Een rondje fietsen langs de buitengrens van Schokland is volgens Bartjens precies 9,18 km. Zeg maar als je het rustig aandoet ongeveer een halfuurtje fietsen. Wij hebben er ongeveer twee uur over gedaan! Maar dat had z'n reden, het was prachtig weer, er was een bankje en we hadden koffie met koek bij ons. Voorts hebben we de diverse informatieborden en overige objecten die we tegenkwamen uitvoerig bestudeerd.
Trouwens als ik de gegevens in nevenstaand onderzoek van archeoloog Gerrit van der Heide interpoleer, dan hadden we er 800 jaar na Christus nog heel wat langer over gedaan. Het huidige Schokland heeft bij een oppervlak van ca. 143 ha een omtrek van 9,18 km, in 800 was het oppervlak 3564 ha, dus praktisch 25 keer zo groot! Met een omtrek van ruim 229 km zouden we er met ons fietstempo dan dik 50 uur over gedaan hebben. Leuk weetwatje, zo blijft Schokland hoe dan ook intrigeren, of het nou over de huidige status of over de geschiedenis van het voormalige eiland gaat.
Neem het interactieve informatiepunt, zo heb ik het althans genoemd. Een bankje, een tafeltje, een informatiebord met tekst en uitleg en allerlei wisselende voorstellingen van Schokland die je zelf te voorschijn kan draaien. En niet te vergeten een afvalbak waarop iemand een sticker heeft geplakt met een gezicht en de tekst: 'Champ 1982 Has a posse'. Opvallend, het heeft uiteraard niets met Schokland te maken, maar het is evengoed een intrigerend verschijnsel daar in 'the middle of nowhere'. 'Dirty street elements' verwacht je gewoonlijk in de stad, niet hier in de vrije natuur. Enfin genoeg hierover, het is nou ook weer niet iets om je echt druk over te maken.
Emmeloord op Schokland.
Even verder, voorbij de drukke N352, die Schokland a.h.w. opdeelt in een Noordelijke en Zuidelijke helft, passeerden we de z.g. Gesteentetuin, welke we links lieten liggen. Die hadden we een tijdje geleden nog bezocht, zie mijn stukje '12e zondag p.m.' van 6 april j.l. Maar verderop, in het noordelijkste puntje van het voormalige eiland, werd het weer interessanter. Daar hebben ze nog in het begin van de vorige eeuw, toen Schokland dus allang ontruimd was, in het havengebied een woning gebouwd voor de lichtwachter. En nog weer later, in 1922 om precies te zijn, een z.g. misthoornhuisje. De gebouwtjes stonden er nu maar verstild bij, een accent uit de schokkende geschiedenis van dit voormalige eiland. Als rijksmonument en werelderfgoed-deel weinig meer dan van cultuurhistorische waarde. Hoewel, de lichtwachterswoning schijnt nog weleens als vergaderruimte te worden gebruikt. Naast de woning staat ook nog een replica van de vroegere vuurtoren, die ze daar in 2007 nog hebben neergezet.
Wat een prachtig gebiedje toch, de stilte in die enorme ruimte onder een alles overkoepelend zwerk, de vogels, de verscheidenheid aan vegetatie, alles. Hoe vaak je hier ook komt, het blijft een beleving van niveau, ook als je beseft hoe het er hier ooit aan toegegaan moet zijn. Het staat volgens ons dan ook volkomen terecht op de werelderfgoedlijst, prachtig! Terug in Middelbuurt, ons vertrekpunt die ochtend, hebben we alvorens weer huiswaarts te keren nog op het zonnige terras van het museumrestaurant aldaar de inwendige mens versterkt.
De beschrijving van het fraaie prieeltje in kasteelpark Staverden luidt volgens de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed als volgt:Een met gebruikmaking van oude onderdelen herbouwd vroeg 20 eeuws prieel onder tentdak met ongelijke vlakken. Aan de open voorzijde vier gietijzeren zuiltjes, aan de zijkanten velden met sier ijzerwerk. Vloer met gekleurde tegels in patroon gelegd. Waardering prieel behorend tot de historische buitenplaats Staverden van tuinhistorisch belang als karakteristiek, beeldbepalend en functioneel object in de tuin van Kasteel Staverden; van stedenbouwkundige waarde als object die een belangrijke ensemblewaarde heeft binnen de buitenplaats Staverden; van cultuurhistorische waarde als belangrijke onderdelen van de buitenplaats Staverden. Mooi, maar hoe dan ook voor ons bovenal een sfeervol rustpuntje na een mooie wandeling op landgoed Staverden.
In de tentoonstelling 'Buitenbeeld' in het 'Huizer Museum' konden we alle beelden in miniatuur en op foto zien, die buiten in de openbare ruimte van Huizen in het echt ook te zien waren. Mooi, dat bespaarde ons een hoop gesjouw. Een ander pluspunt was, dat we zo ook de verhalen achter de beelden te zien kregen. De visie van de kunstenaars o.a. en de meningen van de omgeving. Verder hebben we daar van alles over de Huizer historie gezien. Over wonen, kleding, ambachten en nog veel meer. We vonden het een leuk museumpje.
In het 'Singer Museum' in Laren hebben we veel Franse modernisten gezien uit de indrukwekkende kunstverzameling, die het Franse echtpaar Lévy vanaf begin vorige eeuw bijeen heeft gebracht. Raoul Dufy, André Derain, Pierre Bonnard, Amedeo Modigliani, Henri Matisse en vele andere kunstenaars uit de periode van het modernisme hebben we gezien. Een prachtige collectie schilderijen die samen een mooi overzicht gaven van een eeuw modernistische schilderkunst in m.n. Frankrijk.
We besloten ons Gooische uitje met een wandelingetje door Laren, één van de mooiere brink- of esdorpen die we kennen in Nederland.
De ouverture Die Lorelei, Op. 16 van Max Bruch (1838-1920), die we afgelopen zondag in de Grote Kerk in Edam hebben gehoord, zie 'muziek in de Fortuna en meer' van 30 mei j.l. is een gedeelte van de gelijknamige opera gewijd aan een eeuwenoude legende over een nimf op de Lorelei, een rots in de Rijn nabij Koblenz. Ze wist de schippers op de Rijn met haar schoonheid en haar melancholieke zang dusdanig te betoveren, dat ze met hun schepen op de rotsen liepen en vergingen. Toen mannen van het gezag haar daardoor van de rots wilden gooien, heeft een grote golf uit de Rijn haar meegevoerd en hebben ze de nimf nimmer meer gezien. Hoewel men schijnt de kwaadwillende nimf bij de Lorelei nog weleens te horen zingen, de rots heeft in elk geval zijn gevaarlijke betovering behouden. De schipper van de 110 meter lange tanker 'Waldhof' met bijna 2400 ton zwavelzuur aan boord, kan de passage van de Lorelei tenminste niet meer navertellen. De 'Waldhof' raakte bij de Lorelei uit koers en kenterde, waarbij hij het loodje legde. De mythe van de Lorelei is veelvuldig door Duitse dichters en schrijvers bezongen. Het beroemdste gedicht over de Lorelei is van Heinrich Heine. Zijn ballade over de nimf behoort onvervreemdbaar tot het Duitse cultuurgoed. Onzin natuurlijk, maar toch komt het steeds ter sprake: 'Ze heeft weer gezongen'.
Drie Rijndochters bewaken het Rijngoud
In 'Rijndochters' van 2 maart 2013 had ik het over het natte deel uit Wagners opera Das Rheingold, het eerste deel uit Wagner's operacyclus Der Ring des Nibelungen, die destijds in het tot schouwburg omgebouwde scheepsruim van de 'Oriana', een vijf jaar oude rijnaak van 135 meter lang, 14 meter breed en 6 meter hoog, te zien was. Op zes plaatsen tussen Koblenz en Rotterdam werden er in totaal zestien opvoeringen gegeven t.w. in Koblenz, Duisburg, Arnhem, Utrecht, Amsterdam en Rotterdam. Het natte deel uit Das Rheingold kan in het kort als volgt worden samengevat: Het stuk begint met een lang aangehouden bastoon die als het ware het ontstaan van de wereld verbeeldt. Geleidelijk zwelt de muziek aan en wordt de vloed van de Rijn steeds hoorbaarder, het Rijnmotief. Op de bodem van de Rijn bewaken 3 Rijndochters het Rijngoud, hen door Vader Rijn toevertrouwd. Zo worden ze gevonden door de dwerg Alberich, die tevergeefs de liefde van de meisjes tracht te winnen. Dan valt zijn oog op het goud en in hun overmoed verklappen de meisjes het geheim van het goud: degene die de liefde afzweert, vermag uit het goud een ring te smeden en verwerft daarmee heerschappij over de wereld. Alberich zweert daarop de liefde af, steelt het goud en verdwijnt.
Orpheus en Eurydice op, in en onder water
In het verhaal van de opera 'Orfeo ed Euridice' speelt de tegenstelling tussen de boven- en onderwereld een belangrijke rol. De Nederlandse regisseur Jos Thie (1954) maakte deze werelden een paar jaar geleden zichtbaar in de tuin van paleis Soestdijk, door het verhaal op, in en onder het water van de vijver te laten spelen. Het water, de oevers, de bomen en het eiland in de vijver kwamen in de zomerse schemering tot leven en transformeerden deze tot een schitterend decor.
