maandag, april 29, 2013

party weekend


Het Haagse 'Hotel Des Indes' vierde onlangs haar 130 jarige bestaan. Mijn gedachten gingen een stukje terug in de tijd toen ik gisteren op TV de documentaire 'Hotel Des Indes, logeren op stand' zag. Logeren deden we destijds in het 'Kurhaus Hotel', maar hoe zal ik het zeggen, omdat we wat te vieren hadden, hebben we met z'n achten tot ons grote genoegen wel heel leuk op stand gedineerd in 'Hotel Des Indes'.

De documentaire ging over de roemruchtige geschiedenis van het meer dan 130 jaar oude 'Hotel Des Indes', waar onder meer leden van het Koninklijk Huis kind aan huis waren. Elles de Bruin blikte samen met onder anderen historicus Cees Fasseur, VVD-prominent Frank de Grave en koningshuisdeskundige Dorine Hermans terug op gebeurtenissen in het hotel. Op weinig plaatsen in Den Haag is de grandeur van het verleden zo goed terug te vinden als in 'Hotel Des Indes'. Het statige gebouw aan het Lange Voorhout heeft decennia lang onderdak geboden aan vele groten der aarde. Om er maar een paar te noemen, begin 1900 verbleef boerenleider Paul Kruger na zijn vlucht uit Zuid-Afrika lange tijd in Des Indes. En in 1960 blies de beroemde ballerina Anna Pavlova haar laatste adem uit in het hotel. En er was in 1994 ook nog het beroemde Des Indes-beraad, volgens de Grave droeg de chique ambiance bij aan de wording van het eerste Paarse kabinet. Ja, ja in Des Indes werd geschiedenis geschreven!

We waren 's middags ons feestweekendje al begonnen met een film in het Omniversum. De één ging naar 'Destiny in space' de ander naar 'Living Sea', prachtig natuurlijk op dat immense koepelscherm dat bijna zo groot is als een half voetbalveld. Daarna begaven we ons voor het borreluurtje naar het 'Kurhaus Hotel' waar we voor de nacht tevens 4 kamers hadden geboekt met uitzicht op zee. Nadat we ons na het borreluurtje op onze kamers hadden opgefrist, en ons van casual tot enigszins chique hadden omgetoverd, hebben we ons per taxi naar 'Des Indes' begeven, waar we om 20.00 uur werden verwacht. Daar werden we met alle egards ontvangen, en na een drankje en een amuse in de foyer zat de stemming er goed in. Vervolgens hebben we ons met z'n achten aan de grote ovale tafel in het restaurant de hele avond door de chef laten verwennen met zijn 'Le menu Royal du chef', waarbij we zijn bijzondere wijnarrangement allemaal als the top of the bill hebben ervaren.

Toen we rond het middernachtelijk uur terug waren in het Kurhaus, zijn we nog een tijdje het casino ingedoken. Maar we kwamen er snel achter dat we met al die heerlijke wijnen die we in 'Des Indes' hadden genoten, niet al te scherp meer waren. De fiches vlogen onze zakken uit, laten we maar stoppen. Alzo geschiedde, de één na de ander hield het voor gezien en taaide af, het was mooi geweest voor vandaag! Slapen, morgen weer een dag, maar wat voor een dag? Sowieso een dag die zal beginnen met een uitgebreid ontbijt in het Kurhaus Hotel, en een duin- en strandwandeling! En wat we daarna nog gaan doen voordat we naar huis gaan zien we dan wel!

Uiteindelijk hebben we met z'n allen de andere dag het leuke weekend afgesloten met wederom een etentje, maar deze keer wel gewoon bij de Mexicaan op de Markt in H'wijk.

zondag, april 28, 2013

'Muze'


Veel steden en dorpen in Nederland kennen wel een Tesselschadestraat, -huis, -plein of -laan. Eerlijk gezegd had ik me nooit zo bezig gehouden met de oorsprong van deze naam, maar sinds ik gisteren in het Muiderslot de tentoonstelling TESSEL SCHADE - een ramp met een Gouden randje - gezien heb weet ik er meer van. Tesselschade, ofwel Maria Tesselschade Roemersdr. Visscher (1594-1649) was een in haar tijd beroemde dichteres, glasgraveerster en borduurster. Zij was de jongste dochter van koopman Roemer Visscher en de zus van Anna. Haar vader noemde haar Tesselschade omdat hij vlak voor haar geboorte een deel van zijn vermogen verloor bij een scheepsramp voor Texel.

Tesselschade groeide op in een inspirerende omgeving, mede dankzij de belangrijke rol die haar vader bekleedde in de Rederijkerskamer d'Eglantier en de bijeenkomsten in 't zalig Roemer-huis aan de Geldersekade in Amsterdam, (herinneringen van Vondel aan ’t zalig Roemers huis in zijn gedicht 'Lof der zeevaert' uit 1623: wiens vloer betreden wordt, wiens drempel is gesleten van schilders, kunstenaars, van zangers en poëten) waar zij kennis maakte met de jonge Pieter Corneliszn. Hooft, die later in het voetspoor van haar vader zou treden als gastheer van de 'Muiderkring'. Zij werd een graag geziene gast op het Muiderslot en genoot later faam als 'Muze' van de Muiderkring. Haar geschriften ondertekende zij altijd met het motto 'ELCK SYN WAEROM', wat wilde zeggen dat ieder zijn eigen redenen en motieven heeft voor zijn of haar daden.

Dit motto is ook opgenomen in het logo van TAA (Tesselschade-Arbeid-Adelt) de eerste algemene vrouwenvereniging in Nederland op 17 oktober 1871 opgericht door Betsy Perk (1833-1906), schrijfster en pionierster van de vrouwenbeweging. Het doel ervan was voor die tijd revolutionair. Betsy wilde vrouwen uit de midden- en hogere klassen de gelegenheid geven om voor geld te werken. Destijds werd een zogeheten 'beschaafde vrouw' geacht haar leven te besteden aan een echtgenoot en het moederschap. Trouwde zij niet, dan wachtte haar andere zorgtaken of een eeuwigheid vol lief pianospelen. Voor ieder die betrokken is bij TAA en zeker ook voor de kandidaten die bij TAA om hulp vragen om hun ideaal te bereiken, geldt ook nu nog: 'ELCK SYN WAEROM'.

In de tentoonstelling, die nog tot medio mei a.s. te zien is in de Kapelaanskamer en op de overloop van het Muiderslot, werden diverse objecten, geschriften en brieven getoond, uit zowel eigen bezit van het Muiderslot als bruiklenen van derden. De tentoonstelling is deze zomer ook in Kaap Skil, het ons zo bekende museum van jutters & zeelui in Oudeschild op Texel te zien.

Alvorens weer huiswaarts te keren toen we het allemaal gezien hadden, hebben we bij de sluis nog een tijdje met een glas op het terras van café 'Ome Ko' naar de mensen en de bootjes zitten kijken.

maandag, april 22, 2013

Vroeger.



Een wandelingetje afgelopen zaterdag over de Ermelosche Heide even voor zonsondergang. Voor ons kennelijk een mooi moment om oude verhalen en herinneringen op te halen. Van die keer op die donkere kerstavond toen we daar met de auto vast zaten in de sneeuw, of die keer toen ik daar met m'n bijen stond voor de heidehoning, en de teken- en aquarelsessies op mooie zondagochtenden niet te vergeten. Maar één van de meest gedenkwaardige herinneringen die gisteravond boven kwam drijven was de vlucht van 'Der Kleine Uhu'. Zes weken had ik samen met m'n destijds tienjarige zoon aan dit Graupner-model van balsahout, papier en spanlak gewerkt. Eindelijk was ie klaar, een plaatje om te zien, en nou de lucht in. Op een mooie, voorjaarsavond togen we via de Postweg naar de Ermelosche Heide. Daar aangekomen stelden we de thermiek-begrenzer in middels het ingebouwde tijdmechaniekje, en werd het richtingsroer afgesteld. Als je dat naliet had je geen controle over de vliegbewegingen, aan radiobesturing met afstandbediening waren we toen nog niet toe. Na een aantal mislukte pogingen om het geval de lucht in te krijgen, begonnen we op een gegeven ogenblik te twijfelen over de juiste afstelling van het richtingsroer.



