vrijdag, augustus 27, 2010

stadswandelingen



Toen ik 'Nachttrein naar Lissabon' las, waande ik mijzelf ook even terug in die stad. De schrijver Pascal Mercier (pseudoniem van Peter Bieri, Bern 1944, hoogleraar filosofie in Berlijn) laat in deze roman de hoofdpersoon Raimund Gregorius door deze voor hem totaal onbekende stad dwalen. Op zoek naar sporen van Amadeu de Prado, een Portugese arts die hem danig intrigeert omdat die zo indringend over de diepste ervaringen in het leven van de mens heeft geschreven.


de eerste dag:
Met de tickets op zak voor KLM vlucht 1697L van 21.10 uur naar Lissabon, melden we ons 's avonds op Schiphol tijdig aan de vertrekbalie. Althans dat dachten wij mannetjes van het Herenleed, met z'n vijven waren we. Maar tot onze verbazing kregen we te horen dat het vliegtuig vol zat, we konden niet meer mee! Hoe kan dat, we hebben toch tickets voor deze vlucht. Een kwestie van overboeking heren, dat doen de vliegmaatschappijen standaard. Als je dan niet tijdig aan de vertrekbalie staat, dus min. 2 uur voor vertrek, en niet zoals jullie doen amper 1 uur, loop je dus kans niet meer mee te kunnen. Mooi is dat, maar wat nu? Morgenvroeg om halfzeven was de eerste vlucht die kant op, maar dan wel met een overstap in Madrid. Probleem? Ja natuurlijk, maar we hebben weinig keus toch? Behalve excuus kregen we van de KLM logies met ontbijt aangeboden in hotel Ibis Schiphol en de man een handje vol smartegeld.

de tweede dag:
De vlucht verliep probleemloos, al moesten we in Madrid tijdens de overstap nog wel even rennen om het andere vliegtuig te halen. Maar tegen het middaguur konden we ons dan toch inchecken in hotel 'Borges' aan de Rua Garrett in Chiado, het culturele centrum van Lissabon. Eindelijk konden we beginnen aan onze stadswandelingen!

We begonnen met een pilsje in het naast ons hotel gelegen 'Brasileira', het beroemste cafe van Lissabon. Voor het café zittend in brons gegoten, de Portugese schrijver Fernando Pessoa zoals hij daar tijdens zijn leven vaak zat, uiteraard poseerden we even om de beurt voor een foto.'Elevador de Santa Justa' een bijzondere stalen liftconstructie van ca. 45 meter hoog, gebouwd rond 1900 door Ponsard (leerling van Eiffel) was ons eerste doel. De lift verbind de Santa Justa-straat met het hoger gelegen Carmoplein. Onderweg er na toe bekeken we een prachtig tegelhuis gebouwd in 1864 aan de Rua da Trindade. Rechts van ons Baixa de benedenstad, dat volgens Raimund Gregorius in 'Nachttrein naar Lissabon' op een schaakbordpatroon lijkt. Voor ons de ruime Avenida da Liberdade, waar die malle Gregorius nabij zijn hotel op zijn oude bril ging staan. Met de hiervoor omschreven lift daalden we af en vervolgden we de wandeling naar Rossio in de benedenstad Baixa.Na in café Nicola eerst wat verfrissends te hebben genomen vervolgden we ons pad via een wandeling over en langs Praça da Figueira, Teatro National, Station Rossio, Casa di Alentejo, Praça dos restauradores, Palazio Foz kwamen we aan bij Elevador da Gloria, de tram die ons weer een behoorlijk stuk hoger op bracht naar Miradouro de Sâo Pedro de Alcantara, een prachtige tuin met een geweldig uitzicht op de stad.
We vervolgden onze wandeling via Sâo Roque naar het hart van Bairro Alto. De bovenstad waar onze vriend Gregorius op zoek ging naar het blauwe huis. Via Palacio de Sâo Bento waar het Portugese parlement zetelt wandelden we naar Jardim da Estrala, het oudste park (ca. 1850) van Lissabon, met een fraaie smeedijzeren muziektent en mooie terrasjes waar we even dankbaar gebruik van maakten, we waren toe aan een verkoelend biertje.Vandaar naar Amoreiras, het in de jaren '80 gebouwde woon-, werk- en handelscentrum naar een ontwerp van architect Tomás Taveira, deden we gedeeltelijk maar per taxi, het biertje was kennelijk een beetje teveel in onze benen gezakt.Nadat we Amoreiras hadden gezien waren we het zat, het was tijd om op te frissen en iets anders te gaan doen. Wat we aanvankelijk in een hele dag hadden willen doen, hadden we door het gedoe met de verlate vlucht in een halve dag gedaan. Via Jardim Botanico, Praça Principe Real enz. zijn we terug gewandeld naar ons hotel aan de Rua Garrett in de wijk Chiado. Deze historische wijk brandde in 1988 grotendeels af, maar daar was weinig of niets meer van te zien. Onder supervisie van architect Siza Vieira is de wijk in 10 jaar helemaal herbouwd. Kleinschalig, gedifferentieerd en levendig met veel pleintjes, café's en restaurants. De avond hebben we daarom doorgebracht in de nabijheid van ons hotel, in een klein restaurantje maar natuurlijk wel met een mooie droevige fado zangeres die wel wat weg had van Amália Rodrigues.

