zondag, augustus 28, 2016

tijd en ruimte in oneindigheid


'De wereld draait gewoon door' noemde ik op 14 februari j.l. mijn stukje over zwaartekrachtsgolven, die na een tocht van 1,5 miljard jaar, nadat ze door een fusie van twee z.g. zwarte gaten waren ontstaan, onze aarde hadden bereikt. Het was groot nieuws, Einstein had ze een eeuw geleden al voorspeld, maar nu waren ze ook gemeten. Afgelopen week was er weer nieuws te melden waar astronomen hun vingers bij aflikten. Op kleine afstand van de Aarde, d.w.z. op ruim 4 lichtjaar ofwel ca. 40 biljoen kilometer, was dwergster Proxima Centauri gevonden, waar een vermoedelijk bewoonbare planeet Proxima b geheten in ca. 11 dagen omheen draait. Groot nieuws, wordt vast vervolgd!
Maar er was deze week ook nog nieuws te melden van een geheel andere orde. En wel over een gaaf skelet van een tyrannosaurus rex kortweg T.rex. Opgegraven in Montana (VS) waar het volgens Bartjens minimaal 66.398.000 jaar heeft gelegen, ruim 66 miljoen jaar! Vanaf 10 september a.s. kunnen we het in Leiden zien in museum Naturalis.

Samengevat domineren de grote getallen van tijd en ruimte waar ik me moeilijk iets bij kan voorstellen. Zwaartekrachtsgolven die 1,5 miljard jaar onderweg geweest zijn. Een zusterplaneet van de Aarde op ca. 40.000.000.000.000 km bij ons vandaan, op kosmische schaal gezien bij ons om de hoek, maar een bemand ruimteschip zou er met de huidige technieken vele eeuwen over doen om het te bereiken. En een tastbaar skelet van een tyrannosaurus rex van 66.398.000 jaar oud, ook een eeuwigheid geleden, maar peanuts vergeleken met de andere getallen. Getallen, fascinerende fenomenen! Vragen waar filosofen zich al eeuwenlang mee bezig hebben gehouden, doemen ook in mijn hoofd op. Heeft de tijd altijd bestaan, en zou de ruimte oneindig zijn? Wetenschappers als de natuurkundigen Einstein en Hawking hebben al aardig wat tipjes van de sluier op kunnen lichten, maar betekenis en ervaring van tijd, ruimte en oneindigheid blijven voor mij vooralsnog met vele raadselen omgeven!

vrijdag, augustus 26, 2016

BOT op ramkoers bij Vis à Vis


De locatie van Vis à Vis kan niet missen, rijdend op de A6 zie je hun hijskraan al van veraf staan. Overigens wisten we van de vorige keren (zie in blogarchief stukjes Theaterspektakel van 27 juli 2012 en bizarre picnic van 12 juni 2014) hun locatie evengoed nog wel te vinden. Rond halfzeven arriveerden we op hun locatie nabij het Almeerderstrand, op zich altijd al een bijzondere beleving. Behalve de permanente hijskraan hadden ze deze keer een enorm sculptuur tussen de barakken opgebouwd middels piepschuimen viskisten van de Urker visveiling. Wonderlijk, natuurlijk vroegen we ons af wat het te betekenen had. Het kwartje viel 's avonds na de voorstelling van BOT vanzelf, toen het sculptuur van binnen verlicht was. Een reusachtige hond met een bot voor z'n neus! Leuk gevonden van Vis à Vis om haar gast zo welkom te heten.

Na 26 jaar theater maken, waarvan zes jaar op de locatie naast het Almeerderstrand, vond Vis à Vis het kennelijk tijd om er iets bij te doen in de vorm van programmeren. En zo komt het dat vanaf gisteren RAMKOERS van muziektheatergezelschap BOT, twee weken lang op de locatie van Vis à Vis speelt. Onder de naam 'Vis à Vis ontvangt' is BOT het eerste gezelschap dat door Vis à Vis als gast op haar locatie is uitgenodigd. In de toekomst zullen ze ook andere groepen uitnodigen.



We hebben genoten van RAMKOERS, een spectaculaire voorstelling met grote machines en kleine liedjes. Op een speelvloer die constant veranderde en onder constructie was. De mannen van BOT verbaasden het publiek voortdurend met hun houtje-touwtje-stuntwerk en hun haast onstuitbare stroom muzikaal vernuft, prachtig!

donderdag, augustus 25, 2016

architectuur, kunst en natuur


Sinds vorig jaar bezit Gorssel één van de mooiere musea van Nederland. Museum MORE, gevestigd in het voormalige gemeentehuis midden in de dorpskern. In opdracht van de huidige eigenaar Hans Melchers, heeft de Amsterdamse architect Hans van Heeswijk (1952), bekend van o.m. museumontwerpen als de Hermitage en het Van Gogh in Amsterdam en het Mauritshuis in Den Haag, er een prachtig museum van gemaakt voor Nederlands Modern Realisme, of zoals ik in een bouwblad las, een geweldige juwelendoos voor hedendaagse kunst. In dit prachtige bouwwerk zijn werken te zien van diverse toonaangevende Nederlandse kunstenaars van de afgelopen eeuw, zoals Carel Willink, Pyke Koch, Jan Bor, Wim Schuhmacher, Raoul Hynckes, Dick Ket, Jan Mankes, Charley Toorop en vele anderen. Melchers verwierf in 2012 vele van deze werken uit de Scheringa-collectie van de voormalige DSB Bank, waarover ik op 18 april 2009 in mijn stukje 'Noord Holland' het één en ander geschreven heb.

