maandag, april 28, 2008

Alte Musik



Antonio Vivaldi (1678-1741), Arcangelo Corelli (1653-1713), Francesco Geminiani (1687-1762) en Giovanni Platti (1692-1763). Als dat geen ouwe jongens zijn dan weet ik het niet meer! Samen hebben ze heel wat composities op hun naam staan. Een deel daarvan, zoals bijvoorbeeld de delen Largo-Allegro-Largo-Allegro molto en Adagio van het Konzert d-moll fur 2 Oboen (F VII, Nr. 9, RV 535) van Vivaldi, werd gistermiddag in de grote zaal van theater 'Orpheus' ten gehore gebracht door het barokke muziekgezelschap 'Akademie fùr ALTE MUSIK Berlin' uit Berlijn.



Volgens mij, en naar het applaus te oordelen ook volgens de vele andere bezoekers, werden de diverse stukken op authentieke instrumenten als viool, hobo en klavecimbel virtuoos gebracht.

Na afloop hebben we bij onze vrienden R en H in Putten heerlijk gegeten, nadat we eerst nog een poosje in hun prachtige tuin hebben zitten borrelen

woensdag, april 23, 2008

streetdance



Volgens mij is Jeanne maar een druk baasje. Gisteren was het fluiten geblazen, vandaag was het de stoere streetdance en morgen een spreekbeurt over leeuwen. En dan wordt er heb ik begrepen ook nog paard gereden, getennist en heen en weer gereist. Ik vind het behoorlijk veel wat ze doet, het is eigenlijk ook geen wonder dat we haar niet zo vaak meer zien. Maar goed, vandaag hebben we haar zien optreden in een streetdanceuitvoering met een aantal leeftijdgenoten in 't Klooster.

Toen ik door C werd uitgenodigd associeerde ik streetdance even met het in mijn ogen kolderieke linedance. Maar dat was een foutje, streetdance is heel wat anders, veel vrijer en expressiever, het is een heel coole manier van dansen. De streetdancers dansen op rap-muziek in makkelijk zittende wijde kleren. Een goede manier om te leren heel bewust met je lichaam om te gaan, erg gezond ook lijkt me. Ik moest trouwens ook wel een beetje denken aan de musical West Side Story, toen ik ze zo bezig zag.



dinsdag, april 22, 2008

fluiten



Toen we vanmiddag binnen kwamen in de muziekschool, waren ze net begonnen. Jeanne en drie mede fluiters keurig in het gelid achter de standaards, en hun muzieklerares en begeleider achter de piano. We mochten deze keer de muzikale vorderingen op de dwarsfluit bijwonen van Jeanne en haar mede leerlingen. Alsof de tijd heeft stilgestaan! Ruim vijfentwintig jaar geleden stonden daar op dezelfde plaats een jongentje en meisje van ongeveer dezelfde leeftijd hevig hun best te doen. De één met een gitaar en de ander met een clarinet.



Eén voor één werden de dwarsfluiters door hun lerares in de gelegenheid gesteld, om hun eigen favoriete stuk onder haar pianobegeleiding te fluiten. Als dat dan was gebeurd floten ze het stuk nog een keer, maar dan met z'n vieren. Zo kregen we niet alleen een aardig beeld van hoever ze al op de dwarsfluit waren gevorderd, maar uiteraard ook van wat ze daar aan muzikale leerstof kregen voorgeschoteld.

Musicerende mensen en kinderen in het bijzonder, raken altijd de gevoelige snaar in mij. Wat dat is vind ik moeilijk verklaarbaar, maar op de één of andere manier ontroerd muziek mij praktisch altijd. Mogelijk ligt de verhaallijn en de melodie van wat er wordt gebracht aan deze geestesgesteldheid ten grondslag. Maar de oorzaak van de emotie kan evengoed worden gezocht bij de gevoelens die worden opgeroepen wanneer je mensen ziet, die stuk voor stuk zo hun stinkende best doen om samen iets moois ten gehore te brengen.

Het zou heel mooi zijn als Jeanne haar hele leven muziek blijft maken!

maandag, april 21, 2008

Kunst op Schokland



Elk jaar gaan we zeker wel een paar keer wandelen op het voormalige Zuiderzeeeiland Schokland. Een eiland dat sinds het droogvallen van de Noordoostpolder in 1942, "een eiland op het droge" is. Maar toen Schokland nog een echt eiland was, was het er doorgaans verre van droog. Het eiland stak zo weinig boven de zeespiegel uit, dat elke storm uit welke richting dan ook, zorgde voor een hoop ellende. In de 18e en 19e eeuw werd het leven op het eiland door landafslag uiteindelijk zo problematisch, dat het op last van Koning Willem III in 1859 werd ontruimd. Maar dat is een stukje geschiedenis, nu in onze tijd is het voormalig eiland zo bijzonder bevonden, dat het in 1995 door de UNESCO is aangewezen als Werelderfgoed.

Museum Schokland ligt op de Middelbuurt, één van de laatste drie woonterpen halverwege het eiland. In het museumkerkje zagen we de tentoonstelling 'Als de lente komt ....' een expositie van tulpenhoedjes van Anneke Langenberg. De hoedcreaties van haar genieten landelijke bekendheid volgens de informatie, aan prijzen op dat gebied heeft ze dan ook al het één en ander gewonnen. Maar ook buiten de hoedenwereld kreeg ze bekendheid, er werd in 2006 zelfs een nieuwe tulp naar haar vernoemd: de Anneke Langenberg tulp. En dat heuglijke feit heeft haar gebracht tot het ontwerpen van een serie hoeden genaamd 'Als de lente komt ....' Prachtig, ondanks dat ik niet veel met hoeden heb, leverde de expositie toch ook bij mij een bijdrage aan het ultieme voorjaarsgevoel.

Behalve de vaste tentoonstelling van diverse bronzen beelden op het erf, en de in vitrines getoonde archeologische vondsten uit de polder, zoals skeletten en beenderen van (pre)historische mensen en dieren, delen van oude schepen en gereedschappen, vistuig alsmede een boeiende en informatieve film over het eiland, was er ook een expositie te zien van een aantal schoolplaten van de bekende J.H. Isings (1884-1977). De historische platen van deze illustrator brengen, ook al zijn ze qua tekentechniek erg gedateerd, de geschiedenis van Nederland nog steeds tot leven.

Toen we het na een paar uurtjes wel weer hadden gezien en terug liepen naar de parkeerplaats, lagen de Lakenvelders in het weiland verderop nog steeds op dezelfde plek. Gezellig samen te herkauwen, net als de dichter bij gelegen geiten jong en oud.

verborgen topstukken



In 'Museum Jan van der Togt' in Amstelveen hebben we afgelopen zaterdag de tentoonstelling 'Verborgen topstukken uit het nalatenschap van Anton Heyboer' gezien.
De in 2005 overleden kunstenaar heeft aan het eind van zijn leven meer kunst gemaakt dan een mens voor mogelijk houdt. Veel daarvan ging meteen de container in, als oudedagsvoorziening voor zijn vijf bruiden Lotti, Maria, Joke, Marike en Petra Heyboer. Ik heb Anton op TV wel eens aan het werk gezien, het was alsof hij aan de lopende band stond. Met een besmuikt lachje bekende hij dat de meeste energie nog in het signeren van zijn tekeningen en schilderijen ging zitten.

Desalniettemin wordt hij gezien als één van de meest originele kunstenaars die Nederland heeft voortgebracht. En dat hij nog steeds goed verkoopt, hebben we zaterdag met eigen ogen kunnen aanschouwen. Behalve een behoorlijk aantal geïnteresseerden bij de balie, waren volgens mij de meeste tentoongestelde schilderijen en tekeningen van 'Vinkeveners', 'kippen' en 'bootjes op mospapier' voorzien van een rode stip d.w.z. verkocht.

