zaterdag, februari 20, 2010

kruiend ijs



Bij Lemmer links af de N359 op richting Balk. Maar daar zullen we niet komen, want we willen kruiend ijs zien, dus zoeken we een route die ons zo dicht mogelijk langs het IJsselmeer zal voeren. Bij de rotonde in de buurt van Sondel en Wikel slaan we dan ook wederom links af, richting Nijemirdum en Oudemirdum. Een prachtige route door een winters en verstild, glooiend landschap, dat me geografisch gezien vaak aan het Zuid-Engelse landschap doet denken, al is het wel een stukje kleinschaliger.

Ik vraag aan m'n moeder die achter me zit, of ze het nog wel leuk vindt wat we aan het doen zijn. Een overbodige vraag zie ik in het achteruitkijkspiegeltje, ze geniet zichtbaar! Wie had dat vier maanden geleden, toen ze die beroerte kreeg, nog kunnen denken. Goed, fysiek gaat het nu, zeker met die rollator, allemaal wat minder en ze is vrij snel moe, maar verder doet ze toch weer aardig mee.

Bij Mirns gaan we de auto uit voor een kop koffie. De snijdend koude wind die recht in ons gezicht blaast, doet de adem stokken. Maar we verheugen ons op een warm plekje achter het glas, met koffie, gebak en uitzicht op de eindeloze en verstilde ijsvlakte van het IJsselmeer. Jammer alleen dat de tent gesloten was! Dan maar snel de auto weer in, voordat we daar in die leegte helemaal bevroren raken. In Stavoren, Hindeloopen en anders wel Workum zal vast op deze doordeweekse winterdag wat open zijn. Rijdend onderlangs de IJsselmeerdijk gingen we verder, genietend van het weidse en glooiende landschap van Bakhuizen en Warns. Eenmaal in Stavoren aangekomen bleken ook daar alle ons bekende restaurants op dit uur van de dag gesloten, en ook in Hindeloopen en zelfs Workum was dat het geval. Dat was wel even slikken natuurlijk, maar desondanks gingen we snel weer vrolijk verder, richting Gaast. En daar zagen we op het IJsselmeer, vanaf de dijk gezien op ongeveer twee kilometer afstand, een spectaculaire vier tot hier en daar misschien wel zes meter hoge ijswal liggen. Via Makkum, Kornwerd en Zurich reden we daarna verder naar Harlingen, of Harns zoals ze dat in deze contreien noemen, waar we rond een uur of vier in de middag aankwamen. En daar, in restaurant 'Zeezicht' aan de Zuiderhaven, vonden we eindelijk een open deur. Koffie hoefden we niet meer, de vijf zat al in het uur, dus zaten we even later gezellig keuvelend en met uitzicht op de haven aan een wijntje en een portie bitterballen!

En omdat we daar zo lekker zaten achter het glas, en de menukaart er bovendien goed uitzag, zijn we er ook maar blijven eten. Wel een beetje vroeg, maar dat kwam m'n moeder wel goed uit. Want ze wilde na deze voor haar mooie, maar ook wel vermoeiende dag, toch wel graag rond zeven uur weer thuis zijn.

zondag, februari 14, 2010

survival



Nadat we allemaal gezongen hadden voor de jarige oma J, en nadat we de thee met gebak en het aperitief met hapjes met genoegen naar binnen hadden gewerkt, werd de ratjetoeachtige lading succesvol afgedekt met een stevige laag door J zelfgemaakte erwtensoep, roggebrood en houthakkersspek. Goed voer in deze kouwe tijden zal ik maar zeggen, en zeker goed voor onze gezamelijke wandeling naar het theater. Glibberend en glijdend kwam de hele meute, dertien man sterk, nog ruimschoots op tijd aan voor de voorstelling van de musical 'Hoe overleef ik mijn eerste zoen?' naar een boek van Francine Oomen. En even later hadden we allemaal onze plek in het reeds overvolle theater ingenomen, en mocht wat ons betrof ook hier het feest beginnen.

Het leek of de theatertechnici, meneer R (Jan Elbertse) en zijn stagiair Thomas (Job Bovelander) nog niet helemaal klaar waren met de opbouw van het decor. Maar dat was pure vormgeving, de aanloop van de voorstelling. Op een gegeven moment pakte meneer R het script erbij en begon de voorstelling over de problemen van de puberteit en alles wat daarbij komt kijken echt. De problemen in het stuk van de dertienjarige hoofdrolspeelster Rosa (Roos van Erkel), die in het begin heel verrassend vanuit het publiek in de zaal, achter na gezeten door haar stiefvader het podium op kwam, stapelen zich op. Als zovele tieners was ze erg op zoek naar zichzelf, wat sowieso al genoeg ellende kan opleveren. Maar toen moest ze ook nog met haar zwangere moeder (Tine Joustra) en haar bemoeizuchtige stiefvader (Has Drijver) van Den Bosch meeverhuizen naar Groningen. Daar werd ze voor het eerst in haar leventje verliefd, wat ook weer allerlei sores opleverde. Hoe gaat nou eigenlijk zo'n eerste zoen, en hoe weet je nou eigenlijk dat je verliefdheid echt is? Tot overmaat van ramp was het ook nog een jongen die haar belazerde, en alsmaar geld van haar wilde hebben voor zijn drugsverslaving. Maar gelukkig had ze wel vrienden en vriendinnen waar ze met haar problemen terecht kon en ze met hun kon delen!

