om hulp vragen om hun ideaal te bereiken, geldt ook nu nog: 'ELCK SYN WAEROM'.

In de tentoonstelling, die nog tot medio mei a.s. te zien is in de Kapelaanskamer en op de overloop van het Muiderslot, werden diverse objecten, geschriften en brieven getoond, uit zowel eigen bezit van het Muiderslot als bruiklenen van derden. De tentoonstelling is deze zomer ook in Kaap Skil, het ons zo bekende museum van jutters & zeelui in Oudeschild op Texel te zien.

Alvorens weer huiswaarts te keren toen we het allemaal gezien hadden, hebben we bij de sluis nog een tijdje met een glas op het terras van café 'Ome Ko' naar de mensen en de bootjes zitten kijken.

maandag, april 22, 2013

Vroeger.



Een wandelingetje afgelopen zaterdag over de Ermelosche Heide even voor zonsondergang. Voor ons kennelijk een mooi moment om oude verhalen en herinneringen op te halen. Van die keer op die donkere kerstavond toen we daar met de auto vast zaten in de sneeuw, of die keer toen ik daar met m'n bijen stond voor de heidehoning, en de teken- en aquarelsessies op mooie zondagochtenden niet te vergeten. Maar één van de meest gedenkwaardige herinneringen die gisteravond boven kwam drijven was de vlucht van 'Der Kleine Uhu'. Zes weken had ik samen met m'n destijds tienjarige zoon aan dit Graupner-model van balsahout, papier en spanlak gewerkt. Eindelijk was ie klaar, een plaatje om te zien, en nou de lucht in. Op een mooie, voorjaarsavond togen we via de Postweg naar de Ermelosche Heide. Daar aangekomen stelden we de thermiek-begrenzer in middels het ingebouwde tijdmechaniekje, en werd het richtingsroer afgesteld. Als je dat naliet had je geen controle over de vliegbewegingen, aan radiobesturing met afstandbediening waren we toen nog niet toe. Na een aantal mislukte pogingen om het geval de lucht in te krijgen, begonnen we op een gegeven ogenblik te twijfelen over de juiste afstelling van het richtingsroer.



Kennelijk was daar inderdaad iets mis mee, want na uitschakeling van deze cruciale functie begon 'Der Kleine Uhu' zowaar te vliegen. En hoe, alsmaar recht uit en alsmaar hoger, we hebben nog een tijdje getracht te volgen, maar op een gegeven moment was onze kleine zwever a.h.w. in het heiige zwerk opgelost. Gedesillusioneerd hebben we in het verderop gelegen bos nog een tijdje lopen speuren, maar tevergeefs, ons leuke zwevertje hebben we nimmer terug gezien!

Lang geleden allemaal, van het Romeinse Marskamp waar we nu naar toe wandelden wisten we toen niets af. Mogelijk dat ze door legertanks tijdens oefeningen naar de ratsmodee gereden waren, maar op z'n minst zullen restanten van de aarden wallen destijds toch ook zichtbaar geweest moeten zijn, maar ik heb nooit gezien. Hoe dan ook, die rare schildwacht zat er vroeger sowieso niet.

Terug bij de auto zijn we door het bos via 'Boshuis Drie', de Sprielderweg en de Prins Hendrikweg naar Putten gereden. En ja toen moesten we natuurlijk ook even langs ons oude huis aan de Lariksstraat (zie mijn stukje 'architectuur' van 16 december 2009) en via de Harderwijkerstraat en de Voorthuizerstraat een kijkje nemen bij de aloude Da Costaschool. Gezien de staat van verloedering was die zo te zien al lang niet meer als zodanig in gebruik. En natuurlijk, ook hier werden weer oude koeien uit de sloot gehaald.
Daarna hebben we ook nog even stil gestaan bij het op 1 oktober 1949 door koningin Juliana onthulde monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de razzia in Putten op 2 oktober 1944. Aan het eind van ons nostalgisch rondje in Putten en omgeving, deelde E ons en passant nog even mee dat we nu door zijn voormalige folderwijkje reden, en dat de containers waarin hij z'n handel soms stiekem dumpte als hij sneller klaar wilde zijn daar en daar stonden!

zaterdag, april 20, 2013

Koningslied


Hij is er: het officiële Koningslied. Een lied gemaakt door ons allemaal. Het couplet is gebaseerd op inzendingen van burgers. We konden onze bijdrage leveren onder het motto 'Mijn droom voor ons land, inspiratie voor onze koning'. De melodie van het nummer is geschreven door John Ewbank, de vaste componist van Marco Borsato. Ook Guus Meeuwis en Alain Clark hebben hun steentje bijgedragen aan het koninklijke nummer. Daarnaast is er nog een waslijst aan BN’ers te horen in het nummer.