Mij kan de kunst van Anton Heyboer niet meer boeien, ook al vind ik sommige etsen en tekeningen van zijn vroegere werk nogwel interessant en zelfs mooi. Maar de schaamteloze kitsch die hij met name de laatste decennia om den brode bij elkaar heeft gekwast, vind ik alles behalve interessant. Eigenlijk vind ik het helemaal niks meer, ondanks de oorspronkelijke filosofie die aan zijn werk ten grondslag heet te liggen.

In de Amsterdamse binnenstad hebben we vervolgens een kijkje genomen in het in de Prinsengracht gelegen woonbootmuseum. Het museum is gevestigd op de 'Hendrika Maria' een voormalig zeilend bedrijfsvaartuig gebouwd in 1914. Aan boord kregen we een aardig beeld van deze voor Amsterdam zo bekende woonvorm. Na nog een paar drankjes te hebben genuttigd in cafe "De Eland" tegenover het woonbootmuseum en een hapje bij "Casa Peru" hoek Leidsegracht-Prinsengracht was het weer mooi geweest. Een uurtje later zaten we thuis voor de buis naar Paul de Leeuw te kijken.

dinsdag, april 15, 2008

"Pesakerdal"



In het buurtschapje "Pesaken" op ongeveer 1,5 km buiten het centrum van Gulpen ligt "Pesakerdal", een groot vakantiehuis dicht bij kasteel "Neubourg". Vanaf vrijdagmiddag tot ongeveer zondagavond waren we daar het afgelopen weekend met z'n achten te gast. Het heuvelachtige landschap, mede gevormd door de sterk meanderende riviertjes Gulp en Geul, ervaar ik steevast als één van de mooiste wandelgebieden van Nederland. Zo ook deze keer weer, samen met zes oude vrienden uit Putten hebben we het hele weekend praktisch niets anders gedaan dan wandelen.

Kort na aankomst vrijdagmiddag zijn we gelijk al begonnen met een stevige wandeling van een paar uur in de omgeving van het huis. Het éénpansgerecht dat door C en M was klaargemaakt ging er vervolgens in als koek.
Een goede nachtrust en een stevig ontbijt lag zaterdag aan de basis van een rondje Gulp, een prachtige wandeling vanuit ons huis naar Slenaken v.v. naar schatting zo'n twintig kilometer. Mooi weer, gesmeerde broodjes en drinken mee voor onderweg, en een kopje koffie met een lekkere limburgse vlaai op een terrasje in Slenaken voor de terugweg. Eenmaal weer thuis was het natuurlijk tijd voor de borrel op ons eigen terrasje, en toen we ook dat weer hadden gehad stond de lange tafel al weer gedekt voor het avondeten, ook nu weer verzorgd door onze onvolprezen vrienden C en M.

Heerlijk om zo in de watten te worden gelegd, maar toch begonnen we ons een beetje ongemakkelijk te voelen bij deze verwennerij. Totaal niet nodig aldus C en M, zij hadden het huis georganiseerd en het eten ingeslagen, en nu vonden ze het ook leuk om het hele weekend voor ons te koken. Jullie mogen straks afwassen en de boel opruimen, dus geniet er nou maar van!

Na het eten zijn we naar het nabij gelegen kasteel "Neubourg" gewandeld, ook weer een wandeling van een kleine twee uur, het was tenminste al aardig schemerig toen we weer thuis waren. Kasteel "Neubourg" (de geschiedenis gaat terug tot 1289) behorend tot de top 100 van de Rijksmonumenten, wordt momenteel onder toezicht van de Rijksdienst voor Monumentenzorg (RDMZ) gerestaureerd. Het kasteel, opgetrokken in de Maaslandse Renaissancestijl, krijgt een herbestemming. Er komen kantoren, conferentiezalen, museum- en expositieruimtes in, en een kapel en een brasserie. Het wordt vast hardstikke mooi allemaal, maar het zal nog wel een tijdje duren eer het zover is.

Ook de zondag was weer ingeruimd voor een grotere wandeling, deze keer langs de Geul. Met de auto's reden we eerst naar Camerig, een plaatsje even voorbij Epen. Van daaruit ging de wandeling heuvelopwaarts richting Heimansgroeve, om vervolgens weer naar beneden af te zakken richting Cottessen. Bij Cottessen staken we de Geul over en wandelden aan de andere zijde stroomafwaarts weer richting Camerig. Ook dit was weer een prachtige wandeling, ook al zakte ik op een gegeven ogenblik in een drassig weiland tot ver over m'n beide enkels in de blubber, het mocht de pret niet drukken. Tegen een uur of half twee waren we weer terug op Pesakerdal, ons huis. Eventjes nog een wijntje op het terras, en toen werden we door C en M alweer uitgenodigd aan de lange tafel voor de warme maaltijd.

Rond vier uur zat het erop, C en M hadden afgesproken nog een nachtje te blijven, maar de rest ging huiswaarts. Het was mooi geweest, rond halfzeven waren we weer thuis in Harderwijk. Terug van een heel mooi, maar toch ook wel een beetje vermoeiend weekend, ik voelde mijn benen tenminste aardig.

woensdag, april 09, 2008

pianospel



Restaurant 'De Factorije', zo wordt de kantine van Landstede, een school in Zwolle waar je o.a. een opleiding voor kok of een ander horecaberoep kan volgen, kennelijk bij bepaalde gelegenheden genoemd. 'De Factorije' was gisteravond het toneel voor een piano optreden van Roos en Daan en nog vele andere pianoleerlingen. Tijdens het diner dat door de horecastudenten werd verzorgd, konden we genieten van een wel heel divers pianorecital dat ten gehore werd gebracht.

Van Daan: De klapdans, een volksmelodietje en het Hobbelpaardje van Ph. Keveren.



Van Roos: Koekie boogie en Apenstreken twee volksmelodietjes en een Groots avontuur van Ph. Keveren.



Het was een leuk avondje.

vrijdag, april 04, 2008

Ginkelse Heide



De Ginkelse Heide bij Ede was in 1944 het strijdtoneel tussen de 1e Britse Airborne Division en de Duitse bezetter. Per parachute kwamen ze uit de lucht vallen, voor velen het laatste wat ze in dit leven zouden meemaken. Op het monument ter nagedachtenis aan deze ellende staat een tekst uit de bijbel t.w. Jesaja 40:31

.... zij zullen opvaren met vleugelen gelijk de arenden ....

Ongetwijfeld zal met deze tekst voor de gelovigen onder ons worden bedoeld, dat ze na de misére op dit ondermaanse naar de hemel zullen opvaren, naar een plaats van ongelofelijke vreugde zonder aardse ellendigheden. Voor mij een onbegrijpelijke gedachtengang, maar ja van de visioenen van de hedendaagse zelfmoordterroristen begrijp ik ook niets.
Cynisme is nooit goed, zeker hier niet want ze kwamen voor een goede zaak, maar hangend aan een lapje stof werden velen reeds in de lucht al afgeschoten. Met z'n honderden, nee duizenden moet ik zeggen, liggen de gesneuvelden sindsdien op een erebegraafplaats een eindje verderop tegen de onderkant van de graszoden te kijken. Ja, ja 'Opvaren met vleugelen gelijk de arenden' laat me niet lachen, volgens mij was de profeet Jesaja een junk, een hele stevige lsd gebruiker.

De heide lag er gisteren mooi bij, al viel er wel veel gras te bespeuren. Maar daar hebben ze het Veluws Heideschaap voor uitgevonden. De herder hoedt zijn kudde op de grote Ginkelse Heide zou je denken, maar ik heb geen herder gezien. Wel een hondje, die zo te zien in z'n eentje de hele kudde in toom wist te houden, dat is nog eens knap van zo'n hondje. Het lijkt mij toch wel vette pech, als je als schaap op deze wereld gezet bent. Wat een ellende, de hele dag zo'n rothond achter je aan, je hebt niets in te brengen, je kan geeneens grazen waar je wil. Maar ja, het is natuurlijk wel mooi voor de mensen, zo'n keurige schaapskudde.