De tienerdametjes in ons gezelschap vonden het stuk wel leuk hoorde ik na afloop, de mannetjes vonden het echter allemaal een beetje lang duren. Misschien, of wel zeker denk ik, waren we er met de twee jongsten van rond de negen jaar net even tevroeg bij. Zelf heb ik me weer eens behoorlijk geërgerd aan de belabberde zaalakoestiek van 'Theater Harderwijk'. Hele passages waren voor mij, en niet alleen voor mij weet ik, praktisch onverstaanbaar waardoor er uiteraard veel glans van de humoristische musical de mist in ging. Ergerlijk, het wordt echt tijd dat daar verandering in komt. Maar voorlopig zullen we ons hier in Harderwijk toch nog een poosje met dit aftandse theater moeten zien te redden heb ik begrepen, het zij zo. Evengoed een mooie avond gehad met z'n allen. Maar het was nog niet voorbij, want toen we weer thuis waren hebben we Sven Kramer op de Olympische Winterspelen in Vancouver ook nog goud zien halen op de vijf kilometer, en dat was ook mooi!

zaterdag, februari 06, 2010

herbestemmingen



Dat is nou mooi, dat niet zoals in met name de jaren 50, 60 en 70 van de vorige eeuw, alles wat oud en bouwvallig is in de vaart der volkeren maar plat gaat. Oude werkgebouwen en pakhuizen die architectonisch wat voorstellen, worden nu als het even kan vaak tot industrieel erfgoed verklaard. We hebben er in onze tijd gelukkig wel veel tijd en geld voor over om ze te restaureren en te verbouwen voor nieuwe bestemmingen. En laten we maar hopen dat dat zo blijft. Het levert een boeiend en gedifferencieerd spanningsveld op tussen het heden en het verleden in de architectuur van de bebouwde omgeving. Architectuur en stedebouw van weleer laat zich haast moeiteloos integreren met de hedendaagse bouwkunst.

Een paar weken terug las ik een verhaal in de Volkskrant over het 'Wielsgebouw' (naar de Belgische bierbrouwersfamilie Wielemans) in Brussel, ook wel het Blommegebouw genoemd. De in 1930 door architect Adrien Blomme ontworpen brouwerij, is één van de zeldzame overblijfselen van de modernistische industriële architectuur in Brussel. Het markante gebouw dat al sinds de jaren 80 van de vorige eeuw stond te verpieteren doordat het in onbruik was geraakt, is een paar jaar geleden weer gerenoveerd, en verbouwd volgens de plannen van architectenbureau Art & Build tot een hedendaags centrum voor beeldende kunst.
Een mooie herbestemming dus, en door de strategische ligging in de stad, oefent het op zowel de plaatselijke bevolking als bezoekers van elders een grote aantrekkingskracht uit. Naast allerlei bedrijfjes en beeldende kunst, is er ook een bezoekerscentrum, een brouwzaal en oude silo, een café restaurant, een boekenwinkel, een audiovisueel lab en auditorium en een panoramisch dakterras te vinden. Er staan ongetwijfeld nog wel meer oude gebouwen in Brussel die een dynamische herbestemming gekregen hebben, maar zeker is dat het hele gebeuren in en met het 'Wielsgebouw' een belangrijke bijdrage levert voor de economische en culturele heropleving van Brussel!

In Amsterdam zijn ook heel wat (modernistische) industriële gebouwen te vinden, die een herbestemming hebben gekregen. Teveel om op te noemen, maar ik noem er toch maar een paar:
Heineken Bierbrouwerij uit 1868, nu 'Heineken Experience' a/d Stadshouderskade;
Waterbedrijf A'dam 1897-1900, sinds 1996 Café/Rest. 'Amsterdam' a/h Watertorenplein;
NDSM-werf begin jaren 50, nu div. kunstenaars/ambachtslieden en Restaurant de 'IJ-kantine';
Energiecentrale Oostelijke Havens, nu Café/Rest. 'Panama' a/d Oostelijke Handelskade;
Pakhuizen Entrepotdok 1827, sinds 1987 woningen;
Graansilo's (baksteendeel/betondeel) 1897, sinds 2000 woningen a/d Silodam (IJ oever);
Droogbak (Spoorwegmaatschappij) 1884, sinds 2000 div. kantoor/werkruimten;
en last but not least 'Pakhuis De Zwijger' het kloeke koelpakhuis voor bederfelijke waar uit 1934, een bouwtechnisch en constructief hoogstandje opgebouwd middels een rasterwerk van paddestoelkolommen naar een ontwerp van architect Jan de Bie Leuveling Tjeenk en constructeur K. Bakker aan de Oostelijke Handelskade, dat sinds 2006 is gerenoveerd en verbouwd tot een prachtig cultureel en multifunctioneel centrum.

Aan de inwendige metamorfose van de 4e verdieping van 'Pakhuis De Zwijger' heb ik middels m'n studio opdracht van de Amsterdamse stadsomroep 'Salto' nog een steentje bijgedragen. Aanvankelijk zou ook dit gebouw worden gesloopt, omdat er in het stedebouwkundige plan een brug was gepland naar het Java-eiland. Maar na de kritiek die los barstte, toen ze de af- en toeritten van de in 2000 gebouwde Jan Schaeferbrug met veel kunst- en vliegwerk op beganegrond niveau dwars door het pakhuis heen hadden gehakt, heeft het zes verdiepingen tellende gebouw alsnog de status van rijksmonument gekregen. En daarmee was de verdere sloop van dit mooie stukje industrieel erfgoed van de baan. Het Amsterdamse architectenbureau J. van Stigt kreeg vervolgens de opdracht, om het door de uitgehakte brugtunnel met name constructief zwaar aangetaste pakhuis, te transformeren tot een cultureel en multifunctioneel centrum. Een mooie en passende herbestemming voor dit karakteristieke stukje architectuur uit het verleden, dat terecht een feestelijke opening waard is geweest!

zondag, januari 31, 2010

famVblogger(tje)s



Ha die familie V bloggers en bloggertjes, hoe gaat het er mee? Al een lange tijd niets meer van jullie gezien of gelezen. Hoe zit dat eigenlijk, hebben jullie geen tijd of geen zin meer? Pak de draad eens een keer weer op, stelletje slampampers! Het is toch hardstikke leuk en leerzaam om elkaar zo af en toe eens te laten zien wat je al zo bezighoud. Uit de collage kan je wel opmaken tegen wie ik het heb. Je hoeft je niet verplicht te voelen hoor, nee natuurlijk niet, maar wie de schoen past trekke hem aan! Groeten.

vrijdag, januari 29, 2010

Tuinvogels



Geïnspireerd door de nationale tuinvogeltelling afgelopen weekend, heb ik gisteren ook maar eens een half uurtje uit het raam zitten staren. Alles wat voorbij vloog mocht officieel niet worden meegeteld, alleen wat neerstreek of neergestreken was in je eigen tuin was voor de telling van belang. Maar ik deed officieel niet mee, dat kon trouwens ook niet meer, dus had ik alleen maar te maken met m'n eigen criteria. En ik zag het wat ruimer, ook wat overvloog hoorde er voormij bij.

