dinsdag, september 27, 2011

Bostoren (2)


Op woensdag 8 april 2009 schreef ik m'n eerste stukje over de bostoren. Een stukje wat toen min of meer ging over het ontwerp, de afmetingen en de realisatie van de bostoren op 'Landgoed Schovenhorst' in Putten.

Gisteren, bijna 2,5 jaar later waren we er weer, maar nu met kinderen en kleinkinderen. Eén voor één wurmden we ons m.b.v. de streepjescode op het entreebewijs door het smalle draaihek naar binnen. De klim naar boven kon beginnen, 235 treden naar de top op 40 meter boven maaiveld. Leeftijdverschil en conditie uit zich volgens mij nergens zo manifest als op een trap. Toen ik halverwege de trap naar boven liep te hijgen en te puffen, kwamen mijn kleinkinderen me vanaf hogere sferen alweer tegemoet, om vervolgens ver voor mij uit moeiteloos voor de 2e keer naar de top te huppelen!

Op de top net boven de boomkruinen hadden we een prachtig uitzicht over het ca. 160 jaar oude landgoed 'Schovenhorst' en een groot deel van de Veluwe. In de verte een streep Randmeer en de hoge bebouwingen van omliggende plaatsen als Nijkerk, Amersfoort, Ermelo, Harderwijk en meer. Wel jammer dat het een beetje heiig was, want bij helder weer kan je zelfs de bijna 32 km verderop gelegen TV-toren zien in Hilversum.

Een aantal van ons hebben tijdens de tocht omlaag, nog even lekker in de spectaculaire klimkooi rond gesprongen. Een trampolineachtige constructie van open netwerk op een kleine 30 meter boven de grond. Het leek gewaagder dan het was, toch was ik blij dat iedereen even later weer gezond en wel met beide benen op de grond stond.


Na het klimavontuur hebben we nog een wandeling gemaakt over het prachtige landgoed. Niet te lang, want toen enkele gastjes op een bepaald moment een beetje over honger en dorst begonnen te zeuren, hebben we de auto maar opgezocht. En eenmaal thuis had de hele meute zo'n enorme trek, dat de pizza's niet aan te slepen waren!

zondag, september 25, 2011

Neutrino's


Als het klopt las ik, is het de grootste natuurkundige ontdekking sinds een halve eeuw. Neutrino's, deeltjes die sneller reizen dan het licht, een regelrechte revolutie in de natuurkunde! Echter de meeste fysici schijnen voorlopig nog knap sceptisch te reageren op de Italiaanse studie. Ze willen eerst het resultaat van een Amerikaanse en Japanse second opinion afwachten.

In m'n stukje 'Leven' van 25 januari 2010, had ik het over het CERN en over de zoektocht naar het z.g. Higgs-boson, het kleinste en nog ontbrekende elementaire bouwsteentje waaruit het leven bestaat. Of er al vorderingen zijn gemaakt in die richting weet ik niet, maar kennelijk hebben de wetenschappers van het deeltjeslab CERN en passant wel ontdekt, dat neutrino's sneller reizen dan het licht!

Vanuit het CERN werden in drie jaar tijd 16000 stralen neutrino's afgevuurd op het observatorium in Gran Sasso in Italië, waar ze door detectoren werden opgevangen. De afstand van 730 km zou door een lichtstraal in 2,4 duizendste van een seconde worden afgelegd, de neutrino's waren echter 60 nanoseconden (miljarden van een seconde) sneller, en hadden zodoende bij aankomst in Gran Sasso een voorsprong van 18 meter op de lichtstraal.

De neutrino, wat letterlijk 'klein neutrale zone' betekend is een verwant van de elektron, een minuscuul, ongrijpbaar en onzichtbaar deeltje afkomstig uit het heelal en een groot deel van de radioactieve straling die onze dampkring binnendringt. De eerste observatie van een neutrino was in een z.g. bellenvat (zie onderstaande foto) en dateert van november 1970.


De onzichtbare neutrino raakt een proton (rechts op foto). De neutrino verandert in een mu-meson (de lange streep in het midden van de foto). De korte streep is het proton. Het derde spoor is van een pi-meson welke door de botsing ontstond.

Ben benieuwd naar het resultaat van de Amerikaanse en Japanse controle metingen. Als die op hetzelfde uitkomen als de Italiaanse metingen, dan moeten zo ongeveer alle fundamentele fysische theoriën herzien worden. Ofwel de relativiteitstheorie die tot in alle haarvaten van de huidige natuurkunde is doorgedrongen op de schop! E=mc2 op de helling? Ik kan het haast niet geloven, ik denk dat Einstein zich nog wel eens zal omdraaien in z'n graf. Alhoewel dat moeilijk zal gaan want op z'n hersenen na is hij gecremeerd en is zijn as verstrooid.

woensdag, september 21, 2011

Vestingstadje Woerden


Een drive-in-museum noemen ze in Woerden de parkeergarage 'Castellum'. En terecht, want toen we de parkeergarage indoken, doken we en passant ook onder in het Romeinse verleden van Woerden. Behalve allerlei vondsten en foto's in vitrines van de vrij recente opgravingen hier, waren er ook een aantal prachtige wandschilderingen te zien over het leven in en rond het Castellum Laurium, zoals de Romeinse legerplaats aan de Rijn hier tussen ongeveer 50 en 270 jaar na Christus werd genoemd.


Buiten op het Kerkplein heerste vanwege de markt een gezellige drukte. En door het redelijke weer was het op de enkele omliggende terrasjes ook een volle boel. Maar de sfeer en het karakter van het Kerkplein, in het hart van het oude vestingstadje, wordt naar mijn gevoel toch het meest bepaald door de omringende bebouwing. Historische gebouwen zoals de Petruskerk (1372), het Arsenaal (1762), de Kazerne (1787) en het Stadsmuseum (1501) zijn naar mijn gevoel de belangrijke beeldbepalende elementen rondom het plein. De overige bebouwing rond het plein, voornamelijk winkelpanden en wat horeca, is van een heel andere orde en heeft minder allure.



Na een hapje in Grandcafé-Restaurant 'bij Petrus' in de Kazerne, hebben we het een eindje verderop aan het Kerkplein gelegen Stadsmuseum bezocht. In de tentoonstelling 'Stadsjongens' met werk van Araun Gordijn (schilderijen), Jeroen Hermkens (schilderijen) en Arthur Martin (foto's) hadden ze ook Woerden in beeld vastgelegd. Met name de oude plaatselijke industriële bebouwing langs de Oude Rijn richting Bodegraven van Jeroen Hermkens vond ik goed. Prachtig realistisch geschilderd, begin mei had ik op die plek nog gevaren op sleepboot Mokum, zie mijn stukje 'Mokum versus Herenleed' van 5 mei j.l. Boven op de zolderverdieping weer allerlei Romeinse zaken bekeken en een filmpje van o.a. de opgravingen in Woerden.