Kennelijk was daar inderdaad iets mis mee, want na uitschakeling van deze cruciale functie begon 'Der Kleine Uhu' zowaar te vliegen. En hoe, alsmaar recht uit en alsmaar hoger, we hebben nog een tijdje getracht te volgen, maar op een gegeven moment was onze kleine zwever a.h.w. in het heiige zwerk opgelost. Gedesillusioneerd hebben we in het verderop gelegen bos nog een tijdje lopen speuren, maar tevergeefs, ons leuke zwevertje hebben we nimmer terug gezien!

Lang geleden allemaal, van het Romeinse Marskamp waar we nu naar toe wandelden wisten we toen niets af. Mogelijk dat ze door legertanks tijdens oefeningen naar de ratsmodee gereden waren, maar op z'n minst zullen restanten van de aarden wallen destijds toch ook zichtbaar geweest moeten zijn, maar ik heb nooit gezien. Hoe dan ook, die rare schildwacht zat er vroeger sowieso niet.

Terug bij de auto zijn we door het bos via 'Boshuis Drie', de Sprielderweg en de Prins Hendrikweg naar Putten gereden. En ja toen moesten we natuurlijk ook even langs ons oude huis aan de Lariksstraat (zie mijn stukje 'architectuur' van 16 december 2009) en via de Harderwijkerstraat en de Voorthuizerstraat een kijkje nemen bij de aloude Da Costaschool. Gezien de staat van verloedering was die zo te zien al lang niet meer als zodanig in gebruik. En natuurlijk, ook hier werden weer oude koeien uit de sloot gehaald.
Daarna hebben we ook nog even stil gestaan bij het op 1 oktober 1949 door koningin Juliana onthulde monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de razzia in Putten op 2 oktober 1944. Aan het eind van ons nostalgisch rondje in Putten en omgeving, deelde E ons en passant nog even mee dat we nu door zijn voormalige folderwijkje reden, en dat de containers waarin hij z'n handel soms stiekem dumpte als hij sneller klaar wilde zijn daar en daar stonden!

zaterdag, april 20, 2013

Koningslied


Hij is er: het officiële Koningslied. Een lied gemaakt door ons allemaal. Het couplet is gebaseerd op inzendingen van burgers. We konden onze bijdrage leveren onder het motto 'Mijn droom voor ons land, inspiratie voor onze koning'. De melodie van het nummer is geschreven door John Ewbank, de vaste componist van Marco Borsato. Ook Guus Meeuwis en Alain Clark hebben hun steentje bijgedragen aan het koninklijke nummer. Daarnaast is er nog een waslijst aan BN’ers te horen in het nummer.



Een lied gemaakt door ons allemaal? Ik ben me nergens van bewust! Maar goed als dat zo is, is dat mogelijk ook de oorzaak van het belabberde resultaat. Bij mijn weten heb ik nog nooit zo'n lamlendig stukje proza gelezen, ik geneer me zelfs een beetje om Nederlander te zijn. Wat een belachelijke bombastische onzin, wat moeten onze toekomstige koning Willem en zijn Argentijnse gade wel niet denken van hun onderdanen. Trouwens wat mankeert een volk eigenlijk dat in staat is om zo'n zwakzinnige tekst voor een Koningslied te creëren? Neem alleen al die tenenkrommende onzin rond de letter W voor Willem, voor drie vingers in de lucht, voor wij, voor water, voor wakker en stamppot eten! Waarom ook nog niet de W voor warboel en retteketet naar beter bed. Nee, gewoonlijk ben ik geen azijnpisser, maar ik ben bang het wel te worden als ik de tekst nog een keer zou lezen, en bovendien na die eerste paar maten intro van Carel Kraayenhof de koningsdoppen niet in m'n oren zou doen.

donderdag, april 18, 2013

Rijksmuseum


Begin jaren zestig reed ik op een mooie zaterdag met J achterop m'n bromfiets van de Noord-West Veluwe naar het Rijksmuseum in Amsterdam. Jonge honden waren we, voor een eindje brommen draaiden we onze hand niet om. Het enige wat ik tot dan toe zo'n beetje aan schilderkunst had meegekregen was Rembrandt van Rijn en Johannes Vermeer, die konden pas schilderen, en natuurlijk Jan Steen niet te vergeten! Oude meesters dus uit de 17e eeuw, daarbij vergeleken was dat geklieder en gepriegel van moderne schilders als Karel Appel en Piet Mondriaan klinkklare onzin! Braaf en tamelijk onbelast met kennis aan de wereld van de kunst, stonden we ons op die zaterdagmiddag dan ook aan 'De Nachtwacht' van Rembrandt en 'Het Melkmeisje' van Vermeer te vergapen. Dat was toen, in de jaren daarna hebben J en ik de kunst in al haar disciplines gelukkig heel anders leren zien en interpreteren. Uiteraard hebben we tijdens dat lange leerproces ook het Rijksmuseum nog menig maal bezocht. In gedachten was ik dan soms nog wel eens even terug bij die eerste keer daar, nu alweer een halve eeuw geleden.

De lange rijen tijdens de heropening afgelopen zaterdag konden ons gestolen worden, we wachten wel een paar dagen tot de druk een beetje van de ketel is. Maar eergisteren, drie dagen na de heropening, vonden we dat we lang genoeg hadden gewacht. Het zonnetje en het zicht op de fraaie gevel van het Rijks, bracht ons tijdens de korte wandeling vanuit de parkeergarage onder het museumplein al een beetje in feeststemming. En we kregen nog meer plezier, toen we merkten dat we de rijen wachtenden achter ons konden laten, omdat we een museumjaarkaart hadden. We begonnen onze tour met een kopje koffie op het nieuwe binnenplein, we keken onze ogen uit want dit hadden we eerder nooit gezien. Dat je bijvoorbeeld vanaf het terras op het binnenplein gewoon de fietsers door het museum ziet sjezen, briljant!



Over de details is zo te zien goed nagedacht in het nieuwe Rijksmuseum. Het fraaie interieur oogt helemaal ten dienste van de kunst. Topstukken die in alle zalen goed uitkomen in een haast volmaakte harmonie, een lust voor het oog. Het is volgens mij geen verkeerde beslissing van Rijksgebouwendienst geweest, om de Spaanse architecten Antonio Cruz (Sevilla, 1948) en Antonio Ortiz (Sevilla, 1947) destijds de opdracht te geven voor het ontwerp. Eén van de grootste ingrepen van beide ontwerpers is het toegankelijk maken en verbouwen van de binnenhoven geweest, zie bovenstaand filmpje. Daarmee heeft het museum een metamorfose ondergaan die ik nauwelijks voor mogelijk had gehouden, grandioos!

Het Rijksmuseum in Amsterdam onderging in tien jaar de grootste verbouwing en restauratie in zijn geschiedenis. Het gebouw van architect Pierre Cuypers (1827-1921) dat omstreeks 1885 werd opgeleverd is een uniek historisch monument. De aanpassingen aan de eisen van de tijd mochten daarom geen afbreuk doen aan het oorspronkelijke ontwerp. En dat is volgens mij goed gelukt! We hebben j.l. dinsdag weliswaar maar de helft van het gebouw en de tentoongestelde kunstcollecties gezien, maar dat gaan we op termijn wel een keer goed maken!

woensdag, april 17, 2013

globetrotter


Vragen als: Schepping of evolutie? Adam of apen? Geloof je in God of in Darwin? stelde de antropoloog Thor Heyerdahl (1914-2002) wel eens aan zichzelf, maar ze werden hem ook regelmatig door anderen gesteld. Zelf scheen hij weinig moeite te hebben met dit soort vragen, desalniettemin speelde hij ze graag door aan een ander om te beantwoorden! Dat hij de zaken graag een beetje in het midden hield, bewijst een filosofische uitspraak van hem uit 1946 wel: Of de mens is dom, omdat ze de beschaving schept en dat vooruitgang noemt. Of God is dom, omdat Hij een primitieve wereld schiep en zei dat alles goed was.