Een lied gemaakt door ons allemaal? Ik ben me nergens van bewust! Maar goed als dat zo is, is dat mogelijk ook de oorzaak van het belabberde resultaat. Bij mijn weten heb ik nog nooit zo'n lamlendig stukje proza gelezen, ik geneer me zelfs een beetje om Nederlander te zijn. Wat een belachelijke bombastische onzin, wat moeten onze toekomstige koning Willem en zijn Argentijnse gade wel niet denken van hun onderdanen. Trouwens wat mankeert een volk eigenlijk dat in staat is om zo'n zwakzinnige tekst voor een Koningslied te creëren? Neem alleen al die tenenkrommende onzin rond de letter W voor Willem, voor drie vingers in de lucht, voor wij, voor water, voor wakker en stamppot eten! Waarom ook nog niet de W voor warboel en retteketet naar beter bed. Nee, gewoonlijk ben ik geen azijnpisser, maar ik ben bang het wel te worden als ik de tekst nog een keer zou lezen, en bovendien na die eerste paar maten intro van Carel Kraayenhof de koningsdoppen niet in m'n oren zou doen.

donderdag, april 18, 2013

Rijksmuseum


Begin jaren zestig reed ik op een mooie zaterdag met J achterop m'n bromfiets van de Noord-West Veluwe naar het Rijksmuseum in Amsterdam. Jonge honden waren we, voor een eindje brommen draaiden we onze hand niet om. Het enige wat ik tot dan toe zo'n beetje aan schilderkunst had meegekregen was Rembrandt van Rijn en Johannes Vermeer, die konden pas schilderen, en natuurlijk Jan Steen niet te vergeten! Oude meesters dus uit de 17e eeuw, daarbij vergeleken was dat geklieder en gepriegel van moderne schilders als Karel Appel en Piet Mondriaan klinkklare onzin! Braaf en tamelijk onbelast met kennis aan de wereld van de kunst, stonden we ons op die zaterdagmiddag dan ook aan 'De Nachtwacht' van Rembrandt en 'Het Melkmeisje' van Vermeer te vergapen. Dat was toen, in de jaren daarna hebben J en ik de kunst in al haar disciplines gelukkig heel anders leren zien en interpreteren. Uiteraard hebben we tijdens dat lange leerproces ook het Rijksmuseum nog menig maal bezocht. In gedachten was ik dan soms nog wel eens even terug bij die eerste keer daar, nu alweer een halve eeuw geleden.

De lange rijen tijdens de heropening afgelopen zaterdag konden ons gestolen worden, we wachten wel een paar dagen tot de druk een beetje van de ketel is. Maar eergisteren, drie dagen na de heropening, vonden we dat we lang genoeg hadden gewacht. Het zonnetje en het zicht op de fraaie gevel van het Rijks, bracht ons tijdens de korte wandeling vanuit de parkeergarage onder het museumplein al een beetje in feeststemming. En we kregen nog meer plezier, toen we merkten dat we de rijen wachtenden achter ons konden laten, omdat we een museumjaarkaart hadden. We begonnen onze tour met een kopje koffie op het nieuwe binnenplein, we keken onze ogen uit want dit hadden we eerder nooit gezien. Dat je bijvoorbeeld vanaf het terras op het binnenplein gewoon de fietsers door het museum ziet sjezen, briljant!



Over de details is zo te zien goed nagedacht in het nieuwe Rijksmuseum. Het fraaie interieur oogt helemaal ten dienste van de kunst. Topstukken die in alle zalen goed uitkomen in een haast volmaakte harmonie, een lust voor het oog. Het is volgens mij geen verkeerde beslissing van Rijksgebouwendienst geweest, om de Spaanse architecten Antonio Cruz (Sevilla, 1948) en Antonio Ortiz (Sevilla, 1947) destijds de opdracht te geven voor het ontwerp. Eén van de grootste ingrepen van beide ontwerpers is het toegankelijk maken en verbouwen van de binnenhoven geweest, zie bovenstaand filmpje. Daarmee heeft het museum een metamorfose ondergaan die ik nauwelijks voor mogelijk had gehouden, grandioos!