De klassieke mythe van 'Orfeo ed Euridice', in 1762 zo prachtig bewerkt door Christoph Willibald von Gluck (1714-1787), is de ultieme lofzang op de liefde. Als Orfeo treurt om de dood van zijn geliefde Euridice, wordt besloten door de goden dat hij haar uit de onderwereld mag terughalen. Er is echter één voorwaarde: Orfeo mag, als hij haar eenmaal heeft weten te bereiken, op zijn weg terug omhoog niet omkijken naar Euridice, totdat ze in de bovenwereld zijn teruggekeerd… Het liefdesvuur in zijn hart wint het uiteindelijk van zijn hoofd; hij draait zich toch om zodat hij kan zien of ze hem nog wel volgt, en hij ziet zijn geliefde voor eeuwig in de onderwereld verdwijnen.
Meer over 'Orfeo ed Euridice' kan je ook lezen in mijn stukje 'Orpheus' van 3 juni 2011 over een ballet van John Neumeier dat zich afspeelt in de Hamburgische Staatsoper.
Aquasonic, gerommel onder water
In de krant las ik dat 'Aquasonic' één van de spectaculairste en grensverleggendste voorstellingen was van de onlangs afgesloten Operadagen in Rotterdam, ook al was het helemaal geen opera. Wat moet je tegenwoordig al niet doen als muzikant om je in de kijker te spelen. De nieuwste productie van het Deense ensemble 'Between Music' is één van de meest ambitieuze interdisciplinaire projecten van onze tijd, wordt gezegd. Ze hebben met het onderwatergedoe zeker een nieuw geluid gecreëerd in de wereld van muziek. Maar om dat adembenemende gehannes nu spectaculair en grensverleggend te noemen? Het heeft de Deense band bijna tien jaar gekost om hiermee op de proppen te komen. Met speciaal ontwikkelde instrumenten, waaronder een onderwaterviool, een glasharmonica, slagwerk en een rotacorda, een soort draailier met schalbeker, speelden én zongen de bandleden onder water, ieder in zijn of haar eigen watertank. Een uitputtende bezigheid in wetsuit, met daaroverheen operakleding, en dan ook nog steeds naar boven moeten voor een hap adem. Zingen onder water met bubbels in de mond, een vak apart! Maar ze presteren het, microfoons verpakt in condooms registreren haarfijn alle klanken, zelfs het klappertanden van de kou. Een spectaculaire kermis attractie wil ik het nog wel noemen, dat vind ik dan ook gelijk de hoogst haalbare score!
Zondagmorgen rond elf uur kwamen we aan in Edam, het pittoreske stadje met z'n oud Hollandse kern, overtuigend bewijs van een rijk verleden. Wandelend langs de verstilde grachtjes en door oude straatjes met prachtige al of niet gerestaureerde gevels, waan je je zomaar een paar eeuwen terug in de tijd. Maar we begonnen ons dagje Edam met koffie en appelgebak met slagroom op het terras van restaurant 'de Fortuna' (nr. 13). Een traktatie van Hans en Carla i.v.m. onze jaarlijkse verjaardagendag, die we deze keer met 16 man/vrouw sterk vierden. Toen het één en ander al kletsend over koetjes en kalfjes door iedereen verwerkt was, werd er geleidelijk aan overgegaan op iets anders. Waarna we er en passant ook maar hebben geluncht. We zaten daar immers prima, lekker temperatuurtje en het zonnetje brak steeds even door. Bovendien zouden daar de pianisten Willemijn de Widt & Abel Nijkerk om halftwee de spits afbijten met een optreden in het kader van 'PianoWandeling Edam 2016'.
Het programma vermelde dat er tussen halftwee en vier uur op 23 verschillende plaatsen in de binnenstad van Edam zou worden opgetreden door allerlei musici. En dat de slotmanifestatie tussen halfvijf en kwart voor zes zou worden gehouden in de Grote Kerk (nr. 24), met een solo optreden van pianist Ruben Plazier, alsmede een optreden van het Symfonisch Orkest Purmerend en Omstreken met Jaap Kooi als pianist. Heel wat bij elkaar, keuzes maken dus. Aldus geschiedde, de één dook hier naar binnen de ander daar, voor zover dat tenminste mogelijk was, want het was knap druk overal. Er was voor elk wel wat wils, van jazz tot klassiek, van rock tot blues en van pop tot minimal. Een leuk festijn, tussendoor ergens op een terrasje een ijsje eten, en verder maar weer. Maar het slotconcert in de stampvolle Grote Kerk spande wat mij betreft de kroon. Eerst die Ruben Plazier met zijn solo stukken van Schumann, Debussy en Chopin, en daarna het Symfonisch Orkest met de Ouverture Die Lorelei van Bruch; La Cathédrale engloutie van Debussy; Dans van de zwanen (uit het Zwanenmeer) van Tsjaikovski en als slot het prachtige pianoconcert in a mineur Op. 16 van Edvard Grieg.
Rond zes uur was het afgelopen en stroomde de Grote Kerk weer leeg. Van al het gesjouw en de opgedane muzikale emoties, hadden we een behoorlijke trek gekregen. Alvorens huiswaarts te keren, besloten we dan ook om daar eerst maar wat aan te doen. In Restaurant Pizzeria 'La Galera' in de Gevangenpoortsteeg konden we zowaar nog met ons groepje terecht, dat inmiddels wel was geslonken tot negen personen. Maar ook dat was weer gezellig. Even over acht hebben we de auto maar weer eens opgezocht, einde van een mooi dagje Edam.
Rondom Utrecht Centraal wordt momenteel aan veel projecten gewerkt. Om veilig te kunnen bouwen aan al die projecten, veranderen routes met de regelmaat van de klok. Aan m'n navigatiesysteem had ik ter plekke in elk geval geen bal. Ik had aan alle kanten ogen nodig om in mijn auto zonder kleerscheuren in de buurt van station Utrecht Centraal te komen. Want daar moest ik 's morgens even over negen zijn, om precies te zijn op de Kiss + Ride locatie aan de jaarbeurszijde van het CS. Ik ben er gekomen, maar vraag niet hoe, het verdiend zeker de schoonheidsprijs niet, tegen het verkeer in en via busbanen, van die dingen. Maar het resultaat telt zullen we maar zeggen, vrijwel gelijktijdig arriveerde ik met mijn vrienden Henk en Jan op de afgesproken plaats. Zij waren vanuit Amsterdam per trein hier naar toe gekomen. Kiss + Ride, kus je weg, las ik eens ergens. Dat hebben we dan ook maar gedaan, en zo reden we even later met z'n drieën blijmoedig de stad uit, richting het zuiden. Op het programma van ons gezamenlijke dagje uit, hadden we op de eerste plaats een bezoek aan het 'MOTI' Museum of the Image in Breda gepland, en vervolgens een bezoek aan museum 'De Pont' in Tilburg en het 'TextielMuseum', eveneens in Tilburg. Onderweg keuvelend over van alles en nog wat, kwamen we na een uurtje rijden aan in de Boschstraat in Breda. Bijna recht tegenover het museum konden we parkeren en koffie drinken.
MOTI aan de Boschstraat in Breda.
MOTI, Museum of the Image in Breda is volgens Bartjens hét museum voor beeldcultuur. We worden overspoeld met beelden, dag in dag uit. In MOTI, Museum of the Image vragen ze zich daarom af, wat al die beelden met ons doen, en wat wij er mee doen. Derhalve richten ze zich via tentoonstellingen, symposia, publicaties e.d op relevante ontwikkelingen binnen de beeldcultuur op alle niveaus. Veel gezien daar, maar twee expo's sprongen eruit t.w. 'Nieuwe lusten' en 'Van Goghs Mini's'. In 'Nieuwe Lusten' wordt het meer dan 500 jaar oude schilderij van Jheronimus Bosch vertaald naar het heden. Verschillende delen van de triptiek zijn tot leven gewekt door middel van animaties van Persijn Broersen & Margit Lukács, Studio Smack, Eelco Brand en Floris Kaayk. Aan de hand van hedendaagse animatietechnieken hebben ze een extra betekenislaag toegevoegd aan het oude schilderij, en de beleving daarvan niet alleen vergroot, maar ook in de hedendaagse beeldcultuur geplaatst.
In 'Van Gogh Mini's' hebben tientallen hedendaagse Nederlandse kunstenaars op verzoek van MOTI met miniatuurstudies de werkwijze van Vincent van Gogh (1853-1890) middels hun eigen stijlvorm trachten te ontleden, aan te vullen, te bekritiseren of te herinterpreteren. De door de kunstenaars zelf uitgekozen miniatuurstudies spelen zich in een kijkdoos af. Turend met één oog door een klein gaatje zagen we de verrassende en vaak wonderlijke interpretaties van Van Gogh's werk in notendop. De reden om de ministudies in een kijkdoos uit te voeren, ligt in het feit dat de kunstenaar zich moet verhouden tot de diepte van het beeld, ofwel het perspectief dat de eenogige blik afdwingt. Van Gogh's perspectiefvoering en kleurgebruik, de kenmerkende basisbeginselen van zijn uitgebreide oeuvre, kwamen zodoende direct aan bod. Leuk gevonden allemaal dat gepriegel, maar om eerlijk te zijn vond ik het behalve ver gezocht ook nog van een niveau, waar ik op een enkele uitzondering na koud nog warm van werd.
Entree museum 'De Pont' in Tilburg
Een bezoek aan museum 'De Pont' in Tilburg was de volgende stap. Het in 1992 geopende museum voor moderne en hedendaagse kunst, gevestigd in een oude fabriek (wolspinnerij), is vernoemd naar de in 1987 overleden jurist en ondernemer Jan de Pont (1915-1987). De collectie van museum 'De Pont' omvat ruim zeshonderd werken van ongeveer zeventig nationaal en internationaal bekende kunstenaars, waaronder Marlene Dumas, Bill Viola en Anish Kapoor.
