woensdag, september 08, 2010

Oktjabrskaja



Aanvankelijk hadden we 3 tweepersoonskamers in hotel 'Moskva' besproken, maar een paar dagen voor ons vertrek kregen we te horen dat de boeking om de één of andere reden moest worden geannuleerd. We werden doorverwezen naar hotel 'Oktjabrskaja', een oud, groot (660 kamers) en klassiek ingericht hotel aan de Ligovskij-Prospektet 10, tegenover het Moskou-station in het centrum van St. Petersburg.



1e dag.
Rond halfvier in de middag kwamen we met z'n zessen aan op Pulkovo 2, de luchthaven van St. Petersburg. Na enig speurwerk in de aankomsthal zagen we een dame staan die, zoals afgesproken, een bordje 'Hildebrand' hoog hield. Het kon niet missen, dat moest Nina Galitschewa zijn, onze Russische hostes. Nadat we ons aan haar hadden voorgesteld, stapten we met z'n allen in een z.g. mashroetka, een mini-busje die ons naar hotel 'Oktjabrskaja' bracht.

Een uurtje later waren we ingecheckt en geïnstalleerd in het enorme hotel, en konden we aan onze eerste verkenningstocht in het centrum van de stad beginnen. Nina was inmiddels naar huis, haar zouden we morgenmiddag in de Hermitage terug zien. We hadden ons goed voorbereid op deze excursie, toch voelden we ons daar in het centrum even als een knap stel vreemde eenden in de bijt. St. Petersburg dat is aangelegd in de moerassige monding van de rivier de Neva, heeft een stadsconcept dat behoorlijk hybride is. Wandelend door de oude stadsdelen troffen we heel wat elementen aan van diverse Europese steden uit de achttiende eeuw. Komend vanaf de rivieroever waanden we ons eerst in Venetië, vervolgens in Wenen, daarna in Parijs, en aangekomen in de bij de haven gelegen wijk Kolomma in een ietwat gesteven stadswijk van Amsterdam. Opvallend bij dit alles was dat de ornamentering nogal eenzijdig, te sober of te banaal was. Of het nou ging om gebouwen in barok, rococo of klassicisme, echte hoogstandjes in de vormgeving en detaillering konden we zo gauw nog niet ontdekken.
Wat we tegen het schemeren aan wel ontdekten, was een soort eetcafe. En dat was maar goed ook, want we hadden van al het gesjouw een behoorlijke trek gekregen.



2e dag.
's Morgens om negen uur stonden we al weer buiten, klaar voor de wandeling richting Hermitage. We hadden goed geslapen allemaal, dus de beentjes konden er weer tegen. Onderweg tijdens een koffiestop in een soort van snackbar, zagen we verbazend veel mannetjes binnenkomen voor een wodka, en dat op de vroege ochtend! En het waren geen mannetjes die van een nachtdienst kwamen, dat was wel duidelijk. Kantoormensen zo te zien, opweg naar hun werk! In één teug gooiden ze een glas wodka achterover ter grootte van een middenmaat limonadeglas, betaalden en vertrokken weer net zo snel met hun aktetasjes onder de arm, alsdat ze waren binnengekomen.



Rond elf uur waren we bij de Hermitage, waar Nina ons al stond op te wachten. In het immens grootte museum kun je makkelijk een dag doorbrengen. Maar wij wilden nog meer zien van de stad, dus moesten we de duur van ons bezoek wel beperken tot een paar uur. Maar evengoed was het prachtig! Na de lunch in de snackbar van de Hermitage, begonnen we aan onze middagwandeling over en rond de Nevsky Prospekt en langs de rivier de Neva en diverse grachten. Een pittige wandeling die ons langs een groot aantal fraaie en belangrijke bezienswaardigheden voerde.



Langs 'het huis van het boek' (Dom Knigi) uit 1902 van arch. P.J. Sjoesov, langs de Kazankathedraal, langs het grootte warenhuis Gostiny Dvor, langs het 'toeristbureau' van arch. P. Behrens, L. mies van der Rohe, de Russian Academy of Arts, over het Plein der Kunsten en nog veel meer, enfin teveel om hier allemaal te noemen. Maar wat we bij al dat fraais niet of nauwelijks tegenkwamen, was een café of een terrasje waar we even wat konden bijkomen van al het gesjouw. Dat was dus af en toe wel even doorbijten voor de mannetjes. We zijn natuurlijk ook wel een beetje verwend met de steden zoals we die hier kennen. Met name de steden in ons landje, daar barst het in het algemeen van de kroegen en de terrasjes.





Rond acht uur 's avonds eindigden we de wandeling met een voortreffelijke Russische hap in restaurant 'Austeria' op de Peter en Paulvesting. Het begin van de stad St. Petersburg, waar in 1703 door Peter de Grote eigenhandig de eerste steen werd gelegd voor de vesting. Na het eten hebben we ons maar per taxi naar hotel Oktjabrjskaja laten brengen. De mannetjes waren voorlopig wel even uitgeteld, het was mooi geweest voor vandaag.



3e dag.
Ook op deze dag waren we weer om negen uur paraat. In de foyer werden we opgewacht door Tatjana Gorskaja, de gids die ons vandaag zou bijstaan. We hadden namelijk voor de ochtend een architectuur rondrit door de stad geregeld, en voor de middag een bezoek aan het ca. 30 km verderop gelegen 'Petershof'. Lekker zitten dus in de mashroetka, de beentjes zouden even wat meer rust krijgen.
De tocht voerde ons langs de Collonades uit 1923 (Smolny Klooster) van arch. V.A. Sjtsjoeko en V.G. Gelfrejch, classicisme uit de jaren 20, dat toegang geeft tot het Smolny-instituut uit 1806 van arch. Quarenghi.



Langs Hotel Leningrad uit 1970 van arch. S. Sperinski, V. Stroezman en N. Kamenski. Langs het Nat.Museum van de Grote Okt. Revolutie 1902-1905 van arch. I.A. Gaugin, het oorspronkelijke huis van de 'prima balerina' Ksjesinskaja (1872-1971). Langs de Moskee 1910-1915 van arch. N.V. Vasiljev en het Cultuurpaleis Lensovjet uit 1934.





Langs woongebouw Lensovjeta na karpovke uit 1931 van arch. E.A. Levinson en I.A. Fomin. Textielfabriek 'Krasnaja Znamja' uit 1925 van arch. E. Mendelssohn. Cultuurpaleis Kirov uit 1937 van arch. N.A. Trotski en N. Kozak. Winkel aan de Bolsjoj Prospekt uit 1930 van arch. Baroetsjev. Fabriekskantine met winkels 'Kirov' uit 1929 van arch. Baroetsjev, Gilter, Meerzon en Roebantsik. Cultuurpaleis Gorki uit 1927 van arch. A.I. Gegello en D.L. Kritsevski. School 'de 10e oktober' uit 1927 van arch. A.S. Nikolski. Woningbouw Traktornaja oelitsa uit 1927 van arch. A.I. Gegello, A.S. Nikolski en G.A. Simonov. Sovjetgebouw Kirov-wijk uit 1934 van arch. N.A. Trotski. De constructivistische Cultuurpaleizen 'Kapranov' en 'Lljitsj' uit resp. 1931 en 1932. Sovjetgebouw Moskou-wijk uit 1935, gemoderniseerd classicisme van arch. E.A. Levinson en I.A. Fomin.

Tegen een uur of halftwee waren we aangeland in de 'Petershof', het door Tsaar Peter de Grote in de 18e eeuw gebouwde onderkomen. Het enorme bijbehorende park is naar het voorbeeld van Versailles gebouwd. Het prachtige park is verdeeld in een boven- en benedengedeelte. Het bovenpark ligt samen met het paleis op een ca. 20 meter hoge heuvel en het benedenpark ligt op zeeniveau.
Maar we begonnen daar met een lunch in restaurant 'Schwabskij Domik' die er als gewoonlijk natuurlijk weer als pap inging. Na de maaltijd lieten we ons onder de bezielende leiding van gids Tatjana, in een paar uur door alle vertrekken van het bescheiden zomerpaleisje van wijlen Tsaar Peter sleuren. Zelden heb ik meer goud zien blinken dan daar, van kroonluchter tot serviesgoed en van deur- en raambeslag tot beelden en fonteinen, werkelijk alles was verguld.