Het Rijksmuseum in Amsterdam onderging in tien jaar de grootste verbouwing en restauratie in zijn geschiedenis. Het gebouw van architect Pierre Cuypers (1827-1921) dat omstreeks 1885 werd opgeleverd is een uniek historisch monument. De aanpassingen aan de eisen van de tijd mochten daarom geen afbreuk doen aan het oorspronkelijke ontwerp. En dat is volgens mij goed gelukt! We hebben j.l. dinsdag weliswaar maar de helft van het gebouw en de tentoongestelde kunstcollecties gezien, maar dat gaan we op termijn wel een keer goed maken!

woensdag, april 17, 2013

globetrotter


Vragen als: Schepping of evolutie? Adam of apen? Geloof je in God of in Darwin? stelde de antropoloog Thor Heyerdahl (1914-2002) wel eens aan zichzelf, maar ze werden hem ook regelmatig door anderen gesteld. Zelf scheen hij weinig moeite te hebben met dit soort vragen, desalniettemin speelde hij ze graag door aan een ander om te beantwoorden! Dat hij de zaken graag een beetje in het midden hield, bewijst een filosofische uitspraak van hem uit 1946 wel: Of de mens is dom, omdat ze de beschaving schept en dat vooruitgang noemt. Of God is dom, omdat Hij een primitieve wereld schiep en zei dat alles goed was.

Om bewijzen te leveren dat de menselijke cultuur zich over zee in het verre verleden al over grote afstanden heeft kunnen verplaatsen middels de tot dan toe beschikbare kennis en middelen, organiseerde Heyerdahl in de vorige eeuw expedities met primitieve middelen naar diverse plekken op onze aardbol. De Kon-Tiki expeditie in 1947 was er één van. Met vijf mede-opvarenden begon Thor Heyerdahl op 18 april van dat jaar zijn zeereis van Peru naar Polynesië op een vlot van balsahout, dat hij de Kon-Tiki noemde. Het vaartuig, volgens Heyerdahl gebouwd naar een soort van Incamodel, deed 101 dagen over een reis, waarin ze, afhankelijk als ze waren van o.a. de Humboldtstroom en de Oostelijke passaatwinden op de Grote Oceaan, al meanderend ongeveer 8000 km aflegden. Ze werden ten slotte door de enorme branding van atol Raroia in de Tuamoteilandengroep aan land gesmeten.

Hiermee had Thor Heyerdahl het bewijs geleverd tegen het dogma, dat balsahouten vlotten uit Zuid-Amerika geen mensen en cultuurplanten over zee zouden kunnen vervoeren van Peru naar Polynesië. Balsahouten vlotten bleken volgens Heyerdahl zeewaardiger dan menig pre-Europees vaartuig. De Polynesiërs konden dus best gelijk hebben wanneer ze beweerden dat hun voorouders op de eilanden een oudere bevolking had aangetroffen!
(Jaren later bewees DNA-onderzoek onomstotelijk dat de voorouders van de Polynesiërs toch uit Azië kwamen.)



In de op bovengenoemde feiten gebaseerde film verlaat Thor Heyerdahl zijn vrouw en kinderen, en gaat hij met vijf onervaren bemanningsleden de oceaan op. De bemanning heeft, op een simpele radio na, geen moderne apparatuur aan boord en alleen een papegaai als gezelschap. In de schijnwerpers van de wereldpers navigeren ze met behulp van de sterren over de uitgestrekte Stille Oceaan, waarbij ze de stroming als roer gebruiken en strijden tegen woeste stormen, haaien en de gevaren van de open zee. Zijn boek over de Kon-Tiki expeditie had ik lang geleden al eens gelezen, maar ik heb evengoed genoten van de twee uur durende verfilming!

maandag, april 15, 2013

Dolce Vita


Met de uitbreiding van museum De Fundatie in het Paleis a/d Blijmarkt in Zwolle zijn ze al een tijdje bezig. Eerst zou het eind december vorig jaar opgeleverd worden, maar zoals het met gecompliceerde bouwwerken in dit landje wel vaker gaat, is de eindoplevering zeker een halfjaar opgeschoven. Op weg naar Kasteel 'Het Nijenhuis' in Heino/Wijhe zijn we gistermorgen even langs de bouw aan de Blijmarkt gereden, om de stand van zaken in ogenschouw te nemen. Nou dat duurt nog wel een paar maandjes denk ik zo, voordat we daar met z'n allen weer naar binnen kunnen. Ook al weet ik middels de tekeningen en de maquette hoe de creatie van BiermanHenket architecten uit Vught er straks uit gaat zien, toch ben ik aardig benieuwd hoe de realisatie van het één en ander zal overkomen. Voorlopig zijn de verhoudingen met al die steigerwerken en afdekzeilen nog een beetje zoek, maar dat gaat goed komen, daar ben ik vrij zeker van, nog even geduld!

