zaterdag, maart 27, 2021

Ontvangsthut in verval in Harderbroek

Een wandeling over het Giezenpad, vanwege de nattigheid ook wel Laarzenpad genoemd, in Harderbroek hebben we al aardig wat keertjes gedaan. We kennen het Giezenpad inmiddels als onze broekzak, maar het is en blijft, in welk jaargetij dan ook, steeds weer een wandeling met verrassingen. Behalve de boeiende flora in allerlei stadia en de overweldigende ervaring dat je in een vogelparadijs verzeild geraakt bent, zijn er ook nog twee kunstprojecten van Krijn Giezen (1939-2011) te vinden in de vorm van een ontvangsthut en een vogelkijkhut. Gebouwd in 1976 van hoofdzakelijk natuurlijk materiaal uit de directe omgeving, t.w. riet. De filosofie van Krijn Giezen was, dat de als zodanig gebouwde projecten langs natuurlijke weg geleidelijk zouden vergaan en weer worden geabsorbeerd door het landschap. Maar de Rijksdienst IJsselmeerpolders, destijds zijn opdrachtgever, wilde om een langere duurzaamheid te kunnen waarborgen het één en ander toch versterken met houten constructiedelen, waarmee Krijn Giezen uiteindelijk akkoord ging.

Natuurmonumenten heeft beide hutten in 2012 volledig gerestaureerd. Maar nu zag ik gisteren dat de ontvangsthut, hoofdzakelijk gebouwd van gestapelde rietbalen, toch weer behoorlijk in verval was geraakt. De ingang was afgesloten met schoren en rood witte linten. Of er nog weer een restauratieronde gaat komen is de vraag, maar zoniet dan zal verdere verpaupering geheel in de geest van wijlen Krijn Giezen plaats vinden. In dat proces hoort volgens mij eigenlijk geen afsluiting met schoren en rood witte linten, maar daar zal Natuurmonumenten mogelijk vanwege vermeend instortingsgevaar vast anders over denken.

zondag, maart 21, 2021

the sount of the silence

Knettergek wordt ik af en toe van de verbouwingsherrie bij de buren. Om dat het tijdelijk is kan en wil ik het accepteren, maar het is en blijft moeilijk, vooral nu het wat langer lijkt te gaan duren. De vaak oorverdovende herrie van het timmeren, hakken, fraisen en boren in muren en vloeren gaat door merg en been en begint mij behoorlijk op m'n zenuwen te werken. Maar goed, zoals gezegd zijn het gelukkig tijdelijke ongemakken, en dat houdt me overeind. Straks is het weer heerlijk stil! 

Hoewel heerlijk stil eigenlijk ook niet bestaat. Voor een geluidsstudiocomplex heb ik eens een z.g. 'dode kamer' moeten ontwerpen, een 100% stille en geluidsdichte ruimte voor het doen van allerlei akoestische metingen e.d. Toen het ding klaar was en de zware geluidsisolerende deur achter mij dicht viel, hoorde ik nog enkel mijzelf. Geluiden die je gewoonlijk in een reguliere omgeving niet of nauwelijks hoort. Ik hoorde prominent mijn adem en hartslag, het ruisen van mijn bloed en het gerommel van mijn ingewanden, verder niets. Vreselijk, dat was na een verblijf van een kwartiertje al gekmakend! 

Nee, de aangenaamste beleving van stilte, vind ik stilte die als het ware wordt geaccentueerd door een geluid. Door bijvoorbeeld het ruisen van de golven van de zee of van de wind in de bomen, het kabbelen van een beek, het zoemen van een bij of de eenzame roep van een vogel. Maar ook het tikken van een klok thuis op een stille zondagmiddag. Dat is voor mij 'the sount of the silence'!

zaterdag, maart 20, 2021

Keith Jarrett speelt niet meer

Achteraf gezien heeft de Amerikaanse pianist Keith Jarrett (1945) mijn belangstelling voor jazz met zijn in 1975 uitgekomen 'The Köln Concert' behoorlijk weten te stimuleren. Mooie composities, tot op de dag van heden, ook zijn latere optredens met muzikanten als o.m. Art Blakey, Miles Davis en vele anderen. Maar nadat Keith Jarrett een paar jaar geleden een beroerte heeft gehad die zijn linkerkant deels verlamde, kan hij niet meer spelen. Ontzettend jammer, voor ieder mens uiteraard een ramp, maar voor een pianist van zijn statuur zo ongeveer het ergste denk ik wat je kan overkomen!