Van de exposities, die we na de lunch in het museumcafé hebben bekeken, maakte de tentoonstelling van Roni Horn (New York, 1955) op mij de meeste indruk. Boeiend, vooral die monumentale glassculpturen, maar ook de series fotowerken en tekeningen. Roni Horn groeide op in New York en studeerde aan de Rhode Island School of Design en Yale University. Sinds een bezoek aan IJsland in het verleden, schijnt dit land voor haar een onuitputtelijke bron van inspiratie te vormen. Kijkend naar die enorme glassculpturen, kon ik mij daar wel iets bij voorstellen. Verder hebben we daar beelden van het Hindenburgline Project bekeken van Creyghton & Van Duijnhoven. Honderd jaar geleden woedde in Europa de Eerste Wereldoorlog. Fotograaf L.J.A.D. Creyghton volgde afgelopen jaren met de in Brussel woonachtige schrijver/dichter/historicus Serge R. Van Duijnhoven de Westfront-Hindenburglinie, een ruim duizend kilometer lange frontlijn die loopt van het Belgische Nieuwpoort naar Pfetterhouse bij de Zwitserse grens. Boeiend, maar dat waren de levensgroot geschilderde race paarden van Mark Wallinger ook. Ach er was zoveel moois te zien in museum 'De Pont', maar voor dit stukje wil ik het hierbij maar laten.
TextielMuseum a/d Goirkestr. in Tilburg
Het TextielMuseum, eveneens in Tilburg was ons volgende adres. Het textielmuseum is sinds 1985 gevestigd in de voormalige textielfabriek (nu Rijksmonument) van de firma C. Mommers & Co. Het in 2008 geopende transparante entreegebouw, dat de twee historische panden met elkaar verbindt, is ontworpen door het Delftse architectenbureau Cepezed.
In het museum hebben we gezien hoe textiel van oudsher tot op de dag van heden wordt gemaakt. Ook hebben we een prachtige collectie textielkunst kunnen bekijken. En in het TextielLab hebben we gezien hoe het proces van een textielontwerp doorgaans verloopt. Trouwens geweldig dat hedendaagse vormgevers, kunstenaars en studenten daar langs kunnen komen met hun ontwerpen. En dat een aantal vakmensen daar deze kunnen omzetten in patronen op computergestuurde textielmachines. Prachtig ook dat we daar als bezoekers getuige van konden zijn en vragen konden stellen. Verder was er in het museum ook nog een bibliotheek, een documentatiecentrum en een museumwinkel waar je textielproducten kon kopen die daar met de historische machines van het museum zijn gemaakt.
De tentoonstelling Jheronimus Bosch 500/Making of 'De terugkeer van de Olifant' was een mooi voorbeeld van wat ze daar kunnen. Een eigentijdse vertaling van 'De Strijdolifant', een tapijt van Jheronimus Bosch uit 1530, door de Belgische kunstenaar Jan Fabre. Onderwerp van de tentoonstelling is het proces van ontwerp naar vervaardiging, waarbij nader wordt ingegaan op de verschillen tussen de 16de eeuw en het heden. Toen Jan met het voorstel kwam om het textielmuseum te bezoeken, was ik eerlijk gezegd een beetje sceptisch over wat ik me erbij voor moest stellen. Maar nu weet ik beter, het is een hardstikke boeiend en interessant museum, daar kom ik zeker terug!
Grand Cafe-Rest. 'De Verdraagzaamheid'
Na het TextielMuseum vonden we het welletjes, voor vandaag hadden we genoeg kunst opgesnoven. De vijf zat in het uur, tijd voor de meer culinaire genoegens des levens. Om te beginnen met een pitstop in Zaltbommel. Op het terras van Grand Café 'De Verdraagzaamheid' aan de Waalkade, al jaren een begrip in Zaltbommel en omstreken, hadden ze zo te zien nog wel een plekje voor ons vrij. Genietend van het mooie uitzicht op de druk bevaren Waal en de prachtige brug verderop, die me altijd aan een stel harpen doet denken, smaakte het pikketanisje ons uitermate goed. Maar we konden daar uiteraard niet blijven zitten, ik moest nog rijden ook. Het was halfzes, even speelden we met de gedachten om daar toch ook maar te blijven eten, maar daar zagen we vanaf. Nog een beetje vroeg, bovendien schoot me plotseling een adresje in Hurwenen te binnen, waaraan ik goede herinneringen uit het verleden heb overgehouden.
Brasserie 'De Roskam' in Hurwenen
Brasserie 'De Roskam' aan de Waaldijk in Hurwenen. Een unieke locatie direct aan de Waal, gezellige ambiance en prachtig uitzicht op de Waal. Vanuit Zaltbommel amper een kwartiertje rijden. Zo gezegd, zo gedaan, een halfuurtje later zaten we met z'n drietjes in 'De Roskam' de menukaart te bestuderen. Daar waren we snel uit, vooraf een aspergesalade, daarna slibtongetjes en vervolgens ijs en een koffie na. Het smaakte ons goed allemaal, misschien een beetje tegoed allemaal. Want zo kon het gebeuren dat we redelijk klem in onze broekjes aan de laatste etappe naar Utrecht begonnen. Rond negenen waren we terug bij de Kiss + Ride locatie nabij CS. Het afscheidsritueel voltrok zich nu uiteraard in omgekeerde volgorde. Hoe laat hun trein precies vertrok weet ik niet, maar er rijden er zat naar A'dam. Einde van een plezant dagje met m'n oude vrienden Henk en Jan.
Onderhoud is één van de twijfelachtige geneugten van het hebben van een schip, weet ik uit ervaring. Wat voor een schip dan ook, hout, staal of polyester, goed onderhoud is behoud. Met de 'Swing', mijn polyester zeiljachtje, voer ik vaak op zoutwater, als bekend een sloper. Het onderhoud was dan ook één van de meest constant terugkerende bezigheden in mijn zeilersleven. Er was vaak wat te doen aan boord na een zeiltocht op zee. En aan het eind van het zeilseizoen had je na een grondige inspectie- en schoonmaakbeurt evengoed nog het één en ander te vervangen of te repareren. Klussen waar ik vaak een broertje aan dood had, ik wilde eigenlijk alleen de lusten, niet de lasten. Tot zover mijn polyester verhaaltje, het is echter allemaal peanuts vergeleken met het onderhoudswerk wat je aan een Lemsteraak hebt!
Want de laatste tijd help ik mijn dochter en schoonzoon af en toe bij de 'grote onderhoudsbeurt' van hun Lemsteraak. Het is de 'Poolster' waarover ik in mijn stukjes wel vaker geschreven heb. Elk jaar is er aan dit prachtige 12 meter lange zeilschip natuurlijk onderhoudswerk te verrichten, maar eens in de 5 à 6 jaar moet er m.n. met het schilder- en lakwerk wat meer gebeuren, en is er dus sprake van een 'grote onderhoudsbeurt'. Ondanks dat ze veel werk hebben uitbesteed, is er voor hun zelf nog zoveel te doen dat elk handje extra welkom is. Alle houten onderdelen op de Lemsteraak, en dat zijn er nog al wat, moesten meerdere keren worden gelakt en geschuurd. Mast, giek, gaffel, boegspriet, fokkeloet, roer, zwaarden, blokken, berghouten, etc. Om over het schilderwerk aan de stalen romp en opbouw, alsmede diverse werkzaamheden aan kuip en teakdek maar te zwijgen. Ze lopen achter op de planning, maar er begint schot in de zaak te komen. Over enkele weekjes is het weer lekker varen met de handel. Trouwens de 'Poolster' ziet er nu al uit om door een ringetje te halen, dat is één ding. En de ervaring heeft wel geleerd dat straks, zeilend op het weidse Wad, alle onderhoudssores sowieso snel vergeten zullen zijn!
De wandeling over landgoed 'Enghuizen' in Hummelo is slechts vier kilometer lang, maar wel vier bijzondere kilometers. Behalve de schoonheid van het zeer afwisselende landschap, is er langs de route ook allerlei kunst te zien. Ze noemen het daar dan ook de kunstwandelroute, dit jaar de 17e. Vijf jaar geleden alweer hebben we daar de 12e gelopen, (zie mijn stukje 'wandeling' van 7 mei 2011). We begonnen te lopen bij restaurant 'De Gouden Karper' aan de Dorpstraat in Hummelo, waarna we al vrij snel langs de plek liepen waar het ooit in 1835 gebouwde landhuis 'Enghuizen' stond. Links van het pad hing een enorm rotsblok tussen de bomen waarop een wolf-mens zat 'zelfportret' geheten van Floris Wolvetang. En een eindje verderop zagen we twee uit de kluiten gewassen tortelduiven op een tak met elkaar zitten flirten, een werkje van Jos Koster. Rechts op de achtergrond, achter het kunstwerk 'tekenen in de lucht' van Gebke Westra en Dries Olthoff, het vroegere jagershuis op een eilandje in een vijver. We kwamen langs de tuinmuur van de oranjerie van landgoed Enghuizen waartegen 14 werkjes van Rik de Ridder genaamd 'zoete heilige huisjes'. Gemaakt van suiker, gefixeerd met gehard palmvet, minstens driekwart was reeds naar de knoppen, maar dat was ook de bedoeling las ik.