Rond een uur of zes waren we terug in hotel Oktjabrskaja. Even een moment van rust! En 's avonds hebben we ergens in het centrum natuurlijk weer lekker gegeten.

4e dag.
Vandaag stond nog een bezoek aan het Catharinapaleis op ons lijstje. Het zomerpaleis van tsarina Catharina de Grote in Poesjkin op ca. 25 km van St. Petersburg. Ook in dit bescheiden onderkomentje, ontworpen in rococostijl door de Italiaanse arch. Rastrelli, was alles weer pracht en praal. Een gigantische balzaal met een prachtig beschilderd plafond, en de grote kachels in alle vertrekken bekleed met Delfts blauwe tegels.



Rond één uur hebben we in 'Podworje', een Russisch traditioneel restaurant in de omgeving van St. Petersburg, samen met onze hostes Nina Galitschewa nog uitgebreid zitten lunchen, een afscheidslunch!

Ons vliegtuig zou om 16.10 uur vertrekken, we hadden dus nog wel even tijd, maar vluchtnummer KL 286 moesten we natuurlijk wel halen. En de formaliteiten op Pulkovo 2 namen ook nogal wat tijd in beslag. Maar het liep allemaal gesmeerd, exact conform de dienstregeling kwamen we los van Russische aarde en waren we opweg naar Amsterdam.

zondag, september 05, 2010

fam. v. Dogg's knooppuntentocht



Aanloop, organisatie en beleving van de jaarlijkse familiefietstocht, die al een aantal decennia lang steevast op de eerste zaterdag van september gehouden wordt, was dit jaar anders dan anders. Het ziekbed en het overlijden van Jan v V. die toevallig ook nog één van de organisatoren zou zijn dit jaar, drukte nog zwaar op ons gemoed. Het was ook allemaal nog zo kort geleden! Het leven gaat door, dat weten we, en dat willen we ook allemaal, maar toch! De beloning voor een ieder van ons in de vorm van het vertrouwde fietsvaantje is er voor het eerst een keer bij ingeschoten.

Rond halftwaalf was het verzamelen en begroeten in restaurant/grand café Peacock's in Ermelo, 23 personen telde de fietsgroep en een grote hond in een fietskarretje. We begonnen met onszelf eerst maar eens te trakteren op koffie met appelgebak. En toen we waren uitgesmikkeld kregen we van 'good old brother-in-law' Ad, de coördinaten van een door hem uitgezochte 40 km lange knooppuntenroute uitgereikt. Verdwalen konden we nu niet meer!


Tegen halféén zaten we eindelijk in het zadel, en zette de groep zich langzaam maar zeker in beweging richting knooppunt 39, ons startpunt elders in Ermelo. Maar nog voor we dit punt hadden bereikt, lag Alida al met snorfiets en al in een heg. Hilariteit, ze had de bocht kennelijk iets tekort genomen. Maar na enig gekrabbel zat ze weer in het zadel en konden we ons pad vervolgen. De fietstocht van knooppunt naar knooppunt was prachtig. Over smalle maar verharde paden fietsten we afwisselend door bos en over zandverstuivingen en heidevelden. Het was mooi fietsweer, dus waren we bepaald niet alleen. De vele tegenliggers en achteropkomende snelfietsers drukten, bij mij althans, soms een lichte smet van irritatie op de beleving van deze prachtige tocht.

De rustpauze bij restaurant de 'Boerenschuur' in Vierhouten deed ons even goed. Lekker in het zonnetje lieten we ons de tosti's en pannekoeken goed smaken. Maar ja, we moesten toch weer verder, want we hadden om zes uur besproken bij de Italiaan in Ermelo. Dus hup, weer in het zadel met de hele hap. Via landgoed Staverden en schaapskooi Ermelo ging de tocht terug richting startpunt 39. Mink kwam nog even flink te kletteren, maar toen de traantjes waren weggepinkt konden we opgelucht weer verder. En klokslag zes uur melde de hele troep zich dorstig en uitgehongerd bij Ristorante Pizzeria ITALIA. Tot mijn verrassing werden we daar door Reini en Christien, de twee niet-meefietsers die dag, verwelkomt. Ze zaten met z'n tweetjes al aan de lange, reeds voor 25 personen gedekte tafel! Dat zag er natuurlijk wel een beetje droef uit, maar dat beeld was snel veranderd toen de hele meute z'n plaats had ingenomen!

Het bier was goed, de wijn was goed, en de pizza Mare e Monto, de Tagliatelle Gorgonzola, de Coppa Amarena en de Cappuccino waren ook goed. Maar bovenal was de sfeer goed, ondanks het voelbare gemis van één van ons. Rond een uur of negen was iedereen wel uitgegeten en restte ons nog afrekening en afscheid. En met de toezegging van Carla in ons aller achterhoofd, dat zij volgend jaar de fietstocht zal organiseren, naar ik aanneem in de omgeving van Purmerend, ging een ieder zijns weegs.

vrijdag, september 03, 2010

Dinner



Als je echt wat te vieren hebt, ga je niet naar het eerste beste eetcafe, al is daar opzich ook weer niets mis mee. Nee, als je echt wat te vieren hebt bespreek je een tafeltje in een goed restaurant, en daar hebben we er genoeg van in Harderwijk. Op de Vischmarkt kan je zelfs kiezen tussen twee restaurants met een Michelinster. Gisteren hadden we een dag om wat te vieren, dus wij naar de Vischmarkt. Bij de buitendeur viel ons al een hartelijk en warm onthaal ten deel. En toen we eenmaal zaten voelden we ons door de aangeboden champagne van het huis al snel op ons gemak in het haute cuisine wereldje van de Basiliek.

Restaurant 'Basiliek' is gevestigd in de voormalige kloosterkapel, enig overblijfsel van het Sint Agnietenklooster. Het klooster van onbekende ouderdom werd voor het eerst genoemd in 1439. Het was gebouwd aan de noordzijde, aan de buitenkant van de stad. Ik las dat tijdens de beeldenstorm in 1566 de kapel ook zwaar werd beschadigd, maar dat die in 1577 weer werd hersteld. De kapel heeft meerdere functies gehad in de loop der tijden, ooit was het ook het stadstimmerhuis. Maar sinds 1984 is het gerenoveerd en ingericht als restaurant, en het huidige ster-restaurant zit er nu alweer sinds 2006.

We hebben ons in die prachtige ambiance ruim 3,5 uur door de kok laten verrassen met een bijpassend wijnarrangement. Van amuse tot voorgerecht, van voorgerecht tot hoofdgerecht, van hoofdgerecht tot nagerecht, van nagerecht tot dessertamuse, dessert, koffie, friandises en cognac, het was allemaal even verrassend en lekker. Het was een mooi avondje!

woensdag, september 01, 2010

Schaamstukken?



Gisteren zijn we weer eens in Gemeentemuseum Den Haag geweest. Buiten in de vijver hadden ze net een reuzenspin geplaatst van de Frans-Amerikaanse kunstenares Louise Bourgeois (1911-2010), de 'grand dame' van de moderne kunst die j.l. 29 mei op ruim 98 jarige leeftijd in New York is overleden. Ik las dat ze nog wel nauw betrokken geweest is bij de voorbereidingen van deze expositie. Pas op hoge leeftijd, ze was al 71 jaar, beleefde Bourgeois haar grote artistieke doorbraak, en werd ze gerekend tot één van de belangrijkste kunstenaars ter wereld. Haar surrealistische werken bezitten een universele herkenbaarheid doordat ze putte uit haar eigen (jeugd)ervaringen. In haar werk zocht ze voortdurend naar een uitdrukkingsvorm voor de zielepijn die menselijke relaties veroorzaken.