 

vrijdag, maart 12, 2021

'post 65 architectuur' in Edam

Dat het Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en West-Friesland in 2003 is opgegaan in het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en als zodanig niet meer in Edam is gevestigd was mij bekend. En dat vervolgens het voormalige Gemeenlandshuis in 2010 is verkocht aan de gemeente ook. Maar dat de gemeente het in 2015 weer had doorverkocht aan een Haarlemse projectontwikkelaar, die met plannen rond liep om een gedeelte van het voormalige Gemeenlandshuis te slopen t.g.v. een nieuw te bouwen appartementencomplex las ik pas vrij recent. Dat gaat niet gebeuren zal de Edammer Tjeerd Dijkstra (Amsterdam, 1931), de nog steeds sterk betrokken architect van het voormalige Gemeenlandshuis hebben gedacht. Hij besloot daarom het pand eigenhandig te kopen om zelf een verbouwingsplan te maken voor zijn, inmiddels in de rijkslijst van te beschermen 'post 65 architectuur' opgenomen geesteskind. 'Tjeerd Dijkstra begint aan zijn laatste kunstje' las ik onlangs in het Noordhollads Dagblad  Toch mooi dat ze nog zo op je negentigste over je kunnen schrijven. 

    

Bij de uitbreiding van het Gemeenlandshuis in Edam voor het Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en West-Friesland, was ik in de jaren 70 tijdens de ontwerp- en bouwfase betrokken als projectleider. Het één en ander in opdracht en nauwe samenwerking met architect en werkgever prof.ir.Tjeerd Dijkstra. Het was een mooie, maar geen eenvoudige opgave, een relatief groot gebouw realiseren in een kleinschalig stadsbeeld. Temeer omdat het moest worden opgetrokken aan de rand van de stad op een in het oog springende plek. Het gevaar dat het pittoreske silhouet van Edam ernstig zou worden aangetast was levensgroot aanwezig. Lastig dus, maar uiteindelijk heeft de ingreep op het bestaande stadsbeeld zich op verantwoorde wijze voltrokken, en werd het Gemeenlandshuis destijds door, toen nog en trouwens nu weer, prinses Beatrix feestelijk geopend.

zondag, maart 07, 2021

Baltus, de ultieme zwevende kiezer

Je blijft lachen, patiènt en pseudo intellectuele piekeraar Baltus weer in de bocht bij zielknijper Sigmund!

zaterdag, maart 06, 2021

Op de groote, stille heide

Op de groote, stille heide 
dwaalt de herder eenzaam rond 
wijl de witgewolde kudde 
trouw bewaakt wordt door den hond. 
En, al dwalend ginds en her, 
denkt de herder: "Och, hoe ver, 
hoe ver is mijn heide, 
hoe ver is mijn heide, mijn heide!" 

Mooi liedje uit vervlogen tijden, hoewel, als de liedschrijver (Pieter Louwerse 1840-1908) destijds de Ermelosche Heide voor ogen heeft gehad is het nog immer actueel. Met dit uitgestrekte heidegebied van bijna 400 hectare voor ogen, kom je haast vanzelf uit op de vragen in het liedje. Ik vroeg mij tenminste op enig moment inderdaad af hoever de bosrijke horizon, met name de heiige verte in zuid-oostelijke richting, van me afstond. De stilte is een ander verhaal, altijd hoor je wel verkeersgeluiden in de verte. En door de vele wandelpaden hoor en zie je ook vaak aardig wat mensen rond scharrelen, hoewel dat deze keer meeviel, waarschijnlijk door de snijdende kou. Het is niet anders, andere tijden, jammer genoeg ook voor 'de groote, stille heide'. Maar het is en blijft alsnog een prachtig gebied!

donderdag, maart 04, 2021

Vertrokken, samen met zijn vriend.

Gisteren is Jeroen van Merwijk (1955), één van de beste, zo niet de beste tekst- en liedschrijver van Nederland op 65 jarige leeftijd overleden. Samen met zijn vriend is hij naar elders vertrokken.