de derde dag:
Verkwikt en uitgerust gingen we na het ontbijt rond half negen weer op pad. We begonnen met een wandeling naar Mercado da Ribeira Nova. Een in 1882 gebouwde markthal aan de Avenida 24 de Julho, waar al een drukte van belang heerste.Naar de wijk Belém ons tweede doel namen we even de bus. Eén van de bekendste bouwwerken daar is Torre de Belém, een verdedigingsbolwerk gebouwd in 1521 naar een ontwerp van de militaire architect Francisco de Arruda.Vandaar wandelden we naar de Ermida de Sâo Jerónimo, een eenvoudig kapelletje gebouwd in 1514.We bezichtigden Museu Marinha, een maritiem museum en het klooster Mosteiro dos Jerónimos waar we koffie dronken. Verder naar het Centro Cultural de Belém aan het Praça do Império. Eén van de grotere culturele centra's in Europa, ontworpen door de Italiaanse architect Vittorio Gregotti en de Portugese architect Manual Salgado. Het was te zien dat ze bij het ontwerpen aardig rekening gehouden hadden met de architectuur van de bestaande bouwwerken in de omgeving.In de Rue de Belém lunchten we in restaurant 'Pastei de Belém'. Volgens de ober met de lekkerste pasteitjes van Lissabon. Ze waren inderdaad erg lekker.Na de lunch namen we de bus naar Praça do Comércio in de benedenstad Baixa, waar we vervolgens de tram namen naar Castelo de Sâo Jorge in Alfama, de oudste wijk van Lissabon. De fundamenten van het kasteel dat gebouwd is op de hoogste heuvel van Lissabon dateren uit de 6e eeuw vóór Christus!Het uitzicht over de stad en de Rio Tejo (de Taag) was overweldigend mooi. In de verte, aan de overkant van de Tejo lag Cacilhas. De plek waar Gregorius met de sonates van Schubert op zak naar toevoer, opzoek naar Joâo Eça. Gemarteld slachtoffer tijdens het Salazar-regime en oom van Mariana Eça, zijn oogarts die in de wijk Alfama woonde. Alles met het doel meer te weten te komen over Amadeu de Prado. Beiden kenden elkaar van het verzet van voor 1974 tegen de dictatuur van Salazar en zijn vazallen.Na de prachtige wandeling langs en over de oude muren en kantelen van het kasteel, namen we een korte theepauze op een uitkijkterras. Via de schilderachtige straatjes van Santa Cruz wandelden we vervolgens naar de kerk Santa Luzia. En verder via Rua de Sâo Miguel en Largo do Chafariz de Dentro naar de 12e eeuwse Sé Catedral.De in de vorm van een latijns kruis gebouwde kathedraal is gebouwd in de tijd van Dom Afonso Henriques, de eerste koning van Portugal.
Een plensbui deed ons vervolgens in een cafeetje belanden, overigens waren we toch al aan een biertje toe. Behalve ons biertje kregen we een heerlijk uitziende portie worst van het huis voorgeschoteld. We hadden trek, dus hup daar gingen de stukjes worst, maar met dezelfde snelheid deed ieder van ons ze weer op het schoteltje belanden. Nog nooit hadden we zoiets smerigs in de mond gehad, ontzettend! We lusten alles en de Portugese keuken is heerlijk, maar dit was foute boel. We vroegen de eigenaar wat het was, maar de man sprak alleen maar Portugees dus werden we niet veel wijzer. Filosoferend kwamen we op pens terecht, pens geven we in onze contreien aan onze hond, maar in Portugal en Spanje wordt het ook door de mens gegeten. Het wordt dan lekker gemaakt met allerlei heerlijke kruiden e.d. De worst die we voorgeschoteld hadden gekregen was mogelijk een ontzettend slecht bereide pensworst!Na de vieze smaak met nog een biertje te hebben weggespoeld, vervolgden we onze wandeling richting hotel Borges. 's Avonds hebben we in een klein Portugees restaurantje in de wijk Chiado weer heerlijk gegeten, en wederom met een mooie droevige fado zangeres.
de vierde dag:
We vertrokken na het ontbijt met de bagage (rugzakje) bij ons, we kwamen niet terug in het hotel. Op station Baixa-Chiado namen we de metro naar station Oriente bij het Expo'98 terrein, het prachtige station, gebouwd in 1994 naar ontwerp van de Spaanse architect Santiago Calatrava (1951).Nadat we het station uitvoerig hadden bekeken, hadden we nog een paar uur over om enkele andere paviljoens op het Expo'98 terrein te bekijken.Onderanderen het paviljoen van Portugal naar ontwerp van de Portugese architect Alvaro Siza (1933), maar ook het multifunctionele 'Utopia' paviljoen van architect Regino Cruz en het Ocean paviljoen van de Amerikaanse architect Peter Chermayeff. De tijd was te kort om alles goed te doen, we moesten het vliegtuig van 14.00 uur naar Amsterdam halen. Om het Expo'98 terrein toch nog even goed te kunnen overzien, zijn we de bijna 150 meter hoge Vasco da Gamatoren maar opgegaan van de Portugese architect Francisco da Arruda.Einde van een aantal prachtige stadswandelingen in Lissabon.

woensdag, augustus 25, 2010

Mondriaanhuis



Op 7 maart 1872 werd Piet Mondriaan aan de Kortegracht 11 in Amersfoort geboren. Hij heeft er maar tot z'n 8 ste jaar gewoond, daarna is de kleine Piet met z'n ouders en de rest van het gezin Mondriaan naar Winterswijk vertrokken. In Winterswijk heeft Mondriaan na de middelbare school dus de fundering gelegd voor zijn wereldberoemde carrière als kunstenaar. Maar desalniettemin kan Amersfoort er zich op beroemen dat de invloedrijke kunstenaar er geboren is. En wij zijn vandaag in zijn geboortehuis geweest.

Op initiatief van architect Leo Heijdenrijk (1932-1999) en zijn vrouw Cis, is daar sinds 1994 het Mondriaanhuis in gevestigd. Leo Heijdenrijk was één van de companen van architectenbureau v.d. Grinten, Heijdenrijk en Manche, mijn vroegere werkgever in de Elleboogkerk aan de Langegracht een eindje verderop. (Zie ook mijn stukje Elleboogkerk van 23/10'07) Aan de de voorzijde, de Kortegrachtzijde, is het pand nog authentiek. Aan de achterzijde is het pand vrij recentelijk verbouwd en uitgebreid. Het is een prachtig museumpje met een verrassende lichtval in met name het nieuwe gedeelte. Op de beganegrond is een permanente expositie te zien over leven en werken, van de op 1 februari 1944 in New York overleden Mondriaan. Brieven, notities en schilderijen uit diverse perioden, maar ook zijn op ware schaal nagebouwde Parijse Atelier aan de Rue du Départ 26, waar hij tot 1938 woonde en werkte.

Op de verdieping was een tentoonstelling van Herman Scholten (1932) te zien, een textielkunstenaar. Prachtige wand- en vloerkleden zagen we, met een fenomenale ruimtelijke werking. Geometrisch-abstract werk, en als zodanig ook erg verwant aan het werk van Mondriaan en andere kunstenaars van De Stijl-groep.

We waren nog niet in het Mondriaanhuis geweest, maar het was de moeite waard. Niet groot, maar wel opmerkelijk. Een mooi, intiem museumpje!

maandag, augustus 16, 2010

mens en natuur



Academie van Bouwkunst Amsterdam, herfst 1972. In de bomvolle twintig balkenzaal moest een aantal studenten genoegen nemen met een staanplaats. Veel belangstelling dus voor een college over 'mens en natuur' van de destijds 48 jarige charismatisch en omstreden beeldend kunstenaar, schrijver, filosoof, professor honoris causa, ecotect, leraar tekenen en eigenwijs mannetje Louis G. Le Roy.

Aanvankelijk stond ik sceptisch tegenover de anarchistische ideeën van Le Roy, maar van mijn scepticisme was na afloop van het college weinig over. Onderweg naar huis had ik mijn plan al gemaakt, ik wist wat mij te doen stond. De hele tuin moest op de schop, weg met de keurige maar saaie bloemperkjes en gazonnetjes!
Met behulp van prachtige 6x6 dia's van allerlei z.g. onkruiden had Le Roy me tijdens het college laten zien, hoe de saaie monocultuur van zijn weiland nabij Oranjewoud sinds de eind jaren zestig veranderde in een boeiende ecologische complexiteit. Laat groeien wat groeit en beperk het menselijk ingrijpen tot de allernoodzakelijkste handelingen, was zijn credo. Alleen in het begin mag de mens begeleiden, differentiatie bieden, hoog, laag, droog, nat, licht, donker, hard, zacht enz. maar daarna dient hij zich snel terug te trekken. De natuur ordent immers zichzelf. Dus niet spitten, niet sproeien, niet snoeien en laat liggen wat valt t.g.v. het natuurlijke rottingsproces in de bodem. Eerlijkheidshalve moet ik erbij zeggen dat de hele gedachtengang ook nogeens koren op mijn molentje was, tuinieren was nou eenmaal niet mijn grootste hobby.
Het resultaat van de rigoreuze ingreep in ons tuintje is nu bijna 40 jaar later nog te zien. De huidige bewoners hebben weinig of niets veranderd aan de tuin. Het proces van ecologisch complexiteit waar we destijds de aanzet toe hebben gegeven, is daar dan ook nog volop in ontwikkeling.

En dat gaat ook op voor Le Roy's weiland van eind jaren zestig, en voor de in 1983 gestartte bouw van de z.g. Ecokathedraal in Mildam. Dat laatste project zal zich volgens de nu 86 jarige Le Roy in ruimte en tijd ontwikkelen tot een hoogcomplex organisch netwerk. Het ecokathedraalconcept nodigt ook uit tot participatie, een principiële stellingname van Le Roy. Hij wil de bevolking de zeggenschap over de eigen omgeving teruggeven. Een stellingname die bij andere projecten van Le Roy steevast tot commotie heeft geleid bij met name de opdrachtgevers.