De expositie 'Weidevogels' in 'Kasteel Woerden' aan de rand van het oude centrum was de wandeling meer dan waard. De foto's en de film die natuurfotograaf Danny Ellinger gemaakt had van Grutto's, Kieviten, Wulpen, Tureluurs, Veldleeuwerikken en nog veel meer soorten waren fantastisch. Door de hedendaagse monocultuur in de weilanden loopt de weidevogelstand terug. Daar moet wat aan gedaan worden, minder maaien, meer onkruiden en de grondwaterstand omhoog! Simpel, maar dat is in de hedendaagse economie makkelijker gezegd dan gedaan. Toch wordt eraan gewerkt zagen we in het filmpje. Er komen meer weidegebieden bij waar ze de natuur weer meer zijn gang laten gaan. Gebieden die hooguit door de mens zullen worden betreden en bewerkt zoals ze dat pakweg 100 jaar geleden deden. En dat geeft hoop in de toekomst voor de weidevogelstand!

woensdag, september 14, 2011

megakristallen


De 'Grot der Kristallen' of in het Spaans de 'Cueva de los Christales' is volgens Ben van Raaij (vanmorgen in de Volkskrant) een geologisch wereldwonder! Volgens mij heeft hij daar gelijk in, ik wist eerst niet wat ik zag. M'n eerste gedachte ging uit toen ik de foto zag naar een groot gebouw, dat door een aardbeving of een aanslag was ingestort. En tussen de balken en het puin reddingswerkers op zoek naar slachtoffers. Maar gelukkig niets van dat alles, het waren enorme kristallen in een grot op ca. 300 meter onder de grond in de Naicamijn in de Mexicaanse deelstaat Chihuahua.


Ik las dat de megakristallengrot pas in 2000 is ontdekt door een paar mijnwerkers. Onderzoekers schatten dat de kristallen bij een temperatuur van rond 54ºC er 100 duizend tot een miljoen jaar over gedaan hebben om uit te groeien tot deze megakristallen, waarvan sommige in doorsnede meer dan een meter dik zijn bij een lengte van vijftien meter. Wel een ruime groeitijdmarge, dat moeten ze toch iets nauwkeuriger kunnen bepalen lijkt mij. Aan de andere kant t.o.v. het ontstaan van het universum en de ontwikkeling van onze aardbol, stelt de ruim gekozen groeitijdmarge natuurlijk helemaal niets voor.



Ben benieuwd hoe de doorsnede van die enorme kristalstammen eruit ziet. Ik kan me vergissen, maar ik meen toch ook weer een zeshoek of hexagonachtige vorm te hebben gezien, net als bij basaltzuilen, (zie mijn stukje 'zeshoek of hexagon' van 21 juli 2011). Alhoewel het één is ontstaan in heet, mineraalrijk water dat opborrelt uit dieper gelegen vulkanische bronnen, en het andere door afkoelen en stollen van lava, een vulkanisch gesteente. Ofwel in het ene geval zou door afkoeling de hexagonvorm ontstaan door aangroei, en in het andere geval juist door krimp. Te mooi om waar te zijn misschien?

Hoe dan ook het zijn boeiende en wonderbaarlijke natuurverschijnselen!

maandag, september 12, 2011

tijdsbestedingen


Aan de startpagina van Sagittarius heb ik de link    VA    music and acoustics  toegevoegd. De link waarmee je middels enkele muisklikken uiteindelijk ook uitkomt op mijn oude site, waarin ik het resultaat van bepaalde tijdsbestedingen van me nader uit de doeken doe. Tijdsbestedingen die me ook nu nog af en toe aardig van de straat kunnen houden! Dat is niet erg, integendeel vermits het bij 'af en toe' blijft. Evengoed moet je dan wel je site bijhouden, en daar schortte bij mij het één en ander aan. Al lange tijd had ik daar totaal niets aan gedaan, het was een futloze website geworden, veel te lang op één stand. Dat kon echt niet langer zo, het is één van de twee, eraf met dat ding of actualiseren en bijhouden!

Voor het laatste heb ik gekozen, vandaar deze actie. Gek, maar het voelt na zo'n lange periode een beetje alsof ik mezelf ook reanimeer. Ben trouwens wel benieuwd of de reanimatie me dan ook extra 'af en toe's' in bepaalde tijdsbestedingen zal opleveren. De tijd zal het leren, maar het moet natuurlijk niet te gek worden!

dinsdag, september 06, 2011

Ilperveld & omstreken



Start en finish van de jaarlijkse fietstocht met de familie van D. was deze keer georganiseerd in Zuidoostbeemster. Daar, in de serre van het Van der Valk Hotel had zich rond het middaguur een bonte stoet goedgemutste pedaalridders verzameld. Na wat te hebben bijgepraat met koffie en gebak, werden we door beide organisatoren Hans en Carla vriendelijk verzocht, het stalen ros zo langzamerhand maar eens te gaan bestijgen. En aldus geschiedde!

Eerst maar eens gezamelijk Purmerend zien uit te komen met al die vervelende stoplichten op ons pad, best lastig met zo'n grote groep. Maar iedereen lette goed op, dus ging het uiteindelijk prima. Na bij Ilpendam met het pondje het Noord Hollands Kanaal te zijn overgestoken, werden we door de organisatie getrakteerd op een voedzame krentebol, al of niet met boter en/of kaas. Vervolgens peddelde de hele meute over de kanaaldijk verder in de richting van het bezoekerscentrum Ilperveld. Niet te geloven, maar daar aangekomen waren sommigen alweer aan een drankje of ijsje toe. Moet kunnen, geen probleem, we zaten lekker in het zonnetje, en bovendien moesten we toch ook nog wachten op de gids die ons in zijn elektrische fluisterboot zou meenemen het waterrijke natuurgebied in.

Het natuurgebied Ilperveld is een open veenweidegebied waar je alleen per boot doorheen kan varen. Een gebied van honderden eilandjes, sloten, plassen, petgaten en door koeien en schapen begraasde weilandjes. Het gebied is een eldorado voor vele soorten soorten vogels, alhoewel ik het er nu opvallend stil vond, maar dat zal in deze periode van het jaar zeker met de vogeltrek te maken hebben. Nabij een uitstapplaats halverwege onze excursie hebben we samen met de gids een wandeling gemaakt over één van de vele eilandjes. Een wel zeer bijzondere ervaring, dat lopen over z.g. trilveen, alsof je een beetje over water loopt.

Na deze bijzondere en leerzame excursie, moesten we uiteraard ons stalen ros weer opzoeken. Via Den Ilp fietsten we door het Purmerland terug naar Zuidoostbeemster. Van al dat fietsen hadden we behoorlijk dorst gekregen, maar daar wisten ze op het terras van onze vriend Van der Valk gelukkig wel raad mee. We hebben daar met z'n allen in het zonnetje een tijdje heerlijk zitten pimpelen. Maar ja, na verloop van tijd moesten we toch naar binnen, de serre in, waar het eten werd opgediend. En daar waren we toch ook wel weer aan toe!