Op de terugweg dronken we bij café restaurant Uddelermeer een kopje thee. Een trotse pauwenhaan liet al pirouetjes draaiend z'n verenpracht zien. Maar hij kon draaien en pronken wat hij wilde, een pauwenhen viel nergens te bespeuren, want daar schijnen ze het voor te doen. Hij was en bleef een eenzaam figuur met z'n mooie veertjes. Maar ja, ook dit was natuurlijk wel weer mooi voor de mensen om te zien. Vanachter het glas had onze draaikont behoorlijk wat bekijks.

woensdag, april 02, 2008

Zomerhitte



Beauty is a shell - Schoonheid is een schelp
from the sea - uit de zee
where she rules triumphant - waar ze regeert en zegeviert
till love has had its way with her - tot de liefde het met haar heeft gehad


William Carlos Williams

Met deze woorden van de Amerikaanse dichter draagt Jan Wolkers 'Zomerhitte', het door hem in 2005 geschreven boekenweekgeschenk, op aan zijn vrouw Karina. Met de afbeelding op de omslag, een pronte naaktfoto van haar op het strand, wil Jan Wolkers op zijn manier volgens mij de strekking van dit gedicht kracht bijzetten. Dat Karina op deze afbeelding niet uit de zee komt, maar juist naar de zee toeloopt, zegt volgens mij dat hij het nog lang niet met de liefde heeft gehad.
Toen ik het boekje zag en las, associeerde ik het sterk met een gevoel dat ik had, toen ik Turks Fruit had gelezen in 1973. Een onbeschrijfelijk maar heerlijk gevoel van liefde, levenslust, vrijheid en toekomstverwachting. Het flinterdunne misdaadelement dat in 'Zomerhitte' zit, deed er eigenlijk nauwelijks toe, het was bijzaak. Nogmaals, de associatie met het gevoel uit de tijd van Turks Fruit was vrij prominent aanwezig toen ik Zomerhitte las.

De film 'Zomerhitte' viel mij niet echt tegen, ik heb mij wel vermaakt. Maar iets van het hiervoor omschreven gevoel heb ik er niet bij gehad. Ik vond het eigenlijk meer een lachfilm, en hoe langer de film duurde, hoe meer alles op mijn lachspieren ging werken. De dialogen vond ik vaak belachelijk en overbodig, en naar mate de film vorderde begon ik ook steeds meer kromme details te zien. Maar zoals gezegd, ik heb mij desalniettemin wel vermaakt. Toch weet ik nu al, dat er van de film niet veel zal blijven hangen, ik zal hem snel vergeten zijn.

vrijdag, maart 28, 2008

De Grote Liefde



Behalve dat ze voor de kost de hele dag alleen maar boeken, gedichten of columns zitten te schrijven, trekt het trio Ronald Giphart (1965), Bart Chabot (1954) en Martin Bril (1959) dit seizoen ook langs de Nederlandse theaters met hun literaire voorstelling 'De Grote Liefde'.

Gisteravond hebben we ze meegemaakt in theater Orpheus in Apeldoorn. Het motto 'De Grote Liefde' loopt als een rode draad door de voorstelling heen. Ook al droegen ze individueel om en om soms stukjes uit eigen werk voor, het geheel bleef vond ik een hilarisch bij tijd en wijle aangrijpend verhaal. Allerlei onderwerpen werden bij de kop gepakt, auto's, kinderen, literatuur, muziek, roem, ijdelheid, verlies, sport en dood. Maar bovenal was de liefde voor alles onderwerp van gesprek, en dan in het bijzonder de liefde voor vrouwen.

Ook zaten er enkele interactieve elementen in de voorstelling en werd het publiek soms gevraagd om een mening te geven over dit of dat. Zoals gezegd, individueel putten de auteurs kennelijk uit eigen werk, voorkeuren of obsessies, maar uiteindelijk was het één verhaal van drie mannetjes die antwoord probeerden te geven op de vraag wat 'De Grote Liefde' eigenlijk inhoud.



Ik had aan het begin van de avond eigenlijk geen idee wat ik mij moest voorstellen bij deze theatervorm. Maar nu weet ik dat wel, een avondje literair theater met Giphart, Chabot en Bril is ernst en humor. Geestig en amusant, vooral als die in mijn ogen maffe maar superieure performer Chabot op het podium stond, lagen we dubbel van het lachen.

vrijdag, maart 21, 2008

De Gouden Hoorn



De vlucht duurde amper drie uur en twintig minuten, maar ik was blij dat ik er was. Drie uur en twintig minuten in een vliegtuig dat voor minstens de helft vol zat met jengelende en brullende kinderen. Vreemd eigenlijk voor een gewone lijnvlucht, alsof we in een kindercreche verzeild waren geraakt, ik had zoiets nog niet eerder meegemaakt. Zou er op de plaats van bestemming, zo te zien hun thuisland, soms iets bijzonders aan de hand zijn? Hier en daar werd een luier verschoond, of werd een iets groter kind eens even flink door een wanhopige moeder vastgepakt, met doorgaans een averechts effect. Ook de stewardessen gingen zich er mee bemoeien, en kwamen met spelletjes, kleurpotloden, papier en mooie praatjes opdraven, maar niets hielp.
Wat een ellende, dat was nou nog eens met recht een 'Heerenleed' te noemen! Maar toen we eindelijk over het beton van Atatûrk, de luchthaven van Istanbul raasden, en we kort daarna per taxi opweg waren naar hotel Salman, ons hotel aan de Laleli Cad in de oude binnenstad, was het leed snel vergeten.

Door de Gouden Hoorn, de natuurlijke haven van Istanbul, wordt het Europese gedeelte van de stad in tweeen gesplitst, met ten westen in het stadsdeel Eminonu de oudste binnenstadswijk Sultanahmet en ten oosten de middeleeuwse handelswijk Galata. Beide stadsdelen zijn met elkaar verbonden door de Galatabrug. De beroemde brug, door Geert Mak vorig jaar nog zo boeiend beschreven in het boekenweekgeschenk. Deze brug en de Galatatoren aan de overkant, was het doel van onze eerste wandeling in deze stad. Het uitzicht vanaf de Galatatoren op het stadsdeel Eminonu aan de overkant van het water was magnifiek, de ondergaande zon zette alles in een gouden gloed. Zou de naam van het schiereiland daar misschien mede aan te danken zijn? Tijdens de wandeling terug, hebben we in een theehuis een uurtje waterpijp zitten roken. Een vredig schouwspel, heel bijzonder, een grote ruimte met allemaal kleedjes op de vloer waarop groepjes mensen theedrinkend en waterpijp rokend zaten te kletsen. Onderweg naar ons hotel hebben we in één van de vele eethuisjes nog een bescheiden hapje genomen, en toen was het mooi geweest voor deze eerste vermoeiende reisdag. Lekker slapen, want voor morgen stond ons een druk programma te wachten in deze geweldige metropool.

Istanbul heeft volgens de officiele telling 9 miljoen inwoners, maar volgens niet officiele bronnen zijn het er wel 20 miljoen. De waarheid zal mogelijk in het midden liggen. Istanbul, het vroegere Constantinopel en daarvoor weer Byzantium geheten, ligt op dezelfde breedtegraad als Napels, Madrid, New York en Beijing. Er valt in deze stad ontzettend veel te ontdekken en te beleven, we hebben er de benen uit ons gat gelopen. Van de Blauwe Moskee naar de Aya Sofya, van de Grote Bazaar naar het Topkapi paleis, het Dolmabahçepaleis waar Attaturk stierf langs de oever van de Bosporus, de prachtige Sùleymansmoskee. De indrukwekkend mooie gewelven ondersteund door meer dan 300 zuilen van het ondergrondse waterreservoir uit de zesde eeuw. Onze massage en wasbeurt in het driehonderd jaar oude Cagaloglu Hamam, één van de mooiste badhuizen van Turkije vlakbij de Aya Sofia. Een boottocht over de Bosporus, en een autorit langs de Bosporus richting Zwarte Zee in een oude Desoto uit 1948. Een drankje en een show met buikdanseressen, waarbij we tijdens de afrekening met de grootst mogelijke moeite hebben kunnen voorkomen, dat ons een wel hele grote poot werd uitgedraaid. De heerlijke wandelingen door deze stad met zijn prachtige parken en indrukwekkende stadsmuren, en het onverwacht getuige zijn van een huwelijksinzegening in een Armeense kerk.