Binnenkort willen we graag met kinderen en kleinkinderen wat rond gaan fietsen in de prachtige omgeving van Parkgebied Oranjewoud. Grand Café Tjaarda (sinds 1877), lijkt mij een mooi centraal gelegen uitgangspunt. Kunnen we in de Ecokathedraal eens gaan kijken, hoe het participatieproces daar, zich verhoudt tot het proces van ecologische complexiteit. Een boeiend en leerzaam uitstapje lijkt mij!
En een bezoek vervolgens aan de tentoonstelling 'Beroerd Landschap' in het nabij gelegen museum Belvédère, sluit volgens mij mooi aan op het onderwerp 'mens en natuur'. (Het in 2004 door koningin Beatrix geopende museum is ontworpen door architect Eerde Schippers 1956, partner van Inbo Drachten). In de tentoonstelling laten vier Nederlandse kunstenaars zien welke gevolgen het menselijk handelen kan hebben op natuur en cultuur. Alle vier richten ze zich op andere aspecten van het proces van afbraak, ondergang, destructie en ravage. Olphaert den Otter (1955) behandelt op apocalyptische wijze de vier elementen, Raquel Maulwurf (1975) verbeeldt oorlogstaferelen en verwoeste steden, Renie Spoelstra (1974) toont geheimzinnige en geladen gebieden, terwijl Henri de Haas (1937) hedendaagse vraagstukken van oorlog en vrede verbindt aan ervaringen uit de Tweede Wereldoorlog.

En als we dat ook allemaal hebben gezien en verwerkt, zit de vijf wel in het uur. Terug naar het Grand Café voor een drankje en een hapje!

afscheid



Vier dagen geleden hebben we elkaar in het ziekenhuis voor het laatst gesproken. Jan had net te horen gekregen dat ze niets meer voor hem konden doen. Het einde van 3,5 jaar strijd was nabij. Een strijd die hij in zijn hart eigenlijk van begin af aan als verloren wist. Maar zonder hoop vaart niemand wel, vol goede moed onderging Jan de één na de andere behandeling. Het heeft hem tot voor een maand of vijf geleden verwachtingsvol en redelijk stabiel op de been gehouden. Maar toen ging het ineens snel mis en zag ik soms de wanhoop. Chemo, bestralen, bloedtransfusies, niets hielp meer.

Toen we vier dagen geleden in het ziekenhuis afscheid namen, keken we elkaar even in de ogen. Zijn blik sprak boekdelen! Hij zou de andere dag naar huis gaan, om daar hopelijk de tijd die hem nog rest door te kunnen brengen. We komen je thuis weer opzoeken Jan, is goed, maar bel wel eerst. Maar gisteren werden wij zelf gebeld door Jeannette, of we langs wilden komen want Jan was zaterdagavond in het bijzijn van zijn geliefden in een zelfverkozen diepe slaap gebracht. Een slaap waaruit hij niet meer zal ontwaken! Palliatieve sedatie heet dat, zelfs met morfine was het leven niet dragelijk meer, de pijn te erg.

Thuis in zijn vertrouwde omgeving, hebben we gisteren samen met J en beide dochters een poosje bij Jan gezeten. De ademhaling zwaar en onregelmatig, vocht en morfine via infuus. Hoe lang nog is gissen, 2, 3, 4 dagen, en zal de sedatie nog moeten worden opgevoerd? De tijd zal het leren, maar pijn zal Jan niet meer voelen!

maandag, augustus 09, 2010

Goud uit Georgië



De tentoonstelling 'Goud uit Georgië' die ik vanaf begin maart j.l. al graag wilde zien, is verlengd t/m 15 augustus 2010 las ik, en daarna sluit het Drents Museum in Assen gedurende één jaar zijn deuren vanwege bouw- en verbouwperikelen. Het zoveelste museum in ons land waar we voorlopig niet meer in kunnen. Als het inderdaad bij één jaar blijft, lijkt mij de sluitingsmisère in Assen te overzien. Maar gezien de ervaringen met planningen voor dergelijke projecten elders in het land, moet ik dat eerst nog zien.
Maar ze krijgen daar volgens mij wel iets moois. Behalve dat ze de boel daar gaan verbouwen en herinrichten, wordt er naar een ontwerp van de flamboyante architect Erick van Egeraat (Associated architects EEA Rotterdam), ook nog een geheel nieuwe tentoonstellingsvleugel en entreehal bijgebouwd.

Maar zover is het allemaal nog niet. Gisteren hebben we, een beetje op de valreep dus, de tentoonstelling 'Goud uit Georgië' alsnog gezien. Het bijzondere van de tentoonstelling vond ik, dat je door het bekijken van al die fijn gedetailleerde sieraden en gebruiksvoorwerpen, als bezoeker werd meegevoerd in de geschiedenis van Georgië tot meer dan 3000 jaar vóór Christus.



Ik wist eerder eigenlijk niet zoveel over dat land. Ja, dat het tot beginjaren negentig een deelrepubliek van de Sovjet-Unie was, dat massamoordenaar Jozef Stalin daar in 1879 in Gori is geboren, en dat het begrensd wordt door o.a. de Zwarte Zee in het westen en het machtige Kaukasusgebergte in het noorden. En o ja, de geschiedenis van de Georgische begraafplaats 'Loladse' op Texel nabij Oudeschild, waar ik nog wel eens kom. Maar door de z.g. Rozenrevolutie van 2003 in Georgië, de nieuwe jonge president Micheil Saakasjvili (1967) en zijn Nederlandse echtgenote Sandra Roelofs (1968), en de regelmatige conflicten die Georgië tot op heden heeft met z'n eigen deelrepublieken Abchazië, Adzjarië en Zuid-Ossetië (vers in het geheugen ligt nog de strijd in 2008, waarbij de Nederlandse cameraman Stan Storimans in Gori om het leven kwam), is het land de laatste jaren in het westen veel meer in beeld gekomen. Ook al door de dubieuze rol die Rusland en m.n. Vladimir Poetin daar in schijnt te hebben.
Maar dat is allemaal geschiedenis van onze tijd zal ik maar zeggen, en daar ging de tentoonstelling nu niet over. Met uitzondering van de prachtige foto's van de Georgische fotograaf Archil Kikodze (1972) van hedendaagse daar en het prachtige Georgische landschap.

Hierna citaten uit het bijschriftenboekje van 'Goud uit Georgië':

Van alle mythen in de hele wereld schijnt de bekendste wel het Griekse verhaal van Jasons zoektocht naar het Gulden Vlies te zijn. Jason was de zoon van een koning, die door zijn halfbroer van de troon werd gestoten. Door zijn ouders werd Jason daarom elders in veiligheid gebracht. Toen Jason echter twintig was, eiste hij de troon op, waarop zijn oom Pelias hem die beloofde op voorwaarde dat Jason hem het Gulden Vlies zou brengen. Jason verzamelde vervolgens een aantal Griekse helden om zich heen, de Argonauten, genoemd naar hun schip de Argo, en ging op zoek. Ze kwamen uiteindelijk terecht in Colchis aan de oostkant van de Zwarte Zee. Hij vraagt daar aan de heersende koning Aietes om het Gulden Vlies. Die wil het wel geven, maar dan moet Jason eerst een aantal moeilijke opdrachten uitvoeren. Medea, de dochter van de koning die verliefd is op Jason, wil hem daarbij helpen mits hij met haar wil trouwen. Een lang verhaal verder, maar het lukt allemaal! Koning Aietes natuurlijk kwaad dat hij in alles verloren had, zet de achtervolging in. Maar de geliefden ontsnappen ternauwernood en kwamen uiteindelijk terug in Griekenland.