Ellipsvormige dakopbouw op classicistische onderbouw. 

De bijzondere beeldentuin van Kasteel 'Het Nijenhuis' hadden we al gezien (zie m'n stukje 'beeldentuin in heino/wijhe' van 14 april 2012), dus stiefelden we gelijk door naar Hieron Pessers (1939 - 2004) 'Dolce Vita', een tentoonstelling in het kasteel van 24 overzichtelijk gepresenteerde monumentale werken van deze eigenzinnige schilder. Zijn werken, die dateren uit de laatste decennia van de vorige eeuw en het begin van deze eeuw, doen enigszins magisch-realistisch aan en roepen associaties op met werken van schilders als Charley Toorop en Pyke Koch.

La Dolce Vita (Het zoete leven) 1990

In bovenstaand schilderij ziet Hieron Pessers de wereld als carnaval en thater. Het doet denken aan de Italiaanse Commedia dell'arte, aan Shakespeare's Midzomernachtsdroom, aan Fellini's circusscènes. Acrobaten, narren en uitbundige clowneske figuren, deels gemaskerd, dansen op een koord dat door het stevige boerenpaar (echte 'hardwerkende' mensen) in de sculpturale lijst strak gespannen wordt gehouden.

Hieron Pessers vond zijn doeken zelf vaak 'lyrisch' en 'tragisch'. Feestend op de rand van de afgrond, toonden ze een geheel eigen, vaak verontrustend wereldbeeld. Titels als 'Love Letters', 'Hello My Love, Goodbye', 'I'm so weary and all alone' en 'La Dolce Vita' die hij aan z'n schilderijen gaf om er maar enkele te noemen, ontleende hij aan bronnen uit o.a. literatuur en muziek. Bijzonder en kenmerkend voor Pessers werk las ik, waren de vaak gesculptureerde, soms barokke lijsten om zijn doeken.

woensdag, april 10, 2013

Johannes


Om het leven in stand te houden, gaat alles wat leeft ook een keer dood, zo is de cyclus. Voor bultrug 'Johannes', de verzwakte 12 meter lange walvis van ongeveer 20 ton, was het eind vorig jaar op de 'Razende Bol' kennelijk tijd om de laatste adem uit te blazen. Het was niet anders, trouwens wat was dat voor een misplaatst sentiment, om zo'n beest dan gelijk een naam te geven. En wat voor een naam, hoe verzin je het! (Johannes, een liefderijk man, een man vervuld van broederlijke mensenliefde.) Achteraf bleek de bultrug ook nog eens een zij te zijn, en had ze dus beter Johanna (Johanna: 'Jahweh is genadig' of 'God is verzoenend'.) kunnen heten.

De omgeving van het Marsdiep.
Mogelijk was de aanblik van het tranende oog van de bultrug er debet aan. Dat had wel wat weg van een oog van onze trouwe zeehondenhoedster uit Pieterburen. Die loopt zoals bekend altijd voorop als er weer eens wat te aaien valt in de vrije natuur. Ze was uiteraard ook op die zandplaat weer van de partij.

Natuurlijk is dit cynisch, aan de andere kant is het wat mij betreft buiten kijf dat de bedoelingen van partijen of organisaties als de zeehondencrèche, ecomare, sea shepherd, partij voor de dieren en weet ik allemaal niet wat nog meer, nobel zijn. Ze doen absoluut ook goeie dingen voor de natuur in dit kleine dicht bevolkte landje. Maar met die bultrug had niemand zich moeten bemoeien, ze lag daar op die zandplaat niemand in de weg. Met die grote grazers die in de Oostvaardersplassen het loodje leggen, bemoeid zich ook niemand. Op z'n hoogst hadden ze de natuur een handje kunnen helpen door de bultrug, voordat ze na haar dood uit zich zelf zou ontploffen door de opgehoopte ontbindingsgassen, met springstof te reduceren tot hapklare brokjes voor de plaatselijke fauna. Anders ligt zo'n kolos van 20 ton mogelijk iets te lang voor je deur te ruften. Op open zee heb je dat probleem niet, want daar zakt zo'n kolos na de natuurlijke ontlading van z'n ontbindingsgassen door z'n grote gewicht praktisch linea recta richting bodem, waar het ontbindingsproces tot nut van de aldaar levende fauna en organismen verder gaat en niemand er last van heeft.