Van Ad, onze padre familias, kregen we deze keer weer allemaal het ons zo welbekende fietsvaantje uitgereikt. Een bijzonder vaantje deze keer, een vaantje met een memorandum aan de gebeurtenissen van vorig jaar omstreeks deze tijd. Toen de jaarlijkse fietstocht, die toen in Ermelo was georganiseerd, werd overschaduwd door het overlijden van Jan van V. kort daarvoor, waardoor het fietsvaantje er o.a. bij ingeschoten was!

Volgend jaar gaan we bij leven en welzijn fietsen in de Achterhoek hoorde ik van m'n neef. Fantastisch, zo'n spontaan aanbod van de volgende generatie om de fietstocht in 2012 te organiseren. Ik kijk er al weer naar uit!

zondag, september 04, 2011

Tempus fugit.



De tijd vliegt! Het was weer een memorabele dag j.l. vrijdag 2 september en prachtig weer! En de expositie Hortus/Corpus van de Antwerpse kunstenaar Jan Fabre (1958) in en rond het Kröller-Müller Museum is nog tot en met zondag te zien, nog mooi op tijd dus. Gezien de lange rij voor de kassa, waren we kennelijk niet de enige die zin hadden in een dagje museum en/of Hoge Veluwe. Het kon de pret niet drukken, maar het kostte ons wel ruim een half uur voor we binnen waren.

Jan Fabre heeft de expositie van zijn tekeningen, schilderijen, beelden en installaties een Latijnse naam gegeven: Hortus/Corpus, de tuin en het lichaam. Het is, las ik, waar het voor Fabre om gaat in de kunst. Over de oorsprong van alles, over de schoonheid, over het vieren van de kunst, het leven, de dood. Daarbij mijdt hij de confrontatie niet in een spel met religieuze symboliek. Het is sex en drugs en rock & roll.

In het beeldenpark, een behoorlijk eindje buiten het museum, lag het serene slagveld van Fabre, het Sanquis/Mantis Landscape (Battlefield) genoemd. Daar lagen verspreid over de bosbodem delen van harnassen, helmen, arm- en beenstukken mooi te blinken in de zon. Onderdelen van één van de performances van Fabre. In één van de zalen binnen was andere krijgskunst te zien. Slagvelden vol insekten, gedisciplineerd in slagorde opgesteld.
Op een lange rij hardstenen sokkels elders in het beeldenpark, zagen we bronzen koppen staan van Jan Fabre zelf. Hoofdstukken genoemd, allemaal voorzien van hoorns, geweien of delen daarvan, telkens met een andere gezichtsuitdrukking en refererend aan een ander dier. Fabre plaatst zich zo tussen mens en dier in, en versterkt dit nog eens door de hele serie buiten in de natuur te plaatsen.

In een aparte zijzaal in het museum was 'de fontein van de wereld' te zien. Daar lag Fabre op z'n rug in spijkerpak met een loodrechte erectie tussen een stapel omgevallen grafzerken. En daar beleeft hij als uiting van grote levensdrift om het half uur een krachtige ejaculatie, een ode aan de creatieve potentie van de mens. Ik heb een tijdje staan kijken daar, maar die orgastische performance heb ik daar helaas moeten missen. Het kan natuurlijk zijn dat zo'n fonteininstallatie het aan het eind van de tentoonstelling heeft laten afweten, maar de installatie kan uiteraard ook zijn uitgezet, omdat ze het daar in het Kröller-Müller maar een te vochtige boel vonden worden.

Na het museum zijn we nog naar Jachtslot Sint-Hubertus gepeddeld. Fietsen zat voor handen, het witte fietsenplan op 'De Hoge Veluwe' werkt volgens mij na al die jaren nog perfect.



Jachtslot Sint-Hubertus, ontworpen in 1914 door arch. Berlage in opdracht van het echtpaar Kröller-Müller (later, door problemen tussen beide partijen is het ontwerp gewijzigd c.q. afgerond door arch. v.d. Velde), zag er gesloten uit. Geen probleem, wij kwamen gelukkig niet voor een rondleiding. Een poosje aan de vijver gezeten daar met een drankje, en dat was heerlijk.



Op de terugtocht kwamen we nog langs dat merkwaardige standbeeld van Christiaan de Wet (1854-1922) in boerenkledij. Hij was generaal in de laatste boerenoorlog (1899-1902) in Zuid-Afrika. Door zijn strijd voor onafhankelijkheid van de boerenrepublieken daar, en zijn verzet tegen de Britten (en niet te vergeten de autochtonen), groeide hij in Nederland uit tot een volksheld. Het echtpaar Kröller-Müller bewonderde deze man zo zeer, dat ze de Nederlandse beeldhouwer Mendes da Costa (Amsterdam, 1863-1939) in 1915 opdracht gaven een standbeeld van hem te maken. Het beeld staat sinds 1921 op De Hoge Veluwe, het landschap dat Christiaan de Wet tijdens een bezoek hier, nog het meest aan het Zuid-Afrikaanse landschap deed denken.

Of de generaal in onze tijd ook tot een Nederlandse volksheld uit zou groeien durf ik zeer te betwijfelen! Ja, mogelijk bij een populistische groepering, maar daar ga ik hier verder niet op door. Hoe dan ook, de tijd van de generaal is reeds lang vervlogen!
Maar wij leven nog en hebben hier vandaag, ruim 110 jaar later, een leuke dag gehad. We zijn dan ook met een grote boog omdat malle beeld van hem daar in 'the middle of nowhere' heen gefietst.

donderdag, september 01, 2011

walvis en bulbsteven



Weer is een dode walvis op een bulbsteven van een schip een haven komen binnenvaren, deze keer in Rotterdam! Honderden mijlen worden de dieren ongemerkt meegesleept door de schepen. In mijn stukje 'Walvis voor de boeg' van 28 juli 2009 heb ik het er ook al eens over gehad. Het ging toen over de 'Sapphire Princess', een groot cruiseschip dat de haven van Vancouver kwam binnenvaren met een dode vinvis van 21 meter lang op de boeg. In 2010, nog geen jaar later, las ik dat ditzelfde schip in die contreien weer een dode walvis op de bulb had liggen!

Volgens mij komen er door aanvaringen met grote schepen, al of niet voorzien van een bulbsteven, meer walvissen om op de druk bevaren wereldzeeën dan we te zien krijgen. De meeste grote zeeschepen, zo niet alle, zijn uitgerust met zo'n hydrodynamische knobbel vooraan de steven. Het schijnt brandstof te besparen, doordat onder het varen het energieverlies door de optredende boeggolf aanmerkelijk wordt gereduceerd. Dan moet er natuurlijk niet iets groots als een walvis achter blijven haken, want dan ben je snel door je brandstofwinst heen!
Echter wil een dode of zwaargewonde walvis op de bulbsteven achterblijven na een aanvaring, dan zal voor het evenwicht zo'n groot en zwaar beest toch min of meer centraal geraakt moeten worden, anders zal het door onbalans en vaart toch zeker van de bulb afglijden. En dat laatste zal naar mijn gevoel vaker voorkomen, dan dat ze keurig dood op de bulb een haven komen binnenzeilen.



