Onlangs trok ik één van m'n eerste excursiefotoboeken uit de kast. Viel er een door mijzelf geschreven ansichtkaart uit Bern op de grond. Vanzelfsprekend gingen mijn gedachten bij het lezen tweeënveertig jaar terug in de tijd, naar die architectuurexcursie in Zwitserland, juli 1967. We hebben daar in vijf dagen veel, destijds internationaal bekende en minder bekende architectuurprojecten bekeken en bestudeerd in Basel, Bern, Zurich en St. Gallen. Een boeiende maar enerverende excursie!
Maar buiten de architectuur om deden we uiteraard in die vijf dagen ook nog wel eens wat anders. Zwemmen bijvoorbeeld, met name de zwempartij in de rivier de Aare komt me na al die jaren weer helder voor de geest. Toen ik samen met een paar collega's tegen de avond, na een drukke en slopend warme excursiedag in Bern, de stad in liep om wat te eten en te drinken, zagen we vanaf een brug over de Aare ineens zwemmers stroomafwaarts door het water schieten. Na dat jaloersmakende tafereel met onze zweterige lichamen een tijdje te hebben aangezien, konden we de verleiding niet langer weerstaan. Met gezwinde spoed zijn we teruggelopen naar ons hotel, dat nog vrij dicht in de buurt lag (Hotel National, Hirschengraben 24) om onze zwembroeken te halen.
De ultieme zwembeleving was het! Op een bepaalde plek sprongen we in het heldere maar behoorlijk frisse water, en in no time zat je vervolgens midden in de rivier en had de stroom je te pakken. Met af en toe een corrigerend slagje zwom je als een dolfijn een kilometertje stroomafwaarts richting een klein steigertje aan bakboord, vlak voor een aantal stroomversnellingen en een watervalletje even verderop aan stuurboord. Een spannend en fascinerend spelletje dat we daar zeker een keer of vier hebben herhaald. Water in, op tijd corrigeren zodat je niet voorbij het steigertje schoot, water uit, eindje stroomopwaarts lopen en het water maar weerin. En in een mum van tijd was je dan weer terug bij het steigertje, waar je je dan met enig geploeter weer uit het water hees.
Die prachtige zomeravond daar in Bern, eind juli 1967 blijkt in mijn geheugen te zijn gegrift!
Vanmorgen zag ik vanuit onze tuin de kinderen op de Vrijeschool tegenover ons het feest van de fiere Pinksterblom vieren. Allemaal in het wit gestoken zongen en dansten ze met veel plezier om een meiboom met zwierige veelkleurige linten en slingers, die ze op het speelplein hadden opgesteld. De tekst van wat ze zongen kon ik niet echt goed verstaan, maar ik meende de wijs van 'Hier is onze fiere Pinksterblom' te horen.
Hier is onze fiere Pinksterblom en ik wou hem zo graag eens wezen! Met haar groene kransen op het hoofd en met haar klinkende bellen. Recht is recht, en krom is krom, belief je wat te geven voor de fiere Pinksterblom? Want de fiere Pinksterblom moet voortgaan.
Het feest rond de meiboom of ook wel Pinksterboom genoemd, is al eeuwen oud. De boom als middelpunt van de wereld, een as met zijn wortels in de onderwereld en zijn kroon tot in de hemel, opgesierd met slingers van papier. In de folklore werd met veel ceremonie en plezier tijdens Pinksteren een ongehuwd meisje tot Pinksterblom gekozen. Pinksteren werd dan ook het feest van de liefde genoemd! Een vrolijk gebeuren waar de christenen weer eens een eigen draai aan hebben weten te geven. Vele oude z.g. heidense gebruiken zijn door hen effectief omzeep geholpen, niets was immers heilig voor hun behalve hun eigen God, de God van de christenen. Maar het Pinksterfeest, ofwel het feest van de liefde is in tegenstelling tot allerlei andere heidense feesten toch ook voor de christenen blijven bestaan. De uitstorting van de Heilige Geest is voor hen namelijk een daad van liefde door en van hun God geworden. Zo'n liefdevolle God hebben ze volgens mij dan ook wel hard nodig, die christenen!
Want gisteren hebben we in het Groninger Museum de tentoonstelling CUBA! gezien, kunst en geschiedenis van 1868 tot heden. Er hing daar ook een schilderij uit 1930 van ene Augusto García Menocal uit Havana. Een realistisch geschilderde voorstelling van een Indiaanse heiden vastgebonden op de brandstapel. Daar om heen een aantal Spaanse monniken of priesters en conquistadores, en op de achtergrond de ongerepte jungle van Cuba. Vlak voordat de fik erin zou gaan, vroegen de geestelijken de arme Indiaan of hij zich nog wilde bekeren, want dan kwam hij tenminste nog in de hemel. Ja, ja, zo zijn ze dan zo af en toe ook wel weer, die christenen! De Indiaan, Hatuey geheten, (want het is een historische gebeurtenis uit 1512) vroeg vervolgens of zij en de blanke soldaten daar dan ook naar toe zouden gaan. Toen hij daarop een bevestigend antwoordt kreeg van de geestelijken, antwoordde de Indiaan 'O, als jullie er ook zijn, dan wil ik niet naar de hemel gaan' Klasse, dat was nogeens een kerel, hij werd dan ook beschouwd als de eerste vrijheidsheld van Cuba. Uiteraard was er in het museum nog veel meer over Cuba te zien, veel foto's vooral maar ook schilderijen, postes en van allerlei gebruiksvoorwerpen, het gaf een boeiend en interessant totaalbeeld van de geschiedenis en de ontwikkelingen daar.
Verder hebben we in het Groninger Museum ook nog prachtig gemanipuleerde onderwater foto's van Daniëlle Kwaaitaal (Bussum, 1964) gezien van het vrouwelijk lichaam 'Whispering Waters' genaamd. En ook hebben we daar de expositie 'Het absolute, het heldere' gezien, een tentoonstelling van constructivistische schilderijen van Wobbe Alkema (1900-1984). Het was alles bij elkaar genomen wel weer een aardig dagje gisteren.
Het al reeds in 2002 geopende Fotomuseum Den Haag aan de Stadhouderslaan, is een onderdeel van het Gemeentemuseum daar dat er pal naast staat. Het Gemeentemuseum Den Haag bezoeken we regelmatig kan ik wel zeggen, maar in het Fotomuseum waren we tot voor kort nog nooit verder gekomen dan het restaurant daar.
'Fabulous Fictions' laat zien dat in deze fotografie niets is wat het lijkt, lazen we toen we daar ook j.l. dinsdag zaten te lunchen. Een tentoonstelling van de Italiaanse fotograaf Paolo Ventura (Milaan 1968) en zijn Nederlandse collega Jasper de Beijer (Amsterdam 1973). Het was geënsceneerde fotografie wat we zagen, beide fotografen hebben hun camera's niet op de gebruikelijke wijze gebruikt door de wereld om hen heen te laten zien zoals die was, maar meer om hun eigen verhalen te vertellen. Met zelf gemaakte decors en rekwisieten, die op zich al bijna kunstwerken waren, hadden ze hun eigen universum gecreëerd. De verzonnen werelden hadden ze vervolgens vanuit verschillende hoeken gefotografeerd. Bij de foto's van Ventura kon je nog zeggen dat het bij de eerste aanblik leek alsof ze deel uitmaakten van één of andere natuurlijke scène, maar keek je wat beter dan zag je merkwaardige details die eigenlijk niet konden. En bij de creaties van De Beijer wist je helemaal niet meer wat je zag. Was het een prent, een installatie of een andere wereld misschien?
Technisch knap allemaal, maar totaal emotieloos! En dat moet kunst voor mij niet zijn. Kunst is emotie, het moet je kunnen ontroeren, een snaar moet worden geraakt. Uiteraard een subjectieve kijk! Bovendien kan het natuurlijk ook nog zo zijn, dat je dit soort dingen heel anders moet zien, dat je het niet als kunst moet beoordelen, maar dat betwijfel ik. Hoe dan ook, we hadden het in iedergeval allemaal vrij snel gezien.