JEROEN VAN MERWIJK: 'Mijn Vriend De Dood' (zie youtube) 

Ik heb een vriend die ik al ken 
Van voordat ik geboren ben 
Al met de zaadcel en het ei 
Was hij erbij 

En hij heeft me sinds die tijd 
Van ver en dichtbij begeleid 
Hij is een trouwe reisgenoot 
Mijn vriend de dood

Hij is rustig, zegt niet veel 
Geeft zwijgend iedereen zijn deel 
Je kunt van hem altijd op aan 
Hij zal nooit iemand overslaan 

Het is zeker dat hij vroeg of laat 
Een keertje aan de voordeur staat 
Hij maak een eind aan al ieders nood 
Mijn vriend de dood 

Mijn vriend de dood 
Wordt vaak gevreesd 
Door de armen van geest 

Want hij heeft een frisse kijk 
Hij is ad rem en vindingrijk 
Nu eens gebruikt hij snelverkeer 
Een losse steen en beestenweer 
Dan weer een torpedoboot 
Mijn vriend de dood 

Ooit al weet ik niet wanneer 
Zie ik hem voor de eerste keer 
Dan zegt ie:zo, daar zijn we dan 
Ouwe reus, dacht je ervan? 

Zullen we maar weer eens gaan? 
Ik zal hem op de schouders slaan 
Ouwe jongens krentenbrood 
Mijn vriend de dood

dinsdag, maart 02, 2021

over een tijdperk zonder franjes

Kijk toen die Belgische veelschrijver Herman Brusselmans (1957) zich in een bui van zelfreflectie fileerde als een overschatte eikel met vies lang haar, kon ik het daar wel een beetje mee eens zijn. En toen hij en passant Ilja Leonard Pfeijffer (1968) in HP/De Tijd een pretentieuze eikel noemde, kon ik mij daar ook wel iets bij voorstellen, want een literaire ijdeltuit is hij zeker. 
Maar wel een ijdeltuit die prachtig kan schrijven! Zijn pakkende romans 'La Superba', een ode aan het mooie Genua, en 'Grand Hotel Europa', over explotatie van het oude Europa door het overheersende toerisme, heb ik in één adem uitgelezen. 
En nou kwam ik via een goede fasebook vriend 'Leven zonder franjes' tegen, een pakkend relaas in 'De Standaard' van Ilja, over zijn kijk op de hedendaagse problemen door de corona-misère. Een mooi inhoudelijk stuk dat eindigt met de woorden 'het gaat om de franje'. Bovenstaande foto van literaire ijdeltuit Ilja, die behoudens zijn gewicht mogelijk associaties oproept met een franjeaap, is in deze een toevallige bijzaak. 

'Leven zonder franjes' 

Er zijn grotere problemen, dat geef ik onmiddellijk toe, maar nu iedereen aan de beurt is geweest om zichzelf terecht of nochtans met goede redenen te presenteren als het grootste slachtoffer van het virus en van de beperkingen die zijn bedoeld om het virus in te dammen, de ouderen en de jongeren, de kroegbazen en de acteurs, de eenzamen en de mondainen, de boekhandelaren en de schrijvers, de vrijgezellen en de ouders van rumoerig kroost, de voetbalsupporters en de zakkenrollers, de alcoholisten en de sportschoolverslaafden, mag ik misschien de vrijheid nemen om te spreken namens de esthetici. 
Het virus maakt de wereld lelijk. De angst voor besmetting is van plexiglas. Waar ooit fluweel en goudbrokaat mochten verstoffen, worden thans in paniek steriele en makkelijk afwasbare materialen aangebracht. De ooit zo smaakvol ingerichte taveernes zijn verpest door spatschermen. Het is maar goed dat ze gesloten zijn. Het eeuwenoude plaveisel van de binnenstad wordt ontsierd door fluorescerende pijlen die angstige voetgangers tot eenrichtingsverkeer proberen te dwingen. Overal geïmproviseerde hekjes, waarschuwingsstickers en afzettingen met rood-wit lint. Geen dame draagt lippenstift onder haar mondmasker. Niemand kleedt zich voor de opera, want de opera is achtergebleven in een vorig leven. 
Ik heb zelf ook de grootste moeite om de motivatie op te brengen om mij dagelijks als een heer te kleden, wanneer er geen aperitief meer bestaat waar mijn dasspeld kan blinken.We leven in een wereld die is vormgegeven door medici en bange beleidsmakers die er uit pure onmacht nog maar een schepje bovenop doen. Beter te veel plastic, pijlen en stickers dan stijgende grafieken, waarop ze politiek afgerekend kunnen worden. 
Het is de angst die de wereld lelijk maakt. Je ziet het aan de halve gezichten op straat. Het is de woede die de wereld lelijk maakt. Frustratie verdraagt zich niet met schoonheid. Esthetiek is irrelevant en stompzinnig voor wie de toekomst ziet als de bittere consequentie van een onttakeld heden. Het leven is gereduceerd tot overleven. 
Maar zonder de franjes is er geen reet meer aan. Dat is de les die het virus ons inpepert. Wat werkelijk van waarde is, is onhygiënisch. Zingen in een vol theater, dansen in de bedompte gewelven van een afgeladen club, onbekenden zoenen, flaneren met een lachende vrouw aan je arm, samenzweren met vrienden in de kroeg, onzichtbaar huilen in een volle bioscoop, geraakt worden door een toneelstuk en daarover na afloop niet uitgepraat raken in de van geestdrift zoemende foyer, dat zijn de dingen die het overleven zin zouden moeten geven. 
Onze vleugels moesten worden afgeknipt voordat we beseften hoe graag we vlogen. Wie zegt dat kunst slechts franje is, heeft gelijk, want het gaat om de franje.

