vrijdag, oktober 29, 2010

Blauwestad



Vanaf de A7 nabij Winschoten zagen we het knalrode informatiecentrum van de Blauwestad al liggen. Het rupsvormige bouwwerk dat van tijdelijke aard is, is in overleg met architectenbureau De Zwarte Hond (voorheen Karelse van der Meer), huisarchitect van de Blauwestad, ontwikkeld door Norel Hallenbouw uit Apeldoorn. Het is in het leeg ogende landschap een eye catcher van formaat, wat ongetwijfeld de bedoeling zal zijn.



Over het reeds (gedeeltelijk) aangelegde (bouw)wegenplan in het gebied, vonden we vervolgens onze weg naar het info-centrum. De in de berm bij elke bouwkavel met sierlijke lussen uit het maaiveld komende bekabeling van de infrastructuur, vormde samen met het eenzame, bijna twee meter hoge bronzen standbeeld van Sicco Mansholt (1908-1995, Groningse hereboer, minister van landbouw en eerste landbouwcommissaris in de Europese Commissie) de enige decoratie in het verder nogal desolate landschap.



In het info-centrum kregen we uitgebreid tekst en uitleg over de Blauwestad nu en in de toekomst. En in een promotiefilmpje kwamen een aantal dolenthousiaste bewoners aan het woord. Prachtig, en het wordt allemaal nog veel mooier!

De realiteit is echter van een andere orde. Het plan was, om in een periode van tien jaar 1480 dure woningen te realiseren op ruime kavels. Begin 2004 zijn ze daartoe met de werkzaamheden begonnen, en eind 2005, bijna twee jaar later konden ze met de verkoop van de kavels beginnen. In najaar 2006, weer een jaartje later dus, hadden de eerste bewoners zich in de Blauwestad gevestigd. Inmiddels leven we in najaar 2010, precies vijf jaar na de verkoop van de eerste kavels. Volgens het oorspronkelijke plan hadden ze nu dus op de helft van het gestelde quotum moeten zitten, ofwel 740 woningen. Ik las ergens dat het er nog maar 150 zijn! Ik heb het niet gecontroleerd, maar ik geloof het zo. Honderdvijftig luxe paleisjes in 'the middle of nowhere', een gebied van totaal ca. 1450 hectare, waarvan ca. 52% water van het nieuw gegraven 'Oldamtmeer'. Hoe nou verder?

Volgens een onderzoek j.l. juli van de Noordelijke Rekenkamer is Blauwestad nooit kansrijk geweest. Links en rechts zijn grote risico's genomen en toegedekt, terwijl Gedeputeerde Staten alleen maar de positieve kanten zag in de diverse rapporten die werden gemaakt over het project. Ze hebben zich schuldig gemaakt aan 'wensdenken'.

Wensdenken? Maar de wens is toch de vader van de gedachte? Gedachten op papier gezet, een plan, van alle kanten belicht en bekritiseert. Zo werkt het toch!?
De vruchtbare Oost-Groningse streek het 'Oldambt' werd ooit de Graanrepubliek van Nederland genoemd. Het was een gebied met eindeloze akkers, monumentale boerderijen, weidse uitzichten en prachtige wolkenpartijen. Maar door de teloorgang van de landbouw, welke mede werd veroorzaakt door de toenemende bemoeienis van Brussel, was de streek tussen Winschoten, Beerta, Finsterwolde, Oostwold, Midwolda en Scheemda eind jaren tachtig, begin jaren negentig sociaal-economisch gezien verworden tot een probleemgebied. Er moest wat gebeuren!
Project de 'Blauwestad' was het antwoord! De buitengewoon drastische ruimtelijke ingreep van acht vierkante kilometer vruchtbare akkers afgraven, om zo een meer te creëren voor watersport en natuur, en het aanleggen van wegen, bouwkavels en kleine natuurgebiedjes zou het gebied naar verwachting opstoten in de vaart der volkeren. En rond 2016 zouden er in de dan 1480 gebouwde luxe woningen naar verwachting al zo'n 4000 mensen wonen, waarvan alle omliggende plaatsen zouden profiteren.



Jammer dat het allemaal anders loopt. Het zal naar mijn inschatting nog minstens een paar decennia duren voordat het in de Blauwestad een beetje gezellig wordt, als het al ooit een gezellige boel wordt. Want ja hoe zeg je dat, voor mij heeft de plek (nog) geen ziel, geen persoonlijkheid, het straalt niets uit, ruimte en privacy ja, dat wel, maar veel meer zal het voorlopig niet te bieden hebben. Het gedoe van een scala aan bewoners kan en zal daar op termijn meer muziek brengen, maar dat zal nog wel een poosje op zich laten wachten!
De wereldwijde economische crisis zal ook wel debet zijn aan de ontstane misère rond de Blauwestad, maar gek genoeg wordt daar volgens mij niet over gerept in eerder genoemd rapport van de Noordelijke Rekenkamer. De misère rond Blauwestad is dus niet alleen maar een geval van domme pech, er zijn kennelijk structurele fouten gemaakt tijdens de plan-ontwikkelingsfase!
Gelukkig zijn nieuwe z.g. deskundigen zich inmiddels weer aan het beraden, wat te doen, hoe nou verder. Nieuwe plannen worden gemaakt en oude plannen worden verworpen of aangepast. Hoe dan ook het blijft tobben, mensenwerk, maar God zegene de greep in de nieuwe gemeente Oldambt, want dat zullen ze daar nodig hebben!

zaterdag, oktober 23, 2010

Boedapest



In oktober 1956, precies 54 jaar geleden kwamen ze in Boedapest massaal in opstand tegen het stalinistische regiem in de Volksrepubliek Hongarije. Ik was toen ruim 12 jaar, maar het is een gebeurtenis die mij goed is bijgebleven. Iedereen kent wel van die ijkpunten, momenten of gebeurtenissen in je leven die om de één of andere oorzaak in je geheugen zijn blijven hangen. Voor mij was de Hongaarse opstand die zich toespitste in Boedapest zo'n gebeurtenis. Ik weet nog goed waar ik was en wat ik deed toen ik ervan hoorde. Het was zowel thuis als op school het gesprek van de dag, en iedereen zat aan de radio gekluisterd, televisie hadden we toen nog niet. Er was veel empathie voor de strijd die de Hongaren voerden, tegen de in het vrije westen zo verguisde communistische dictatuur. Desalniettemin werd in het vrije westen niet op de indringende hulpvraag van de Hongaren ingegaan, bang als we waren voor escalatie van het conflict zo midden in de Koude Oorlog. En toen na een strijd van amper 2 weken de tanks van de Sovjet-Unie begin november de straten van Boedapest binnendenderden, kwam aan de strijd, die inmiddels al aan duizenden mensen het leven had gekost, snel een bloedig einde. Vele Hongaarse burgers sloegen daarna op de vlucht. Ook naar Nederland, in grote getale kwamen ze per trein aan op o.a. station Utrecht. De regering Drees stond destijds een quotum van 3000 Hongaarse vluchtelingen toe die zich in Nederland permanent mochten vestigen. Wat ze overigens niet allemaal hebben gedaan, een deel van hen is later weer verder getrokken naar o.a. de Verenigde Staten.



Toen ik bezig was met de organisatie en het programma van de Herenleed (architectuur)excursie naar Boedapest, (een taak die deze keer aan mij was toebedeeld) passeerde ook bovenstaande gebeurtenis weer even de revue. Lang geleden, zeker, en ook de Sovjet-Unie bestaat al zo'n 20 jaar niet meer, maar toch. Het is een stukje Hongaarse geschiedenis, en van die prachtige stad aan de Donau wel in het bijzonder!