Het tot monument uitgeroepen museumgebouw van gele baksteen en veel verspringende bouwvolumes van architect H.P.Berlage (1856-1934), wordt tegenwoordig beschouwd als een hoogtepunt uit de moderne architectuur. Overigens Berlage zelf, die de afronding in 1935 niet meer heeft kunnen mee maken, beschouwde het als zijn beste werk. In het museumgebouw heerst een haast serene sfeer, waarin de getoonde kunstcollecties goed tot hun recht komen. Mooie doorkijken en een prachtige lichtval.

Er waren diverse exposities te zien o.a. de tentoonstelling Andere tijden - Nieuwe werelden , hoogtepunten uit de collectie van het museum. Veel werken hadden we in een andere context al vaker gezien. Maar topstukken van Monet, Picasso, Mondriaan, Schiele, van Gogh, Cézanne, Kandinsky, Toorop, Bourgeois enz. in één tentoonstelling samengebracht is natuurlijk wel bijzonder!

Er was een tentoonstelling gewijd aan werk van de autodidactische kunstschilder Gerrit Benner (1897-1981). Diverse abstracte, veelkleurige landschappen in neo-expressionistische stijl.

Verder was er werk te zien van Jan Dibbets (1941), het boegbeeld van de conceptuele kunst. Dibbets doet veel met fotografie, de tentoongestelde serie 'New Horizons' waarin hij land en zee tot een imaginair, minder plat Hollands landschap mixt, schijnt gebaseerd te zijn op 'Sectio Aurea', een werk van hem uit 1972.

Vervolgens kwamen we in een zaal terecht met een serie bizarre maar intrigerende schilderijen genaamd, 'Schaamstukken', werk van de Zuid-Afrikaanse kunstschilderes Ina van Zyl (1971). Ik had nog nooit wat van haar gezien of gehoord, toch schijnt ze al een paar jaar in Amsterdam te wonen en te werken.

Realistische uitsneden van schaamstreken, mannelijk en vrouwelijk, hier en daar afgewisseld met een beeltenis van een weelderige bloem, donkere vrucht of walnoot. In eerste instantie voelde ik me een beetje een voyeur. Wat is dit, en waarom? Is het erotisch, is het suggestief of is het bedoeld als stilleven? Ik ben er niet uitgekomen, maar nader bekeken ebde mijn gevoel van gêne wel enigszins weg, en vond ik de uitvergrotingen eerder abstract dan shockerend. Introvert werk ook, en werk dat volgens mij tegenstrijdige gevoelens blijft oproepen, gevoelens van verlangen, van eenzaamheid maar ook van gêne.

vrijdag, augustus 27, 2010

stadswandelingen



Toen ik 'Nachttrein naar Lissabon' las, waande ik mijzelf ook even terug in die stad. De schrijver Pascal Mercier (pseudoniem van Peter Bieri, Bern 1944, hoogleraar filosofie in Berlijn) laat in deze roman de hoofdpersoon Raimund Gregorius door deze voor hem totaal onbekende stad dwalen. Op zoek naar sporen van Amadeu de Prado, een Portugese arts die hem danig intrigeert omdat die zo indringend over de diepste ervaringen in het leven van de mens heeft geschreven.


de eerste dag:
Met de tickets op zak voor KLM vlucht 1697L van 21.10 uur naar Lissabon, melden we ons 's avonds op Schiphol tijdig aan de vertrekbalie. Althans dat dachten wij mannetjes van het Herenleed, met z'n vijven waren we. Maar tot onze verbazing kregen we te horen dat het vliegtuig vol zat, we konden niet meer mee! Hoe kan dat, we hebben toch tickets voor deze vlucht. Een kwestie van overboeking heren, dat doen de vliegmaatschappijen standaard. Als je dan niet tijdig aan de vertrekbalie staat, dus min. 2 uur voor vertrek, en niet zoals jullie doen amper 1 uur, loop je dus kans niet meer mee te kunnen. Mooi is dat, maar wat nu? Morgenvroeg om halfzeven was de eerste vlucht die kant op, maar dan wel met een overstap in Madrid. Probleem? Ja natuurlijk, maar we hebben weinig keus toch? Behalve excuus kregen we van de KLM logies met ontbijt aangeboden in hotel Ibis Schiphol en de man een handje vol smartegeld.

de tweede dag:
De vlucht verliep probleemloos, al moesten we in Madrid tijdens de overstap nog wel even rennen om het andere vliegtuig te halen. Maar tegen het middaguur konden we ons dan toch inchecken in hotel 'Borges' aan de Rua Garrett in Chiado, het culturele centrum van Lissabon. Eindelijk konden we beginnen aan onze stadswandelingen!

We begonnen met een pilsje in het naast ons hotel gelegen 'Brasileira', het beroemste cafe van Lissabon. Voor het café zittend in brons gegoten, de Portugese schrijver Fernando Pessoa zoals hij daar tijdens zijn leven vaak zat, uiteraard poseerden we even om de beurt voor een foto.'Elevador de Santa Justa' een bijzondere stalen liftconstructie van ca. 45 meter hoog, gebouwd rond 1900 door Ponsard (leerling van Eiffel) was ons eerste doel. De lift verbind de Santa Justa-straat met het hoger gelegen Carmoplein. Onderweg er na toe bekeken we een prachtig tegelhuis gebouwd in 1864 aan de Rua da Trindade. Rechts van ons Baixa de benedenstad, dat volgens Raimund Gregorius in 'Nachttrein naar Lissabon' op een schaakbordpatroon lijkt. Voor ons de ruime Avenida da Liberdade, waar die malle Gregorius nabij zijn hotel op zijn oude bril ging staan. Met de hiervoor omschreven lift daalden we af en vervolgden we de wandeling naar Rossio in de benedenstad Baixa.Na in café Nicola eerst wat verfrissends te hebben genomen vervolgden we ons pad via een wandeling over en langs Praça da Figueira, Teatro National, Station Rossio, Casa di Alentejo, Praça dos restauradores, Palazio Foz kwamen we aan bij Elevador da Gloria, de tram die ons weer een behoorlijk stuk hoger op bracht naar Miradouro de Sâo Pedro de Alcantara, een prachtige tuin met een geweldig uitzicht op de stad.
We vervolgden onze wandeling via Sâo Roque naar het hart van Bairro Alto. De bovenstad waar onze vriend Gregorius op zoek ging naar het blauwe huis. Via Palacio de Sâo Bento waar het Portugese parlement zetelt wandelden we naar Jardim da Estrala, het oudste park (ca. 1850) van Lissabon, met een fraaie smeedijzeren muziektent en mooie terrasjes waar we even dankbaar gebruik van maakten, we waren toe aan een verkoelend biertje.Vandaar naar Amoreiras, het in de jaren '80 gebouwde woon-, werk- en handelscentrum naar een ontwerp van architect Tomás Taveira, deden we gedeeltelijk maar per taxi, het biertje was kennelijk een beetje teveel in onze benen gezakt.Nadat we Amoreiras hadden gezien waren we het zat, het was tijd om op te frissen en iets anders te gaan doen. Wat we aanvankelijk in een hele dag hadden willen doen, hadden we door het gedoe met de verlate vlucht in een halve dag gedaan. Via Jardim Botanico, Praça Principe Real enz. zijn we terug gewandeld naar ons hotel aan de Rua Garrett in de wijk Chiado. Deze historische wijk brandde in 1988 grotendeels af, maar daar was weinig of niets meer van te zien. Onder supervisie van architect Siza Vieira is de wijk in 10 jaar helemaal herbouwd. Kleinschalig, gedifferentieerd en levendig met veel pleintjes, café's en restaurants. De avond hebben we daarom doorgebracht in de nabijheid van ons hotel, in een klein restaurantje maar natuurlijk wel met een mooie droevige fado zangeres die wel wat weg had van Amália Rodrigues.