Om een beetje bij te komen van deze poespas, hebben we daarna in het iets verderop gelegen Omniversum lekker onderuit gezakt de prachtige film 'Deep Sea' bekeken.
'De IJssel in beeld' zo worden de diverse tentoonstellingen en evenementen in de Hanzesteden aan de IJssel dit jaar genoemd. Meanderend door het prachtige landschap legt de rivier vanaf Arnhem, via Doesburg, Dieren, Brummen, Zutphen, Deventer, Olst, Wijhe, Windesheim, Hattem, Zwolle, Wilsum en Kampen naar het IJsselmeer een slordige 125 km af. Op zoek naar de momenteel dichtsbijzijnde tentoonstelling kwamen we zondag in Hattem terecht. Ons doel was het Voerman Museum, naar 'De Levendige IJssel', een expositie waarin hedendaagse kunstenaars hun kijk geven op de rivier. Maar ik had thuis niet goed naar de openingstijden gekeken, het museum is op zondagen alleen in juli en augustus geopend. Jammer, dan gelijk maar door naar Kasteel de 'Dikke Tinne' want ook dat hadden we op de nominatie staan.
Kasteel de 'Dikke Tinne' was ooit het kleinste kasteel van Nederland. Het bestaat niet meer, alleen restaurant 't Spookhuys', een gebouw dat destijds deel uit maakte van de voorburcht bestaat nog, en verder hebben ze de contouren van wat ooit was in het plaveisel van het Tinneplein en de Koestraat zichtbaar gemaakt. En dan houden ze hier ook nog graag de herinnering hoog met het zo genaamde 'Dikke Tinnen Festival'. Eén keer per jaar herleven in Hattem dan drie dagen lang de Middeleeuwen met muziek, dans, theater en oude ambachten.
Onze wandeling vanaf de Grote Gracht, de fraaie Verkentoren en de kikkerbeeldjes in de gracht, die een heus kikkerorkest inclusief dirigent voorstellen, liep via het Daendelspoortje, Korte Kerkstraat en Kerkplein naar de Markt. Na een drankje aldaar in 'De Zwarte Truffel' rommelden we via de Koestraat, Tinneplein en Adelaarshoek weer terug naar de Grote Gracht waar we de auto hadden staan. Het was een korte maar bijzonder sfeervolle wandeling, die ons volgens mij door één van de mooiste gedeelten van het pittoreske binnenstadje van Hattem heeft gevoerd. Het stomme debacle met het Voerman Museum waren we dan ook even helemaal vergeten, maar daar komen we op korte termijn hier graag een keer voor terug.
"Liefde is het antwoord, maar terwijl je daarop wacht, stelt de lust je een aantal heel lastige vragen" aldus Woody Allen. Gisteravond in de Catharinakapel de toneelversie van 'Husbands and Wives gezien' naar de gelijknamige film uit 1992 van Woody Allen. 'Husbands and Wives' dat werd gebracht door Theaterwerkplaats Harderwijk is drama, komedie en satire. Het is een aaneenschakeling van voorspelbare scènes uit een huwelijk. Wat je ziet is het gestuntel tussen mannen en vrouwen in een langdurige relatie. Wat je ook doet, lief en zorgzaam zijn voor elkaar, naar een goed restaurant en lekker eten of weet ik wat niet allemaal nog meer, het doet er niet toe. Intieme relaties, een wankel evenwicht, problematiek in het kwadraat eigenlijk!
Veertigers en vijftigers in de midlifecrises. Jong willen blijven is het ideaal, terwijl gelijkertijd het besef van de eindigheid van het bestaan z'n entree doet. Terwijl je toch altijd zo rationeel kon denken is verwarring nu troef. Je krijgt het even niet meer op een rijtje allemaal, het draait uit op allerlei geëxperimenteer in de relatie, op psychiaterbezoek en op scheidingen!
Het verhaal gaat in wezen over een stel overspannen intellectuelen die feitelijk hun midlifecrisis verwarren met hun crisis in hun seksleven. Ze verkeren in de illusie dat de problemen alleen bij hun partners liggen, en zoeken daarom de oplossingen in ongecompliceerde relaties met anderen. Met een mooie rondborstige aerobicslerares of met een veel te jonge maar uitdagende studente. De ene relatie wordt na de nodige experimenten weer min of meer gelijmd, de andere groeit alleen maar verder uit elkaar. Simon, de hoogleraar in het stuk, denkt in een monoloog aan het eind hardop dat het huwelijk alleen stand houdt, door meer politiek en minder romantiek in de relatie.
De perfecte huwelijksrelatie bestaat niet! Maar als de partners in een relatie zich wat minder neurotisch en narcistisch zouden opstellen, kwamen we een aardig eind in de goede richting, was de boodschap. Daar zit wel wat in denk ik, maar aan de andere kant, al zit je in een relatie, je moet het uiteindelijk toch ook met jezelf zien te rooien. Het is en blijft een getob allemaal, en veel wijzer ben ik van al het gemekker niet geworden, maar die illusie had ik overigens ook niet! 'Husbands & Wives' het was af en toe wel lachen, maar ik was op een gegeven moment toch ook wel blij dat ik weer buiten stond!
Elf jaar geleden alweer dat Eva werd geboren, dinsdag 12 mei 1998 aan het begin van de avond. Joke, Christa en ik zaten aan tafel te praten en een beetje te eten. Een groot deel van de dag al zaten we in spanning te wachten op een berichtje van Simone of Wilco. Vandaag was Simone in Blaricum naar het Gooi-Noord ziekenhuis gegaan om daar te bevallen van haar eerste kindje. De controles tijdens de zwangerschap hadden weliswaar geen aanleiding gegeven tot extra spanning of bezorgdheid, maar het is en blijft natuurlijk wel een geboorte. Er valt toch altijd iets van je af als alles weer achter de rug is, en goed is!
We zaten nog aan tafel toen de telefoon ging. Daar zal je het dan hebben! Wilco aan de lijn, we hadden er een kleindochter bij gekregen. Maar aan zijn stem hoorde ik al dat alles niet in orde was. Helemaal niet zelfs, met Simone ging het wel weer wat beter nu, maar het was een behoorlijk zware bevalling geweest, verkeerde ligging dat soort dingen. Maar het ergste was dat het kindje allerlei lichamelijke afwijkingen had en na de geboorte ook gelijk al moest worden gereanimeerd! Hoe kan dat nou? Waar zijn al die controles tijdens de zwangerschap eigenlijk goed voor geweest? Dat hadden ze toch moeten kunnen zien!? Vragen, en nog eens vragen!
We zijn gelijk in de auto gestapt en naar Blaricum gereden. Verwarring en verdriet alom. Het kindje moest zo spoedig mogelijk naar een gespecialiseerd ziekenhuis. In het dichtst bijgelegen AMC in Amsterdam hadden ze op zo'n korte termijn geen plaats, al evenmin in het UMC in Utrecht. Alleen het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam kon op dat moment uitkomst bieden, een eindje rijden dus. Het was dan ook al voorbij middernacht toen we daar met de hele stoet arriveerden. Eva, die daar net voor ons per ambulance was aangekomen, lag inmiddels al op de intensive care. En wij, Wilco, Simone en de ouders van Wilco bleven verloren en een beetje van slag achter in het kamertje, waar Simone en Wilco de komende tijd in het ziekenhuis zouden verblijven. We hebben nog een poosje over de gebeurtenissen zitten napraten, je zoekt op zo'n moment toch een beetje steun bij elkaar, maar veel meer konden we daar natuurlijk ook niet doen. Het was al ver na middernacht toen we eindelijk weer thuis waren in Harderwijk waar we, ondanks alle emoties maar doodmoe van de hele dag, toch nog als een blok in slaap gevallen zijn.