zaterdag, februari 27, 2021

ouwe tijden versus coronaperikelen

Een halve eeuw geleden studeerde en werkte ik in Amsterdam. Studeren deed ik aan de Academie van Bouwkunst aan het Waterlooplein en werken bij een architectengroep aan de Prinsengracht ter hoogte van de Elandsgracht. De hele jaren 70 en deels 80, een mooie tijd waar ik nog tot op de dag van heden met genoegen aan terug kan denken. Die sfeer, en van Airbnb en een rolkofferplaag had nog niemand gehoord. Behalve studeren en werken maakten we natuurlijk ook tijd vrij voor momenten van ontspanning met een pikketanisje o.i.d. in één van de vele bruine kroegjes of/en eetcafe's in de buurt. 

Aan die gezellige kroegjes in en nabij de Jordaan moet ik door de problemen in de horeca de laatste tijd nogal eens denken. De corona-misère zal ze niet in de kouwe kleren zijn gaan zitten. Zullen ze het wel redden en hoe dan, vraag ik me vaak af. Café's waar we graag kwamen en nog wel eens komen, waren 'De Doffer' aan de Runstraat, 'de Pels' aan de Huidenstraat, 'De Eland' op de hoek Prinsengracht-Elandsgracht, 'de Looier' aan de Looiersgracht, 'de Pieper' op de hoek Prinsengracht-Leidsegracht, 'Van Puffelen' aan de Prinsengracht, 'Hegeraad' aan de Noordermarkt, 'Hoppe' aan het Spui, 'Welling' achter het concertgebouw aan de Jan Willem Brouwerstraat, ''t Hooischip' aan de Amstel nabij de Blauwbrug, en zo kan ik nog even doorgaan, want er zijn er nogal wat. Ik hoop dat ze het allemaal redden!

woensdag, februari 24, 2021

een retorisch stijlfiguur

De boodschap van de van oorsprong retorische vraag 'Wie schetst mijn verbazing toen ik u gisteren met een vrouw zag' in de strip Sigmund van Peter de Wit gisteren in de Volkskrant, is dat de verbazing eigenlijk zo groot is dat niemand hem zou kunnen schetsen. Maar het antwoord op een retorische vraag ligt altijd besloten in de vraag, zodat de vraag eigenlijk geen antwoord meer behoeft. Het gaat er bij deze stijlfiguur vooral om dat degene aan wie de vraag is gericht zich aangeproken voelt, en zich min of meer aanpast aan hetgeen de vraagsteller verlangt. Als de ontvanger van een vraag de vraag toch tracht te beantwoorden, kan je daarom stellen dat de retorische vraag feitelijk mislukt is. Die nare zielknijper Sigmund weet kennelijk hoe hij met zijn patiënten of cliënten moet omgaan, of toch niet helemaal?