Interessant allemaal, maar om eerlijk te zijn boeide me tot nu toe het landschap meer dan de kunst. Steeds die afwisseling tussen landbouw- en bospercelen, prachtig die vergezichten in dit coulissen landschap. Op een gegeven moment liepen we tegen een enorme Acaciaboom aan, we schatten de diameter op minstens twee meter. In de boom hing een kunstwerk genaamd 'zie jij ze vliegen?' van Jacqueline van Seters. Een werkje waarmee ze een lans wil breken voor rust en creativiteit. Laat je mobieltje even voor wat het is, en heb oog voor de vogels en de natuur. Een prima bijdrage aan het uit totaal 33 creaties bestaande kunstproject vond ik achteraf. Niet dat de overige kunstwerken veel minder waren, maar de gedachte achter 'zie jij ze vliegen?' trok me aan. Er waren hier trouwens wel meer kunstenaars die zich door de natuur hebben laten inspireren. Ik noem er nog een paar: 'Boomspiraal' van Jan Opdam, de spiraal is een oervorm in de natuur of 'Leef' van Wilma Brouwer, leven is het begrijpen van ogenblikken die bevrucht zijn door het eeuwige, en gevuld met oneindigheid, een uitspraak van schrijver Aart van der Leeuw (1876-1931). Het was een bijzonder wandelingetje daar in Hummelo! Na afloop hebben we, alvorens weer huiswaarts te keren, op het terras van de 'De Gouden Karper' nog een lekker kopje thee gedronken.
Rond acht uur streken we neer op het terras van 'De Schalkse' in Weesp. We, dat zijn de mannetjes van het 'Herenleed', een heuglijk feit dat we een aantal keren per jaar plegen te vieren met een gezellig copieus etentje. (zie o.m. ook mijn stukje Herenleed & Aaltje van 31 oktober 2014) Oorspronkelijk in Amsterdam, maar steeds vaker ook elders, zoals deze keer dus weer eens in Weesp op één van de mooiste terrasjes aan het water. Een zomerse avond, en dat was te merken op het druk bezette terras. Maar niet alleen op het terras, ook op de Vecht was het één en al reuring. In de verte een wedstrijdje met Optimisjes, een eenzame langeafstandzwemmer trok voorbij, maar ook motorjachtjes, kanoërs, skiffs, sloeproeiers en borrelbootjes, want zo noem ik die goed geoutilleerde motorsloepjes doorgaans. Uitgerust met ijskast en bar tuften ze relax koutend aan ons terrasje voorbij. Wat een circus eigenlijk, maar wel een leuk circus, iedereen genoot zo te zien, en wij vooral natuurlijk met al die culinaire versnaperingen voor de neus. 'Herenleed', synoniem voor een genoeglijk avondje!
Eerst hebben we een tijd op ons eigen terrasje in de zon zitten kletsen en drinken. Nou ja in de zon, wel onder een luifel natuurlijk. Toen we uitgekletst waren zijn we Harderwijk ingetrokken. Maar veel verder dan het 'Walhalla' op het strandje kwamen we niet. We wilden daar een hapje eten, maar dat konden we de eerste uren wel vergeten. Ja binnen was nog wel plaats, maar daar voelden we niets voor op deze prachtige avond aan het Wolderwijd. Dan toch maar naar good old 'Monopole', ook druk, zeer druk zelfs, maar na enig geschuifel en wat passen en meten hadden we op het terras toch nog vrij snel een mooi tafeltje voor vijf. Turen in het immense zwerk boven het Wolderwijd, fascinerend! Eten is haast bijzaak, maar de gegratineerde zalmfilet met kruidencrème smaakte en passant prima!
Zondagochtend hebben we de auto in de Donkeresteeg, nabij boerderij 'Groot Deuverden' geparkeerd voor een wandelingetje. 'Groot Deuverden' is een prachtige hallenhuisboerderij in het grensgebied van Nijkerk en Putten, die volgens Bartjens uit het eerste kwart van de 19e eeuw dateert. Kenmerkend voor deze historische boerderijtypes is, dat het woongedeelte (het voorhuis) en het werkgedeelte (het achterhuis) onder één doorlopende (lage)kap zijn geplaatst, terwijl de lengteas daarvan in de meeste gevallen evenwijdig aan de verkavelingsrichting ligt. In 'Deuverden', deel van landgoed 'Oldenaller', wisselen natte en droge gebieden elkaar sterk af, met als gevolg een grote variatie in flora en fauna. Een prachtig wandelgebied, we hebben daar enkel onder begeleiding van vogelgezang en gekwaak van kikkers een uurtje heerlijk gewandeld over een stukje Kruishaarderpad, in die regio één van de vele z.g. klompenpaden.
Geen scheepskompas, geen sextant, geen zeekaart, geen radio, laat staan elektronische plaatsbepalingsapparatuur. Niets van dat alles hadden, en hebben nog sommige zeevaarders van de Marshalleilanden nodig. Honderden mijlen leggen ze af met enkel een mentale kaart in hun hoofd, die was afgeleid van z.g. stokjeskaarten. Raamwerken van houtjes en schelpen waarop eilanden, stromingen en deining ruwweg zijn weergegeven. Informatie die de navigator voor vertrek in zich opneemt, de stokjeskaarten blijven thuis. Met deze kennis navigeren ze tijdens de reis dus enkel alleen op de golven! En nog verbluffend nauwkeurig ook, ongelooflijk!
Een aantal wetenschappers, waaronder de Nederlander Gerbrant van Vledder (1957) van de TU Delft, zeilden 200 km in Grote Oceaan om de oude Marshallese kunst van het ‘golven lezen’ te bestuderen. Daarna hebben ze geprobeerd deze in te passen in de wetenschappelijke golfmodellen, zoals SWAN en SWASH, die door de Technische Universiteit Delft zijn ontwikkeld. De door de komst van GPS (Global Positioning System) bijna verdwenen kunst van golfnavigatie, kan volgens van Vledder alleen worden begrepen èn behouden door samen te werken. Door plaatselijke kennis, golfwaarnemingen ter plekke, satellietwaarnemingen en groot- en kleinschalige golfmodellen met elkaar te integreren. De golfmodellen dragen zo bij aan het verklaren van de geheimen van de zeevaarders van de Marshalleilanden.
Toen ik onlangs in de Volkskrantbijlage dit artikel over oceanografie las, moest ik denken aan m'n navigatiecursussen in het verleden. Zeilen op zee is één ding, maar je moet daar natuurlijk ook je weg weten te vinden, en bovendien in alle omstandigheden de juiste procedures weten. Een cursus theoretische kustnavigatie, in mijn geval aan de Amsterdamse Zeevaartschool, vond ik destijds wel het minste wat nodig was om de zee op te gaan. Ik leerde de ins en outs van de zeekaart en omgaan met het scheepskompas. En begrippen en factoren als variatie, deviatie, getijden, stroming, drift, zicht- en radiopeilingen en de interpretatie van het één en ander in de berekeningen van allerlei koersformules. Ik rekende me suf om middels een gegist bestek een z.g. gegiste positie te verkrijgen! En toen ik later verder de zee opging heb ik middels een cursus Astronavigatie ook nog een beetje leren omgaan met de sextant. Maar dat was toen eigenlijk al meer voor de lol dan dat het direct noodzakelijk was, want de GPS was inmiddels voor jachtschippertjes all over the world beschikbaar gekomen. Geleidelijk aan werd ik een gemakzuchtig zeezeilertje, geen gereken meer voor een gegiste positie, gewoon een druk op de knop en via de satellieten wist ik praktisch precies waar ik zat, een kind kon de was doen.
Uit het onderzoek van van Vledder en consorten is middels computermodellen gebleken, dat de Marshallese navigators hun weg door de golven vinden door voortdurend onder een hoek van 90º op de overheersende golfrichting te varen. Ze lezen de golven, fascinerend en ongelooflijk knap. Hoewel de voldoening en het plezier groter is wanneer je op zee middels natuurlijke bronnen je weg gevonden hebt, dan langs elektronische weg, begrijp ik best waarom ook de Marshallese zeevaarder na de komst van de GPS gemakzuchtiger is geworden.
Onlangs zijn we via het nieuwe fietspad, dat de Hierdense Mheenlanden vanaf de Kleine- tot de Ooster Mheenweg doorkruist, naar de monding van de Hierdense Beek gefietst. Qua afstand niet spectaculair, maar qua rust en natuurbeleving des temeer. Hoe vaak we in het gebied tussen de Veluwse stuwwal en de voormalige Zuiderzee tussen Harderwijk en Elburg ook komen, het blijft ons boeien. De variatie in gebiedskwaliteiten en landschappen is behoorlijk, in grote lijnen aan de ene kant het hoge beboste Veluwe massief aan de andere kant het Veluwemeer. Daartussen in een relatief open landschap, variërend van de enigszins besloten kampenlandschappen met essen tot een meer open veengebied. En dan natuurlijk die prachtige Hierdense Beek, die een belangrijke ecologische verbinding vormt tussen het ongeveer 25 km stroomopwaarts gelegen Uddelermeer op de Veluwe en het Veluwemeer nabij Hierden.
Bij de monding van de Hierdense Beek ontdekten we een mooie vogelkijkhut. Natuurlijk hebben we deze verhoogde uitkijkpost even beklommen, ook al hadden we geen verrekijker bij ons. Er komen daar veel soorten vogels tussen de rietkragen en de omliggende grasland voor. Uiteraard zwanen, ganzen en meeuwen, maar ook om maar enkele soorten te noemen de ijsvogel, zwaluw, torenvalk, zeearend, graspieper en zilverreiger. Als gezegd, een in alle opzichten prachtig gebied! Na dit moois zijn we vervolgens stroomopwaarts langs de Hierdense Beek via Hierden en een stukje Zuiderzeestraatweg terug naar ons uitgangspunt in Harderwijk gefietst.