En dat allemaal in Gorssel, de groene kern tussen de twee oude Hanzesteden Deventer en Zutphen, prachtig, we hebben alles gezien. Als opmaat voor ons museumbezoek was het 'Lokaal Ommetje Gorssel' een mooi begin. De sfeer en de weldadige rust hier bracht ons tijdens het fietstochtje door het prachtige coulisselandschap en langs bossen, het Twentekanaal en de IJssel in een bijkans euforische stemming. Terug in de Hoofdstraat van Gorssel hebben we alvorens het museum in te duiken, in de schaduw van het tegenover liggende terras eerst onze dorst gelest. En toen naar binnen, het MORE in waar het lekker koel was. Als reeds min of meer gezegd is het museum gebouwd bij het voormalige gemeentehuis van Gorssel, dat na een gemeentelijke fusie met Lochem beschikbaar was voor andere doeleinden. Het monumentale deel van het uit 1914 daterende gebouw is intact gebleven en heeft nu een functie als museumcafé en evenementenzaal. De paviljoenachtige nieuwbouw van het museum heeft twee verdiepingen en zeven museumzalen met strategisch gekozen doorkijkjes naar de parkachtige omgeving. Het is gebouwd van overwegend duurzame en natuurlijke materialen, en heeft een heldere indeling en een verrassende ruimtelijkheid. MORE is niet één van de mooiere musea, maar misschien wel het mooiste onder de kleine musea in Nederland!

zondag, augustus 21, 2016

de wadden in het Markermeer


De ontwikkelingen in het voormalige Zuiderzeegebied blijven mij boeien. Door de aanleg van nieuwe natuurgebieden in de Randmeren, het Ketelmeer, IJsselmeer en Markermeer, alsmede de planontwikkeling rondom de Afsluitdijk, worden deze gebieden naar mijn beleving steeds interessanter. (Zie o.m. in mijn blogarchief de stukjes 'de Kreupel' van 24/9'08; Afsluitdijk van 5/10'08; Afsluitdijk II van 12/3'11 en rivier in Afsluitdijk van 10/12'14). Neem project 'Marker Wadden' dat momenteel wordt aangelegd, een uniek project op initiatief van Natuurmonumenten in de Markermeer dat zorgt voor natuurherstel door de aanleg van eilanden met zand, klei en slib uit het Markermeer. Op forse schaal worden paaiplaatsen, eilanden en natuurlijke oevers aangelegd waar flora en fauna van kunnen profiteren. Maar dat niet alleen, het grootste eiland wordt ook toegankelijk gemaakt voor natuurliefhebbers en watersporters.



Samen met het onderwaterlandschap zal het oppervlakte 750 ha groot worden. De ambitie van Natuurmonumenten is om van de 'Marker Wadden' een grote archipel te maken van totaal 10.000 ha, waarmee het één van de grootste natuurherstelprojecten van West-Europa is!

zaterdag, augustus 20, 2016

Fietsen, wandelen en neuzen


Ons geplande fietstochtje nabij Oud-Amalisweerd stagneerde een beetje tijdens de bezichtiging van het Fort bij Vechten. Het hield ons langer bezig dan verwacht, waar we overigens totaal niet mee zaten. Een boeiend gebiedje van totaal 23 ha, waarvan 17 ha binnen de gracht, dat gebouwd is rond de zeventiger jaren van de 19e eeuw als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In het gebiedje, dat sinds 1996 eigendom is van Staatsbosbeheer, is in één van de gebouwen sinds vorig jaar het Waterliniemuseum Fort bij Vechten gevestigd. We hebben echter onze activiteit tijdens het bezoek, mede door het mooie weer, beperkt tot een wandeling over het sterk geaccidenteerde terrein. Het Waterliniemuseum houden we nog wel een keer tegoed.

Nu we het op één na grootste fort van de Nieuwe Hollandse Waterlinie hadden bezichtigt, wilden we uiteraard ook het nabij gelegen Fort Rijnauwen, het grootste, en volgens Staatsbosbeheer ook het mooiste fort van de Nieuwe Hollandse Waterlinie gaan bekijken. Evenals Fort bij Vechten had ook Fort Rijnauwen destijds tot taak om de z.g. Houtense Vlakte af te sluiten. Het fort is voor het publiek echter beperkt toegankelijk, en dat hebben we gemerkt. Verkeerde dag, verkeerd tijdstip, en zo houden we dus ook een bezoek aan Fort Rijnauwen nog een keer tegoed! Na de lunch bij Stayokay, op een mooi idyllisch plekje, hebben we alvorens de auto weer op te zoeken, in de unieke en bosrijke omgeving van de Kromme Rijn nog een aardig tochtje gefietst!


Toen we 's anderendaags even na het middaguur bij Herberg De Kop van 't Land (43) waren aangekomen bleek deze gesloten. Wat nu, ons plan was om na de lunch vandaar af verder de Biesbosch in te fietsen en weer in Werkendam (30), ons vertrekpunt die ochtend, te eindigen. Omdat we geen eten bij ons hadden, besloten we ad hoc het fietsrondje dan maar om te klappen, d.w.z. niet via de Biesbosch, waar we verder geen eetgelegenheden meer zouden tegenkomen, maar via de noordelijke oever van de Beneden Merwede terug naar Werkendam. De enigszins sarcastische opmerking van J over een goede voorbereiding heb ik maar niet gehoord. Wie verwacht nou ook dat zo'n herberg, nota bene in het hoogseizoen, gesloten is. Jammer, volgende keer beter, dan maar een hapje in Baanhoek of waar dan ook.

Afgezien van de straffe wind waar we recht tegenin moesten trappen, viel de route terug naar Werkendam via Baanhoek, Sliedrecht, Hardinxveld en Boven-Hardinxveld me eerlijk gezegd niet tegen. Af en toe een vervelend stukje met wat langsrazend verkeer, maar overwegend prima verkeersluwe fietspaden. Toen we bij de pont in Boven-Hardinxveld (51) aankwamen, zagen we hem net voor de neus wegvaren. Pech, maar een halfuurtje op een bankje in de zon, kijkend naar de overkant en de drukte op de rivier, er zijn beroerdere manieren om de tijd te slechten. Voordat we er erg in hadden konden we aan boord, en waren we even later terug in Werkendam (30).

maandag, augustus 15, 2016

natuur, en een huis van kunst


Plattegrond landgoederen.
Het huis van kunst, ofwel Museum Oud Amelisweerd (MOA) ligt in de prachtige natuur van de landgoederen Amelisweerd en Rhijnauwen. In de informatiebrochure las ik er het volgende over:

Het landhuis behoort dankzij eeuwen van incidentele bewoning tot één van de best bewaarde voorbeelden van een 18e-eeuwse edelmanwoning. Het ensemble met landhuis, koetshuis en tuin behoort tot de top 100 van de rijksmonumenten in Nederland. Het landhuis is omringd door een arcadisch landschap; een perklandschap dat is aangelegd in de geest van de Verlichting. De wanden van de twee belangrijkste salons in het huis zijn bedekt met bijna 250 jaar oud papieren Chinees behang dat hier met de V.O.C. naar toegekomen is. Het behang met vogeltjes, jachtscènes en een drakenbootfestijn is uniek. In Europa is MOA de enige plek waar zulk behang in deze omvang op de oorspronkelijke locatie is te zien.