maandag, februari 22, 2021

kruiend ijs en voorjaar in Gaasterland

Prachtig dat kruiende ijs tegen de, ooit in de ijstijd opgestuwde keileemrug van dat mooie Gaasterland. Al waren we voor de echt spectaculaire beelden afgelopen zaterdag wel een beetje aan de late kant. Maar het voorjaarsachtige weer maakte veel goed op de Oude Mirdumer Klif, de Mirnser Klif, Roode Klif en nabij het zo rustige haventje van Laaxum. Alhoewel, zo rustig was het nou ook weer niet, zo te zien waren 's morgens kennelijk meer mensen in hun winterholen op dezelfde gedachten gekomen als wij. En in de verte, een eindje voorbij het pakijs, zag ik zowaar al een eenzame zeiler op het verder nog lege en verstilde IJsselmeer.
Op de terugweg naar huis hebben we tijdens een pitstop in Urk nog een wandelingetje gemaakt door dit pittoreske vissersdorp. Bij de Urker vuurtoren en het Urker vissersmonument hebben we even een rustmoment ingelast en een tijdje over het IJsselmeer staan staren. Daarbij trokken vooral de vele horizonvervuilende windmolens op en langs de dijk richting Lemmer de aandacht. Jammer, niet mooi, maar een schonere aarde heeft nou eenmaal een prijs, ze leveren een gunstige en remmende bijdrage aan de actuele klimaatverandering!

donderdag, februari 18, 2021

Dordrecht, en een bijzonder kunstproject.

In de Volkskrant las ik vandaag dat de in Nederland wonende en werkende Schots-Deense kunstenaar Edward Clydesdale Thomson (1982) zich met zijn kunstproject 'Rivier, boot, stad' heeft laten inspireren door de bijzondere geschiedenis van Dordrecht als handelsstad aan het water. 

'Rivier, boot, stad' is een bijzonder kunstproject. Een naar historisch voorbeeld in aanbouw zijnde tjalk van 15 meter lang, zal in het voorjaar (juni?), zwartgeblakerd, door de straten en stegen van het Hofkwartier worden getrokken. De route voert van de tuin van het Dordrechts Museum naar de binnenplaats van het Hof van Nederland. Het schip valt daarbij gecontroleerd uiteen en laat sporen na, die nadien de basis vormen voor permanente kunstwerken die zo de twee monumenten visueel met elkaar verbinden. Het één en ander lijkt mij t.z.t. leuk om mee te maken!

Edward Clydesdale Thomson sluit zodanig met zijn kunstproject aan op de geschiedenis van Dordrecht. Handelsstad Dordrecht, van oudsher een regio van scheepsbouwers, is namenlijk ontstaan aan een plaats in het riviertje de Thuredrith die zo ondiep was, dat schepen er met mankracht doorheen moesten worden getrokken.

dinsdag, februari 16, 2021

mijn kleine medewerkertjes

Veel hebben mijn kleine medewerkertjes nog niet uitgevreten achter de pc, maar ze zaten er wel een poosje bij alsof dat gebeuren ging. Het stemde mij hoopvol en blij, maar helaas vertrokken ze onaangekondigd toch ineens naar een ander project.

maandag, februari 15, 2021

over Plataan en vakantiegevoel

Decennia geleden heeft de grote onderste tak van de bejaarde Plataan op landgoed Staverden al een steuntje gekregen. De enorme tak, die vrijwel haaks op de stam staat, reikt tot ver over de gracht van het landgoed. Altijd een imposant en fascinerend gezicht, in het bijzonder gisteren toen sneeuw de textuur en vorm a.h.w. extra accentueerde, wat het geheel een min of meer abstract beeld gaf, prachtig!

Het is trouwens frappant dat een Plataan mij vaak, ook in de winter, een vakantiegevoel bezorgd. Ik associeer de Plataan nogal eens met vakanties in mediterrane landen, waar ze onze terrasjes zo heerlijk in de schaduw konden zetten. In het bijzonder passeert dan vaak een terrasje in Rougon, een dorpje in het Franse departement Alpes-de-Haute-Provence de revue, waar we met onze drie kinderen neergestreken waren na een lange en hete 2-daagse backpacktocht door de 'Grand Canyon du Verdon'. (Zie mijn stukje 'over Martelpad en de Verdon!' van 19/1'15). Uitgeteld door de hitte tijdens de lange klauter- en klimpartijen in de canyon, hebben we daar heerlijk in de schaduw van een aantal lommerrijke Platanen de plaatselijke horeca een paar uurtjes een boost van formaat gegeven.

donderdag, februari 11, 2021

schaatsbeleving, iedereen op zijn manier.