De andere dag maar ook in de hele week daarna reden we vaak naar Rotterdam, om Simone en Wilco een hart onder de riem te steken en om Eva te zien natuurlijk, die verbonden aan allerlei slangen en apparaten in een soort couveuse lag. Het zag er niet goed uit! Eén keer heb ik heel even haar oogjes open gezien, gelukkig had ik toen net het fototoestel paraat. Een moment dacht ik even dat het de goede kant op zou gaan, maar dat was van korte duur. Langzaam maar zeker die week drong bij iedereen het besef wel door, dat Eva kunstmatig in leven gehouden werd. Van zich zelf had ze geen levenskracht, die was gewoon nihil. Het kon zo niet langer! Dinsdag 19 mei, een week na dat ze geboren was, is ze gestorven in de armen van haar moeder, vrij van slangen en andere ongemakken. We mochten haar meenemen naar het kamertje waar Simone en Wilco de hele week al geslapen hadden. Daar is ze met iedereen om haar heen, gewassen en mooi aangekleed door Simone en Wilco. Een verwerkings- en afscheidsritueel dat volgens mij niet beter had gekund!
De dagen erna moesten er uiteraard van allerlei dingen geregeld worden. In die grote Pontiac Transport die we destijds hadden, hebben we later die week Eva samen met Simone en Wilco, zelf van Rotterdam naar het crematorium in Lelystad gereden. Een bevreemdende en beetje bizarre tocht eigenlijk, maar toch ook wel weer goed! De aula zat tijdens de crematieplechtigheid op zaterdag 23 mei helemaal vol, warmte, veel vrienden en familie. Er werd gesproken en er werden gedichten voorgedragen. En ja, toen kwam dan toch het onvermijdelijke moment dat het kleine kistje wegzakte in de vloer. Het was voorbij, einde althans van een bewogen en emotionele week!
Op 21 november van datzelfde jaar zijn we met z'n allen nog een keer naar Rotterdam gereden, naar een Herdenkingsbijeenkomst in het Sophia Kinderziekenhuis. Daar werden de namen genoemd van de kinderen die in dat jaar dezelfde weg gegaan waren als onze kleine Eva. Andere kinderen, broertjes en zusjes maakten daar tijdens de bijeenkomst tekeningen die aan het eind van de bijeenkomst werden opgelaten boven het Sophia Kinderziekenhuis, vastgebonden aan honderden kleurige ballonnen, langzaam oplossend in het heiige zwerk. En er was ook een moment van stilte, maar daarna werd er toch ook weer muziek gemaakt, want zo is het leven nou eenmaal. Het gaat alsmaar door! Op de uitnodiging voor deze bijeenkomst stond ook: Achter de tranen van verdriet schuilt de glimlach der herinnering!
Het concert onder het thema 'Oorlog en Vrede' dat Kleinkoor Caprice afgelopen zaterdagavond gaf in de Grote Kerk van Harderwijk vond ik ontroerend goed. Volgens mij stegen koor en orkest boven zich zelf uit! Enige dissonant van de avond was voor mij de kwaliteit van de ruimteakoestiek, de geluidsreflecties overspoelden elkaar door teveel nagalm, dat uiteraard ten koste gaat van de verstaanbaarheid en de geluidskwaliteit. De Grote Kerk van Harderwijk, een prachtige ruimte, maar voor dit soort concerten eigenlijk ongeschikt, veel te weinig absorptie ook al zijn alle zitplaatsen bezet. Maar goed, genoeg hierover! Voor de pauze werd om te beginnen de bekende 'Paukenmesse' (Missa in tempore belli) van Joseph Haydn ten gehore gebracht, en aansluitend daarop het prachtige 'Verleih uns Frieden gnädichlich' van Felix Mendelshon Bartholdy. Maar het klapstuk van de avond kwam voor mij na de pauze met 'The Armed Man' van Karl Jenkins. Het stuk dat in april 2000 ter gelegenheid van de eeuwwisseling in de Londense Royal Albert Hall in première ging. Jenkins werd er op slag wereldberoemd mee!
Dr. Karl Jenkins (Wales, 17 februari 1944) het genie achter de voormalige popgroep 'The Soft Machine' baseerde zijn compositie op het lied l'Homme Armé. Een hit in de vijftiende eeuw waarvan de melodie diende als inspiratiebron voor een serie van laat middeleeuwse missen. Jenkins vond het toepasselijk om bij het ingaan van het nieuwe millennium een moderne 'Armed Man Mis' te componeren die terugkeek op misschien wel de meest oorlogszuchtige en destructieve eeuw uit de menselijke geschiedenis, maar die ook vooruitblikte naar een hopelijk minder gewelddadige eeuw die voor ons ligt.
Mis voor de vrede 'The Armed Man' bestaat uit 13 delen. Het begint met L'Homme Armé en het eindigt met Better is peace. Daar tussen in volgorde de stukken Kyrie, Save Me from Bloody Men, Sanctus (zie onderstaand videofragment), Hymn Before Action, Charge!, waarna 30 seconden stilte gevolgd door 'Last Post', Angry Flames, Torches,Agnus Dei, Now the Guns have Stopped en Benedictus.
Petje af voor koor en orkest! Zelden heb ik zo'n indrukwekkend en ontroerend concert meegemaakt! En ik niet alleen, dat voelde je gewoon, bewogen zat iedereen voor zich uit te staren, geen kuchje, niets van dat alles, de spreekwoordelijke speld kon je bij wijze van spreken horen vallen. De ontlading uitte zich na afloop dan ook in een minuten durend applaus!
Aanvankelijk was de bedoeling dat we de hele week zouden gaan varen met die twee knapen, maar toen het er op aan kwam vonden we het weer eigenlijk niet uitnodigend genoeg. Wat dan, we hadden ze wel iets beloofd! Thuis blijven vonden we geen van beiden een optie, bovendien zitten ze dan als je niet uitkijkt toch maar de hele tijd achter de computer met die akelige spelletjes. Maar gelukkig valt er in dit leven buiten het varen met een bootje nog heel wat meer te beleven, verveeld hebben we ons dan ook geen moment. We begonnen met een bezoek aan Dierenpark Amersfoort, werkelijk een bos vol avontuur! Daarna kwam een speurtocht naar het Verscholen Dorp in de bossen van Nunspeet aan de orde. En tot slot zijn we voor een overnachting op het eiland 'De Biezen' in het Wolderwijd, toch nog even met de 'Swing' op stap geweest.
Dierenpark Amersfoort.
Een dierentuin is een tuin vol allerlei beesten die elders op de wereld thuis horen in de vrije natuur maar hier achter hekken en tralies neurotisch heen en weer lopen of slapen. Hoe goed ze een best ook doen om een natuurlijke habitat na te bootsen, het blijft voor de meeste dieren behelpen en beperkt. Alleen het DinoBos is andere koek! Een bos vol prehistorische dieren, al of niet mechanisch in beweging gezet. Het is en blijft al gissen hoe deze dieren er tot in detail werkelijk hebben uitgezien, laat staan dat we weten welke geluiden ze produceerden. Maar in het DinoBos hebben ze daaraan geen boodschap, daar is de prehistorie tot leven gewekt. Overal om je heen geritsel en ijzingwekkend gebrul, en tussen de bomen gigantische Dinosaurussen, Tyrannosaurussen, Allosaurussen, Europasaurussen, Albertosaurussen of hoe ze ook allemaal mogen heten, klaar om je te verslinden of te vertrappen. Voor mijn gevoel heeft wetenschap en fantasie hier van een wandeling een avontuur weten te maken, dat bij jong en oud aardig tot de verbeelding spreekt! En dan was er ook nog een dinorenbaan van ca. 100 meter waarop je jou snelheid vergelijken kon met de snelheid van verschillende dino's die langs de baan om de tien meter stonden opgesteld. Je drukte op een rode knop en wachte op de eerste brul dat het startsein was voor de sprint, bij de tweede brul na ca. 10 sec. moest je weer blijven staan en wist je dat je jou snelheid vergelijken kon met de dichts bijstaande dino. Thijs en Mink konden zich redelijk meten met de snelle jongens onder de dino's, mijn snelheid liet zich amper met die van een schildpad vergelijken. En dat was lachen!
Het Verscholen Dorp.
