De dagen tussen Kerstmis en nieuwjaar
Zijn van een druk, die niet meer is te ontvlieden
Van al de ellende der vergane zwaar
En zonder hoop op wat de aanstaande bieden.
En er is niets wat nog vertroosting heeft
Dan één gedachte in deze doodse tijden:
Wat ook het latere te lijden geeft-
Al wat men leed kan men niet weder lijden.
Men staart door hoe lang al dezelfde ruit
Naar smeltend ijs en mist en grauwe landen;
Men doet het licht aan, sluit de wereld uit
En voelt nog meer de klem der kamerwanden.
De Nederlandse dichter en essayist over poëzie J.C. Bloem (1887-1966) schreef dit tobberige gedicht ergens in de dertiger jaren van de vorige eeuw. De jaren waarmee parallellen kunnen worden getrokken met de huidige tijd. Immers net als toen is er ook nu in zekere mate sprake van economische volatiliteit en onzekerheid, opkomst van populisme en extremisme, internationale spanningen en isolationisme en kwetsbaarheid van democratieën. Het enige lichtpuntje wat ik in dit gedicht min of meer ontdek is 'Al wat men leed kan men niet weder lijden'
Gelukkig zijn er ook nog lichtpuntjes te ontdekken in de verschillen tussen nu en de dertiger jaren, want in tegenstelling tot toen is de economische respons beter, zijn er sterkere vangnetten en is ondanks geopolitieke spanningen de aard van conflicten (nog) minder grootschalig.
En dat is positief, sowieso lichtpuntjes in het nieuwe jaar!

















