De broertjes mochten al eerder mee met de jaarlijkse zusjesdag. Dit jaar werden de handen wederom over de zusterlijke hartjes gestreken, en mochten de zwagertjes ook van de partij zijn. Een nieuwe familiedag was geboren! Zo begon op 11 mei 2014 mijn stukje 'tijdreis met boot en stoomtram' Een tripje dat door Hans en Carla was georganiseerd. Bijna een jaar later schreef ik op 7 mei in mijn stukje 'attracties en beslommeringen' over een zussendag die door Christien was georganiseerd het volgende: De ooit enkel als zussen- en schoonzussendag begonnen combi, werd na verloop van tijd een zussen-/schoonzussen- en broersdag. En inmiddels heb ik voor de tweede keer op rij de combi zussen-/schoonzussen-/broers- en zwagerdag meegemaakt. Mooi, maar onlangs, om precies te zijn op 3 mei 2016 hebben we alweer de laatste zussendag-plus mogen beleven. Want op zussendag 2017, die eis en weder dienende door Alida en Jeannette zal worden georganiseerd, zijn de mannetjes niet meer van de partij. En zo hoort het natuurlijk ook op een echte zussendag. Maar het is natuurlijk ook wel een beetje jammer, we begonnen na drie keer meedoen net te wennen aan dit familiefenomeen.
Dit stukje heet dan ook niet voor niets 'over de laatste zussendag plus' Het was een mooie dag, alles zat mee, sfeer, stemming en weer. Alvorens naar Amersfoort af te reizen voor een rondvaart door de grachten, hebben we eerst een tijdje bij ons op het terras koffie met gebak zitten nuttigen. We waren met z'n tienen, dus reden we vervolgens met twee auto's richting Amersfoort. Na deze onder het stadhuis te hebben geparkeerd, zijn we met z'n allen naar 'Waterlijn Rondvaarten' gewandeld in de Krommestraat. De rondvaart van ongeveer drie kwartier via de west route verliep als volgt: Langegracht-Kortegracht-Westsingel-Langegracht. Onderstaand filmpje is een leuke impressie van dit tochtje.
Leuk open bootje, paste allemaal precies, incl. stuurman en gids zat de boot vol. De gids die zich gezellig tussen ons in had genesteld heeft aan één stuk zo door drie kwartier zitten kletsen. Maar niet zomaar, hij wist praktisch over elk gebouw of bruggetje wel iets te melden. De Amersfoortse binnenstad ken ik als m'n broekzak, maar vanaf het water had ik het nog nooit zo bekeken. Prachtig, ik heb genoten, en ik niet alleen. Alvorens vervolgens in Harderwijk het Stadsmuseum te bezoeken, hebben we even op het terras van restaurant 'Hortustuin' een koele versnapering genomen. We zaten zo lekker dat er stemmen opgingen die zich afvroegen of we het Stadsmuseum niet beter konden vergeten. Maar de meerderheid koos er toch voor om zich aan het door Joke en Will bedachte programma te houden. En zo liepen we even later dus toch maar naar kunst en de geschiedenis van Harderwijk te kijken. De tentoonstelling 'Down Under' vond ik bijzonder, een unieke kennismaking met Aboriginal kunst uit Australië. Rond een uur of acht hebben we met een afsluitend etentje in restaurant 'Monopole' een punt achter deze, voor de mannetjes enigszins bijzondere maar leuke zussendag gezet.
Lekker weertje zondag voor een wandelingetje door de beeldentuin van Kasteel het Nijenhuis in Heino. Om er te komen kozen we deze keer voor de mooie alternatieve route via Wapenveld, de Werver- en IJsseldijk en het 'Wijhese Veer'. Naast de Werverdijk nabij Wapenveld werden we totaal verrast door de aanblik van een enorme betonnen pijlerbrug in aanbouw. Waterschap Vallei en Veluwe realiseert Hoogwatergeul Veessen - Wapenveld, lazen we op een billboard. 'Geef de rivier de ruimte' is een reeds jarenlang bekend onderwerp, op meer dan 30 plaatsen in het Nederlandse rivierengebied krijgt de rivier meer ruimte. Hiervoor zijn verschillende mogelijkheden onderzocht, maar de verdere ontwikkeling en uitvoering van de plannen hebben we zelf niet echt in detail gevolgd. De plotselinge confrontatie hier met een 'eeuwenoud landschap op de schop' hield ons dan ook even danig bezig. De open pijlerbrug is straks de uitloop van de in aanleg zijnde Hoogwatergeul. De oude bestaande dijk moet daarom ter plaatse over de lengte van de nieuwe pijlerbrug worden gesloopt. De geul wordt 8 kilometer lang en is tussen de 550 en 1.500 meter breed. De geul ontstaat door de aanleg van twee nieuwe dijken. Gezien de in de toekomst te verwachten waterhuishouding in ons land, noodzakelijke maar ook ingrijpende maatregelen allemaal, waar iedereen in het gebied lijkt mij direct en indirect aardig bij betrokken zal raken.
'Prolong' 2008, Heringa/Van Kalsbeek.
Voor €.2,20 werden we met auto en al door de veerman van het Wijhese Veer in amper vijf minuten naar de overkant gevaren. Vervolgens reden we meanderend door het prachtige Sallandse landschap over allerlei fraaie binnenweggetjes naar Kasteel het Nijenhuis. Daar liepen we bepaald niet als enige door de prachtige beeldentuin, maar dat hadden we met dit mooie weer ook niet verwacht. De ongeveer 4,5 hectare grote beeldentuin rond het kasteel kennen we inmiddels als onze broekzak, maar ze blijft boeien. Ze bied plaats aan een vaste en wisselende expositie van ongeveer 90 beelden van gerenommeerde kunstenaars uit binnen- en buitenland, afkomstig uit de collecties van Museum de Fundatie, Beelden aan Zee en de Provincie Overijssel. Bekende buitenlandse namen die in de beeldentuin te zien zijn, zijn onder meer Kenneth Armitage, Mario Negri, Eugène Dodeigne, Andreu Alfaro, Waldemar Otto, Pino Castagna en de Zhou Brothers. De Nederlandse beeldhouwkunst wordt vertegenwoordigd door Jan Bronner, Charlotte van Pallandt, Han Wezelaar, Karel Appel, Nic Jonk, Arthur Spronken, Dora Dolz, Pjotr Müller, Tom Claassen, Elisabet Stienstra, Frode Bolhuis en vele anderen. Heel mooi allemaal, maar op een gegeven moment hebben we ook een tijdje stil op een bankje in de zon zitten genieten van alle bewegende beelden. Prachtig om te zien hoe iedereen naar kunst kijkt! Maar goed, we zijn natuurlijk ook nog binnen wezen kijken.
Coulissenlandschap 1982. Hans E. Koning
Onder de titel 'De lyriek van het landschap' was daar een overzicht van een eeuw expressionistische landschapsschilderkunst in Nederland te zien. Schilderijen van Jan Sluijters, Leo Gestel, Jan Wiegers, Wim Oepts, Eugène Brands, Nicolaas Wijnberg, Pieter Defesche, Ger Lataster, Armando, JCJ Vanderheyden, Leon Adriaans, Jeroen Krabbé, Marc Mulders, Robert Zandvliet en vele anderen. De bevrijding van kleur en beweging aan het begin van de 20ste eeuw is van grote invloed geweest op de ontwikkeling van de Nederlandse schilderkunst, met name op het landschapsgenre. Die invloed duurt zelfs tot op de dag van heden voort. Jan Sluijters verwoorde ruim 100 jaar geleden het onderscheid tussen de impressionisten en de expressionisten als volgt: 'Het groote verschil tusschen mij en de oudere generatie is dit, dat ik bij mijn schilderen uitga van de innerlijkheid en zóó wil komen tot een uiterlijken vorm, terwijl de oudere generatie de uiterlijkheid schildert en dan als toegift tracht er de innerlijkheid in te brengen'. Mooi gezegd, maar als ik voor zo'n schilderij sta vind ik het doorgaans lastig te duiden of deze middels de weg van de innerlijkheid zijn uiterlijke vorm gekregen heeft of andersom. Het zal me eerlijk gezegd ook een worst zijn hoe je het één en ander benaderd. Of je in de landschapsschilderkunst nou van buiten naar binnen werkt of andersom, wat telt is de zeggingskracht van het eindresultaat. Impressionisme of expressionisme, nog immer een leidraad om het hedendaagse verstedelijkende landschap te vertolken. Maar hoe je 'De lyriek van het landschap' ook ziet, we hebben genoten van de expositie in Kasteel het Nijenhuis.
Voor de terugweg naar huis hebben we de kortste weg weer genomen. Rond een uur of halfzes zaten we met onze oudste dochter tussen het ontluikende lommer van ons eigen tuintje, onder het genot van een wijntje, naar de bloemetjes en een paar zwerfkeitjes te kijken.
De Ermelose Folkband Daddy-O stond afgelopen zaterdagavond voor een praktisch uitverkochte zaal in De Dialoog. De vijfkoppige band Daddy-O was met negen extra bandleden uitgebreid, vandaar Daddy-O XXL. Met 'The American Journey 2 show' zette ze een prachtige show neer waar iedereen volop van genoot. In de ca. 2 uur durende show werd een reis gemaakt door de Amerikaanse folkgeschiedenis van de afgelopen paar eeuwen, het oudste werk stamde zelfs uit 1720. Achter elk stuk, of het nou western, dixieland of keltisch was dat werd uitgevoerd ging een eigen geschiedenis en verhaal schuil. Veel bekende namen als Woody Guthrie, Pete Seeger, Bob Dylan, Bruce Springsteen en Paul McCartney passeerden de revue.