Soberheid, eenvoud en stilte!
Landgoed 'Amelisweerd' ken ik wel van alle berichtgevingen over de protesten van omwonenden en natuurbeschermers om de aanleg van de A27 door het gebied. De A27 wordt ter plaatse het meest omstreden wegtraject van Nederland genoemd. Hoewel Museum Oud Amelisweerd al sinds maart 2014 in landhuis Oud Amelisweerd gevestigd is, waren we er nog niet eerder geweest. Het authentieke en monumentale karakter van het landhuis waarin MOA gevestigd is, verraste ons minstens zo als 'Stil leven', de expositie van beeldend kunstenaar Armando (1929) en fotograaf Stephan Vanfleteren (1969). Het één en ander vulde elkaar perfect aan. De expositie is een ode aan de stilte, een bijzondere reis in beelden langs thema's als schoonheid, melancholie en herinnering.

Ons bezoek aan MOA sloten we zaterdag af met een wandeling langs de Kromme Rijn en een drankje op het terras van restaurant 'De Veldkeuken' in het naast gelegen voormalige koetshuis.

vrijdag, augustus 12, 2016

folklore in de baai van Lemmer


Folklore in de baai van Lemmer, maar dan wel bloedserieuze folklore, met het mes tussen de tanden zal ik maar zeggen. Terwijl vandaag de slotwedstrijd op het Sneekermeer nog moet worden verzeild, werd reeds gisteren in de Lemster baai het SKS kampioenschap (Sintrale Kommisje Skûtsjesilen) door Sneek beslist.* (De sintrale kent veertien aan steden of dorpen verbonden kommisjes die een schip in de vaart hebben gebracht, waarvan de schipper uit een Fries binnenschippersgeslacht stamt) De wedstrijduitslag met naam schipper en plaats was gisteren in Lemmer verder als volgt: 1. Douwe Jzn. Visser, Sneek; 2. Douwe Azn. Visser, Grou; 3. Albert Jzn. Visser, Lemmer; 4. Dirk Jan Reijenga, Joure; 5. Jeroen Pietersma, Drachten; 6. Gerhard Pietersma, Earnewâld; 7. Auke de Groot, Stavoren; 8. Berend Mink, Drachten; 9. Alco Reijenga, Heerenveen; 10. Pieter Ezn. Meeter, Akkrum; 11. Siete Ezn. Meeter, Leeuwarden; 12. Teake Klaas van der Meulen, Woudsend; 13. Johannes Hzn. Meeter, Langweer en 14. Lodewijk Hzn. Meeter, Huizum.

Vandaag gaat het op het Sneekermeer in feite nog enkel om de 2e en 3e podiumplaats. Hopelijk is het weer dan iets beter dan gisteren. Over wind viel niets te klagen maar de regen was minder leuk, pijpenstelen! Als een stel zeiknatte, maar fanatieke diehards hebben mijn schoonzoon en ik de wedstrijd vanaf het strand gevolgd, regen en wind deerde ons niet. Maar evengoed waren we dolblij dat we ons na de wedstrijd met een hapje en een pikketanisje konden terugtrekken in de warme kajuit van Lemsteraak de 'Poolster'.

* Sneek, kampioen Skûtjesilen 2016.
Eigenaar: Stichting Sneker Pan
Domicilie: Sneek
Schipper Douwe Jappiesz Visser te Sneek
Werf: Roorda, de Piip, Drachten
Bouwjaar: 1913
Registratienummer: L 1350 N / L 2391 N
Tonnage: 41
Lengte over dek: 19,49
Breedte: 3,56
Holte: 1,06
Ledige diepgang: 0,39
Max. zeiloppervlak: 160,2m2
Gebruik: Wedstrijd / Ploechjesilen

dinsdag, augustus 09, 2016

een polderbos in het centrum


Dat het ontwerp van Dronten eind jaren vijftig van de vorige eeuw niet alleen in handen lag van stedenbouwkundigen, is tot op de dag van heden te zien. In tegenstelling tot ontwerpen van eerdere polderdorpen in m.n. de Noordoostpolder, hebben ook landschapsarchitecten een stevige vinger in de pap gehad. Het openbare groen neemt in de ruimtelijke opzet van Dronten dan ook een prominente plaats in. Neem bijvoorbeeld het in 1963 aangelegde 'Van Veldhuizenbos' (vernoemd naar Eppo van Veldhuizen (1933) die van 1972 tot 1982 de eerste burgemeester van Dronten was), een uit de kluiten gewassen bos dat praktisch in het centrum ligt. Er zijn de afgelopen jaren in de gemeente stemmen opgegaan om van dit bos een gecultiveerd stadspark te maken, en de naam te veranderen in 'Dorpsbos Dronten'. Maar door massaal protest van de omwonenden van het bos, is de gemeente daar van afgestapt heb ik begrepen. Hoewel de reeds geplaatste bordjes met deze naam er nog staan!
Onlangs schijnt een groep bewoners te zijn gestart met natuurbeheer in het 'Van Veldhuizenbos'. Het reguliere beheer van het bos blijft in handen van de gemeente, maar de groene vrijwilligers voeren aanvullende, kleinschalige werkzaamheden uit om de natuurwaarde van het bos te vergroten. Ze worden daarin door 'Landschapsbeheer Flevoland' ondersteunt met kennis en gereedschap. Prachtig, die betrokkenheid bij je eigen woonomgeving! Gezien de rommel om het bankje waar we even op zaten, een deugd die daar kennelijk niet door iedereen wordt geapprecieerd. Bierflesdoppen, blikjes, sigarettenpeuken, papier, noem maar, alles hebben ze van zich af geflikkerd, terwijl er pal naast het bankje een vuilnisbak staat. Behalve de groep groene vrijwilligers, zou een groepje professionele her-opvoeders in het bos ook van nut kunnen zijn, voor mijn part uitgerust met een Spaans rietje.

zondag, augustus 07, 2016

rondom Vollenhove & Blokzijl


Als we vanaf de Ramspolbrug het Zwarte Meer opvoeren dan zagen we in de verte, helemaal aan het eind van het Zwarte Meer, zo'n 6 mijl verderop, het onbewoonde Vogeleiland liggen. Baken van verandering, want daar aangekomen voeren we dan doorgaans bakboord uit een stukje het Zwanendiep op tot aan de Kadoelerbrug, waar we meestal wel even moesten wachten tot de brug omhoog ging. Eenmaal door de brug voeren we via het Kadoelermeer en verder, richting Vollenhove en Blokzijl. Een weekendtripje dat we menigmaal hebben gedaan.