Zelf was ik er ook nog nooit geweest, het 'Verscholen Dorp' aan de Pas-opweg in de bossen ten oosten van Vierhouten. Waar tussen april 1943 en oktober 1944 gemiddeld zo'n honderd onderduikers woonden in negen hutten. Van de oorspronkelijke hutten is niets meer over, die zijn destijds al toen ze ontdekt werden door de Duitsers met de nodige explosieven heel effectief opgeblazen. Maar ter nagedachtenis aan de daar gefusilleerde acht gevangenen en de mensen die zich er anderhalf jaar lang veilig waanden, zijn er drie hutten nagebouwd en zijn er twee gedenkstenen en een zwerfkei geplaatst.
De plek doet z'n naam wel eer aan, want we hadden nog even moeite om het te vinden. Toen ik de jongens onderweg in de auto het verhaal van het dorp vertelde, kregen ze tot mijn verbazing een meningsverschil over het feit, of ze zich op die plek wel of niet konden of mochten vertonen met hun speelgoed geweertjes. Uit piëteit voor de gebeurtenissen uit het verleden daar, vond Thijs het absoluut niet kunnen. Mink daarentegen zag er totaal geen probleem in, hij vond het maar onzin om zo'n ophef te maken over een speelgoedgeweertje, hij nam het lekker mee. Ik heb me er maar niet mee bemoeid. Maar we liepen daar zowaar een andere bezoeker tegen het lijf die het niet kon laten er een opmerking over te maken, ach ja zei hij, het zijn nog maar kinderen. En zo is het natuurlijk!
De Biezen.
Op een klein half uurtje varen bij ons vandaan ligt in het Wolderwijd het eiland 'De Biezen'. Een kunstmatig recreatie-eiland met een mooie ronde en beschutte havenkom. In deze havenkom kwam Mink, die al dagen liep te zeuren om een spelletje 'Risk' met hem te spelen, eindelijk aan zijn trekken. Ondertussen barstte boven ons hoofd een bui los met enorm veel wind en onweer. Maar we lagen daar zo beschut dat we er niet of nauwelijks erg in hadden, stoïcijns speelden we met z'n viertjes ons spelletje Risk. Toen we later op dek kwamen kregen we pas door hoe hard het tekeer gegaan was, het lag bezaaid met blad en dode takken. Later hoorden we dat er een paar kilometer verderop, aan de overkant van het Woldertijd, een kitesurfer verongelukt was en een andere ernstig gewond was geraakt. Na de bui was het snel weer opgeknapt, en hebben we daar met die twee knapen op de kant vuurtje gestookt en soldaatje gespeeld in het dichte struikgewas. En daarna hebben we voor het slapen gaan nog even in alle rust een poosje naar een prachtige maan zitten staren. Na een heerlijk ontbijt de andere morgen in het zonnetje, gingen de trossen weer los voor de terugtocht. Even was er nog strijd tussen de boys wie er het eerst aan het roer mocht, maar dat hadden we vrij snel naar ieders tevredenheid geregeld.
De eigen collectie van Museum de Fundatie aan de Blijmarkt in Zwolle omvat zowel oude kunst als moderne en hedendaagse kunstwerken. Er hangen mooie schilderijen van Jan Toorop, Leo Gestel, Isaac Israëls en Paul Citroen om er maar een paar te noemen. Vooral het in 1938 door Citroen geschilderde melancholieke portret van de joodse zangeres Chaja Goldstein is prachtig, maar ook het bekende portret van Heinz Aron dat Citroen schilderde in 1922, is en blijft een bijzondere beleving om naar te kijken. Maar afgelopen zondag kwamen we primair toch voor iets anders naar museum de Fundatie. Namelijk voor de tentoongestelde schilderijen van Jasper Krabbé genaamd Memory Archive en voor een inspirerende tentoonstelling over de ontwikkelingen in het Nederlandse theater genaamd Niet omkijken, Orpheus! Iets anders dus deze keer dan alleen schilderijen.
'Memory Archive' van Jasper Krabbé.
Het streven van Jasper Krabbé (Amsterdam, 1970) las ik, is beelden te scheppen als na een droom. Slechts een moment daar en ontastbaar, als een fantoom ronddwalend in gedachten en misleidend als een luchtspiegeling. Kijk je even weg dan kan het beeld daarna zijn opgelost! Een mooiere typering of karakterisering van zijn werk lijkt mij nauwelijks mogelijk. Flinterdunne gedachten, vluchtige ontmoetingen en dromerige fantasieën, waarbij vergankelijkheid en eeuwigheid een belangrijke rol spelen, weet hij in zachte kleuren trefzeker op zijn doeken vast te leggen. Wat hij bedoeld met zijn universele strijd tussen eeuwigheid en vergankelijkheid heeft hij mooi weten vast te leggen op een houtskooltekening -'The most ephemeral - the most eternal (hands)'- waarop een man met zijn ene hand met een naald in een steen prikt en met zijn andere hand een ballon lek prikt. De steen staat voor wat altijd blijft en de ballon symboliseert het vluchtige, dat wat we niet kunnen vasthouden. Grappige bijkomstigheid in deze is, dat ik er thuis pas achter kwam dat mijn weerspiegeling in het glas, waarachter de houtskooltekening is aangebracht ook op de foto (middelste foto in de collage) is te zien. Symbolisch, het lijkt haast een ode aan het werk van Jasper Krabbé!
Niet omkijken, Orpheus! Van opera naar muziektheater.
Prima la musica, dopo le parole? Vanaf het ontstaan van de opera rond 1600 is de geschiedenis van de opera doortrokken van de vraag wat belangrijker is: noten of tekst, muziek of drama. De tentoonstelling verdeeld in 7 kabinetten gesitueerd rond een middenzaal, die met een explosie aan beelden van nieuwe opera's en experimentele muziektheaterproducties, het hart van de expositie vormde, liet de ontwikkelingen van opera naar muziektheater zien in de laatste halve eeuw.
Een klein voorbeeld in deze, is het verschil in interpretatie van de aria 'Sempre Libera' de slotscène uit het 1e bedrijf van de opera 'La Traviata' (de Dolende) van Giuseppe Verdi, die in 1853 voor het eerst werd opgevoerd in theatro 'La Fenice' in Venetië. In 'Sempre Libera' bezingt courtisane Violetta dat ze ondanks Alfredo, een aanbidder die ze net op een feestje heeft ontmoet en voor wie ze aanvankelijk wel wat voeld, absoluut haar vrije leventje niet wil opofferen. Het eerste fragment met de Russische sopraan Anna Netrebko (1971) en de Mexicaanse tenor Rolando Villazón (1972) is een uitvoering van juli 2007, in het tweede fragment van hetzelfde stuk met de Roemeense sopraan Angela Gheorghiu (1965) van juni 2006, ziet het er weliswaar wat wolliger en klassieker uit maar speelt de stem voor mijn gevoel een prominentere rol, er wordt minder in geacteerd. Ik zou wel eens willen weten hoe de première er in 1853 in het 19e eeuwse theater 'La Fenice' heeft uitgezien.
Dat ik een verstokte liefhebber van opera ben kan ik niet zeggen, maar zo af en toe bezoek ik er wel eens één. Wel ga ik opera steeds meer waarderen, maar mijn voorkeur gaat toch nog steeds uit naar een gewoon concertbezoek. En toch is het boeiend om te zien hoe men alsmaar zoekende is naar de juiste vorm in deze muzikale kunstuiting. Periodes waarin de vocale acrobatiek het wint van het verhaal, wisselen zich af in periodes waarin gezocht wordt naar de oorspronkelijke versmelting van drama en muziek. Zoals gezegd, een zoektocht van alle tijden maar die met name in de tweede helft van de twintigste eeuw voor heelwat wisselende opvattingen zorgde. En gezien het aantal experimentele muziektheaterproducties dat ook heden ten dage blijft doen.
Orpheus zo las ik, wist zingend de natuur en zelfs de goden te ontroeren. Hij was zanger die zich met zijn zangkunst toegang tot de onderwereld verschafte, om zijn geliefde Eurydice opnieuw tot leven te wekken. Hij mocht niet naar haar omkijken, terwijl ze de onderwereld verlieten. Hij deed het toch. Niet uit liefde, zoals veelal wordt beweerd, maar om de kunst, omdat zijn scheppingsdrang gebaat was bij drama. Drama en muziek.