Een 'mission impossible' van een klassieke held. Alle ingrediënten van een sprookje zijn aanwezig, held, prinses, magie, vuurspuwende stieren en tragedie. Maar bovenal het verhaal van een zeereis, een tocht naar het onbekende, naar een land aan de horizon waar de zon opkomt!

De beken en rivieren die van de Kaukusus afwateren hebben de vlakke delen van Georgië voorzien van vruchtbare afzettingen. Maar het water heeft ook veel goud, zilver en koper meegevoerd uit de bergen. Die rijkdom aan metalen heeft er voor gezorgd dat Georgië een bakermat werd van cultuur met oeroude tradities. Georgiërs waren al heel vroeg meesters in metaalbewerking. De Griekse mythen die daarover vertellen zijn geen verzinsels, maar voeren terug naar gebruiken die archeologisch te controleren zijn. Zo weten ze dat al in de oudheid goudstof gewonnen werd door schapenvachten in de stromende rivier te leggen. Het goudstof bleef aan de vette vacht plakken. Dit werd het Gulden Vlies, waar Jason in de mythe naar op zoek ging.

zaterdag, juli 31, 2010

omweg naar S.D.C.



'De omweg naar Santiago De Compostella' noemden we onze architectuurexcursie, met een knipoog naar de oorspronkelijke titel van Cees Nooteboom's boek uit 1992, dat we uiteraard ook eerst gelezen hadden. Heerenleed op pelgrimstocht! Van Sevilla per auto naar Santiago de Compostella. Voor de trip van ca. 1325 km (excl. de kilometers in de tussenliggende steden) hadden we één week uitgetrokken.
Van Amsterdam vlogen we naar Sevilla waar we een auto huurden. Na Sevilla te hebben gezien, reden we in zes dagen met pitstops in Mérida-Cáceres-Salamanca-Leon en Lugo naar Santiago de Compostella. Daar hebben we vervolgens de auto ingeleverd en zijn we weer in het vliegtuig gestapt naar Amsterdam.

Sevilla.

Prachtige stad aan de oever van de Guadalquivir, die tot hier bevaarbaar is. De stad heeft een lange ontstaansgeschiedenis, volgens de legende heeft Hercules haar zelfs gebouwd. Na aankomst in Sevilla, even na het middaguur, zijn we begonnen met een bezoek aan het EXPO '92 terrein, iets buiten de stad, waar we o.a. de paviljoens van Castilië, Frankrijk en Finland hebben bekeken en de Alamillo-brug (architect Calatrava).Het is wel duidelijk door wie Ben van Berkel, architect van de Erasmusbrug in Rotterdam zich heeft laten inspireren. Verder hebben we het spoorwegstation Santa Justa (architect Cruz/Ortiz, 1992) bekeken.Met een rondwandeling tegen de avond door het historische centrum, waarbij we ook nog op zoek moesten naar een hotel, hielden we de eerste dag voor gezien. Maar uiteraard niet zonder eerst nog genoten te hebben van een wijntje en een heerlijke tapasschotel op één van de vele mooie pleintjes die het oude stadscentrum rijk is.

Mérida.

De huidige stad Mérida (ca. 57.000 inwoners), in het dal van de Guadiana ongeveer 200 km ten noorden van Sevilla, is ontstaan uit een Romeinse kolonie van 25 v.Chr. En dat was te zien, sterker nog, de vele Romeinse overblijfselen bepaalden volgens ons in hoge mate de aantrekkelijkheid van de stad. De restanten van het indrukwekkende 'Teatro Romano' van 18 v. Chr. dat aan 6000 bezoekers plaats bood, met daarnaast het ongeveer even oude 'Anfiteatro', waar 14000 toeschouwers konden plaatsnemen. De restanten doen nog altijd dienst als podium voor klassiek toneel, lazen we.En dan was er ook nog 'Acueducto de los Milagros' een 827 meter lange en 25 meter hoge bogenrij, overblijfselen van een Romeins aquaduct. Bovenop de bogen tientallen nestelende ooievaars, prachtig. Behalve de Romeinse bouwkunst hebben we in Mérida natuurlijk ook meer eigentijdse architectuur bekeken. Zoals o.a. het Regeringsgebouw (1995) van de Spaanse architect Navarro Baldeweg (1939), en het Nationaal Museum voor Romeinse Kunst (1985) van de Spaanse architect Rafael Moneo (1937). Bouwwerken die qua architectuur vonden we, meesterlijk waren ingepast in hun monumentale archeologische omgeving.
En aan het eind van de middag moesten we natuurlijk weer opzoek naar een hotel en een goede eetgelegenheid in de stad.

Cáceres.

De tocht naar het noordelijker gelegen Cáceres de andere dag, ging via Guadalupe en Trujillo. In Guadalupe (Arabisch voor verborgen water) hebben we de vele trappen van het 14e eeuwse klooster beklommen, en natuurlijk de zwarte Madonna (geblakerd door de jaren heen door de permanent walmende kaarsen) gezien, die door pelgrims uit de hele wereld wordt vereerd.
De beklimming van 'Castillo de Trujillo', de ruïne van een Moors fort in Trujillo uit de 12e eeuw, was alleen al door het prachtige uitzicht op de wijdse omgeving de moeite waard. Op de grote markt in Trujillo ook het standbeeld van Francisco Pizarro te paard gezien. Ontdekkingsreiziger, veroveraar en superboef in de 16e eeuw van o.a. het Inca-rijk in Peru.
Rond 8 uur 's avonds kwamen we in Cáceres aan, waar we alvoren een eetgelegenheid te zoeken, eerst maar even een slaapgelegenheid voor de nacht hebben geregeld.

De wandeling na het ontbijt de andere dag door de prachtige oude ommuurde binnenstad, voerde ons langs het standbeeld van de heilige Petrus, waarvan de tenen moesten worden gekust. Een buitenkansje die we, heidenen als we waren, uiteraard niet konden laten schieten. Tegen het middaguur hielden we Cáceres voor gezien en vertrokken we richting Salamanca. Onderweg Monasterio de Yuste bekeken, de laatste verblijfplaats van Karel V. Een eenvoudig maar mooi gelegen hiëronymietenklooster. Een rondwandeling in het even verderop gelegen schilderachtige 'Gargenta la Olla' voerde ons langs oude huisjes van bekeerde joden met teksten boven de deuren, en ook was er nog een blauw geschilderd bordeel uit de tijd van Karel V. Toen we na een prachtige autorit door een bergachtig landschap eindelijk in Salamanca aankwamen was het alweer laat. We konden alleen nog terecht in een vrij duur hotel, en onze poging dit dan maar te compenseren door wat minder uitgebreid te dineren was ook niet erg succesvol. Onder anderen de 'pata negra' ham uit deze streek was daarvoor veel te lekker.

Salamanca.

Salamanca aan de rivier de Tormes, universiteitsstad en pronkstuk van de Spaanse renaissancistische en platereske architectuur. De stad leek wel gebouwd door kunstenaars, in ieder geval door kunstzinnige ambachtslieden gezien de vele versieringen en reliëfwerken op de goudkleurige huizen en gebouwen. Vooral de bouwwerken aan het Plaza Mayor, het prachtige 18e-eeuwse plein blonken uit. Cees Nooteboom omschreef dit vierkante plein als een stenen huiskamer. Honderden mensen, jong en oud toen wij er waren, velen op de terrasjes maar even zovelen al keuvelend over van alles en nog wat rondjes lopend over het plein, goeie sfeer.
Dan 'Casa de las Conchas', het herenhuis uit begin 16e eeuw waarvan de muren zijn bezet met honderden sint-jakobsschelpen die de z.g. Orde van Sandiago symboliseren. Of Catedral Vieja en Catedral Nueva, prachtige mengelingen van diverse bouwstijlen. En natuurlijk hebben we in Salamanca ook meer eigentijdse architectuur van enige betekenis bekeken, o.a. het congres- en expo centrum uit 1992 van architect Navarro Baldeweg.
Interessant allemaal, en er was nog veel meer moois te zien. Maar goed, ons reisplan zat behoorlijk strak in elkaar dus vertrokken we na de lunch naar Leon, een stad ca. 200 km ten noorden van Salamanca. Onderweg in Zamora wilden we het Spaans-Portugees Instituut uit 1998 bezoeken van de Spaanse architecten M en A de las Casas. Ze hadden er destijds een eerste architectuurprijs mee gewonnen, maar we konden er niet in. Jammer, dan maar weer verder, tegen de avond rond een uur of zes kwamen we in Leon aan.