En om daar maar mee te beginnen, ik heb zien overvliegen een stel Zilvermeeuwen, een Blauwe Reiger, een paar Kraaien en naar ik meen nog een Kokmeeuw. En nog veel meer natuurlijk, maar die zaten ook even in m'n tuin. Ik heb geteld 10 à 15 Huismussen, twee Spreeuwen, twee Kauwtjes, drie Eksters, twee Houtduiven, 1 Turkse tortelduif, twee Koolmeesjes, één Roodborstje, twee Pimpelmezen, drie Merels, één Winterkoninkje en een Vlaamse Gaai. En dat allemaal in ongeveer een halfuurtje, ik vond het niet verkeerd.

Behalve de Huismussen, die schuilen in de hoge coniferen en onder de dakpannen, en de Eksters en de Vlaamse Gaaien, trekt het gros van de zangvogels naar elders. Dat is een beetje het probleem geworden in onze omgeving. Teveel rovers op zo'n klein gebiedje, en dan heb ik het niet alleen over de nesten plunderende Eksters en Gaaien, waar er volgens mij ook teveel van zijn, maar vooral en in het bijzonder over die verrekte katten. Want daar lopen er hier echt veel te veel van rond, soms met een vogel in de bek, ruimen die hap! Ze zorgen voor ontzettend veel onrust in onze tuin, zoveel dat er haast geen zangvogel meer broed. En dat is echt wel eens anders geweest, vooral de merel zie ik volgens mij veel minder vaak broeden.
Het is nou eenmaal de aard van het beestje, zo'n kat kan er niets aan doen dat ie zo is. Maar al die mensen die zonodig zo'n beest in huis moeten halen, natuurlijk wel. Want het is echt tegek aan het worden, ik denk dat er op een dag wel vijf tot tien verschillende huiskatten door onze tuin trekken!

Trouwens er schiet me ineens te binnen dat ik vorig jaar achter in de tuin ook een keer een Sperwer een Koolmeesje zag pakken. Vreemd misschien, maar dat vind ik dan wel weer mooi, dat hoort erbij. Verbazend hoe snel die mees geplukt en verorberd werd, pech voor het vogeltje, maar ik vond het een boeiend tafereel.

maandag, januari 25, 2010

Leven I




Een bezoek aan het CERN (Conseil Européen pour la Recherche Nucléaire) in Genève is volgens een artikel in het laatste nummer van het Volvo magazine LIV, een absolute aanrader. Ik had al eens eerder iets over het CERN gelezen, maar ik wist niet dat ze daar ook een prachtig bezoekerscentrum hadden. In het nummer waarin in meerdere opzichten een fascinerende kijk op de wereld wordt geboden, staat het menselijk kunnen centraal. Het stuk over het CERN gaat over de zoektocht van wetenschappers naar het z.g. Higgs-boson (naar een idee uit 1964 van de Engelse natuurkundige Prof. Peter Higgs, Bristol, 29 mei 1929), het kleinste en nog ontbrekende elementaire bouwsteentje waaruit het leven bestaat. Ze vermoeden die te kunnen vinden door in de tijd helemaal terug naar af te gaan, naar de eerste seconden van het heelal! Om de oerknal te kunnen creëren, hebben ze de LHC-versneller (Large Hadron Collider) gebouwd. De Grote Deeltjes Botser of BIG BANG machine, is een gigantisch project in een cirkelvormige tunnel, die 100 meter onder het aardoppervlak van het grensgebied Zwitserland en Frankrijk is aangebracht, en een omtrek heeft van maar liefst 27 kilometer!

De LHC-versneller is dus een machine waarmee ze hopen te ontdekken hoe het heelal is ontstaan en in elkaar zit. In de machine worden daartoe met vrijwel de snelheid van het licht (ca. 300.000 km/sec) en een gigantische hoeveelheid energie protonen (de losse kernen van waterstofatomen) op elkaar afgeschoten. De straling en de nieuwe deeltjes die de botsing opleverd, wordt middels een aantal grote detectoren waargenomen en vastgelegd. Natuurkundigen kunnen uit deze waarnemingen theorieën toetsen en afleiden wat er gebeurd is, en wat er mogelijk nog zou kunnen gebeuren.

Met het in 2008 in gebruik genomen LHC-project, dat een kleine 4 miljard euro heeft gekost, verwacht men in de natuurkunde nieuwe inzichten te verwerven, en ontdekkingen te doen op het gebied van deeltjes en krachten. Met name hoopt men dus het Higgs-boson boven water te krijgen, het deeltje dat moet verklaren waar de massa van alle andere elementaire deeltjes vandaan komt, het sluitstuk van een aantal decennia deeltjesfysica. Afgaande op onderzoeken in de 'Tevatron', de Amerikaanse deeltjesversneller nabij Chicago, is het plausibel om aan te nemen dat het ontbrekende deeltje op termijn wordt ontdekt. Het is alleen een kwestie van lange adem hebben, zo gaat dat nou eenmaal in de wetenschap. Maar in het z.g. Standaardmodel, het theoretische bouwwerk waarin de elementaire deeltjes en hun gedrag is beschreven, is aan het ontbrekende Higgs-boson al een centrale rol toebedacht!



Straks, als we het ontbrekende deeltje een plaats hebben kunnen geven, kunnen we dus zeker verklaren hoe alles is samengesteld, hoe materie aan massa komt, en hoe het toch kan dat wij, en alle levende en dode materie om ons heen niet uit elkaar vallen. Ik ben wel benieuwd wat dat weer voor een nieuwe levensvragen zal oproepen, en uit welke hoek van de wetenschap die nieuwe vraagstukken dan op ons af zullen komen.

zaterdag, januari 23, 2010

Liefde



De directe aanleiding voor het bezoek gisteren aan museum 'De Fundatie' in Zwolle, was het interview met kunstenares Marte Röling in het Volkskrant magazine van vorige week zaterdag. Altijd weer als ik iets van haar lees, zie of hoor, en dat is in de loop der tijd heel wat geweest, raak ik op de één of andere manier gefascineerd door die blonde vamp. Het zal haar uitstraling wel zijn, haar persoonlijkheid, charme en stoerheid, haar meningen, uitspraken en de kunst die ze maakt. Kortom haar manier van leven zoals ze dat manifesteert, ze blijft me boeien en intrigeren. De 70 jarige kunstenares (Amsterdam, 16 december 1939), die onlangs nog geridderd is in de Orde van de Nederlandse Leeuw, heeft ook nog eens een voorliefde voor snelheid. Met snelle auto's en motoren kan ze goed overweg las ik, en op haar erf heeft ze zelfs een heuze door onze luchtmacht afgedankte 'Starfighter' staan, een eyecatcher van formaat.