En zo kan ik nog wel een poosje doorgaan, de vijf dagen in deze gigantische metropool zijn voorbij gevlogen. En behalve de vele culturele bezienswaardigheden die we in deze stad hebben gezien, was de stad met de vele kleine eethuisjes ook culinair gezien een ontdekking. Het is zeker een stad om op terug te komen.

maandag, maart 17, 2008

museumdefundatie



Een wandeling in de regen is soms wel lekker, maar nu hadden we daar toch even geen zin in. Een bezoek aan het fraaie neoclassisistische Paleis a/d Blijmarkt in Zwolle, waarin sinds 2005 het kunstmuseum 'De Fundatie' is gevestigd, trok ons gisteren meer.
Het Paleis a/d Blijmarkt, dat naar een ontwerp van de Haagse architect Eduard Louis de Coninck tussen 1838 en 1841 is gebouwd, deed aanvankelijk dienst als Paleis van Justitie, en weer later bood het ondermeer onderdak aan de Provinciale Planologische Dienst. Maar nu is het in 2004/2005 naar een ontwerp van architect Gunnar Daan dus verbouwd tot kunstmuseum.

In het 'Paleis a/d Blijmarkt' in Zwolle, dat samen met 'Kasteel Het Nijenhuis' in Heino/Wijhe, museum 'De Fundatie' vormt, wordt de benedenverdieping in beslag genomen door een omvangrijke eigen collectie beeldende kunst van de late middeleeuwen tot nu. Op de bovenverdieping zijn regelmatig wisselende exposities te zien. Deze keer is er tot aan 1 juni van dit jaar de tentoonstelling Jeroen Krabbé - Schilder, een retrospectieve te zien, en daar ging het ons deze keer om.

Krabbé heeft even behoorlijk uitgepakt, er zijn zeker meer dan 200 schilderijen van hem te zien op de bovenverdieping. De meeste schilderijen in vrolijke en warme tinten geschilderd, roepen stilistisch gezien sterke associaties op met werk van Vincent van Gogh of Paul Cézanne. Maar je kan en mag het werk van Krabbé natuurlijk niet vergelijken met deze avantgardisten van weleer. Zij zorgden destijds voor een ware revolutie in de schilderkunst. Jeroen Krabbé is er volgens eigen zeggen niet op uit om veranderingen of verbeteringen in de schilderkunst te beogen. Hij is gewoon gek op schilderen en beleefd daar veel plezier aan. Hij heeft geen enkele andere bedoeling, dan dat te laten zien. Vreugde, pure vreugde, niets meer en niets minder. Gewoon in een luie stoel zitten kijken naar zijn schilderijen en je een eigen mening vormen.

In deze uitleg kan ik mij wel vinden. Je kan er inderdaad onbevangen naar kijken en je fantasie de vrije loop laten. Het is pretentieloze en vrij makkelijk te begrijpen kunst die iedereen op zijn eigen wijze kan en mag interpreteren of ervaren. Of ik er heel lang naar kan kijken, weet ik nog niet goed. Daarvoor heb ik gisteren eigenlijk te weinig kunnen zien. Het was zo druk daar in dat museum, dat we elkaar constant voor de voeten liepen, het was geen doen. We komen nog wel een keertje terug op een gewone doordeweekse dag, dan zal het vast wat rustiger zijn.
Zodoende liepen we ongeveer drie kwartier later in Kasteel 'Het Nijenhuis' rond, een heel wat rustiger omgeving. In dit museum hebben we twee tentoonstellingen van schilderijen, aquarellen en tekeningen bekeken t.w. een expositie van Otto B. de Kat (1907-1994) en een expositie van de in Kampen woonachtige kunstenaar Jos Hermans (1955).

Otto B. de Kat
Het late werk - Schilderijen en aquarellen 1978-1994 heette de expositie van deze schilder. De opmerkelijk late stijlverschuiving van deze schilder t.o.v. zijn vroegere werk werd ingeleid door een ernstige ziekte. Hij was daardoor aangewezen op zijn directe omgeving, terwijl hij ook nogeens voor het eerst van zijn leven alles met zijn linkerhand moest doen. Hij ging zijn omgeving vanaf dat moment intenser beleven. Stonden eerst vooral decoratieve kwaliteiten voorop, nu zocht de Kat meer naar een mogelijkheid om zowel het waargenomen beeld als de emotionele belevenis tot uitdrukking te brengen. En dat heeft hij op een zeer overtuigende manier op het doek weten vast te leggen, krachtig maar tegelijkertijd breekbaar en ontroerend.

Jos Hermans
Jos zegt van zich zelf, dat hij een lijnentrekker is met houtskool. Dat is wat hij kan, zegt hij in de expositie die hij 'Weerbarstige eenvoud' noemt! Zijn tekeningen zijn het resultaat van een proces van afwijzing. De keuze om alles wat niet goed genoeg is of niet terzake doet resoluut af te wijzen, levert een intieme sterke ontmoeting met het beeld op. Het doet vragen rijzen die van levensbeschouwelijke aard zijn. Toen hij er achter gekomen was, dat hij een lijn kon trekken, vroeg hij zich af wat hij zou maken. Lijnentrekken dus, de vraag was daarmee beantwoord. Stuffen, uitwissen en vernietigen zijn voor hem ontkennende handelingen die volgen op het maken. De kneedgum is voor hem gelijkwaardig aan de houtskool. Het zal allemaal wel, maar in zijn handen mag hij voormij de kneedgum ver boven de houtskool verheffen. Zelden heb ik in een museum zo'n hoop brandhout bij elkaar zien hangen.

donderdag, maart 13, 2008

Lysefjord



Van Haugesund via de Boknafjorden, laverend tussen de scheren, zeilden we richting Stavanger. Ons doel was het Lysefjord, een diep, smal en lang fjord, beginnend nabij het plaatsje Forsand aan bakboord even voorbij Stavanger. De ingang van het fjord is door de opvallende Lysefjordbrug (1997) makkelijk te vinden. Ik blijf het vanaf het water moeilijk vinden om de doorvaarthoogte goed in te schatten, ondanks dat de hoogte gegevens van brug en mast bij je bekend zijn. Altijd weer denk je, zou het wel kloppen allemaal. Maar kloppen deed het natuurlijk ook deze keer weer, met onze masthoogte van ruim 16 meter konden we bijna wel twee keer onder de 446 meter lange brug door. En toen zaten we in het Lysefjord, van hier tot aan het eind bij Lysebotn ca. 23 nm lang, 500 meter diep en steil oprijzende rotswanden van soms meer dan 1000 meter hoog. Tientallen watervallen honderden meters hoog, bezienswaardigheden als de Preikestolen, een hoge platte rots op ruim 600 meter boven de waterspiegel, of de Kjeragbolten, een grote steen van ca. 5m3 op ruim 1000 meter boven de fjord tussen de steile rotsen ingeklemd.