Overigens wat een lekker klusje om zo'n walvis te ontleden die al een tijdje dood is. Maar die gasten van museum Naturalis uit Leiden weten wel hoe ze dat aan moeten pakken. Alleen voor het oog van de walvis hadden ze wel mooi een te klein potje meegenomen!

woensdag, augustus 31, 2011

de keuzefilm van G.V.



Rond zeven uur gisteravond zijn J en ik er maar eens goed voor gaan zitten. 'Novecento' (of 1900) het magistrale epos van Bernardo Bertolucci uit 1976, waarin hij in vijf uur en een kwartier de geschiedenis van Noord-Italië vanaf het jaar 1900 ontvouwt, wilden we vanavond integraal gaan uitzien. Voor mij een opgave van formaat! Mezelf een beetje kennende dacht ik dit niet vol te kunnen houden, temeer ik van mening was dat we van de keuzefilm van Guy Verhofstadt, de laatste zomergast j.l. zondagavond, in ieder geval al eens een gedeelte gezien hadden. De film is namelijk ooit eerder uitgezonden op TV, echter toen in 2 delen.

Allemaal muizenissen om niets, mijn enige zorg die avond was af en toe de gedachte, of ik de film of een gedeelte daarvan nou wel of niet gezien had. Zo ja, waarom kan ik mij dan zo weinig van de inhoud herinneren, en zo nee, waarom denk ik dan toch steeds de film of een gedeelte daarvan wel gezien te hebben. Misschien moeten mijn geheugen en ik toch maar eens te rade gaan bij Dick Swaab, onze neurobioloog en 2e zomergast van het afgelopen seizoen. Hoe dan ook, bijkant ademloos heb ik de hele avond aan de buis gekluistert gezeten, en ik niet alleen, wat een geweldige film! Zo worden ze tegenwoordig volgens mij niet of zelden meer gemaakt, mogelijk ook omdat zoiets groots onbetaalbaar is geworden in deze tijd.



De film blijft boeien, ondanks de lengte. Het prachtige acteerwerk van de cast, bestaande uit Robert De Niro, Gérard Depardieu, Dominique Sanda, Francesca Bertini, Laura Betti, Donald Sutherland, Burt Lancaster en nog vele andere is daar debet aan. Maar dat niet alleen, ook de prachtige muziek van Ennio Morricone en het mooie camerawerk van Vittorio Storaro tilt de film naar hogere sferen. Nog nooit heb ik zulke sfeervolle beelden gezien van het Noord-Italiaanse landschap.

De geschiedenis van Noord-Italië in de eerste helft van de vorige eeuw, wordt in de film vertelt aan de hand van het levensverhaal van twee jongens (Robert De Niro, 1943 en Gérard Deparieu, 1948 resp. als zoon van hereboer en zoon van landarbeider) die aan het begin van die eeuw op dezelfde dag geboren worden. Ze delen aanvankelijk lief en leed met elkaar, maar geleidelijk aan groeien ze door het klasseverschil uit elkaar. Bovendien worden ze meegesleurd door de grote politieke bewegingen van die tijd t.w. het opkomend fascisme en het socialisme. Er moeten keuzes worden gemaakt, de één kan dat wel, de andere niet of te laat. En met een fanatiek fascistische bedrijfsleider (Donald Sutherland, 1935) op het bedrijf van de hereboer, die a.h.w. staat voor het kwaad van de beweging in eigen persoon, wordt het er allemaal ook niet beter op.

Een boeiende film die een intrigerend beeld geeft van een verscheurde samenleving, en van keuzes die mensen maken in tijden van angst en onderdrukking.

maandag, augustus 29, 2011

zomergast-kunst



Met politicus Guy Verhofstadt (1953) in Zomergasten gisteravond, hebben we de laatste van de zes uitzending dit seizoen achter de rug. Het begon met cabaretier Marc-Marie Huijbregts (1964) vervolgens kwamen neurobioloog Dick Swaab (1944), journaliste Step Vaessen (1965), jurist Lilian Gonçalvez-Ho Kang You (1946) en kunstenaar Erik van Lieshout (1968) aan de beurt. De één boeide me uiteraard wat meer dan de ander, maar ik heb ze alle zes wel gezien. Nou nog 'Novecento' bekijken, Guy Verhofstadt's keuzefilm van Bertolucci uit 1976. Alhoewel in het verleden al eens gezien, in ieder geval een gedeelte daarvan, hebben we de film toch maar integraal opgenomen. We moeten alleen nog een beetje moed verzamelen om dit epische product van 5 uur en een kwartier lang ook daadwerkelijk weer te gaan zien! Maar de avonden worden weer langer, dus zal dat vast wel een keer lukken.

Wat een spraakwaterval is die Guy Verhofstadt (1953) zeg, Jelle Brandt Corsius (1978) kwam er in het begin nauwelijks aan te pas, en dat vond ik aanvankelijk knap irritant. Je moet als gespreksleider tegenover een politicus, die nota bene vanaf 1999 tot 2008 Belgisch eerste minister geweest is natuurlijk ook wel van goede huize komen. Zo iemand is gepokt en gemazeld in de politieke arena.

Veel politiek gekleurde onderwerpen passeerden de revue met de ex-premier, die tegenwoordig voorzitter is van de liberale fractie in het Europese parlement. De democratisering in Europa, de macht, de eurocrisis, de eventuele uitgifte van euro-obligaties, de pensioenfondsen en de economie. Ook kwam de genocide in Rwanda aan de orde, het verdriet van België en de huidige kabinetscrisis daar. Gaande weg het gesprek, eigenlijk toen het over andere onderwerpen ging dan politiekgevoelige, kwam er een beetje rust in de dialoog tussen beide heren. Over wijn, eten, muziek en kunst. Over de Chinese kunstenaar Ai Weiwei (1957) en zijn bizarre zonnepittenproject, een conceptuele kunstuiting die hij associeerd met de Culturele Revolutie van Mao Zedong. Over het abstract expressionisme van de Amerikaanse kunstschilder Mark Rothko (1903-1970), en de z.g. colorfield painting. Over Rothko's Rooms, als voorbeeld kregen we een 'Rothko in Red' te zien, een groot vlak in schakeringen rood. Een grappige anekdote die werd aangehaald vond ik het verhaal over een museumbezoekster, die staande temidden van grote, bijkant wandvullende schilderijen van Rothko, aan een suppoost vroeg in welke zaal zijn schilderijen te zien waren.