Het is dit jaar 400 jaar geleden dat Henry Hudson met zijn schip 'De Halve Maen' uit Amsterdam vertrok om vijf maanden later voet aan wal te zetten op Manhattan. Niet veel later werd op die plek Nieuw Amsterdam gesticht, het huidige New York, 's werelds belangrijkste metropool en bekend als meest vrije en kosmopolitische stad van de wereld. En volgens Amerikaanse historici heeft New York haar vrije en open karakter mede te danken aan zijn Nederlandse (Amsterdamse) wortels.
Om deze historische band samen met de New Yorkers te vieren, was het plan opgevat om de Botter HK22 uit Harderwijk dit jaar naar de VS te verschepen. En daar in een vloot van minimaal 40 andere historische botters, platbodems en skûtsjes uit ons waterrijke landje, deze zomer een poosje bij Manhattan op de Hudson te gaan cruisen. Een festijn dat naar verwachting internationaal nogal wat publiciteit zou trekken. Maar om uiteenlopende reden kreeg de stichting 'Henry Hudson' dit aantal niet bij elkaar, met als gevolg dat de 'Harderwijker Botterstichting' het ondanks een enthousiaste initiatiefgroep en diverse sponsoren ook maar liet afweten. De Botter HK22 blijft dus gewoon in haar thuiswateren, in de wateren die haar al 120 jaar lang bekend zijn.
De Botter HK22 is een z.g. Markerbotter die in 1889 is gebouwd op scheepswerf 'De Haas' in Monnickendam. Ze weegt 12 ton, is 12 meter lang, 4 meter breed en heeft een diepgang van 0,60 meter. Op haar mastlengte van 13 meter kan ze max. 100 m2 zeil voeren t.w. 35 m2 grootzeil, 30 m2 fok, 20 m2 kluiver en 15 m2 bezaan. Voor zover bekend is met dit schip tot 1958 actief gevist door de Harderwijker Hendrik Petersen, bijgenaamd Petje. Daarna is er door verschillende eigenaren uitsluitend recreatief mee gevaren. Toen ze in 1987 ergens op de kant in Wanneperveen aan haar lot werd overgelaten, raakte ze al snel zwaar in verval. Maar nu, na een intensieve restauratie te hebben ondergaan die 6 jaar heeft geduurd, vaart ze weer als vanouds. Sinds 2005 is de Botter HK22 eigendom van de 'Harderwijker Botterstichting' en heeft ze daar een vaste ligplaats in de vissershaven.
Omdat het NVVH Vrouwennetwerk Harderwijk wat te vieren had, ze bestonden 75 jaar, hadden ze een vaartochtje Harderwijk-Elburg v.v. met de rondvaartboot 'Isis' georganiseerd. Om het feest aan boord van de 'Isis' wat extra allure te geven hadden ze ons 'Krasse Knarren' als we zijn, gevraagd voor een optreedentje in Elburg. En daar waren de mannetjes natuurlijk wel voor te porren, en al helemaal omdat we van de 'Harderwijker Botterstichting' ook nog de beschikking kregen over de Botter HK22! Geheel in stijl zijn wij dan ook met dit schip al zingend, musicerend en indrinkend naar ons optreden in Elburg gezeild. Een vrolijk zeiltochtje, ondanks het enigszins tegenvallende weer.
Ook bij de dames aan boord van de 'Isis' in de haven van Elburg was zo te merken de stemming opperbest. Maar het was vooral ook een volle boel, een overvolle boel zelfs. Er moest worden ingeschikt, maar ook toen hadden we nog amper een plek om ons op te stellen. Het was zo krap dat de zangers hun buik in moesten houden, de accordeonist nauwelijks of geen armslag had, en ik praktisch in m'n bassdrum moest kruipen om er nog bij te kunnen. Terwijl de banjo en de gitaar zich maar in een benepen hoekje achter de tap moesten zien te redden. Maar ondanks al deze ongemakken, had ons optreden er volgens de dames absoluut niet onder geleden, integendeel, ze vonden het geweldig allemaal! Bij onszelf waren de meningen daar echter wel enigszins verdeeld over. Het is maar goed, dat ons optreden in die krampachtige situatie niet veel langer dan een halfuurtje heeft geduurd!
Jan Adriaanszoon Leeghwater schijnt in zijn tijd (1575-1650) De Rijp 'het beste dorp van Holland' te hebben genoemd. Of hij daar destijds gelijk in had is moeilijk te beoordelen. Een feit is dat het huidige dorp nabij De Beemster, ondanks de vele geparkeerde auto's in dit kleinschalige gebiedje, nog een plaatje is om te zien. De smalle straatjes en de weelderig geornamenteerde zeventiende eeuwse huizen aan de Tuingracht, velen als gevolg van de slappe veenbodem opgetrokken in hout, maakte dat we onze wandeling beleefde als een verrassende stap terug in de geschiedenis. De lange wachttijd op het terras van 'Het Wapen van Munster' was even een dompertje. De vertraging door de ongelukkige bediening van een chagrijnige en overspannen serveerster die alles in d'r eentje moest doen, stond enerzijds misschien symbolisch voor de tred in dit 17de eeuwse dorp, maar was anderzijds jammer genoeg eigentijds en bovenal irritant!
Daar stond weer tegenover, dat de tocht door het zonnige landschap van de Beemster en de Schermer naar Bergen, het overbekende kunstenaarsdorp nabij de geestgronden, natuurlijk een verademing was met dit fraaie weer. Zoals voor Leeghwater De Rijp het beste dorp van Holland was, is voor mij Noord Holland één van de mooiste of misschien wel mooiste provincies van Nederland. Het immense zwerk, de ruimte daaronder, de dijken en niveau verschillen in het landschap, de poldermolens, sloten, vaarten en tochten, de klein schaligheid van de oude stadjes en dorpen om de drooggelegde plassen, prachtig allemaal!
In Bergen staat sinds april 1993 museum 'Kranenburgh', een klein museum dat zich behalve op eigentijdse kunst ook concentreert op de expressionistische kunstuitingen uit periode van de Bergense School (1915-1925). Met ons eerste bezoek aan dit museum dat dus al 16 jaar bestaat, hebben we een overzichtstentoonstelling van dichter en beeldend kunstenaar Christiaan Johannes van Geel (1917-1974) gezien, genaamd 'Het mooiste leeft in doodsgevaar'. Op deze bijzondere tentoonstelling werden veel gedichten gepresenteerd 'Ik leef om iets af te maken maar de variaties zijn eindeloos' of 'Ik ben in beesten opgesomd, om weerklank die op vleugels gaat. Geen rust is ooit geheel voltooid, dan die niet afziet van de vlucht' om er maar een paar te noemen. Maar ook héél veel Actions Surréalistes en tekeningen, de malle billenvogel bijvoorbeeld, simpel maar knap gevonden vind ik, en verder veel foto's van allerlei objecten, brieven, handschriften en bijzondere uitgaven. Opvallend vond ik het formaat van de meeste kunstwerken, wonderlijke kleine prentjes, veelal niet groter dan ongeveer 15cm in het vierkant. Een groot deel van zijn werk schijnt te zijn verbrand toen zijn huis in Groet in 1972 in vlammen opging.
We sloten ons bezoek aan museum Kranenburgh af met een wandeling door de beeldentuin rondom het gebouw, met diverse beelden van kunstenaars als Nico van Stralen, Ingrid Opstelten, Lies van der Sluis, Henk van den Idsert en Lucebert. Toen ik het beeld van Lucebert zag, schoot mij de regel 'Alles van waarde is weerloos' te binnen uit zijn gedicht 'De zeer oude zingt' uit 1974, en zag ik ineens de parrallel met 'Het mooiste leeft in doodsgevaar' van tijdgenoot van Geel!
Elkaar de loef afsteken met slimme computerspelletjes is geloof ik wel hun grote passie. En volgens mij zijn de mannetjes daar zo langzamerhand benijdenswaardig goed in geworden. Maar bij tijd en wijle zijn Thijs en Mink toch ook wel te porren voor iets anders, bijvoorbeeld tekenen of schilderen. Zo ook deze keer, en geholpen door het mooie weer kregen we ze zelfs zover, dat ze ervoor naar buiten kwamen.