De Hongaarse hoofdstad aan weerszijden van de Donau met een kleine 2 miljoen inwoners, bestaat eigenlijk uit 3 delen t.w. de delen Buda en Obuda op de hoge westelijke oever van de Donau, en het deel Pest op de lagere oostelijke oever. In 1873 hebben ze de delen bestuurlijk samengevoegd en is de stad Budapest of Boedapest gaan heten.



'Mercure Buda' het hotel waar wij verbleven, lag in het stadsdeel Buda, nabij de burchtheuvel met het Koninklijke Paleis op zo'n 70 meter boven Donau-niveau. Van daaruit maakten we volgens onderstaand programma onze dagtochten door de stad.



Eerder genoemde samenvoeging in 1873 en de viering van het millennium in Budapest in 1896, om te gedenken dat de Hongaren zich 1000 jaar geleden vestigden in de Karpaten, heeft de stad destijds vele veranderingen gebracht. Het eerste gedeelte van de metro werd gebouwd (Op de metro in Londen na de oudste metro in Europa), het Heldenplein werd ontworpen en er werden stadsuitbreidingen gerealiseerd, veelal in Art Nouveau architectuur of daaraan verwant.
Deze architectuurvorm van rond 1900 kende twee basisstromingen t.w. gebouwen met invloeden van buiten Hongarije en gebouwen met meer Hongaarse invloeden. Overigens door stijlveranderingen van de diverse architecten een vaak moeilijk te traceren scheidslijn. Bovendien kregen de meer in klassieke stijl gebouwde werken ook nog vaak wat Art Nouveau decoraties mee.
Grondlegger van de Hongaarse variant van Art Nouveau was architect Ödön Lechner (1845-1914), die ze vanwege het vernieuwende in zijn werk ook wel de 'Hongaarse Gaudi' noemden. Architect Lechner heeft als geen ander zijn stempel gedrukt op de architectuur in Budapest rond 1900. Maar ook architecten als Aladár Arkay (1868-1932), Jakab Dezsö (1864-1932), Gyula Fodor (1872-1942), Kálmán Giergl (1853-1954), Károly Kós (1883-1977), Béla Lajta (1873-1920) en nog vele anderen hebben in Budapest prachtige gebouwen nagelaten.



Zoals bijvoorbeeld het in 1918 gebouwde Gellért-hotel en -badencomplex aan de voet van de Gellért-heuvel. Destijds ontworpen door het architectentrio Armin Hegedüs (1869-1945), Artúr Sebestyén (?) en Izidor Sterk (1860-1935). In 1945, aan het eind van de oorlog, werd het complex vernietigd. Maar na de oorlog is het weer herbouwd en gemoderniseerd.



Boedapest, een prachtige stad waar we de benen weer uit het spreekwoordelijke gat hebben gelopen. Maar op ooghoogte zo te zien ook wel een stad met nogal wat achterstallig onderhoud, maar daar wordt tegenwoordig aan gewerkt. Voor de mooie plaatjes hebben we dus veel omhoog gekeken, we kregen er een stijve nek van, maar het was zeer de moeite waard.



Op luchthaven 'Ferihegy' waren de controles voor vertrek weer zeer uitgebreid, net als vier dagen eerder op 'Schiphol' trouwens. De fatale terroristische aanslag op de Twin Towers van het WTC in New York, een kleine twee weken terug, veroorzaakte heelwat onrust in het vliegverkeer. Bydeway, nine eleven is wel weer zo'n ijkpunt in m'n bestaan geworden, waar ik was en wat ik deed op het moment dat ik het op de radio hoorde, zal me zolang ik leef wel helder voor de geest blijven staan.



Maar dat terzijde, zo wil ik dit stukje over die mooie stad Boedapest natuurlijk niet eindigen! Onderstaande foto's van de Kettingbrug (1839, naar een ontwerp van de Engelsman Adam Clark) over de Donau, en een prachtige fontein ergens op de Tarnok utca in het oude Budagedeelte van de stad, bezorgen me gelukkig nog hoop en geven ondanks alles een positieve kijk op de mensheid. We maken niet alleen maar mooie dingen stuk, maar maken ze ook en houden ze instant!



herfstschaaktoernooi



Eigenlijk was het een snelschaaktoernooi, zeven en een halve minuut bedenktijd had elke speler in totaal. De speler die deze tijd het eerst overschreed, zonder dat er uiteraard sprake was geweest van mat had sowieso verloren, ook al stond je in wezen misschien wel op winst. De schaakklok vroeg dus bijna evenveel aandacht als de stand van de stukken op het bord.

Traditioneel wordt in de familie-herfstvakantie die we om de twee jaar houden, een schaaktoernooitje georganiseerd door Hans v. D. Zo ook deze keer in Vlagtwedde, behalve dat Hans zoals gewoonlijk een tas vol schaakklokken had meegenomen, hadden de meesten bij voorbaat een eigen schaakspel weer meegenomen. De avond kon beginnen, de inrichting van de kamer in één van de huisjes werd aangepast, en borden, stukken en klokken werden strategisch opgesteld. En er werd een pool A en een pool B geformeerd met elk tien spelers, die een keer met elkaar zouden spelen. En om tot slot uit te maken wie uiteindelijk het schaaktoernooi deze keer zou winnen, zouden de winnaars van beide pools met elkaar de strijd aangaan.

Gewapend met potlood en papier werden de standen door arbiter Hans goed bijgehouden en bepaalde hij keer op keer wie tegen wie moest. En om de oplopende spanningen in het deelnemersveld te kunnen beteugelen, lag er bij elk bord een zakje Engelse drop ter beschikking. Maar natuurlijk was alleen Engelse drop voor het hele toernooi niet bevredigend, halverwege het toernooi kregen we allemaal dorst. Een korte pauze werd ingelast, te kort kennelijk, want na de pauze stond er bij de meesten wel een natte versnapering naast de schaakklok. Een bijkomstigheid was dat het natuurlijk wel steeds gezelliger werd en uiteraard luidruchtiger. Maar daar maakte niemand een probleem van. Op een gegeven ogenblik was het dan toch zover, de winnaars van beide pools waren bekend. Tot mijn verrassing bleek de jongere generatie deze keer de macht naar zich toe te hebben getrokken! Mooi, eindelijk eens een keer nieuwe gezichten in de finale. De eindstrijd kon beginnen!



De 15 jarige Iris v D, winnares van pool A tegen de 43 jarige Marco D, winnaar van pool B. Onder grote belangstelling werd de match in opperste concentratie en bij vlagen doodse stilte tussen beide titanen gespeeld. Steeds sneller werden de stukken verzet, de spanning was om te snijden! De klok was uiteindelijk onverbiddelijk, voor Iris viel het vaantje. Maar een mooiere tweede plaats had ze volgens mij zelf niet kunnen bedenken!

woensdag, oktober 13, 2010

De sjoel



Het fraaie neoclassicistische poortje aan de Jufferenstraat, recht tegenover 'Museum Elburg' met de ingemetselde ovale steen waarop de Hebreeuwse tekst 'Wij wandelen in gezelschap ten huize Gods' (spalm 55:15) is eigenlijk de oorspronkelijke ingang van de in 1855 gebouwde synagoge van Elburg. Maar sinds 2008 is de sjoel in Elburg een 'Museum voor geschiedenis van joods leven in de provincie' en is de entree aan de Graaf Hendriksteeg gesitueerd, vanaf de Jufferenstraat gezien dus aan de achterzijde van de sjoel.