Herinneringen die bovenkwamen toen ik Vogeleiland weer eens zag liggen, maar nu vanaf de Kadoelerbrug waarvoor we moesten wachten tot ie weer omlaag ging. De brug was deze keer begin- en eindpunt van ons fietstochtje in de regio Vollenhove, Blokzijl. Een afwisselend tochtje dat ons zowel over het oude als het nieuwe land rond Vollenhove en Blokzijl voerde, en direct over de brug linksaf begon met een mooi fietspad parallel aan het Kadoelermeer. Halverwege Vollenhove werd onze nieuwsgierigheid gewekt door een stalen kunstwerk langs het fietspad. 'Krusende Flerken' lazen we op een bordje, van de Nederlandse beeldhouwer Ids Willemsma (1948). Grappig, het kunstwerk uit 2010, dat je kan beklimmen voor een mooi uitzicht over het Kadoelermeer, verbeeldt de twee staartvleugels van een duikende eend.

Onder een prachtige wolkenlucht, fietsten we na de beklimming van de duikende eend ondanks de struikelpartij van Joke, die gelukkig goed afliep, weer vrolijk verder. Hoe, en van welke kant je dit karakteristieke voormalige Zuiderzeestadje ook benaderd, om de Grote of Sint Nicolaaskerk en de oude pittoreske binnenhaven kun je niet heen. Moet je ook niet willen, altijd weer prachtig om te zien! Sinds 2000 staat er aan de westkant van de Grote of Sint Nicolaaskerk, tussen de binnen- en de buitenhaven, ook een bronzen beeldhouwwerk van de Nederlandse kunstenaar Henny Zandjans (1953) dat herinnert aan het verhaal van de 'Durgerdammer vissers'. Of beter gezegd, de redding door Vollenhoofse vissers van de Durgerdammers die op de Zuiderzee 14 dagen tegen wil en dank op een ijsschots hadden doorgebracht. Een ingrijpende gebeurtenis die in 1849 veel opzien baarde. Het kunstwerk herinnert niet alleen aan de redding van de 'Durgerdammer vissers', maar ook aan het visserijverleden van Vollenhove. Interessant die verhalen uit Vollenhove's verleden, maar nu maar weer verder.

Watergemaal A.F. Stroink.
De boezen van Noordwest-Overijssel.
Detail totaal doorgeroeste brugleuning.
Na Vollenhove kwam Blokzijl in beeld. Maar eerst passeerden we nog watergemaal A.F. Stroink uit 1919. Het voormalige stoomgemaal voerde het water uit boezemgebied 'De Wieden' af naar de Zuiderzee. Tegenwoordig wordt er bij een te laag waterpeil in de boezem ook water ingelaten. Dat gaat nu uiteraard niet meer middels stoom, maar met diesel- en elektromotoren. Het oude gemaal kan dan wel mooi zijn opgeknapt, en dat is prachtig, maar de brug in de Vollenhoofsedijk over de Ettenlandsche Kolk is dat geenszins. In het bijzonder zijn de stalen brugleuningen op meerdere plaatsen totaal doorgeroest. Ik weet niet wie de eigenaar van de brug is, het kan de gemeente, de provincie of het waterschap zijn. Maar het lijkt me evident dat één van de drie verantwoordelijk is als daar ongelukken van komen.

Aan de rand van de fraaie Havenkolk in Blokzijl, hebben we rond het middaguur een lekker visje gegeten bij vishal 'Op weg naar zee'. We hebben hier menigmaal gelegen met ons bootje. We aten dan vaak in café/restaurant Van Ens aan de Havenkolk, waar de bejaarde heer van Ens de scepter zwaaide. Al was het nog zo druk, hij bleef de rust zelve. Net toen we ons afvroegen of de oude baas nog zou werken of uberhaupt nog zou bestaan, zagen we hem vanaf ons lunchplekje lopen op zijn terras, waar hij zijn gasten bediende. Het motto van de 89 jarige waard is kennelijk 'Blijven werken en in beweging blijven'. Prachtig, zo ga ik het ook doen bij leven en welzijn! Over een fietspad parallel aan de Kanaalweg en het Vollenhovermeer zijn we terug gefietst naar Vollenhove. Vis moet zwemmen, levend of dood maakt niet uit. Vandaar onze dorst die we, alvorens verder te fietsen naar ons eindpunt, eerst maar eens hebben gelest bij café 'Saantje' aan het Kerkplein in Vollenhove. Met de wind in de rug zijn we vervolgens via hetzelfde fietspad als op de heenweg terug gefietst naar de auto die we 's morgens bij de Kadoelerbrug hadden geparkeerd. Einde van een klein fietstochtje in één van de mooiere gebieden van Nederland!

donderdag, augustus 04, 2016

in het land van duizend meren


De onafhankelijke republiek Finland bestaat volgend jaar precies een eeuw. De Noren, die de Finnen kennelijk wel mogen, willen hun daarom een bergtop cadeau doen. Ze hebben zelf hoge bergtoppen genoeg, terwijl die arme Finnen het moeten stellen met slechts één topje van 1325 meter, dat ook nog niet eens de echte top is, want die is 6 meter hoger, en ligt net even verderop op Noors grondgebied. Omdat het grootste deel van de berg in Finland ligt, willen de Noren de echte top daarom aan de Finnen geven. Met 1331 meter boven de zeespiegel is de 'Halti', want zo heet de berg, dan het nieuwe hoogste punt van Finland. De Finnen schijnen razend enthousiast te zijn over dit ludieke voornemen. Blij met een iets hoger gelegen stukje rotsbodem van amper 0,015 km2 ofwel 1,5 ha! Ongelooflijk, vooropgesteld dat het een ludiek gebaar is, kan ik mij toch nauwelijks voorstellen dat de Finnen hier serieus razend enthousiast over zijn. Ik geloof best dat beide buren een goede verhouding met elkaar hebben, maar de berichtgeving hierover lijkt mij nogal tendentieus. Zal Finland, zo poëtisch 'het land van de duizend meren' genoemd, malen om een onbetekenend puistje in 'the middle of nowhere' van het hoge noorden?

dinsdag, augustus 02, 2016

... huiveringwekkende sprong


Is dit fake of is dit echt, het was me niet geheel duidelijk toen ik het filmpje zag. Bizar, dit kan toch niet waar zijn, wie is zo gek. Maar toen ik er ook in de krant over las, en het journaal er ook over berichte, moest het haast wel waar zijn. De huiveringwekkende sprong in het diepe van de Amerikaanse skydiver Luke Aikins (42). Een sprong vanuit een vliegtuig boven de woestijn in Californië op bijna 8 kilometer hoogte zónder parachute, en dan terecht komen in een vangnet van 30 x 30 meter, een postzegeltje!