Grote vellen papier en kwasten maar! In een behoorlijk pittig tempo passeerden van allerlei onderwerpen de revue. De ene keer werden aspecten binnen het thema wonen in beeld gebracht, en de andere keer werden alle facetten van het weer vorm gegeven. Aanvankelijk werd aan de uitwerking van de thema's nogal wat tijd besteed, maar geleidelijk aan werden de uitwerkingen slordiger. De inspiratie was tanende, en vrijwel ongemerkt was kwantiteit vóór kwaliteit kennelijk het motto geworden. En toen de koek uiteindelijk helemaal op was, werden de best geslaagde werkstukken nog even breed uitgemeten ter bezichtiging en evaluatie op de stoep uitgestald.
Fascinerend te zien, hoe de mannetjes werden gebiologeerd door mieren, onweersbeestjes en ander klein gekriebel. Maar ja, hoe kan het ook haast anders, op hun Amsterdamse bovenwoning zijn ze uiteraard weinig meer gewend dan een matig dynamische biotoop. Het bekijken, afschudden of pletten van de kleine kruipers hield ze een poosje actief bezig. Overigens zou ik er mijn handen niet voor in het vuur durven steken, dat ze de voor hun moeder bestemde prenten uiteindelijk kriebelvrij hebben opgerold.
De koffie met appelgebak in 'de Koekfabriek' in Zaandam ging er bij ons drieën in als de spreekwoordelijke koek. De Koekfabriek is een aardig cafe-restaurant met een terras aan de Zaan dat is gehuisvest in een gedeelte van de oude Verkadefabriek. Het is een parel in het huidige Zaanoeverproject en een mooi voorbeeld van hergebruik van oude industriële gebouwen. Vandaar ging het verder naar Spanbroek, naar het 'Scheringa Museum voor Realisme' dat is gevestigd in een oud verbouwd schoolgebouw aldaar. Als alles volgens plan verloopt, zullen ze eind volgend jaar zijn verhuist naar het nieuwe museumgebouw dat een eindje verderop in aanbouw is. Met een door HR geregelde bouwhelm op, hebben we de vorderingen in de bouw naar het ontwerp van Herman Zeinstra van DOK Architecten uit A'dam, ook van dichtbij nog even goed kunnen bekijken.
Het 'Scheringa Museum voor Realisme' (voorheen Frisia Museum) is een initiatief van het echtpaar Scheringa-De Vries, behalve van de DSB bank en voetbalclub AZ ook liefhebbers en verzamelaars van magisch realisme. Tot de kerncollectie behoren werken van kunstenaars als Carel Willink, Pyke Koch, Wim Schuhmacher, Raoul Hynckes en Dick Ket. Maar inmiddels zijn daar een drietal deelcollecties aan toegevoegd t.w. Het realisme in Nederland tijdens het interbellum (werk van o.a. Jan Mankes, Charley Toorop, Edgar Fernhout en Jan van Tongeren) Het interbellum realisme internationaal (werk van o.a. Giorgio de Chirico, Tamara de Lempicka (zie inzet collage 'la Musicienne' uit 1929), René Magritte, Paul Delvaux en Salvador Dali) en het naoorlogse realisme (werk van o.a. Lucian Freud en Marlene Dumas)
Buiten de genoemde vaste collecties was er ook nog een overzichtstentoonstelling van de Duitse kunstschilder Hermann Markard (1926) te zien. Magisch realistische kunstwerken hebben mij tot op heden zelden of nooit kunnen beroeren laat staan ontroeren, integendeel! Maar alles wat ik in deze tot nu toe gezien heb, is prachtig vergeleken bij de macabere griezelschilderijen van de bejaarde Hermann Markard. Ik was blij dat ik weer buiten stond op een gegeven moment, die schilderijen hoef ik nooit meer te zien!
Via Groet, waar in het weiland tegen de duinen aan sinds de jaren dertig een door architect Ben Merkelbach ontworpen zomerhuis staat, eigendom van onze gezamelijke bekende TD, ging de reis verder door het duinbos naar het prachtige kunstenaarsdorp Bergen. Na eerst een paar bitterballen en een wijntje in het 'Het huis met de pilaren' te hebben genuttigd, trokken we met de gids in de hand te voet verder door het dorp. Ons doel was Park Meerwijk, circa 15 bezienswaardige villa's in 1915 als totaalplan ontworpen door jonge architecten van de Amsterdamse School t.w. G.F.La Croix, P.L. Kramer, J.F. Staal, M. Kropholler en C.J. Blaauw. Park Meerwijk is één van de meest bijzondere projecten uit de Nederlandse architectuurgeschiedenis, het is destijds gebouwd om het kunstzinnige imago van Bergen te benadrukken.
Toen we ook dat gezien hadden, vonden we het wel mooi geweest. Van al het voedsel voor de geest vandaag, was onze maag een beetje gaan knorren. Hoogtijd dus om daar maar eens wat zorg aan te besteden, derhalve op naar Paviljoen Zeezicht in Castricum aan Zee. De slibtongetjes en lamsboutjes aldaar lieten we ons goed smaken! En met een pikketanisje binnen handbereik, hebben we daarna nog een poosje heel genoeglijk naar de zee zitten staren en naar de langzaam achter de kim verdwijnende zon.
Gisteren, een dagje Noord Holland samen met HR en JZ, oude makkers in kunst en architectuur. Als vanouds maar altijd weer bijzonder!
Eigenlijk was het beter weer voor een terrasje dan voor een film in de Catharinakapel. Toch kozen we gistermiddag voor het laatste. 'Into the Wild' een film uit 2007, 140 minuten lang, geregiseerd door Sean Penn en gebaseerd op het gelijknamige boek van Jon Krakauer. Deze schreef het boek in 1996 n.a.v. de gevonden dagboekaantekeningen in 1992 van de jonge zwerver en avonturier Christopher Johnson (Chris) McCandless (1968-1992).
Bij tijd en wijle wil ik ook wel eens vluchten en gaan zwerven, en wie niet eigenlijk? Weg met mijn zeilbootje, in m'n eentje voor lange tijd de zee op! Weg uit deze opgewonden maatschappij met z'n blauwe brieven, betuttelingen en voorgeprogrammeerde denkbeelden, weg van het gezeik van alledag. En toch doe ik het niet! Waarom eigenlijk niet? Waarschijnlijk omdat ik het, als het puntje bij het paaltje komt, in m'n eentje althans niet echt wil. Omdat ik toch teveel hecht aan mijn naasten en mijn vrienden, ik vind het uiteindelijk wel gezellig zo. En gelukkige momenten met iemand delen is ook leuker dan ze in je eentje te beleven!
Maar de jonge Chris McCandless (in de film gespeeld door Emile Hirsch) had daar allemaal geen boodschap aan. Hij hield zijn aangepaste leventje voor gezien, toen hij in 1990, op 23 jarige leeftijd aan de Emory University cum laude was afgestudeerd in geschiedenis en culturele antropologie. Al zijn spaargeld gaf hij weg aan een goed doel, en zonder afscheid te nemen van zijn ouders waar hij een nogal complexe relatie mee had, en zijn enige zus, vertrok hij. Aanvankelijk nog in z'n oude auto, maar al snel zwierf hij lopend en liftend door de Verenigde Staten onder z'n nieuwe zelfgekozen naam Alexander Supertramp.
Prachtige mensen komt hij tegen onderweg, maar hij hecht zich aan niemand. Zijn enige doel is alleen te zijn in de ongerepte wildernis van Alaska. Uiteindelijk komt hij daar dan ook terecht, en vind hij een onderkomen in een oude roestige bus die daar ergens staat als vluchtonderkomen voor jagers. Het gaat een tijdje goed met hem daar, maar van de mooie ongerepte natuur alleen kan je niet leven, en al helemaal niet zonder ervaring. Gelijdelijk aan raakt hij dan ook ondervoed en verzwakt, om zijn broek nog op te houden moet hij zijn riem steeds meer innemen. Na een hoop getob besluit hij terug tegaan naar de bewoonde wereld en (mogelijk) zijn familie. Maar als hij dan zijn weg versperd vind door de gezwollen wild kolkende rivier, gaat hij maar weer terug naar zijn bus. Hij gaat erbij liggen, koortsige visioenen, en voordat hij in coma raakt, ziet hij in trance de voortjakkerende wolken door het dakraam langzaam veranderen in een rondwervelend spiraalvormig gat in het zwerk, alles komt bijeen en wordt hem duidelijk. Maar jammergenoeg wel te laat!