de derde dag:
Verkwikt en uitgerust gingen we na het ontbijt rond half negen weer op pad. We begonnen met een wandeling naar Mercado da Ribeira Nova. Een in 1882 gebouwde markthal aan de Avenida 24 de Julho, waar al een drukte van belang heerste.Naar de wijk Belém ons tweede doel namen we even de bus. Eén van de bekendste bouwwerken daar is Torre de Belém, een verdedigingsbolwerk gebouwd in 1521 naar een ontwerp van de militaire architect Francisco de Arruda.Vandaar wandelden we naar de Ermida de Sâo Jerónimo, een eenvoudig kapelletje gebouwd in 1514.We bezichtigden Museu Marinha, een maritiem museum en het klooster Mosteiro dos Jerónimos waar we koffie dronken. Verder naar het Centro Cultural de Belém aan het Praça do Império. Eén van de grotere culturele centra's in Europa, ontworpen door de Italiaanse architect Vittorio Gregotti en de Portugese architect Manual Salgado. Het was te zien dat ze bij het ontwerpen aardig rekening gehouden hadden met de architectuur van de bestaande bouwwerken in de omgeving.In de Rue de Belém lunchten we in restaurant 'Pastei de Belém'. Volgens de ober met de lekkerste pasteitjes van Lissabon. Ze waren inderdaad erg lekker.Na de lunch namen we de bus naar Praça do Comércio in de benedenstad Baixa, waar we vervolgens de tram namen naar Castelo de Sâo Jorge in Alfama, de oudste wijk van Lissabon. De fundamenten van het kasteel dat gebouwd is op de hoogste heuvel van Lissabon dateren uit de 6e eeuw vóór Christus!Het uitzicht over de stad en de Rio Tejo (de Taag) was overweldigend mooi. In de verte, aan de overkant van de Tejo lag Cacilhas. De plek waar Gregorius met de sonates van Schubert op zak naar toevoer, opzoek naar Joâo Eça. Gemarteld slachtoffer tijdens het Salazar-regime en oom van Mariana Eça, zijn oogarts die in de wijk Alfama woonde. Alles met het doel meer te weten te komen over Amadeu de Prado. Beiden kenden elkaar van het verzet van voor 1974 tegen de dictatuur van Salazar en zijn vazallen.Na de prachtige wandeling langs en over de oude muren en kantelen van het kasteel, namen we een korte theepauze op een uitkijkterras. Via de schilderachtige straatjes van Santa Cruz wandelden we vervolgens naar de kerk Santa Luzia. En verder via Rua de Sâo Miguel en Largo do Chafariz de Dentro naar de 12e eeuwse Sé Catedral.De in de vorm van een latijns kruis gebouwde kathedraal is gebouwd in de tijd van Dom Afonso Henriques, de eerste koning van Portugal.
Een plensbui deed ons vervolgens in een cafeetje belanden, overigens waren we toch al aan een biertje toe. Behalve ons biertje kregen we een heerlijk uitziende portie worst van het huis voorgeschoteld. We hadden trek, dus hup daar gingen de stukjes worst, maar met dezelfde snelheid deed ieder van ons ze weer op het schoteltje belanden. Nog nooit hadden we zoiets smerigs in de mond gehad, ontzettend! We lusten alles en de Portugese keuken is heerlijk, maar dit was foute boel. We vroegen de eigenaar wat het was, maar de man sprak alleen maar Portugees dus werden we niet veel wijzer. Filosoferend kwamen we op pens terecht, pens geven we in onze contreien aan onze hond, maar in Portugal en Spanje wordt het ook door de mens gegeten. Het wordt dan lekker gemaakt met allerlei heerlijke kruiden e.d. De worst die we voorgeschoteld hadden gekregen was mogelijk een ontzettend slecht bereide pensworst!Na de vieze smaak met nog een biertje te hebben weggespoeld, vervolgden we onze wandeling richting hotel Borges. 's Avonds hebben we in een klein Portugees restaurantje in de wijk Chiado weer heerlijk gegeten, en wederom met een mooie droevige fado zangeres.
de vierde dag:
We vertrokken na het ontbijt met de bagage (rugzakje) bij ons, we kwamen niet terug in het hotel. Op station Baixa-Chiado namen we de metro naar station Oriente bij het Expo'98 terrein, het prachtige station, gebouwd in 1994 naar ontwerp van de Spaanse architect Santiago Calatrava (1951).Nadat we het station uitvoerig hadden bekeken, hadden we nog een paar uur over om enkele andere paviljoens op het Expo'98 terrein te bekijken.Onderanderen het paviljoen van Portugal naar ontwerp van de Portugese architect Alvaro Siza (1933), maar ook het multifunctionele 'Utopia' paviljoen van architect Regino Cruz en het Ocean paviljoen van de Amerikaanse architect Peter Chermayeff. De tijd was te kort om alles goed te doen, we moesten het vliegtuig van 14.00 uur naar Amsterdam halen. Om het Expo'98 terrein toch nog even goed te kunnen overzien, zijn we de bijna 150 meter hoge Vasco da Gamatoren maar opgegaan van de Portugese architect Francisco da Arruda.Einde van een aantal prachtige stadswandelingen in Lissabon.

woensdag, augustus 25, 2010

Mondriaanhuis



Op 7 maart 1872 werd Piet Mondriaan aan de Kortegracht 11 in Amersfoort geboren. Hij heeft er maar tot z'n 8 ste jaar gewoond, daarna is de kleine Piet met z'n ouders en de rest van het gezin Mondriaan naar Winterswijk vertrokken. In Winterswijk heeft Mondriaan na de middelbare school dus de fundering gelegd voor zijn wereldberoemde carrière als kunstenaar. Maar desalniettemin kan Amersfoort er zich op beroemen dat de invloedrijke kunstenaar er geboren is. En wij zijn vandaag in zijn geboortehuis geweest.

Op initiatief van architect Leo Heijdenrijk (1932-1999) en zijn vrouw Cis, is daar sinds 1994 het Mondriaanhuis in gevestigd. Leo Heijdenrijk was één van de companen van architectenbureau v.d. Grinten, Heijdenrijk en Manche, mijn vroegere werkgever in de Elleboogkerk aan de Langegracht een eindje verderop. (Zie ook mijn stukje Elleboogkerk van 23/10'07) Aan de de voorzijde, de Kortegrachtzijde, is het pand nog authentiek. Aan de achterzijde is het pand vrij recentelijk verbouwd en uitgebreid. Het is een prachtig museumpje met een verrassende lichtval in met name het nieuwe gedeelte. Op de beganegrond is een permanente expositie te zien over leven en werken, van de op 1 februari 1944 in New York overleden Mondriaan. Brieven, notities en schilderijen uit diverse perioden, maar ook zijn op ware schaal nagebouwde Parijse Atelier aan de Rue du Départ 26, waar hij tot 1938 woonde en werkte.

Op de verdieping was een tentoonstelling van Herman Scholten (1932) te zien, een textielkunstenaar. Prachtige wand- en vloerkleden zagen we, met een fenomenale ruimtelijke werking. Geometrisch-abstract werk, en als zodanig ook erg verwant aan het werk van Mondriaan en andere kunstenaars van De Stijl-groep.

We waren nog niet in het Mondriaanhuis geweest, maar het was de moeite waard. Niet groot, maar wel opmerkelijk. Een mooi, intiem museumpje!

maandag, augustus 16, 2010

mens en natuur



Academie van Bouwkunst Amsterdam, herfst 1972. In de bomvolle twintig balkenzaal moest een aantal studenten genoegen nemen met een staanplaats. Veel belangstelling dus voor een college over 'mens en natuur' van de destijds 48 jarige charismatisch en omstreden beeldend kunstenaar, schrijver, filosoof, professor honoris causa, ecotect, leraar tekenen en eigenwijs mannetje Louis G. Le Roy.