Om bewijzen te leveren dat de menselijke cultuur zich over zee in het verre verleden al over grote afstanden heeft kunnen verplaatsen middels de tot dan toe beschikbare kennis en middelen, organiseerde Heyerdahl in de vorige eeuw expedities met primitieve middelen naar diverse plekken op onze aardbol. De Kon-Tiki expeditie in 1947 was er één van. Met vijf mede-opvarenden begon Thor Heyerdahl op 18 april van dat jaar zijn zeereis van Peru naar Polynesië op een vlot van balsahout, dat hij de Kon-Tiki noemde. Het vaartuig, volgens Heyerdahl gebouwd naar een soort van Incamodel, deed 101 dagen over een reis, waarin ze, afhankelijk als ze waren van o.a. de Humboldtstroom en de Oostelijke passaatwinden op de Grote Oceaan, al meanderend ongeveer 8000 km aflegden. Ze werden ten slotte door de enorme branding van atol Raroia in de Tuamoteilandengroep aan land gesmeten.

Hiermee had Thor Heyerdahl het bewijs geleverd tegen het dogma, dat balsahouten vlotten uit Zuid-Amerika geen mensen en cultuurplanten over zee zouden kunnen vervoeren van Peru naar Polynesië. Balsahouten vlotten bleken volgens Heyerdahl zeewaardiger dan menig pre-Europees vaartuig. De Polynesiërs konden dus best gelijk hebben wanneer ze beweerden dat hun voorouders op de eilanden een oudere bevolking had aangetroffen!
(Jaren later bewees DNA-onderzoek onomstotelijk dat de voorouders van de Polynesiërs toch uit Azië kwamen.)



In de op bovengenoemde feiten gebaseerde film verlaat Thor Heyerdahl zijn vrouw en kinderen, en gaat hij met vijf onervaren bemanningsleden de oceaan op. De bemanning heeft, op een simpele radio na, geen moderne apparatuur aan boord en alleen een papegaai als gezelschap. In de schijnwerpers van de wereldpers navigeren ze met behulp van de sterren over de uitgestrekte Stille Oceaan, waarbij ze de stroming als roer gebruiken en strijden tegen woeste stormen, haaien en de gevaren van de open zee. Zijn boek over de Kon-Tiki expeditie had ik lang geleden al eens gelezen, maar ik heb evengoed genoten van de twee uur durende verfilming!

maandag, april 15, 2013

Dolce Vita


Met de uitbreiding van museum De Fundatie in het Paleis a/d Blijmarkt in Zwolle zijn ze al een tijdje bezig. Eerst zou het eind december vorig jaar opgeleverd worden, maar zoals het met gecompliceerde bouwwerken in dit landje wel vaker gaat, is de eindoplevering zeker een halfjaar opgeschoven. Op weg naar Kasteel 'Het Nijenhuis' in Heino/Wijhe zijn we gistermorgen even langs de bouw aan de Blijmarkt gereden, om de stand van zaken in ogenschouw te nemen. Nou dat duurt nog wel een paar maandjes denk ik zo, voordat we daar met z'n allen weer naar binnen kunnen. Ook al weet ik middels de tekeningen en de maquette hoe de creatie van BiermanHenket architecten uit Vught er straks uit gaat zien, toch ben ik aardig benieuwd hoe de realisatie van het één en ander zal overkomen. Voorlopig zijn de verhoudingen met al die steigerwerken en afdekzeilen nog een beetje zoek, maar dat gaat goed komen, daar ben ik vrij zeker van, nog even geduld!

Ellipsvormige dakopbouw op classicistische onderbouw. 

De bijzondere beeldentuin van Kasteel 'Het Nijenhuis' hadden we al gezien (zie m'n stukje 'beeldentuin in heino/wijhe' van 14 april 2012), dus stiefelden we gelijk door naar Hieron Pessers (1939 - 2004) 'Dolce Vita', een tentoonstelling in het kasteel van 24 overzichtelijk gepresenteerde monumentale werken van deze eigenzinnige schilder. Zijn werken, die dateren uit de laatste decennia van de vorige eeuw en het begin van deze eeuw, doen enigszins magisch-realistisch aan en roepen associaties op met werken van schilders als Charley Toorop en Pyke Koch.

La Dolce Vita (Het zoete leven) 1990

In bovenstaand schilderij ziet Hieron Pessers de wereld als carnaval en thater. Het doet denken aan de Italiaanse Commedia dell'arte, aan Shakespeare's Midzomernachtsdroom, aan Fellini's circusscènes. Acrobaten, narren en uitbundige clowneske figuren, deels gemaskerd, dansen op een koord dat door het stevige boerenpaar (echte 'hardwerkende' mensen) in de sculpturale lijst strak gespannen wordt gehouden.

Hieron Pessers vond zijn doeken zelf vaak 'lyrisch' en 'tragisch'. Feestend op de rand van de afgrond, toonden ze een geheel eigen, vaak verontrustend wereldbeeld. Titels als 'Love Letters', 'Hello My Love, Goodbye', 'I'm so weary and all alone' en 'La Dolce Vita' die hij aan z'n schilderijen gaf om er maar enkele te noemen, ontleende hij aan bronnen uit o.a. literatuur en muziek. Bijzonder en kenmerkend voor Pessers werk las ik, waren de vaak gesculptureerde, soms barokke lijsten om zijn doeken.

woensdag, april 10, 2013

Johannes


Om het leven in stand te houden, gaat alles wat leeft ook een keer dood, zo is de cyclus. Voor bultrug 'Johannes', de verzwakte 12 meter lange walvis van ongeveer 20 ton, was het eind vorig jaar op de 'Razende Bol' kennelijk tijd om de laatste adem uit te blazen. Het was niet anders, trouwens wat was dat voor een misplaatst sentiment, om zo'n beest dan gelijk een naam te geven. En wat voor een naam, hoe verzin je het! (Johannes, een liefderijk man, een man vervuld van broederlijke mensenliefde.) Achteraf bleek de bultrug ook nog eens een zij te zijn, en had ze dus beter Johanna (Johanna: 'Jahweh is genadig' of 'God is verzoenend'.) kunnen heten.

De omgeving van het Marsdiep.
Mogelijk was de aanblik van het tranende oog van de bultrug er debet aan. Dat had wel wat weg van een oog van onze trouwe zeehondenhoedster uit Pieterburen. Die loopt zoals bekend altijd voorop als er weer eens wat te aaien valt in de vrije natuur. Ze was uiteraard ook op die zandplaat weer van de partij.

Natuurlijk is dit cynisch, aan de andere kant is het wat mij betreft buiten kijf dat de bedoelingen van partijen of organisaties als de zeehondencrèche, ecomare, sea shepherd, partij voor de dieren en weet ik allemaal niet wat nog meer, nobel zijn. Ze doen absoluut ook goeie dingen voor de natuur in dit kleine dicht bevolkte landje. Maar met die bultrug had niemand zich moeten bemoeien, ze lag daar op die zandplaat niemand in de weg. Met die grote grazers die in de Oostvaardersplassen het loodje leggen, bemoeid zich ook niemand. Op z'n hoogst hadden ze de natuur een handje kunnen helpen door de bultrug, voordat ze na haar dood uit zich zelf zou ontploffen door de opgehoopte ontbindingsgassen, met springstof te reduceren tot hapklare brokjes voor de plaatselijke fauna. Anders ligt zo'n kolos van 20 ton mogelijk iets te lang voor je deur te ruften. Op open zee heb je dat probleem niet, want daar zakt zo'n kolos na de natuurlijke ontlading van z'n ontbindingsgassen door z'n grote gewicht praktisch linea recta richting bodem, waar het ontbindingsproces tot nut van de aldaar levende fauna en organismen verder gaat en niemand er last van heeft.