Het is al avond als we de fjord invaren, echt donker wordt het hier op bijna 60 graden noorderbreedte niet in de zomermaanden. Maar het weinige daglicht dat hier doordringt, doet in de naar verhouding tot de hoge wanden soms erg smalle Lysefjord, wel heel mysterieus aan. Een gevoel dat door de stilte om ons heen ook nog eens wordt versterkt. Heel bijzonder, en dan ook nogeens te bedenken dat die hoge rotswanden onder water gewoon doorgaan tot 500 meter onder ons bootje. Wat zou er in die inktzwarte duisternis onder ons niet allemaal rondzwemmen? In de buurt van de beroemde Preikestolen vinden we een plekje voor de nacht. Heel voorzichtig meren we af aan een bijna vergaan steigertje. Op het gevaar af dat we door de rotte steiger in het water belanden, kunnen we met veel kunst en vliegwerk nog aan land komen. Een piepklein stukje vlakke oever tussen al die steile wanden om ons heen, waarop tussen het hoge onkruid een vervallen blokhut staat. Zo te zien is hier al in tijden niemand meer geweest, het is hier echt doodstil zelfs geen zuchtje wind, rimpelloos ligt de fjord erbij. We sprokkelen wat brandhout bij elkaar en maken een vuurtje, pilsje erbij en daar zaten we dan. Toen het vuur gedoofd was en we onze kooi opzochten, was het ver na middernacht en werd de rotswand hoog boven onze hoofden reeds door de opkomende zon in een gouden gloed gezet.

maandag, maart 10, 2008

cinescope



De film 'Das leben der anderen' is het in 2006 uitgekomen speelfilmdebuut van de jonge scenarioschrijver en regisseur, Florian Henckel von Donnersmarck (Keulen, 1973). Hij viel met de film gelijk in de prijzen, naast de belangrijkste Duitse filmprijzen won hij de European Film Award voor Beste Europese Film en de Oscar voor Beste Niet-Engelstalige film. Volkomen terecht lijkt mij, wat een film!

De film speelt zich af in 1984 in het voormalig Oost-Berlijn. Het psychologische drama toont een meedogenloos regiem in een stad waarin eigenlijk niemand meer te vertrouwen is. Het is zo erg dat het lijkt of de ene helft van de burgers door de andere helft (de Stasi) wordt gecontroleerd. De Stasi, ofwel de binnenlandse inlichtingen- en veiligheidsdienst bespioneerde de burgers en hield ze zo onder druk en in het gareel.

Hauptmann Gerd Wiesler (Ulrich Mûhe) was zo'n Stasi-spion. Eigenlijk draait de film om deze man. Hij begint tijdens zijn werk ernstig te twijfelen over zin en noodzaak, wanneer hij de schrijver Georg Dreyman (Sebastian Koch) aan het bespioneren is. Waarom moet het leven van de schrijver eigenlijk kapot gemaakt worden? Hij begint plotseling te beseffen, dat hij een radertje is in een immoreel systeem, waarin corrupte autoriteiten het staatsapparaat gebruiken voor eigen belangen. Volkomen gedesillusioneerd verandert Wiesler van spion in een geheime beschermer. Een karakterontwikkeling die door hem in de film fenomenaal wordt geacteerd.

De strekking van de film is, dat je zelfs in een poel van verderf nog een goed mens kan zijn. Je komt dan ook, ondanks het feit dat je ruim twee uur en een kwartier getuige bent geweest van de invloed, die een meedogenloos en verderfelijk systeem op haar burgers kan uitoefenen, niet echt gedeprimeerd uit de bioscoop. Das leben der anderen gaat uiteindelijk over een mens die het opneemt tegen het kwaad. Maar we waren er wel een poosje stil van!

zaterdag, maart 08, 2008

schilderkunst & muziektheater



'Vergeet Vandaag' morgen nieuwe voorstelling, de nieuwe campagne van het Nederlands Dans Theater is persoonlijk en ingetogen, een campagne die volgens hun van maatschappij naar mens gaat. De essentie van de campagne is dat het Nederlands Dans Theater wordt gepositioneerd als tegenpool voor de oppervlakkige persoonlijke wereld van alledag. Een wereld van schoonheid, creativiteit en bezieling die naar het publiek overslaat.

Vandaag is nacht als dag begint
Vandaag is werken voor je op kantoor bent
Vandaag is een broodje na de lunch
Vandaag is feiten en jij erachter aan.

De nieuwe reclameslogan 'Vergeet Vandaag' meestal in combinatie met een stukje alledaags proza, was me de laatste maanden al vaak opgevallen in krant en op radio en tv tijdens commercials. Stap uit je dagelijkse sleur. Vergeet wat je aan het doen bent of nog moet, vergeet de rest, laat de boel de boel. Maar vergeet ook vandaag in de zin van het loslaten van wat je (al) weet. Het Nederlands Dans Theater is al een stap verder, ze staat al in morgen en presenteert de toekomst van de hedendaagse dans. Dus Vergeet Vandaag en laat je inspireren door het Nederlands Dans Theater.

Maar voor het gisteren in Amsterdam zover was, hebben we eerst 'Het Rembrandthuis' bezocht in de Jodenbreestraat. Een prachtige tentoonstelling van uiterst gedetailleerde tekeningen van insecten, reptielen en planten in verschillende stadia van kunstenares en wetenschapper Maria Sibylla Merian (1647-1717). Ze was de meest invloedrijke natuurhistorische tekenaar van haar tijd. Op 53-jarige leeftijd ondernam ze nog een avontuurlijke en ongewone reis naar het verre Suriname, omdaar het leven in het tropisch regenwoud te bestuderen en te illustreren. Doodziek, maar met honderden tekeningen, keerde zij twee jaar later in Amsterdam terug. En nu ruim 300 jaar later lopen wij hier in het Rembrandthuis rond, en kijken wij met respect en bewondering naar deze prachtige tekeningen en aquarellen. Het zijn in mijn ogen stuk voor stuk meesterwerken.

Na een kopje thee te hebben genuttigd in het tegenover het Rembrandthuis gelegen cafeetje "de Sluiswacht" anno 1695, zijn we via het Muziektheater richting Rembrandtplein gewandeld. We hadden voor de avondvoorstelling van het Nederlands Dans Theater in het Muziektheater niets besproken, maar tot onze verrassing hadden ze nog kaartjes. Onze avond kon niet meer stuk, dus zaten we even later met een aperitief en een goed gevoel op het Rembrandtplein in de serre van Grand Cafe Lopera naar de mensen te kijken. Nadat we de inwendige mens in het Thaise eethuis 'Krua Thai Classic' (Tom Yam) aan de Staalstraat hadden versterkt, waren we rond half acht terug in het Muziektheater voor de inleiding van 'Vanishing Twin' en 'Fluke', de twee choreografien die we zouden gaan zien en beleven.

'Vanishing Twin'

De door zes dansers (drie paren) uitgevoerde dans 'Vanishing Twin' van Jiri Kylian, de vaste huischoreograaf van het Nederlands Dans Theater, gaat over verschijnen en verdwijnen, over leven en dood. Kylian is bij deze choreografie geïnspireerd door een medisch verschijnsel van een tweelingfoetus waarvan de helft nog voor de geboorte volledig verdwijnt. Het decor dat de baarmoeder moet voorstellen, doet met duizenden krioelende balletjes op de achterwand bedwelmend aan. De dansers lijken soms letterlijk in deze wand te verdwijnen, als de balletjes ook over hun lichaam rollen als ze tegen de wand geplakt staan. De elektronische muziek, een astronomisch aandoende geluidscompositie van Dirk Haubrich, verbeeldend de geluiden die in de baarmoeder worden gehoord, is een suggestieve factor van belang in deze voorstelling. Ik heb van het stuk, dat ongeveer een half uur duurde, vanaf begin tot einde ademloos zitten genieten. En ik niet alleen, staande ovatie na afloop.