Met de in 2005 op 64 jarige leeftijd overleden Henk Jurriaans, haar levenspartner, die ze overigens wel moest delen met enkele andere dames, (Alissa Morriën, Adriënne Morriën en Wanda Werner) heeft ze volgens haar 36 jaar lang een groots en meeslepend leven geleid. Die Henk Jurriaans heb ik begin 1975 nogeens een keer als 'levend kunstwerk' zien staan in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Groots en bizar in een lange jas stond hij daar doodstil belangrijk te wezen. Als je tegenwoordig op een mooie dag over de Dam loopt, staan er soms wel 5 à 7 levende kunstwerken op het plein. Henk Jurriaans was hierin een voorloper, een controversieel persoon, en behalve levend kunstwerk ook doctorandus in de psychologie, schrijver, filmmaker, technisch wonder en therapeut. Kortom een man die in alles was gespecialiseerd, en dat had hij ook heel eigenwijs op z'n visitekaartje gezet!

Marte Röling hield zielsveel van die man, en kon zijn dood maar moeilijk accepteren. Ze wilde hem dicht bij zich houden en eigenlijk niet loslaten. Negen dagen na zijn dood is ze begonnen te schilderen met het eerste van de in totaal 54 portretten van Jurriaans. Portretten van Jurriaans met hoed en zonder hoed, met baard of kaal, met een innemend gezicht of juist met een arrogante blik. Maar telkens datzelfde gezicht dat je vanaf alle wanden van het museum aanstaart, hij hangt daar a.h.w. postuum weer heer en meester te zijn van de situatie. Maar stuk voor stuk zijn het ook uitingen van het veelzijdige karakter dat Henk Jurriaans had. 'Portretten van Liefde' heet de expositie in Zwolle, het is een eerbetoon aan Jurriaans. Een persoonlijk document van Marte Röling over adoratie, verlies, gemis, maar bovenal over het zegevieren van de liefde!

woensdag, januari 20, 2010

Lingam



Het bezoek aan de tentoonstelling 'Lingam' in Museum Catharijneconvent in Utrecht heeft ons een beetje teveel geld gekost, maar we hebben het wel gezien en dat telt! Een tentoonstelling over 122 hedendaagse interpretaties van verschillende kunstenaars en vormgevers van een eeuwenoud vruchtbaarheidssymbool, de 'Lingam'. Met de door kunstenaar Ruudt Peters samengestelde tentoonstelling, wil het museum respect tonen aan de verering en viering van het leven en de vruchtbaarheid. Volgens museum directeur Guus van den Hout, ligt aan iedere religie ten gronfslag dat het leven wordt gegeven door een hogere instantie. Maar dat heeft echter in de loop der tijd in de verschillende godsdiensten zijn eigen moraal gekregen.

Ooit werd in de westerse wereld waar het christendom overwegend domineert, de seksualiteit ook gevierd. Maar met de scheiding van lichaam en geest is dat op een gegeven moment uitgebannen. Seks werd zo van iets heiligs eerder een noodzakelijk kwaad. In het hindoeïsme en het boeddhisme zijn lichaam en geest echter sterk met elkaar verbonden. De verering van het beeld van een fallus is in hun beleving verre van 'plat'. Het is juist iets heiligs, een beeld dat symbool staat voor vruchtbaarheid, het begin van het leven!

Door de 'Lingams' in een museum gewijd aan religie te plaatsen, hoopt het museum en de organisatie, dat mensen gaan nadenken over de context van religie, seksualiteit en vruchtbaarheid. En om de oorspronkelijke betekenis van de 'Lingam' nogeens te benadrukken, laten ze in de tentoonstelling de hedendaagse objecten samen met de historische voorgangers zien.



We hadden het één en ander over deze tentoonstelling in de krant gelezen, en zo was onze nieuwsgierigheid gewekt. Eerlijk gezegd had ik inhoudelijk iets meer verwacht van de tentoonstelling, maar desondanks vond ik het de moeite van het bezoek zeer wel waard. En bovendien maakte bovenstaand filmpje, dat ook in het museum te zien was, veel duidelijk!
Zoals ik in aanhef van dit stukje al zei, heeft het bezoek ons wel een beetje veel geld gekost. Eigenschuld zal je zeggen, en dat is op de keper beschouwd ook wel zo, maar ik vond het zeer discutabel. We hadden met een tientje in de parkeermeter aan de Nieuwe Gracht keurig aan onze verplichtingen voldaan, en de ticket hadden we goed leesbaar achter de voorruit gelegd. Toch hadden we bij terugkomst een gele bon van €. 60, - achter de ruitenwisser zitten. Het bleek dat we niet binnen ons parkeervak stonden, aan de achterzijde stonden we naar schatting een kleine halve meter over ons grensgebiedje heen. Dat zijn nog eens goeie dienstkloppertjes voor een werkgever als de gemeente Utrecht. Wat een gemiereneuk, gauw vergeten maar weer!

zondag, januari 17, 2010

weer thuis



Medio oktober j.l. werd m'n moeder getroffen door een Cerebro Vasculair Accident (CVA) ofwel in gewoon dagelijks taalgebruik, een beroerte. De bloed toevoer naar haar hersenen was even verstoord geraakt. Volgens de artsen is de CVA bij haar veroorzaakt door een combinatie van hartfalen en een verstopt bloedvat in de hersenstam. Door te weinig zuurstof is daardoor het getroffen gedeelte in de hersenstam beschadigd geraakt, met een een evenwichts- en spraakstoornis als gevolg en een probleempje met het slikken.