Johannes zou een traantje wegpinken...
Overigens gebeuren er op open zee ook wel eens bizarre dingen met dode walvissen, daar heb ik in het blad 'Zeilen' wel eens een verslag over gelezen. Als ik 's nachts op zee voer, en vóór me in de soms pikdonkere nacht staarde, moest ik daar wel eens aan denken. Een aanvaring met een kadaver van een walvis die nog nét niet gezonken is. Hakkend met bijlen en van alles en nog wat probeerde de bemanning zich van de stinkende blubbermassa op het jacht te ontdoen, voordat het lekke kadaver naar de bodem zou zinken en hun mee zou sleuren de diepte in. Het was één en al geborrel en geknal van ontsnappende ontbindingsgassen, om van de gruwelijke stank maar te zwijgen. Een luguber unicum, maar ze hebben het gelukkig gered!
Maar met de natuur een handje helpen door de zaak z.g. gecontroleerd te laten ontploffen, moet je ook uitkijken hebben ze in Florence, Oregon (VS) ooit ondervonden. Lees en bekijk onderstaand artikel en filmpje maar eens, waar ik overigens smakelijk om heb kunnen lachen, ik zag het helemaal voor me!

In november 1970 was daar een dode walvis aangespoeld op een populair strand. Aanvankelijk vormde het ongelukkige dier een aardige trekpleister voor de nieuwsgierige ramptoerist. Toen echter na verloop van tijd het rottingsproces zich inzette en de lucht op het strand onhoudbaar werd, zag men in dat het dier ‘geruimd’ moest worden. Alleen, wat waren de mogelijkheden? Begraven werd niet als reële optie gezien, omdat de kans groot was dat de walvis, door de harde wind, opnieuw bloot zou komen te liggen. De mogelijkheid van verbranden werd ook overwogen. Het zou wellicht geleid hebben tot een vermelding in het Guinnessbook of Records als grootste barbecue aller tijden. Maar de kans dat het echt zou lukken werd toch als te klein gezien.
Uiteindelijk kwam men tot een vrij radicale oplossing: door middel van dynamiet. De gedachte was om het dier met dynamiet tot in kleine stukjes op te blazen, waarna de meeuwen het verdere opruimwerk voor hun rekening zouden nemen door de kleine stukje op te pikken. Het leek de ideale manier om van het kadaver af te komen.



De theorie was goed, alleen, bij een gebouw kunnen deskundigen goed berekenen hoeveel explosieven ze moeten aanbrengen, en op welke plekken, om ‘het puin’ in de juiste richting te laten vallen. Bij een walvis laat zich dat echter niet zo gemakkelijk berekenen. Dat bleek op 12 november 1970, toen men een halve ton explosieven onder de walvis aanbracht en deze tot ontploffing bracht, onder het toeziend oog van het nieuwsgierige duizendkoppige publiek. Eerst was daar de knal, toen de aanblik van een bruine berg zand en veel rode smurrie, en vervolgens het geluid van tussen het publiek neervallende ‘klodders’ walvis. Terwijl iedereen bedekt raakte door de stinkende en rottende substantie, vlogen er ook grotere delen walvis door de lucht om in sommige gevallen neer te dalen op de in de omgeving geparkeerde auto’s, In sommige gevallen met desastreuze gevolgen (lees: total loss) voor die auto’s.
Het opblazen van walvissen op het strand werd daarmee meteen een eenmalig experiment, dat de geschiedenis in ging als de manier waarop walvissen in ieder geval níet geruimd moesten worden.

maandag, april 08, 2013

silence


Een foto, een geur, een bepaald muziekstuk of wat voor beleving dan ook, het doet er niet toe, maar soms wordt je door het één of het andere herinnert aan een bepaalde gemoedstoestand in je leven. Aan een gevoelsmoment die je je, hoe lang geleden dan ook, weer haarscherp voor de geest kan halen, en die je in de meeste gevallen weer even terug brengt naar de positieve geestesgesteldheid van het moment van toen.

De rust en verstilling die voor mij persoonlijk uitgaat van de zich eindeloos repeterende cadans van golven, de ruis van een bos, golvende duinlandschappen, bloemenzeeën of de 'Great Symphony' van Schubert, om maar wat te noemen, brengen me bijna altijd weer terug naar mooie momenten van weleer. Momenten van een haast meditatieve rust, die ik als tamelijk rusteloos type, koester en vaker zou willen ervaren. Ik kwam op het idee om dit stukje te schrijven door 'Spiegel im Spiegel', een stuk uit 1978 van de Estse componist Arvo Pärt (1935) dat ik gisteren weer eens hoorde in onderstaande opname. Ik zou het vaker moeten opzetten, want deze muziek brengt mij altijd weer in vaarwaters van balans, structuur en serene rust. Starend uit het venster, begeef ik me dan mijmerend over van alles en niks, in een tijdloze dimensie.



De enorme zeggingskracht die Arvo Pärt met 'Spiegel im Spiegel' bereikt vind ik fenomenaal. De sereniteit en eenvoud van dit stuk brengt de muziek terug tot de essentie. De stilte tussen de noten, muziek gemaakt door iemand die de kunst van het weglaten kennelijk als geen ander verstaat. Rustgevend, en altijd weer plezierig om naar te luisteren!

woensdag, april 03, 2013

'Le Bal'


De Klassieken met Clairy Polak, elke werkdag van 9 tot 12 op radio 4. Ik luister er bijna altijd naar, waar ik ook ben achter m'n bureau of in de auto. Vanmorgen hoorde ik Clairy het nummer 'Le Bal' aankondigen van Hans Reichel (1949-2011). Van de Duitse componist, muzikant en uitvinder had ik nog nooit gehoord, maar dat zegt waarschijnlijk meer over mij dan over hem. En van de Daxophone, één van zijn uitvindingen had ik ook nog nooit gehoord. Maar dat is nu veranderd, ik zat gelijk recht op in m'n stoel. Te gek wat die man aan klanken en ritmes weet te trekken uit houtjes verbonden met een stukje elektronica.

De Daxophone bestaat uit een licht, dun en typisch gevormd houten onderdeel, dat met z'n uiteinde zodanig bevestigd is aan een zwaarder en massief houten monteerstuk, dat het vrij en onafhankelijk in trilling kan komen. Door te plukken en/of te buigen kan het met een strijkstok worden bespeeld. Met een afzonderlijk massief afgerond stuk hout, de z.g. dax kunnen vibraties worden opgeroepen en kan de toonhoogte en toon kwaliteit worden beïnvloed. Een microfoon ingebed in het zwaardere monteerstuk zorgt voor versterking. De meest vreemde geluiden zijn met dit instrument te maken, bizar, buitenaards, komisch maar ook onverwacht mooi. Luister maar eens naar 'Le Bal', het stuk dat Hans Reichel met al die verschillende klanksoorten die dit instrument voort kan brengen al in 1994 heeft gecomponeerd (of heet het in dit geval gearrangeerd), maar dat ik vanmorgen dus voor het eerst hoorde, en nog wel op radio 4, mooi!



dinsdag, april 02, 2013

Eire


De halve 2e paasdag zijn we bezig geweest met een vakantie tripje te regelen naar Ierland. Allereerst, wanneer gaan we precies, dat was even secuur plannen met al die optredens van ons met 'Hodgepodge' en 'Vol-Luid' in het voorjaar en de zomer. Maar het is gelukt, we hebben een aansluitende periode van ongeveer drie weken kunnen plannen, d.w.z. plusminus twee weken in Ierland en één week in Engeland. Toen we eruit waren, was het vraagstuk onderkomen aan de orde. Nemen we een huisje, hotel, camper of bed en breakfast of een combinatie van het één en ander. Daar waren we vrij snel uit, een huisje voor een week ergens in de z.g. 'Ring of Kerry' in de zuid-west hoek van Ierland. De rest zien we onderweg wel, hotelletjes en/of bed en breakfast mogelijkheden genoeg.