De ervaren parachutist en skydiver Luke Aikins had slechts enkele hulpmiddelen op zak t.w. een zuurstofmasker, een gps-systeem en een headset om aanwijzingen te ontvangen. De laatste twee accessoires waren van levensbelang om het vangnetje te vinden. Met een snelheid van ca. 200 km/u kwam hij ongeveer 2 minuten nadat hij het vliegtuig verlaten had precies in het netje. Chapeau!



Applaus was zijn deel, en mogelijk een vermelding in het 'guinness book of records'. En ongetwijfeld zal zo'n potentiële dodensprong navolging krijgen, gekken genoeg op deze aardkloot. Waar ik eigenlijk wel een beetje nieuwsgierig naar ben is: Waar kwam het publiek voor? Ik wil graag geloven dat de meesten, zo niet allemaal op een goede afloop hoopten. Maar dat was allerminst zeker, dan zie je toch iemand voor je ogen te pletter vallen. Ik moet er niet aan denken om zoiets mee te maken, ik zal dan ook nooit uit vrije wil naar dit soort roekeloze circusvoorstellingen komen kijken!

maandag, augustus 01, 2016

wandelingetje in een gele zee


We hebben gedurende onze wandeling door een stukje Oostvaardersplassen geen Konik paard gezien, maar dat ze er zijn staat buiten kijf. Afgaande op de enorme bergen paardenvijgen die we regelmatig op ons pad tegenkwamen, poepen die beesten kennelijk allemaal op dezelfde plek. Overigens bijzonder om te zien hoe zo'n enorme berg paardenpoep geleidelijk aan oplost door het noeste werk van allerlei larven en insecten. Het verwerkingsproces van zo'n hoop is in allerlei stadia te zien, van een verse hoop tot enkel nog een bruine vlek.

Verder is alles geel wat je ziet, zover het oog reikt. Overwegend bloeiend mosterdzaad maar toch ook veel jacobskruiskruid. Een gele zee van leven, hoewel die laatste soort knap giftig schijnt te zijn, prachtig. Tegelijkertijd geven de donkere silhouetten van de vele dode wilgen het landschap iets macaber's, heel bijzonder! Vanuit observatiehut 'Zeearend', ongeveer halverwege de route, hadden we een prachtig uitzicht over de grote vlakte van de Oostvaardersplassen richting Almere. Op de voorgrond een zee van ganzen, en daarachter heel in de verte een kudde grote grazers. Maar wat voor een grazers het waren konden we niet zien, we hadden jammer genoeg geen verrekijker bij ons. Maar voor we weer verder gingen hebben we nog wel een tijdje het immense zwerk boven de grote vlakte met het blote oog afgespeurd naar een Zeearend. Helaas tevergeefs de 'vliegende deur', de poëtische naam van de grootste roofvogel van Europa, liet zich aan ons niet zien.

Uitgekeken vervolgden we onze wandeling, maar nu weer richting buitencentrum Staatsbosbeheer, ofwel ons startpunt. Behalve enkele houten bankjes passeerden we onderweg ook nog een schuilhut bij de afslag Wigbels eiland. Het laatste stuk van de route (hetzelfde als het eerste stuk) wordt gekenmerkt door een aantal houten bruggetjes over diverse waterpartijen en wat meer schaduwrijke begroeiing. Vooral met het laatste waren we blij, want we hadden het geleidelijk aan in het alsmaar enthousiaster schijnende zonnetje knap warm gekregen. Echter eenmaal in de auto met de airco even op vol vermogen waren we vrij snel van onze oververhitting af. En zo reden we blijmoedig en tevree over ons wandelingetje in die prachtige gele bloemenzee weer huiswaarts.

donderdag, juli 28, 2016

op de pedalen in mooi Salland


We hebben deze keer maar een klein stukje van Salland gezien, maar wel een heel mooi stukje. Het stukje Vechtdal nabij Vilsteren en Ommen is gewoon een betoverend mooi gebiedje. Na de auto te hebben geparkeerd bij de kerk in Vilsteren, hebben we vanaf daar min of meer de haarvaten van het landschap per fiets verkend. Allereerst de Vilsterse stuw, die ooit is aangelegd t.b.v. een evenwichtige beheersing van de waterhuishouding in de Vecht. Bijzonder is ook de z.g. vistrap naast de stuw, vrijwel moeiteloos overbruggen de vele vissoorten die deze rivier kent een niveauverschil van ca. 1, 50 meter.

Over een prachtig fietspad, meanderend gelijk de Vecht, kwamen we uiteindelijk op de Markt in Ommen terecht. Een plek waar ik aardig wat leuke jeugdherinneringen heb liggen. Het huis aan de Markt staat er nog net zo prominent bij als vroeger, maar meer is er niet. Alles is weg, enkel de herinneringen zijn gebleven. Na de lunch zijn we ten noorden van het centrum middels de Balkerweg en de Witharenweg naar 'Beeldentuin Witharen' gefietst. Leuke wandeltuin, honderden beelden van kunstenaars met namen als Foekje Bajema, Hielke Dijk, Klaas Kuipers, Jannie de Ruiter, Petra Verhees, Ton Scheerhoorn en vele anderen.