In 'Museum Elburg' hadden we eerst de expositie 'Op golven van verbeelding' bekeken, van de dramatisch-impressionistische schilder Jos Lussenburg (Enkhuizen 1889 - Nunspeet 1975). Prachtige schilderijen uit de tijd toen er op de Zuiderzee nog volop werd gevist. Botters, pluten en bonzen bij storm en windstilte, onder zeil, voor anker liggend of in de haven, en ook stadsgezichten, landschappen, portretten, stillevens en interieurs uit die tijd. Een mooie tentoonstelling was het!

We hadden nog tijd over dus dachten we, kom we pikken de 'Sjoel Elburg' nog even mee voor sluitingstijd. Maar we kwamen er al snel achter dat je 'Sjoel Elburg' niet zo maar even meepikt. Om te beginnen werden we bij de balie opgevangen en werden we geadviseerd hoe het museum te bekijken. We begonnen vervolgens met een inleidende en voorbereidende film van ca. 20 minuten. We kwamen als vanzelf al in een sfeer van devotie en respect terecht. De verhalen van mensen over het gewone dagelijkse leven binnen een kleine joodse gemeente, temidden van een kleine niet-joodse gemeenschap. Religieuze verdraagzaamheid en integratie, een verhaal van verleden, heden en toekomst, hoe actueel!

Het motto van 'Sjoel Elburg' is: 'Zien leidt tot gedenken, gedenken tot doen' Middels vitrines waarin allerlei voorwerpen, geschriften, foto's en indringende gesprekken in woord en beeld, van mensen uit de joodse gemeenschap van heden en verleden, maakten we kennis met de rituelen die binnen de gemeenschap thuis horen. De tweede wereldoorlog speelde in de verhalen een grote rol, het aangedane leed was gewoon voelbaar! Intens, ik was eens in het Joods Museum in Berlijn, daar had ik dat ook. Het is haast met geen pen te beschrijven wat mensen elkaar aandoen als de geest uit de fles is. We moeten zeer alert blijven!

'Sjoel Elburg' is maar een klein museumpje, maar door in de expositie daar de relatie tussen verleden, heden en toekomst zo centraal te stellen, was de beleving intens en alles behalve klein!

zondag, oktober 10, 2010

Bohémien uit Delfshaven



De tentoonstelling 'De grote ogen van Kees van Dongen' in museum Boijmans van Beuningen vond ik prachtig. Veel mooie vrouwen aan de muur, de één sjiek gedrapeerd in een kleurig gewaad, de andere wat kariger of zelfs helemaal niet. Zelden zoveel bij elkaar geschilderde sensualiteit aan een wand zien hangen.
En de enkele schilderijen van nogal erotisch getinte feestjes, die van Dongen rond 1920 in zijn Parijse atelier organiseerde, benadrukten nog eens het beeld van een vleiende Don Juan, dat hij inmiddels bij mij had opgeroepen. Vergeleken met de sfeer die van zijn schilderijen afdroop, waren de nogal veelvuldig georganiseerde feestjes die wij in de jaren zestig en zeventig hadden, gereformeerde theekransjes.

Kees van Dongen (Delfshaven 1877 - Monte Carlo 1968) behoorde tot de stroming van het Fauvisme. Gewaagde kleurcombinaties in grote vlakken is daarvan een kenmerk. Kunstenaars van deze stroming las ik, hebben zich nooit als groep gepresenteerd. Fauvisten probeerden vanuit hun eigen instinct te werken en hun schilderijen opzettelijk een 'primitief' uiterlijk te geven. Daarvoor keken ze bijvoorbeeld naar het werk van Paul Gauguin. (Zie ook mijn stukje Gauguin van 13 maart j.l.) De techniek van felle kleuren en ruwe, dik opgebrachte verfstreken ontleenden ze o.a. aan Vincent van Gogh. Zo zetten ze zich af tegen de traditionele schilderwijze die de Academie voorschreef. Toch kozen enkele Fauvisten gaandeweg voor een meer ingetogen manier van werken. Het portret van Juliana Augusta (Guus) Preitinger (1880-1946), echtgenote van Kees van Dongen, (zie foto rechtsonder in bovenstaande collage) is daar een goed voorbeeld van.



Typisch, de tentoonstelling van Kees van Dongen was a.h.w. om 'Notion Motion', een expositie van Olafur Eliasson (1967), een hedendaagse kunstenaar uit Denemarken van IJslandse afkomst, heen gedrapeerd. We liepen een vertrek binnen in de verwachting dat de expositie van Kees van Dongen daar verder zou gaan, kwamen we in een donkere ruimte terecht waarvan ik in eerste instantie dacht dat het een opslagruimte o.i.d. was. Toen m'n ogen echter aan het donker gewend waren, zag ik de brochure van Eliasson liggen. Enige toelichting op wat we zagen kwam inderdaad van pas. Eliasson houd zich bezig met z.g. 'installatie-kunst', en het leidmotief in 'Notion Motion' las ik, is licht en water. En dan in het bijzonder het samenspel tussen beide. Het kunstwerk bestaat uit drie bassins met water, drie lampen en een eenvoudig mechaniek om het water in beroering te brengen, simpeler kan eigenlijk niet. Toch weet de kunstenaar met deze middelen een subtiel spel te creëren tussen poëzie en de wetten van de fysica.



Aardig gedaan van die jonge kunstenaar, niets mis mee, maar ik vond de overgang tussen beide exposities een beetje merkwaardig. De in alle opzichten kleurrijke expositie van Kees van Dongen versus het minimalistische zwart witte lichtspel van Olafur Eliasson. Een abruptere overgang kan ik me nauwelijks voorstellen.

donderdag, oktober 07, 2010

Kolontár



Stel, je woont naar je zin in Kolontár, een aardig klein dorpje met nog geen 1000 inwoners. Een paar straten, vrijstaande huizen, moestuintjes, een dorpswinkel en veel groen. En iedereen kent iedereen wel een beetje, de sociale controle is groot, wat z'n voor en z'n tegen heeft. Aan de noord-, west- en zuidkant van het dorpje uitgestrekte landerijen. Ook aan de oostkant wel wat, maar daar wordt het zicht in de nabije verte beperkt door de hoge dam rond het giftige slibreservoir van de aluminiumraffinaderij 'Timfoldgyar', de grootste werkgever in deze regio. Een dam in het landschap stel ik me voor, die er een beetje uitziet als de dam in het landschap tussen Hierden en het nieuwe industriegebied van Harderwijk. Geen fraaie oplossing natuurlijk, maar je accepteert het maar van je broodheren, bovendien raak je er nog vrij snel aan gewend ook. Er valt mee te leven!

Maar toen gebeurde er afgelopen maandag 4 oktober iets vreselijks, vermoedelijk door de hevige regenval las ik, brak de dam. En met donderend geweld raasde een vloedgolf van ruim één miljoen kubieke meter met zware metalen en natronloog vergiftigt slib door het gezapige Kolontár en nog zes andere nabij gelegen dorpen. Een gebied van ruim 40 vierkante kilometer is overstroomd. Met als gevolg 7 doden, een aantal vermisten, honderden gewonden, vele dode dieren, en natuurlijk een voor lange tijd naar de ratsmode geholpen plaatselijk milieu. Een bedrijfsongelukje!