Daar zat ze dan, zo hobbelde ze nog lekker mee met de meute, en van de één op de andere dag was ze rolstoel afhankelijk geworden, en dan heeft ze nog mazzel gehad ook. Ik las ergens dat in Nederland elk jaar 30.000 mensen door een beroerte worden getroffen. En dat zijn niet allemaal alleen maar oude mensen, ook jonge mensen worden getroffen. Kijk maar naar de 36 jarige Annemarie van der Sar, de vrouw van onze beroemde keeper, die vorige maand door een hersenbloeding werd getroffen. En een 35 jarige collega van vroeger, schiet me ineens te binnen, kwam op een morgen met een heel scheef gezicht de tekenkamer binnen lopen. Waar we toen trouwens ontzettend om gelachen hebben, wisten wij veel, jonge honden die we waren. Maar die jongen had, bleek achteraf onderweg naar z'n werk een z.g. Transient Ischaemic Attack (TIA) gekregen, een lichtere versie of voorloper van een CVA. Gelukkig hoeft er niet altijd blijvend letsel te ontstaan, zeker bij een TIA niet, maar toch!

Maar het letsel bij m'n moeder is wel blijvend! Gelukkig is het euvel na twee en een halve maand revalideren in het Verpleeg- en reactiveringscentrum 'Myosotis' (zie mijn stukje 'Myosotis' van 8/11/'09) voor haar zover hanteerbaar geworden, dat ze onlangs na naar haar eigen huis terug kon. Er moesten wel enkele aanpassingen worden verricht in haar huis, maar veel had dat niet om het lijf. En nu scharrelt ze, weliswaar met een rollator en enigszins onzeker, weer rond in haar eigen huisje. Ik ben erg benieuwd of en hoe haar dat zal bevallen, of ze de nieuwe situatie waarin ze verkeerd een beetje kan accepteren. Ze zal wel moeten is makkelijk gezegd, maar hoe gaat ze er mee om. De tijd zal het leren.

Net nou ze het geloof ik een beetje aardig en gezellig begon te vinden in Verpleeg- en reactiveringscentrum 'Myosotis', moet ze het min of meer alleen zien te redden met haar pas verworven tekortkomingen. Ze zal ongetwijfeld erg moeten wennen aan de nieuwe situatie, dat is wel zeker. 'Myosotis' betekent zoiets als 'vergeet me niet' en in dat opzicht had ze daarover de laatste maanden volgens haar niet te klagen. Maar misschien moeten we de naam 'Myosotis' ook maar op haar voordeur plakken. Want de kans dat ze zich, zeker de eerst komende tijd, door die vervelende beperkingen weleens knap alleen en afhankelijk zal voelen in haar huis, lijkt me haast voor de hand liggend!

zaterdag, januari 16, 2010

lach- en slagwerk



Het was wel lachen in theater 'Orpheus' met de rebels of rhythm, ofwel de boys van de Nederlandse slagwerkgroep 'Percossa'. Het optreden gisteravond in Apeldoorn van de viermans formatie bestaande uit René Spierings, Niels van Hoorn, Jan Willem van der Poll en Eric Robillard vond ik, en zo te horen velen met mij, mooi, humoristisch en overrompelend energiek.

De show begon simpel en klein zonder instrumenten. Met hun handen produceerden ze het ene na het andere ritme op hun eigen lichaam, een vorm van bodypercussion zal ik maar zeggen. Daarna kwamen er diverse nummers met balletjes aan touwtjes, zand, gekleurde buizen met verschillende klankkleuren, waar ze elkaar na verloop van tijd om beurten ook nog eens ritmisch mee op het hoofd sloegen, een klompendansje en nog wat klein trommelwerk. Ze haalden op een erg aanstekelijke manier overal ritme en muziek uit, prachtig!

Na de pauze ging het er allemaal wat spectaculairder aan toe, en kwam er een groot scala aan percussie-instrumenten aan te pas. Van de opzwepende ritmes en de zware slagen op de gigantische Japanse trommels, die voor m'n gevoel seconden lang na resoneerden in m'n hoofd, kon ik maar moeilijk rustig op m'n stoel blijven zitten!



Het was een prachtige en voor mij ook nog eens nuttige voorstelling! Ik ben bezig voor deze mannen een nieuwe studio te ontwerpen in Den Haag. Nu ik het aantal dB's wat de heren produceren nogeens met eigen oren heb kunnen horen en vooral heb kunnen voelen, weet ik maar weer al te goed aan welke uitgangspunten en waarden ik in het ontwerp bepaald geen concessies kan doen.

dinsdag, januari 12, 2010

don't worry



Don't worry dont't worry don't worry don't worry don't worry don't worry don't worry don't worry dont't worry don't worry don't worry don't worry don't worry don't worry don't worry be happy!

vrijdag, januari 08, 2010

sneeuwspringspinnetje?



Het is 's morgens vroeg en doodstil om me heen, ik wandel over een grote vlakte door een verse sneeuwlaag en geniet. Alles is wit, dichtbij helder, in de verte diffuus. De horizon onscherp, waar aarde overgaat in zwerk is nauwelijks zichtbaar. Een (weer)fenomeen wat ik wel ken van zomerse zeiltochten, varend op het IJsselmeer of de Noordzee. Je bent één met het niets om je heen. Waar het begint of waar het ophoudt is niet of maar moeilijk te duiden. Ik voel me er prima bij, één zijn in en met het niets, en voelen dat je daar op dat moment dan ook een onderdeel van bent of zelfs het middelpunt!