'Fluke'

'Fluke' een vijf jaar oude choreografie van de Zweedse choreograaf Mats Ek, was weer van een heel andere orde en ook prachtig. Het is een stuk met vijf vrouwelijke en zeven mannelijke dansers, begeleid door fascinerende en levenslustige live muziek vanuit de orkestbak van het Fläskkvartetten, bestaande uit 3 strijkers en een ritmesectie. Het decor waarin de dansers zich bewegen stelt een geabstraheerde woonomgeving voor in zwart, wit en grijstinten, een plek met twee grote kubussen, een grote tafel en een minihuisje. 'Fluke' is een groepsdans vol met verrassingen en komisch aandoende taferelen, heel dynamisch ook. De dansers stellen zich voortdurend op in geordende rijen en verbreken deze formatie daarna weer snel met een aantal grote sprongen. Dan stappen ze weer vliegensvlug rond met opgetrokken knieen, of raken bekneld tussen de enorme kubussen, om zich daarna weer in een explosie van bewegingen te bevrijden.
Opvallend en irritant aanwezig bij dit alles is de donkere figuur in een regenjas die alsmaar onheilspellend rondbanjerd tussen het levensluchtige gezelschap. Ik weet eigenlijk niet of deze zonderling staat voor het geweten of voor het verval van het leven.



De beeldkwaliteit van beide filmpjes is lang niet perfect, ik heb ze met een zeer eenvoudig cameraatje gemaakt, maar ze geven desalniettemin een goede sfeerindruk van de avond in het Muziektheater.

zondag, maart 02, 2008

Vol Luid



"Vol Luid" het kleinkoor uit Putten, 10 jaar geleden opgericht door mijn schoonzus, trad gisteravond op in de Catharinakapel in Harderwijk. De belangstelling was groot, de sfeervolle ruimte met een capaciteit van max. 120 zitplaatsen was tot en met de laatste plaats bezet. Ada van de Zandschulp, de nieuwe dirigent sinds een jaar, heeft naar mijn oordeel het koor in korte tijd tot een verfrissend en dynamisch geheel weten te vormen. Met een koor dat voornamelijk à capella zingt, is dat gezien de verscheidenheid aan zangkwaliteit van de leden in combinatie met een uitgebreid repertoire, een prestatie die respect afdwingt.

Het was een stevig programma zaterdagavond, 17 liederen voor de pauze met tussendoor een intermezzo van het trio Eric Hamwijk, een Blues/Cajunformatie (basgitaar, gitaar, mondharmonica en zang). Na de pauze 15 liederen inclusief toegiften met ook weer een tussendoortje van het trio Hamwijk. Het motto van alle liederen die werden gezongen was het thema 'Liefde'. Het concert begon met het lied "Als ick u vinde" van Hubert Waelrant, al zingend kwam het koor onder applaus het podium op. En met de daarop volgende liederen "Verstohlen geht der Mond auf" en "Erlaube mir" van Johannes Brahms was de toon voor de avond gezet, ondanks de kwalitatief niet al te goed uit de verf komende tenor in de solistenpartij.
Enigszins storend vond ik de tekst en uitleg tussendoor van één van de koorleden bij elk lied. Ik denk dat een uitleg per blokje van 3, 4 of zelfs 5 liederen stijlvoller en zeker rustiger is. Het gedeelte voor de pauze werd afgesloten met het ontroerend mooi gezongen lied "The Lindentree" van Franz Schubert.

Ook na de pauze werd er weer prachtig gezongen. Met liederen als "Sah ein Knab ein Roslein Steh'n" van Johann van Goethe, "In this Heart" van Sinead O'Connor en "All around my Hat" van een anonieme componist, kon ik soms maar moeilijk mijn emoties de baas blijven.

Voor mijn gevoel heeft "Vol Luid" zaterdagavond in de Catharinakapel een mooi, warm en sfeervol optreden gegeven. Het naar mijn smaak iets te volle programma deed daar nauwelijks of geen afbreuk aan. Bovendien vind ik, dat het iets-te-lang-duren-gevoel door bijzaken werd veroorzaakt, en niet of nauwelijks door het geboden repertoire of de zangkwaliteit van het koor. Zoals reeds gezegd, tekst, uitleg en applaus bij elk lied vond ik een beetje veel van het goede. Maar de tussendoortjes van het trio Eric Hamwijk vond ik in dit verband een echte dissonant van formaat.

vrijdag, februari 29, 2008

Elburg



Elburg, een stadje waarin ik in de midden jaren vijftig een paar jaar op school heb gezeten. Een stadje waar ik met vriendjes vaak in de toen nog vrij levendige vissershaven rondhing, of waar we ons overgaven aan het spel dat we stadskrijgertje noemden. Maar ook een stadje dat ik anders heb leren kennen, omdat het voor mij in de begin jaren zeventig eventjes onderdeel is geweest van een stedenbouwkundig studieproject op de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. De met rechte straten en stegen doorsneden rechthoekige vorm van het stadje met zijden van 370 x 240 meter, was bijzonder in de tijd van de middeleeuwen. Het stadje is in opdracht van de hertog van Gelre, onder leiding van Arent thoe Boecop gebouwd in een periode van vier jaar tussen 1392 en 1396. Een opmerkelijke prestatie, maar interessant was ook de vergelijking met veel grotere steden als bijvoorbeeld Barcelona en New York, waar je stedebouwkundig vergelijkbare structuren aantrof.

Tijdens onze stadswandeling gisteren, was ik met al deze feiten niet meer zo bezig, al kwamen de herinneringen natuurlijk nog wel even boven drijven. Wandelend over de groene wallen van Elburg, bezorgde het zachte weer en de drukte onder de vogels ons geloof ik allemaal een prettig voorjaarsgevoel. Zelfs een blik door het hek van de indrukwekkende ommuurde Joodse begraafplaats in de oostelijke hoek van de stadswallen, kon aan dit gevoel geen afbreuk doen. Thijs vond de jaartallen op de grafstenen erg hoog, volgens hem leefden we nu pas in 2008, terwijl hij op een oude steen las, geboren 5646, overleden 5724. Toen ik hem vertelde dat de joden de jaren al vanaf de schepping tellen, een gebeurtenis die volgens hun 3760 jaar vóór het begin van onze jaartelling heeft plaats gevonden, was zijn nieuwsgierigheid pas echt gewekt.

De kruising Vispoort-Jufferenstraat met de Beekstraat verdeeld de oude stad in vier kwadranten, genoemde straten zijn eigenlijk de hoofdaders van Elburg. Haaks op deze hoofdaders sluiten de zijstraten en -stegen aan met namen als de Ellestraat, Rozemarijnsteeg, Smeesteeg, Bloemsteeg, Schapesteeg, Ledige Stede, Zuiderkerkstraat, Bloemstraat en de van Kinsbergstraat. Voorts zijn er nog enkele verbindingssteegjes tussen genoemde zijstraten en -stegen met de namen Brouwersteeg, Gasthuissteeg, Krommesteeg, Kapelsteeg en de Graaf Hendriksteeg.

Niet alleen de namen van de straten en stegen zeggen iets over hoe de stad vroeger was georganiseerd, ook de figuren van zwarte en witte steentjes in de trottoirs zijn symbolen uit vroegere tijden. En dan zijn er natuurlijk niet in de laatste plaats de fraai geornamenteerde gevels, die stuk voor stuk getuigen van de in alle opzichten rijke geschiedenis van dit stadje.

Door het toerisme gaat het ook in onze tijd meer dan goed met Elburg, maar daar hadden we gisteren gelukkig nog weinig hinder van.

zondag, februari 24, 2008

Freud en Picasso



We moesten ons aansluiten bij een lange rij wachtenden voor ons, maar geleidelijk aan schoven we richting kassa. Het was zaterdagmiddag in het Haagse gemeentemuseum druk, een beetje te druk vond ik. Een tentoonstelling van de duits/britse schilder Lucian Freud (1922) enerzijds, en de spaanse kunstenaar Pablo Picasso (1881-1973) anderszijds, waren volgens mij wel de grootste publiekstrekkers.