In de voormalige communistische oostbloklanden wordt nog veel gewerkt met verouderde technieken. In moderne aluminiumfabrieken wordt het natronloog, dat wordt gebruikt om aluminium uit bauxiet te winnen, ecologisch afgebroken. Maar in Hongarije dus nog niet, opslag van het giftige afvalproduct in grote open reservoirs is daar nog heel normaal. Er zijn elders in Hongarije nog twee aluminiumraffinaderijen met grote open reservoirs met ca. 50 miljoen kubieke meter giftig slib!
Onacceptabel natuurlijk, misdadig zelfs, bedrijven die een maximum aan schade kunnen aanrichten waarvoor ze nooit en te nimmer de volledige financiële verantwoordelijkheid kunnen dragen. Snel aanpakken die handel en moderniseren! Je moet er toch zeker alles aan doen en voor over hebben om bedrijfsongelukjes van deze omvang te voorkomen.
Maar ja, als ik denk aan het recente bedrijfsongelukje bij BP, die in de Golf van Mexico de veiligheidsnormen kennelijk aan zijn laars lapte, of aan het gifschip Probo Koala, dat een aantal jaren geleden bewust 500 ton giftig afval dumpte in Ivoorkust, zal het ben ik bang met een vlotte aanpak van verouderde systemen zo'n vaart niet lopen. Om (veel) geld te kunnen verdienen blijven we overal in de wereld maar ongeoorloofde risico's nemen, voorbeelden te over.

Het grondig vergiftigde dorpje Kolontár zal niet worden herbouwd las ik. Het moet een 'eeuwig monument' worden ter herinnering aan de slachtoffers van de tot nu toe grootste milieuramp in de geschiedenis van Hongarije. Er zit voor de bijna 1000 dorpelingen niets anders op dan dat ze hun leven en bestaan elders zullen moeten herpakken. Simpel is anders lijkt mij!

maandag, oktober 04, 2010

mens en natuur II



Mijn eerste stukje over mens en natuur van j.l. 16 augustus was een beetje de inleiding op ons jubileumuitje van j.l. zaterdag 2 oktober naar het prachtige Parkgebied Oranjewoud n.a.v. ons 4,5 decennia samen zijn. Met z'n dertienen waren we, zes kleinkinderen variërend in leeftijd van acht tot veertien jaar en zeven z.g. volwassenen.



Eén voor één kwamen ze rond twaalf uur binnendruppelen in 'Grand Café Tjaarda'. Als eerste het kwartet uit Harderwijk al vrij snel gevolgd door het trio uit Amsterdam, en toen even later ook het kwartet uit Zwolle binnen was, was de ploeg compleet en kon het spel beginnen. Bijpraten, koffie en lunch, de één met een tosti, de andere met een twaalf uurtje of een uitsmijter Tjaarda, het maakte niet uit, het ging erin als koek. Verkwikt en verzadigd begonnen we daarna aan ons fietstochtje. Al was het in het fietsenhok eerst nog wel even zoeken naar de bij het sleuteltje passende huurfiets.



De hele nacht en een groot deel van de ochtend had het geregend, maar toen we op de fiets stapten was het droog. En het is droog gebleven ook, zelfs hadden we af en toe nog een mager zonnetje door het dikke wolkendek. Wat een geluk!
Ons eerste doel was de 'Ecokathedraal' van Le Roy aan de IJntzelaan in Mildam. Een weilandproject dat in 1983 is gestart en tot sint-juttemis kan doorgaan. De gebouwde objecten van los op elkaar gestapeld puin, doen me qua vormgeving vaak aan de maya-cultuur denken. Le Roy heeft zich er vast door laten inspireren, dat moet haast wel. Het weiland is verder een dicht begroeid bos geworden met een gevarieerde vegetatie en bovendien, tot plezier van de twee jongsten onder ons, met heel veel verrassende plekken.



Ons tweede doel was uitkijktoren 'De Belvédère'. De in 1924 in opdracht van hoteleigenaar Tjaarda op een heuvel gebouwde 30 meter hoge constructie van beton. Destijds de eerste van zijn soort in Nederland. De bomen steken de toren inmiddels wel naar de kroon, maar evengoed was het de moeite van het beklimmen waard. Het uitzicht op de wijdse omgeving is nog steeds fantastisch.



Met een bewust gekozen omweg door de prachtige omgeving fietsten we vervolgens naar 'Museum Belvédère', onze derde doel. In de tentoonstelling 'Beroerd Landschap' zagen we welke gevolgen het menselijk handelen ook kan hebben op natuur en cultuur. We zagen in de schilderijen processen van afbraak, ondergang, destructie en ravage. De weergegeven explosies in de apocalyptische verschrikkingen van Olphaert den Otter trokken nogal de aandacht van de jongetjes.
Ja kijk maar goed jongens, ook dat is mensenwerk, alleen wel even wat anders dan de ontwikkeling van de 'Ecokathedraal'!



Gelukkig waren de tot de vaste collectie behorende schilderijen aan de andere kant van het transparante museumcafé m.b.t. de menselijke tekortkomingen heel wat minder confronterend. In tegendeel juist, de schilderijen van kunstenaars als Werkman, Altink, van Doesburg, Zandvliet en vele anderen kenmerkten zich door een zekere ingetogenheid, gevoeligheid en verstilling. Waarbij de diverse uiteenlopende stijlen als realisme, impressionisme, expressionisme en constructivisme werden doorkruist.
Toen we het allemaal gezien hadden, waren we wel aan een drankje toe. Het prachtige museumcafé bood daar volop gelegenheid toe. Vanuit het museumcafé hadden we zowel in noordwaartse richting als in zuidwaartse richting een prachtig uitzicht op de omgeving. Maat en perspectief van het uitzicht werd sterk beïnvloed door het rechte kanaal dat onder het museum doorloopt. Of je nou noordwaarts keek of zuidwaarts, het kanaal gaf structuur aan het beeld.



Na de versnapering in het museumcafé fietste de hele meute terug naar 'Grand Café Tjaarda'. En nadat we de fietsen en de sleuteltjes weer hadden ingeleverd, konden we zowaar nog een uurtje buiten op het terras zitten. Wie had dat nog gedacht! De bitterballen smaakten voortreffelijk, al hebben niet alle kleinkinderen van deze lekkernij kunnen genieten. Zo is het leven, dan moet je d'r maar bij komen zitten. Maar bij tijd en wijle waren ze overal en nergens in en rond het Grand Café te vinden. Ze vermaakten zich volgens mij dan ook uitstekend!



Tegen een uur of zes gingen we aan tafel. Het diner was prima, de sfeer idem. Rond half negen zat het erop. Buiten regende het weer, maar dat kon ons nu niet meer deren. In de auto zaten we droog en een uurtje later waren we thuis. Einde van een leuke middag en avond met kinderen en kleinkinderen.

woensdag, september 29, 2010

Het Grote Verhaal



De TwentseWelle is het museum van het menselijk avontuur. Het vertelt het 'Grote Verhaal' vanaf de prehistorie tot heden en de toekomst. Een universeel verhaal met Twente als materiaal. Het museum, dat is ondergebracht in de gerenoveerde en verbouwde vroegere textielfabriek 'Rozendaal', staat in de gelijknamige z.g. cultuurcluster van de wijk Roombeek in Enschede.