In de eindeloos witte en verstilde wereld om mij heen, viel m'n oog plotseling op een klein zwart spinnetje. Ik heb er een foto van gemaakt, het lag op z'n rug dood te zijn boven op de nog maar pas gevallen sneeuw. Het leek mij een springspinnetje te zijn, maar hoe kwam zo'n beestje nou boven op die nog maar net gevallen sneeuwlaag te liggen? Waar kwam het vandaan? Het moet zich nog maar even tevoren omhoog geworsteld hebben, dat kan haast niet anders. Maar waarom is dat beestje niet lekker warm onder de dikke sneeuwlaag blijven zitten, dan had het nu misschien nog geleefd. Gedachten die mij daar ineens een poosje bezig hielden, het intrigeerde me! Wat wist ik eigenlijk van spinnen af, niet veel! Toch maar eens op internet kijken, maar voorlopig bleef het voor mij wel een raadsel hoe het daar terecht gekomen was!

zondag, januari 03, 2010

Sneeuwwandeling




We moesten vanmorgen wel eerst een kwartiertje krabben en vegen met al die sneeuw, maar dat hadden we er graag voor over. Het was prachtig weer, en toen even later de zon helemaal doorkwam, veranderde de omgeving in een ongekend sprookjesachtig decor. Prachtig! De z.g. gele wandelroute bij 'Kasteel Staverden' kennen we als onze broekzak, maar de sneeuw maakte deze keer van de wandeling een totaal ander feestje. Alles was als nieuw voor ons. En wat vooral ook opviel, was de oorverdovende stilte! De verse sneeuw absorbeerde werkelijk alle geluiden, ze verdwenen gewoon in de dikke sneeuwlaag. Er was praktisch geen reflectie, de demping was welhaast totaal, en dat maken we hier niet zo vaak mee, heel bijzonder! We hoorden alleen het gekraak van onze eigen voetstappen in de sneeuw, en soms vloog verschrikt een lijster of winterkoninkje uit het struikgewas op. En even verderop, wandelend langs de Molenbeek, werden we op ons pad nog begeleid door fluistermuziek van zacht kabbelend water. Dat was het, een haast sacrale sfeer!

Het is jammer voor de schaatsers, want die kunnen op het ijs geen sneeuw gebruiken. Maar onze wandeling vanmorgen vroeg door het Geldersch Landschap dat door de sneeuw een totale metamorfose had ondergaan, was een magnifieke en sprookjesachtige ervaring.

zaterdag, januari 02, 2010

ils sont fous, ces français!



29 oktober 2009, 50 jaar 'Asterix en Obelix', één van de weinige stripverhalenseries die me tot op de dag van vandaag hebben weten te boeien, door Albert Uderzo (1927) en René Goscinny (1926-1977), en dat hebben die malle Fransen natuurlijk wel even gevierd, en hoe!







Maar goed, het zijn dus niet alleen die rare Fransen waar wel eens een steekje aan los zit, gelukkig maar!

donderdag, december 31, 2009

Carpe Diem II



Carpe Diem! Pluk de dag in 'levensfasen', was het motto in m'n eerste stukje van 2009, en daar wil ik het jaar maar mee afsluiten ook. Er zijn veel mooie dingen gebeurd het afgelopen jaar, gelukkig maar. Maar er waren jammergenoeg toch ook vaak minder mooie gebeurtenissen. Ingrijpende gebeurtenissen zelfs bij enkele familieleden, vrienden en bekenden. Ik zou daarom dan ook geen beter motto kunnen bedenken om het jaar mee af te sluiten en het nieuwe jaar mee te beginnen!



Allemaal een goede jaarwisseling gewenst en een gezond 2010, dus kijk uit met vuurwerk!

maandag, december 28, 2009

Kees de jongen



Gisteren hebben we samen met onze kleinkinderen 'Kees de jongen' gezien in de Rabobankzaal van theater Orpheus in Apeldoorn. De theatervoorstelling, een bewerking van Gerben Hellinga naar het gelijknamige boek van Theo Thijssen (1879-1943) uit 1923, werd onder regie van Liesbeth Coltof gespeeld door acteurs van De Toneelmakerij uit Amsterdam.

Het stuk is eigenlijk een ode aan de gewone jongen die zich inventief door het leven slaat. Hij zit nog op school, maar thuis moet hij met van alles en nogwat meehelpen. Er is weinig geld omdat zijn doodzieke vader de eigen schoenenzaak niet meer bij kan sloffen, zijn moeder is door alle sores bijkant chronisch overspannen en aan zijn krenterige en irritante opa en oma heeft hij ook totaal geen steun. Maar hoe uitzichtloos de situatie soms ook lijkt, steeds verzint de twaalfjarige Kees Bakels, want zo heet die gewone Amsterdamse jongen in het boek, weer nieuwe mogelijkheden. Dus zo gewoon is die Kees ook weer niet. In het stuk wordt Kees dan ook gespeeld door twee acteurs, de ene (Chiem Vreeken) speeld de uiterlijke Kees, de doener zal ik maar zeggen, en de andere (Steyn de Leeuwe) speeld de innerlijke Kees, meer de dromer, fantast en denker. Beide persoonlijkheden kunnen het goed vinden met elkaar, en vormen zo een ijzersterke Kees die nooit bij de pakken neer zit en zijn mannetje staat!



Het was een muzikale familievoorstelling met een lach en een traan, voor iedereen vanaf acht jaar. Het gaf hoe dan ook een positieve kijk op het geploeter van het dagelijkse bestaan. Een leuke, leerzame en waardevolle belevenis met onze kleinkinderen, maar of de jongsten van het gezelschap, m'n twee achtjarige kleinzonen het ook allemaal goed begrepen hebben, betwijfel ik eerlijk gezegd wel een beetje. Ze hebben het stuk dat ruim twee uur duurde probleemloos uitgezeten, dat wel, en na afloop zeiden ze ook nog dat ze het prachtig vonden. Maar toch weet ik het niet, het ging ze voor mijn gevoel toch wel een beetje boven de pet. Echter, ze zijn al zo eigenwijs dat ze dat niet zullen toegeven. Dat die gasten, hoe jong ze ook nog maar mogen zijn, af en toe toneel spelen als de beste had ik al eens eerder ontdekt.

Met z'n allen eten na afloop in het theaterrestaurant van Orpheus, en daarna terug rijden naar huis door de aardedonkere bossen van de Veluwe, hebben de twee boys volgens mij ook zeker zo leuk gevonden.

woensdag, december 23, 2009

Jongenskoor



De kerstuitvoering gisteravond van het Jongenskoor Rijnmond & Rivierenland in de Sint-Maartenskerk te Zaltbommel was prachtig. De unieke ruimte met het prachtige orgel uit 1783 en de bijzondere akoestiek, al is de nagalmtijd uiteraard wel aan de forse kant, in de eeuwenoude Sint-Maartenskerk (15e eeuw) lijkt wel voor dit soort gelegenheden gemaakt. Wel jammer dat ze die enorme ruimte niet warm kunnen stoken, het was er ijskoud. Dik ingepakt en met een dekentje over de knieën zat iedereen kleumend van de kou te luisteren. Maar goed, dat hoorde er een beetje bij zullen we maar zeggen, een beetje afzien in deze dagen is ook wel goed.