'Grey and orange on maroon, no. 8' uit 1960 is het enige schilderij van Rothko dat ikzelf in werkelijkheid een keer gezien heb in museum Boijmans van Beuningen. Het schijnt trouwens ook het enige schilderij van Rothko te zijn wat in een Nederlands museum te zien is. Colourfield Painting, ofwel kleur en niets anders las ik, geen expressie van de penseelstreek, het z.g. handschrift van de schilder, maar alleen egale kleurvlakken. De gedachte er achter is belangrijk, als je in staat bent je daarin te verdiepen, kijk je met andere ogen naar deze schilderijen en komen ze voor je tot leven. De kleurvlakken zweven en lijken te gloeien, temeer door het achterwege laten van een scherpe afbakening. Bezoekers staan soms te huilen voor de schilderijen van Rothko las ik. Daar kan ik mij eerlijk gezegd weinig bij voorstellen, zover gaat m'n emotionele inlevingsvermogen m.b.t. deze kunstuiting kennelijk niet. Maar boeiend vind ik het wel, kijk en luister ook maar eens naar onderstaand filmpje dat ik tegenkwam. Daarin vertelt Ds. Hans Visser (1942, vooral bekend geworden van 'Perron Nul', zijn project voor daklozen en drugsverslaafden in Rotterdam) in museum Boijmans van Beuningen vanuit een theologische visie over het licht en de duisternis in het werk van Rothko, middels eerder genoemd schilderij.



Waar, hoe en wat er ook ter wereld gebeurd, met een avondje zomergasten op TV raak je er als kijker toch aardig bij betrokken!

zondag, augustus 28, 2011

rare smoelen



Na 'De Collectie Verrijkt' en 'Futuro, utopie in constructie' kwamen we in museum Boijmans van Beuningen bij George Condo's 'Mental States' terecht. Mentale toestanden, in mijn ogen een bijzonder vreemde maar boeiende rariteiten tentoonstelling.
De Amerikaanse kunstenaar (New Hampshire, 1957) onderzoekt in zijn werk het genre van het portret, de menselijke fysionomie en de verschillende 'states of mind'. Vooral karikaturen, historische portretten en mythologische figuren dienen als zijn inspiratiebron, las ik. Condo's werk heeft een surreële kwaliteit en kenmerkt zich door vreemde composities en ruig schilderwerk. Een beetje merkwaardige eend in de kunstwereld, lees onderstaand intervieuw van Lilian Bense maar uit het tijdschrift H'ART van 14 juli j.l.



Ruim 60 schilderijen hebben we van Condo gezien, in de door Boijmans van Beuningen in samenwerking met de Londense Hayward Gallery georganiseerde tentoonstelling.

zaterdag, augustus 27, 2011

expo in duikbootloods



Dat een bezoek aan de tentoonstelling 'The One & The Many' in de Onderzeebootloods van het Scandinavische kunstenaarsduo Michael Elmgreen (Kopenhagen, 1961) en Ingar Dragset (Trondheim, 1969) een zinsbegoochelende en surrealistische totaalervaring opleverd kan ik sinds gisteren beamen.

Bijzonder hoe de twee de immense maat en schaal van de voormalige Onderzeebootloods (gebouwd in 1937) hebben weten te veranderen in een grauwe, schimmige achterbuurt van een grote stad. Door een ca. 50 meter lange tunnel van stalen golfplaat kom je als bezoeker een donkere ruimte binnen. In de schemer van enkele straatlantaarns lichten een aantal sculpturale elementen op, zoals een ingericht appartementenblok van vier verdiepingen hoog, een gehavend, melancholisch kinderreuzenrad dat doelloos lijkt rond te draaien, een limousine op blokken, betonnen bankjes, een toiletblokje annex afwerkplek voor homo's en een vuilcontainer. Om de sfeer voor de argelose bezoeker nog ongemakkelijker te maken, heeft het kunstenaarsduo ook nog enkele acteurs ingehuurd van het Ro Theater, die improviserend als hangjongeren, jonge moeder met kind en schandknapen af en toe schreeuwerige monologen houden en/of je hinderlijk volgen onder het uiten van oneerbare voorstellen in de buurt van het toiletblokje.



Ik had me een beetje op het bezoek van deze tentoonstelling in de Onderzeebootloods voorbereid, dus wist ik wel min of meer wat ik daar in het Rotterdamse havengebied zou aantreffen. Maar toch dacht ik toen ik weer buiten stond, dat ik in mijn rol van publieke voyeur wat meer had mogen verwachten. Was dat nou alles? Echter al tijdens de autorit naar huis werd het me duidelijk, dat meer zal ik maar zeggen, daar geen meerwaarde zou hebben toegevoegd aan mijn contemplatieve ervaring. De essentie van de tentoonstelling t.w. de wereld is meer dan een wit museum vol kostbare kunst, was overduidelijk in beeld gebracht door de heren Elmgreen & Dragset.

dinsdag, augustus 23, 2011

zwaluwtrek



Wat een zootje, niet om aan te zien. Van boeg tot spiegel, aan zowel bakboord- als stuurboordzijde hadden de zwaluwen het dek van de 'Swing' ondergescheten, niet te zuinig. Een klein weekje was ik niet op de haven geweest, het moet dan ook haast wel het resultaat zijn van meerdere dagen gezelligheid van onze gevleugelde vriendjes. Ik zag ze nog vliegen ook over de haven, de kakkers, grote zwermen streken een eindje verderop neer op de zeereling van een ander scheepje. Natuurlijk, het is ook al weer bijna eind augustus, de vogeltjes zijn zich aan het verzamelen voor de grote reis naar het zuidelijk halfrond.

Uiteraard kan ik die beestjes wel vervloeken als ze me zo'n hoop werk bezorgen, maar dat doe ik niet. In tegendeel, het zijn leuke vogeltjes en de zwaluwtrek vind ik een boeiend natuurverschijnsel. Bovendien kan je er zelf veel aan doen om gespaard te blijven van de poepellende. Jaren geleden is me hetzelfde ook al eens overkomen met de 'Felis Onca IV'. Toen al attendeerde mij iemand op het gebruik van oude cd's aan de zeereling. Een afdoend middel bleek uit zijn ervaring, maar tot op de dag van heden heb ik het zelf nooit toegepast.
Zwaluwen associeer ik altijd met de zomer, het jaargetij waar ik samen met de lente toch wel het meest van hou. Met een gevoel van weemoed zie ik de beestjes dan ook vertrekken, en ik zal denk ik niet de enige zijn!