Roombeek, de arbeiderswijk die op 13 mei 2000 met de grond gelijk gemaakt werd door de midden in deze wijk staande ontploffende vuurwerkfabriek S.E. Fireworks. Een wijk van ruim 40 ha die gewoon werd weggeblazen, waarbij 23 mensen om het leven kwamen en bijna 1000 gewonden vielen! Maar nu, ruim 10 jaar later, is er alleen een monument te vinden op het Lasonderbleek dat ons nog aan de ramp herinnerd, 'Het verdwenen huis tussen hemel en aarde' genaamd, van beeldend kunstenaar Balta uit Amsterdam.


Mede door participatie van de oude bewoners van de wijk, is het nieuwe Roombeek een prachtige wijk geworden. Dus niet, zoals doorgaans voor het grootste deel gebeurd, ontwikkeld en gebouwd door woningbouwverenigingen of projectontwikkelaars, maar door particulieren! Het is daardoor een wijk geworden met een grote mate aan diversiteit en architectuur.
En ook de oude textielfabrieken of onderdelen daarvan en de bierbrouwerij van Grolsch in de wijk worden dus geïntegreerd. Ze worden of zijn al gerenoveerd en verbouwd tot musea (TwentseWelle, Cremermuseum) of tot wijkcentra voor wonen, werken, winkelen e.d. danwel een appartementencomplex.

Door de veelheid en diversiteit aan gebeurtenissen in de wijk Roombeek, ben ik een beetje van 'Het Grote Verhaal', dat ze in de TwentseWelle zo prachtig verbeelden afgedwaald. Zoals gezegd vertelt de TwentseWelle het verhaal van het menselijk avontuur, vanaf het moment dat de mens de streek Twente, net na de laatste ijstijd betrad en zich daar vestigde. Een verhaal over onderwerpen als de natuur, de jacht, het verzamelen, de landbouw, de ontwikkeling van land naar stad en streek, de opkomst van de industrie, arbeid, innovatie, techniek en samenleving.
Aan de hand van genoemde onderwerpen en een grote verzameling natuurhistorische en cultuurhistorische objecten in het museum, laten ze in 'Het Grote Verhaal' zien hoe de mens en natuur zich in wisselwerking met elkaar ontwikkelen.

De tentoonstelling 'Beter dan God' waarin het dilemma van maakbare schoonheid aan de kaak wordt gesteld, waren ze nog aan het opbouwen toen wij daar rondliepen. Deze is daar te zien vanaf 1 oktober a.s. tot eind februari 2011. Een reusachtige pop van de king of pop Michael Jackson (1958-2009) bij de ingang van het museumterrein is kennelijk als representatief bedoeld voor de expositie. Want als er iemand is die zich vaak heeft laten verbouwen, dan is hij het wel!

maandag, september 27, 2010

Frise (Pays-Bas)



Van de Hylper Haven naar Het Zool is maar een eindje. Even op de boeitjes letten dat je niet vastloopt op de plaat voor het vogelreservaat aan stuurboord, dat is alles. De 'Hylper Hurdsilery 2010' over bakboord achter ons, met al die prachtige Lemsteraken onder vol zeil hielden we voor gezien. En eenmaal de hoek om op Het Zool waren ze helemaal uit het zicht verdwenen. Aan bakboord op de Hylperdijk de vuurtoren van Workum op 52º58'NB 5º25'OL, waar al sinds 1967 de voormalig Rotterdamse architect Reid (70) en bedenker van de 'Driehoek Noordzee' in woont. Een mooier woonplek kan ik me voor een liefhebber van ruimte, natuur en zeilschepen nauwelijks voorstellen, om jaloers van te worden.



Voor de schutsluis hoefden we niet lang te wachten, en ook op de daarop volgende vier bruggen in Workum niet. Als je maar wel bij elke brug de €. 0,70 paraat houdt voor in de klomp. En zelfs nummer vijf, de spoorbrug zag ons kennelijk al aankomen, we konden praktisch zo doorvaren. En toen zaten we op de Lange Vliet, en even later op de Korte Vliet en weer even later op het Zandmeer en het Grote Gaastmeer. En toen we de daarop volgende Inthiemasloot ook hadden gehad zaten we op het Heegermeer, alwaar we bakboord uit gingen richting Heeg. Voor Heeg, net even voorbij het eilandje Rakkenpôlle stuurboord uit over de Woudsender Rakken naar Woudsend. Ik kan de hele route zolangzamerhand wel met m'n ogen dicht varen. Verder door Woudsend over de Ee naar het Slotermeer, en aan de overzijde van het meer het Slotergat in naar Sloten. En toen hadden we zin in een borreltje en een visje, dus hup de 'Swing' aan de kant en op de benenwagen het altijd pittoreskse Sloten in.

De oude jenever op het zonnige terras van restaurant 't Bolwerk aan de Voorstreek was prima van temperatuur, en de smaak van het harinkje met uitjes in cafetaria 'By de Brêge' was bovenverwachting goed. Goed gemutst en innig tevreden stapten we na dit Slotense intermezzo weer aan boord, om onze tocht over de Friese wateren te vervolgen. Via Woudsloot, Brandemeer, Kromme Ee en Rijnsloot kwamen we op de Groote Brekken uit, alwaar we vervolgens stuurboord uit gingen richting Lemmer. De zware bui die op de Brekken over ons heen dreigde te komen, deed me besluiten op het ijzeren zeil verder tegaan. Achteraf viel het mee en was deze aktie eigenlijk niet zo nodig geweest, maar ja het had ook anders kunnen uitpakken, dat heb ik inmiddels wel geleerd.

Via Stroomkanaal en Zijlroede met drie ophaalbruggen, voeren we langs de overbezette Lemsterkade's naar de Lemstersluis. Gelukkig waren we als enige in de sluis in no time geschut, en lagen we weer op IJsselmeer niveau. Maar ook de Buitenjachthaven van Lemmer lag op het eerste gezicht stampvol, echter doorvarend tot bijna achter in de haven, waar we ons nog maar nauwelijks konden keren, vonden we toch nog een vrije ligplaats voor de nacht.

Het was wel geen 'mossel na cataplana' wat we voorgeschoteld kregen in 'Les Pays Bas', het Lemmerse restaurant aan de Langestreek, maar ze smaakten evengoed prima. En ook de pikketanisjes daarna, of wat het ook mocht zijn in 'Tapa Tapa' aan het Burg. Krijgerplein, gingen er na al dat lekkers wonderlijk genoeg nog met smaak in. Maar toen we eenmaal terug waren aan boord ging het licht wel vrij snel uit, het was mooi geweest voor vandaag.



De andere dag even voor tienen 's morgens gingen de trossen weer los. Miezerig weer bij een ZW wind, kracht 4 à 5 Bft. Recht voor de kop dus, zin in laveren hadden we niet, maar het ijzeren zeil was gewillig. Koers naar huis, we lieten Friesland weer achter ons, langs de dijk eerst richting Urk, dan Ketelhaven en over de randmeren via Roggebotsluis en Elburg naar Harderwijk. Rond zes uur meerden we daar af in de thuishaven. En met een grote pan macaroni werd het vanuit zeilersoogpunt gezien nogal tamme, maar toch wel gezellige zeil-mannetjesweekend aan boord afgesloten.

zondag, september 26, 2010

Jubileumconcert



Tot verrassing hadden we van onze goede kennis Cor G. een uitnodiging gekregen voor een jubileumconcert, ter ere van zijn veertig jarig jubileum als organist van de Gereformeerde Kerk in Putten. En afgelopen vrijdagavond hebben we dat concert, dat onder motto "Van verleden naar heden" werd uitgevoerd bijgewoond.