Over de Oude Woestendijk en de Varsenerweg zijn we na een uurtje beeldentuin weer richting Vechtdal gefietst. Om wederom middels de Vilsterse stuw, maar nu uiteraard in omgekeerde volgorde, weer bij de parkeerplaats naast de kerk in Vilsteren uit te komen. Alles bij elkaar amper 30 km gefietst in mooi Salland, geen vermoeiende afstand maar wel bijzonder!

maandag, juli 25, 2016

een zee van water op het land


Volgens een citaat uit de 'Beschryvinge der stad Dordrecht' zijn er tijdens de geduchte watervloed van 1421 een verbazend aantal parochien en dorpen in de regio rond Dordrecht door het water verslonden. Maar door de goddelijke voorzienigheid zou ondanks deze rampspoed een klein kindje gespaard zijn gebleven. Na vermoedelijk lange tijd in een wiegje op de golfen te hebben gedobberd, is ze uiteindelijk samen met een kat nabij Dordrecht komen aandrijven. De kat heeft, zo wil het verhaal, het wiegje varende gehouden door op het moment dat het wiegje in de golfen dreigde om te slaan van de ene naar de andere kant te springen. Over de juiste plaats waar het wiegje aan land kwam zijn de meningen echter verdeeld. Maar het hardnekkigste verhaal dat de ronde doet, is dat het op een dijk bij Alblasserdam was. Een plek die ze daarom Kinderdijk hebben genoemd.

Een tot op de dag van heden zeer waterige plek. Droge voeten houden is op zeer veel plekken in Nederland een immer durend project van belang, maar getuige de vele, uit rond 1740 stammende molens, in Kinderdijk en omgeving wel in het bijzonder. Behalve dat de molens, negentien in totaal, het water uit de polders van de Alblasserwaard in de Lek pompen, zodat het naar de Noordzee kan worden afgevoerd, zijn ze ook een toeristische trekpleister van formaat, hebben we onlangs weer eens gemerkt. Allemachtig, wat een heisa! Overigens fungeren tegenwoordig het met dieselmotoren aangedreven J.U. Smitgemaal en het elektrische gemaal Overwaard als hoofdgemaal, maar bij calamiteiten kunnen ook de oude molens nog altijd een steentje bijdragen. In 1997 plaatste UNESCO Molencomplex Kinderdijk op de Werelderfgoedlijst.


In het Dordrechts Museum, één van Nederlands oudste musea, was het gelukkig minder druk. Toen in het gebouw in 1904 een museum werd gehuisvest, had het gebouw al een geschiedenis achter de rug die terug ging tot aan de Middeleeuwen toen het een klooster was. In de periode daarna heeft het vervolgens nog als pesthuis en als krankzinnigengesticht gefungeerd. In de tuin van het museum staan drie majestueuze Platanen, prachtig, ik schat ze gezien de kolossale afmetingen zeker rond de 300 jaar oud. Als ze toch eens konden praten! Binnen stond de confrontatie tussen oude en hedendaagse kunst kennelijk centraal. Ik vond het tenminste heel bijzonder om in de diverse museumzalen 'Glassfever', een expositie van moderne glaskunst, verweven te zien met de schilderkunst van de oude Hollandse Meesters. Heel verrassend, niet enkel een dialoog tussen de verschillende kunstvormen, maar ook tussen hedendaagse en eeuwenoude kunst.

In bovenstaande collage van dit stukje zijn schilderijen verwerkt van H.W. Mesdag (1831-1915) bekend als meester marine schilder, W. Nuijen (1813-1839) was een romanticus pur sang, J.H. Weissenbruch (1824-1903) was een belangrijk schilder van de Haagse School, J.C. Schotel (1787-1838) de schilder van maritieme onderwerpen en B. Ylstra (1933-2009) schilder van lichtvoetige onderwerpen met een speelse toets, speelde een belangrijke rol in het culturele leven van Dordrecht. De schilderijen hebben met elkaar gemeen, dat ze een beeld geven van een verhaal dat zich aan of op het water afspeelt. Het leek me in het kader van dit stukje wel een aardig thema. Uiteraard hebben we nog veel meer gezien in dit prachtige museum, maar voor dit stukje hou ik het hier maar bij. Alvorens de auto weer op te zoeken, hebben we in de tuin onder het lommer van de majestueuze Platanen even een moment van rust genomen.

vrijdag, juli 22, 2016

about 'Americana' and more...


Gisteravond 'DWDD Summerschool' met 'The Common Linnets' gezien. Mooi, muziekprogramma's van dat kaliber zouden we meer moeten hebben. Een betere uitleg van wat 'Americana' is kan ik me moeilijk voorstellen. Van muzikanten als Ilse de Lange, JB Meijers, Jake Etheridge en Matthew Crosby had ik overigens niet anders verwacht. Mijn gedachten gingen tijdens de uitzending ook even een stuk terug in de tijd. Naar de tijd toen Ruud Hermans, ooit de ontdekker van Ilse de Lange, voor de KRO op radio 2 het programma 'American Connection' presenteerde. Een prachtig programma over 'Americana' waar we elke zaterdagavond met veel plezier naar luisterden, en velen met ons. Maar in 2010 werd het programma van 'Mister American Connection' zoals Ruud Hermans wel gekscherend werd genoemd het zwijgen opgelegd. De protesten waren niet van de lucht, maar het mocht niet baten. Er moest bezuinigd worden, en de netcoördinator van Radio 2 vond het programma niet meer in het profiel van de zender passen, dus dat kwam mooi uit. Op zo'n manier is bijvoorbeeld in 2014 ook een prachtig radioprogramma als 'For the Record' van Mart Smeets en Leo Blokhuis de nek omgedraaid. Kennelijk denken ze in Hilversum alleen het hoofd boven water te kunnen houden middels behoorlijk veel grijze baggermuziek!

Maar laat ik ophouden zurig te doen, want gisteravond heb ik genoten, en dat geeft weer moed. 'Americana', het zou zo maar kunnen dat er op korte termijn weer eens een muzikale stroming van rootsmuziek opgang komt met blues, rock, country, folk, bluegrass, cajun en R & B, die z'n weg naar Hilversum weer weet te vinden.

woensdag, juli 20, 2016

leuk fietstochtje met malheur


Eigenlijk was het een beetje te warm om te fietsen, maar wij, t.w. Joke, Jeannette, Geert, en ondergetekende zijn na de koffie bij Will en Ad in Zaltbommel toch maar gegaan, uiteraard samen met hun. Fietsen langs de Waal, iets mooiers bestaat haast niet. Om te beginnen het ensemble van de twee bruggen over de Waal bij Zaltbommel! Even verderop diverse Ooievaarsnesten in een hoogspanningsmast en koeien die tot hun middel in de Waal staan te herkauwen. En verder in de uiterwaarden allerlei ganzen en weidevogels. Op de rivier is het een komen en gaan van allerlei typen schepen en nationaliteiten. Op het pleintje voor het 'Hurns Kerkje' in Hurwenen hebben we in de schaduw van een oude Lindeboom ons lunchpakketje soldaat gemaakt.