De zoekactie op internet naar een geschikte vakantiewoning had wat meer voeten in aarde. We wilden hoe dan ook een huisje aan zee, maar dat wilden er wel meer merkten we al gauw. Veel vakantiewoningen die we geschikt achten, waren in onze periode reeds bezet. Je moet uiteraard ook veel eerder beginnen met zo iets te regelen! Maar wonder boven wonder zijn we toch geslaagd, een prachtig huis op een dito plek aan zee in the middle of nowhere op ca. 16 km ten zuiden van Kenmare. En er is ook nog een klein haventje in de buurt waar we een zeilboot kunnen huren. We hebben direct alles per mail kunnen regelen en vastleggen met de eigenaar in Kenmare. En als laatste hebben we bij StenaLine de tickets gekocht voor de retourtochten over de Noordzee en de Ierse Zee. Klaar, ik heb er nu al zin in!

zondag, maart 31, 2013

Irish/American folkmusic


Van een avondje naar je concurrenten luisteren steek je altijd wel wat op. Al lijkt me 'wel wat' te denigrerend uitgedrukt, 'heel wat' zou in het geval van 'Hodgepodge' de realiteit dichter benaderen. Schrale troost, die jongens van 'Daddy-O' tappen al wel een paar jaartjes langer uit het muziekvaatje. Hoe dan ook, we hebben genoten van het sfeervolle concert wat ze gisteravond in de Harderwijkse muziektempel 'Estrado' ten gehore brachten. Onbegrijpelijk dat er zo weinig publiek was. Een euvel dat kennelijk aan 'Estrado' kleeft, want de diverse jazz concerten die ik daar heb meegemaakt kampten met hetzelfde probleem. Jammer, maar het is niet anders, we hebben ons avondje er in ieder geval niet door laten vergallen. Maar als het probleem van onderbezetting inderdaad structureel blijkt te zijn, zal er toch een keer wat moeten gebeuren, wil men voorkomen dat vroeg of laat de gemeente de stekker uit 'Estrado' trekt. Het lijkt me dat er sowieso veel meer energie in promotie moet worden gestoken!

Onderstaande video en songtekst (die 'Hodgepodge' ook in haar repertoire heeft, al zijn er enige verschillen in de songtekst) geven een aardige indicatie van de muzikale sfeer die 'Daddy-O' gisteravond in 'Estrado' wist te creëren.

The Irish Rover.

Well on the Fourth of July 1806
We set sail from the sweet cove of Cork
we were sailing away with a cargo of bricks
For the grand City Hall in New York
'twas a wonderful craft, she was rigged for and aft
And oh, how the wild wind drove her
She stood several blasts, she had twenty-seven masts
And they called her the Irish Rover



Well we had one million bags of the best Sligo rags,
We had two million barrels of stone
We had three million bails of old nanny-goats' tails,
We had four million barrels of bones
We had five million hogs, and six million dogs,
Seven million barrels of porter
We had eight million bails of old nanny-goats' tails
In the hold of the Irish Rover

Well we had Barney McGee from the banks of the Lee,
We had Hogan from County Tyrone
And we had Jimmy McGurk who was scared stiff of work
And a lad from Westmeath called Malone
O we had Slugger O'Toole who was drunk as a rule
And Fighting Bill Treacy from Dover
And your man, Mike McCann
from the banks of the Bann
Was the skipper on the Irish Rover

Well a sailor he longs for a better life
It's so lonesome by night and by day
And he longs for the shore and a charming young whore
Who'll make all his troubles away
All the noise and the rout
All the whiskey and stout
The fighting it's never over
Of the love of a maid he is never afraid
It's all for the Irish Rover

We had sailed seven years when the measles broke out
And the ship lost it's way in the fog
And that whale of a crew was reduced down to two,
Just meself and the Captain's old dog
Then the ship struck a rock,
Oh Lord! What a shock,
The bulkhead was turned right over
Well it turned nine times around
And the poor old dog was drowned
Well I'm the last of the Irish Rover!

vrijdag, maart 29, 2013

Diner in Muiden


Afgelopen woensdag hadden we als Herenleedclubje weer eens een etentje georganiseerd. Een traditie die we met z'n vijven al decennia lang in stand houden, zie o.a. mijn stukje 'traditie' van j.l. 27 januari. Deze keer in Muiden, na eerst bij A thuis in Weesp het aperitief te hebben genoten. Rond een uur of halfacht kwamen we aan in Brasserie & Wijnbar FORT H in Muiden, dat onlangs van de nieuwe eigenaar een totale re-styling heeft ondergaan d.w.z. geheel nieuwe look en nieuwe kaart. We hadden gehoord dat ze daar sinds half januari j.l. een culinair 3 gangen keuzemenu serveerden voor een mooi prijsje. En dat klopte hebben we gemerkt!

Brasserie & Wijnbar FORT H, oorspronkelijk een onderdeel van vesting Muiden, ligt op een unieke plek aan het water met uitzicht op de haven en de Vecht. De huidige eetgelegenheid, rond 1870 als bomvrije bunker ruimte gebouwd om als zodanig het vesting-stelsel van Muiden uit te breiden en te verbeteren, ligt deels verscholen onder het maaiveld. Een bijzondere locatie met ook nog eens een prachtig terras met aanlegplaatsen aan de Vecht. Maar daarvoor moet het eerst wel even zomer worden. Voorlopig varen ze her en der nog met ijsbrekers rond om diverse vaarwegen aan het begin van het vaarseizoen enigszins bevaarbaar te krijgen!

Je leest en hoort praktisch niet anders dan dat het crisistijd is in Nederland en overig euroland, maar daar was in FORT H woensdagavond weinig van te merken. Het was maar goed dat we gereserveerd hadden, want de zaak zat de hele avond stamp vol. Geen van ons vijven had daar nog eerder gegeten, we waren dus benieuwd naar de sfeer en de menukaart. Nou die mocht er zijn, simpel en creatief, ook voor de vegetariërs onder ons. En de ontvangst en bediening was hartelijke en plezierig, het eten was prima en volgens ons met enthousiasme en kennis bereid. Genoeglijk avondje gehad, we komen er zeker terug!

dinsdag, maart 26, 2013

de 'Zuidam'


Onlangs kreeg ik van J.W. de banjospeler van ons Ierse bandje Hodgepodge, een flessenscheepje cadeau die hij zelf gebouwd had in een Oude Jenever fles van Zuidam. Bewonderenswaardig knap gemaakt, hoe iemand het geduld kan opbrengen voor zoiets is mij een volkomen raadsel. Maar ik ben er blij mee, heb ik toch weer een zeilboot. En wat voor één, een topzeilschoener, een mooie klassieker uit het begin van de vorige eeuw. De foto die ik heb genomen van dit ingetogen werkstukje geeft een enigszins vervormde 'Zuidam' te zien, maar dat is vertekening door weerspiegeling van de fles.

Topzeilschoener.
In tegenstelling tot naast staande topzeilschoener heeft de 'Zuidam' 3 kluivers en 1 fok aan de voor- of fokkemast, verder voert het aan deze mast ook nog 2 razeilen boven het voor- of schoenerzeil. Aan de achter- of hoofdmast voert de 'Zuidam' een gaffelgrootzeil en een topzeil, en voert het bovendien in de top nog een vliegerzeil tussen beide masten in.