Een bijzondere ervaring met een zwaluw had ik een keer midden op zee, ergens tussen Schotland en de Shetlandeilanden. Ik stond in de regenachtige vooravond aan het roer van de 'Swing', matig windje maar nog een hoge deining door de storm die we die dag over ons heen hadden gehad, toen ik ineens iets op m'n haardos voelde terecht komen. Het bleek een oververmoeide zwaluw te zijn, die waarschijnlijk door de stormwinden helemaal uit koers geblazen was, en m'n hoofd als rustplaats had uitgekozen. Ik heb het beestje in de beschutting van de buiskap gezet, waar het de hele nacht heeft zitten bibberen en kakken. Toen ik het vogeltje in de vroege ochtend wilde oppakken, vloog het plotseling onder mijn handen vandaan, en werd het buiten boord vrijwel direct door een hoge golf gegrepen. Arm zwaluwtje, een droevig zeemansgraf was z'n lot, ik was er een beetje beduusd van! Hoeveel soortgenootjes zouden eigenlijk tijdens de lange trek naar het zuiden een dergelijk lot ondergaan?

vrijdag, augustus 19, 2011

de toren van N. van Walt van Praag



Kom ik gisteren tijdens een fietstochtje met Jo en Ja toevallig over de Laak in Putten, zie ik weer eens een keertje het huis met de toren in de tuin. In het verleden, toen we daar nog in de buurt woonden, fietste ik daar wel vaker langs. De selfmade toren boeide me destijds, fascinerend 'architecture without architects'. Maar nu had ik de toren toch wel heel lang niet meer gezien. Het bouwwerk zag er vanaf de Laak gezien nog prima uit na al die jaren, ik heb er gelijk maar een paar fotootjes van gemaakt. Thuis toch eens op internet kijken of er mogelijk iets over te vinden is. De Griekse zuilentoren, zoals ik het bouwwerk wel noemde, is voor mij min of meer een begrip geworden sinds die bewuste documentaire van Kees Hin (Amsterdam, 1936) op TV in het programma 'Beeldspraak' op zondagavond 8 februari 1976 t.w. N.V. Walt van Praag en de toren naar de hemel.

En tot mijn verrassing vond ik op internet inderdaad iets over de toren: een verkoop filmpje! De toren werd door een makelaar enthousiast aangeprezen als een historisch en typisch Veluws verschijnsel. Een verkooppraatje, maar over de maker van de toren hoorde ik weinig meer, dan dat hij een levenskunstenaar was met een gewone baan, en er bijzondere denkbeelden op na hield. Overigens, meer informatie lijkt mij voor verkoop ook niet erg relevant.



Maar ik moest denken aan die intrigerende documentaire op die bewuste zondagavond lang geleden. Waarin de torenbouwer Norman van Walt van Praag, een gepensioneerde oceanograaf van het KNMI, werd geïntervieuwd. Hij vertelde dat dit zijn tweede toren was, de eerste had het tijdens een storm begeven en was ingestort. Maar met een verbetert constructieplan was hij weer overnieuw begonnen, en deze keer met meer succes. Voor de bekisting van de ronde betonnen kolommen had hij o.a. golfplaat gebruikt, had hij gelijk een soort van Grieks reliëf te pakken in het oppervlak. Griekse zuilen zag hij als een toppunt van schoonheid!
Meter voor meter had hij de cirkelvormige toren zo tot net boven de boomgrens opgebouwd. Zijn doel was om op het hoogste platform, zo'n dikke twintig meter boven het maaiveld, een vleugel te plaatsen en te bespelen. Daar, op die hoogte, met niks anders boven hem dan het oneindige zwerk, zou hij al musicerend een kosmisch totaalgevoel ervaren, één zijn met het al!

Norman van Walt van Praag, behalve een mannetjesputter in zijn vrije tijd, was (daar ga ik tenminste maar vanuit, want hij was destijds al gepensioneerd) hij inderdaad een man met bijzondere denkbeelden!

by the way
Op 'Landgoed Schovenhorst' in Putten staat ook een door een architect ontworpen toren in het bos, die van vrij recente datum is. Maar dat is een toren die in alle opzichten van een totaal andere orde is! (Zie mijn stukje Bostoren van 8 april 2009)

woensdag, augustus 17, 2011

Paleis a/d Blijmarkt



Het Paleis a/d Blijmarkt in Zwolle is sinds 2004/2005 één van de locaties van Museum de Fundatie, (zie voor meer over dit gebouw ook mijn stukje museumdefundatie van 17 maart 2008). Buiten de vaste collectie om, vinden in dit museum ook regelmatig wisselende exposities plaats. Deze keer kwamen we m.n. voor het recente werk van Evert Thielen (Venlo, 1954), een bijzonder fenomeen in de kunstwereld las ik. Geïnspireerd door oude meesters als Jan van Eyck, Johannes Vermeer en Gabriël Metsu, is de ontwerpkeuze in zijn eigen werk veelal eigentijds. Thielen legt het moderne leven vast en maakt daarbij gebruik van eeuwenoude schildertechnieken.



De in Brugge wonende Evert Thielen, die wel de meester van het moderne meerluik wordt genoemd, was tot onze verrassing persoonlijk in museum de Fundatie aanwezig. De kunstenaar, onberispelijke haarscheiding en als altijd gekleed als een notaris in functie, gaf tekst en uitleg bij het veelluik 'Het Verlangen' en het nog onvoltooide veelluik 'Bellenhof', de twee daar tentoongestelde meerluiken van zijn hand.

'Het Verlangen'
Zijn in 2005 (niet in opdracht) voltooide veelluik 'Het Verlangen' is een verhaal over hunkering, verlangen en hartstocht dat door lijden wordt overheerst. Over het gemis en de onberijkbaarheid van de liefde. Voor Thielen staat het veelluik symbool voor zijn begeerte van de schilderkunst. Hij weet maar al te goed dat zijn passie voor de kunsten geen lijdensweg moet worden.

'Bellenhof'
Zijn nog onvoltooide veelluik 'Bellenhof' is een heel ander verhaal. Het verhaalt over de geschiedenis van het gelijknamige landgoed bij het Belgische Brasschaat. Hij combineert het geschiedenisverhaal met een overzicht van de geschiedenis van de schilderkunst van 1750 tot heden. Een rijkgeschakeerd mozaïek van de schilderkunst is het resultaat. Het onvoltooide deel betreft in hoofdzaak het nog te vervaardigen toekomstverhaal van 'Bellenhof'. Echter door een van kracht geworden bestemmingsplanwijziging heeft de gemeente Brasschaat te kennen gegeven 'Bellenhof' mogelijk te willen slopen t.g.v. de bouw van meerdere villa's op het terrein. Noodgedwongen heeft vervolgens de huidige eigenaar van 'Bellenhof', tevens Thielen's opdrachtgever, de verdere voortgang aan het veelluik afgeblazen. Wat een frustratie, Thielen had op dat moment al 4,5 jaar aan het veelluik gewerkt, alleen de toekomst van het nieuwe 'Bellenhof' moest hij nog schilderen. Maar de vraag is of dit er nog ooit van zal komen!

Naast beide veelluiken waren er nog een stuk of zestig schilderijen te zien die Thielen de afgelopen jaren heeft gemaakt. Prachtige genrestukken waarin vrouwen figureren, maar in het bijzonder veel vrouwelijk naakt. Voor Thielen is tot op heden de vrouw kennelijk het belangrijkste thema in zijn werk.