Johannes zou een traantje wegpinken...
Overigens gebeuren er op open zee ook wel eens bizarre dingen met dode walvissen, daar heb ik in het blad 'Zeilen' wel eens een verslag over gelezen. Als ik 's nachts op zee voer, en vóór me in de soms pikdonkere nacht staarde, moest ik daar wel eens aan denken. Een aanvaring met een kadaver van een walvis die nog nét niet gezonken is. Hakkend met bijlen en van alles en nog wat probeerde de bemanning zich van de stinkende blubbermassa op het jacht te ontdoen, voordat het lekke kadaver naar de bodem zou zinken en hun mee zou sleuren de diepte in. Het was één en al geborrel en geknal van ontsnappende ontbindingsgassen, om van de gruwelijke stank maar te zwijgen. Een luguber unicum, maar ze hebben het gelukkig gered!
Maar met de natuur een handje helpen door de zaak z.g. gecontroleerd te laten ontploffen, moet je ook uitkijken hebben ze in Florence, Oregon (VS) ooit ondervonden. Lees en bekijk onderstaand artikel en filmpje maar eens, waar ik overigens smakelijk om heb kunnen lachen, ik zag het helemaal voor me!

In november 1970 was daar een dode walvis aangespoeld op een populair strand. Aanvankelijk vormde het ongelukkige dier een aardige trekpleister voor de nieuwsgierige ramptoerist. Toen echter na verloop van tijd het rottingsproces zich inzette en de lucht op het strand onhoudbaar werd, zag men in dat het dier ‘geruimd’ moest worden. Alleen, wat waren de mogelijkheden? Begraven werd niet als reële optie gezien, omdat de kans groot was dat de walvis, door de harde wind, opnieuw bloot zou komen te liggen. De mogelijkheid van verbranden werd ook overwogen. Het zou wellicht geleid hebben tot een vermelding in het Guinnessbook of Records als grootste barbecue aller tijden. Maar de kans dat het echt zou lukken werd toch als te klein gezien.
Uiteindelijk kwam men tot een vrij radicale oplossing: door middel van dynamiet. De gedachte was om het dier met dynamiet tot in kleine stukjes op te blazen, waarna de meeuwen het verdere opruimwerk voor hun rekening zouden nemen door de kleine stukje op te pikken. Het leek de ideale manier om van het kadaver af te komen.



De theorie was goed, alleen, bij een gebouw kunnen deskundigen goed berekenen hoeveel explosieven ze moeten aanbrengen, en op welke plekken, om ‘het puin’ in de juiste richting te laten vallen. Bij een walvis laat zich dat echter niet zo gemakkelijk berekenen. Dat bleek op 12 november 1970, toen men een halve ton explosieven onder de walvis aanbracht en deze tot ontploffing bracht, onder het toeziend oog van het nieuwsgierige duizendkoppige publiek. Eerst was daar de knal, toen de aanblik van een bruine berg zand en veel rode smurrie, en vervolgens het geluid van tussen het publiek neervallende ‘klodders’ walvis. Terwijl iedereen bedekt raakte door de stinkende en rottende substantie, vlogen er ook grotere delen walvis door de lucht om in sommige gevallen neer te dalen op de in de omgeving geparkeerde auto’s, In sommige gevallen met desastreuze gevolgen (lees: total loss) voor die auto’s.
Het opblazen van walvissen op het strand werd daarmee meteen een eenmalig experiment, dat de geschiedenis in ging als de manier waarop walvissen in ieder geval níet geruimd moesten worden.

maandag, april 08, 2013

silence


Een foto, een geur, een bepaald muziekstuk of wat voor beleving dan ook, het doet er niet toe, maar soms wordt je door het één of het andere herinnert aan een bepaalde gemoedstoestand in je leven. Aan een gevoelsmoment die je je, hoe lang geleden dan ook, weer haarscherp voor de geest kan halen, en die je in de meeste gevallen weer even terug brengt naar de positieve geestesgesteldheid van het moment van toen.