Onze bedoeling was de Fort Sint Andries route te fietsen. Een veelzijdige route van in totaal 35 kilometer over dijken en fietspaden op de grens van de Bommelerwaard, een prachtig natuurgebied. En natuurlijk Fort St. Andries, de overblijfselen van een voormalig militair fort tussen Maas en Waal bij Heerewaarden. Te voet zijn we dit verwilderde gebiedje, waar ook nog een luchtwachttoren uit de periode van de Koude Oorlog staat, even ingegaan, prachtig. Toen we weer verder wilden fietsen liep de ketting van Will d'r fiets af, en raakte deze zodanig beklemd dat we bij ene fietsenmaker 'Juijn' in Rossum ons heil moesten zoeken. Maar niet voordat we op het dijkterras van 'Bistro in Petto' uitvoerig onze grote dorst hadden gelest. Wat wil je ook, op een thermometer zag ik 34º C staan!

Het één en ander had zoveel tijd in beslag genomen, dat we besloten de route maar niet af te maken. Het was bovendien ook echt veel te warm. Derhalve gingen we rechtsomkeert via dezelfde weg terug naar Zaltbommel. Achteraf maar goed ook want onderweg liep de bewuste ketting weer vast, wat een rotfiets. Trouwens wat had die fietsenmaker in Rossum er nou eigenlijk voor €. 25,00 aan gedaan? So what, ons goede humeur hebben we er niet door laten beïnvloeden. Je kon dan wel niet meer zelf voor de voortgang zorgen op die fiets, maar rollen deed ie nog prima. Dus jongens, graag een handje in m'n rug en duwen maar. En zo kwamen we rond etenstijd in Zaltbommel aan, alwaar we in de Waterstraat bij pannenkoekenhuis 'De Waterpoort' een smakelijk punt achter ons leuke fietstochtje hebben gezet.

maandag, juli 18, 2016

de beeldhouwer uit Steenwijk


De 'Amsterdamse School' bestaat dit jaar honderd jaar. Het 'Scheepvaarthuis' aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam (architect J.M. van der Meij, 1878-1949) beschouwd als eerste hoogtepunt van deze stijl, werd in 1916 opgeleverd. Een heuglijk feit waaraan her en der gedurende het hele jaar middels allerlei activiteiten aandacht geschonken wordt. Een paar weken terug nog hebben we in het Stedelijk Museum in Amsterdam de tentoonstelling 'Wonen in de Amsterdamse School' gezien. (Zie m'n stukje 'opwinding in S.M.Amsterdam' van 4 juli 2016). We zagen toen o.a. met houtsnijwerk gedecoreerde meubelen van Hildo Krop (1884-1970), de belangrijkste beeldhouwer van de beweging die 'Amsterdamse School' genoemd werd.
In villa 'Rams Woerthe' in Steenwijk hebben we onlangs in een expositie van deze, in Steenwijk geboren duizendpoot, nog meer werk gezien. En we hadden al zoveel gezien van Krop, niet alleen in het S.M. maar ook, en vooral, in de stad. Want of je nou, om maar wat te noemen, in het Centrum, Oud West, Bos en Lommer, Oud-Zuid, de Pijp of de Oostelijke Eilanden rond banjert, overal kom je werk van Hildo Krop tegen. Behalve aan bruggen, monumenten en openbare gebouwen, heeft Hildo Krop in Amsterdam ook aan scholen, woningen en villa’s gewerkt. Niet voor niets werd aan Hildo Krop in 1956 de eretitel 'Stadsbeeldhouwer van Amsterdam' toegekend! Hij had een ongekende productiviteit, hij werd wel de vruchtbaarste beeldhouwer genoemd die we ooit hebben gehad. Hij was ook opmerkelijk veelzijdig, naast zijn beeldhouwwerk ontwierp en maakte hij boekbanden, meubels, vloerkleden, penningen, houtsneden en keramiek.



Behalve de expositie van Hildo Krop is de Art Nouveau oftewel Jugendstil villa 'Rams Woerthe' in Steenwijk ook een feest om te beleven. De in 1899 opgeleverde villa, is destijds in opdracht van ene Jan Hendrik Tromp Meesters gebouwd naar een ontwerp van architect A.L. van Gendt 1835-1901, bekend van het Concertgebouw in Amsterdam. Het vakwerk met stucwerk in de puntgevels doet een beetje aan de de Engelse landhuisstijl denken, maar de champignon-vormige entreepartij van de villa is onvervalst Jugendstil, evenals het bijzonder fraaie toegangshek. In de villa liggen de verschillende ruimten om een centrale hal gesitueerd, waarin zich tevens een mooie eikenhouten bordestrap bevindt, met daarboven een bijzonder fraaie glas-in-loodvoorstelling. Een gaaf gebouw, waar we zeker net zo van hebben genoten als van de beeldhouwwerken van Hildo Krop. Na een wandelingetje door het park en een kopje thee in de 'Theekoepel van Rams Woerthe' hebben we de auto maar weer eens opgezocht.

vrijdag, juli 15, 2016

performance art in modern art


Ik zie het zo voor me, een hoogbejaarde dame van 91 jaar oud staat in het 'Neues Museum Nürnberg' naar 'Reading-work-piece 1965' te kijken, een werk van Arthur Köpcke (1928-1977), een Duitse avangardist. Wat moet ik hier nou weer mee aan, zal ze mogelijk gedacht hebben, moderne kunst, ik snap er ook de ballen van. Maar ineens ziet ze iets vertrouwds in het kunstwerk, een stukje kruiswoordpuzzel, iets dat ze de laatste tijd nogal vaak doet. Ze pakt een pen uit haar tasje en begint piece no. 40 in het kunstwerk op te lossen. Als door een adder gebeten vliegt een suppoost van zijn stoeltje op haar af, maar mevrouw wat doet u nu, terwijl hij haar de pen uit handen grist! Dit kan echt niet, ja maar sputterde ze nog tegen, ik kan wel een beetje Engels, het staat er toch echt: Insert words horizontal & vertical so they suit each other: (any language).