De 'Zuidam' heeft een prominent plekje op mijn bureau gekregen, want varen kan ik er jammer genoeg niet mee. En zou ik dat wel kunnen, dan had ik een goed getrainde bemanning nodig. Op de 'Swing' heb ik in al die jaren dit soort schepen vaak zat zien varen. Majestueuze schepen zijn het met een prachtig zeilplan. Lag ik met m'n 11 meter op één oor, werd ik door zo'n kanjer onder vol tuig gepasseerd alsof ik stil lag. Prachtige momenten die me zo maar te binnen schieten als ik naar m'n flessenscheepje kijk. Bedankt J.W. voor jou bouwkunst!

zaterdag, maart 23, 2013

zeestromingen


Donderdagavond j.l. Science Café Harderwijk met fysisch oceanograaf Prof. dr. Will P.M. de Ruijter. Een hele mond vol dat moet gezegd, maar hij wist volgens mij dan ook wel het één en ander van zijn vakgebied af. Na een beknopte algemene inleidende beschouwing over de relatie tussen klimaat en zeestromingen in het verleden en heden, die hij verduidelijkte met een aantal grafieken, spitste de lezing zich toe op een onderzoek van een aantal jaren geleden rond het zeegebied nabij Madagascar en Zuid Afrika.

Het IMAU
Behalve directeur van het IMAU is hij als fysisch oceanografisch wetenschapper gespecialiseerd in 'oceanic circulation'. Een team van onderzoekers is met de PELAGIA, het onderzoeksschip van het NIOZ (Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee) op Texel, naar het zeegebied rond Zuid Afrika gevaren. Daar hebben ze van allerlei metingen verricht in o.a. het Mozambique Channel, zoals het gedeelte Indische Oceaan tussen Mozambique en Madagascar wordt genoemd. Diverse factoren als stroomsnelheden, temperaturen, aanwezigheid van planktonsoorten en het ontstaan van z.g. Agulhasringen, die allemaal indirect het wereldwijde klimaatsysteem schijnen te beïnvloeden. Gezien de dynamiek en de waterverplaatsing in dit gebied geloof ik dat graag.

Een kleine maar belangrijke graadmeter.
Gemiddeld stroomt er zo'n 17 miljard liter water per seconde zuidwaarts door het Mozambique Channel, dat is in vergelijking met het watertransport in de Rijn ongeveer 8000 keer zoveel. De bewegingen zijn uitermate dynamisch, het watertransport kan soms variëren van 65 miljard liter per seconde zuidwaarts tot 45 miljard liter per seconde noordwaarts. Waarbij de stroom veranderingen zich kunnen voordoen in een tijdschaal, variërend van een paar maanden tot een paar jaar. Uit het onderzoek is gebleken dat de variatie in de stroming verschillende oorsprongen heeft. De fluctuaties met een tijdschaal van een paar maanden werden vooral lokaal gevormd in het Mozambique Channel, maar de variatie op langere tijdschalen werden door grootschalige patronen bovenstrooms in de Indische Oceaan veroorzaakt. De stroming in het Mozambique Channel hebben ze kunnen meten, door lange kabels met meetinstrumenten te plaatsen. Ruim vier jaar registreerden deze de stroomsnelheid van het water, de hoeveelheid zout in het water en de temperatuur. Door deze observaties te vergelijken met oceaanmodellen en satellietobservaties kon ook de oorsprong van de variaties worden onderzocht. De variaties in de stroming door het Mozambique Channel hebben zo goed als zeker een grote invloed op de stromingen ten zuiden van Afrika dat op zijn beurt weer invloed heeft op het wereldwijde klimaatsysteem. Het onderzoek in het Mozambique Channel wordt dan ook gezien als een belangrijke graadmeter voor klimaatsvariaties.

Verder hebben ze rondom de punt van Zuid Afrika onderzoek gedaan naar de Agulhasringen. Met behulp van satelliet beelden, die door de Universiteit van Utrecht naar de PELAGIA werden geseind, konden ze de ringen vrij gemakkelijk opsporen. Als zodanig traceerde het team al vrij snel na het vertrek uit Kaapstad een exemplaar met een diameter van 300 kilometer die ze 'Astrid' noemden. Metingen wezen uit, toen ze met de PELAGIA dwars door de cirkel voeren, dat het water binnen 'Astrid' warmer en zouter was dan het omringende water van de Atlantische Oceaan.
De stroomsnelheid van het water aan de rand van de ring was 1 tot 1,5 meter per seconde. Ter vergelijking, dat is ongeveer even snel als de gemiddelde stroom in het Marsdiep tussen Den Helder en Texel. De ring draaide als zodanig in ongeveer twaalf dagen om zijn as. En uit dieptemetingen bleek ook nog eens dat de ring zich als een enorme draaikolk van kilometers diep, tot op de bodem, uitstrekte.

Een hectisch zeegebied.
Aan de buitenkant mengde het water zich met het omringende oceaanwater. Daardoor gaf de wervel zijn warmte, afkomstig uit de Indische Oceaan, langzaam af aan het water van de Atlantische Oceaan. En werd als zodanig via de Warme Golfstroom het zachte zeeklimaat in Europa veroorzaakt. Maar om het effect goed in kaart te brengen, hebben de wetenschappers ook de slijtage van de ringen gemeten. De resultaten waren verrassend, de transportband van circulerende oceaanstromen kon stagneren of versnellen, en een van de kritische punten was het gebied rond de Kaap. Daar kreeg de transportband a.h.w. extra voeding. De oceaan bevatte daar een wirwar aan ringen en wervels die water van elkaar afsnoepten of in elkaar deden opgaan, en als zodanig hun weg over de oceaan vervolgden. Het leek of er een grote mixer bezig was ringen uiteen te slaan. Het wemelde er van de ringen. De hoeveelheid water die middels de ringen van de Indische naar de Atlantische Oceaan werden getransporteerd, bleek groter te zijn dan de wetenschappers hadden verwacht.

Science Café Harderwijk een boeiend en leerzaam initiatief. Het draait al een aardig tijdje, dit was echter voor mij de eerste keer, maar ik zie nu al uit naar de volgende keer.

woensdag, maart 20, 2013

broek

Lederen anti-afzakbroek.
Kleren kopen, verschrikkelijk werk, ik stel het altijd zo lang mogelijk uit. En het meest verschrikkelijke is een broek kopen! Alhoewel, jaren lang was ik vaste klant bij een klein overzichtelijk herenkledingzaakje in de binnenstad waar de beslommeringen meevielen. Op het moment dat ik de winkel binnenkwam, liep de eigenaar bij wijze van spreken al naar de hoek van de spijkerbroeken, en pakte feilloos de juiste maat van het schap. Hij kende mijn maat en smaak als zijn broekzak. Met hooguit een halfuur stond ik geknipt en geschoren weer buiten, had hij mijn nieuwe broek afgespeld voor zijn naaiatelier, en was ik vaak ook nog een paar sokken, een overhemd, een poloshirt en een stijlvol jackje rijker. Prima zaakje was dat, maar de eigenaar die ik in al die jaren goed had leren kennen, hief het zaakje op toen hij een paar jaar geleden met pensioen ging. Spijtig, maar het is niet anders, sindsdien koop ik m'n kleren met wisselend succes elders in de stad.