De rust en verstilling die voor mij persoonlijk uitgaat van de zich eindeloos repeterende cadans van golven, de ruis van een bos, golvende duinlandschappen, bloemenzeeën of de 'Great Symphony' van Schubert, om maar wat te noemen, brengen me bijna altijd weer terug naar mooie momenten van weleer. Momenten van een haast meditatieve rust, die ik als tamelijk rusteloos type, koester en vaker zou willen ervaren. Ik kwam op het idee om dit stukje te schrijven door 'Spiegel im Spiegel', een stuk uit 1978 van de Estse componist Arvo Pärt (1935) dat ik gisteren weer eens hoorde in onderstaande opname. Ik zou het vaker moeten opzetten, want deze muziek brengt mij altijd weer in vaarwaters van balans, structuur en serene rust. Starend uit het venster, begeef ik me dan mijmerend over van alles en niks, in een tijdloze dimensie.



De enorme zeggingskracht die Arvo Pärt met 'Spiegel im Spiegel' bereikt vind ik fenomenaal. De sereniteit en eenvoud van dit stuk brengt de muziek terug tot de essentie. De stilte tussen de noten, muziek gemaakt door iemand die de kunst van het weglaten kennelijk als geen ander verstaat. Rustgevend, en altijd weer plezierig om naar te luisteren!

woensdag, april 03, 2013

'Le Bal'


De Klassieken met Clairy Polak, elke werkdag van 9 tot 12 op radio 4. Ik luister er bijna altijd naar, waar ik ook ben achter m'n bureau of in de auto. Vanmorgen hoorde ik Clairy het nummer 'Le Bal' aankondigen van Hans Reichel (1949-2011). Van de Duitse componist, muzikant en uitvinder had ik nog nooit gehoord, maar dat zegt waarschijnlijk meer over mij dan over hem. En van de Daxophone, één van zijn uitvindingen had ik ook nog nooit gehoord. Maar dat is nu veranderd, ik zat gelijk recht op in m'n stoel. Te gek wat die man aan klanken en ritmes weet te trekken uit houtjes verbonden met een stukje elektronica.

De Daxophone bestaat uit een licht, dun en typisch gevormd houten onderdeel, dat met z'n uiteinde zodanig bevestigd is aan een zwaarder en massief houten monteerstuk, dat het vrij en onafhankelijk in trilling kan komen. Door te plukken en/of te buigen kan het met een strijkstok worden bespeeld. Met een afzonderlijk massief afgerond stuk hout, de z.g. dax kunnen vibraties worden opgeroepen en kan de toonhoogte en toon kwaliteit worden beïnvloed. Een microfoon ingebed in het zwaardere monteerstuk zorgt voor versterking. De meest vreemde geluiden zijn met dit instrument te maken, bizar, buitenaards, komisch maar ook onverwacht mooi. Luister maar eens naar 'Le Bal', het stuk dat Hans Reichel met al die verschillende klanksoorten die dit instrument voort kan brengen al in 1994 heeft gecomponeerd (of heet het in dit geval gearrangeerd), maar dat ik vanmorgen dus voor het eerst hoorde, en nog wel op radio 4, mooi!



dinsdag, april 02, 2013

Eire


De halve 2e paasdag zijn we bezig geweest met een vakantie tripje te regelen naar Ierland. Allereerst, wanneer gaan we precies, dat was even secuur plannen met al die optredens van ons met 'Hodgepodge' en 'Vol-Luid' in het voorjaar en de zomer. Maar het is gelukt, we hebben een aansluitende periode van ongeveer drie weken kunnen plannen, d.w.z. plusminus twee weken in Ierland en één week in Engeland. Toen we eruit waren, was het vraagstuk onderkomen aan de orde. Nemen we een huisje, hotel, camper of bed en breakfast of een combinatie van het één en ander. Daar waren we vrij snel uit, een huisje voor een week ergens in de z.g. 'Ring of Kerry' in de zuid-west hoek van Ierland. De rest zien we onderweg wel, hotelletjes en/of bed en breakfast mogelijkheden genoeg.


De zoekactie op internet naar een geschikte vakantiewoning had wat meer voeten in aarde. We wilden hoe dan ook een huisje aan zee, maar dat wilden er wel meer merkten we al gauw. Veel vakantiewoningen die we geschikt achten, waren in onze periode reeds bezet. Je moet uiteraard ook veel eerder beginnen met zo iets te regelen! Maar wonder boven wonder zijn we toch geslaagd, een prachtig huis op een dito plek aan zee in the middle of nowhere op ca. 16 km ten zuiden van Kenmare. En er is ook nog een klein haventje in de buurt waar we een zeilboot kunnen huren. We hebben direct alles per mail kunnen regelen en vastleggen met de eigenaar in Kenmare. En als laatste hebben we bij StenaLine de tickets gekocht voor de retourtochten over de Noordzee en de Ierse Zee. Klaar, ik heb er nu al zin in!