Van barok naar modern zal ik maar zeggen. Door diverse uitvoerende musici werden vocaal en op fluit, fagot, orgel en accordeon enkele canzone's, sonate's en koralen ten gehore gebracht van de Italiaanse componist/organist Giovanni Batista Riccio (1527-1627), de Duitse componist/organist Johann Sebastian Bach (1685-1750) en de Duitse componist/fagottist Philipp Friedrich Böddecker (1607-1683). En van de Nederlandse componist/organist Hendrik Andriessen (1892-1981) werd op orgel een Thema met Variaties gebracht. Ter afsluiting kregen we van het duo Bach/Kamminga (1742-2010) een prachtige humoristische cantate te horen, die werd uitgevoerd door het Bach-Kammingakamerkoor met een slotkoor waaraan alle aanwezigen in de kerkzaal deelnamen.



De geluidskwaliteit van het met m'n telefoontje opgenomen filmpje van de humoristische cantate is slecht, maar live viel het gelukkig wel mee. Ik vond het een vermakelijke avond, en aan het applaus te horen ik niet alleen! Na het dankwoord van de jubilaris en de felicitaties van alle aanwezigen, werd de muzikale avond in de aula besloten met een drankje en een hapje.

vrijdag, september 24, 2010

Hylper Haven



Even samen met J. een weekje er tussen uit, lekker zeilen en we zien wel waar we terecht komen. Dat was het plan, maar dat we niet veel verder zouden komen dan Hindeloopen had ik niet gedacht. Ook al is de Hylper Haven één van m'n favoriete bestemmingen, ik had toch graag nog wel even naar de wadden gewild. Maar regen, kou en veel wind hield ons vast in de Hylper Haven, het moet tenslotte wel leuk blijven. En leuk was het, uitslapen, kachel aan, ontbijten, krantje en boeken lezen en kijken naar al die Lemsteraken in de havenkom, die zich opmaakten voor de 'Businessdag' en/of voor de 'Hylper Hurdsilery 2010'. Petje af voor de schippers van die grote aken. Hoe ze met veel wind in die overvolle en relatief kleine havenkom manoeuvreerden met die joekels, de meesten ook nog zonder boegschroef, dwong bij mij althans respect af.

En de 'mossel na cataplana' een Portugees mosselrecept met spekjes en stukjes gorizo in restaurant 'De Drie Harinkjes' was om je vingers bij op te eten!
En in het boekwinkeltje aan de Buren in Hindeloopen (gaat weg), heb ik een boek gekocht over leven en werk van de Amerikaanse kunstschilder Edward Hopper (1882-1967). Een boek vol prachtige foto's en beschrijvingen van zijn werken. Schilderijen die stuk voor stuk een ongrijpbare sfeer van spanning oproepen.



Toen alle Lemsteraken, ik geloof een stuk of vijftig, zich op zaterdagochtend opmaakten om uit te varen, was het in de overvolle havenkom een drukte van belang. Gelukkig was de wind wel wat afgezwakt, maar toch altijd nog variërend tussen de 4 à 5 Bft uit ZW richting. Maar alles verliep perfect en zonder enig probleem. Even later had de hele vloot de zeilen gehesen en ging de 'Hylper Hurdsilery 2010' van start. Een prachtig gezicht met al die volle zeilen!

Na de koffie gingen bij ons op de 'Swing' ook de trossen los. J. ging met G. in de auto mee naar huis, en ik begon met m'n inmiddels gearriveerde zwager en beide broertjes aan het jaarlijkse zeil-mannetjesweekend. Omkijkend toen we wegvoeren, lag de Hylper Haven er voor mijn gevoel stil en verlaten bij. Maar dat zou over een paar uur weer heel anders zijn. Dan komen al die aken van de wedstrijd weer terug in de havenkom, en zullen de bemanningen moe, dorstig en hongerig de tent op de kade induiken voor het aperitief en de lekkere hapjes van top kok Joop Braakhekke.

woensdag, september 08, 2010

Oktjabrskaja



Aanvankelijk hadden we 3 tweepersoonskamers in hotel 'Moskva' besproken, maar een paar dagen voor ons vertrek kregen we te horen dat de boeking om de één of andere reden moest worden geannuleerd. We werden doorverwezen naar hotel 'Oktjabrskaja', een oud, groot (660 kamers) en klassiek ingericht hotel aan de Ligovskij-Prospektet 10, tegenover het Moskou-station in het centrum van St. Petersburg.



1e dag.
Rond halfvier in de middag kwamen we met z'n zessen aan op Pulkovo 2, de luchthaven van St. Petersburg. Na enig speurwerk in de aankomsthal zagen we een dame staan die, zoals afgesproken, een bordje 'Hildebrand' hoog hield. Het kon niet missen, dat moest Nina Galitschewa zijn, onze Russische hostes. Nadat we ons aan haar hadden voorgesteld, stapten we met z'n allen in een z.g. mashroetka, een mini-busje die ons naar hotel 'Oktjabrskaja' bracht.

Een uurtje later waren we ingecheckt en geïnstalleerd in het enorme hotel, en konden we aan onze eerste verkenningstocht in het centrum van de stad beginnen. Nina was inmiddels naar huis, haar zouden we morgenmiddag in de Hermitage terug zien. We hadden ons goed voorbereid op deze excursie, toch voelden we ons daar in het centrum even als een knap stel vreemde eenden in de bijt. St. Petersburg dat is aangelegd in de moerassige monding van de rivier de Neva, heeft een stadsconcept dat behoorlijk hybride is. Wandelend door de oude stadsdelen troffen we heel wat elementen aan van diverse Europese steden uit de achttiende eeuw. Komend vanaf de rivieroever waanden we ons eerst in Venetië, vervolgens in Wenen, daarna in Parijs, en aangekomen in de bij de haven gelegen wijk Kolomma in een ietwat gesteven stadswijk van Amsterdam. Opvallend bij dit alles was dat de ornamentering nogal eenzijdig, te sober of te banaal was. Of het nou ging om gebouwen in barok, rococo of klassicisme, echte hoogstandjes in de vormgeving en detaillering konden we zo gauw nog niet ontdekken.
Wat we tegen het schemeren aan wel ontdekten, was een soort eetcafe. En dat was maar goed ook, want we hadden van al het gesjouw een behoorlijke trek gekregen.



2e dag.
's Morgens om negen uur stonden we al weer buiten, klaar voor de wandeling richting Hermitage. We hadden goed geslapen allemaal, dus de beentjes konden er weer tegen. Onderweg tijdens een koffiestop in een soort van snackbar, zagen we verbazend veel mannetjes binnenkomen voor een wodka, en dat op de vroege ochtend! En het waren geen mannetjes die van een nachtdienst kwamen, dat was wel duidelijk. Kantoormensen zo te zien, opweg naar hun werk! In één teug gooiden ze een glas wodka achterover ter grootte van een middenmaat limonadeglas, betaalden en vertrokken weer net zo snel met hun aktetasjes onder de arm, alsdat ze waren binnengekomen.



Rond elf uur waren we bij de Hermitage, waar Nina ons al stond op te wachten. In het immens grootte museum kun je makkelijk een dag doorbrengen. Maar wij wilden nog meer zien van de stad, dus moesten we de duur van ons bezoek wel beperken tot een paar uur. Maar evengoed was het prachtig! Na de lunch in de snackbar van de Hermitage, begonnen we aan onze middagwandeling over en rond de Nevsky Prospekt en langs de rivier de Neva en diverse grachten. Een pittige wandeling die ons langs een groot aantal fraaie en belangrijke bezienswaardigheden voerde.