Even was de tweehonderd kilometer lange 'Tocht der Tochten' weer het gesprek van de dag. Maar inmiddels is de koorts weer aardig gezakt. Het ging sowieso al niet door de coronamisère, maar nu er na het weekend ook nog een dooiaanval wordt ingezet, kunnen we het legendarische 'it giet oan' voorlopig wel helemaal op onze buik schrijven. Jammer, het is niet anders. 

Zelf heb ik de 'Tocht der Tochten' nooit geschaatst, de langste toertocht die ik ooit heb geschaatst, samen met mijn zoon, was rond 125 km. Over de meren van Noordwest Overijssel, slingerend langs de besneeuwde rietkragen van de Weerribben en door plaatsjes als Blokzijl, Kalenberg en Vollenhove. Een prachtige tocht, maar ik was blij dat ik het gehaald had! Ik ben meer een mannetje voor tochtjes over natuurijs van max. 40 à 50 km met onderweg veel koek en zopie. 

Maar het kan nog minder, mijn vriendin destijds, en nu al menig decennia mijn levenspartner in lief en leed, vertelde mij ooit dat ze zwieren op kunstschaatsen leuker vond dan baantjes trekken op noren, laat staan lange tochten. Dat kon ik toen nog min of meer begrijpen, ze hield ook meer van dansen dan ik. Maar dat ze daarmee de mooie beleving van schilderachtige schaatstochten langs molens en rietkragen nooit zou ervaren, kon ik destijds maar moeilijk pruimen.

dinsdag, februari 09, 2021

Winterse beslommeringen.

In de sneeuwjacht van afgelopen weekend vormden zich rond het huis grillige sneeuwduinen. Kennelijk veroorzaakte hier de combinatie windrichting en locatie een bijzondere turbulentie. Een prachtig en dynamisch gebeuren om te zien. Alleen een beetje jammer dat ik na de sneeuwjacht mijn auto niet meer kon vinden, al had ik natuurlijk wel een ernstig vermoeden dat één van de sneeuwduinen naast mijn huis iets te verbergen had. En jawel hoor, na enig speurwerk zag ik ergens uit het duin een stukje buitenspiegel steken. Daar moet vast een auto aan vast zitten, was mijn conclusie. En inderdaad, na een middag sneeuwruimen had ik mijn hele auto weer in beeld!

zondag, februari 07, 2021

anecdote over Kasteel Cannenburch

Onlangs zag ik hem weer eens zitten op zijn in brons gegoten bankje voor 'Kasteel Cannenburch' in Vaassen. De berucht en gevreesde Gelderse legeraanvoerder Maarten van Rossum (1478-1555). Voldaan in het zonnetje genietend van zijn kasteeltje, vorm gegeven naar een idee van beeldhouwster Greet Jaspers-Grottendieck (Den Haag, 1943). Maar in dienst van de hertog van Gelre genoot van Rossum destijds niet alleen van zijn kasteeltje. Plunderend en moordend trok hij volgens de geschiedschrijver door de Nederlanden. Zijn lijfspreuk was 'Blaken en branden is het sieraad van de oorlog'. Decennialang verdedigde hij op deze manier van z.g. oorlog voeren de onafhankelijkheid van Gelderland, zelfs toen dat allang een verloren zaak was. Deze nietsontziende ellendeling verdiend wat mij betreft dan ook geen plek op een bankje in het zonnetje, maar hooguit een plekje in de diepste krochten van zijn armetierige kasteeltje!

zaterdag, februari 06, 2021

meneer Baltus versus de lockdown

Bijna elke dag kan ik met plezier genieten van 'Sigmund', de strip in de Volkskrant van Peter de Wit over een akelige gnoom van een psychiater. Zijn praktijk is een smeltkroes van patiënten die met van alles en nogwat zitten wat maar niet over wil gaan. Allerlei types komen voorbij, maar de bizarre persoonlijkheid van meneer Baltus spant wat mij betreft de kroon. Ik kan me rot lachen om de humor en de onnozele woordgrappen tussen Baltus en Sigmund. De psychologische dynamiek in de communicatie tussen die halve gare pseudo-intellectueel en die akelige gnoom, bijzonder vermakelijk!

woensdag, februari 03, 2021

Terug naar het gewone leven!