De prachtige show in de theaterzaal werd uiteindelijk uitgeluid met een paar doedelzakspelers, die vervolgens in de aula nog een poosje door bleven blazen. Een mooi concert, zang, muziek, belichting noem maar op, alles klopte behoorlijk. Af en toe een vals nootje, maar een kniesoor die daarop let. Toffe muziek, we vonden het in alle opzichten een geslaagd avondje!
In mijn stukje 'Goeie shit' van 13 juli 2013 schreef ik over de blikjes 'Merda d'artista' uit 1961, ofwel over de uitwerpselen van de Italiaanse kunstenaar Piero Manzoni (1933-1963). Een serie van negentig blikjes, elk gevuld met 30 gram poep, per stuk te koop voor de dagprijs van 30 gram 18-karaats goud! Ik heb geen idee hoeveel blikjes van deze z.g. conceptuele kunst er zijn verkocht aan musea o.d.
maar zijn beroemdste werk in de catalogus van het 'Tate Modern' in Londen heet in ieder geval wel 'Artist's shit'. De reden om een museum voor beeldende kunst min of meer te ontheiligen met zulke laag-bij-de-grondse menselijke processen, is een protest tegen de absurde prijzen die voor moderne kunst moeten worden betaald.
Nu las ik onlangs in de krant, dat er binnenkort in het Solomon R. Guggenheim Museum in New York een 18-karaats gouden toilet wordt geplaatst. En niet alleen als kunstwerk maar ook als werkende vergaarbak voor menselijk afval. Over interactieve kunst gesproken! Ook de Italiaanse kunstenaar Maurizio Cattelan (1960) wil hiermee de obscene rijkdom in de kunstwereld aan de kaak stellen. Het Guggenheim verwacht dat de mensen in de rij zullen staan, om hun behoefte op het gouden potje te kunnen doen! Er schoot me, toen ik dat las, een ouwe mop over een gouden toilet te binnen, het slaat nergens op, maar voor de gein wil ik hem hier toch even kwijt.
Een man wordt 's morgens met een kater wakker nadat hij bij nieuwe mensen verderop in de straat een feestje heeft gehad. Ik heb weer eens te veel gedronken, mompelt hij voor zich uit, en ik zal me ook wel weer als een beest hebben gedragen. Ik moet mij eigenlijk gaan excuseren, maar waar was het feest ook alweer? Hij weet zich nog te herinneren dat de gastvrouw er leuk uit zag, en hun huis mooi was ingericht. En dat hij, toen de wc beneden bezet was en ontzettend nodig moest, boven een toilet is gaan zoeken. En dat hij daar op een gouden toilet heeft gezeten! Dat is bijzonder dacht hij, dat heeft niet iedereen, ik ga gewoon aanbellen in de straat en vraag of ze een gouden toilet hebben. Dan weet ik genoeg, en kan ik ze bedanken en mijn excuus aanbieden. Zo gezegd zo gedaan, een paar huizen verderop was het kennelijk al raak. Een knappe vrouw keek hem na zijn vraag vanuit de deuropening even met gefronste wenkbrauwen aan, voordat ze zich omdraaide en riep: Kees, hier staat de vent die gisteravond in je tuba heeft gescheten!
Een mopje dat een beetje tot m'n verbeelding spreekt, want mijn vader speelde vroeger tuba en borg dat ding altijd op in de hangkast.
(zie anekdote in mijn stukje 'wind' van 26 juli 2008)
De abominabele bedragen die voor moderne kunst worden neergeteld - een gouden toilet is daar een prominent symbool van - maken de excessen en de ongelijkheid zichtbaar die de littekens van onze maatschappij vormen. Maar dat is nog tot daar aan toe. Veel gekker is eigenlijk dat we er nog een betekenis in vinden ook. Een kunstwerk tussen twee haakjes, waarvoor een obsceen hoog bedrag betaald is, is tegelijkertijd een fenomeen waarvoor drommen mensen naar het museum komen. Wat een investering is voor de elite, is vermaak voor de rest. Een onbegrijpelijke paradox. Maar misschien dat we het gaan begrijpen als we in New York eens een keer rustig onze behoefte kunnen doen op het gouden toilet van Maurizio Cattelan. Dat die glimmende poepdoos uiteindelijk een filosofisch toilet blijkt te zijn!
Een moment dat me denk ik altijd wel helder voor de geest zal blijven, is het moment op die avond van eind maart vorig jaar, toen ik in mijn mailbox een berichtje van Charles tegenkwam. Als versteend zat ik achter m'n pc toen ik het gelezen had, zijn woorden 'moeilijk, moeilijk' en 'zo er al nog een toekomst is voor mij' waren ingeslagen als een bom en bleven maar door bonken in mijn hoofd. Er ontpopte zich een strijd in mijn hoofd tussen ongeloof en realiteit. Dit kan toch niet, dit mag toch niet! Nooit wat gevoeld en toch zomaar ineens een levensbedreigende ziekte. Hoewel praktisch sprakeloos, heb ik Charles nog dezelfde avond over de telefoon gesproken, ik kon niet anders. Maar alles was waar! Echter Charles zou Charles niet zijn, zonder zich te laven aan een sprankje hoop. En die had hij, hij ging er dus tegen aan! Een karaktereigenschap van hem die we in al die jaren zo hebben leren kennen en waarderen.
Toen we Charles via Geke midden jaren zestig voor het eerst ontmoete, klikte het eigenlijk gelijk tussen ons. Ondanks of dankzij de verschillende karakters, waren Charles en ik al vrij snel als broers voor elkaar, en nog praktisch even oud ook. We hebben, zeker in de beginperiode, veel dingen samen gedaan. Hoe hij me met gevaar voor eigen lijf en leden in die oude brik van hem, waarmee hij vanuit Arnhem naar Wezep was komen afzakken om met mijn zus te kunnen vrijen, auto leerde rijden op het Jan Boerswegje. Hoe hij ons eind jaren zestig veel heeft geholpen met ons huis te bouwen in Putten, soepel en lenig als berggeiten kropen we over steigers en spanten. Charles had de smaak van het bouwen kennelijk zo te pakken gekregen, dat hij het een aantal jaren later aandurfde om in Assen eigenhandig ook maar een stuk bij zijn eigen huis aan te bouwen. Dan die fantastische kampeervakanties in de Texelse duinen bij De Koog, Christa net geboren en Geke nog met een dikke buik van Peter. De badminton-wedstrijdjes in een duinpan die ik praktisch altijd van hem verloor. Hij was een betere sportman! De talloze weekendjes dat we met onze jonge gezinnen bij elkaar kwamen in Hoogeveen, Assen of Putten. De gesprekken over onze studies, Charles aan de Sociale Academie en ik aan de Academie van Bouwkunst. De gedenkwaardige tocht in die decembernacht in 1971, met z'n tweetjes in een Lelijke Eend over de Duitse autobahn. Bij tijd en wijle geen hand voor ogen ziende door de sneeuwbuien en de kledders blubber, die we door links en rechts inhalende vrachtwagens over ons heen kregen. Zo gleden we meer dan rijdend naar München, om die malle in aanbouw zijnde tentdaken voor de Olympische Spelen te bezichtigen. En dan dat vrolijke skiweekendje met z'n allen in Sauerland, dat Charles zo onbedaarlijk moest lachen toen hij Joke op het babyweitje filmde, die voordat ze het struikgewas indook, de skistokken in wanhoop van zich afsmeet. Of de talloze herfstvakanties in de Ardennen en de Eifel, met z'n memorabele en soms best wel linke fietstochtjes met onze nog zo jonge kinderen. En hoe hij destijds in Indonesië die prachtige rondtoer over Java, Bali en Lombok heeft georganiseerd samen met Geke, Joke en mij. Ook niet te vergeten de vele avondjes bij de open haard, genoeglijk ouwehoerend over dit en dat. En last but not least, de talloze zeiltochten samen met de mannetjes op het IJsselmeer, de Wadden en de Noordzee. Het water was niet echt zo zijn ding, maar hij genoot evengoed met volle teugen van het gedoe. En zo kan ik eigenlijk nog wel een poosje doorgaan met memoreren. Hoe kan het ook anders, ons repertoire van herinneringen is schier eindeloos, het is opgebouwd in de meer dan een halve eeuw dat we Charles hebben gekend.
Wat is genoemd is dus zomaar een willekeurige greep uit een enorm reservoir aan herinneringen. Ze trekken immer als een mooie droom aan het geestesoog van Joke en mij voorbij. Een mooie droom die niemand ons meer kan afnemen, maar waaraan jammer genoeg wel een eind gekomen is. Een eind dat ruim een jaar geleden reeds is ingeluid, maar waar we toen nog niet van wilden weten, Charles voorop! Het is een moeilijk jaar geweest, uiteraard in het bijzonder voor Charles zelf, maar ook voor allen die hem lief en dierbaar waren. Heen en weer geslingerd tussen sprankjes hoop en forse tegenslagen, vocht Charles zijn strijd voor het leven. Een leven dat hem tot ons grote verdriet niet langer was gegund. We kunnen nog slechts verwijlen bij zijn leven, en stilstaan bij zijn pieken van vreugde en pijn. Een groot gemis, het voelt alsof een stuk van onszelf gestorven is.