Chris McCandless heeft zijn jeugdige onbezonnenheid met de dood moeten bekopen. Een aantal weken later werd zijn stoffelijk overschot in de bus door jagers gevonden.
Op zoek naar een plek op de zeedijk bij Delfzijl om de 'Poolster' te zien aankomen op de Eems, ontdekten we bij toeval het monument 'Dorp Oterdum'. Ik had er nog nooit van gehoord maar Oterdum, een klein dorpje, lag vroeger aan de zeedijk tussen Delfzijl en Termunten.
Het op deltahoogte brengen van de zeedijk in de jaren zeventig van de vorige eeuw las ik, bracht noodgedwongen met zich mee dat het kerkje van Oterdum, dat net even boven de dijk uitstak, van de aardbodem verdween. De doden die er sinds eeuwen rond het kerkje begraven lagen, hoefden echter niet van rustplaats te veranderen. Nadat de grafstenen waren verwijderd, is de nieuwe dijk over het kerkhofje gelegd. Daarna zijn de grafstenen onder leiding van Provinciale Waterstaat van Groningen zorgvuldig weer op de oude plaatsen teruggezet. Het is de laatste herinnering aan het dorpje Oterdum, dat in z'n bloeitijd ruim 200 inwoners telde, voornamelijk landbouwers. Zo, dat weten we dus ook weer, en als je nog meer over Oterdum wilt weten kun je ook nog op www.oterdum.com terecht!
Goed, staande op de zeedijk dus, tussen de eeuwen oude grafmonumenten, zagen we in de verte op de Eems een wit stipje aankomen. Wat ben je toch nietig in deze immense ruimte, en al helemaal met gestreken mast. We zien echter niks anders op die grote vlakte, het moet de 'Poolster' dus wel zijn. Toen ze even later de hoek om kwamen om het Zeehavenkanaal in te varen wisten we het helemaal zeker, de overwintering in Carolinensiel was nu dan toch echt teneinde. Terug op Nederlandse wateren gaan er eindelijk leukere dingen gebeuren met de prachtige Lemsteraak van de familie S. Straks in Lemmer nog even een poosje schuren en lakken, maar dat hoort erbij. Dat is peanuts vergeleken bij de lange zomer die er aan zit te komen met hopenlijk heel veel mooi zeilweer.
Op het Eemskanaal, aan de binnenzijde van de de grote sluis, hebben we de thuiskomst feestelijk met champagne en een chinese maaltijd gevierd!
Daan! De hele dag liep ie al rond te banjeren in trainingspak, keepershandschoenen en voetbalschoenen. Kennelijk om al vast een beetje in de sfeer te komen voor de voetbalwedstrijd FC Zwolle-TOP Oss, waar we 's avonds met z'n tweeën naar toe zouden gaan. Heel aandoenlijk, het kostte hem volgens mij nog moeite om z'n keepershandschoenen tijdens het eten even af te leggen. Maar eindelijk was het dan toch zover, en waren we met z'n tweetjes in de auto onderweg naar Zwolle. Zichtbaar genoot hij van het telefoontje onderweg van z'n ouders, die hem vanuit de 'Poolster' in de haven van het Duitse waddeneiland Norderney, nog even een hart onder de riem staken.
Volgens onze tickets moesten we naar rij 11, stoel 2 en 3 in vak 24 van de Klaas Drost Tribune. Om daar te komen moesten we via ingang F het stadion in. Vanaf de parkeerplaats gezien helemaal omlopen dus. De veel kortere weg via ingang E en vak 23 was natuurlijk geen optie, want daar zaten de supporters van de tegenpartij!
Voor de eerste keer in m'n leven zat ik in een voetbalstadion! Op TV kijk ik soms wel naar voetbalwedstrijden van de Champions League, Europacup of de Uefacup, maar meer ook niet. Ik ben nooit zo'n voetballer geweest. Voetbalwedstrijden in het professionele clubcirquit van Nederland bekijk ik zelden of nooit op TV. Maar goed, nu dus live in het voetbalstadion FC Zwolle tegen TOP Oss, samen met m'n kleinzoon Daan, keeper in spé. Een bijzondere en sfeervolle ervaring!
Omdat beide ploegen de punten in de competitie al op zak hadden, konden ze vrijuit spelen tegen elkaar. Mede daardoor en de goede sfeer in het stadion mag je dan toch een vermakelijke wedstrijd verwachten, maar dat viel een beetje tegen vond ik. Om nou te zeggen dat ik het ronduit sloom voetbal vond gaat te ver, maar veel scheelde het niet. Voor de rust hadden de Ossenaren het een beetje voor het zeggen en na de rust de Zwollenaren. Toen de laatsten vlak voor het einde toch nog een doelpunt wisten te scoren, werd die onder hevig protest van Daan afgekeurd wegens buitenspel. En daarmee bleef de uitkomst steken op 0-0 gelijkspel.
Onderweg naar huis hadden we nog een hevige discussie over het afgekeurde doelpunt. Het is en blijft me nog steeds een raadsel hoe Daan nou zo zeker kon weten dat het een foute beslissing was van de scheidsrechter. We zaten aan de kopkant van het veld, dus achter het doel. Het bewuste doelpunt werd gemaakt in het andere doel, aan de overkant van het veld dus. Vanuit onze positie kon ik onmogelijk buitenspel waarnemen, maar Daan wel, en dat is nog eens knap!
Sinds zaterdag 4 april j.l. kan je op 'Landgoed Schovenhorst' in Putten de bomen vanaf de bovenkant bekijken. Je moet er wel een stevige klimpartij voor over hebben, maar dan is het resultaat er ook naar. Vanaf de daktuin bovenop de Bostoren, die een hoogte heeft van ca. 40 meter, heb je een prachtig uitzicht over de Veluwe!
De beklimming van de toren is door zijn vormgeving al een beleving apart. Het ene moment klim je binnen in de staalconstructie van de toren omhoog, in de kern zal ik maar zeggen, en het andere moment bemerk je dat je met trap en al aan de buitenkant van de toren bent aanbeland, en als het ware in de lucht zweeft. Even bespeurde ik bij mijzelf een moment van vrees en wantrouwen in de constructie, toen ik op ca. 30 meter boven de grond een daar gespannen klimnet bekeek. Maar toen ik me na enig getreuzel toch maar op het net begaf, was het vertrouwen in de constructie al snel weer op peil.
De bostoren, ontworpen door Bjarne Mastenbroek (1964) van het architectenbureau SeARCH uit Amsterdam, is niet alleen een mooie toren, maar naar mijn gevoel ook een ontzettend solide toren. De stalen toren met een kern van 4,5 bij 4,5 meter is samengesteld uit 3 delen die opgeteld een totale hoogte hebben van 38 meter. Het platform boven op de toren heeft een diameter van 17 meter en is 4 meter hoog. Dit platform dat helemaal op de grond is klaar gemaakt, inclusief ingebouwde betonnen bakken en grond voor bomen en struiken, weegt ongeveer 500 ton. Omdat er door o.a. de beperkte ruimte in het bos, niet met een bouwkraan kon worden gewerkt, is het platform met de hele santenkraam erin middels hydraulische vijzels naar een niveau van 38 meter boven maaiveld getilt. Een vak apart en een behoorlijk tijdrovend klusje!