Grote consternatie, wat die mevrouw deed kon natuurlijk ook niet. Zomaar een stukje aan de lezing van de kunstenaar toevoegen. Het kunstwerk 'Reading-work-piece 1965' was door het museum geleend uit een privécollectie en voor €. 80.000 verzekerd. De politie werd erbij gehaald, er werd proces verbaal opgemaakt en de pers kwam er ineens van alle kanten op af. Ondertussen werd door medewerkers van het museum vastgesteld dat de schade goed te herstellen was. Zo erg was het dus allemaal niet! Ik kan de humor er wel van inzien, stukje 'performance art' gemaakt van een modern kunstwerk. Past eigenlijk prima in een museum voor moderne kunst!

donderdag, juli 14, 2016

over grazige weiden als muze


Ooit zat ik met mijn jonge kinderen in een weiland op Terschelling te tekenen en te aquarelleren. We zaten gewoon op de grond in het gras, net achter de waddendijk ter hoogte van Lies. In de verte, links tegen de achtergrond van het duinlandschap, de molen van Formerum en rechts het kerkje van Hoorn. De haast serene rust en stilte werd af en toe verbroken door het gezang van een veldleeuwerik of de roep van weidevogels als kieviten, grutto's en scholeksters. Eigenlijk accentueerden ze de stilte meer dan dat ze die verbraken. Mijn zoontje lag in het gras op zijn buik te tekenen. Steunend op zijn elleboogjes legde hij, net als mijn oudste dochtertje en ikzelf, het panorama vast in een schetsboek. Hij was het eerste klaar, trots toonde hij me het resultaat. Niks kerkje, molen of iets anders in de verte, nee enkel verticale streepjes. Gras zei hij, allemaal gras en verder niks. In feite had hij gewoon gedaan wat ik hem gevraagd had, maar vanuit zijn lage standpunt had hij echter alleen maar gras gezien!

Daar moest ik even aan denken toen ik gisteren de tentoonstelling 'Graskunst' in Museum IJsselstein zag. 'Graskunst', de weide als muze, van halm tot vergezicht, van Co Westerik tot Zoro Feigl. Gras is een gewas dat veel kunstenaars inspireert tot traditionele landschapsschilderijen, uitbundige installaties, spraakmakende video's en delicate wandtapijten. Spannende combinaties, allemaal te zien in MIJ. Maar niet alleen daar, ook in de Kasteeltoren, de Waag en op de zolder van het Historisch Stadhuis van IJsselstein. 'Graskunst' een leuke en gevarieerde tentoonstelling, waar we ons makkelijk mee konden identificeren. Wat is nou mooier dan op je rug liggend in het gras naar het helderblauwe zwerk te staren of naar een prachtige wolkenlucht. Of op een mooie ochtend met je blote voeten door het bedauwde gras te banjeren. Of op een mals alpenweitje, zittend voor je tentje, naar de majestueuze en besneeuwde bergtoppen te turen. Gras is vrij voelen en ontwapenend, alhoewel de PSP in 1971 met haar wereldberoemde verkiezingsposter van een blote vrouw en koe in een weiland er geen extra stemmen mee heeft gehaald, maar dat is een ander verhaal.

vrijdag, juli 08, 2016

het kwetsbare Waddeneiland


In de Volkskrant las ik dat de zeven melkveehouders op Schiermonnikoog welwillend staan tegenover het idee, om biodiverser of zelfs helemaal biologisch te gaan werken. D.w.z. zonder gebruik van hulpmiddelen van buitenaf zoals krachtvoer, kunstmest en antibiotica. Als ze gezamenlijk besluiten voor dit extensieve alternatief, kunnen de melkveehouders een hogere prijs ontvangen voor hun producten. Ze hoeven dan hun bedrijven niet uit te breiden, om economisch gezond te blijven is de redenatie. Iets wat gezien de regelgeving sowieso al niet mogelijk is. De huidige praktijk is zelfs al onverenigbaar met de strenge milieunormen op het eiland, dat grotendeels beschermd Natura 2000-gebied is. De mestdampen van de in totaal ca. 640 koeien op het eiland, die door het gebruik van kunstmest veel stikstof bevatten, verspreiden zich uiteindelijk over het eiland en slaan neer tussen en op de vegetatie. Dat gaat ten koste van de biodiversiteit, aldus Natuurmonumenten. Grove grassen profiteren, terwijl andere soorten verdwijnen. Het karakteristieke open duinlandschap dreigt te verdwijnen. Ze plaggen en maaien wel, maar dat is dweilen met de kraan open. De zeven melkveehouders op het eiland staan dus met de rug tegen de muur, ze moeten wel iets anders verzinnen!

Hun keuze om in principe kleinschaliger en duurzamer te gaan boeren, lijkt me als leek niet verkeerd. Het is te hopen voor ze dat ze het zo op Schiermonnikoog kunnen redden. Het is in feite een weg terug naar de roots van het boerenbedrijf. Traditioneel waren zij immers de beheerders bij uitstek van het niet-stedelijke landschap. Maar door industrialisering en schaalvergroting van het boerenbedrijf, is landschapsbeheer uiteindelijk het bureaucratische werkterrein geworden van teveel verschillende organisaties en instanties. Je hoeft in de lande maar om je heen te kijken, om te kunnen constateren dat die bureaucratie tot op heden aardig wat kommer en kwel heeft opgeleverd. Laat Schiermonnikoog een voorbeeld zijn voor de rest van Nederland, in het bijzonder voor Noord-Brabant en Limburg, waar de concentratie mestdampen niet alleen de vegetatie aantast maar ook de gezondheid van mens en dier, hoorde ik op het journaal. Weg met het motto meer, meer en nog eens meer!



Wat ik mij i.v.m. de ontwikkelingen op Schiermonnikoog nog wel afvraag, is wat het bezoek van ca. 280.000 toeristen per jaar met het eiland doet. Geconstateerd is dat ca. 640 koeien economisch gezien te weinig is voor de zeven melkveeboeren, maar milieutechnisch gezien al teveel is voor het eiland. Aan een verandering in deze wordt nu dus gewerkt, en dat is mooi! Het toeristenverhaal staat daar paradoxaal tegenover. Ze willen daar van ca. 280.000 toeristen nu, naar ca. 300.000 in de nabij toekomst! Toeristen staan daar uiteraard niet als koeien in de wei mest te produceren, en al helemaal niet het hele jaar door, maar toch. Zelf ben ik vaak op Schiermonnikoog geweest, een prachtig eiland, zoals alle waddeneilanden trouwens. Maar ik denk toch dat al die toeristen daar nu al een veel te grote belasting vormen voor het milieu. Daarbij vergeleken doen 640 koetjes mogelijk nauwelijks afbreuk aan de biodiversiteit van het eiland.