Maar gisteren heb ik me laten verleiden om mee te gaan naar een grote kledingzaak in het zuiden van het land. Ik moest al bij aankomst de neiging onderdrukken, om maar niet gelijk een kroeg in te duiken. Dat was nog maar het begin, want toen ik een halfuurtje later eindelijk een beetje doorhad hoe de winkel in elkaar zat, had ik er al spijt van dat ik dat niet gedaan heb. Wat een klotewinkel, ik zag door de bomen het bos niet meer. Een verkoper zag me modderen en wist me al inschattend te vertellen wat voor soort spijkerbroek ik nodig had. In ieder geval niet de broek die ik in m'n handen had. Ja maar dat is mijn maat meneer! Dat moest ik anders zien, gezien mijn postuur zou ik constant bezig zijn met mijn broek op te hijsen, als ik er tenminste niet als een Volendammer met een afgezakte kont uit wilde zien. Hij had een mooi modelletje voor me in petto, maar in het pashokje zag ik al dat dat het niet ging worden. Wat een hobbezak, aan alle kanten veel te ruim, over een Volendammer gesproken! Maar toen J me even later in het pashokje verraste door een voor mij vertrouwd modelletje door het gordijn te schuiven, was het gelijk bingo. Nog even de pijpen laten afspelden, en hup naar het naaiatelier met die handel. Een half uurtje later was m'n broekje klaar en kon ik het afhalen. J was inmiddels ook geslaagd en had het hier verder ook wel gezien, dus wegwezen maar! Aanvankelijk was mijn plan om hier veel meer te kopen, maar dat doe ik mooi in een klein kledingzaakje dat ik ergens dicht bij huis vast wel weer ontdekken zal.

vrijdag, maart 15, 2013

Nordic Art


Het vroor nog 2º maar daar merkten we in de auto gelukkig weinig van, wij genoten alleen maar van het stralende weer! In alle rust reden we onder een staalblauw uitspansel en een heerlijk zonnetje afgelopen dinsdag naar 'Nordic Art', een expositie van Scandinavische schilderkunst in het Groninger Museum. Halverwege maart, nog een goeie week en dan begint de lente alweer! Maar voorlopig was het nog winter, in het zuiden van ons kleine kikkerlandje hadden ze zelfs nog volop met sneeuwval te maken hoorden we over de radio, en nog verder zuidwaarts was het helemaal een gekkenhuis. Op de snelweg tussen Parijs en Lille zat de pyjamaman al bijna elf uur vast in de sneeuw. We hoorden hem klagen, hij was koud, had dorst en trek in iets lekkers, 't liefst iets warms, een kroket of bal gehakt leek hem wel wat. Verder was z'n benzine bijna op, voor een beetje verwarming kon hij dus ook niet lang meer op z'n motor rekenen. Maar dorst hoefde hij volgens de verslaggever toch niet te hebben, met al die sneeuw om zich heen? En je zal toch wel ergens een dekentje in je kofferbak hebben liggen tegen de kou? Nee, hij had alleen maar een pyjama bij zich. Godallemachtig wat een zeurpiet, dat hij het even niet leuk had op die snelweg kon ik me voorstellen, maar wat een zeikerd. Alleen maar een pyjamaatje bij zich! Even een poosje bittere kou lijden zal hem denk ik goed doen, daar wordt hij flink van!

We hadden uiteraard makkelijk praten, wij zaten lekker. En even later, in 'Grand Café Time Out' aan de Poelestraat nabij de Grote Markt in Groningen, zaten we nog lekkerder. Enkele enthousiastelingen zaten zelfs al buiten op het terras. Nog een beetje fris vonden we, achter het glas smaakte de lunch ook prima. En toen eindelijk op naar 'Nordic Art', naar de Noord Europese schilderkunst uit de jaren 1880 tot 1920. Ondanks de nog winterse temperatuur wandelden we toch al met de voorjaarskriebels in ons lijf via de Grote Markt, Herestraat en de Ubbo Emmiussingel naar het Museumeiland.

De expositie die als een ode aan de volken en culturen van de Noordse landen gezien moet worden, bood een overzicht van 19e en 20e eeuwse Noord-Europese schilderkunst. De vele landschappen, portretten en taferelen uit het plattelandsleven toonden zowel de overeenkomsten als de verschillen tussen de Noordse landen. Centraal in de expositie stond de periode waarin diverse stromingen zoals realisme, naturalisme en de meer uiteenlopende stijlen als het symbolisme en het opkomende modernisme naast elkaar voorkwamen. De jaren 1880 tot 1920 vormden in Noord Europa een cruciaal tijdperk van artistieke, culturele en intellectuele ontwikkeling. Kunstwerken uit die periode verbeelden die veranderende ambities. Edvard Munch, Akseli Gallen-Kallela en August Strindberg zijn hier belangrijke voorbeelden van. Zij vingen als geen ander de poëtische schoonheid, de kern en de ziel van het mystieke noorden. Maar niet alleen dit bekende drietal, ook een groot aantal minder bekende schilders konden er in dit opzicht wat van. Hoewel de Noordse kunst haar oorsprong kent in de Europese cultuur, wist men de eigen identiteit aardig te benadrukken door het uitbeelden van het Noord-Europese leven. (Zie ook in m'n blogarchief stukje 'Finland' van 16 januari 2007) We hebben ons in ieder geval in en door deze tentoonstelling een aardig beeld kunnen vormen van de moderniteit in de schilderkunst van eind 19e begin 20e eeuw in Noord-Europa.

De Nederlandse leeuw gewapend met een bos pijlen.
Maar er was uiteraard nog meer te zien in het museum. 'Urban Gothic' bijvoorbeeld van de Nederlandse kunstenaar Marc Bijl (1970). Een veelzijdig kunstenaar met een breed scala aan kunstwerken bestaande uit o.m. installaties, video’s, sculpturen, interventies, graffiti en schilderijen. Het meeste werk was opgetrokken uit ruwe bouwmaterialen, golfplaat, spiegels en druiperige zwarte epoxyharsen, in combinatie met overbekende symbolen, (kunst)historische verwijzingen en korte teksten. Een zoektocht schijnt het naar de onderliggende machtsstructuren die de massacultuur kenmerken.

'Platbodem op de Zuiderzee' 1900 Willem Bastiaan Tholen.
En dan was er ook nog 'De collectie Veendorp'. Het levenswerk van de Groninger Reurt Jan Veendorp die voornamelijk Nederlandse kunst verzamelde uit de tweede helft van de 19de en de eerste decennia van de 20ste eeuw. In 1969 kreeg het Groninger Museum de hele kunstverzameling van Veendorp in haar bezit, bestaande uit ruim 400 unieke objecten, waaronder schilderijen, grafiekbladen, tekeningen, sculpturen en keramiek. Veel Haagse School werk als Jan Hendrik Weissenbruch, Jozef Israëls, Anton Mauve en de drie gebroeders Maris. Maar ook kunst van de generaties na de Haagse School behoorde tot de verzameling, bijvoorbeeld van de Amsterdamse impressionisten George Hendrik Breitner en Isaac Israels, maar ook van Jan Toorop, Johan Dijkstra en vele anderen.

Het Groninger Museum, we zijn er een middagje lekker zoet mee geweest. En alvorens de auto weer op te zoeken hebben we ten slotte in het museumrestaurant nog een kopje thee gedronken.

zondag, maart 10, 2013

Female Power


Gisteren hebben we in het MMKA in Arnhem de tentoonstelling Female Power bezocht. Een kunstexpositie vol vrouwelijke kracht en macht. Van keramische borstvormen, gevlochten harnassen en tekeningen tot foto’s van Japanse vissersvrouwen die voor hun seafood dagelijks zonder zuurstof tot wel 30 meter diep duiken. Boeiend, een toenemend aantal kunstenaressen schijnt zich heden ten dage bezig te houden met het creëren van nieuwe vrouwbeelden. Vrouwbeelden die in Female Power werden gecombineerd met de beelden die in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw hebben bijgedragen aan het empowerment van vrouwen. Ik las ergens dat in de derde feministische golf, die sinds medio jaren negentig van de vorige eeuw gaande is, zelfontplooiing, keuzemogelijkheden en weerstand tegen discriminerende gebruiken van andere culturen, belangrijke factoren zijn die worden gedragen door een flinke dosis powerfeminisme. Weg met de statische handhaving van z.g. fundamentele verschillen die verankerd zouden liggen in de biologie van mannen en vrouwen. (Zie in mijn blogarchief ook stukje 'FémininMasculin' van 24 december 2008).
De ongelijkheid en verschillen in de samenleving tussen beide seksen worden al sinds de Eerste- en Tweede Feministische Golf van resp. 1870-1920 en 1960-1980 belicht. Of het ooit helemaal goed gaat komen weet ik niet, mondiaal bekeken vrees ik dat dat nog wel even zal duren. De betekenis van John Lennon's song 'Woman is the nigger of the world' uit 1972 lijkt me in grote delen van de wereld nog immer actueel. Maar volgens mij kweken exposities als Female Power veel goodwill voor de feministische stromingen. De invloed van empowerment en powerfeminisme zal uiteindelijk onze toekomst wereldwijd hopelijk ten goede veranderen, dat kan haast niet anders!