Anderzijds hebben we er alle vertrouwen in dat we de moed en kracht houden om door te gaan in de geest van Charles. Dat wensen we natuurlijk in het bijzonder ook Geke, kinderen en kleinkinderen toe. Dat we elkaar blijvend zullen aansporen om het mooie uit het leven te halen! Ik wil dit stukje dan ook graag besluiten met een kort gedichtje van Toon Hermans dat 'al wat sterft zal bloeien' heet, en gaat als volgt:
de bomen komen uit de grond
en uit hun stam de twijgen
en ied'reen vindt het heel gewoon
dat zij weer bladeren krijgen
we zien ze vallen op de grond
en dan opnieuw weer groeien
zo heeft de aarde ons geleerd
dat ál wat sterft zal bloeien.
Onderweg naar Kampen voor een bezoekje aan Charles en Geke, werden we vanmiddag ter hoogte van Elburg door Peter gebeld. Het gaat slecht met Charles, zo slecht zelfs dat de huisarts morfine gaat toedienen als alle kinderen er zijn. Charles zal in een diepe slaap geraken waaruit hij niet meer zal ontwaken, palliatieve sedatie noemen ze dat. Overdonderd door dit plotselinge bericht, ik had Charles gisteravond nog aan de telefoon gehad, hebben we in Elburg de auto geparkeerd. Wat doe je in zo'n situatie, ons bezoek paste nu even niet om begrijpelijke reden. In een min of meer emotioneel verdoofde toestand hebben we over de stadswallen een rondje om Elburg gelopen. Bizar, leven en dood was het onderwerp gedurende de hele wandeling. Terug in de auto zijn we maar weer huiswaarts gereden. Onderweg even Christa in haar kantoor bij HMS opgezocht. Terwijl we ons verhaal aan haar deden, werden we door Janny gebeld, Charles was reeds overleden! Een jaar lang wisten we dat dit gebeuren moest, genezing was van meet af aan geen optie, en dan toch nog zo plotseling. Moeilijk te bevatten! Ik wens Geke en haar kinderen en kleinkinderen de komende tijd heel veel sterkte toe. Onszelf trouwens ook, ik zal hem vreselijk missen. Charles je bent onze 'goeiste' zwager, zeiden we vaak tegen hem in jolige buien, en die hadden we nogal eens in ons kringetje. Een groot gemis in onze familie!
We zitten even in de garage, Charles rookt een sigaartje en we praten over lego, elektrische fietsen en van alles en nog wat. Zeker, want het volgende moment hebben we het over het naderende einde. En over wat er al of niet geregeld is. Bizar, ik kan en wil het tegen beter weten in amper geloven, dat we elkaar straks op dit ondermaanse nooit meer zullen zien. Ruim een jaar lang verzet ik me nu al tegen die gedachte. Is er dan geen wondermiddel, ze weten en kunnen zoveel tegenwoordig op het gebied van kanker. Een wens die echter keer op keer wordt gelogenstraft, het gaat gewoon niet goed met hem! Ik probeer te bevroeden wat er zich in zijn hoofd moet afspelen, hoe ga je om met een aangekondigde dood? We gaan natuurlijk allemaal een keer, maar dit is zo confronterend. Moeizaam maar rationeel is het antwoordt op mijn vraag. Ik doe mijn best er nog wat van te maken, meer kan ik niet doen, ik zie wel wat de nabije toekomst voor me in petto heeft. Overigens heb ik onlangs een verhaal geschreven over mijn leven vanaf mijn kleutertijd tot op de dag van heden, wil je het lezen? Graag!
Ik heb zijn verhaal meegekregen en het thuis gelezen. Een pakkend en overwegend positief verhaal dat in Arnhem begint. Een verhaal over jeugd, scholing, werk, vrije tijd, pensioen, kinderen, kleinkinderen, liefde en karakters, eindigend met een kijk op de huidige en meest moeizame fase in zijn leven. Enkele ijzersterke motto's completeren zijn verhaal en geven het een meerwaarde. Tijdens het lezen realiseerde ik me dat het verhaal van Charles een tijdsbestek van bijna 72 jaar beslaat, en we daarvan al bijna 51 jaar samen optrekken. De ene periode wat frequenter dan de andere, maar een zekere regelmaat hebben we tot op de dag van heden gekoesterd. Ruim vijf decennia aan mooie en dierbare herinneringen zitten er in mijn hoofd. Teveel om hier te duiden, ze schieten ook alle kanten op. Maar voor dit stukje blijven mijn gedachten om de één of andere reden toch even wat langer steken bij de jaren '60. Onze beginperiode, toen we elkaar amper kenden, en allebei net aan een gezin waren begonnen. Een mooie en dartele periode, jongens waren we nog, maar wel jongens met al veel verantwoordelijkheidsgevoel!
Bovenstaande collage is zomaar een willekeurige moment uit die tijd. Een zondagmiddag in Putten, tussen de stenen uitrusten van een weekje buffelen met die handel. Samen met Geke bij ons bivakkeren in het schuurtje, Christa en Peter nog in het peuterstadium. Honderden collages zou ik kunnen maken van ruim een halve eeuw herinneringen. Een rijk scala aan gezamenlijke belevingen en ervaringen trekt als een mooie droom aan m'n geestesoog voorbij. Een mooie droom die niemand ons meer kan afnemen, maar waaraan jammer genoeg wel een eind gekomen is. Want hoe graag ik ook zou willen, in de moeizame levensfase waarin Charles nu verkeerd kan ik hem niet volgen, laat staan helpen. Niemand trouwens, hoe liefdevol iedereen ook is, en hoe positief en rationeel Charles zelf ook met zijn ziekte en het naderende einde omgaat, hij staat er alleen voor! Charles eindigt zijn verhaal met de wens zijn verjaardag op 15 augustus nog te halen. Dat is de wens van ons allemaal, en nog langer ook hoop ik. Maar om met zijn eigen woorden te spreken, we zullen wel zien wat de nabije toekomst met hem in petto heeft. Zelf blijf ik immer op een wonder hopen, dat we de draad op een gegeven moment weer kunnen oppakken. Wellicht irreëel, maar dan wil ik hier nog wel kwijt, dat ik me gelukkig prijs dat ik zolang met een mooi mens als Charles heb kunnen optrekken!
De bronzen figuur op het bronzen bankje voor kasteel 'de Cannenburch' aan het Maarten van Rossumplein in Vaassen zit er rustig bij. Met de helm in de linkerhand en de rechterarm rustend op de rugleuning, kijkt de figuur met een enigszins vorsende blik de wereld in. Het moet de legendarische en beruchte Gelderse veldheer Maarten van Rossum (ca. 1490-1555) voorstellen. Een wreed heerschap dat destijds in dienst van de hertog van Gelre decennialang moordend en plunderend door de Nederlanden trok, om zo de z.g. onafhankelijkheid van Gelderland te verdedigen, zelfs toen dat al een verloren zaak was. Absoluut geen frisse jongen dus, als het tenminste allemaal waar is!
Persoonlijk hebben zijn rooftochten hem kennelijk ook geen windeieren opgeleverd, want in 1543 kocht hij de reeds uit 1365 daterende restanten van kasteel 'de Cannenburch' en liet hij er een statig slot van bouwen met drie verdiepingen. Na de dood van van Rossum in 1555 kwam het kasteel in handen van zijn neef Hendrik van Isendoorn à Blois. Na diverse verbouwingen en uitbreidingen werd het kasteel uiteindelijk rond 1750 aangepast aan de eisen destijds. Sinds die tijd is er aan de hoofdstructuur van het kasteel niets wezenlijks meer veranderd. In 1905 kwam het kasteel in handen van ene mevrouw F.A.F. Cleve-Mollard uit Berlijn. Echter na de Tweede Wereldoorlog heeft de Staat der Nederlanden 'de Cannenburch' als vijandelijk bezit geconfisqueerd. In 1951 droeg ze het over aan de stichting Geldersche Kasteelen. Nog hetzelfde jaar werd kasteel 'de Cannenburch' als eerste kasteel van de stichting opengesteld voor het publiek. In de jaren 1975-1981 vond een grote restauratie plaats. Ziehier het verhaal van kasteel 'de Cannenburch' in vogelvlucht.
Bij een beetje kasteel hoort natuurlijk ook een mooie kasteel- of parktuintje. De parktuin van 'de Cannenburch' in Vaassen is zo'n mooi tuintje, j.l. zondag hebben we die in alle richtingen doorkruist, een mooi wandelingetje!
Behalve een overzicht van sieraden van Evert Nijland las ik, brengt de tentoonstelling 'Vernieuwd Verleden' in het CODA Museum ook in beeld, hoe het verleden tot op de dag van vandaag leeft in de beeldende kunst. Hoe de combinatie verleden en heden zich met sieraden van Nijland versus een brede selectie hedendaagse kunst tot elkaar verhoudt, wilde ik wel eens zien. Is er mogelijk een rode draad te ontdekken tussen het één en ander? Het kan zijn dat ik niet goed gekeken heb, maar die heb ik niet ontdekt. Het brede spectrum van interpretaties en invalshoeken van de expositie maakte dat lastig. Gezien de ruime opzet was een dergelijke zoektocht waarschijnlijk ook helemaal de bedoeling niet. Gewoon kijken hoe de verschillende kunstenaars ter onderstreping van het belang van het verleden in de hedendaagse kunst, op geheel eigen wijze gebruik hebben gemaakt van technieken, materialen en symbolieken uit de westerse kunstgeschiedenis. Het één en ander is uiteraard opgezet naar een persoonlijke keuze van Evert Nijland en de overige samenstellers van deze expositie t.w. CODA directeur Carin Reinders, Ward Schrijver architectonische vormgeving Amsterdam en adviseur Hélène Bremer.