Uitbreiding Paleis a/d Blijmarkt.
Deze locatie van Museum De Fundatie gaat uitbreiden. Bierman Henket architecten, het gerenommeerde bureau uit Vught heeft daartoe een haalbaarheidsstudie c.q. voorlopig ontwerp gemaakt, dat voorziet in een ellipsvormige constructie op het huidige dak. Door de grote op een stel ogen lijkende glaspartij aan de noordkant, is er straks vanuit het museum een prachtig uitzicht over de Zwolse binnenstad. Het streven is las ik, dat de uitbreiding eind 2012 is gerealiseerd, dat zou prachtig zijn maar dat moet ik eerst nog zien.







dinsdag, augustus 16, 2011

Kasteel het Nijenhuis



Kasteel Het Nijenhuis in Heino/Wijhe is formeel sinds 2004 één van de locaties van Museum de Fundatie in Zwolle. Al sinds 1382 is er sprake van het huis, maar het huidige Nijenhuis stamt uit 1680, al zijn er in latere verbouwingen en restauraties wel hier en daar wat veranderingen aangebracht. Het huis heeft vele bewoners gekend, maar zoals gezegd is het nu een museum. Behalve dat er een deel van de imposante kunstverzameling van Dirk Hannema (1895-1984), laatste bewoner, voormalig directeur van Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam en oprichter van Museum de Fundatie in Zwolle te bezichtigen is, vinden er ook regelmatig wisselende exposities plaats. En daar is de tentoonstelling Silk cut van Rob Scholte, die we daar afgelopen zondag hebben gezien, er één van.

Kunstenaar Rob Scholte (Amsterdam, 1958) is een beeldenmaker las ik. Hij ordent en plaatst beelden uit de massamedia en zijn eigen omvangrijke archief in een nieuwe context, waarmee hij beelden van een nieuwe betekenis voorziet. Tegenstrijdigheden en tegenstellingen die nogal eens in zijn werken te vinden zijn, worden zo in hun nieuwe context overwonnen. Het lijkt mij toe, dat Rob Scholte na de bomaanslag in 1994, waarbij hij beide benen tot boven de knie verloor, zichzelf in een nieuwe context van rolstoel ook heeft moeten overwinnen.




De tentoonstelling Silk cut naar het gelijknamige in 2011 door Museum de Fundatie aangekochte 6-luik van Scholte, bevat een forse keuze uit zijn verdere recente werken. Zelf omschrijft hij de tentoonstelling als exposeren 'tussen de ouwe meuk'. Schilderijen, tapijten, straatnaamborden, borduurwerk, een fraai getatoeërd aarsgewei op de rug van een vrouw in New body-lanuage en spreuken en gezegden zijn te bezichtigen tussen de kunstwerken en huisraad van Dirk Hannema. Bizar, die postmoderne interventies van Rob Scholte in de klassieke context van Kasteel het Nijenhuis.


zaterdag, augustus 13, 2011

schoon water



De buienradar stemt niet vrolijk, regen, regen en nog eens regen wat de klok slaat. En zeker in onze vrije tijd willen we dat liever niet. Toch ben ik blij met al dat water hier, zeilers houden nou eenmaal van water, maar dat is in dit verband echter ironisch bedoeld. Nee, ik realiseer me, dat ze op een kleine acht uur vliegen in zuidelijke richting, heel andere problemen hebben met water dan bij ons hier. En dan vooral met het verkrijgen van schoon water. En niet alleen in gebieden waar amper of geen regen valt, maar ook in gebieden waar jaarlijks meer regen valt dan in onze contreien, maar waar alles gewoon weg stroomt en in de grond verdwijnt.

In de katern economie van de Volkskrant, las ik vanmorgen een artikel van Michael Persson over duurzaam ondernemen en de jacht naar schoon water voor iedereen. Over schoonwaterfilosoof en onconventioneel internationaal ondernemer Martijn Nitzsche, van origine mijnbouwkundig ingenieur. Die met zijn bedrijfje Aqua-Aero WaterSystems in grote delen van de tropen, met name in derde wereld landen waar water maar in het bijzonder schoon drinkwater schaars is, met inzet van minimale middelen vaak maximale resultaten bereikt.

De waterpiramide bijvoorbeeld, één van zijn eerste uitvindingen waarvoor hij in 2006 de jaarlijkse innovatieprijs van de Wereldbank heeft ontvangen. Een piramide vormige tent waarin de zon uit zout of brak en smerig water, per dag zo'n 1000 liter schoon drinkwater destilleert, genoeg voor een dorpje van ongeveer 300 inwoners. Het werkt als volgt: Smerig water wat de tent is ingepomt verdampt overdag als de zon op het tentdoek schijnt, zout en viezigheid blijft achter op de grond, het schone water condenseert en druppelt langs het tentdoek naar beneden, waar het wordt opgevangen. Simpel, een kind kan de was doen.



Schoon water komt hier gewoon uit de kraan, ik sta er dan ook niet altijd bij stil, dat het hebben van schoon water in grote delen van de wereld een fors probleem is. Een pobleem dat ook alsmaar groter schijnt te worden in de toekomst, ook bij ons. Beschikken over schoon water zal voor velen een onbetaalbare luxe worden, las ik ergens. Zonder te willen bagatelliseren, denk ik dat de problemen met simpele maar innovatieve oplossingen als o.a. de waterpiramide, in veel gebieden ook best nog eens een beetje mee zouden kunnen vallen.

dinsdag, augustus 09, 2011

Mosselen en Willemsoord



Zeilend met de 'Swing' op het Malzwin richting Den Helder zag ik ze weer, even voorbij boei M11, honderden blauwe tonnetjes, rijen dik keurig in het gelid op gepaste afstand van elkaar. Al eerder had ik elders op het wad iets dergelijks gezien, me afvragend waar al die lelijkheid toch voor diende, zo ook nu weer. Bij nadere bestudering van de kaart later, zag ik in de voetnoot staan dat het een Mosselkweekgebied betrof. De vele honderden tonnetjes die we deze keer aan bakboord hadden zien dobberen, behoorden tot het zichtbare deel van een z.g. mosselzaadinvanginstallatie. De tonnen zijn voorzien van touwen- of netwerken die vertikaal onder water hangen. Het piepkleine mosselzaad dat in het water van de Waddenzee zweeft, blijkt zich daaraan vast te zetten. Het schijnt een lucratieve vangstmethode te zijn voor de mosselvissers, en ze hoeven niet meer te zoeken naar jonge mosseltjes. Bovendien blijft de bodem van de Waddenzee zo onaangeroerd wat het milieu ten goede komt. Alhoewel, aan een Waddenzee vol met blauwe tonnetjes moet ik ook niet denken!

Typisch, maar ik las, dat als de mossellarfjes in de mosselzaadinvanginstallaties uitgegroeid zijn tot kleine mosseltjes, ze uit de Waddenzee worden opgevist. En dat ze de mosseltjes dan vervolgens weer uitzetten in de schone Zeeuwse wateren (Oosterschelde) waar ze verder kunnen groeien en kunnen verwateren. D.w.z. dat de mosselen zichzelf zuiveren en zich van het zand en het slik van de Waddenzee ontdoen. Daarna worden ze opnieuw opgevist en wordt de wad-zeeuwse mossel als een echte Zeeuwse mossel aan de man gebracht! Een beetje vreemde handel, maar goed wat maakt het ook uit, genoeg over de mossel.