Leon.

Ook in Leon weer het bekende ritueel, hotel zoeken en daarna de stad in om te dineren. Het was gezellig en de voortreffelijk wijn vloeide rijkelijk. Na de maaltijd hadden we behoorlijk moeite met ons hotel te vinden, we waren alle vier de kluts kwijt, hilarisch! Godzijdank hebben we die na enige tijd, zij het met de groots mogelijke moeite terug gevonden, zodat we toch nog naar ons bedje konden. De stadswandeling de andere morgen voerde ons langs een woongebouw van architect Torbado Cañas, langs de laatste rustplaats van ruim twintig vorsten in de Basilica de San Isidoro en langs de prachtige eeuwen oude gebrandschilderde glas in lood ramen in de kathedraal van León. Even na de middag moesten we volgens plan ook deze stad weer verlaten, en vertrokken we richting Lugo ca. 228 km verderop.

Lugo.

Behalve de grote romaanse kathedraal hebben we in Lugo ook nog het Cultureel Centrum bezocht. Maar de wandeling 's avonds na het eten over de eeuwen oude zes meter dikke en tien meter hoge Romeinse muur om de oude binnenstad was echt te gek, prachtig! En we kregen zo van boven af ook een aardig inzicht hoe de oude binnenstad in elkaar stak.Na de wandeling hebben we nog een tijdje op één van de vele pleintjes zitten drinken, maar laat hebben we het niet gemaakt. Het einde van onze pelgrimstocht kwam in zicht, nog één nachtje vóór ons einddoel.

Santiago de Compostella.

Rond negen uur 's morgens vertrokken we richting Santiago de Compostela. Nog 105 km voor de boeg dus dat viel mee. Onderweg kwamen we zelfs echte pelgrims tegen, pelgrims te voet in traditionele dracht van cape, staf en vilthoed, versierd met de bekende st.-jakobsschelpen. Zo hoort het natuurlijk, wij stelletje heidenen in spijkerbroek, riant met de dikke kont in een luxe auto moesten ons schamen!
Typisch eigenlijk dat al meer dan 1000 jaar lang ons tientallen miljoenen pelgrims voor gingen naar Santiago de Compostella. Waarvan, mag ik aannemen, velen net als wij niet om religieuze reden, maar uit pure nieuwsgierigheid. Maar het is natuurlijk wel een traditie ontstaan vanuit religie. Volgens de legende las ik, is het lichaam van de apostel Jacobus naar Galicië overgebracht. In 813 zou zijn gebeente zijn ontdekt in Santiago de Compostella, waar een kathedraal voor hem werd gebouwd. In de Middeleeuwen kwam daar een half miljoen pelgrims bijeen uit heel Europa, die de Pyreneeën overstaken bij Roncesvalles of via de Somport-pas. Maar ze kwamen ook net als wij vanuit het zuiden aanzetten.

Het eerste wat we in Santiago de Compostella deden was een hotel zoeken. Toen we dat geregeld hadden zijn we de oude stad te voet gaan verkennen. De markthallen, de vele monumentale bouwwerken, Palacio de Gelmirez (1120), Convento de San Martin Pinario (1590), Palacio de Raxoi en meer, maar in het bijzonder natuurlijk de 11de-eeuwse Kathedraal van Santiago of Catedral de Santiago zoals ze daar zeggen.
Rijen wachtenden om een eerbetoon te brengen aan de apostel Jacobus. De eeuwen oude marmeren zuil van de Portico de la Gloria is door de miljoenen aanrakingen van evenzovele pelgrims in de vorm van een hand uitgesleten. De dagelijkse mis die we daar hebben bijgewoond leek meer op een kermis. Vooral het gezwaai met het grote wierookvat, de Botafumeiro, was bijzonder. Het 80 kg zware vat dat daar hoog in de immense ruimte aan een touw hing werd door een aantal stevige monniken aan het slingeren gebracht. Eerst langzaam, maar allengs sneller. Uiteindelijk vloog het met grote vaart al wierook brakend over onze hoofden en weer terug. De enorme ruimte van de kathedraal stond op een gegeven moment in een mist van wierook. Ik las ergens dat deze gang van zaken in vroegere tijden bedoeld was om de vreselijke stank van honderden ongewassen pelgrims te maskeren. Het zal allemaal wel. We hadden genoeg gezien, gauw naar buiten de frisse lucht in en een terrasje gezocht. De vijf zat weer in het uur en we hadden ook behoorlijk trek gekregen van al het geslenter.

De andere dag hebben we na het ontbijt in Santiago de Compostella nog het museum voor hedendaagse kunst bezocht. Gebouwd in 1993 naar een ontwerp van de Portugese architect Alvaro Siza. Vervolgens moesten we ons nog haasten om op tijd op het vliegveld te zijn, bovendien moesten we de auto ook nog afleveren. Maar we hebben het allemaal gehaald, rond twee uur vlogen we over de Pyreneeën richting Barcelona, waar we moesten overstappen. Halfzeven 's avonds waren we terug op Schiphol en namen de vier mannetjes van het Heerenleed afscheid van elkaar. Einde van een mooie architectuurexcursie, die we deze keer dus voor de gein een pelgrimstocht noemden.

woensdag, juli 28, 2010

muziek en de massa



Zo'n loveparade waar een enkele disjockey meer dan honderdduizenden mensen in extase weet te brengen zal ik nooit bezoeken. Dat vind ik helemaal niks, behalve de vreselijke (disjockey)muziek ben ik ook huiverig voor de grote mensenmassa. En dat niet alleen sinds het drama afgelopen weekend in Duisburg. Zelf heb ik tijdens de Uitmarkt in Amsterdam ook wel eens knap klem gezeten op de Amstel bij Carré, de één wilde naar buiten, de ander naar binnen, maar gelukkig brak er geen paniek uit. En ook tijdens de grote demonstraties tegen kruisraketten en neutronenbommen begin jaren tachtig, voelde ik mij na enige tijd een gevangene in een massa, die zich massief en stroperig door Amsterdam bewoog. Je kon geen kant op, met de grootst mogelijke moeite wisten we ons uit het episch centrum van de hoge druk te worstelen. Voor mij geen mensenmassa's!

Aan de andere kant, en dat is het dubbele, kwam en kom ik op concerten, waarbij ik met het massale nauwelijks of geen moeite heb. Om maar wat te noemen, U2 in het Feyenoord Stadion, de Rolling Stones in een overvol Amsterdam Arena, idem in het Goffertpark in Nijmegen, diverse blues- en countryconcerten in Paradiso, Bob Dylan in Heineken Music Hall. En eind jaren zeventig, begin jaren tachtig ben ik een aantal keren naar gedenkwaardige concerten van Frank Zappa geweest in Ahoy. Geweldige happenings waren dat, het concert van voorjaar 1980 staat me nog aardig voor de geest. Onderanderen bij het nummer 'Easy Meat' (zie onderstaande opname in New York City uit 1981) gingen we massaal uit ons dak. Vreemd!?