Deelnemende kunstenaressen waren: Melanie Bonajo (1978 NL), Louise Bourgeois (1911-2010 FR), Betsy Damon (1949 VS), Mary Beth Edelson (1933 VS), Vidya Gastaldon (1974 FR), Chitra Ganesh (1975 VS), Mathilde ter Heijne (1969 FR), Cuny Janssen (1975 NL), Shakuntala Kulkarni (1950 IN), Ana Mendieta (1948-1985 CU), Almagul Menlibayeva (1969 KH), Nandipha Mntambo (1982 SZ), Tsholofelo Monare (1986 ZA), Mai-Thu Perret (1976 CH), Lea Porsager (1981 DK), Nina Poppe (1979 DE), Tracey Rose (1974 ZA), Pinaree Sanpitak (1961 TH), Nancy Spero (1926-2009 VS), Niki de St Phalle (1930-2002 FR), Su Tomesen (1970 NL), Miwa Yanagi (1967 JP)

Gelijktijdig met Female Power las ik, vinden op initiatief van stichting FemArtMuseum in Amsterdam ook de presentaties Divine Surprise plaats. Het vrouwelijke in God (Bijbels Museum) en Women For All Seasons, de vrouw in de oudheid (Allard Pierson Museum). Het één en ander wordt in samenwerking met de Radboud Universiteit Nijmegen op 16 mei in een symposium georganiseerd.

maandag, maart 04, 2013

wandeling II


Een wandeling op maandagochtend nabij kasteel Staverden, dat is pas rust! Deze keer hebben we de rode route gelopen, ofwel de grote bos route, totaal plusminus 5 km. Een route die we nog niet eerder hadden gelopen. Aardig maar niet zo boeiend als de gele route, die we hier anderhalve week geleden hebben gelopen (zie m'n stukje 'wandeling' van 22 februari j.l.). De grote bos route, de naam zegt het al, inderdaad voor het grootste deel alleen maar bos. Nu was het nog prima, door de robuuste kale takken was het staalblauwe zwerk nog volop zichtbaar, maar als straks de bladeren er aan zitten, lijkt het me een donkere enigszins saaie route. Het eerste stuk vanaf de parkeerplaats bij kasteel Staverden langs de Witte Pauwen en de Molenbeek tot aan de Uddelermeerweg was weer prachtig, maar dat kennen we al zo goed. Daarna verdwenen we voor de rest van de wandeling in het bos. En via een grote lus liepen we daar over de Schapendrift en de Grote Slinger terug naar de Uddelermeerweg nabij de parkeerplaats bij kasteel Staverden.

Bomen, bomen en nog eens bomen. Heel veel Beuken, Sparren en Berken, ondanks dat de houthakkers zo te zien hier onlangs behoorlijk tekeer waren gegaan. Af en toe moet zo'n bos natuurlijk eens worden uitgedund. Of dat hier vaak gebeurt weet ik niet. Ik denk het niet gezien de gesneuvelde stammen die langs het bospad lagen opgestapeld. Stuk voor stuk forse jongens. Van één spar heb ik zo goed en kwaad als het ging de jaarringen geteld, ik kwam uit op een leeftijd van om en nabij de zeventig jaar.

Maar de sfeer in het bos was verrukkelijk, de rust en de geur van het vroege voorjaar, het lentegevoel. Anderhalve week geleden hoorden we hier nog praktisch geen vogels, al merkten we ook toen wel dat de natuur uit z'n winterslaap aan het ontwaken was. Maar moest je de mezen en de vinken nou horen, één en al leven in de brouwerij. De spechten ook niet te vergeten, hoe zo'n vogeltje met z'n getimmer op zware massieve boomstammen zo'n herrie kan maken verwonderd me altijd weer opnieuw. Van heinde en verre was het staccato geratel in het bos te horen, prachtig!

zaterdag, maart 02, 2013

Rijndochters


In de Volkskrant las ik gisteren dat de 'Rijndochters', het natte deel uit Wagners opera Das Rheingold, het eerste deel uit Wagner's operacyclus Der Ring des Nibelungen de komende zomer te zien zijn in hun oorspronkelijke woonplaats, namelijk de rivier de Rijn. Het scheepsruim van de 'Oriana', een vijf jaar oude rijnaak van 135 meter lang, 14 meter breed en 6 meter hoog van schipper Cor Klein uit Hendrik-Ido-Ambacht zal hiervoor worden omgebouwd tot schouwburg. Dat vind ik nog eens mooie initiatieven in deze tijd. De benodigde poen voor de verbouwing, tussen de half- en één miljoen euro, komt uit de private hoek en wordt bijeengebracht door sponsoring, crowdfunding en kaartverkoop. Op subsidies uit de cultuursector van overheden hoef je in deze tijd niet of nauwelijks meer te rekenen. Smeer die paar rotcenten maar in je haar, zullen de initiatiefnemers mogelijk hebben gedacht, we redden het ook wel zonder!



Op zes plaatsen tussen Koblenz en Rotterdam zullen er in totaal zestien opvoeringen worden gegeven t.w. in Koblenz, Duisburg, Arnhem, Utrecht, Amsterdam en Rotterdam. Hierbij een beknopte samenvatting van het natte deel uit Das Rheingold: Het stuk begint met een lang aangehouden bastoon die als het ware het ontstaan van de wereld verbeeldt. Geleidelijk zwelt de muziek aan en wordt de vloed van de Rijn steeds hoorbaarder, het Rijnmotief. Op de bodem van de Rijn bewaken de drie Rijndochters het Rijngoud, hen door Vader Rijn toevertrouwd. Zo worden ze gevonden door de dwerg Alberich, die tevergeefs de liefde van de meisjes tracht te winnen. Dan valt zijn oog op het goud en in hun overmoed verklappen de meisjes het geheim van het goud: degene die de liefde afzweert, vermag uit het goud een ring te smeden en verwerft daarmee heerschappij over de wereld. Alberich zweert daarop de liefde af, steelt het goud en verdwijnt.

Maar buiten de opvoering van Das Rheingold, zal er in het scheepsruim ook nog de symfonische show 'The Wagner Experience' te zien zijn. Musici die Wagner als inspiratiebron zien, vermengen zijn muziek met hiphop en heavy metal. En ook zullen er verbanden worden gelegd tussen Wagners Ring der Nibelungen en Tolkiens Lord of the Rings. Het orkest zal dan Wagnermuziek spelen onder scènes uit de Tolkienverfilming van de Nieuw-Zeelandse regisseur Peter Jacksons (1961).

Het lijkt mij prachtig om het één en ander mee te maken als de 'Oriana' de komende zomer in de buurt ligt! Er is plaats voor 500 bezoekers en de kaartverkoop is reeds begonnen, ik heb zo'n gevoel dat we er snel bij moeten zijn.