Aanvankelijk stond ik sceptisch tegenover de anarchistische ideeën van Le Roy, maar van mijn scepticisme was na afloop van het college weinig over. Onderweg naar huis had ik mijn plan al gemaakt, ik wist wat mij te doen stond. De hele tuin moest op de schop, weg met de keurige maar saaie bloemperkjes en gazonnetjes!
Met behulp van prachtige 6x6 dia's van allerlei z.g. onkruiden had Le Roy me tijdens het college laten zien, hoe de saaie monocultuur van zijn weiland nabij Oranjewoud sinds de eind jaren zestig veranderde in een boeiende ecologische complexiteit. Laat groeien wat groeit en beperk het menselijk ingrijpen tot de allernoodzakelijkste handelingen, was zijn credo. Alleen in het begin mag de mens begeleiden, differentiatie bieden, hoog, laag, droog, nat, licht, donker, hard, zacht enz. maar daarna dient hij zich snel terug te trekken. De natuur ordent immers zichzelf. Dus niet spitten, niet sproeien, niet snoeien en laat liggen wat valt t.g.v. het natuurlijke rottingsproces in de bodem. Eerlijkheidshalve moet ik erbij zeggen dat de hele gedachtengang ook nogeens koren op mijn molentje was, tuinieren was nou eenmaal niet mijn grootste hobby.
Het resultaat van de rigoreuze ingreep in ons tuintje is nu bijna 40 jaar later nog te zien. De huidige bewoners hebben weinig of niets veranderd aan de tuin. Het proces van ecologisch complexiteit waar we destijds de aanzet toe hebben gegeven, is daar dan ook nog volop in ontwikkeling.

En dat gaat ook op voor Le Roy's weiland van eind jaren zestig, en voor de in 1983 gestartte bouw van de z.g. Ecokathedraal in Mildam. Dat laatste project zal zich volgens de nu 86 jarige Le Roy in ruimte en tijd ontwikkelen tot een hoogcomplex organisch netwerk. Het ecokathedraalconcept nodigt ook uit tot participatie, een principiële stellingname van Le Roy. Hij wil de bevolking de zeggenschap over de eigen omgeving teruggeven. Een stellingname die bij andere projecten van Le Roy steevast tot commotie heeft geleid bij met name de opdrachtgevers.



Binnenkort willen we graag met kinderen en kleinkinderen wat rond gaan fietsen in de prachtige omgeving van Parkgebied Oranjewoud. Grand Café Tjaarda (sinds 1877), lijkt mij een mooi centraal gelegen uitgangspunt. Kunnen we in de Ecokathedraal eens gaan kijken, hoe het participatieproces daar, zich verhoudt tot het proces van ecologische complexiteit. Een boeiend en leerzaam uitstapje lijkt mij!
En een bezoek vervolgens aan de tentoonstelling 'Beroerd Landschap' in het nabij gelegen museum Belvédère, sluit volgens mij mooi aan op het onderwerp 'mens en natuur'. (Het in 2004 door koningin Beatrix geopende museum is ontworpen door architect Eerde Schippers 1956, partner van Inbo Drachten). In de tentoonstelling laten vier Nederlandse kunstenaars zien welke gevolgen het menselijk handelen kan hebben op natuur en cultuur. Alle vier richten ze zich op andere aspecten van het proces van afbraak, ondergang, destructie en ravage. Olphaert den Otter (1955) behandelt op apocalyptische wijze de vier elementen, Raquel Maulwurf (1975) verbeeldt oorlogstaferelen en verwoeste steden, Renie Spoelstra (1974) toont geheimzinnige en geladen gebieden, terwijl Henri de Haas (1937) hedendaagse vraagstukken van oorlog en vrede verbindt aan ervaringen uit de Tweede Wereldoorlog.

En als we dat ook allemaal hebben gezien en verwerkt, zit de vijf wel in het uur. Terug naar het Grand Café voor een drankje en een hapje!

afscheid



Vier dagen geleden hebben we elkaar in het ziekenhuis voor het laatst gesproken. Jan had net te horen gekregen dat ze niets meer voor hem konden doen. Het einde van 3,5 jaar strijd was nabij. Een strijd die hij in zijn hart eigenlijk van begin af aan als verloren wist. Maar zonder hoop vaart niemand wel, vol goede moed onderging Jan de één na de andere behandeling. Het heeft hem tot voor een maand of vijf geleden verwachtingsvol en redelijk stabiel op de been gehouden. Maar toen ging het ineens snel mis en zag ik soms de wanhoop. Chemo, bestralen, bloedtransfusies, niets hielp meer.

Toen we vier dagen geleden in het ziekenhuis afscheid namen, keken we elkaar even in de ogen. Zijn blik sprak boekdelen! Hij zou de andere dag naar huis gaan, om daar hopelijk de tijd die hem nog rest door te kunnen brengen. We komen je thuis weer opzoeken Jan, is goed, maar bel wel eerst. Maar gisteren werden wij zelf gebeld door Jeannette, of we langs wilden komen want Jan was zaterdagavond in het bijzijn van zijn geliefden in een zelfverkozen diepe slaap gebracht. Een slaap waaruit hij niet meer zal ontwaken! Palliatieve sedatie heet dat, zelfs met morfine was het leven niet dragelijk meer, de pijn te erg.

Thuis in zijn vertrouwde omgeving, hebben we gisteren samen met J en beide dochters een poosje bij Jan gezeten. De ademhaling zwaar en onregelmatig, vocht en morfine via infuus. Hoe lang nog is gissen, 2, 3, 4 dagen, en zal de sedatie nog moeten worden opgevoerd? De tijd zal het leren, maar pijn zal Jan niet meer voelen!

maandag, augustus 09, 2010

Goud uit Georgië



De tentoonstelling 'Goud uit Georgië' die ik vanaf begin maart j.l. al graag wilde zien, is verlengd t/m 15 augustus 2010 las ik, en daarna sluit het Drents Museum in Assen gedurende één jaar zijn deuren vanwege bouw- en verbouwperikelen. Het zoveelste museum in ons land waar we voorlopig niet meer in kunnen. Als het inderdaad bij één jaar blijft, lijkt mij de sluitingsmisère in Assen te overzien. Maar gezien de ervaringen met planningen voor dergelijke projecten elders in het land, moet ik dat eerst nog zien.
Maar ze krijgen daar volgens mij wel iets moois. Behalve dat ze de boel daar gaan verbouwen en herinrichten, wordt er naar een ontwerp van de flamboyante architect Erick van Egeraat (Associated architects EEA Rotterdam), ook nog een geheel nieuwe tentoonstellingsvleugel en entreehal bijgebouwd.

Maar zover is het allemaal nog niet. Gisteren hebben we, een beetje op de valreep dus, de tentoonstelling 'Goud uit Georgië' alsnog gezien. Het bijzondere van de tentoonstelling vond ik, dat je door het bekijken van al die fijn gedetailleerde sieraden en gebruiksvoorwerpen, als bezoeker werd meegevoerd in de geschiedenis van Georgië tot meer dan 3000 jaar vóór Christus.



Ik wist eerder eigenlijk niet zoveel over dat land. Ja, dat het tot beginjaren negentig een deelrepubliek van de Sovjet-Unie was, dat massamoordenaar Jozef Stalin daar in 1879 in Gori is geboren, en dat het begrensd wordt door o.a. de Zwarte Zee in het westen en het machtige Kaukasusgebergte in het noorden. En o ja, de geschiedenis van de Georgische begraafplaats 'Loladse' op Texel nabij Oudeschild, waar ik nog wel eens kom. Maar door de z.g. Rozenrevolutie van 2003 in Georgië, de nieuwe jonge president Micheil Saakasjvili (1967) en zijn Nederlandse echtgenote Sandra Roelofs (1968), en de regelmatige conflicten die Georgië tot op heden heeft met z'n eigen deelrepublieken Abchazië, Adzjarië en Zuid-Ossetië (vers in het geheugen ligt nog de strijd in 2008, waarbij de Nederlandse cameraman Stan Storimans in Gori om het leven kwam), is het land de laatste jaren in het westen veel meer in beeld gekomen. Ook al door de dubieuze rol die Rusland en m.n. Vladimir Poetin daar in schijnt te hebben.
Maar dat is allemaal geschiedenis van onze tijd zal ik maar zeggen, en daar ging de tentoonstelling nu niet over. Met uitzondering van de prachtige foto's van de Georgische fotograaf Archil Kikodze (1972) van hedendaagse daar en het prachtige Georgische landschap.