Langs 'het huis van het boek' (Dom Knigi) uit 1902 van arch. P.J. Sjoesov, langs de Kazankathedraal, langs het grootte warenhuis Gostiny Dvor, langs het 'toeristbureau' van arch. P. Behrens, L. mies van der Rohe, de Russian Academy of Arts, over het Plein der Kunsten en nog veel meer, enfin teveel om hier allemaal te noemen. Maar wat we bij al dat fraais niet of nauwelijks tegenkwamen, was een café of een terrasje waar we even wat konden bijkomen van al het gesjouw. Dat was dus af en toe wel even doorbijten voor de mannetjes. We zijn natuurlijk ook wel een beetje verwend met de steden zoals we die hier kennen. Met name de steden in ons landje, daar barst het in het algemeen van de kroegen en de terrasjes.





Rond acht uur 's avonds eindigden we de wandeling met een voortreffelijke Russische hap in restaurant 'Austeria' op de Peter en Paulvesting. Het begin van de stad St. Petersburg, waar in 1703 door Peter de Grote eigenhandig de eerste steen werd gelegd voor de vesting. Na het eten hebben we ons maar per taxi naar hotel Oktjabrjskaja laten brengen. De mannetjes waren voorlopig wel even uitgeteld, het was mooi geweest voor vandaag.



3e dag.
Ook op deze dag waren we weer om negen uur paraat. In de foyer werden we opgewacht door Tatjana Gorskaja, de gids die ons vandaag zou bijstaan. We hadden namelijk voor de ochtend een architectuur rondrit door de stad geregeld, en voor de middag een bezoek aan het ca. 30 km verderop gelegen 'Petershof'. Lekker zitten dus in de mashroetka, de beentjes zouden even wat meer rust krijgen.
De tocht voerde ons langs de Collonades uit 1923 (Smolny Klooster) van arch. V.A. Sjtsjoeko en V.G. Gelfrejch, classicisme uit de jaren 20, dat toegang geeft tot het Smolny-instituut uit 1806 van arch. Quarenghi.



Langs Hotel Leningrad uit 1970 van arch. S. Sperinski, V. Stroezman en N. Kamenski. Langs het Nat.Museum van de Grote Okt. Revolutie 1902-1905 van arch. I.A. Gaugin, het oorspronkelijke huis van de 'prima balerina' Ksjesinskaja (1872-1971). Langs de Moskee 1910-1915 van arch. N.V. Vasiljev en het Cultuurpaleis Lensovjet uit 1934.





Langs woongebouw Lensovjeta na karpovke uit 1931 van arch. E.A. Levinson en I.A. Fomin. Textielfabriek 'Krasnaja Znamja' uit 1925 van arch. E. Mendelssohn. Cultuurpaleis Kirov uit 1937 van arch. N.A. Trotski en N. Kozak. Winkel aan de Bolsjoj Prospekt uit 1930 van arch. Baroetsjev. Fabriekskantine met winkels 'Kirov' uit 1929 van arch. Baroetsjev, Gilter, Meerzon en Roebantsik. Cultuurpaleis Gorki uit 1927 van arch. A.I. Gegello en D.L. Kritsevski. School 'de 10e oktober' uit 1927 van arch. A.S. Nikolski. Woningbouw Traktornaja oelitsa uit 1927 van arch. A.I. Gegello, A.S. Nikolski en G.A. Simonov. Sovjetgebouw Kirov-wijk uit 1934 van arch. N.A. Trotski. De constructivistische Cultuurpaleizen 'Kapranov' en 'Lljitsj' uit resp. 1931 en 1932. Sovjetgebouw Moskou-wijk uit 1935, gemoderniseerd classicisme van arch. E.A. Levinson en I.A. Fomin.

Tegen een uur of halftwee waren we aangeland in de 'Petershof', het door Tsaar Peter de Grote in de 18e eeuw gebouwde onderkomen. Het enorme bijbehorende park is naar het voorbeeld van Versailles gebouwd. Het prachtige park is verdeeld in een boven- en benedengedeelte. Het bovenpark ligt samen met het paleis op een ca. 20 meter hoge heuvel en het benedenpark ligt op zeeniveau.
Maar we begonnen daar met een lunch in restaurant 'Schwabskij Domik' die er als gewoonlijk natuurlijk weer als pap inging. Na de maaltijd lieten we ons onder de bezielende leiding van gids Tatjana, in een paar uur door alle vertrekken van het bescheiden zomerpaleisje van wijlen Tsaar Peter sleuren. Zelden heb ik meer goud zien blinken dan daar, van kroonluchter tot serviesgoed en van deur- en raambeslag tot beelden en fonteinen, werkelijk alles was verguld.



Rond een uur of zes waren we terug in hotel Oktjabrskaja. Even een moment van rust! En 's avonds hebben we ergens in het centrum natuurlijk weer lekker gegeten.

4e dag.
Vandaag stond nog een bezoek aan het Catharinapaleis op ons lijstje. Het zomerpaleis van tsarina Catharina de Grote in Poesjkin op ca. 25 km van St. Petersburg. Ook in dit bescheiden onderkomentje, ontworpen in rococostijl door de Italiaanse arch. Rastrelli, was alles weer pracht en praal. Een gigantische balzaal met een prachtig beschilderd plafond, en de grote kachels in alle vertrekken bekleed met Delfts blauwe tegels.



Rond één uur hebben we in 'Podworje', een Russisch traditioneel restaurant in de omgeving van St. Petersburg, samen met onze hostes Nina Galitschewa nog uitgebreid zitten lunchen, een afscheidslunch!

Ons vliegtuig zou om 16.10 uur vertrekken, we hadden dus nog wel even tijd, maar vluchtnummer KL 286 moesten we natuurlijk wel halen. En de formaliteiten op Pulkovo 2 namen ook nogal wat tijd in beslag. Maar het liep allemaal gesmeerd, exact conform de dienstregeling kwamen we los van Russische aarde en waren we opweg naar Amsterdam.

zondag, september 05, 2010

fam. v. Dogg's knooppuntentocht



Aanloop, organisatie en beleving van de jaarlijkse familiefietstocht, die al een aantal decennia lang steevast op de eerste zaterdag van september gehouden wordt, was dit jaar anders dan anders. Het ziekbed en het overlijden van Jan v V. die toevallig ook nog één van de organisatoren zou zijn dit jaar, drukte nog zwaar op ons gemoed. Het was ook allemaal nog zo kort geleden! Het leven gaat door, dat weten we, en dat willen we ook allemaal, maar toch! De beloning voor een ieder van ons in de vorm van het vertrouwde fietsvaantje is er voor het eerst een keer bij ingeschoten.

Rond halftwaalf was het verzamelen en begroeten in restaurant/grand café Peacock's in Ermelo, 23 personen telde de fietsgroep en een grote hond in een fietskarretje. We begonnen met onszelf eerst maar eens te trakteren op koffie met appelgebak. En toen we waren uitgesmikkeld kregen we van 'good old brother-in-law' Ad, de coördinaten van een door hem uitgezochte 40 km lange knooppuntenroute uitgereikt. Verdwalen konden we nu niet meer!