Maar aan de andere kant hadden we het even voor het kerstconcert, tijdens ons etentje een eindje verderop in de Boschstraat, met z'n achten al warm genoeg gehad. In Máxima, een Argentijns-Mexicaans restaurant was het juist weer smoorheet, het één na het andere kledingstuk ging daar uit. Ook geen wonder natuurlijk, want we hadden ons thuis allemaal al redelijk geprepareerd op een avondje kou lijden in de kille kerk. Trouwens wel een originele naam voor zo'n Argentijns restaurantje, hoe verzin je het! Maar het was heel gezellig daar, de sfeer en de wijn was goed en m'n lamsboutje smaakte uitstekend.

zondag, december 20, 2009

elBulli



Dit jaar kreeg ik van E jr. het boek 'Een dag bij elBulli', op m'n verjaardag cadeau. Een enorm boekwerk, 528 pagina's met foto's en creatieve ideeën en methodes van de beste chef-kok van de wereld Ferran Adrià. Het Catalaanse drie Michelinsterren restaurant 'elBulli' in de buurt van Roses, dat wordt gerund door Ferran Adrià en Juli Soler, is dit jaar voor de vierde opeenvolgende keer gekozen tot beste restaurant in de wereld, volgens The S. Pellegrino World's 50 Best Restaurants.

Een maaltijd genieten bij 'elBulli' is een zeldzame en magische ervaring, las ik in het boek. En dat kunnen we bevestigen, al is het al wel een tijdje geleden dat we daar gegeten hebben. Maar er gebeuren soms dingen in je leven die je nooit meer vergeet. Voorjaar 1984, de toen 22 jarige Ferran Adrià werkte er nog maar net. Maar in de keuken maakte hij daar met z'n avant-gardistische aanpak een bliksem carrière mee, want al in november van dat zelfde jaar werd hij daar chef-kok, samen met Christian Lutaud.

Hoe we in 'elBulli' terecht gekomen zijn is al een verhaal apart. Tegenwoordig krijgen ze daar van 'all over the world' maar liefst 2 miljoen reserveringen per jaar te verwerken. Maar in dat halfjaar dat ze open zijn is er maar plek voor totaal 8000 gasten, (160 avonden maal 50 gasten per avond). De kans dat je daar ooit kan eten, ook al heb je gereserveert, is dan ook echt minimaal. Wij hadden helemaal niet gereserveert maar konden toch zo aanschuiven. Echt een unicum, want ook destijds was het avant-gardistische sterren restaurant al zeer bekend. Alleen bij ons toen nog niet!

Wij hadden daar destijds voor een paar weken voorjaarsvakantie een mooi oud huis gehuurd in de heuvels nabij Roses. Een prachtige plek, vanaf ons terras zagen we in de verte enerzijds de besneeuwde bergtoppen van de Pyreneeën, en anderzijds het blauwe water van de Baai van Rosas.
Aan het eind van de vakantie gingen we ter afsluiting met z'n zessen, (broertje H van J en zijn toenmalige vriendin L, waren bij ons ook een paar dagen van de partij) lekker buiten de deur eten. Van m'n collega (de huiseigenaar) had ik een adres gekregen van een goed en betaalbaar restaurant in de buurt, maar dat was ik kwijt geraakt. Geen probleem, hij had me ook uitgelegd in welke richting ik ongeveer moest zoeken, dus ik zou het wel vinden!

Maar hoe we ook zochten, ik kon niet vinden wat ik in m'n hoofd had. Wel zagen we zo af en toe een grote hondenkop op een rotsblok of muurtje getekent, wat volgens mij te maken moest hebben met één of andere horeca-gelegenheid in de buurt. Meanderend koersten we bergopwaarts, maar op een gegeven moment waren we blijkbaar over het hoogtepunt heen en zakten we weer richting zeeniveau, naar 'Cala Montjoi', een mooie beschutte baai. En ja hoor, daar in het half donker al reeds, zagen we eindelijk onze horeca-gelegenheid liggen, prachtig gelegen aan de baai. Restaurant 'elBulli', goedkoop zag het er niet bepaald uit, maar ik had nu al zo lang gezocht dat me dat een rotzorg was. Bij de deur werden we keurig uit onze jassen geholpen, en even later zaten we er met z'n zessen gezellig met een welkomsdrankje om de tafel. J en ik verschoten even van kleur toen we de menukaart onder ogen kregen, maar toch waren we ook snel weer over de schrik heen. Dit maak je niet zo vaak mee, zeiden we tegen elkaar, laat het maar gebeuren. En een feest was het! Een heel mooi feest, met aardige mensen, heerlijke geuren en prachtige kunstwerkjes voor onze neus. We ervoeren het eten van al dat heerlijke moois bijkant als een daad van culinair vandalisme!
Maar ja wat wil je, die Ferran Adrià is ook niet voor niets wereldberoemd geworden om zijn innovatieve en creatieve culinaire technieken.