Hierna citaten uit het bijschriftenboekje van 'Goud uit Georgië':

Van alle mythen in de hele wereld schijnt de bekendste wel het Griekse verhaal van Jasons zoektocht naar het Gulden Vlies te zijn. Jason was de zoon van een koning, die door zijn halfbroer van de troon werd gestoten. Door zijn ouders werd Jason daarom elders in veiligheid gebracht. Toen Jason echter twintig was, eiste hij de troon op, waarop zijn oom Pelias hem die beloofde op voorwaarde dat Jason hem het Gulden Vlies zou brengen. Jason verzamelde vervolgens een aantal Griekse helden om zich heen, de Argonauten, genoemd naar hun schip de Argo, en ging op zoek. Ze kwamen uiteindelijk terecht in Colchis aan de oostkant van de Zwarte Zee. Hij vraagt daar aan de heersende koning Aietes om het Gulden Vlies. Die wil het wel geven, maar dan moet Jason eerst een aantal moeilijke opdrachten uitvoeren. Medea, de dochter van de koning die verliefd is op Jason, wil hem daarbij helpen mits hij met haar wil trouwen. Een lang verhaal verder, maar het lukt allemaal! Koning Aietes natuurlijk kwaad dat hij in alles verloren had, zet de achtervolging in. Maar de geliefden ontsnappen ternauwernood en kwamen uiteindelijk terug in Griekenland.

Een 'mission impossible' van een klassieke held. Alle ingrediënten van een sprookje zijn aanwezig, held, prinses, magie, vuurspuwende stieren en tragedie. Maar bovenal het verhaal van een zeereis, een tocht naar het onbekende, naar een land aan de horizon waar de zon opkomt!

De beken en rivieren die van de Kaukusus afwateren hebben de vlakke delen van Georgië voorzien van vruchtbare afzettingen. Maar het water heeft ook veel goud, zilver en koper meegevoerd uit de bergen. Die rijkdom aan metalen heeft er voor gezorgd dat Georgië een bakermat werd van cultuur met oeroude tradities. Georgiërs waren al heel vroeg meesters in metaalbewerking. De Griekse mythen die daarover vertellen zijn geen verzinsels, maar voeren terug naar gebruiken die archeologisch te controleren zijn. Zo weten ze dat al in de oudheid goudstof gewonnen werd door schapenvachten in de stromende rivier te leggen. Het goudstof bleef aan de vette vacht plakken. Dit werd het Gulden Vlies, waar Jason in de mythe naar op zoek ging.

zaterdag, juli 31, 2010

omweg naar S.D.C.



'De omweg naar Santiago De Compostella' noemden we onze architectuurexcursie, met een knipoog naar de oorspronkelijke titel van Cees Nooteboom's boek uit 1992, dat we uiteraard ook eerst gelezen hadden. Heerenleed op pelgrimstocht! Van Sevilla per auto naar Santiago de Compostella. Voor de trip van ca. 1325 km (excl. de kilometers in de tussenliggende steden) hadden we één week uitgetrokken.
Van Amsterdam vlogen we naar Sevilla waar we een auto huurden. Na Sevilla te hebben gezien, reden we in zes dagen met pitstops in Mérida-Cáceres-Salamanca-Leon en Lugo naar Santiago de Compostella. Daar hebben we vervolgens de auto ingeleverd en zijn we weer in het vliegtuig gestapt naar Amsterdam.

Sevilla.

Prachtige stad aan de oever van de Guadalquivir, die tot hier bevaarbaar is. De stad heeft een lange ontstaansgeschiedenis, volgens de legende heeft Hercules haar zelfs gebouwd. Na aankomst in Sevilla, even na het middaguur, zijn we begonnen met een bezoek aan het EXPO '92 terrein, iets buiten de stad, waar we o.a. de paviljoens van Castilië, Frankrijk en Finland hebben bekeken en de Alamillo-brug (architect Calatrava).Het is wel duidelijk door wie Ben van Berkel, architect van de Erasmusbrug in Rotterdam zich heeft laten inspireren. Verder hebben we het spoorwegstation Santa Justa (architect Cruz/Ortiz, 1992) bekeken.Met een rondwandeling tegen de avond door het historische centrum, waarbij we ook nog op zoek moesten naar een hotel, hielden we de eerste dag voor gezien. Maar uiteraard niet zonder eerst nog genoten te hebben van een wijntje en een heerlijke tapasschotel op één van de vele mooie pleintjes die het oude stadscentrum rijk is.

Mérida.

De huidige stad Mérida (ca. 57.000 inwoners), in het dal van de Guadiana ongeveer 200 km ten noorden van Sevilla, is ontstaan uit een Romeinse kolonie van 25 v.Chr. En dat was te zien, sterker nog, de vele Romeinse overblijfselen bepaalden volgens ons in hoge mate de aantrekkelijkheid van de stad. De restanten van het indrukwekkende 'Teatro Romano' van 18 v. Chr. dat aan 6000 bezoekers plaats bood, met daarnaast het ongeveer even oude 'Anfiteatro', waar 14000 toeschouwers konden plaatsnemen. De restanten doen nog altijd dienst als podium voor klassiek toneel, lazen we.En dan was er ook nog 'Acueducto de los Milagros' een 827 meter lange en 25 meter hoge bogenrij, overblijfselen van een Romeins aquaduct. Bovenop de bogen tientallen nestelende ooievaars, prachtig. Behalve de Romeinse bouwkunst hebben we in Mérida natuurlijk ook meer eigentijdse architectuur bekeken. Zoals o.a. het Regeringsgebouw (1995) van de Spaanse architect Navarro Baldeweg (1939), en het Nationaal Museum voor Romeinse Kunst (1985) van de Spaanse architect Rafael Moneo (1937). Bouwwerken die qua architectuur vonden we, meesterlijk waren ingepast in hun monumentale archeologische omgeving.
En aan het eind van de middag moesten we natuurlijk weer opzoek naar een hotel en een goede eetgelegenheid in de stad.

Cáceres.

De tocht naar het noordelijker gelegen Cáceres de andere dag, ging via Guadalupe en Trujillo. In Guadalupe (Arabisch voor verborgen water) hebben we de vele trappen van het 14e eeuwse klooster beklommen, en natuurlijk de zwarte Madonna (geblakerd door de jaren heen door de permanent walmende kaarsen) gezien, die door pelgrims uit de hele wereld wordt vereerd.
De beklimming van 'Castillo de Trujillo', de ruïne van een Moors fort in Trujillo uit de 12e eeuw, was alleen al door het prachtige uitzicht op de wijdse omgeving de moeite waard. Op de grote markt in Trujillo ook het standbeeld van Francisco Pizarro te paard gezien. Ontdekkingsreiziger, veroveraar en superboef in de 16e eeuw van o.a. het Inca-rijk in Peru.
Rond 8 uur 's avonds kwamen we in Cáceres aan, waar we alvoren een eetgelegenheid te zoeken, eerst maar even een slaapgelegenheid voor de nacht hebben geregeld.

De wandeling na het ontbijt de andere dag door de prachtige oude ommuurde binnenstad, voerde ons langs het standbeeld van de heilige Petrus, waarvan de tenen moesten worden gekust. Een buitenkansje die we, heidenen als we waren, uiteraard niet konden laten schieten. Tegen het middaguur hielden we Cáceres voor gezien en vertrokken we richting Salamanca. Onderweg Monasterio de Yuste bekeken, de laatste verblijfplaats van Karel V. Een eenvoudig maar mooi gelegen hiëronymietenklooster. Een rondwandeling in het even verderop gelegen schilderachtige 'Gargenta la Olla' voerde ons langs oude huisjes van bekeerde joden met teksten boven de deuren, en ook was er nog een blauw geschilderd bordeel uit de tijd van Karel V. Toen we na een prachtige autorit door een bergachtig landschap eindelijk in Salamanca aankwamen was het alweer laat. We konden alleen nog terecht in een vrij duur hotel, en onze poging dit dan maar te compenseren door wat minder uitgebreid te dineren was ook niet erg succesvol. Onder anderen de 'pata negra' ham uit deze streek was daarvoor veel te lekker.