Lucian Freud
De 85-jarige schilder, geboren in Berlijn als kleinzoon van de beroemde opa en psychoanalist Sigmund Freud, woont al sinds 1933 in Engeland, waarnaar het gezin Freud, van Joods-Oostenrijkse origine, vanwege de nazi's was uitgeweken. In 1939 heeft hij daar ook de Britse nationaliteit gekregen.

"Likdoorns in olieverf" zo heette het artikel van Rutger Pontzen in de kunstbijlage van de Volkskrant j.l. 21 februari, voor ons aanleiding om maar eens richting Den Haag te gaan. Volgens Rutger Pontzen wordt Lucian Freud al zo lang geprezen dat het moeilijk is onbevangen naar zijn werk te kijken. Wie dat probeert, ziet een schilder die zich niet waagt aan zaken buiten verf en naakt. De schilder behoort inmiddels tot het culturele erfgoed van de Britse kunst. Een icoon en wereldberoemd door zijn 'indringende en niets verhullende hedendaagse portretkunst en naaktstudies'. Een selectie van ruim tachtig schilderijen, tekeningen en etsen is momenteel, als een dwarsdoorsnede uit zijn hele oeuvre, in het Haagse museum te zien.

En inderdaad, het beeld dat kennelijk zijn handelsmerk is geworden, komt in Den Haag duidelijk uit de verf. Modellen met hangtieten, eeltvoeten, gezwollen knieën, dubbele kinnen, blauwe aders, gekloofde tepels, wratten, tranende ogen en likdoorns. Schilderijen in olieverf die als röntgenfoto's onvolkomenheden laten zien, die niemand wenst te erkennen. Wat streeft Freud met zijn werk eigenlijk na, is het de pure en dus naakte mens, is het een ethische benadering, namelijk dat alle mensen gelijk zijn, ondanks hun verschillen, of is het de blote en weerloze mens? Volgens een artikel in de New York Times, is Freud in iedergeval de grootste en de nog enig levende neorealistische kunstenaar in onze tijd. Zijn werk dat bestaat uit een grote hoeveelheid portretten en naaktfiguren is pure objectiviteit, en zeer imposant door de vaak agressief realistische uitstraling.

Pablo Picasso
Het werk van Pablo Picasso is van een heel andere orde. Veranderde de stijl van Lucian Freud tot nu toe niet veel in zijn leven, Picasso deed haast niet anders. De onvermoeibare experimenteerdrift komt in de tentoonstelling in het Haagse museum duidelijk uit de verf. Ze bestaat uit vele schilderijen, maar ook beelden, tekeningen, prenten en keramische voorwerpen uit zijn gehele carrière. Als iemand de titel 'kunstenaar van de twintigste eeuw' verdient, zo las ik ergens, dan is dat Pablo Picasso wel.

Het werk van Picasso is in verschillende perioden in te delen t.w. de Blauwe-, Roze-, Kubistische-, Klassieke-, Surrealistische- en Abstracte periode. Picasso, samen met Georges Braque de grondlegger van het Kubisme, heeft tot aan z'n dood in 1973 gewerkt als een bezetene. Zijn creativiteit had aan het eind van z'n leven nog niets aan kwaliteit ingeboet. De vele kleine en intieme pastels en viltstifttekeningen uit die periode zijn hiervan getuige. Maar ook maakte hij nog in 1969, toen hij al ruim 88 jaar was, grote composities in olieverf zoals 'Liggend naakt met vogel' of 'Musketier en Amor'.

Het olieverfschilderij 'Guernica' is één van de bekendste werken van Picasso, zoniet hét bekendste werk. Het gigantische schilderij van 3,49 meter hoog en 7,76 meter breed, hangt in Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofia in Madrid.
Het stelt de weergave voor van het fascistische bombardement tijdens de Spaanse Burgeroorlog op de Spaans-Baskische stad Guernica op 26 april 1937. Om de weerstand van de republikeinen te breken werd het bombardement, onder bevel van Francisco Franco, uitgevoerd door Duitse en Italiaanse bommenwerpers. Dit eerste terreur bombardement in de Europese geschiedenis dat met vliegtuigen werd uitgevoerd, heeft veel mensen het leven gekost, en Guernica grotendeels met de grond gelijk gemaakt.

Met het schilderij heeft Pablo Picasso de chaos en de paniek die ontstond tijdens dit vreselijke bombardement vooral willen laten voelen. Er is op het schilderij veel tegelijk te zien, de stad tijdens het bombardement, vuur en vlammen, een moeder huilt om haar dode kind, iemand valt van een brandend dak, een paard stormt in paniek een huis binnen en nog veel meer. Het schilderij is in lijnen en vlakken opgebouwd in zwart, wit en grijstinten om zo de oorlog uit te drukken. Het is bewust niet realistisch geschilderd, nogmaals, Picasso wilde vooral het gevoel tijdens het bombardement overbrengen, en niet zoals het er uitzag, en dat is hem goed gelukt.

vrijdag, februari 22, 2008

op en top russisch



'Het Gelders Orkest' bracht gisteravond in theater Orpheus een russisch feestje ten gehore. Onder leiding van de vaste russische gastdirigent van HGO, Nikolai Alexeev kregen we voor de pauze het 1e celloconcert in Es, opus 107 van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975) te horen met cellist Alexander Kniazev als solist, en na de pauze symfonie nr. 3 in a, opus 44 van Sergej Rachmaninov (1873-1943). Het was dus in alle opzichten een op en top russisch avondje daar in Apeldoorn.

Dmitri Sjostakovitsj
Om de inleiding van het 1e celloconcert van Sjostakovitsj mee te maken, waren we een uurtje eerder naar de schouwburg gekomen. Het 1e celloconcert van Dmitri Sjostakovitsj schijnt onlosmakelijk verbonden te zijn met zijn vriend en cellist Mstislav Rostropovitsj. Beiden hebben ze veel te lijden gehad van het Russische regime, ze waren nauw verbonden en eensgezind in hun verzet daartegen. Na de dood van Stalin in 1953, kwam er enige verlichting in de hardvochtigheid van het regime. Toen in 1958 ook nog eens het beruchte culturele decreet van Andrei Zdjanov uit 1948 werd opgeheven, het werken voor veel componisten en musici was door dit decreet bijna onmogelijk geweest, was het helemaal goed. Voor het gevoel van Sjostakovitsj was het nu eindelijk weer mogelijk om muziek zonder politieke intenties omwille van de muziek te schrijven.

Eén van de eerste werken die hij op stapel zette was een celloconcert voor zijn vriend en cellist Rostropovitsj, in 1959 kwam het stuk klaar, zijn vriend was er erg blij mee. Rostropovitsj was zelfs zo enthousiast, dat hij het stuk binnen vier dagen had ingestudeerd. Na de première in dat zelfde jaar in het conservatorium van Leningrad ging het snel. Een Amerikaanse première met het Philadelphia Orchestra volgde en was een doorslaand succes.

Het celloconcert is opgebouwd uit twee delen. Het eerste deel is gebaseerd op het indringende DSCH-motief (de noten D-Es-C-B(H), een muzikale notatie van zijn initialen. Het tweede deel bestaat uit drie onderdelen die in elkaar overlopen. Een lang moderato gebruikt een lyrisch maar triest thema dat overgaat in een grote cadens voor de cello, waarop meteen een vrij kort allegro volgt. Als verkapt protest tegen het Sovjetregime, laat Sjostakovitsj hierin een parodie horen op het volksliedje Suliko, een deuntje dat bij Stalin zeer geliefd was geweest en dat de dictator voortdurend gezongen had.