Tegen halféén zaten we eindelijk in het zadel, en zette de groep zich langzaam maar zeker in beweging richting knooppunt 39, ons startpunt elders in Ermelo. Maar nog voor we dit punt hadden bereikt, lag Alida al met snorfiets en al in een heg. Hilariteit, ze had de bocht kennelijk iets tekort genomen. Maar na enig gekrabbel zat ze weer in het zadel en konden we ons pad vervolgen. De fietstocht van knooppunt naar knooppunt was prachtig. Over smalle maar verharde paden fietsten we afwisselend door bos en over zandverstuivingen en heidevelden. Het was mooi fietsweer, dus waren we bepaald niet alleen. De vele tegenliggers en achteropkomende snelfietsers drukten, bij mij althans, soms een lichte smet van irritatie op de beleving van deze prachtige tocht.

De rustpauze bij restaurant de 'Boerenschuur' in Vierhouten deed ons even goed. Lekker in het zonnetje lieten we ons de tosti's en pannekoeken goed smaken. Maar ja, we moesten toch weer verder, want we hadden om zes uur besproken bij de Italiaan in Ermelo. Dus hup, weer in het zadel met de hele hap. Via landgoed Staverden en schaapskooi Ermelo ging de tocht terug richting startpunt 39. Mink kwam nog even flink te kletteren, maar toen de traantjes waren weggepinkt konden we opgelucht weer verder. En klokslag zes uur melde de hele troep zich dorstig en uitgehongerd bij Ristorante Pizzeria ITALIA. Tot mijn verrassing werden we daar door Reini en Christien, de twee niet-meefietsers die dag, verwelkomt. Ze zaten met z'n tweetjes al aan de lange, reeds voor 25 personen gedekte tafel! Dat zag er natuurlijk wel een beetje droef uit, maar dat beeld was snel veranderd toen de hele meute z'n plaats had ingenomen!

Het bier was goed, de wijn was goed, en de pizza Mare e Monto, de Tagliatelle Gorgonzola, de Coppa Amarena en de Cappuccino waren ook goed. Maar bovenal was de sfeer goed, ondanks het voelbare gemis van één van ons. Rond een uur of negen was iedereen wel uitgegeten en restte ons nog afrekening en afscheid. En met de toezegging van Carla in ons aller achterhoofd, dat zij volgend jaar de fietstocht zal organiseren, naar ik aanneem in de omgeving van Purmerend, ging een ieder zijns weegs.

vrijdag, september 03, 2010

Dinner



Als je echt wat te vieren hebt, ga je niet naar het eerste beste eetcafe, al is daar opzich ook weer niets mis mee. Nee, als je echt wat te vieren hebt bespreek je een tafeltje in een goed restaurant, en daar hebben we er genoeg van in Harderwijk. Op de Vischmarkt kan je zelfs kiezen tussen twee restaurants met een Michelinster. Gisteren hadden we een dag om wat te vieren, dus wij naar de Vischmarkt. Bij de buitendeur viel ons al een hartelijk en warm onthaal ten deel. En toen we eenmaal zaten voelden we ons door de aangeboden champagne van het huis al snel op ons gemak in het haute cuisine wereldje van de Basiliek.

Restaurant 'Basiliek' is gevestigd in de voormalige kloosterkapel, enig overblijfsel van het Sint Agnietenklooster. Het klooster van onbekende ouderdom werd voor het eerst genoemd in 1439. Het was gebouwd aan de noordzijde, aan de buitenkant van de stad. Ik las dat tijdens de beeldenstorm in 1566 de kapel ook zwaar werd beschadigd, maar dat die in 1577 weer werd hersteld. De kapel heeft meerdere functies gehad in de loop der tijden, ooit was het ook het stadstimmerhuis. Maar sinds 1984 is het gerenoveerd en ingericht als restaurant, en het huidige ster-restaurant zit er nu alweer sinds 2006.

We hebben ons in die prachtige ambiance ruim 3,5 uur door de kok laten verrassen met een bijpassend wijnarrangement. Van amuse tot voorgerecht, van voorgerecht tot hoofdgerecht, van hoofdgerecht tot nagerecht, van nagerecht tot dessertamuse, dessert, koffie, friandises en cognac, het was allemaal even verrassend en lekker. Het was een mooi avondje!

woensdag, september 01, 2010

Schaamstukken?



Gisteren zijn we weer eens in Gemeentemuseum Den Haag geweest. Buiten in de vijver hadden ze net een reuzenspin geplaatst van de Frans-Amerikaanse kunstenares Louise Bourgeois (1911-2010), de 'grand dame' van de moderne kunst die j.l. 29 mei op ruim 98 jarige leeftijd in New York is overleden. Ik las dat ze nog wel nauw betrokken geweest is bij de voorbereidingen van deze expositie. Pas op hoge leeftijd, ze was al 71 jaar, beleefde Bourgeois haar grote artistieke doorbraak, en werd ze gerekend tot één van de belangrijkste kunstenaars ter wereld. Haar surrealistische werken bezitten een universele herkenbaarheid doordat ze putte uit haar eigen (jeugd)ervaringen. In haar werk zocht ze voortdurend naar een uitdrukkingsvorm voor de zielepijn die menselijke relaties veroorzaken.

Het tot monument uitgeroepen museumgebouw van gele baksteen en veel verspringende bouwvolumes van architect H.P.Berlage (1856-1934), wordt tegenwoordig beschouwd als een hoogtepunt uit de moderne architectuur. Overigens Berlage zelf, die de afronding in 1935 niet meer heeft kunnen mee maken, beschouwde het als zijn beste werk. In het museumgebouw heerst een haast serene sfeer, waarin de getoonde kunstcollecties goed tot hun recht komen. Mooie doorkijken en een prachtige lichtval.

Er waren diverse exposities te zien o.a. de tentoonstelling Andere tijden - Nieuwe werelden , hoogtepunten uit de collectie van het museum. Veel werken hadden we in een andere context al vaker gezien. Maar topstukken van Monet, Picasso, Mondriaan, Schiele, van Gogh, Cézanne, Kandinsky, Toorop, Bourgeois enz. in één tentoonstelling samengebracht is natuurlijk wel bijzonder!

Er was een tentoonstelling gewijd aan werk van de autodidactische kunstschilder Gerrit Benner (1897-1981). Diverse abstracte, veelkleurige landschappen in neo-expressionistische stijl.

Verder was er werk te zien van Jan Dibbets (1941), het boegbeeld van de conceptuele kunst. Dibbets doet veel met fotografie, de tentoongestelde serie 'New Horizons' waarin hij land en zee tot een imaginair, minder plat Hollands landschap mixt, schijnt gebaseerd te zijn op 'Sectio Aurea', een werk van hem uit 1972.

Vervolgens kwamen we in een zaal terecht met een serie bizarre maar intrigerende schilderijen genaamd, 'Schaamstukken', werk van de Zuid-Afrikaanse kunstschilderes Ina van Zyl (1971). Ik had nog nooit wat van haar gezien of gehoord, toch schijnt ze al een paar jaar in Amsterdam te wonen en te werken.

Realistische uitsneden van schaamstreken, mannelijk en vrouwelijk, hier en daar afgewisseld met een beeltenis van een weelderige bloem, donkere vrucht of walnoot. In eerste instantie voelde ik me een beetje een voyeur. Wat is dit, en waarom? Is het erotisch, is het suggestief of is het bedoeld als stilleven? Ik ben er niet uitgekomen, maar nader bekeken ebde mijn gevoel van gêne wel enigszins weg, en vond ik de uitvergrotingen eerder abstract dan shockerend. Introvert werk ook, en werk dat volgens mij tegenstrijdige gevoelens blijft oproepen, gevoelens van verlangen, van eenzaamheid maar ook van gêne.