Frank Zappa (1940-1993), de Leonard Bernstein van de popmuziek. Alhoewel popmuziek? Zappa hoorde nergens bij maar was overal! Moeilijk te zeggen met wie hij in één adem genoemd werd en wordt. Is het met Jimi Hendrix, John Lennon, Janis Joplin? Of is het met Igor Stravinsky, Lenny Bruce, Edgard Varêse, John Cage of Herbert von Karajan? Hij beschouwde zichzelf min of meer als een architect die noten als bouwstenen gebruikte. In 'The Real Frank Zappa Book' zijn autobiografie, schreef hij dat het ordeningsproces, wat componeren toch is, veel weg heeft van architectuur. Zijn sleutelbegrip was 'conceptual continuity', het uitgangspunt dat al zijn uitspraken en composities een achterliggende samenhang vertonen. Alles kwam in zijn kraam te pas, hij putte uit zowel melige jaren vijftig doowop en big band-jazz als uit Ravel, Boulez, Ives, Messiaen, Stockhausen, Strawinsky, Varese, Webern en computermuziek.

Op 4 december 1993, hij was nog net geen 53 jaar oud, is hij overleden aan de gevolgen van prostaatkanker. Ik wist destijds wel dat hij ziek was, maar dat het al zo erg was niet. Het moment dat ik van zijn overlijden over de radio hoorde staat me nog goed bij. Onthutst, ik kon het haast niet geloven, zo'n jonge muzikale en energieke duizendpoot dood, hoe was het mogelijk.

vrijdag, juli 23, 2010

zeilen



Enige tijd terug, even voor de warme periode, lagen we met de 'Swing' weer eens een paar dagen in de 'Hylper Haven' in Hindeloopen. We lagen daar op een mooi plekje naast de reddingsboot van de KNRM. Buiten woei het hard en was het kil voor de tijd van het jaar, maar binnen zaten we 's avonds gerieflijk met de kachel aan een boek te lezen.

Dat was vroeger wel even wat anders. Met het zicht op het grasveldje tegenover het havenkantoor van 'Jachthaven Hindeloopen', gingen mijn gedachten even zo'n kleine dertig jaar terug in de tijd. Ook toen was het kil en hadden we te maken met harde wind en regenbuien. Komende vanaf 'Het Zool' zeilden we toen met de kinderen in een 'Flying Arrow Schakel' de havenkom van Hindeloopen binnen om te overnachten. De kinderen sliepen in de boot onder het dekzeil en de giek, en wij in een tentje dat we daar op het grasveldje hadden opgezet. Vergeleken met nu geen luxe, en weinig ruimte, helemaal bij rotweer. We lagen vaak al vroeg, al of niet met een boek, in onze slaapzakjes. Maar het was een onvergetelijk mooie vakantie!

We zeilden destijds in kleine (open) bootjes. Wie niet trouwens, vergeleken met nu, is wat toen voor groot doorging nog klein. Behalve de Schakel hadden we ook nog een zeilbootje met een emmertuig dat nog het meest weg had van een 'Middellandse Zee Jol'. Om de zeileigenschappen wat te verbeteren, had ik het oude emmertuig vervangen door een nieuw gaffeltuig, maar veel zoden zette dat niet aan de dijk. Desalniettemin hebben we met de Jol veel plezier gehad op de Randmeren en het Veerse Meer.

Met z'n viertjes in de Schakel zijn we destijds van Lemmer naar Enkhuizen gezeild. Het was prachtig en standvastig weer, wel een beetje heiig, de overkant zagen we niet, maar we durfden het wel aan zonder kompas. En het was toch een gaaf zeiltochtje, we hebben genoten! Toch heb ik het achteraf fout gevonden, ik zou het nu niet meer doen. Het IJsselmeer is te groot om in een open zeilbootje zonder adequate communicatie- en reddingsmiddelen naar de overkant te varen. Onverantwoordelijk gedrag, een plotselinge weersomslag kan je zwaar in de problemen helpen.

woensdag, juli 14, 2010

eten en drinken



Volgens wijlen Simon Carmiggelt zouden we eigenlijk altijd vakantie moeten hebben. We zijn ervoor geschapen. Maar waar moet je dan nog naar verlangen?
Wellicht vat ik de uitspraak van Carmiggelt wat te letterlijk op, maar naast vakantie weet ik wel meer bezigheden en verlangens te verzinnen waarvoor we naar mijn idee geschapen zijn. Maar dat terzijde.

Eten en drinken gaat in vakantietijd uiteraard gewoon door. Nou ja gewoon, wel wat vaker buiten de deur natuurlijk, dat weer wel. We zijn liefhebbers! Het middelste bordje in bovenstaande collage hebben we in vakantietijd dan ook niet gezien. En als we het wel hadden gezien, waren we er vrijwel zeker met een grote boog omheen gelopen.
Want bedenk wel, aldus Simon Carmiggelt "Het leven is kort en als het lang is mag je bijna niets meer eten en drinken"

woensdag, juli 07, 2010

Chagall



Zeilend en/of op de motor (met motorpech) via omwegen met tussenstops in Ketelhaven, Lelystad, Muiden, Enkhuizen, Hindeloopen en Terschelling naar Vlieland gevaren. Daar zijn we in het eenvoudige, in 1647 deels met door jutters vergaarde materialen gebouwde eilandkerkje, naar een door Frans Ort i.s.m. CHORAL uitgevoerde muzikale raamvertelling geweest over de schilder Marc Chagall (1887-1985).

'Chagall, de schilder en de liefde' In de prachtige op het leven en werk van de Joods-Russische schilder gebaseerde raamvertelling, kwamen alle in zijn schilderijen verborgen thema's uit de liefde aan de orde. Thema's als vreugde en positivisme, verdriet en eenzaamheid, geborgenheid en tintelend plezier klonken door in het verhaal, de liedteksten en de muziek.

De in de Russische stad Vitebsk geboren Chagall is driemaal getrouwd geweest. Zijn eerste vrouw overleed in 1944, toen ze als Joodse vluchtelingen in de Verenigde Staten verbleven. Na de 2e wereldoorlog keerde hij met z'n tweede vrouw terug naar Europa, en vestigde hij zich in Vence aan de Cote d'Azur in Frankrijk. Maar al na een aantal jaren strandde het huwelijk met zijn tweede vrouw. In de jaren vijftig, Chagall was toen al dik in de zestig, trouwde hij zijn derde vrouw.

Marc Chagall was volgens mij ook het levende bewijs dat liefde je vitaal en jong houdt. Ondanks perioden van verdriet, ellende en tegenspoed in zijn leven, werd hij op twee jaar na een eeuw oud!

Zeilend en/of op de motor (nu zonder motorpech, de monteur in Enkhuizen had z'n werk goed gedaan!) hebben we de dagen na Chagall tijdens deze vakantietrip benut, om via omwegen met tussenstops in Harlingen, Leeuwarden, Sneek, Lemmer, Workum, Medemblik en Ketelhaven huiswaarts te keren.

woensdag, juni 02, 2010

railroads



Onlangs aten we een hapje in restaurant 'Rail Roads' nabij station Hulshorst. Station Hulshorst, gebouwd in 1863 naar een ontwerp van architect Nicolaas J. Kamperdijk (1815-1887). In 1936 schreef Gerrit Achterberg (1905-1962) over dit van God en iedereen verlaten stationnetje het volgende gedicht:

Hulshorst, als vergeten ijzer
is uw naam, binnen de dennen
en de bittere coniferen,
roest uw station;
waar de spoortrein naar het noorden
met een godverlaten knars
stilhoudt, niemand uitlaat
niemand inlaat, o minuten,
dat ik hoor het weinig waaien
als een oeroude legende
uit uw bossen: barse bende
rovers, rans en ruw
uit het witte veluwhart.