Dat ook mijn zoon het culinaire avontuur blijkbaar niet vergeten is, mag ik opmaken uit het feit, dat hij mij ruim 25 jaar na dato nog het prachtige boek over 'elBulli' en zijn beroemde chef-kok cadeau gedaan heeft.

woensdag, december 16, 2009

architectuur



Architectuur, wat is dat eigenlijk. Ja, de kunst van het bouwen, maar dat kan een aannemer ook. Architectuur is meer dan alleen bouwen, architectuur is feitelijk het vormen van ruimtes op een zodanige manier, dat de mens zich er prettig in voelt. Daarbij gaan we al zeker sinds de tijd van de Romeinen (Vitruvius) uit van drie basis principes t.w. schoonheid, stevigheid en bruikbaarheid. Een architect moet daarom kennis hebben op zowel technisch als artistiekniveau, om een goede balans tussen het één en het ander te vinden, en zo een meerwaarde te creëren voor een ruimte of gebouw. Verder levert een gebouw een culturele meerwaarde wanneer ze op uitzonderlijke wijze de cultuur en bouwkunde van een tijd belichaamd. Daarbij kent elke cultuur ook nog zijn eigen architectuur, sowieso bouwen we in de tropen nogal anders dan op 60º noorder- of zuiderbreedte. Externe factoren als haalbaarheid, klimaat en beschikbaarheid van middelen, spelen in alle opzichten in de architectuur een rol van betekenis. En ook zijn factoren als maatverhouding, materiaalkeuze, detaillering en uitvoering, lichtval, kleur, akoestiek en klimatisering van doorslaggevende betekenis, hoe een mens een ruimte beleeft.

Als student op de Akademie van Bouwkunst in Amsterdam begin jaren zeventig, konden we over al deze zaken eindeloos ouwehoeren, wat we trouwens nu ook nog wel eens doen in het HL clubje. Maar in die periode haalden we wel heel veel van stal, filosofie, economie, planologie, stedenbouw en geschiedenis. Moesten we een studieplannetje maken voor bijvoorbeeld de Leidse binnenstad (Waardgracht), dan werd niet alleen in alle facetten op de eerste plaats het belang van de stad Leiden voor de regio en de provincie belicht en onderzocht, maar ook het belang van die plek voor Nederland en de rest van de wereld. Niet te geloven, en de docenten deden er net zo hard aan mee. Zelden kwamen we aan een meer inhoudelijke en technische benadering toe van een probleem of studieproject, laat staan aan het ontwerpen. Het was desalniettemin een boeiende en fascinerende leerperiode. In al die jaren nadien ben ik genoeg aan het ontwerpen toegekomen, en heb ik mede door al die architectuurexcursies met die en gene, denk ik opdat gebied wel het één en ander bijgeleerd.



En last but not least, op ambachtelijk en artistiek niveau was het ontwerpen en bouwen van een eigen huis in die beginperiode voor mij ook een belangrijke leerschool, al kon je het natuurlijk geen groot project noemen. Tot op de dag van heden denk ik er nog met genoegen aan terug. Huisje bouwen samen met mijn geliefde, en in de weekenden vaak bijgestaan door vrienden en familie. In alle facetten moesten de problemen en probleempjes, die je in een ontwerp- en bouwproces op het gebied van architectuur, techniek, detaillering, uitvoering en organisatie altijd wel tegenkomt worden aangepakt en opgelost.

zondag, december 13, 2009

carpe diem



Het boek van de in 1964 in Tilburg geboren Raymond van der Klundert, voor intimi ook wel Kluun genoemd las ik ergens, had ik in de zomer van 2004 tijdens de vakantie aan boord van de 'Swing' al gelezen. Sindsdien behoor ik kennelijk, samen met al die anderen die het boek ook hebben gelezen, tot de intimi. Bij vlagen vond ik het semiautobiografische boek heel aangrijpend. Met name deel III van het boek, dat meer over Carmen ging, las ik met branderige ogen. Toch wist ik nog even niet goed, toen ik het boek uit had, wat ik van de snelle macho ik-figuur Stijn moest denken. Op de keper beschouwd ging het in het boek meer over hem en zijn notoir overspelige gedrag in dat snelle reclame wereldje van hem, dan over het uitdiepen van gevoelens, nadat zijn vrouw bij de dokter geweest was!

Het tweede boek van Kluun 'De weduwnaar' heb ik zelfs niet meer uit gelezen, ik kon het niet meer opbrengen. 'Carpe diem' was zijn lijfspreuk, pluk de dag! Ja, ja, ik was het geneuzel van die pedante egocentrische lulhannes spuugzat. En dan noemt hij zijn boekjes ook nog min of meer een poging tot zelfrehabilitatie. Terwijl hij, las ik, tegelijkertijd pretendeert de moraal van de mensen er mee aan het wankelen te brengen. Een beetje tweestrijdig lijkt mij. Ik vind het allemaal gezwets om zijn ware bedoelingen te verbloemen. De marktwaarde van zijn verhaal, daar gaat het hem als zakenmannetje om volgens mij. Hij is gewoon een goede moneymaker, en daar is opzich ook helemaal niets mis mee. Als hij nou gewoon zou zeggen dat dat zijn drive is, zou ik dat ook nog kunnen respecteren.

Desalniettemin heb ik me laten verleiden om mee naar de film te gaan. Het boek is volgens mij goed verfilmd. Dat heeft die Reinout Oerlemans goed gedaan. Ook zo'n slim mannetje, gewoon voor je filmdebuut een inhoudloze sentimentele (flut)bestseller verfilmen, publiek en media-aandacht gegarandeerd! Maar nou wordt ik misschien al te cynisch, dat is ook weer niet nodig. Want hij had er ook plat mee op z'n bek kunnen gaan. Dat dat niet is gebeurd, is voor het grootste deel te danken aan het prachtige acteerwerk in de film. De ondankbare rol van Stijn wordt door Barry Atsma volgens mij subliem gespeelt. En Carice van Houten doet het helemaal te gek in de rol van Carmen. Hoe ze al die stadia's in het ziektebeeld en haar sterven acteerde, vond ik heel ontroerend en indrukwekkend.

De film was mooi gemaakt, met mooie shots en mooie acteurs. Een film over glamour, seks, kanker en dood, maar net als het boek, wel zielloos! Weinig of geen empathie, en al helemaal geen uitdieping aangaande de gevoelens en de pijn, die de ziekte van Carmen met zich meebracht. Het ging eigenlijk alleen maar over Stijn, Stijn en nog eens een keer Stijn!
'Turks Fruit' die film uit 1973 naar het gelijknamige boek van Jan Wolkers, ging ook over glamour, seks, kanker en dood, maar die had voor zover ik het mij herinner toch meer diepgang. Weliswaar was de kunstenaar Erik (Rutger Hauer) ook een ongelooflijke macho, maar dat uitte zich in zowel het boek als in de film voor mijn gevoel niet ten koste van empathie voor de doodzieke Olga (Monique van de Ven).