Salamanca.

Salamanca aan de rivier de Tormes, universiteitsstad en pronkstuk van de Spaanse renaissancistische en platereske architectuur. De stad leek wel gebouwd door kunstenaars, in ieder geval door kunstzinnige ambachtslieden gezien de vele versieringen en reliëfwerken op de goudkleurige huizen en gebouwen. Vooral de bouwwerken aan het Plaza Mayor, het prachtige 18e-eeuwse plein blonken uit. Cees Nooteboom omschreef dit vierkante plein als een stenen huiskamer. Honderden mensen, jong en oud toen wij er waren, velen op de terrasjes maar even zovelen al keuvelend over van alles en nog wat rondjes lopend over het plein, goeie sfeer.
Dan 'Casa de las Conchas', het herenhuis uit begin 16e eeuw waarvan de muren zijn bezet met honderden sint-jakobsschelpen die de z.g. Orde van Sandiago symboliseren. Of Catedral Vieja en Catedral Nueva, prachtige mengelingen van diverse bouwstijlen. En natuurlijk hebben we in Salamanca ook meer eigentijdse architectuur van enige betekenis bekeken, o.a. het congres- en expo centrum uit 1992 van architect Navarro Baldeweg.
Interessant allemaal, en er was nog veel meer moois te zien. Maar goed, ons reisplan zat behoorlijk strak in elkaar dus vertrokken we na de lunch naar Leon, een stad ca. 200 km ten noorden van Salamanca. Onderweg in Zamora wilden we het Spaans-Portugees Instituut uit 1998 bezoeken van de Spaanse architecten M en A de las Casas. Ze hadden er destijds een eerste architectuurprijs mee gewonnen, maar we konden er niet in. Jammer, dan maar weer verder, tegen de avond rond een uur of zes kwamen we in Leon aan.

Leon.

Ook in Leon weer het bekende ritueel, hotel zoeken en daarna de stad in om te dineren. Het was gezellig en de voortreffelijk wijn vloeide rijkelijk. Na de maaltijd hadden we behoorlijk moeite met ons hotel te vinden, we waren alle vier de kluts kwijt, hilarisch! Godzijdank hebben we die na enige tijd, zij het met de groots mogelijke moeite terug gevonden, zodat we toch nog naar ons bedje konden. De stadswandeling de andere morgen voerde ons langs een woongebouw van architect Torbado Cañas, langs de laatste rustplaats van ruim twintig vorsten in de Basilica de San Isidoro en langs de prachtige eeuwen oude gebrandschilderde glas in lood ramen in de kathedraal van León. Even na de middag moesten we volgens plan ook deze stad weer verlaten, en vertrokken we richting Lugo ca. 228 km verderop.

Lugo.

Behalve de grote romaanse kathedraal hebben we in Lugo ook nog het Cultureel Centrum bezocht. Maar de wandeling 's avonds na het eten over de eeuwen oude zes meter dikke en tien meter hoge Romeinse muur om de oude binnenstad was echt te gek, prachtig! En we kregen zo van boven af ook een aardig inzicht hoe de oude binnenstad in elkaar stak.Na de wandeling hebben we nog een tijdje op één van de vele pleintjes zitten drinken, maar laat hebben we het niet gemaakt. Het einde van onze pelgrimstocht kwam in zicht, nog één nachtje vóór ons einddoel.

Santiago de Compostella.

Rond negen uur 's morgens vertrokken we richting Santiago de Compostela. Nog 105 km voor de boeg dus dat viel mee. Onderweg kwamen we zelfs echte pelgrims tegen, pelgrims te voet in traditionele dracht van cape, staf en vilthoed, versierd met de bekende st.-jakobsschelpen. Zo hoort het natuurlijk, wij stelletje heidenen in spijkerbroek, riant met de dikke kont in een luxe auto moesten ons schamen!
Typisch eigenlijk dat al meer dan 1000 jaar lang ons tientallen miljoenen pelgrims voor gingen naar Santiago de Compostella. Waarvan, mag ik aannemen, velen net als wij niet om religieuze reden, maar uit pure nieuwsgierigheid. Maar het is natuurlijk wel een traditie ontstaan vanuit religie. Volgens de legende las ik, is het lichaam van de apostel Jacobus naar Galicië overgebracht. In 813 zou zijn gebeente zijn ontdekt in Santiago de Compostella, waar een kathedraal voor hem werd gebouwd. In de Middeleeuwen kwam daar een half miljoen pelgrims bijeen uit heel Europa, die de Pyreneeën overstaken bij Roncesvalles of via de Somport-pas. Maar ze kwamen ook net als wij vanuit het zuiden aanzetten.

Het eerste wat we in Santiago de Compostella deden was een hotel zoeken. Toen we dat geregeld hadden zijn we de oude stad te voet gaan verkennen. De markthallen, de vele monumentale bouwwerken, Palacio de Gelmirez (1120), Convento de San Martin Pinario (1590), Palacio de Raxoi en meer, maar in het bijzonder natuurlijk de 11de-eeuwse Kathedraal van Santiago of Catedral de Santiago zoals ze daar zeggen.
Rijen wachtenden om een eerbetoon te brengen aan de apostel Jacobus. De eeuwen oude marmeren zuil van de Portico de la Gloria is door de miljoenen aanrakingen van evenzovele pelgrims in de vorm van een hand uitgesleten. De dagelijkse mis die we daar hebben bijgewoond leek meer op een kermis. Vooral het gezwaai met het grote wierookvat, de Botafumeiro, was bijzonder. Het 80 kg zware vat dat daar hoog in de immense ruimte aan een touw hing werd door een aantal stevige monniken aan het slingeren gebracht. Eerst langzaam, maar allengs sneller. Uiteindelijk vloog het met grote vaart al wierook brakend over onze hoofden en weer terug. De enorme ruimte van de kathedraal stond op een gegeven moment in een mist van wierook. Ik las ergens dat deze gang van zaken in vroegere tijden bedoeld was om de vreselijke stank van honderden ongewassen pelgrims te maskeren. Het zal allemaal wel. We hadden genoeg gezien, gauw naar buiten de frisse lucht in en een terrasje gezocht. De vijf zat weer in het uur en we hadden ook behoorlijk trek gekregen van al het geslenter.

De andere dag hebben we na het ontbijt in Santiago de Compostella nog het museum voor hedendaagse kunst bezocht. Gebouwd in 1993 naar een ontwerp van de Portugese architect Alvaro Siza. Vervolgens moesten we ons nog haasten om op tijd op het vliegveld te zijn, bovendien moesten we de auto ook nog afleveren. Maar we hebben het allemaal gehaald, rond twee uur vlogen we over de Pyreneeën richting Barcelona, waar we moesten overstappen. Halfzeven 's avonds waren we terug op Schiphol en namen de vier mannetjes van het Heerenleed afscheid van elkaar. Einde van een mooie architectuurexcursie, die we deze keer dus voor de gein een pelgrimstocht noemden.

woensdag, juli 28, 2010

muziek en de massa



Zo'n loveparade waar een enkele disjockey meer dan honderdduizenden mensen in extase weet te brengen zal ik nooit bezoeken. Dat vind ik helemaal niks, behalve de vreselijke (disjockey)muziek ben ik ook huiverig voor de grote mensenmassa. En dat niet alleen sinds het drama afgelopen weekend in Duisburg. Zelf heb ik tijdens de Uitmarkt in Amsterdam ook wel eens knap klem gezeten op de Amstel bij Carré, de één wilde naar buiten, de ander naar binnen, maar gelukkig brak er geen paniek uit. En ook tijdens de grote demonstraties tegen kruisraketten en neutronenbommen begin jaren tachtig, voelde ik mij na enige tijd een gevangene in een massa, die zich massief en stroperig door Amsterdam bewoog. Je kon geen kant op, met de grootst mogelijke moeite wisten we ons uit het episch centrum van de hoge druk te worstelen. Voor mij geen mensenmassa's!