Er waren tijden dat ik mij met m'n escapistische fantasieën nogal eens verzette tegen het gewone leven. Soms wars van enige realiteitszin dagdroomde ik er lustig op los, mijn verbeeldingskracht kende dan bijna geen grenzen. Zo was het vaak, maar door voortschrijdend inzicht, of hoe dat ook heten mag, was mijn verzet tegen het gewone leven de laatste tijd al aardig getemperd. En nu ben ik zover dat ik mij door toedoen van die vermaledijde corona-misère zelfs niets mooiers meer kan voorstellen, dan terug naar het gewone leven! 

Hoe dat precies zal gaan is nog koffiedik kijken, maar waarschijnlijk zal er na een geleidelijke afbouw van alle maatregelen een post-coronatijd aanbreken. Ons sociaal en professioneel leven zal er vast niet meer zo gewoon uitzien als vóór coronatijd. By the way, wat is eigenlijk een gewoon leven? Daar hebben we volgens Bartjens toch allemaal verschillende ideeën over? 

dinsdag, februari 02, 2021

Wandelingetjes in het Sprielder- en Speulderbos.

Morgen elkaar ergens 'toevallig' treffen voor een wandeling? En dan twee aan twee achter elkaar aan wandelen? En dan hopen dat we onderweg ergens een koek en zopie tegenkomen, dat zou leuk zijn. Het wordt morgen heel mooi weer, wel koud, dus lekker warm kleden.

Een voorstel van Simone via WhatsApp afgelopen zaterdag, waar we ons wel in konden vinden. Maar waar? Na wat heen en weer geapp kwamen we uiteindelijk tot de slotsom dat we elkaar ijs en weder dienende op zondagmiddag 'toevallig' zouden treffen voor een wandeling op 'Landgoed Schovenhorst' in Putten, gesticht in 1848 en bekend om zijn bomen.
 
Zo gezegd, zo gedaan, rond half twee troffen 6 goed gemutste wandelaars en één hond elkaar 'toevallig' op één van de (over)volle parkeerplaatsen van het landgoed. Er liepen dus, alle corona-maatregelen ten spijt, heel wat meer wandelaars op het landgoed rond te struinen. Waarbij de anderhalvemeter-regel redelijk in acht werd genomen, en af en toe zelfs voor files zorgde op de smalle wandelpaden van het landgoed. Een landgoed dat uit maar liefst vijf bomentuinen ofwel arboreta's bestaat t.w. Kleine Pinetum (1852), Grote Pinetum (1901), Josinapark (1906), Arboretum (1938) en Drie Continentenbos (1967). In deze tuinen is in de loop der jaren een bijzondere verzameling naaldbomen bijeen gebracht uit overwegend gematigde klimaatzones. 
Bij 'Brasserie Schovenhorst' hebben we ook nog even om het hoekje gekeken. Druk, druk, druk, de tent was i.v.m. de Covid-19 misère uiteraard alleen geopend voor 'to go'. Koffie, thee, gebak, warme chocolademelk, glühwein, dat soort dingen die je dan buiten staand bij een vuurtje kon nuttigen. We hebben dit feestje maar aan ons voorbij laten gaan, en namen, alvorens weer in de auto's te stappen, en passant het besluit om nog een wandelingetje te maken in de buurt van Boshuis Drie.

Boshuis Drie maakt samen met enkele boerderijen, woningen en schuren deel uit van de kleine buurtschap Drie in het Speulderbos. Een oude buurtschap ook, in een opgedoken document wordt Drie al in het jaar 855 genoemd. Of dat waar is weet ik niet, het lijkt mij wel erg oud. Maar wat zeker waar is, is dat de omringende bossen met hun z.g. 'dansende bomen' er oud en spookachtig uitzien, vooral in mist en schemering. Deze keer zijn we echter niet het bos ingetrokken, maar hebben we een wandeling door de buurtschap gemaakt. Terug bij het Boshuis overwogen we nog even om een 'to go' versnapering tenemen, maar door de grote drukte daar zagen we er ook hier maar vanaf. 't Is mooi geweest, we nemen thuis wel een pikketanisje!