In de zaal zaten wij tijdens de uitvoering van dit stuk midden voor het podium op rij acht, en hadden zo een bijzonder goed zicht op de in 1961 in Moskou geboren cellist Alexander Kniazev. Al tijdens de eerste maten van het celloconcert raakte ik in de ban van deze solist. Onder begeleiding van een heel transparant en alert reagerend orkest opende hij direct met een rijke, sonore toon die afwisselend tintelde en zinderde. Na dit dynamische en temperament volle eerste deel, volgde de verstilling van het tweede deel, uiteindelijk weer uitmondend in een opzwepende en ijzingwekkende cadens waardoor ik op het puntje van mijn stoel ging zitten. Na afloop, het hele stuk had ongeveer een halfuur geduurd, glom niet alleen het hoofd van Alexander Kniazev van bovenmatige transpiratie door het harde werken, maar was zelfs het bovenblad van zijn cello doornat geworden van zijn zweetdruppels.

Sergej Rachmaninov
De symfonie nr. 3 van Rachmaninov na de pauze was weer een heel ander verhaal. De ontwortelde kunstenaar Rachmaninov, representant van de late negentiende eeuw en opgegroeid op een oud feodaal russisch landgoed waarmee door de revolutie hard was afgerekend, woonde in 1935 al zeventien jaar als banneling in Amerika. Een land waarin hij niet thuishoorde en ook nog eens in een tijd dat alles op z'n kop stond, een tijd gespierd en gespannen van modernisme. In de muziekkunst hadden Stravinsky, Debussy en Schônberg alles overhoop gehaald: ritme, melodie, harmonie en vorm. En er dreigde ook nog eens een nieuwe oorlog, terwijl de wonden van de vorige nog niet waren geheeld. Componeren was daar voor hem een luxe geworden, maar om toch in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien was hij daarom maar pianist geworden.

Maar bijna dertig jaar na z'n tweede symfonie die uit 1908 dateert, hij was toen al 62 jaar, heeft hij als componist toch nog weer de stoute schoenen aangetrokken, met als resultaat de 3e symfonie, een voor zijn doen onverwacht modernistisch stuk, die met het Philadelphia Orchestra op 6 november 1936 in premère ging. De kritieken waren niet onverdeeld positief, men vond het een vreemd werk, niet bevredigend, mosterd na de maaltijd, maar desalniettemin belangrijk. Het modernisme van Rachmaninov had niet veel meer om het lijf, dan dat Rachmaninov de bijl zette in de romantische melodieënstroom en een massa slagwerk ervoor in de plaats zette, maar dan toch ook weer net te tam, het was vlees nog vis. Veel scepsis in die tijd van zowel bewonderaars als tegenstanders van Rachmaninov. Toch had Rachmaninov laten zien dat hij op z'n oude dag niet helemaal doof voor de nieuwste ontwikkelingen in de muziek bleek te zijn. En nu, ruim zeventig jaar later, staat de derde symfonie van Rachmaninov nog altijd op het programma van menig symfonieorkest in de wereld.

In een uitgebreidere bezetting werd het stuk bestaande uit de delen Lento-allegro moderato; Adagio ma non troppo; Allegro vivace en Finale: Allegro door HGO in een kleine drie kwartier ten gehore gebracht. Ik vond het een stuk waarin werd getoverd met ritme en sfeer, vertellend en bij vlagen zelfs bedwelmend, heel mooi. Toch deed het stuk mij emotioneel beduidend minder dan het celloconcert van voor de pauze.

maandag, februari 18, 2008

weekend company



Het was het mooiste weer van de wereld afgelopen weekend, voor ons een reden om er met z'n tweetjes maar eens lekker op uit te trekken. Op vrijdagmiddag zijn we begonnen met een wandeling naar de steentijdnederzetting 'Swifterkamp' in Natuurpark Lelystad. Zaterdag was het een bezoek aan het MMKA, ofwel het museum voor moderne kunst in Arnhem, waarna een wandeling volgde in park Sonsbeek aldaar. En zondag hebben we Bronkhorst bezocht, met ca. 150 inwoners al sinds 1482 het kleinste stadje van Nederland.

Swifterkamp
Ruim 4000 voor Christus leefden er in het huidige Flevoland jager-verzamelaars die heel geleidelijk overgingen op het boerenbestaan. Ze bouwden hun nederzettingen langs de oevers van de Overijsselse Vecht. Maar toen de zeespiegel begon te stijgen, zo'n 5000 jaar geleden, moesten ze het veld ruimen. In 1966 werden in oude rivierduinen onder de vette klei van Schokland, sporen gevonden van huizen en gebruiksvoorwerpen van deze verre voorouders. Deze vondsten hebben bijgedragen aan de oprichting van de Stichting Prehistorische Nederzetting Flevoland (SPNF). Deze stichting heeft in Natuurpark Lelystad het verre verleden doen herleven door de bouw van 'Swifterkamp'. In deze nederzetting, die is gebouwd en wordt gerund door vrijwilligers, is het mogelijk om in alle rust en omgeven door een prachtige natuur, even terug te gaan in de tijd.

MMKA en park Sonsbeek
Het Museum voor Moderne Kunst Arnhem ligt op de oude stuwwal aan de rand van Arnhem, hoog boven de Rijn. Ooit lag daar de theetuin van Reh, maar in 1873 bouwde architect Cornelis Oudshoorn hier een herensociëteit voor o.a. uit Indië gerepatrieerde suikerplanters. Maar naar verloop van tijd verdween ook die bestemming, en sinds 1920 is op deze locatie een museum gevestigd. Eerst het Gemeentemuseum Arnhem, maar naar diverse verbouwingen, renovaties en uitbreidingen, de meest recente in 2007 door hoofdarchitect Kees Tak, is de naam veranderd in MMKA. Er waren zaterdag verschillende tentoonstellingen te bezichtigen, ik noem er enkele t.w.
1) Arnhemse faience (1759-ca.1770), een europees avontuur met nationale en internationale topstukken van Arnhemse keramiek.
2) Figuratieve kunst van 1910-1950, schilderijen van diverse neorealistische schilders uit die tijd als Koch, van Hell, Radecker, Toorop en Willink. Mogelijk komt het doordat ik in het fototijdperk ben opgegroeid, maar of het nou neo- of magisch-realististische schilderkunst heet zoals Carel Willink zijn eigen werk plachte te noemen, knap, maar het kan mij niet erg boeien.
3) Ballroom, een tentoonstelling met werk van designer Janske Hombergen dat herinnert aan de balzalen en eetkamers uit de rococo, uitgevoerd in hedendaagse materialen.
4) 'Dealing with reality' een tentoonstelling waarin diverse houdingen ten opzichte van de werkelijkheid worden getoond. Welke rol krijgen foto's en filmbeelden toebedeeld in onze maatschappij met zijn economie van afleiding?

We hebben ons zaterdags uitje in Arnhem afgesloten met een mooie en frisse wandeling in park 'Sonsbeek', en een aperitiefje in het café van het Watermuseum aldaar.

Bronkhorst
Zondag kwamen we vanuit Brummen via het Bronkhorsterveer over de IJssel Bronkhorst binnen. We waren op deze mooie dag niet de enige, maar er was gelukkig nog plek om de auto ergens buiten het centrumpje te parkeren. Omdat het inmiddels lunchtijd geworden was, zijn we onze Bronkhorstexcursie begonnen met een plekje te zoeken in de overvolle herberg 'De Gouden Leeuw'. Verkwikt en verzadigt begonnen we een half uurtje later onze wandeling door dit pittoreske stadje, dat in onze ogen natuurlijk geen stadje is, maar wel al eeuwen de stadsrechten heeft. De even buiten het centrum gelegen slotheuvel spreekt tot de verbeelding. Het restant van een imposant kasteel wat daar ooit heeft gestaan lezen we op een bordje, door de vele oorlogen die daar ter plekke zijn gevoerd.

Over de IJsseldijk via Zutphen, Deventer, Zwolle, Kampen en een genoeglijke pitstop bij mijn zus J aldaar, zijn we huiswaarts gereden. Zo rond een uur of half acht konden de schoenen uit, een vredige rust daalde op ons neder. Zo'n druk weekendje gaat je kennelijk niet in de kouwe kleren zitten, maar mooi was het wel!