Aan de andere kant, en dat is het dubbele, kwam en kom ik op concerten, waarbij ik met het massale nauwelijks of geen moeite heb. Om maar wat te noemen, U2 in het Feyenoord Stadion, de Rolling Stones in een overvol Amsterdam Arena, idem in het Goffertpark in Nijmegen, diverse blues- en countryconcerten in Paradiso, Bob Dylan in Heineken Music Hall. En eind jaren zeventig, begin jaren tachtig ben ik een aantal keren naar gedenkwaardige concerten van Frank Zappa geweest in Ahoy. Geweldige happenings waren dat, het concert van voorjaar 1980 staat me nog aardig voor de geest. Onderanderen bij het nummer 'Easy Meat' (zie onderstaande opname in New York City uit 1981) gingen we massaal uit ons dak. Vreemd!?



Frank Zappa (1940-1993), de Leonard Bernstein van de popmuziek. Alhoewel popmuziek? Zappa hoorde nergens bij maar was overal! Moeilijk te zeggen met wie hij in één adem genoemd werd en wordt. Is het met Jimi Hendrix, John Lennon, Janis Joplin? Of is het met Igor Stravinsky, Lenny Bruce, Edgard Varêse, John Cage of Herbert von Karajan? Hij beschouwde zichzelf min of meer als een architect die noten als bouwstenen gebruikte. In 'The Real Frank Zappa Book' zijn autobiografie, schreef hij dat het ordeningsproces, wat componeren toch is, veel weg heeft van architectuur. Zijn sleutelbegrip was 'conceptual continuity', het uitgangspunt dat al zijn uitspraken en composities een achterliggende samenhang vertonen. Alles kwam in zijn kraam te pas, hij putte uit zowel melige jaren vijftig doowop en big band-jazz als uit Ravel, Boulez, Ives, Messiaen, Stockhausen, Strawinsky, Varese, Webern en computermuziek.

Op 4 december 1993, hij was nog net geen 53 jaar oud, is hij overleden aan de gevolgen van prostaatkanker. Ik wist destijds wel dat hij ziek was, maar dat het al zo erg was niet. Het moment dat ik van zijn overlijden over de radio hoorde staat me nog goed bij. Onthutst, ik kon het haast niet geloven, zo'n jonge muzikale en energieke duizendpoot dood, hoe was het mogelijk.

vrijdag, juli 23, 2010

zeilen



Enige tijd terug, even voor de warme periode, lagen we met de 'Swing' weer eens een paar dagen in de 'Hylper Haven' in Hindeloopen. We lagen daar op een mooi plekje naast de reddingsboot van de KNRM. Buiten woei het hard en was het kil voor de tijd van het jaar, maar binnen zaten we 's avonds gerieflijk met de kachel aan een boek te lezen.

Dat was vroeger wel even wat anders. Met het zicht op het grasveldje tegenover het havenkantoor van 'Jachthaven Hindeloopen', gingen mijn gedachten even zo'n kleine dertig jaar terug in de tijd. Ook toen was het kil en hadden we te maken met harde wind en regenbuien. Komende vanaf 'Het Zool' zeilden we toen met de kinderen in een 'Flying Arrow Schakel' de havenkom van Hindeloopen binnen om te overnachten. De kinderen sliepen in de boot onder het dekzeil en de giek, en wij in een tentje dat we daar op het grasveldje hadden opgezet. Vergeleken met nu geen luxe, en weinig ruimte, helemaal bij rotweer. We lagen vaak al vroeg, al of niet met een boek, in onze slaapzakjes. Maar het was een onvergetelijk mooie vakantie!

We zeilden destijds in kleine (open) bootjes. Wie niet trouwens, vergeleken met nu, is wat toen voor groot doorging nog klein. Behalve de Schakel hadden we ook nog een zeilbootje met een emmertuig dat nog het meest weg had van een 'Middellandse Zee Jol'. Om de zeileigenschappen wat te verbeteren, had ik het oude emmertuig vervangen door een nieuw gaffeltuig, maar veel zoden zette dat niet aan de dijk. Desalniettemin hebben we met de Jol veel plezier gehad op de Randmeren en het Veerse Meer.

Met z'n viertjes in de Schakel zijn we destijds van Lemmer naar Enkhuizen gezeild. Het was prachtig en standvastig weer, wel een beetje heiig, de overkant zagen we niet, maar we durfden het wel aan zonder kompas. En het was toch een gaaf zeiltochtje, we hebben genoten! Toch heb ik het achteraf fout gevonden, ik zou het nu niet meer doen. Het IJsselmeer is te groot om in een open zeilbootje zonder adequate communicatie- en reddingsmiddelen naar de overkant te varen. Onverantwoordelijk gedrag, een plotselinge weersomslag kan je zwaar in de problemen helpen.

woensdag, juli 14, 2010

eten en drinken



Volgens wijlen Simon Carmiggelt zouden we eigenlijk altijd vakantie moeten hebben. We zijn ervoor geschapen. Maar waar moet je dan nog naar verlangen?
Wellicht vat ik de uitspraak van Carmiggelt wat te letterlijk op, maar naast vakantie weet ik wel meer bezigheden en verlangens te verzinnen waarvoor we naar mijn idee geschapen zijn. Maar dat terzijde.

Eten en drinken gaat in vakantietijd uiteraard gewoon door. Nou ja gewoon, wel wat vaker buiten de deur natuurlijk, dat weer wel. We zijn liefhebbers! Het middelste bordje in bovenstaande collage hebben we in vakantietijd dan ook niet gezien. En als we het wel hadden gezien, waren we er vrijwel zeker met een grote boog omheen gelopen.
Want bedenk wel, aldus Simon Carmiggelt "Het leven is kort en als het lang is mag je bijna niets meer eten en drinken"

woensdag, juli 07, 2010

Chagall



Zeilend en/of op de motor (met motorpech) via omwegen met tussenstops in Ketelhaven, Lelystad, Muiden, Enkhuizen, Hindeloopen en Terschelling naar Vlieland gevaren. Daar zijn we in het eenvoudige, in 1647 deels met door jutters vergaarde materialen gebouwde eilandkerkje, naar een door Frans Ort i.s.m. CHORAL uitgevoerde muzikale raamvertelling geweest over de schilder Marc Chagall (1887-1985).

'Chagall, de schilder en de liefde' In de prachtige op het leven en werk van de Joods-Russische schilder gebaseerde raamvertelling, kwamen alle in zijn schilderijen verborgen thema's uit de liefde aan de orde. Thema's als vreugde en positivisme, verdriet en eenzaamheid, geborgenheid en tintelend plezier klonken door in het verhaal, de liedteksten en de muziek.

De in de Russische stad Vitebsk geboren Chagall is driemaal getrouwd geweest. Zijn eerste vrouw overleed in 1944, toen ze als Joodse vluchtelingen in de Verenigde Staten verbleven. Na de 2e wereldoorlog keerde hij met z'n tweede vrouw terug naar Europa, en vestigde hij zich in Vence aan de Cote d'Azur in Frankrijk. Maar al na een aantal jaren strandde het huwelijk met zijn tweede vrouw. In de jaren vijftig, Chagall was toen al dik in de zestig, trouwde hij zijn derde vrouw.

Marc Chagall was volgens mij ook het levende bewijs dat liefde je vitaal en jong houdt. Ondanks perioden van verdriet, ellende en tegenspoed in zijn leven, werd hij op twee jaar na een eeuw oud!

Zeilend en/of op de motor (nu zonder motorpech, de monteur in Enkhuizen had z'n werk goed gedaan!) hebben we de dagen na Chagall tijdens deze vakantietrip benut, om via omwegen met tussenstops in Harlingen, Leeuwarden, Sneek, Lemmer, Workum, Medemblik en Ketelhaven huiswaarts te keren.