De in 2009 voor de watersporter geopende jachthaven Willemsoord in Den Helder was ons doel. In Hindeloopen hadden we van een zeiler mooie verhalen gehoord over deze haven op de voormalige Rijkswerf van de Koninklijke Marine. In 2008 hadden we het terrein, dat toen al voor iedereen toegankelijk was, een keer bezocht (zie mijn stukje 'Intermezzo in Oudeschild' van 30 juni 2008) maar van een jachthaven in de oude werfhaven was toen nog niets te bekennen.
Stuurboord aanhoudend voeren we in de haven van Den Helder naar de Zeedoksluis, de directe toegang tot de jachthaven. Samen met de 'Poolster', de Lemsteraak van W en S moesten we een tijdje wachten voor we geschut werden, want de sluis kent bloktijden. Maar eenmaal aan de andere kant hadden we in de vrijwel lege jachthaven een zee van ruimte. Evengoed werden we aan de praktisch lege steiger door de havenmeester opgevangen en kregen we een plek aangewezen.

In eerste instantie oogt de haven behoorlijk industrieel, je denkt bij jezelf, ik ben hier nou eenmaal, één nachtje moet lukken, maar morgen ben ik weer weg. Echter bij nader inzien werden we toch (weer) geboeid door de grote verscheidenheid aan bezienswaardigheden op het Willemsoord-complex. Historische gebouwen, musea, diverse in onbruik geraakte havenfaciliteiten, kunstwerken, droogdokken, bijzondere schepen en andere nautische monumenten waren er te bezichtigen. En mede door de goede voorzieningen in de haven en de gunstige ligging t.o.v. het centrum van Den Helder, hebben we er met plezier een paar dagen gelegen.

zaterdag, augustus 06, 2011

een fietstocht boven de grote rivieren



Soms gaan m'n gedachten wel eens even een stukje terug in de tijd. Aanleiding daartoe is meestal, of eigenlijk altijd een gebeurtenis in het heden. Onlangs was dat een klein fietstochtje nabij Oudeschild op Texel. Met z'n zessen waren we, onze dochters met hun geliefden en wij. De kleinkinderen deden even niet mee, die bleven liever rondhangen op de haven, het strandje en de boot. Ik moest denken aan die fietstocht van jaren geleden, toen onze beide dochters ongeveer dezelfde leeftijd hadden, als hun eigen oudste dochters nu. Nog even dacht ik, en dan gaan die meiden ook al niet meer mee met de oudjes.

De leuke fiets/kampeervakantie van jaren geleden (1982) was de laatste zomervakantie met het complete gezin. Onze oudste dochter vond destijds het woord fietsvakantie al fout, fietsen was werken en geen vakantie! Toch ging ze mee, wat moest ze ook anders. Erg enthousiast ging het echter niet, vrij consequent peddelde ze op een afstand van zo'n kleine 100 meter achter ons aan. Maar gelukkig ging het gaandeweg beter, wat ze ook wel liet blijken in haar bijdrage aan het vakantiedagboek, dat we destijds gezamelijk bijhielden.

We noemden het dus 'een fietstocht boven de grote rivieren' Een traject vanuit Putten, waar we toen woonden, en weer terug in 2,5 week via camping 't Wilgerak' in Schoonhoven, camping 'Ockenburgh' in Den Haag, trekkerskamp 'De Branding' in Zandvoort, de 'Kennemerduincamping' in Castricum aan Zee en camping 'De Wierde' in Den Oever.
Vervolgens over de Afsluitdijk naar Harlingen, met de boot naar West-Terschelling en vandaar weer per fiets naar de camping van Staatsbosbeheer in Formerum.
De dag daarop gingen we voor een weekje fietsrust naar een vakantiehuisje in Midsland dat we thuis al geregeld hadden, t.w. 'De Drie Musketiers'.
Na dit weekje rust, fietsten we vanuit Harlingen via camping 'de Potten' in Sneek, camping 'Witterzomer' in Assen, het gemeentelijke campeerterrein in Emmen, camping 'De Koeksebelt' langs de Vecht in Ommen, en een korte pitstop bij opa en oma in Wezep, terug naar huis in Putten.

In Amersfoort hebben we 's avonds met een etentje in grill-bar 'In den Snuifmolen' de fiets/kampeervakantie feestelijk afgesloten.

vrijdag, augustus 05, 2011

verzonken stad



Harderwijk heeft z'n eigen Atlantis, de stad die naar men zegt vele duizenden jaren geleden in zee verdwenen is. Alleen in Harderwijk betreft het een sinds 1996 uit het Veluwemeer oprijzend kunstwerk van zeven forse brokstukken Portugees graniet net naast de Knardijk. Het controversiele plastiek van de Engelse beeldhouwer en tekenaar Adam Colton (1957), die het zelf geen titel heeft meegegeven, (al ben ik wel benieuwd wat de kunstenaar tijdens de plaatsing, hangend in een kraan, er destijds nog ingebeiteld heeft) werd in de volksmond binnen de kortste keren de 'verzonken stad' genoemd. En met een beetje fantasie doen de schots en scheef staande sculpturen inderdaad wel denken aan de archaïsche architectuurelementen van een verzonken stad.

De beeldengroep lag in het begin op ca. 120 meter ten oosten van de Knardijk gepositioneerd, maar doordat het tracé van de Knardijk (N302) door de aanleg van o.a. het aquaduct en de nieuwe brug een beetje naar het oosten is opgeschoven, ligt het plastiek nu voor mijn gevoel praktisch tegen de dijk aan. Het gevolg is dat je het van de dijk af nog nauwelijks te zien krijgt. Maar ook vanaf de waterkant merkte ik gisteren, vaar je er ongemerkt aan voorbij. De beeldengroep wordt praktisch één geheel met de achtergrond van struikgewas.

Ik kan mij niet voorstellen dat dit de bedoeling is geweest van de kunstenaar. Ook al zouden de zeven granieten sculpturen volgens Adam Colton zelf een sfeer van verlatenheid moeten oproepen, die op een grauwe regenachtige dag a.h.w. opgaan in het grijs van water en lucht. Maar dan moet de beeldengroep er niet zo verloren bij staan, je moet de sculpturen wel kunnen zien om deze gemoedstoestand te kunnen ervaren lijkt mij, evengoed als het spel van schaduw en licht dat het plastiek op zonnige dagen zal laten zien!

Maar het zal nog wel eens lang kunnen duren voordat de beeldengroep verplaatst gaat worden naar een meer zichtbare plek, als dat er al ooit van zal komem. Want wat dit soort zaken betreft, ben ik bang dat de tijd voorlopig nog wel een poosje niet mee zal zitten.