Verder hebben we in het CODA de expositie 'Schilderij van het Jaar 2015' gezien. Ofwel de resultaten van een jaarlijkse schilder wedstrijd. Van deze wedstrijd waren vijftien finalisten uit Nederland en vijftien uit België geselecteerd. Daar bovenop waren er nog tien Belgische en twintig Nederlandse werken speciaal voor deze tentoonstelling geselecteerd. De collage is een indicatie van het niveau van de exposities.
Top-avondje gisteren in de Catharinakapel! Het trio Eric Vloeimans (trompet), Tuur Florizoone (accordeon) en Jörg Brinkmann (cello) speelden de sterren van de hemel. Het zijn virtuozen op hun instrumenten. Ze behoren dan ook tot de top van de Europese muziekscene. 'Oliver's Cinema' heet het ensemble dat trompettist Eric Vloeimans, accordeonist Tuur Florizoone en cellist Jörg Brinkmann formeerden. Ze speelden prachtige compilaties van vooral filmmuziek in mooie lyrische arrangementen. Verstild, frivool, elegant, melancholiek, van alles! Waarbij de combinatie van het soepele geluid van de cello, de magnifieke improvisaties van de accordeon en de vaak fluweel zachte tonen van de trompet een verrassend geheel vormde. Prachtig, heel bijzonder, we hebben erg genoten, en wij niet alleen, de Catharinakapel zat bomvol met enthousiastelingen. Bijgaande video is eerder elders al opgenomen, behalve wat ditjes en datjes krijg je een aardig beeld van de muziek die het trio gisteravond in de Catharinakapel met heel veel plezier heeft gebracht!
Jongstleden zondag 3 april hadden we de 12e brussenmiddag, de afkorting van broers- en zussenmiddag. In mijn stukjes heb ik ze overigens consequent 'zondag p.m.' genoemd, van 'post meridiem' ofwel na de middag. (Zie in mijn blogarchief de stukjes 1e t/m 11e zondag p.m. op resp. 7-5-'12; 28-8-'12; 27-11-'12; 25-2-'13; 23- 6-'13; 26-8-'13; 13-11-'13; 28-1-'14; 11-11-'14; 21-4-'15 en 24-11-'15). Janny, die deze keer voor de organisatie moest opdraaien, had er gelijk haar op handen zijnde verjaardag maar aan vast gekoppeld. Een combimiddag dus, en dat was te merken, maar daarover zo meer.
De uitnodiging per mail was als volgt: Ik wil met jullie graag naar de Gesteentetuin op Schokland (dus NIET het museum). Om 13.30 uur toch even verzamelen bij het museumrestaurant, waar we beginnen met koffie en gebak. Daarna per auto naar gesteentetuin. Daar wat rondwandelen en er is ook een bezoekerscentrum met info. Toegangspad is door het bos, dat kan wat drassig zijn i.v.m nette schoenen. (Neem je pumps mee haha. Mama had altijd loop- en zitschoenen). Uiterlijk 16.00 uur wil ik dan graag weer thuis zijn, waar Charles en Geke aansluiten. Of zij komen eerst ook even naar het restaurant, dat zien ze wel. Heb er zin in! XXX Janny
Duidelijke taal, dat kan niet missen. Rond 13.30 uur zaten we dan ook met z'n allen, op Geke en Charles na, aan de koffie met gebak in het museumrestaurant van Werelderfgoed Schokland. Vervolgens begaven we ons geheel conform plan naar de Gesteentetuin, een eindje verderop. Tot onze verbazing haakte Janny daar af, ze had het daar al vaker gezien, bovendien moest ze thuis nog het één en ander regelen voor straks. En zo kon het gebeuren dat we daar even later zonder onze leidster aan een reis door de tijd begonnen. Een reis die zo'n 200.000 jaar terug in de tijd ging. We keken naar grote zwerfkeien die door de gletsjers van de voorlaatste ijstijd in de Flevopolders zijn terechtgekomen. En in het bezoekerscentrum hebben we nog een korte film gezien over het ontstaan van de aarde. En toen hadden wij het daar ook gezien. Tegen vieren zaten we met z'n allen bij Janny op haar nieuwe terras in het zonnetje te smikkelen, en kwamen even later Geke en Charles ook aanschuiven.
Toen we vervolgens na enige tijd door Janny werden uitgenodigd om binnen aan de rijkelijk gedekte tafel plaats te nemen, begonnen we een beetje te begrijpen waarom ze ons in de Gesteentetuin aan ons lot had overgelaten. Om te beginnen een heerlijk voorafje met zalm, paling, rucola sla, honingmosterddressing en geroosterd brood. Dan de hoofdmaaltijd, we konden kiezen! Kippendijtjes in rode kokoscurry met gekookte en gefrituurde mie of mals rood vlees met frietjes, groene asperges en een heerlijke rode wijn/portsaus met rozijnen, krenten, zilveruitjes en weet ik allemaal niet wat nog meer. Heerlijk allemaal, om je vingers bij op te eten! Na het toetje, roomijs met aardbeien en een slagroommousse met aardbeiensaus, Kirsch en Crème de Cassis kon ik nauwelijks nog pap zeggen. Amper een klein gaatje voor een afsluitend kopje koffie zat er nog in!
Een bijzondere middag was het. Gevoelsmatig drukte de ziekte van Charles en hun gedeeltelijke afwezigheid daardoor uiteraard een stevig stempel op de sfeer. We hopen en duimen voor Charles, dat hij de komende periode als een kwaliteit van bestaan mag ervaren, die de moeite van het leven nog volop waard is, ondanks de zware kuren en medicijnen. En dat hopen we natuurlijk ook voor Geke en allen die hem lief zijn. Verder was die malle exercitie in de Gesteentetuin natuurlijk ook bijzonder. Dat we daar onverwacht met een klein clubje min of meer verloren rond dwaalden. Waar gaat zo'n zondag p.m. eigenlijk om, zeiden we tegen elkaar. Een enigszins overbodige vraag bleek later op de middag. Al met al hebben we weer met elkaar genoten!
Twee acts voor de prijs van één in centrum 'De Zin' las ik. Voor de pauze singer-songwriter Marcel Hulst en na de pauze singer-songwriter Aafke Romeijn. Het maakte ons nieuwsgierig, toen het vrijdagavond 1 april j.l. zover was, waren J en ik dan ook van de partij. Marcel Hulst is o.m. bekend als zanger/gitarist van de Amsterdamse band 'Maggie Brown', maar dat terzijde. We kregen nu enkele songs te horen van 1974, de titel van de begin 2015 uitgekomen plaat van Mountaineer, zijn soloproject. Een enigszins psychedelische plaat waarop hij van begin tot eind rustig voort tokkelt op zijn gitaar, onder zachte begeleiding van zijn eigen stem en de andere bandleden van Mountaineer. De kalmte die er vanuit gaat is behoorlijk, een beetje te vind ik. Zo af en toe wat meer scherpte en pit zou de ingetogen wereld van Mountaineer denk ik ten goede komen. Maar laat ik ophouden, 1974 is en blijft toch een bijzondere plaat met een rustgevende uitwerking. Luister maar naar het nummer 'Submarine' van 1974 dat ik vrijdagavond in 'De Zin' met mijn telefoontje heb opgenomen.
Muzikant, schrijfster en journalist Aafke Romeijn gaf eerder zes jaar les als docent Nederlands aan een gymnasium. Een periode die haar o.a. stimuleerde er mooie Nederlandstalige liedjes over te schrijven. Vrijdagavond na de pauze hebben we enkele mooie songs van haar gehoord. Een intrigerende ietwat cabareteske dame achter haar synthesizer, prachtig al vond ik haar begeleiding op de synthesizer af en toe wel wat dominant overkomen. Maar dat neemt niet weg dat we genoten hebben van haar knappe teksten. Ze vertelde en passant ook nog dat we haar in de nabije toekomst vaker als gast(muzikant) bij DWDD gaan zien.
Het Giezenpad in natuurgebiedje Harderbroek, ook wel Laarzenpad genoemd vanwege het drassige karakter, is genoemd naar kunstenaar Krijn Giezen (1939-2011). De in Noordwijk aan Zee geboren kunstenaar speelde een pioniersrol in land art en ecologische en conceptuele kunst in Nederland. De in 1976 gebouwde ontvangsthut en vogelkijkhut aan het pad in Harderbroek zijn ontwerpen van zijn hand. De uit natuurlijke materialen opgetrokken kunst(bouw)werkjes, worden in zekere zin gezien als voorbeelden van jonge monumenten welke het verhaal van de provincie Flevoland vertellen. In 2012 zijn beide kunst(bouw)werkjes geheel gerestaureerd.
De wandeling vanaf de parkeerplaats naar beide hutten is heen en terug slechts 3 km lang, maar is qua vegetatie heel afwisselend. En het is zo te horen een paradijs voor de vogels. Ik ben geen ornitholoog, maar dat de verscheidenheid aan gevleugelde vrienden in het gebiedje groot is kan ik als leek nog horen en zien. Op www.vogelkijkhut.nl zag ik dat er op de dag dat wij daar hebben gewandeld door diverse wandelaars de volgende vogels zijn gesignaleerd: Krooneend, Blauwborst, Tjiftjaf, Winterkoning, Rietgors, Merel, Zanglijster, Roodborst, Putter, Zwartkop, Fitis, Vink, Heggenmus, Boompieper, Waterral, Boomkruiper, Kievit, Koolmees, Rietzanger en Baardman. Een aardige waslijst waar we uit eigen waarneming ook de Knobbelzwaan, Zilverreiger en Buizerd nog aan toe kunnen voegen. Fantastisch allemaal, kunst en natuur in Flevoland, een beleving waar we niet op uitgekeken raken! Zie ook 'een mooie ochtendwandeling' van 17 juli 2015.