Vroeger was 'Landgoed Schovenhorst' voor het publiek een verboden gebied. Maar daar trok ik me meestal niets van aan. Samen met mijn kleine kinderen liep ik daar regelmatig rond te struinen en naar tamme kastanjes te zoeken. Maar de keer dat we daar door een boze boswachter zijn weggestuurd staat me ook nog helder voor de geest! Het ietwat verpauperde, maar o zo schilderachtige landgoed van toen, ziet er nu gelikt uit. De zelfs door Europese ontwikkelingsfondsen gefinancierde opknapbeurt heeft het gebied een heel ander aanzien gegeven. Nu moet je overal voor betalen, maar daar heb je dan ook wat voor. Om maar iets te noemen, een parkeerplaats en een theepaviljoen, goed onderhouden wandelpaden met bewegwijzering, opgepimpte bomen, kunstwerken en verlichting, een streekhistorisch museum en een speelbos voor kinderen, en natuurlijk niet te vergeten de alom geprezen Bostoren!
Allemaal mooi, toch dacht ik vanmorgen toen ik er liep met enige weemoed aan het vroegere 'Landgoed Schovenhorst' terug. Waar je toen dan wel niet mocht komen, maar dat maakte het verpauperde en verwilderde landgoed juist geheimzinnig en des te spannender!
In een tijdschrift las ik onlangs, dat gezien de klimaatontwikkelingen in de wereld overstromingsbestendig bouwen het bouwen van de toekomst is! Door de bebouwing aan te passen aan het gebied in plaats van het gebied aan te passen aan de bebouwing, creëer je nieuwe kansen. Ons landje kent een behoorlijk aantal locaties die voor een dergelijke benadering in aanmerking komen. De IJsseldelta is bijvoorbeeld zo'n locatie, en gezien de oude terp-boerderijen (in zekere zin ook een vorm van overstromingsbestendig bouwen) in dit gebied, is dit al eeuwen zo.
Maar de problemen worden groter, behalve overstromingsbestendig bouwen zullen we toch ook aan de structuur van de omgeving moeten blijven sleutelen. In de huidige discussies gaat het KNMI uit van een zeespiegelstijging van 35 tot 85 centimeter in deze eeuw, maar méér is zeker niet uitgesloten. Beleidsmakers houden daar in ieder geval ernstig rekening mee! Door het lagere verval kunnen de rivieren het water minder snel direct in zee lozen, en zal de lozing snel en adequaat ter voorkoming van al te grote overstromingen in midden- en west Nederland, via de tussenopslagplaats het IJsselmeer moeten plaatsvinden.
Tussenopslagplaats-tussenoplossing, beanstigend eigenlijk! Ik zal het zo goed als zeker niet mee maken, maar naar de verwachting van het KNMI en o.a. het MNP (Natuur en Milieu Planbureau) wordt de afvoer van onze rivieren bij een zeespiegelstijging van anderhalve meter zo problematisch, dat mede door het stijgende grondwater onder druk van de hogere zeespiegel, deze moeilijk beheersbaar zullen worden.
Om het één en ander in onze termijn toch enigszins beheersbaar te krijgen en te houden, zal enthousiast baggerwerk in combinatie met een z.g. bypass tussen de IJssel en het Drontermeer nabij Kampen, moeten zorgen voor een snelle afvoer van grote hoeveelheden extra Rijnwater (ca. 16.000 m3 per sec.) richting het IJsselmeer.
Boeiend, al die ontwikkelingen in en om dit prachtige gebied dat IJsseldelta heet! Buiten de geplande bypass, zijn ze momenteel volop bezig met de aanleg van de spoorlijn Lelystad-Zwolle de z.g. Hanzelijn. Het zanderige dijklichaam dwars door de vlakke polder met de bijbehorende kunstwerken is nu al karakteristiek. Waar je ook kijkt in dit gebied, overal wordt gewerkt. Her en der wordt er gebaggerd, er worden dijken aangelegd of opgehoogd en nieuwe wegen, tunnels, viaducten en bruggen zie je verschijnen.
Een terechte anticipatie op de toekomstige ontwikkelingen, die men in dit gebied verwacht, lijkt mij. Alleen moeten ze straks niet vergeten, hier ook te investeren in overstromingsbestendig bouwen!
Het Spaanstalige zeemansliedje 'La Bella Lola' komt waarschijnlijk van Cuba. Het is een z.g. Habanera, een muziek- en dansstijl die volgens Wikipedia rond 1830 is ontstaan in Havana , een belangrijke aanleghaven vroeger voor de oceaanvaart. Van daaruit heeft het de hele wereld veroverd, maar in het bijzonder Argentinië met de Tango. 'La Bella Lola' is, hoe kan het ook haast anders, een nostalgisch lied over een zeeman die zijn comfortabel leventje thuis moet missen. Vooral van zijn bloedmooie vriendin, die hem met haar zakdoek staat na te wuiven, kan hij maar moeilijk afscheid nemen!
La Bella Lola.
Cuando en la playa la bella Lola. Su larga cola luciendo va. Los marineros se vuelven locos. Y hasta el piloto pierde el compás.
Refrein:
Ay que placer sentio yo. Cuando en la playa sacó el pañuelo y me saludó. Luego despues se vino a mi. Me dio un abrazo y en aquel lazo crei morir.
Despues de un año de no ver tierra. Porque la guerra me lo impidió. Me fui al puerto donde se hallaba. La que adoraba mi corazón.
Refrein:
La cubanita lloraba triste. Al verse sola y en alta mar. Y el marinero la consolaba. No llores Lola no te has de ahogar.
Refrein:(2x)
De meeste KrasseKnarren spreken niet of nauwelijks Spaans, maar toch moet de tekst natuurlijk duidelijk en behoorlijk staccato gezongen worden. 'La Bella Lola' komt daarom soms ook niet zo goed uit de verf als we graag zouden willen. En als er dan ook nog wat gedronken is, wat op een nieuwjaarsreceptie nogwel eens het geval wil zijn, en het clubhuis één en al geroezemoes is, wordt het helemaal een kakofonisch wonder wat we produceren. Desalniettemin is en blijft het een prachtig lied om te doen, en vaak gaat het gelukkig ook hardstikke goed!
Lekke vijver, de bovenste, al een behoorlijke tijd! Wat te doen? Maken natuurlijk! Maar voor je zover bent, dat je in deze daadwerkelijk actie onderneemt, is een ander verhaal. Toch was het onlangs na veel gemits en gemaar eindelijk zover! De kogel was door de kerk, morgen zou ik er echt aan gaan beginnen! Een goed besluit! Maar mijn eerste gedachte die ik 's morgens had toen ik wakker werd was, o god wat erg, moet ik nou echt met die verdomde vijver aan de gang?!
Maar goed, 't was mooi weer, en kleinzoon Daan hielp enthousiast mee, dus zo erg was het nou ook weer niet. Leeg pompen die handel en vissen vangen! Aanvankelijk ging het leegpompen perfect, maar de vette blubber die na verloop van tijd door alle reuring ontstond, kon het pompje niet meer verwerken. Nog even heb ik geprobeerd om met een emmertje wat verder te komen, maar dat hield ik na vijf minuten wel voor gezien. Ook pogingen om de enorme blubberbel met folie en al om te kieperen, zodat het water in de bodem weg kon zakken, mislukten. Uiteindelijk kwam ik tot het besluit om het proces dan maar in omgekeerde richting te doen plaatsvinden. Zandzakken erop, de vijver was er diep genoeg voor! De blubber er een paar dagen rustig laten intrekken, en dan de nieuwe folie. Eureka!
Ik had al enigszins moeite mijn latente weerzin te onderdrukken toen ik het immense tuincentrum betrad, maar eenmaal staande voor de rollen vijverfolie zakte de moed mij echt in de schoenen. Van de ter plekke opkomende brainwave afblazen die hele handel kan ik nog steeds een vreugdesprong maken! De gang naar het grondbedrijf, dat toevallig in onze omgeving met groenstroken en plantsoentjes aan het werk is, was snel gemaakt. Er moest omwille van een doorgang, achter in de tuin wel even wat struikgewas sneuvelen, maar dat was snel geregeld. En nog op diezelfde dag was ons mooie vijvertje tot aan het maaiveld toe gevuld met prachtige zwarte teelaarde van elders uit de buurt!
Wat nieuwe plantjes en struikjes erbij, een bodembedekkertje van boomschors op de plek waar eerst nog vissen zwommen, en klaar was kees. We hebben er een mooi zonnig plekje bij voor in de late avond!