Alhoewel de rails op de drukke lijn Amersfoort-Zwolle niet de kans krijgen om te roesten, is het alweer 23 jaar geleden dat er in Hulshorst een trein stopte, want op 31 mei 1987 werd het stationnetje gesloten. Het destijds op aandringen van een rijke landheer gebouwde stationnetje was al nooit rendabel, maar nu staat het daar dus helemaal te niksen.

Restaurant 'Rail Roads' dus was de aanleiding tot dit stukje proza! Als je railroads zegt, zie ik op mijn netvlies altijd een naar de einder verdwijnende spoorlijn op een immens eindeloze prairie. Midden op die eindeloze steppe, zittend te paard nabij een eenzaam en verlaten waterreservoir, zie ik in de verte een zwarte rookpluim met grote snelheid op mij afkomen. Het is het ijzeren paard dat voor m'n neus, nadat het met veel gesis en geknars van stoom en wielen tot stilstand is gekomen, heet en dorstig water begint in te slaan.

Mogelijk heb ik teveel westerns gezien in het verleden, hoe zou je anders op zulke simpele gedachte komen. Overigens van een goeie western kan ik nog steeds genieten. Pas nog, toen ik maar wat zat te zappen op TV en geboeid bleef steken bij 'Once Upon a Time in the West'. Een klassieker van Sergio Leone (1929-1989) uit 1968 met in de hoofdrollen Charles Bronson (1921-2003) als de mysterieuze wreker en mondharmonicaspeler, Henry Fonda (1905-1982) als de superschurk en Claudia Cardinale (1938) als de mooie maar droevige weduwe. Het drama dat zich afspeelt rond aanleg en bouw van een spoorlijn en een station in 'the middle of nowhere' heb ik toch zeker wel een paar keer gezien, maar het blijft een boeiend epos voor me. En de door Ennio Morricone (1928) vooraf gecomponeerde muziek met dat ijl klinkende mondharmonicaatje is ook al zo prachtig, de LP heb ik destijds bijkant grijs gedraaid.



Railroads waar ook ter wereld, ze blijven tot de verbeelding spreken.

zaterdag, mei 29, 2010

Haveneiland-Oost



Wandelend op Haveneiland-Oost in IJburg, na daar eerst met H, C en J lekker te hebben gegeten in DOK48, kon ik me haast niet voorstellen dat hier amper negen jaar geleden de eerste paal de grond in ging. Ze zijn op IJburg, de nieuwste suburb van Amsterdam nog lang niet uitgebouwd, maar voor mij heeft het nu al de allure van een metropool, in ieder geval iets grootstedelijks. Toen ik beginjaren zeventig in Amsterdam op de Academie van Bouwkunst zat, waren de stadsuitbreidingen en de groeisteden resp. in en rond de gemeente Amsterdam veelal studieprojecten voor ons. Voor de nieuwste stadsuitbreiding werd destijds gekozen voor de Bijlmermeer. Het uit 1964 daterende Pampusplan (eilanden in het IJmeer tussen het Zeeburgereiland en Pampus) van architect J.B. Bakema werd toen terzijde geschoven. Maar in de jaren negentig kwamen de planologen en stedebouwers toch met het IJburgplan op de proppen, een regelrechte variant dus van het oude Pampusplan.

En nu in 2010 waan je je op die opgespoten eilanden in het IJmeer al in een grote stad. Een stad met veel architectonische hoogstandjes in zowel de woningbouw als in de utiliteitsbouw, en ook de vele bruggen op IJburg zijn van een grote schoonheid. Het zijn ook niet de eerste de beste architectenbureau's die hier hun steentjes bijdragen. Bijzonder vind ik het eigen bureau van architecten Claus en Kaan nabij de kop van de haven. Een betonnen doos met vensters uitkijkend over het IJmeer, grote rechthoekige vensters, allemaal gelijk van maat, in strenge regelmaat naast en boven elkaar verdeeld in het naturel betonnen gevelvlak.
Van de vele miskleunen in de Bijlmermeer hebben we kennelijk toch wat geleerd, al zal met dat moordende bouwtempo uiteraard hier ook niet alles vlekkeloos verlopen.

En graffiti ontbreekt ook hier weer niet. Op een betonnen hoeksteen nabij de oude toegangsweg naar eetcafé Blijburg en het strand, worden 'oude mannen' keurig in kapitalen gespoten naar links verwezen en 'thaise vrouwen' naar rechts. Ik heb er een foto van gemaakt, maar wat is het eigenlijk en wat zegt het? Thuis googelend op m'n pc ontdekte ik dat Flickr er ook een foto van had gemaakt met als onderschrift: Why would you want to make a streetsign like this? What is it? What does it say? Aan de andere kant van de hoeksteen een vrouwspersoon met hoofddoek, weer zoiets, wat heeft dit te betekenen? Heb ik iets gemist? Ben ik soms iets vergeten? Intrigerend! Flickr had ook hier weer een foto van gemaakt met als onderschrift: I think somebody forgot something .. or maybe my sense for simplification ends here. Grappig die commentaren, trouwens boven de laatste foto stond ook nog 'Girl with the Pearl Earring' maar die oorbel kon ik niet zo één twee drie ontdekken, of bedoelen ze daar soms dat afgedichte centergat half boven haar hoofd mee.

Ik ben benieuwd hoe de stad zich hier zal ontwikkelen, wat bewoners en gebruikers er samen van gaan maken, hoe de sfeer zal zijn over tien jaar en hoe het er dan zal uitzien. Een dynamisch en boeiend proces!

woensdag, mei 26, 2010

verjaardagsfeestje



Het was op tweede pinksterdag rond drie uur druk in 'de Lachende Vis', het stamcafé van de "Oud Empelnaren" in 's-Hertogenbosch. De mensen op het bomvolle en zonnige buitenterras kwamen ons niet bekend voor, jammer, dan toch maar binnen kijken. En ja hoor daar zat ze, bij haar geliefde temidden van kinderen, kleinkinderen, vrienden, bekenden en bedienend personeel. Het zonnige buitengebeuren viel door het stralende voorkomen van de jarige W in één klap in het niet, en dat ondanks (of misschien wel dankzij) de 70 kruisjes achter haar naam.

Eerst was daar natuurlijk het bekende begroetingsceremonieel, er werd gefeliciteerd, handjes werden geschud, zoentjes werden uitgedeeld (wanneer gaan we eindelijk weer eens terug naar 2 of zelfs 1 zoen i.p.v. 3 op de wang of in de lucht) en een enkele nieuwkomer in de club werd voorgesteld aan iedereen. En terwijl we aan het bijkomen waren van dit toch wel enigszins vermoeiende ritueel lieten we ons, al keuvelend links en rechts, de koffie met een Bossche Bol goed smaken. En al snel daarna stond er een niet te versmaden alcoholische versnapering voor m'n neus. En waar ik ook ging zitten, steeds weer werd de voorraad door die voortreffelijke ober aangevuld, een kanjer was het!

Ondertussen klonk ons vanuit een hoek van het zaaltje prachtige muziek tegemoet. Het duo 'SILK' bestaande uit R.P (zang), de oudste kleindochter van de jarige job, en haar vriend R.S. (zang en akoestisch gitaar). Gitaarmuziek met twee stemmen (al maakten ze toevallig bij onderstaand nummer ook gebruik van een stukje elektronica), puur, dichtbij en intiem, maar ook heel professioneel qua timing vond ik. Goeie uitspraak en stemexpressie van die twee, het ene moment zijdezacht en het andere moment weer van een respectabel volume. Het zal mij niets verbazen als we die twee in de nabije toekomst veel gaan horen!



Rondkijkend in de kring halverwege het feestje, viel het me ineens op dat ik J en I uit Leiden nog helemaal niet gezien had. Maar ze waren wel onderweg werd me verteld, alleen het openbaar vervoer had weer eens een vertraging te melden. Wel een lange trouwens, en het zijn ook altijd dezelfden die erdoor getroffen worden, heel frappant! Gelukkig waren ze nog op tijd voor de soep, het buffet en het ijs, en dat was mooi.
Rond zeven uur was het weer tijd voor het afscheidsritueel, ook dat is altijd weer een gedoe. Het hoort erbij zullen we maar zeggen, het is niet anders. Einde van een leuk Brabants verjaardagsfeestje. Via de meanderende Maasdijk en het pontje zijn we rustig naar Zaltbommel gereden. Maar eenmaal op de A2 aangekomen ging het snel, we waren in no time thuis.

zaterdag, mei 22, 2010

rockband



'Jethro Tull' is een progressieve Britse (folk)rockband die al sinds 1968 meedraait. (De naam Jethro Tull werd in de beginjaren aangedragen door hun boekingsagent, een enthousiaste geschiedenisfanaat die wist te vertellen dat dat de naam was van een 18e eeuwse landbouwkundige die de zaaimachine had uitgevonden) Afgelopen woensdagavond trad de vaste band bestaande uit Ian Anderson (zang,dwarsfluit,akoestisch gitaar) Martin Barre (elektrisch en akoestisch gitaar,mandoline en soms dwarsfluit) David Goodier (basgitaar en klokkenspel) John O'Hara (keyboards en accordeon) en Doane Perry (drums en percussie) op in de Dommelsch zaal van Popcentrum 013 in Tilburg.

Tot onze verrassing waren we door J en C uitgenodigd voor dit concert. 't Was even een eindje rijden, maar het was zeer de moeite waard. Bovendien waren we voor aanvang van het concert met een hapje en een drankje op een zonnig terras alweer volop bijgekomen van onze reisbeslommeringen. Rond halfnegen was de Dommelsch-zaal mudjevol en zat of stond iedereen verwachtingsvol naar het podium te kijken. Tien minuten later was het zover en kwamen de heren op met het bekende nummer Cross-Eyed Mary. Ik vond het prachtig, ondanks dat het geluid wel erg zacht over kwam, en er bovendien zo af en toe ook nog een vals nootje te horen viel. Zou dat nou komen doordat vermoeiende gestunt op één been van Anderson op z'n ouwe dag, of zou het sowieso de leeftijd zijn? Ach, wat deed het er ook toe, het was evengoed prachtig. En het tweede nummer Beggar's Farm kwam al veel beter uit de verf, misschien mede doordat de geluidstechnicus kennelijk de juiste knoppen had gevonden. Prachtige nummers als Bachs Bourée, A Change Of Horses, Aqualung en nog meer. De reactie van het publiek werkte kennelijk aanstekelijk, steeds beter speelde de band. Met de uitsmijter Locomotive Breath gepaard met een stel kwekkende tuthola's vlak achter m'n rug als toegift gevolgd door een overweldigend applaus, kwam een einde aan een prachtige muziekavond in Tilburg.

vrijdag, mei 21, 2010

"theorie van alles"



De tentoonstelling Master the Universe! in het Universiteitsmuseum Utrecht, laat zien wat de theoretisch natuurkundigen onder ons bezig houdt, al is het natuurlijk nog maar een tipje van de sluier. De 'theorie van alles' is de heilige graal van de natuurkunde. De zoektocht naar die ene theorie die alle fundamentele deeltjes en hun krachten beschrijft. Natuurkundigen van all over the world houden zich er mee bezig. Zelf vond ik het bezoek aan de tentoonstelling in Utrecht een mooie aanvulling op mijn stukje 'Leven' van j.l. 25 januari, over de LHC-deeltjesversneller in Genève waarmee ze de Big Bang kunnen nabootsen.

De tentoonstelling is in overleg met Nobelprijswinnaar Prof. dr. Gerard 't Hooft samengesteld. De Nobelprijs kreeg hij in 1999 samen met collega-natuurkundige prof. dr. Martinus Veltman voor zijn grote bijdrage aan het z.g. standaardmodel, tot op heden de beste beschrijving van de natuur.

In Utrecht tracht men middels de tentoonstelling Master the Universe! de theoretische natuurkunde toegankelijk te maken. Door korte filmpjes en eigen proefnemingen worden principes als supergeleiding, extreem kleine deeltjes, relativiteitstheorie en zwarte gaten enigszins begrijpelijk voor de leek, en raak je zelfs een beetje betrokken bij de zoektocht naar de 'theorie van alles'.

De wandeling door de bij het museum gelegen Hortus Botanicus en het aperitiefje op het zonnige terras van 'Het Zaadhuis' was trouwens ook heel leuk.

donderdag, mei 13, 2010

Sagittarius



De laatste tijd zie ik nogal eens een ruimtefoto in de krant staan. Je weet als leek eigenlijk niet wat je ziet, maar het zijn fantastische foto's. Prachtig gekleurde foto's van geboorteprocessen van sterrenstelsels soms buiten ons eigen melkwegstelsel, honderdduizenden lichtjaren bij ons vandaan genomen door ruimtetelescopen met infraroodcamera's, zoals de Hubble (24/4'90), Kepler (7/3'09), Herschel (14/5'09) of de Wise die j.l. 7 januari is gelanceerd.

In de wetenschapbijlage van de Volkskrant zag ik een bijzondere foto van een z.g. wegloopster, die met een snelheid van 400 duizend kilometer per uur door de ruimte sjeest. De ster zo goed als zeker afkomstig van de sterrenhoop R136, een sterrenstelsel in de Grote Magelhaense Wolk op 170000 lichtjaar van ons verwijderd, is een z.g. zware ster. Zijn of haar (hoe zeg je dat?) massa is 90 keer groter dan de massa van de ons zo bekende zon. De hoge snelheid van de ontsnappende zware wegloopster is waarschijnlijk veroorzaakt door de aanwezigheid van nog zwaardere sterren in de sterrenhoop R136, die bekend staat als de kraamkamer van nieuwe sterren.

Het sterrenbeeld Boogschutter of in het Latijns Sagittarius (in mijn fantasie gaven de Romeinen pak 'm beet zo'n 50 jaar vóór Christus, dus in de tijd dat Asterix en Obelix hun het leven in de nabijheid van dat kleine Gallische dorpje zo zuur maakte, deze naam aan het sterrenbeeld) is onderdeel van de Sagittarisarm, één van de spiraalarmen van het Melkwegstelsel. Het ligt aan de zuiderhemel, in de richting van het centrum van het melkwegstelsel, op slechts een kleine 5000 lichtjaren van ons verwijderd.

Hessel van der Kooij, de zanger van Terschelling, ooit tegen zijn zin door één of andere journalist wel eens de Nederlandse Bruce Springsteen genoemd, bekend van café de 'Groene Weide' in Hoorn en de prachtige boerderij in West End, die we wel eens voor een weekje op het eiland van hem hebben gehuurd, zingt op zijn manier over Sagittarius in een liedje dat hij 'Brother Sagitarius' noemd.



I saw him passing by the other day
Not even far from it he walked the milky way
He travelled silently, straight leaves were on that way
Distant from million, prayed out in deserty

Brother Sagitarius, show me the way
Out on my valley I cannot stay
Which direction has my arrow to go?
Up on the mountains to the rivers below

There must be a mountain, don't know which name
In my misty remembrance it's always the same
There must be a river, don't know which course
High the stream up or down, there's a good place to cross

Brother Sagitarius, show me the way
Out on my valley I cannot stay
Which direction has my arrow to go?
Up on the mountains to the rivers below

Maybe I'm up to find somewhere in the world
The gates of heaven, mister, rollin' in pearls